CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL - t en r_Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek_vastgesteld_30-05-2023.pdf

Raadsvergadering 30 mei 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan Schuwacht 342-346 Krimpen aan de Lek18.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 7. De belangrijkste conclusies ten aanzien van gebiedsbescherming en soortenbescherming worden hieronder beschreven. Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied zijn de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden 'Boezems Kinderdijk' op circa 650 meter afstand en 'Donkse Laagten' op circa 6,5 kilometer afstand. Door de omvang van de ontwikkeling (slopen bedrijfsbebouwing en realiseren 19 woningen) en de afstand tot de te beschermen gebieden, kan het optreden van significante negatieve effecten (zoals geluid en licht) worden uitgesloten.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

29

Om het effect van stikstofuitstoot door het plan te bepalen is een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 9). Hieruit blijkt dat er zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase geen sprake is van depositieresultaten boven de 0,00 mol/ha/jr . Er is derhalve geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000 gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project. De meest nabijgelegen NNN-gebieden betreffen Lekuiterwaarden Krimpenerwaard (ca. 250 m) schuin naar het oosten aan de overzijde van de dijk. Verder weg in oostelijke richting liggen de ecologische verbindingszone Paddenpad (835 m) en de eendenkooi Bakkerswaal (990 m). De afstand tot en de aard en omvang van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling veroorzaken naar verwachting geen effecten op de doelstellingen van deze NNN-gebieden. Soortenbescherming Voor twee opstallen op het terrein wordt de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen niet op voorhand uitgesloten, al wordt opgemerkt dat de toegankelijkheid van deze gebouwen beperkt is en de aanvliegbare openingen vrij laag zijn gesitueerd. Om te kunnen vaststellen of er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 8.

Hierin wordt geconcludeerd dat op de locatie en in de betrokken opstallen geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. De westelijke houtsingel op de erfgrens wordt gebruikt als vliegroute door de gewone dwergvleermuis. De instandhouding van deze houtsingel is via een voorwaardelijke verplichting in dit plan geborgd. De noordelijk gelegen Kleine wetering vormt een vliegroute/foerageergebied voor enkele exemplaren van de watervleermuis. De bomen in de boomweide worden een enkele keer gebruikt door de ruige dwergvleermuis als roepplaats in de baltsperiode. In de omgeving (< 150 meter) is mogelijk een verblijfslocatie van de laatvlieger aanwezig. Deze locaties liggen allen buiten de effectafstand van de projectlocatie.

Voor de overige soorten en soortgroepen is er geen noodzaak tot het aanvragen van ontheffingen en/of specialistisch vervolgonderzoek, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan:  rooien van bomen buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart - half juli);  bij het slopen van opstallen en verwijderen van rommelbulten en opgeslagen materialen wordt geadviseerd de werklocatie vooraf actief te verstoren, zodat eventueel aanwezige dieren worden verjaagd;  het beperken van opslag van grond en zandhopen in het broedseizoen of afwerking in taludhelling <45° om de vestiging van oeverzwaluwen te voorkomen;  indien struiken moeten worden gerooid in de periode maart - juli een broedvogelcheck uitvoeren;  om verstoring van vleermuizen in de omgeving te voorkomen, dient zoveel mogelijk te worden afgezien van bouwplaatsverlichting. Als dit toch noodzakelijk is, dan gebruik van gerichte lichtbronnen en afschermingsmaatregelen voor uitstralend licht;  geen opslag van grond en zandhopen in de periode dat amfibieën de overwinteringslocaties betrekken of afschermen met een amfibieënraster in de periode oktober - maart;  het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten.

Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied. De opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijke plaats te worden bewaard;  het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties m.b.t. de Wet natuurbescherming.

30

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Daarnaast wordt geadviseerd om, gezien de aanwezigheid van erfvogels en vleermuizen in de omgeving van het plangebied, natuurinclusief te bouwen. Hierbij worden geschikte verblijf/nestlocaties voor deze soorten ingebouwd en de omgeving geschikt ongericht voor voedsel en schuilmogelijkheden. In het inrichtingsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn een aantal ambities en mogelijkheden opgenomen voor natuurinclusief bouwen. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Onderhavig initiatief betreft de sloop van bedrijfsbebouwing en de realisatie van 19 nieuwe woningen. Het aantal verkeersbewegingen van personenauto's zal toenemen in vergelijking met de bestaande situatie. De 19 woningen zorgen voor ca. 130 - 150 verkeersbewegingen per etmaal. De Schuwacht heeft voldoende capaciteit om dit te verwerken. Daar staat tegenover dat door het definitief beëindigen van de bedrijfsfunctie er geen sprake meer is van zwaar- en middelzwaar bedrijfsverkeer over de Schuwacht. Dat is gunstig voor de verkeersveiligheid. De voormalige bedrijfswoning en de twee woningen direct daarachter worden ontsloten via de bestaande inrit aan de westzijde van het plangebied. De overige 17 woningen worden ontsloten via de bestaande inrit aan de oostzijde van het plangebied. Deze ontsluiting behoudt zijn huidige vorm. Voor het zicht op de kruising zou het wenselijk zijn om de uitrit te egaliseren. Door de ligging tegen een naastgelegen talud van het buurperceel en de eigendomssituaties van de naastgelegen woningen is het echter niet mogelijk om de aansluiting aan te passen door de aanleg van een plateau.

Parkeren Conform het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard' worden om de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen te bepalen de gemiddelde parkeerkencijfers van de CROW publicatie 'toekomstbestendig parkeren' als norm gehanteerd. In de onderstaande tabel is de parkeerbehoefte voor onderhavig plan berekend. Woningtype

aantal woningen

parkeernorm*

parkeerbehoefte

Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek Rug aan rug

3 2 4 10

2,3 2,2 2 1,6

6,9 4,4 8 16

Totaal

35,3

* CROW, weinig stedelijk, rest bebouwde kom, gemiddelde parkeernorm

Rekening houdend met aanwezigheidspercentages zijn er 32 parkeerplaatsen nodig. Dit wordt op de volgende wijze berekend:

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

31

Op de inrichtingstekening staan 35 parkeerplaatsen ingetekend, waarvan 26 openbaar en 9 privé. De privéplaatsen tellen voor 0,8 pp mee. Het totale parkeeraanbod bedraagt 26 + (9*0,8) = 33,2 pp. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de parkeernorm. In de regels van dit plan is geborgd dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.

32

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied ligt in een cultuurhistorisch waardevol veenweidegebied en bebouwingslint. Door de sloop van de verouderde bedrijfsgebouwen en de bouw van de nieuwe woningen verbetert de ruimtelijke kwaliteit van het lint. Door de situering van de nieuwe woningen op de achterzijde van het perceel, achter bestaande woningen, passen de woningen in de landschappelijke structuur van het slagenlandschap en blijven bestaande zichtlijnen behouden. Hiermee blijven de cultuurhistorische waarden van het veenweidelandschap en de linten behouden Archeologie In het kader van de planontwikkeling is een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. In het plangebied zijn zeven boringen gezet met een diepte tussen 2 en 4 m -mv. Deze bevestigen dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit komafzettingen op veen. Er zijn geen oever- of crevasseafzettingen aangetroffen. Door graafwerkzaamheden ontbreken op twee plaatsen de komafzettingen, maar grote bodemverstoringen zijn niet aangetroffen. Er zijn geen archeologische indicatoren of lagen aanwezig. Het plangebied kan worden vrijgegeven voor de beoogde ontwikkeling. Het opnemen van een dubbelbestemming gericht op de bescherming en het behoud van archeologische waarden is niet nodig. De rapportage van het archeologisch onderzoek is opgenomen in bijlage 10.

Het initiatief is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

33

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

De opzet van dit plan is gebaseerd op de regels van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Nederlek)'. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Verkeer: ten behoeve van straten, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. Water: mede bestemd voor water, watergangen en oeverstroken. Wonen:  om de situering van de woningen vast te leggen zijn bouwvlakken opgenomen en een aanduiding voor het woningtype, de goot- en bouwhoogte en het maximum toegestaan aantal wooneenheden.  Voor het achterste terreindeel, waar de drie vrijstaande woningen worden gebouwd, is een bepaling opgenomen dat "deze gronden niet worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht". Doel hiervan is om uit te sluiten dat hier vergunningsvrij kan worden gebouwd. Binnen de aanduiding 'bijgebouw' mag wel een bijgebouw worden gebouwd.

34

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

 

Voorts is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen alleen kan worden verleend als het bouwplan past binnen het inrichtingsplan en de ontwerpuitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels (dan wel een ander inrichtingsplan welke is goedgekeurd door het bevoegd gezag). Met een voorwaardelijke verplichting is geborgd dat de bedrijfsgebouwen worden gesloopt. De bestaande woning De Meent 10 is meegenomen in voorliggend plan, omdat het bouwvlak hier wordt verkleind ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Dit vanwege het voornemen om het bestaande bijgebouw (gelegen vóór de woning) te slopen en te vervangen door een nieuw bijgebouw binnen het plangebied. Middels een voorwaardelijke verplichting is de sloop van het bestaande bijgebouw geborgd.

Waarde - Archeologie Voor het perceel De Meent 10 is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Het overige plangebied is op grond van het archeologisch onderzoek vrijgegeven voor de beoogde ontwikkeling en heeft derhalve geen dubbelbestemming gekregen. Waterstaat - Waterkering: deze gronden zijn mede bestemd voor de waterkering en doeleinden ten behoeve van de waterhuishouding. Gebiedsaanduidingen: Voorts zijn de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - waterwingebied' en 'milieuzone - boringsvrije zone' opgenomen. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

35

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Dunea, Gasunie N.V., Tennet, OASEN drinkwater, Stedin en GGD Hollands Midden. De instanties die gereageerd hebben, hebben geen bezwaren en zijn akkoord met het plan. OASEN heeft gewezen op gedeeltelijke ligging van het plangebied in de boringsvrijezone van het zuiveringsstation Schuwacht te Krimpen aan de Lek en de aanvullende regels opgesteld in de provinciale milieuverordening die daar gelden. Hiervoor is de geldende gebiedsaanduiding overgenomen in het bestemmingsplan.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

De omwonenden zijn van het plan op de hoogte gebracht door middel van een informatiefolder en een persoonlijk gesprek. Overige inwoners van Krimpen aan de Lek en omgeving zijn geïnformeerd via nieuwsbrief die in de Krimpenerwaard breed verspreid wordt. In bijlage 11 is een verslag van de participatie opgenomen. Hier is te lezen welke reacties zijn gegeven op het plan en waar dat heeft geleid tot aanpassingen op verzoek van omwonenden.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 28 september 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen de termijn zijn 2 zienswijzen ingediend, waarvan 1 zienswijze later is ingetrokken. In de Nota van beantwoording in bijlage 13 is de zienswijze samengevat en van antwoord voorzien. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.

36

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlagen bij de toelichting

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

37

38

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

39

40

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 2

Bodemonderzoek Schuwacht 342-346A

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

41

42

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 3

Bodemonderzoek perceel D7457

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

43

44

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

45

46

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 5

Watertoets

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

47

48

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 6

Reactie Hoogheemraadschap

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

49

50

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

51

52

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 8

Nader onderzoek vleermuizen

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

53

54

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 9

Memo stikstof berekening

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

55

56

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

57

58

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 11

Verslag participatie

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

59

60

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 12

m.e.r.-beoordelingsbesluit

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

61

62

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Bijlage 13

Nota van beantwoording zienswijzen

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

63

64

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Regels

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

65

66

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP2106DK016-VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan-huis-verbonden beroep een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kunstzinnig, ICT (internetverkoop) of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, dat in een woning (inclusief aan- en uitbouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, waarbij in ieder geval niet zijn begrepen reclame-uitingen. 1.4 aan- en uitbouwen een gebouw, in één bouwlaag en aangebouwd aan de (bedrijfs)woning, welk onderscheiden kan worden van de (bedrijfs)woning en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan de (bedrijfs)woning; functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 achtergevel gevel aan de achterzijde van een gebouw. 1.8 ander werk een werk, geen bouwwerk zijnde. 1.9 antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.10 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

67

1.12 bed & breakfast een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaren. 1.13 bestaand bij bouwwerken:  een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bij gebruik:  het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag plaatsvinden krachtens een omgevingsvergunning. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand, gebouw, dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.20 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen. 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan. 1.22 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.23 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

68

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

1.24 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25 dagrecreatieve activiteiten activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag, zonder overnachting en waartoe tevens kleinschalige horeca-activiteiten worden gerekend. 1.26 dakkapel een uitspringend venster als onderbreking in een dakvlak. 1.27 detailhandel het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop of verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen en diensten aan degenen die deze goederen en diensten kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Hieronder wordt mede begrepen een internetwinkel, waarbij de detailhandel uitsluitend plaatsvindt via een elektronische of schriftelijke opdracht verloopt. 1.28 extensief dagrecreatief medegebruik extensieve vorm van dagrecreatie, zoals wandelen, fietsen, vissen, picknicken en paardrijden, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, zoals picknicktafels en informatieborden, waarbij de recreatievorm geen specifiek beslag legt op de ruimte.

1.29 gebouw elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.31 mantelzorg tijdelijke zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak, door personen uit diens omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 1.32 nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.33 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.34 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

69

1.35 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.36 peil het peil gemeten vanaf het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte bouwterrein, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein wordt gemeten vanaf de aansluitende, afgewerkte gemiddelde maaiveldhoogte. 1.37 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht; onder seksinrichting wordt mede begrepen:  seksbioscoop Een inrichting, bestemd voor het door middel van audiovisuele middelen doen plaatsvinden van voorstellingen van erotische en/of pornografische aard.  seksclub Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht.  seksautomaat Een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard.

 sekswinkel Een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en videobanden, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker.  prostitutiebedrijf Een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie. 1.38 voldoende parkeergelegenheid parkeergelegenheid voor auto's, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de gemiddelde parkeerkencijfers van CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger(s), dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren. 1.39 voorgevel gevel aan de voorzijde van een gebouw. 1.40 waarden de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, natuur, landschap en/of ecologie. 1.41 woning een gebouw inclusief aan- en uitbouwen, dat bedoeld is voor de huisvesting van één huishouden. 1.42 wooneenheid een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen.

70

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4 het bebouwingspercentage a. de in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per bouwperceel gemeten; b. ingeval geen bouwvlak dan wel aanduidingsvlak is aangegeven wordt onder bebouwingspercentage verstaan de in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing tot de oppervlakte van het bestemmingsvlak, per bouwperceel gemeten. 2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7 ondergeschikte bouwonderdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversiering, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

71

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Verkeer

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten; b. in- en uitritten; c. voet- en rijwielpaden; d. verblijfsgebied; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende: i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals dammen en bruggen. 3.2 Bouwregels a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 m bedragen; 2. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 9 m bedragen; 3. de bouwhoogte van straatverlichting mag niet meer dan 12 m bedragen; 4. de bouwhoogte van bruggen mag niet meer dan 3 m bedragen. 3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsverguning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van de realisering van geluidswerende voorzieningen.

72

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Artikel 4

Water

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en oeverstroken; b. waterberging; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. extensief dagrecreatief medegebruik, met de daarbij behorende: e. bouwwerken. 4.2 Bouwregels a. Gebouwen zijn niet toegestaan. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bruggen mag niet meer dan 3 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2 m bedragen.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

73

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-verbonden beroepen; c. bed & breakfast; d. mantelzorg; alsmede voor: e. groenvoorzieningen; f. tuinen en erven; g. nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende: h. bouwwerken. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Woningen en aan- en uitbouwen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. woningen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. per bouwvlak is één woning toegestaan, dan wel het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. ter plaatse van de bouwaanduiding [aeg] moeten hoofdgebouwen aaneen zijn gebouwd; d. ter plaatse van de bouwaanduiding [vrij] moeten de hoofdgebouwen vrijstaand zijn gebouwd; e. de goothoogte van woningen mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel de hoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is weergegeven; f. de bouwhoogte van woningen mag niet meer dan 10 m bedragen, dan wel de hoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is weergegeven; 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd binnen het bouwvlak en achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning, met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken tevens mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b.

ter plaatse van de aanduiding 'relatie' worden woning en bijbehorende bouwwerken beschouwd tot één bouwperceel te behoren; c. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de woning mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is weergegeven, dan wel de bestaande oppervlakte met inachtneming van de bestaande lengte, breedte, goot- en bouwhoogte per bijgebouw; Grootte achtererfgebied < 500 m² 500 - 750 m² 750 m² d. e.

74

Maximale gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bouwwerken 50 m² 75 m² 100 m²

de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen;

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

f.

in afwijking van het bepaalde in lid a, is ter plaatse van de eetbare tuin, zoals weergegeven in bijlage 1 bij de regels, een kweekkas toegestaan waarvan de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m² en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m;

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning niet meer dan 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; c. het bouwen van lichtmasten is niet toegestaan; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 5.2.4 Uitsluiten vergunningvrij bouwen Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt dat deze gronden niet worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van de inwerkingtreding van dit plan. 5.2.5 Voorwaardelijke verplichting inrichtingsplan a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt pas verleend als het bouwplan voldoet aan de ontwerpuitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 1 Inrichtingsplan en ontwerpuitgangspunten. b. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken indien een gewijzigd inrichtingsplan wordt voorgelegd aan en goedgekeurd door het bevoegd gezag, het bevoegd gezag kan daarbij advies inwinnen van een deskundige.

5.2.6 Voorwaardelijke verplichting sloop bedrijfsgebouwen Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen wordt pas verleend als alle bedrijfsgebouwen in de gebieden aangeduid met een A in de in bijlage 2 van de regels opgenomen Sloopkaart zijn gesloopt. 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Algemeen a. Voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep zijn de volgende regels van toepassing: 1. de omvang van de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep mag niet meer bedragen dan 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijgebouwen tot een maximum van 50 m2; 2. de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. er dient zoveel mogelijk op eigen terrein te worden geparkeerd; 4. detailhandel is niet toegestaan; 5. het aan-huis-verbonden beroep wordt uitgeoefend door de bewoner. b. Voor het uitoefenen van een bed & breakfast zoals genoemd in lid 5.1 onder c mogen maximaal 3 kamers per bouwperceel worden gebruikt met een maximum van 8 slaapplaatsen, met dien verstande dat: 1. het gebruik niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; 2. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; 3.

het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt voorzien; 4. de bedrijfsvoering van de bed & breakfast uitsluitend door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; 5. de bed & breakfast over maximaal twee van de drie essentiële woonvoorzieningen beschikt (douche/bad, wc en keuken(blok).

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

75

5.3.2 Voorwaardelijke verplichting groensingel Het gebruik als bedoeld in lid 5.1 is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat de groensingel, zoals op de verbeelding weergegeven met de functieaanduiding 'groen' in stand gehouden wordt. 5.3.3 Voorwaardelijke verplichting sloop schuur Het gebruik van het bijgebouw dat op de verbeelding is aangeduid met 'specifieke bouwaanduiding - 2' is uitsluitend toegestaan als binnen 1 jaar na de bouw het bijgebouw dat met een B is aangegeven op de in bijlage 2 van de regels opgenomen Sloopkaart zijn gesloopt.

76

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Artikel 6

Waarde - Archeologie

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden of de daar te verwachten archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: c. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 6.1 genoemde bestemming geen bouwwerken worden gebouwd; d. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – uitsluitend met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels en het gestelde onder 6.3 – worden gebouwd; e. het bepaalde in dit lid, onder b, is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3 Specifieke gebruiksregels Het is verboden om van gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' de bodem beneden maaiveld te verstoren. a. Het verbod onder a. is niet van toepassing indien het: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde – aw1' een verstoring betreft van minder dan 30 cm beneden maaiveld en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m²; 2.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - amk' een verstoring betreft van minder dan 30 cm beneden maaiveld; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - aw2' geen coupure of doorsnijding van de dijk plaats vindt; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw1' een verstoring betreft van minder dan 30 cm beneden maaiveld en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m²; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw2' een verstoring betreft van minder dan 30 cm beneden maaiveld en het te verstoren gebied kleiner is dan 1.000 m²; 6. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw3' een verstoring betreft van minder dan 2 m beneden maaiveld en het te verstoren gebied kleiner is dan 1.000 m²; 7. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw4' een verstoring betreft van minder dan 2 m beneden maaiveld en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m²; 8. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw5' een verstoring betreft van minder dan 4 m beneden maaiveld en het te verstoren gebied kleiner is dan 1.000 m²; 9. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw6' een verstoring betreft van minder dan 3 m beneden maaiveld en het te verstoren gebied kleiner is dan 5.000 m²; b. Het verbod onder a.

is evenmin van toepassing voor werken en werkzaamheden die: 1. in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; 2. in het kader van het normale agrarische gebruik worden uitgevoerd, waaronder mede wordt verstaan het aanbrengen van onderwaterdrainage; 3. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 4. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het moment van inwerkingtreding van dit plan;

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

77

c.

d.

78

Het verbod onder a. is evenmin van toepassing indien een rapport is overgelegd waarin de archeologische (verwachtings)waarde van de te verstoren bodem naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of 2. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of 3. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het overleggen van een rapport is niet nodig als uit vooroverleg is gebleken dat op basis van bureauonderzoek van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het terrein niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Artikel 7

Waterstaat - Waterkering

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering en doeleinden ten behoeve van de waterhuishouding, met de daarbij behorende bouwwerken. 7.2 Bouwregels Uitgezonderd bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Verkeer', mogen op deze gronden, gehoord de waterbeheerder, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van het in lid 7.1 genoemde doel onder de volgende voorwaarden: a. de bebouwing mag niet strijdig zijn met de belangen van de waterkering; b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen. 7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken die op grond van het elders in deze regels bepaalde zijn toegestaan, mits dit niet strijdig is met de belangen van de waterkering, in welk kader van te voren advies wordt ingewonnen bij de waterbeheerder.

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

79

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Bestaande bebouwing Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van het in werking treden van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken, als opgenomen in dit plan, niet van toepassing. 9.2 Kelders Onderkeldering is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en in maximaal één laag. 9.3 Bouwen nabij watergangen Bebouwing dient ten minste 2 m, gemeten vanuit de boveninsteek van het talud, uit de randen van de watergang te worden gesitueerd.

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Strijdig gebruik Onder een strijdig gebruik met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; c. het in enigerlei vorm buiten de bedrijfsgebouwen opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen van welke soort dan ook, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van windturbines/windwokkels en zendmasten, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan. 10.2 Evenementen Onder een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaactiviteiten, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning, ontheffing of afwijking is verleend.

80

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

11.1 Milieuzone - waterwingebied Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - waterwingebied' gelden, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, de volgende regels: a. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - waterwingebied' zijn bestemd voor: 1. het exploiteren van grondwater; 2. het beschermen van grondwater; 3. het bestaande agrarisch medegebruik; 4. natuur; b. Op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - waterwingebied' mogen geen andere bouwwerken dan ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten van het waterleidingbedrijf worden gebouwd. 11.2 Milieuzone - boringsvrijezone De gronden met de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' zijn aangewezen als boringsvrije zone. a. De boringsvrije zone overkoepelt het grondwaterbeschermingsgebied en het waterwingebied. De grond is bestemd voor de bescherming van de afdekkende laag van het waterdoorvoerende pakket. b. De grond mag niet dieper dan 2,5 m onder maaiveld worden geroerd. Alle handelingen in de bodem die de deklaag kunnen beschadigen zijn niet toegestaan. Dit geldt niet voor handelingen ten behoeve van grondwaterbeheer of handelingen waarvoor Gedeputeerde Staten toestemming heeft verleend. Heien van palen is toegestaan, mits geen palen met verbrede voet worden gebruikt.

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

12.1 Maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is – bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 12.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan: a.

ten behoeve van het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken, riool-overstortkelders, rioolgemalen, informatie- en reclameborden, niet voor bewoning bestemde gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde van openbaar nut, indien deze redelijkerwijs niet kunnen worden ondergebracht in nabij gelegen bebouwing, een en ander voor zover deze -indien het gebouwen betreft- geen grotere inhoud hebben dan 60 m³ en geen grotere goothoogte dan 3 m, en – indien het bouwwerken geen gebouwen zijnde betreft – geen grotere oppervlakte hebben dan 10 m2 en geen grotere bouwhoogte dan 4 m; van de bouwhoogtebepaling zijn uitgezonderd beeldende kunstwerken en ontluchtingspijpen; van de inhoudsbepaling zijn uitgezonderd riooloverstortkelders en rioolgemalen en van de oppervlaktebepaling zijn uitgezonderd beeldende kunstwerken;

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

81

b. c.

d.

e. f.

voor het bouwen van zendmasten en antenne-installaties ten behoeve van openbaar nut, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 40 m; indien en voor zover het in geringe mate afwijken ten aanzien van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak noodzakelijk is ter aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein; indien en voor zover het afwijken ten aanzien van bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak noodzakelijk is, indien dit uit het oogpunt van doelmatig gebruik van de grond en bebouwing gewenst is, mits die afwijking ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 10 m bedraagt; voor het plaatsen van jeugd-ontmoetingsplaatsen, mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m2 en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; ten behoeve van woningsplitsing in hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek', mits: 1. de woning(en) voldoen aan het bepaalde in de bestemming 'Wonen' van deze regels; 2. indien gesplitst wordt in twee of meer wooneenheden de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per wooneenheid maximaal 50 m2 bedraagt; 3. de inhoud per wooneenheid minimaal 300 m3 bedraagt; 4. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder; 5.

de belangen van de in de directe omgeving gelegen (agrarische) bedrijven niet worden geschaad; 6. ter plaatse van de wooneenheden sprake is van een goed woon- en leefklimaat; 7. in de motivering een verantwoording is opgenomen ten aanzien van beleid en wetgeving in verband met externe veiligheid en hoogspanningslijnen.

12.3 Voorwaarden voor afwijken De omgevingsvergunning voor het afwijken bedoeld in dit artikel kan slechts worden verleend voor zover: a. het in het plan beoogde stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de van toepassing zijnde milieuwetgeving in acht wordt genomen; c. zich geen dringende redenen daartegen verzetten; d. de wijziging geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid. 12.4 Aangrenzende percelen De omgevingsvergunning voor het afwijken bedoeld in dit artikel kan niet worden verleend indien enig aangrenzend terrein of gebouw in een toestand wordt gebracht, die strijdig is met de regels van het plan en/of de verwezenlijking van de bestemming volgens het plan of de handhaving van de verwerkelijkte bestemming overeenkomstig het plan onmogelijk maakt en dit niet door het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen. 12.5 Bouwwerken onder het overgangsrecht Het bepaalde in lid 12.2 is niet van toepassing op bouwwerken als bedoeld in artikel 35, lid 35.1 van deze regels.

Artikel 13

Algemene wijzigingsregels

13.1 Wijze van afwegen en toe te passen afwegingscriteria: Algemene criteria Voor de wijzigingen zoals opgenomen in lid 13.2 geldt in zijn algemeenheid dat in de afweging in ieder geval de agrarische, landschappelijke, verkeerstechnische en milieuhygiënische belangen worden betrokken. Met het oog daarop worden in elk geval de volgende criteria in acht genomen: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige toename van de hinder op nabijgelegen hindergevoelige functies;

82

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

c. d.

de verkeersveiligheid; de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige toename van de verkeersintensiteiten op de bestaande wegenstructuur; e. er dient op eigen terrein voldoende parkeerruimte te worden gerealiseerd, in relatie tot de te verwachten parkeerbehoefte; f. de functiewijziging mag niet leiden tot een aantasting van het landschappelijk karakter van het gebied; g. een functiewijziging met de daarbij behorende bebouwing en inrichting dient inpasbaar te zijn in de landschapsstructuur; waar mogelijk zal door het stellen van voorwaarden een versterking van de landschapsstructuur worden nagestreefd; als voorwaarde zal in ieder geval geëist worden dat geen buitenopslag plaatsvindt; h. een functiewijziging met de daarbij behorende bebouwing en inrichting mag niet leiden tot nadelige gevolgen voor de natuurwaarden; i. een functiewijziging mag niet eerder plaatsvinden dan nadat uit een bodemonderzoek is gebleken dat daartegen geen bezwaar bestaat; j. bij een functiewijziging dienen de wettelijke bepalingen inzake externe veiligheid in acht te worden genomen; k. bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden worden de bij of krachtens de Wet geluidhinder gestelde bepalingen in acht genomen; l.

bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden dienen de wettelijke bepalingen inzake natuurregelgeving, waaronder in elk geval begrepen het bepaalde in de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet, in acht te worden genomen; m. bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden dient een watertoets te worden verricht; n. de functiewijziging mag geen belemmering vormen uit oogpunt van externe veiligheid. 13.2 Wijzigen bouwvlakken Het college van burgemeester en wethouders kan het plan wijzigen in die zin dat bouwvlakken worden aangepast ten behoeve van de situering van woningen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het huidige bouwvlak mede is gelegen binnen de bestemming Waterstaat - Waterkering; b. aanpassing van het bouwvlak uit het oogpunt van waterstaatkundige belangen noodzakelijk is; c. het bestaande oppervlak van het bouwvlak gelijk blijft.

Artikel 14

Algemene procedureregels

14.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Bij een verwijzing naar andere wettelijke regelingen is bedoeld de desbetreffende wet zoals die luidt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

Artikel 15

Overige regels

15.1 Parkeren 15.1.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het bepaalde in de CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger(s).

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

83

15.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.1.1, indien: a. aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden verlangd; b. op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen; c. uit parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet toeneemt. 15.1.3 Advies Een afwijking als genoemd in 15.1.2 wordt pas verleend, nadat een advies is verkregen van een verkeerskundige. 15.2 Beleidsregels parkeren Het bevoegd gezag past artikel 15.1 toe met inachtneming van de CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger(s) of door haar nadien vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning.

84

Schuwacht 342-346, Krimpen aan de Lek

Hoofdstuk 4 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

16.1

Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 16.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. Het eerste lid onder artikel 16.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

16.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=d78de423-83d7-493f-946c-9607f414d23f