CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL Regels bestplan NVK Opperduit 78 nav ABRS 12-05-2021.pdf

Oordeelsvorming R&F (RZ) 29 juni 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Opnieuw vaststelling bestemmingsplan Natuurgebieden inzake het perceel Opperduit 78, Lekkerkerk (5 min)28.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Regels

Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard

Gemeente Krimpenerwaard

Inhoudsopgave

Regels

4

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 13

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

15

Artikel 3 Agrarisch met waarden Artikel 4 Groen Artikel 5 Maatschappelijk Artikel 6 Natuur Artikel 7 Natuur - Bestaand Artikel 8 Natuur - Extensief agrarisch medegebruik Artikel 9 Recreatie Artikel 10 Tuin - Landschapswaarden Artikel 11 Verkeer Artikel 12 Water Artikel 13 Wonen Artikel 14 Leiding - Brandstof Artikel 15 Leiding - Gas Artikel 16 Leiding - Hoogspanningsverbinding Artikel 17 Leiding - Riool Artikel 18 Leiding - Water Artikel 19 Waarde - Archeologie 1 Artikel 20 Waarde - Archeologie 2 Artikel 21 Waarde - Archeologie 3 Artikel 22 Waarde - Archeologie 4 Artikel 23 Waarde - Archeologie 5 Artikel 24 Waarde - Archeologie 6 Artikel 25 Waarde - Archeologie 7 Artikel 26 Waarde - Cultuurhistorie 2 Artikel 27 Waterstaat - Waterkering Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

15 27 28 29 33 36 40 41 43 44 45 52 54 56 58 60 62 66 70 74 78 82 86 90 93 94

Artikel 28 Anti-dubbeltelregel Artikel 29 Algemene bouwregels Artikel 30 Algemene gebruiksregels Artikel 31 Algemene aanduidingsregels Artikel 32 Algemene afwijkingsregels Artikel 33 Overige regels

94 95 97 98 100 101

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

102

Artikel 34 Overgangsrecht Artikel 35 Slotregel

102 104

Bijlagen bij regels

105

2 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Bijlage 1

Natuurbeheertypen

106

Bijlage 2

Landschapsbeheertypen

107

Bijlage 3

Slootbeheertypen

108

Bijlage 4

Inrichtingsplan Krimpenerwaard

109

Bijlage 5

Staat van bedrijfsactiviteiten

110

Bijlage 6

Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis

111

3 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Regels Hoofdstuk 1

Artikel 1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

1.1

plan: het bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 van de gemeente Krimpenerwaard.

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aan- of uitbouw: een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van een woning.

1.4

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

achtererf: erf aan de achter- en zijkant op meer dan 1 meter van de voorgevel van het hoofdgebouw.

1.7

agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij.

1.8

agrarisch gebruik: het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

1.9

aquatische landbouw: het telen van gewassen bij hoge grondwaterstanden of op oppervlaktewater, zoals cranberry, lisdodde, wilg, riet, wilde rijst, kroosvaren, veenmos en dergelijke.

1.10

archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarden in verband met (de kennis en

4 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

de studie van) de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.11

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.12

bebouwingspercentage: de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van het bouwvlak.

1.13

bed & breakfast: het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.

1.14

bedrijfsmatige activiteiten aan huis: het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

1.15

bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein bestemd voor een huishouding waarvan huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is.

1.16

bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

1.17

beperkt kwetsbaar object: beperkt kwetsbaar object zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.18

beroepsmatige activiteiten aan huis: het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen terrein dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

1.19

bestaand: a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een

5 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b. bij gebruik: het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.20

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.21

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.

1.22

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.23

bijgebouw: een bij een woning behorend gebouw dat functioneel ondergeschikt is, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd.

1.24

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.25

bouwgrens: de grens van een bouwvlak.

1.26

bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen.

1.27

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.28

bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel.

1.29

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

6 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

1.30

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.31

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Krimpenerwaard of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen commissie van deskundigen op het gebied van cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit.

1.32

compost: product zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder f, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.

1.33

cultuurhistorische waarden: waarden in geschiedkundig opzicht; onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het occupatiepatroon en de bebouwing.

1.34

dagrecreatie: recreatief verblijf ter ontspanning en vermaak, waarbij overnachting niet is toegestaan.

1.35

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.36

dierlijke meststoffen: uitwerpselen zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder c, van de Meststoffenwet.

1.37

drijfmest: meststoffen zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder w, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.

1.38

eendenkooi: een waterplas zoals bedoeld in artikel 3.21, lid 1, sub d van de Wet natuurbescherming.

1.39

extensief agrarisch medegebruik: een agrarisch gebruik van gronden door grondgebonden graasdierbedrijven of hobbyboeren die graasdieren houden, dat ten dienste staat van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap in de vorm van een natuurgebied, met uitsluitend de natuurbeheertypen en landschapsbeheertypen zoals genoemd in artikel 8.1.

7 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

1.40

extensief recreatief medegebruik: extensieve vorm van dagrecreatie, zoals wandelen, fietsen en paardrijden, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, zoals picknicktafels, banken en informatieborden, waarbij de recreatievorm geen specifiek beslag legt op de ruimte en geen onevenredige afbreuk doet aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap.

1.41

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.42

gebruiksgerichte paardenhouderij: paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het trainen van paarden en de in- en verkoop van paarden, niet zijnde een manege.

1.43

gewasbeschermingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

1.44

graasdierbedrijf: een agrarisch bedrijf dat afhankelijk is van grasland vanwege het houden van graasdieren of grasverkoop.

1.45

graasdieren: runderen, uitgezonderd andere vleeskalveren dan rosékalveren, schapen, geiten, paarden, ezels, Midden-Europese edelherten, damherten en waterbuffels.

1.46

grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.

1.47

hobbyboer: persoon die niet bedrijfsmatig op kleine schaal graasdieren houdt.

1.48

hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.

1.49

Inrichtingsplan Krimpenerwaard: het 'Inrichtingsplan Krimpenerwaard' d.d. 5 maart 2019 zoals opgenomen in Bijlage 4 bij de regels.

8 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

1.50

intensieve veehouderij: bedrijfsactiviteiten gericht op het houden van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen zonder of nagenoeg zonder weidegang, onafhankelijk van agrarische grond als productiemiddel.

1.51

kalkmeststoffen: meststoffen zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder m, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.

1.52

kampeermiddelen: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan (met uitzondering van een stacaravan) dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, die blijkens hun inrichting bestemd zijn voor het houden van recreatief (nacht)verblijf.

1.53

kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

1.54

karakteristieke landschapselementen: elementen die, tezamen met het verkavelingspatroon, de structuur en het aanzien van het landschap bepalen en het landschap kenmerken, zoals eendenkooien, pest- en geriefbosjes, poelen, kleine historische wateren, knotbomen, singels en houtwallen, natuurvriendelijke oevers, blokboezems, moerasjes, kaden, veenputten en dergelijke.

1.55

kattenpension: een opvangplaats voor katten.

1.56

kwetsbaar object: kwetsbaar object zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.57

landschappelijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur.

1.58

landschapsbeheertype: een bepaald type landschapselement, zoals beschreven in Bijlage 2 bij de regels.

1.59

lawaaisporten: de autosport, de motorsport, de (model-)vliegsport, karting en soortgelijke geluidproducerende sporten.

9 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

1.60

manege: een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het geven van gelegenheid tot het beoefenen van de paardensport en het verblijf en de verzorging van paarden al dan niet gecombineerd met fokken, africhten en verkopen van paarden.

1.61

meststoffen: stoffen zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder d, van de Meststoffenwet.

1.62

natuurbeheertype: een bepaald type natuur, zoals beschreven in Bijlage 1 bij de regels.

1.63

natuurwaarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, geomorfologische, bodemkundige, waterhuishoudkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

1.64

nevenactiviteit: activiteit die uitsluitend uitgeoefend kan worden naast een feitelijk aanwezige hoofdfunctie en wat betreft vloeroppervlak en inkomensvorming ondergeschikt is aan die hoofdfunctie.

1.65

niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van de onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Niet-grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en gebouwgebonden teeltbedrijven en kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, nertsenkwekerijen, viskwekerijen en wormenkwekerijen. Niet-grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt.

1.66

nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.67

onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel of soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken.

1.68

ondersteunende teelt: het gebruik van de gronden ten behoeve van de productie van ruwvoedergewassen.

10 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

1.69

paardenbak: niet-overdekte rijbaan voorzien van waterdoorlatend bodemmateriaal ten behoeve van (hobbymatig) paardrijden.

1.70

paardenpension: een bedrijf uitsluitend of in hoofdzaak gericht op het houden van paarden van derden, waaronder mede begrepen wordt de verhuur van stalling met accommodatie en het verzorgen van paarden, een en ander met de daarbij behorende voorzieningen zoals paardenbakken en weilanden.

1.71

peil: a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

1.72

pleksgewijze toepassing: toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zoals bedoeld in de Definitielijst Termen Wettelijke gebruiksvoorschriften van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

1.73

productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.74

productiegerichte paardenhouderij: paardenhouderij die is gericht op het fokken van paarden en/of het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, zoals een paardenmelkerij of een daarmee gelijk te stellen bedrijfsvorm, eventueel in combinatie met (en daaraan ondergeschikte) trainingsfaciliteiten ten behoeve van de eigen gefokte paarden, een en ander niet zijnde een manege.

1.75

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen.

1.76

ruwvoedergewassen: gewassen, zoals olifantengras, mais, voederbieten, luzerne, die in de volle grond worden geteeld en waarvan de opbrengst is bestemd als voer voor landbouwhuisdieren, niet zijnde weidegras.

1.77

reëel agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat, gelet op het aantal dieren, hoeveelheid grond en/of inrichting past bij ten minste een halve arbeidskracht.

1.78

seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin

11 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar; een escortbedrijf wordt niet onder een seksinrichting verstaan. 1.79

slootbeheertype: een bepaald type waternatuur, zoals beschreven in Bijlage 3 bij de regels.

1.80

storingssoorten: soorten planten die als ongewenst worden aangemerkt, doch uitsluitend de soorten Akkerdistel (Cirsium arvense), Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) en Ridderzuring (Rumex obtusifolius).

1.81

theetuin/theeschenkerij: activiteiten gericht op recreatie waar tussen zonsopgang en zonsondergang alcoholvrije dranken en eenvoudige etenswaren zoals gebak, broodjes, hapjes en snacks aan de bezoekers en passerende recreanten worden verstrekt.

1.82

voorgevel: de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

1.83

voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van een gebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen.

1.84

waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, gemalen en inlaten.

1.85

woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

1.86

woonboot: een zich op het water bevindend object, dat (nagenoeg) voortdurend dient als woning.

1.87

wooneenheid: eenheid in de vorm van een woning.

12 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2

de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3

de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.4

de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.5

de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens: wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens.

2.6

de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7

de bouwhoogte van een poldermolen: vanaf het peil tot aan de uiterste punt van de wiek in de hoogste stand.

2.8

de bebouwde oppervlakte: van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en boven peil, met dien verstande, dat de oppervlakten van alle op het terrein gelegen gebouwen worden opgeteld.

2.9

de bedrijfsvloeroppervlakte: wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten worden opgeteld.

13 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

2.10

de verkoopvloeroppervlakte: wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte van ruimten welke rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn worden opgeteld; kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen.

2.11

ondergeschikte bouwonderdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

14 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

BESTEMMINGSREGELS

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. reële grondgebonden graasdierbedrijven, niet zijnde een geitenhouderij; b. agrarisch aanverwant gebruik, zoals het beweiden van dieren, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering; c. één bedrijfswoning per bouwvlak, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning', twee bedrijfswoningen per bouwvlak zijn toegestaan; d. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap, waaronder begrepen openheid en het verkavelingspatroon; e. karakteristieke landschapselementen; f. ondergeschikte nevenactiviteiten, zoals aangegeven in lid 3.4.3; g. watergangen en andere waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen, oevers, dammen en bruggen; h. extensief recreatief medegebruik; alsmede voor: i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch paardenpension', een paardenpension; j. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie paardenbak' en 'specifieke vorm van recreatie - paardenbak nieuw', een paardenbak; k. ter plaatse van de aanduiding 'bos', bos; l. bij deze bestemming behorende: 1. tuinen, erven en parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak; 2.

voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, perceelsontsluitingen, (ontsluitings)wegen en paden.

3.2

Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende bouwregels:

3.2.1 Algemeen a. gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a, zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaande schuur of stal' buiten het bouwvlak de bestaande schuren of stallen toegestaan waarbij de bestaande omvang als maximum geldt; c. aanpassingen in en aan bestaande gebouwen binnen het bouwvlak zijn toegestaan ten behoeve van het geschikt maken van de bebouwing voor een nevenactiviteit;

15 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

d. agrarische bedrijfsgebouwen, waaronder mede begrepen bedrijfswoningen, mogen uitsluitend worden gebouwd indien de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering deze noodzakelijk maakt en de omvang ervan is afgestemd op de gewenste/noodzakelijke bedrijfsomvang; e. omtrent het bepaalde onder d kan het bevoegd gezag advies vragen bij een agrarisch deskundige zoals de Stichting Agrarische Beoordelingscommissie; f. het onder e bedoelde advies blijft in elk geval achterwege indien een bouwplan uitsluitend betrekking heeft op: 1. een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 2. vernieuwing, verandering of uitbreiding van de bestaande bedrijfswoning; 3. vernieuwing, verandering of uitbreiding van bedrijfsgebouwen danwel nieuwbouw van bedrijfsgebouwen, waarbij de uitbreiding van de oppervlakte minder dan 50 m² bedraagt; 4. herbouw van bebouwing na een calamiteit. g. de bouwregels voor agrarische bedrijfsgebouwen in lid 3.2 zijn eveneens van toepassing voor bedrijfsgebouwen ten behoeve van een paardenpension ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenpension'. 3.2.2 Agrarische bedrijfsgebouwen a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning worden gebouwd; b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 meter; c. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 12 meter; d.

bedrijfsgebouwen in de vorm van kassen zijn niet toegestaan. 3.2.3 Bedrijfswoningen a. de inhoud van een bedrijfswoning, exclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen, mag niet meer dan 700 m² bedragen, met dien verstande dat indien de inhoud van de bestaande woning meer bedraagt, de bestaande inhoud als maximum geldt; b. in geval van herbouw van een bedrijfswoning mag de voorgevel van de nieuwe bedrijfswoning niet dichter naar de weg worden gebouwd dan de voorgevel van de te slopen bedrijfswoning; c. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 4 meter; d. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 meter. 3.2.4 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen a. bij iedere bedrijfswoning zijn aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toegestaan, waarbij: 1. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 100 m2 mag bedragen; 2. bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en overkappingen minimaal 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van

16 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

de bedrijfswoning zijn gelegen; 3. de goothoogte van aanbouwen en uitbouwen niet meer bedraagt dan 0,25 meter boven de eerste verdiepingsvloer van de bedrijfswoning, met een maximum van 4 meter; 4. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 3 meter; 5. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 meter;. 6. de afstand tot het hoofdgebouw maximaal 20 meter bedraagt; 7. dakkapellen en dakopbouwen niet zijn toegestaan; b. voor zover de bestaande oppervlakte van de onder a bedoelde bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en overkappingen meer bedraagt dan 100 m2, geldt de bestaande oppervlakte als maximum en geldt bij (gedeeltelijke) sloop en herbouw dat een oppervlakte van maximaal 100 m2 plus 50% van de bestaande oppervlakte boven de 100 m2 is toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a sub 2, mogen aanbouwen voor de voorgevel van de bedrijfswoning, waaronder begrepen erkers en ingangspartijen, worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de breedte niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel van de bedrijfswoning; 2. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 meter, gerekend vanaf de voorgevel van de bedrijfswoning; 3. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5 m²; 4. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bedrijfswoning tot een maximum van 3 meter. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a.

paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - paardenpension', 'specifieke vorm van recreatie - paardenbak' en 'specifieke vorm van recreatie - paardenbak nieuw'; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak gelden de volgende bouwregels: 1. de doorsnede van mestsilo's en watertanks mag niet meer bedragen dan 25 meter; 2. de bouwhoogte van mestsilo's en watertanks mag niet meer bedragen dan 5 meter; 3. de bouwhoogte van voedersilo's mag niet meer bedragen dan 15 meter; 4. de bouwhoogte van sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; 5. de bouwhoogte van een hek rondom een paardenbak mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; 6. mestsilo's, watertanks, voedersilo's, sleufsilo's, kuilvoerplaten, mestplaten en paardenbakken mogen uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de bedrijfswoning worden gebouwd; 7. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 1 meter;

17 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

8. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 2 meter; 9. erf- en terreinafscheidingen dienen open en transparant te worden uitgevoerd; 10. zwembaden en tennisbanen zijn uitsluitend bij bedrijfswoningen toegestaan, met dien verstande dat:  zwembaden en tennisbanen uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de bedrijfswoning mogen worden gebouwd;  bij zwembaden en tennisbanen geen verlichting is toegestaan;  de bouwhoogte van zwembaden niet meer mag bedragen dan 0,35 meter;  de oppervlakte van zwembaden niet meer mag bedragen dan 100 m2; 11. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter; 12. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 1,5 meter; 2. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m², met dien verstande dat deze oppervlakte niet geldt voor bruggen; 3. erf- en terreinafscheidingen dienen open en transparant te worden uitgevoerd; 4.

in afwijking van het bepaalde onder 1 en 2, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - paardenbak', een paardenbak toegestaan, waarbij de bestaande omvang als maximum geldt; 5. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 2, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - paardenbak nieuw', een paardenbak toegestaan, waarbij de bouwhoogte van een hek rondom de paardenbak niet meer mag bedragen dan 1,50 meter. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.5 onder a. ten behoeve van het realiseren van een paardenbak voor een hobbymatige paardenhouderij bij een bedrijfswoning onder de voorwaarden dat: a. maximaal 1 paardenbak per bedrijfswoning is toegestaan; b. de paardenbak als volgt wordt gesitueerd: 1. achter bestaande bebouwing; 2. tenminste 20 meter uit de rand van de weg; 3. tenminste 1,5 meter uit de slootranden; 4. maximaal 50 meter achter de bestaande bebouwing;

18 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

5. minimaal 30 meter van woningen van derden; c. de omvang van de paardenbak niet meer bedraagt dan 20 m bij 40 meter; d. de bouwhoogte van een hek rondom een paardenbak niet meer bedraagt dan 1,50 meter; e. de paardenbak wordt voorzien van waterdoorlatend bodemmateriaal; f. er geen verlichting wordt gerealiseerd bij de paardenbak; g. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden en woonkwaliteit van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; h. er bij een paardenbak die buiten het bouwvlak wordt gesitueerd geen opslag van goederen en aanverwante artikelen plaatsvindt. 3.4

Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels:

3.4.1 Aantal agrarische bedrijven Per bouwvlak mag ten hoogste één agrarisch bedrijf worden gevestigd. 3.4.2 Eén bouwlaag Binnen gebouwen mag ten hoogste één bouwlaag gebruikt worden voor het houden van dieren. 3.4.3 Nevenactiviteiten Bij een agrarisch bedrijf zijn de volgende ondergeschikte nevenactiviteiten toegestaan: a. verkoop van zelfgemaakte, bewerkte, gekweekte of geteelde producten en detailhandel in agrarische streekproducten, waarvan ten minste 95% uit het Groene Hart komt, tot een verkoopvloeroppervlakte van ten hoogste 50 m²; b. opslag en stalling van niet-milieugevaarlijke, niet-agrarische goederen die geen risico's voor de omgeving opleveren, alsmede opslag voor internetverkoop. Onder internetverkoop wordt verstaan verkoop van artikelen via internet, waarbij op het perceel alleen opslag/magazijnruimte voor deze artikelen aanwezig is en waarbij de artikelen (evt. per post) bij de klant worden thuis bezorgd. c. logies en bed & breakfast in het hoofdgebouw en/of bestaand bijgebouw; d. agrarische dagrecreatie, zoals poldersport, agrarische kinderfeestjes, excursies, kinderboerderij e.d., tevens mogelijk buiten het bouwvlak; e. theeschenkerij tot een oppervlakte van 50 m²; f. hoveniersbedrijf (advies, ontwerp/beplantingsplannen, aanleg en onderhoud van tuinen); g.

natuur- en landschapsbeheer (tegen vergoeding onderhouden van natuur en/of landschap), tevens mogelijk buiten het bouwvlak; h. veehandelsbedrijf;

19 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

hoefsmederij, tot een oppervlakte van ten hoogste 100 m2; ambachtelijke bewerking en opslag van agrarische producten, zoals slachterij, vlees-, zuivel- en plantaardige productverwerking, imkerij, palingrokerij, wijnmakerij, bierbrouwerij, en riet- en vlechtwerk, tot een oppervlakte van ten hoogste 100 m² en voor zover deze werkzaamheden vallen onder de milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten in Bijlage 5; k. kano-, roeiboot-, fluisterboot- of fietsenverhuur; l. kleinschalige camping met een standplaats voor ten hoogste 15 kampeermiddelen in de periode van 15 maart t/m 31 oktober toegestaan, met de daarbij behorende voorzieningen, mits: 1. de standplaats zich binnen een bouwvlak of direct aansluitend buiten het bouwvlak tot een afstand van 50 meter bevindt; 2. de noodzakelijke sanitaire ruimten voor een kleinschalige camping zich uitsluitend in bestaande bebouwing binnen het bouwvlak bevinden; 3. daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap; 4. de omliggende (agrarische) bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd worden; 5. door middel van een nachtregister wordt aangetoond dat er alleen sprake is van recreatief nachtverblijf; 6. buiten de genoemde periode geen kampeermiddelen aanwezig zijn. i. j.

onder de voorwaarden dat: 1. de nevenactiviteiten vinden plaats binnen het bouwvlak, tenzij anders is aangegeven; 2. de nevenactiviteiten mogen gezamenlijk niet meer dan 50% van de totale omvang van het bedrijf uitmaken, zowel wat betreft de omvang van bedrijfsgebouwen (in m3) als wat betreft de oppervlakte van het bouwvlak (in m2); 3. de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteiten per agrarisch bedrijf bedraagt niet meer dan 500 m2, met uitzondering van een kleinschalige camping; 4. de oppervlakte van de bedrijfsbebouwing van het betreffende agrarische bedrijf mag, zolang een nevenactiviteit wordt uitgeoefend, niet worden vergroot; 5. er vindt geen opslag in de openlucht plaats van goederen, behorende bij het niet-agrarische gebruik; 6. daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap; 7. omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd worden. 3.4.4 Ondersteunende teelt Onder de uitoefening van een grondgebonden graasdierbedrijf wordt tevens verstaan het gebruik van de agrarische gronden ten behoeve van ondersteunende teelt van ruwvoedergewassen tot ten hoogste

20 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

20% van het oppervlak van de bij het graasdierbedrijf behorende agrarische gronden. 3.4.5 Aquatische landbouw Het gebruik van gronden voor aquatische landbouw is niet toegestaan. 3.4.6 Buitenopslag Buitenopslag is buiten het bouwvlak niet toegestaan, met uitzondering van bestaande buitenopslag. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1 Tijdelijke baggerdepots Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en lid 3.4.6 ten behoeve van het gebruik van gronden voor het tijdelijk opslaan van bagger in de vorm van baggerdepots (weilanddepots) ter uitvoering van normale onderhoudswerkzaamheden aan watergangen. 3.5.2 Aquatische landbouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.5 om aquatische landbouw toe te staan, mits: a. de aquatische landbouw ten dienste staat van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap; b. er geen meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt; c. er vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies is ingewonnen bij deskundigen op het gebied van landschap, cultuurhistorie, natuur en aquatische landbouw. 3.5.3 Nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en 3.4.3 en de volgende nevenactiviteiten toestaan: a. agrarisch loonbedrijf b. foeragehandel; c. sierviskwekerij; d. dierenartspraktijk; e. recreatief nachtverblijf in de vorm van recreatieappartementen in bestaande gebouwen binnen het bouwvlak; f. kampeerboerderij; g. overige dagrecreatie, zoals bezoektuinen, tentoonstellingsruimte, museum, sauna; h.

poldersport en boerengolf; toegestaan op omliggende weilanden buiten het bouwvlak; i. educatie en voorlichting; j. zorgboerderij; k. (para)medische dienstverlening, zoals privékliniek, een kuuroord of een groepspraktijk;

21 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

l.

commerciële dienstverlening zoals een computerservicebedrijf, een geluidsstudio of verhuur vergader- of workshopruimte; m. overige ambachtelijke bedrijven, voor zover deze vallen onder de milieucategorieën 1 en 2 en verkeerscategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten in Bijlage 5; n. kinderopvang; o. detailhandel in zelfgemaakte, bewerkte, gekweekte of geteelde producten en detailhandel in agrarische streekproducten, alsmede detailhandel in antiek en curiosa; p. een gebruiksgerichte paardenhouderij of een paardenpension, mits de volgende voorwaarden in acht worden genomen: 1. de paardenbak wordt gesitueerd:  achter de hoofdgebouwen,  tenminste 20 meter uit de rand van de weg  tenminste 1,5 meter uit de slootranden;  maximaal 50 meter achter de bestaande bebouwing;  minimaal 25 meter van een woning van derden; 2. de omvang van een paardenbak mag ten hoogste 20 x 40 meter bedragen; 3. de bouwhoogte van een hek rondom een paardenbak mag ten hoogste 1,5 meter bedragen; 4. het plaatsen van verlichting bij een paardenbak is niet toegestaan; 5. de paardenbak dient te zijn voorzien van natuurlijk waterdoorlatend bodemmateriaal; 6. indien de paardenbak vanaf de weg zichtbaar is, afschermende gebiedseigen beplanting wordt aangebracht, mits hierdoor geen doorbreking plaatsvindt van bestaande zichtlijnen op het open weidegebied; 7.

er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken. q. kleinschalige camping met een standplaats voor ten hoogste 25 kampeermiddelen in de periode van 15 maart t/m 31 oktober, met de daarbij behorende voorzieningen, mits: 1. de standplaats zich binnen een bouwvlak of direct aansluitend buiten het bouwvlak tot een afstand van 50 meter bevindt; 2. de noodzakelijke sanitaire ruimten voor een kleinschalige camping zich uitsluitend in bestaande bebouwing binnen het bouwvlak bevinden; 3. daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap; 4. de omliggende (agrarische) bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd worden; 5. door middel van een nachtregister wordt aangetoond dat er alleen sprake is van recreatief nachtverblijf en 6. buiten de genoemde periode geen kampeermiddelen aanwezig zijn. r. andere niet-agrarische activiteiten die naar aard en omvang gelijk te schakelen zijn aan de activiteiten genoemde onder a t/m p en beperkt worden tot de categorieën 1 en 2 en verkeerscategorie 1

22 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

van de Staat van bedrijfsactiviteiten in Bijlage 5 of categorie 3.1 indien de activiteit qua aard en schaal vergelijkbaar is met categorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten in Bijlage 5. met dien verstande dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden in acht dienen te worden genomen: 1. de nevenactiviteiten vinden plaats binnen het bouwvlak, tenzij anders aangegeven; 2. de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteiten per agrarisch bedrijf bedraagt niet meer dan 500 m2 van de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak voor a t/m k en 100 m2 van de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak voor m t/m q, met uitzondering van een kleinschalige camping; 3. de oppervlakte van de bedrijfsbebouwing van het betreffende agrarische bedrijf mag, zolang van de afwijking gebruik wordt gemaakt, niet worden vergroot; 4. de omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; 5. in vergelijking met het agrarische gebruik mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; 6. het parkeren behorende bij het andere gebruik dient binnen het bouwvlak op eigen terrein plaats te vinden; 7. er mag geen opslag van goederen, behorende bij het andere gebruik, in de open lucht plaatsvinden; 8.

het andere gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties; 9. het andere gebruik betreft geen detailhandel, met uitzondering van detailhandel zoals bedoeld in onder o, en andere zelfgemaakte, bewerkte, gekweekte of geteelde producten; 10. per bouwperceel zijn maximaal 2 bedrijven toegestaan. 3.5.4 Uitbreiding van agrarische bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.3 onder 4 en/of lid 3.5.3 onder 3 ten behoeve van: a. uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak indien kan worden aangetoond dat de bestaande bebouwing niet meer geschikt is voor de agrarische functie vanwege bouwtechnische, milieutechnische of andere redenen; b. uitbreiding van bebouwing binnen het bouwvlak ten behoeve van nevenactiviteiten, mits: 1. alle bebouwing binnen het bouwvlak reeds voor de agrarische functie wordt aangewend; 2. dit kan worden aangetoond met een advies van de Agrarische Beoordelingscommissie; 3. de omvang van de uitbreiding ten hoogste 100 m2 en 300 m³ bedraagt.

23 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

3.6

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

3.6.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het afgraven, verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, waterpartijen en greppels, waaronder begrepen de aanleg van dammen, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; c. het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden; d. het vellen of rooien van houtopstanden en houtgewassen; e. het scheuren van grasland; f. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, wandel- en fietspaden, parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; g. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energieof telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 3.6.2 Uitzonderingen Het in lid 3.6.1 genoemde verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. tot het normale onderhoud en beheer worden gerekend; b. op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan in uitvoering waren of waarvoor op dat tijdstip reeds een vergunning was verleend.

3.6.3 Toetsingscriteria Een vergunning als bedoeld in lid 3.6.1 kan slechts worden verleend indien door de uitvoering van het werk of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in lid 3.1 genoemde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 3.6.4 Advies waterbeheerder Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.6.1 onder b, wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder. 3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1 Vergroting en/of vormaanpassing bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' de situering van de bouwgrens wijzigen dan

24 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

wel het agrarische bouwvlak uitbreiden tot een oppervlakte van ten hoogste 1,5 ha, indien zulks voor een doelmatige bedrijfsuitoefening noodzakelijk is, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er is aangetoond, dat de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering de uitbreiding noodzakelijk maakt; b. de oppervlakte van het bouwvlak wordt afgestemd op de bedrijfsomvang; c. door de uitbreiding geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van in de nabijheid gelegen bestaande (agrarische) bedrijven en burgerwoningen, onder meer door het aanhouden van, mede uit een oogpunt van milieuhygiëne, voldoende afstand tussen bouwvlakken van twee afzonderlijke bedrijven danwel tussen het (agrarisch) bedrijf en een burgerwoning; d. door de uitbreiding geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied waarbinnen het bouwvlak wordt gesitueerd. In dit kader is de landschappelijke inpassing van de wijziging of vergroting met gebiedseigen beplanting vereist, en kunnen zo nodig nadere voorwaarden worden gesteld aan onder meer de situering van bebouwing; e. in overleg met het waterschap zorg wordt gedragen voor voldoende watercompensatie; f.

alvorens toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders met betrekking tot de noodzaak/doelmatigheid schriftelijk advies inwinnen bij een agrarisch deskundige zoals de Stichting Agrarische Beoordelingscommissie. 3.7.2 Wijziging naar wonen en gebruik vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen Burgemeester en wethouders kunnen, indien is komen vast te staan dat in een bouwvlak op gronden aangewezen als 'Agrarisch met waarden' geen agrarisch bedrijf meer kan worden gevestigd, de bestemming van de gronden wijzigen in 'Wonen', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bedrijfsfunctie ter plaatse is beëindigd en het bouwvlak behorende bij de bestemming 'Agrarisch met waarden' wordt van de verbeelding verwijderd; b. het deel van het perceel waarop gebouwen aanwezig zijn, wordt aangewezen als 'Wonen' en de overige gronden die geen erffunctie hebben, krijgen de bestemming 'Agrarisch met waarden'; c. de gronden binnen de bestemming 'Wonen' worden voorzien van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – vrijkomende agrarische bebouwing'; d. het bepaalde in artikel 3 en artikel 13 is van overeenkomstige toepassing; e. uit (nader) onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de eisen van de Wet geluidhinder; f. ter plaatse van de woning sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat; g.

de bestemmingswijziging mag niet tot gevolg hebben dat omliggende bedrijven in hun bedrijfsvoering worden aangetast.

25 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

3.7.3 Wijzigen naar wonen en bouw extra woning Burgemeester en wethouders kunnen, indien is komen vast te staan dat in een bouwvlak op gronden aangewezen als 'Agrarisch met waarden' geen agrarisch bedrijf meer kan worden gevestigd, de bestemming wijzigen in 'Wonen' en/of 'Agrarisch met waarden', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor de sloop van iedere 1.000 m² vrijkomende agrarische bebouwing kan een woning worden teruggebouwd, met een maximum van drie woningen per locatie; b. de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing als bedoeld onder a. mag zich op verschillende percelen in de gemeente Krimpenerwaard bevinden, mits op het hoofdperceel waar de compensatiewoning(en) worden gebouwd een oppervlakte van tenminste 600 m² wordt gesloopt en op de overige percelen telkens een oppervlakte van tenminste 250 m² wordt gesloopt; c. de te bouwen woning(en) en bijbehorende aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen voldoen aan het bepaalde in de bestemming 'Wonen' van deze regels; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag een grotere woning worden gebouwd tot een maximum van 1000 m², indien meer dan 1000 m² aan bedrijfsbebouwing, zoals bedoeld onder a, wordt gesloopt waarbij geldt dat 0,65 m3 extra mag worden gebouwd per 1 m² gesloopte bebouwing; e. de eventueel aanwezige bedrijfswoning wordt gewijzigd in een burgerwoning; f.

aan de hand van een inrichtingsplan dient de toegevoegde waarde voor de ruimtelijke kwaliteit te worden aangetoond, met name ten aanzien van de beeldkwaliteit, landschappelijke inpassing en situering in de weg- en lintstructuur; g. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied waar de woningen worden gebouwd; h. uit (nader) onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de eisen van de Wet geluidhinder; i. ter plaatse van de te bouwen woningen is sprake van een goed woon- en leefklimaat; j. de te slopen gebouwen zijn legaal opgericht vóór de peildatum 1 januari 2007; k. de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving mogen niet worden belemmerd; l. de sloop van de bedrijfsbebouwing is voldoende gewaarborgd; m. er is aangetoond dat de agrarische functie ter plaatse niet meer kan worden vervuld; n. het deel van het perceel waarop de woning(en) met bijbehorende erven wordt/worden geprojecteerd, wordt aangewezen als 'Wonen' en de overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch met waarden', waarbij respectievelijk het bepaalde in artikel 13 en artikel 3 van overeenkomstige toepassing is; o. de omvang van het woonperceel moet passend zijn binnen de woonbestemming, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van nabij gelegen oorspronkelijke woonpercelen.

26 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Artikel 4

Groen

4.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. water, waterhuishoudkundige voorzieningen, oevers en bruggen; c. speelvoorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden.

4.2

Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: Toegestaan zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van maximaal 5 meter.

27 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Artikel 5 5.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een kattenpension; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, (ontsluitings)wegen en paden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. met dien verstande dat: c. een dienstwoning niet is toegestaan.

5.2

Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels:

5.2.1 Gebouwen a. gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte; c. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter; d. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 10 meter. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan 2 meter; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 5.3

Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels: Het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning is niet toegestaan.

28 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Artikel 6 6.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap, waaronder begrepen openheid en het verkavelingspatroon, in de vorm van een natuurgebied met uitsluitend de volgende: 1. natuurbeheertypen zoals beschreven in Bijlage 1:  vochtig hooiland (N10.02);  nat schraalland (N10.01);  glanshaverhooiland (N12.03);  vochtig weidevogelgrasland (N13.01);  kruiden- en faunarijk grasland (N12.02);  moeras (N05.01);  gemaaid rietland (N05.02);  ruigteveld (N12.06);  zoete plas (N04.02);  veenmosrietland en moerasheide (N06.01);  hoog- en laagveenbos (N14.02);  eendenkooi (N17.04). 2. landschapsbeheertypen zoals beschreven in Bijlage 2:  natuurvriendelijke oever (L01.15);  houtwal en houtsingel (L01.02);  poel en klein historisch water (L01.01);  elzensingel (L01.03);  knotboom (L01.08);  hakhoutbosje (L01.11);  rietzoom en klein rietperceel (L01.14). 3. slootbeheertypen zoals beschreven Bijlage 3:  kroos of draadalgen sloot;  uniform begroeide sloot;  gevarieerd begroeide sloot;  diepe, weinig begroeide sloot;  krabbenscheersloot;  verlandingsvegetatie. b. watergangen en andere waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen, oevers, dammen en bruggen; c. extensief recreatief medegebruik; alsmede voor: d.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch cranberryteelt', cranberryteelt in combinatie met de doeleinden zoals genoemd onder a; e. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', een parkeerterrein; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden.

6.2

Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels:

29 Gemeente Krimpenerwaard bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / REG / 90.09 / v10 / mei 2021

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Toegestaan zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1,5 meter; b. de bouwhoogte van poldermolens niet meer mag bedragen dan 12 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 meter; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch cranberryteelt' één gebouw voor de berging van gereedschap en machines ten behoeve van cranberryteelt is toegestaan met een oppervlakte van maximaal 50 m² en een bouwhoogte van maximaal 3 meter; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding vrijstaande schuur of stal' de bestaande schuur of stal is toegestaan waarbij de bestaande omvang als maximum geldt. 6.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 om de bouw van een gebouw ten dienste van het natuurbeheer toe te staan, waarbij het oppervlak en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 25 m² en 3 meter, met dien verstande dat per 50 ha natuurbeheer één gebouw is toegestaan.

6.4

Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels:

6.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. (extensief) agrarisch (mede)gebruik, waaronder begrepen aquatische landbouw, met uitzondering van cranberryteelt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch cranberryteelt'; b. het gebruik van meststoffen, met uitzondering van het gebruik van meststoffen op gronden met het natuurbeheertype kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) of vochtig weidevogelgrasland (N13.01) als bedoeld in lid 6.1 en waarbij geldt dat uitsluitend compost, kalkmeststoffen en dierlijke meststoffen, niet zijnde drijfmest, als meststoffen mogen worden gebruikt; c. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met uitzondering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot 1 januari 2024 waarbij geldt dat: 1. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend is toegestaan voor de bestrijding van storingssoorten; 2. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op basis van de werkzame stof glyfosaat niet is toegestaan; 3. gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend pleksgewijs mogen worden toegepast; 4. oevers tot 3 meter afstand van de waterlijn gevrijwaard dienen te blijven van gewasbeschermingsmiddelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=613990cc-cf39-4be1-96c8-501ec72aaf2c