CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL Toelichting bijlage 3 Ecologisch onderzoek

Oordeelsvorming R&F (RZ) 11 oktober 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Kattendijk 161, Gouderak' (10 min)5.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend Ecologisch Onderzoek Kattendijk 161 te Gouderak

Rapport 20A103 Uitgave december 2020

Colofon

Titel

Verkennend Ecologisch Onderzoek

Subtitel

Kattendijk 161 te Gouderak

Status rapport

Concept

Projectnummer

20A103

Datum uitgave

December 2020

Samengesteld door

Heidi van der Welle, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

Gemeente Krimpenerwaard Afdeling Ruimtelijke ontwikkeling t.a.v. de mevrouw M. de Graaf Postbus 51 2820 AB Stolwijk

Contactpersoon opdrachtgever

Dhr. W. Kaandorp (InROview B.V.)

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Inhoudsopgave 1

INLEIDING .................................................................................................................. 3

2

LOCATIEBESCHRIJVING ........................................................................................... 5 2.1 2.2

3

Huidige situatie ............................................................................................................. 5 Plannen .......................................................................................................................... 5

TOETSINGSKADER.................................................................................................... 8 3.1 Europese richtlijnen ...................................................................................................... 8 3.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving.......................................................................... 8 3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .................................................................................. 8 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland................................................................................................... 12 3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) .................................................................................... 13

4

RESULTATEN ONDERZOEK ................................................................................... 16 4.1 Methode ...................................................................................................................... 16 4.2 Flora ............................................................................................................................. 16 4.3 Fauna ........................................................................................................................... 16 4.3.1 Vogels ................................................................................................................................... 16 4.3.2 Vissen .................................................................................................................................... 17 4.3.3 Amfibieën ............................................................................................................................. 17 4.3.4 Reptielen ............................................................................................................................... 18 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................... 18 4.3.6 Vleermuizen ..........................................................................................................................

18 4.3.7 Overige soorten ................................................................................................................... 19

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN...................................................................... 21 5.1 5.2

6

Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 21 Algemene Zorgplicht .................................................................................................. 22

BRONNEN ................................................................................................................ 23

Watersnip Advies

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Watersnip Advies

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

1 Inleiding De gemeente Krimpenerwaard is voornemens de nieuwbouw van een woning mogelijk te maken aan de Kattendijk 161 te Gouderak. Twee aan elkaar geschakelde, oude schuren dienen hiervoor afgebroken te worden. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming -Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap).

Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In november 2020 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Floraen fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden.

Watersnip Advies

3

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen

- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Flora §4.2 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5

Vogels §4.3.1

Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3

Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7

Watersnip Advies

Gevolgen Natura2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ hebben (nog) geen habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Vanwege de omvang van het project en de afstand tot het Natura2000-gebied (7,4 km) is een stikstofdepositieberekening niet nodig. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Nee Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bunzing, Egel, Wezel en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

Nee Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee Nee Nee Nee

4

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

2 Locatiebeschrijving 2.1

Huidige situatie

444

Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 104, 443. Het plangebied bestaat uit een woonerf met een bungalow en twee geschakelde schuurtjes. Het terrein is grotendeels verhard, aan de westzijde bevindt zich een smalle gazonstrook langs 443 een sloot met hardhouten beschoeiing. 2.2 Plannen De opdrachtgever is voornemens een woning te realiseren in het plangebied. Hiervoor dienen de twee oude schuurtjes afgebroken te worden.

104

105

Figuur 1 Plangebied (rode stip)

Figuur 2 Bovenaanzicht plangebied (rood kader) (bron: maps.google.com)

Watersnip Advies

5

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Figuur 4 Vooraanzicht af te breken schuurtjes

Figuur 3 Aanzicht westgevel af te breken schuurtjes

Watersnip Advies

6

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Watersnip Advies

7

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

3 Toetsingskader 3.1

Europese richtlijnen

Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. 3.2

Landelijk natuurbeleid- en wetgeving

3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet.

Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000-gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden. In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig. Aan de hand van het ‘Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie’ kan bepaald worden of de berekening voor het betreffende initiatief noodzakelijk is.

Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten).

Watersnip Advies

8

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen.

Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 5). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.

Watersnip Advies

9

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Figuur 5: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)

In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk

Watersnip Advies

10

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.

Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ en bevindt zich op 7,4 km afstand van het plangebied. Verder bevinden zich in een straal van 10 km rond het plangebied geen andere Natura2000-gebieden. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Bittervoorn, Kleine modderkruiper, Platte schijfhoren, Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient.

Figuur 6 Ligging Natura2000-gebieden t.o.v. plangebied (rood) (bron: pzh.maps.arcgis.com)

Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient en Krakeend foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura2000-gebied. Het plangebied is echter niet geschikt voor deze soorten als foerageergebied. Het gebied is sterk verhard een heeft geen wetlandkarakter.

Watersnip Advies

11

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4.

Stikstofdepositie Het initiatief betreft de bouw van 1 woning. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is 7,4 km. De grenswaarden conform de tabel uit het stroomschema is 20 woningen bij 76000 meter. Het aantal woningen is lager dan de grenswaarde. Er is geen een stikstofdepositieberekening nodig. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Krimpenerwaard. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde.

3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.

Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd.

Watersnip Advies

12

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 7). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop van de schuurtjes en de bouw van de woning zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.

Figuur 7 Ligging NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (rood) (bron: pzh.maps.arcgis.com)

3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die in 2021 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan. GS heeft hiervoor in

Watersnip Advies

13

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. Toetsing Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig. Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.

Figuur 8 Ligging belangrijk weidevogelgebied t.o.v. het plangebied (rood) (bron: pzh.maps.arcgis.com)

Watersnip Advies

14

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Watersnip Advies

15

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

4 Resultaten onderzoek 4.1

Methode

Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen worden in dit rapport behandeld. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op 25 november 2020 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Er is als volgt te werk gegaan: a. Met behulp van een ladder is de dakconstructie van de gebouwen aan de binnen- en buitenzijde geïnspecteerd op eventueel aanwezige ruimtes. Hierbij zijn ook dakpannen gelicht. b. Met behulp van een schroevendraaier en koevoet zijn de aanwezige spleten/ruimten gecontroleerd op mogelijkheid als invliegopening voor vleermuizen. c. Er is gezocht op sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (bijv. uitwerpselen).

4.2

Flora

Het plangebied is sterk verhard. In de smalle strook gazon groeien verschillende algemene soorten waaronder Madelief, Kruipende boterbloem en Hondsdraf. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3

Fauna

4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie werd een Koolmees waargenomen in het plangebied. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd.

Watersnip Advies

16

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

De eigenaar en tevens bewoner van het plangebied gaf tijdens het veldbezoek aan zelden een Huismuis waar te nemen. Bij de naastgelegen boerderij werden wel slechts enkele huismussen waargenomen en gehoord. Wel zijn er veel Koolmezen in en rond het plangebied. De af te breken schuurtjes zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten en geschikte locaties van nesten. Er zijn geen (oude) nesten van Huismus of Gierzwaluw aangetroffen. Het betreffen oude schuurtjes zonder spouwmuur, het dak is Figuur 9 Dakpannen vanaf binnenzijde schuur bedekt met oudhollandse dakpannen. De dakpannen liggen los op de houten panlatten, er is geen dakbeschot en betimmering aan de binnenzijde. Door het ontbreken van het dakbeschot is er tussen de dakpannen geen beschutte ruimte aanwezig die geschikt zou kunnen zijn voor nesten van de Huismus of Gierzwaluw. Ook is het dak te laag om geschikt te zijn als nestlocatie voor de Gierzwaluw. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.

4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat de Grote modderkruiper (wnb-andere soorten / Rode lijst status ´kwetsbaar´) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Grote modderkruiper leeft in ondiepe wateren met een dikke modderlaag en veel waterplanten. De Grote modderkruiper verschuilt zich tijdens de dag en voedt zich tijdens de nacht met kleine ongewervelden zoals kreeftjes, muggenlarven, watervlooien, wormen en waterpissenbedden. Er is geen water aanwezig in het plangebied. De sloot, direct naast de af te breken schuurtjes heeft tevens onvoldoende waterplanten om geschikt te zijn als leefgebied voor de Grote modderkruiper. De aanwezigheid van deze soort kan worden

uitgesloten.

Er worden binnen het plangebied geen andere beschermde vissoorten verwacht.

4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Er kan aangenomen worden dat Bastaardkikker (Wnb-andere soorten) voorkomt binnen het plangebied (0-1km). Voor deze soort geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen,

Watersnip Advies

17

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

heidevelden en akkers. Ook overgangen in het landschap als dijktaluds en de grenzen tussen bovenland en droogmakerij vindt de Rugstreeppad aantrekkelijk als leefgebied. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Het plangebied is sterk verhard. Er bevinden zich geen plassen of poelen en ook geen rommelhoekjes. De aanwezigheid van de Rugstreeppad binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen, wordt het gebied mogelijk wel aantrekkelijk als overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere (streng) beschermde amfibieën verwacht.

4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (Wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bla deren. Binnen het plangebied is geen water aanwezig. De sloot, direct naast de af te breken schuurtjes, heeft aan beide zijden een houten en/of stenen beschoeiing. Er zijn geen rijk begroeide oevers. Ook zijn er geen broeihopen aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van de Ringslang binnen het plangebied kan worden uitgesloten.

Figuur 10 Sloot met beschoeiing

Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht.

4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in en rond het plangebied, zoals Bunzing, Egel, Wezel en Woelrat (allen Wnb-andere soorten) (0-1km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht.

4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl).

Watersnip Advies

18

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis (0-1 km), Gewone/Grijze grootoorvleermuis, Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Tweekleurige vleermuis. Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. In het kader van het vleermuisprotocol is een bouwkundige inspectie uitgevoerd. De af te breken schuurtjes zijn aan elkaar geschakeld, en opgebouwd uit baksteen. Er is geen spouwmuur aanwezig. Het dak is bedekt met oudhollandse dakpannen. Deze liggen op houten panlatten, er is aan de binnenzijde geen betimmering aangebracht. Er zijn tussen de dakpannen geen beschutte ruimtes waar vleermuizen in weg kunnen kruipen; er is geen dakbeschot aanwezig. Figuur 15 illustreert dit duidelijk. De schuurtjes zijn oud en door de vele ruimtes en kieren is er veel tocht. Hierdoor is er geen goed microklimaat aanwezig.

De voorgevel van één van de schuurtjes is helemaal open, wat ervoor zorgt Figuur 16 Dakconstructie gezien vanaf binnenzijde dat er geen stabiel microklimaat aanwezig kan zijn (figuur 14).

Figuur 15 Voorgevels schuurtjes

Figuur 13 Dak oudhollandse pannen

Figuur 12 Zolder schuur en dakconstructie

Figuur 17 Dakconstructie binnenzijde schuur

Figuur 11 Achtergevels schuurtjes

Figuur 14 Zijgevel schuur

Watersnip Advies

19

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

Binnen het plangebied zijn geen geschikte rustof verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten aangetroffen. De groene omgeving van het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Deze functie blijft in tact; er zullen geen bomen of groenstructuren aangepast worden.

Figuur 18 Doorkijk dakpannen in schuur

4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de Groene glazenmaker (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘bedreigd’) en de Platte schijfhoren (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de waterplant Krabbenscheer. Er is binnen het plangebied geen water aanwezig. In de sloot, direct naast het plangebied, is geen Krabbenscheer aangetroffen. De aanwezigheid van de Groene glazenmaker kan worden uitgesloten. De Platte schijfhoren leeft in water met een goed ontwikkelde watervegetatie en een goede waterkwaliteit. Er is binnen het plangebied geen water aanwezig. In de sloot, direct naast het plangebied, is geen goed ontwikkelde watervegetatie en waterkwaliteit aanwezig. Het betreft een smalle sloot met aan beide zijden houten/stenen beschoeiing. De aanwezigheid van de Platte schijfhoren binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.

Watersnip Advies

20

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. 5.1

Conclusies en aanbevelingen

Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen

- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Flora §4.2 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5

Vogels §4.3.1

Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3

Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7

Watersnip Advies

Gevolgen Natura2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ hebben (nog) geen habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Vanwege de omvang van het project en de afstand tot het Natura2000-gebied (7,4 km) is een stikstofdepositieberekening niet nodig. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Nee Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bunzing, Egel, Wezel en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

Nee Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee Nee Nee Nee

21

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

5.2

Algemene Zorgplicht

Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.

Natuur-inclusief bouwen In de uitgangspunten voor dit project komt als het goed is een paragraaf duurzaamheid voor. In dat kader past aandacht voor behoud en herstel van biodiversiteit. De initiatiefnemer heeft ook ambities in deze richting en heeft bijvoorbeeld al een vleermuiskast aangeschaft voor de nieuwe woning. Het is gewenst natuur-inclusief te bouwen en een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus en vleermuizen: a. Voor de Huismus wordt ruimte beschikbaar gehouden onder onderste twee rijen dakpannen. Op een aantal plaatsen worden in afwijking hiervan vogelvides aangebracht op de onderste panlat. b. Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis. Enkele aanbieders van producten zijn Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl

Figuur 19 Mogelijkheden plaatsing van vleermuiskasten in een gevel (bron: faunaprojecten.nl)

Watersnip Advies

22

20A103 VEO Kattendijk 161 Gouderak

6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen 6. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 7. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, gewijzigd ontwerp, 22 januari 2019 8. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 22 februari 2019 9. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 tot 1 april 2019 10. '© NDFF - quickscanhulp.nl 25 november 2020’

Geraadpleegde internetsites: 11. www.rijksoverheid.nl 12. www.bij12.nl 13. www.rvo.nl 14. www.regelink.net 15. www.ravon.nl 16. www.vleermuis.net 17. www.zuid-holland.nl 18. www.zoogdiervereniging.nl 19. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 20. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 21. www.waarneming.nl

Watersnip Advies

23

Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=9835f046-58d7-4d7f-b2f9-4527fa557c0a