BIJL Memo bestemmingswijziging perceel Opperduit 260521
Tekst van het document
Memo bestemmingswijziging perceel Opperduit Contact
Rogier Kuil (ecoloog programmabureau Veenweiden Krimpenerwaard) T 06 – 501 99 541 re.kuil@pzh.nl Datum Aan:
26 mei 2021
Gemeente Krimpenerwaard
Ons kenmerk
Memo RK 260521
1. Aanleiding Onlangs heeft de Raad van State uitspraak gedaan inzake de vaststelling van het bestemmingsplan veenweiden Krimpenerwaard. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is door de gemeenteraad onvoldoende gemotiveerd waarom op het perceel van mevrouw Baas-Blanken (te Opperduit, zie bijlage) niet de bestemming Natuur-Extensief agrarisch medegebruik is gelegd in plaats van de nu geldende bestemming Natuur. N.B. Niet (meer) ter discussie staat of het perceel wel of niet in de NNN moet liggen. In de uitspraak geeft de ABRvS aan dat de gemeenteraad alsnog toereikend zal moeten motiveren “waarom binnen een natuurbestemming de bestemming "Natuur - extensief agrarisch medegebruik" voor het hiervoor genoemd plandeel niet mogelijk is of: voor dit plandeel een gewijzigd besluit moeten nemen”. In dit memo worden de consequenties aangegeven voor de (ecologische) doelen uit het bestemmings- en inrichtingsplan, indien wordt gekozen om aan genoemd perceel de bestemming ‘geel gebied’ toe te kennen in plaats van ‘blauw gebied’. Dit houdt in dat ‘extensief agrarisch medegebruik’ op het perceel mogelijk wordt. 2.
Consequenties voor het beoogde natuurbeheertype en de ecologische verbindingszone Kruiden- en faunarijk grasland In het bestemmingsplan is aan het perceel van mevrouw Baas-Blanken het beheertype (doel) ‘kruiden- en faunarijk grasland’ toegekend (hierna te noemen KF-grasland). Tevens maakt het perceel nu deel uit van zogenaamd ‘blauw gebied’, wat inhoudt dat ‘agrarisch medegebruik’ niet mogelijk is. Omdat hier echter gaat om een particulier c.q. hobbyboer die gebruik maakt van speciaal daarvoor ontwikkeld maatwerk voor deze groep zelfrealisatoren (de beleidsregel mesttoepassing kleine particuliere zelfrealisatoren), is enig ‘medegebruik’ in de huidige situatie ook al mogelijk (in dit geval: het houden van paarden) . Het verschil in maximale bemesting en veebezetting tussen genoemde beleidsregel en het inrichtingsplan voor ‘geel gebied’, is ook weer niet zó groot dat het beheertype KF-grasland niet te verwezenlijken is als ‘agrarisch medegebruik’ mogelijk wordt gemaakt op specifiek het perceel van mevrouw Baas-Blanken. Wèl zou er een verschil in kwaliteit kunnen optreden doordat er een meer voedselrijk type van KFgrasland wordt gerealiseerd (indien de bemesting en veebezetting binnen de normen van geel gebied daadwerkelijk gaan toenemen).
Aangezien het hier om een perceelgrootte gaat van 1,4 ha binnen de NNN, is dat op het totale oppervlak van KF-grasland in den Hoek (58 ha) ‘overkomenlijk’ in het kader van doelrealisatie. Hierbij moet ook in acht worden genomen dat het perceel ‘op de rand’ van het blok met NNN-percelen ligt en
1
verwacht kan worden dat de hoogste natuurwaarden wat verder van de rand behaald zullen worden (vuistregel in natuurgebieden; de ‘rand’ is dan een ‘overgangszone’). Het functioneren van deelgebied Den Hoek als verbindingszone Conform de uitspraak van e ABRvS heeft de gemeenteraad het perceel van mevrouw Baas-Blanken terecht als noodzakelijk onderdeel van een migratieroute voor doelsoorten tussen het NNN Krimpenerwaard en het NNN Alblasserwaard beschouwd en daarom als noodzakelijk aangemerkt om de doelstellingen van (dit traject van) het NNN te behalen (gelet op de ligging van het perceel ten opzichte van de ‘stapsteen’ het gors ’t Hoge Zand langs de Lek, en de noodzaak van een robuuste verbinding om de belemmeringen langs de dijk te kunnen passeren). In dit kader moet ook de vraag worden beantwoord of de wijziging van de status van het perceel (van ‘blauw’ naar ‘geel’ met agrarisch medegebruik) de functie van het perceel als verbindingszone niet relevant vermindert. Het antwoord is ‘nee’. Het gaat hier om de doelsoorten groene glazenmaker, kamsalamander, ringslang, rugstreeppad, dwergmuis, waterspitsmuis, noordse woelmuis en bever. Dit zijn soorten die dikwijls de slootkanten zullen volgen.
Aangezien er direct langs slootkanten sowieso niet bemest mag worden (ook niet in geel gebied) zal de aanpassing van de status van het perceel voor de vegetatie direct langs de slootkant weinig verschil maken. Een iets hogere veebezetting kan wel verschil maken in de mate van ’dekking’ langs de slootkant, maar aangezien het verschil in maximale veebezetting maar 0,5 GVE/ha betreft, wordt niet verwacht dat het verschil ‘wezenlijk’ zal zijn in termen van effectiviteit van het functioneren van de verbindingszone. Relevant is ook dat ongeveer de helft van het NNNareaal op dit perceel als hooiland wordt beheerd, met alleen beweiding na de eerste of tweede snede (‘nabeweiding’). 3. Consequenties voor de waterdoelen Er zijn geen consequenties voor de waterdoelen. Aangezien het om het meest (zuid)westelijke perceel gaat van het blok NNN-percelen in Polder Den Hoek, zal het perceel als ‘peilscheiding’ gaan functioneren tussen het gebied met de bestemming ‘natuur’ en gebied met een agrarische bestemming. Dit betekent dat de sloot aan de westzijde van het perceel deel zal uitmaken van ‘agrarisch water’ onder agrarisch peil. Het behalen van de waterdoelen uit het inrichtingsplan is hier niet aan de orde. De sloot aan de oostzijde van het perceel zal deel uitmaken van het gebied onder natuurpeil.
Het waterdoel voor deze sloot is ‘uniform submers’, wat het volgende inhoudt (p.59 van het inrichtingsplan): “Sloten met ondergedoken waterplanten zoals hoornblad of waterpest die in een lage soortendiversiteit de hele waterkolom vullen. Dit type is vooral te vinden in relatief smalle en ondiepe sloten en watergangen met een voedselrijke bodem nabij landbouwpercelen. Door nalevering vanaf de percelen door bemesting is het oppervlaktewater en de waterbodem (baggerlaag) eutroof”. Gezien dit type slootvegetatie en het daar aan gekoppelde ambitieniveau, staat aanwijzing van het perceel als geel gebied (d.w.z. met extensief agrarisch medegebruik en bijbehorend bemestingsniveau) het bereiken van dit doel NIET in de weg.
2
Bijlage 1
Situering van het perceel
Fig. 1 Situering van het perceel. De NNN (het Natuurnetwerk Nederland) is grijsgroen gekleurd, het eigendom van mevrouw Baas-Blanken is rood gearceerd.
3