BIJL - Businesscase Cultuurhuis
Tekst van het document
Businesscase
Cultuurhuis – Krimpen aan de Lek Gemeente Krimpenerwaard
4 februari 2026
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
2
1.1
Context
2
1.2
Toekomstplan
2
1.3
Opzet businesscase
3
2.
Organisatie en bestuur
4
2.1
Uitwerking voorkeursscenario en terugval scenario
4
2.2
Bestuursmodel stichting
7
3.
Functies en ruimtegebruik
9
3.1
Efficiënt ruimtegebruik
9
3.2
Impact voor de scenario’s
10
4.
Financiën en risico’s
11
4.1
Exploitatiebegroting
11
4.2
Risico’s
13
5.
Vergelijkende analyse
15
Bijlage 1 Juridische kaders
18
1
1.
Inleiding
1.1
Context
Als voorkeursscenario is voorgesteld het (opnieuw) oprichten van een stichting met als voorwaarden (samengevat): De stichting werkt alleen met vrijwilligers en treedt niet op als werkgever van professionele medewerkers. Uitgangspunt daarbij is dat de stichting opereert als
Vanaf 2016 is het Cultuurhuis in Krimpen aan de Lek
facilitaire organisatie. Primaire verantwoordelijkheid is het in gebruik geven van ruimten
in gebruik. De accommodatie werd door Stichting
aan de vaste, structurele en incidentele huurders en daarnaast het programmeren van
Cultuurhuis Krimpen aan de Lek gehuurd van
activiteiten.
woningcorporatie Qua Wonen, die verantwoordelijk
Voor de oprichting van een nieuwe stichting worden actief nieuwe bestuursleden
is voor het onderhoud aan de schil. De stichting was
gezocht. Dit is een gezamenlijke opdracht voor de gemeente en de belangrijkste
verantwoordelijk voor beheer en exploitatie van het
huurders van het Cultuurhuis. Bestuursleden staan open om met de huidige en nieuwe
Cultuurhuis met inbegrip van het onderhoud binnen de accommodatie. De gemeente draagt bij met een zekerheidsstelling, die tot en met 30 juni 2031 is overeengekomen met Qua Wonen, en met een exploitatiesubsidie voor het Cultuurhuis. De zekerheidsstelling voorziet erin dat de gemeente garant staat voor de huurdersverplichtingen als de huurder daaraan niet meer kan voldoen.
gebruik heeft de gemeente tijdelijk beheer en exploitatie van het Cultuurhuis overgenomen. Dit betekent onder meer dat de gemeente het Cultuurhuis huurt van Qua Wonen en de vaste huurders
Krimpenerwaard beheer en exploitatie vorm te geven. De gemeente zorgt er in ieder geval voor dat de verschillende overeenkomsten met Qua Wonen, Brasserij bij MY en de overige huurders op orde zijn en dat duidelijkheid bestaat over de hanteren tarieven in het Cultuurhuis.
In oktober 2024 is de stichting failliet verklaard. Ten behoeve van de continuïteit van het
verhuurt aan een tiental huurders, waaronder
vrijwilligers en in samenwerking met partijen als Brasserij bij MY en Bibliotheek
Bibliotheek
Krimpenerwaard en Brasserij bij MY. Een deel van de vrijwilligers, die verbonden waren aan de stichting, verricht nog altijd werkzaamheden in het Cultuurhuis. Brasserij bij MY heeft zich ontfermd over de vrijwilligers die horecataken uitvoeren. Dit in lijn met de exploitatie afspraken die met de gemeente zijn gemaakt.
De nieuwe stichting opereert binnen financiële kaders. Dit betekent dat in de begroting van de stichting enige ruimte aanwezig is om tegenvallers op te vangen, bijvoorbeeld als sprake is van minder verhuuropbrengsten dan begroot, maar dat de bijdrage van de gemeente maximaal € 196.000 bedraagt (gelijk aan het subsidiebudget van de voormalige stichting). Als ondanks deze voorwaarden onverhoopt toch geen (maatschappelijk) draagvlak blijkt te bestaan voor de oprichting van een stichting, dan is er nog het terugval scenario waarin de gemeente als huurder, beheerder en exploitant verantwoordelijk blijft voor het Cultuurhuis. De rol van de gemeente kan beperkt worden door afspraken te maken met professionele
1.2
Toekomstplan
huurders als Brasserij bij MY en wellicht ook met Bibliotheek Krimpenerwaard over
In november 2025 is een toekomstplan voor het Cultuurhuis in Krimpen aan de Lek
bijdragen die zij kunnen leveren aan beheer en exploitatie van het Cultuurhuis. Afhankelijk
gepresenteerd. In dit plan is de huidige bedrijfsvoering geanalyseerd, zijn de uitkomsten
van de te maken afspraken blijft de gemeente dan wel verantwoordelijk voor het verhuren
van een marktanalyse gepresenteerd en is een voorstel gedaan voor een passende
van ruimten aan vaste, structurele en incidentele huurders, het uitbesteden van de
beheervorm voor een toekomstbestendig Cultuurhuis.
schoonmaak en het onderhoud van het Cultuurhuis.
2
1.3
Opzet businesscase
In dit document wordt in de vorm van een businesscase verder invulling gegeven aan de toekomst van het Cultuurhuis. De businesscase heeft de volgende opzet: Organisatie en bestuur met een uitwerking en vergelijking van zowel het voorkeursscenario als het terugval scenario. Functies en ruimtegebruik met een uitwerking van de mogelijkheden en gevolgen van efficiënt ruimtegebruik (specifiek: vrij maken van de eerste verdieping voor verhuur aan een vaste huurder). Financiën en risico’s met een financiële onderbouwing (begroting 2026 en verder) van de verschillende scenario’s, inclusief de subsidiebehoefte en een beschrijving van de risico’s. De businesscase sluit af met een vergelijkende analyse van de scenario’s, de haalbaarheid ervan en een aanbeveling voor een toekomstbestendig Cultuurhuis, tot 2031 en erna.
3
2.
Organisatie en bestuur
In het toekomstplan is de voorkeur uitgesproken voor de oprichting van een stichting als beheervorm voor het Cultuurhuis. Als onverhoopt geen (maatschappelijk) draagvlak zou blijken te bestaan voor de oprichting van een beheerstichting dan is als terugval scenario
c. Voor de programmering van nieuwe activiteiten en evenementen worden afspraken gemaakt met Brasserij bij MY. d. De gemeente of Qua Wonen zijn verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van schoonmaak en onderhoud. 2. Een stichting met een ruime opdracht en met als kenmerken (vergelijkbaar met de
voorgesteld dat de gemeente als huurder verantwoordelijk blijft voor beheer en exploitatie
stichting die tot oktober 2024 verantwoordelijk was):
van het Cultuurhuis.
a. De stichting is volledig verantwoordelijk voor beheer en exploitatie van het Cultuurhuis, inclusief schoonmaak en onderhoud.
In de volgende paragraaf worden de scenario’s uitgewerkt met een overzicht van de taakverdeling. In paragraaf 2.2 wordt een voorstel gedaan voor het bestuursmodel
b. Voor de programmering van nieuwe activiteiten en evenementen kan samengewerkt worden met Brasserij bij MY.
(governance) van de stichting. In beide scenario’s is het streven om gebruik en bezetting van de verschillende ruimten te In het vervolg van deze businesscase en eerder in het toekomstplan voor het Cultuurhuis
verhogen en daarmee de exploitatie te verbeteren. Voor beide scenario’s geldt dat alleen
wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende drie typen huurders:
gewerkt wordt met vrijwilligers. De stichting treedt niet op als werkgever van professionele
2.1
Vaste huurders als Bibliotheek Krimpenerwaard en Brasserij bij MY beschikken over
medewerkers. Dit beperkt de kosten en daarmee de risico’s op begrotingsoverschrijdingen.
een ‘eigen’ ruimte in het Cultuurhuis.
De ervaring is dat de kosten van professionele medewerkers in accommodaties als het
Structurele huurders maken op basis van een huurovereenkomst op wekelijkse gebruik
Cultuurhuis zelden worden terugverdiend door hogere baten. Vrijwilligers (bestuursleden
van multifunctionele ruimten in het Cultuurhuis.
en in de uitvoering) moeten worden ingezet op werkzaamheden en activiteiten waar zij
Incidentele huurders huren op aanvraag een multifunctionele ruimte in het Cultuurhuis.
betrokkenheid en motivatie bij hebben.
Uitwerking voorkeursscenario en terugval scenario
Voorkeursscenario: stichting Stichtingen zijn er in allerlei vormen. In de situatie van het Cultuurhuis en specifiek voor deze businesscase maken we onderscheid tussen de volgende twee scenario’s: 1. Een stichting met een beperkte opdracht en met als kenmerken: a. De stichting is verantwoordelijk voor de verhuur aan structurele en incidentele huurders. b. De vaste huurders Brasserij bij MY, Bibliotheek Krimpenerwaard en wellicht een nieuwe vaste huurder van de eerste verdieping huren direct bij Qua Wonen of eventueel bij de gemeente.
Afhankelijk van ambities en achtergronden van nieuwe bestuursleden en de samenstelling van het vrijwillig kader kan de nieuwe stichting starten met een beperkte opdracht en zich ontwikkelen tot een stichting met een ruime(re) opdracht. De stichting transformeert dan van een facilitaire organisatie naar een stichting die meer als maatschappelijk ondernemer fungeert en meer gericht is op het binnenhalen van nieuwe huurders en het (laten) organiseren van nieuwe activiteiten en evenementen. In alle gevallen staat de stichting open voor samenwerking met partijen als Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard. Met hen wordt samengewerkt op het gebied van opening, sluiting en toezicht op het gebruik in het Cultuurhuis. Met Brasserij bij MY worden afspraken gemaakt over de organisatie van evenementen/concerten in de theaterzaal.
4
Bij een stichting met een beperkte opdracht is het noodzakelijk dat de gemeente of wellicht
Taakomschrijving en -verdeling
Qua Wonen bereid zijn om de stichting te ondersteunen, met name op het gebied van
In het volgende (niet per sé volledige) overzicht is voor het voorkeursscenario de
schoonmaak (uitbesteed aan een schoonmaakbedrijf) en onderhoud. De gemeente zorgt
omschrijving en verdeling van operationele taken weergegeven. Daarbij is het verschil
er in ieder geval voor dat de verschillende overeenkomsten met Qua Wonen, Brasserij bij
aangegeven tussen de eerder onderscheiden stichtingen met een beperkte en een ruime
MY en de overige huurders op orde zijn en dat duidelijkheid bestaat over de hanteren
opdracht en is aangegeven wat de rol van partijen als Brasserij bij MY, Bibliotheek
tarieven in het Cultuurhuis.
Krimpenerwaard en de gemeente/Qua Wonen zou kunnen zijn als hier vanuit de stichting behoefte aan is. In alle gevallen geldt dat Qua Wonen als eigenaar verantwoordelijk is voor
Terugval scenario: gemeentelijk beheer
het onderhoud van de buitenkant (de schil).
Als ondanks de hiervoor gestelde voorwaarden onverhoopt toch geen maatschappelijk draagvlak blijkt te bestaan voor de oprichting van een stichting, dan is er nog het terugval scenario dat de gemeente huurder blijft van het Cultuurhuis en in zekere zin de huidige rol als beheerder en exploitant gehandhaafd blijft. De huidige rol van de gemeente kan beperkt worden door afspraken te maken met professionele huurders als Brasserij bij MY en wellicht ook met Bibliotheek Krimpenerwaard over bijdragen die zij kunnen leveren aan beheer en exploitatie van het Cultuurhuis. In het kader van deze businesscase hebben nog geen gesprekken plaatsgevonden met deze organisaties. Bij de ontwikkeling van het toekomstplan is wel gesproken met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard en in de loop van januari-februari 2026 wordt met partijen gesproken over hun rol in het toekomstig beheer en exploitatie van het Cultuurhuis. Afhankelijk van de te maken afspraken blijft de gemeente verantwoordelijk voor het verhuren van ruimten aan vaste, structurele en incidentele huurders, het uitbesteden van de schoonmaak en het onderhoud van het Cultuurhuis. Ook in dit scenario is het streven om gebruik en bezetting van de verschillende ruimten te verhogen en daarmee de exploitatie te verbeteren.
Anders dan bij een stichting zal minder met vrijwilligers gewerkt kunnen worden en zal dus meer een beroep gedaan moeten worden op professionele medewerkers. Dit geeft druk op de begroting. In dit scenario is de rol van de gemeente groter dan gewenst en moet een keuze worden gemaakt of de inhuur van een
Taakomschrijving en -verdeling Voorkeursscenario: stichting Programmering Planning (structureel/incidenteel gebruik) Ingebruikgeving Gastheerschap/toezicht’ Verhuur vaste huurders Acquisitie (werving nieuwe huurders) Nieuwe activiteiten/evenementen Marketing en promotie Administratief Verhuuradministratie Financiële administratie (baten/lasten) Begroting en budgetbewaking Overeenkomsten/contracten Tarieven (indexeren/aanpassen) Belastingen en verzekeringen (gebruik) Facilitair Water en energie Schoonmaak (uitbesteed) en vuilafvoer ICT Dagelijks onderhoud Contract onderhoud Planmatig onderhoud Overig Werving en inzet vrijwilligers EHBO/BHV Afstemming Brasserij en Bibliotheek Huurdersoverleg
Beperkte opdracht
Brasserij/ Gemeente/ Ruime Bibliotheek Qua Wonen opdracht
X X X
X
X X X
X X X
X
X X X X X X
X X X X X X
X X X X X X X X X X
X X X X X X X
X X
X X X X X X X X X X
locatiemanager in dezelfde vorm gecontinueerd wordt of in een andere vorm wordt voortgezet.
5
Toelichting:
Planmatig onderhoud: preventief onderhoud met een cyclus van meer dan 2 jaar,
Uit het overzicht is op te maken dat een stichting met een ruime opdracht in beginsel
inclusief de benodigde kleuringen. Bijvoorbeeld het onderhoud van ramen en
verantwoordelijk is voor de uitvoering (of het laten uitvoeren) van alle taken. Het verschil
installaties.
ten opzichte van een stichting met een beperkte opdracht zit met name in: De verhuur aan vaste huurders (Brasserij, Bibliotheek en mogelijk een nieuwe vaste
In het volgende overzicht is een taakomschrijving en -verdeling beschreven voor het
huurder van de eerste verdieping).
terugval scenario, waarin niet een stichting maar de gemeente verantwoordelijk is voor
De organisatie van nieuwe activiteiten/evenementen en de daarvoor benodigde
beheer en exploitatie van het Cultuurhuis. In het overzicht is dezelfde omschrijving
marketing en promotie.
aangehouden als in het overzicht voor het voorkeursscenario.
De uitvoering van schoonmaak (uitbesteed aan een schoonmaakbedrijf) en Taakverdeling terugval scenario
onderhoud. In beide gevallen is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de klantcontacten, zowel op het gebied van de programmering (planning, ingebruikgeving, gastheerschap/toezicht) als administratief (verhuuradministratie). Het is aan het bestuur om
te
bepalen
hoe
deze
verantwoordelijkheid
georganiseerd
wordt.
De
verantwoordelijkheden kunnen bij bestuursleden zelf belegd worden (bijvoorbeeld planning en verhuuradministratie) of worden gedelegeerd aan het vrijwilliger kader dan wel
overgedragen
aan
Brasserij
bij
MY
of
Bibliotheek
Krimpenerwaard
(gastheerschap/toezicht). De toegevoegde waarde van samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard zit in gastheerschap/toezicht, maar ook in het (laten) organiseren van nieuwe activiteiten/evenementen in het Cultuurhuis. De stichting met een beperkte opdracht is niet verantwoordelijk voor contract onderhoud en planmatig onderhoud. In dat geval zullen de gemeente of Qua Wonen hier verantwoordelijkheid voor moeten nemen. De kosten (op basis van een meerjaren onderhoudsplan vast te stellen) kunnen wel onderdeel uitmaken van de begroting van de stichting. De verschillende typen onderhoud definiëren we als volgt: Dagelijks onderhoud: herstel schade, kleine reparaties en lekkages. Dit onderhoud kan worden uitgevoerd door de werkgroep facilitair, die bestaat uit een groep van zeven vrijwilligers. Contract onderhoud: preventief onderhoud en periodiek terugkerend onderhoud met een vaste tijdspanne van 1 of maximaal 2 jaar. Gedacht kan bijvoorbeeld worden
Gemeente
Programmering Planning (structureel/incidenteel gebruik) Ingebruikgeving Gastheerschap/toezicht Verhuur vaste huurders Acquisitie (werving nieuwe huurders) Nieuwe activiteiten/evenementen Marketing en promotie
X X X X X X X
Administratief Verhuuradministratie Financiële administratie (baten/lasten) Begroting en budgetbewaking Overeenkomsten/contracten Tarieven (indexeren/aanpassen) Belastingen en verzekeringen (gebruik)
X X X X X X
Facilitair Water en energie Schoonmaak (uitbesteed) en vuilafvoer ICT Dagelijks onderhoud Contract onderhoud Planmatig onderhoud
X X X X X X
Overig Inhuur/inzet professionele medewerker(s) Werving en inzet vrijwilligers EHBO/BHV Afstemming Brasserij en Bibliotheek Huurdersoverleg
X X X X X
Brasserij en Bibliotheek
X X X X
X X
aan keuringen van installaties en lift.
6
Toelichting:
Benoeming van de gemeente als rechtspersoon in een stichtingsbestuur levert een
Net als bij de stichting met een ruime opdracht is de gemeente in het terugval scenario
verantwoordingsprobleem op. In beginsel wordt de gemeente bestuurlijk vertegenwoordigd
integraal verantwoordelijk voor beheer en exploitatie van het Cultuurhuis.
door de burgemeester, die een ander (wethouder of ambtenaar) kan machtigen. De
De verantwoordelijkheid behelst ook alle klantcontacten met als kanttekening dat
burgemeester moet verantwoording afleggen aan de gemeenteraad over de uitoefening
gastheerschap/toezicht, net als nu het geval is, op basis van aanwezigheid gedeeld kan
van zijn vertegenwoordigende rol, ook als iemand anders dat namens hem doet. Maar de
worden met Brasserij bij MY en wellicht met Bibliotheek Krimpenerwaard. Net als in het
burgemeester kan in deze situatie niet handelen in het belang van de gemeente, omdat hij
voorkeursscenario kunnen deze partijen mogelijk ook in het terugval scenario een rol
als bestuurder dient te handelen in het belang van de stichting.
spelen in het vergroten van het aanbod van activiteiten/evenementen in het Cultuurhuis. Als de gemeente verantwoordelijk wordt voor beheer en exploitatie van het Cultuurhuis,
Dat de gemeente geen deel uitmaakt van het bestuur doet niets af aan de noodzaak dat
dan kan dit niet zonder professionele inzet in combinatie met de inzet van de huidige
vanuit ‘goed bestuur’ sprake moet zijn van een transparante rolverdeling met heldere
groep vrijwilligers. De inzet van vrijwilligers zal waarschijnlijk beperkt blijven tot de
planning & control afspraken gemeente en stichting. De door de gemeente te verstrekken
huidige groep. Zeven vrijwilligers van de werkgroep facilitair verzorgen het dagelijks
subsidie dient door de stichting verantwoord te worden op basis van geleverde
onderhoud. De vijf vrijwilligers van de werkgroep techniek bieden technische
maatschappelijke en financiële resultaten.
ondersteuning bij activiteiten/evenementen. Acht vrijwilligers, behorende tot het horecateam, worden momenteel aangestuurd door Brasserij bij MY. Aanname is dat de
In het feitenonderzoek Cultuurhuis Krimpenerwaard (8 juli 2025) is beschreven dat, hoewel
gemeente als professioneel beheerder minder in staat zal zijn om (nieuwe) vrijwilligers
de gemeente vanuit de zekerheidsstelling met Qua Wonen en de stichting Cultuurhuis de
te mobiliseren om vrijwilligerswerk te doen in het Cultuurhuis, dan een louter uit
mogelijk heeft om indien wenselijk en nodig in te grijpen met het afvaardigen van één lid
vrijwilligers bestaande stichting.
naar het bestuur en de stichting, in lijn met intern juridisch advies gekozen is dit niet te doen.
2.2
Bestuursmodel stichting
In deze paragraaf doen we een voorstel voor een passend bestuursmodel voor de nieuw
In het volgende overzicht is een voorstel gedaan voor de rolverdeling in tussen de
op te richten stichting. De juridische kaders daarvoor zijn beschreven in bijlage 1. We
gemeente en stichting Cultuurhuis Krimpen aan de Lek.
starten met een beschrijving van de rol van de gemeente en een overzicht van planning & Verantwoordelijkheden
Gemeente
Stichting
Huur- en exploitatieovereenkomst
Opstellen
Goedkeuren
Meerjaren onderhoudsplan
Opstellen
Goedkeuren
Organisatieplan
Ter informatie ontvangen
Opstellen
Het is niet wenselijk dat gemeentebestuurders of ambtenaren zitting nemen in het bestuur
Statuten
Ter informatie ontvangen
Opstellen
van de stichting, omdat dit een zogenoemde ‘dubbele pet’ oplevert. Die pet geeft de
Exploitatiebegroting met subsidieverzoek
Goedkeuren
Opstellen en aanvragen
gemeente niet meer bestuurlijke invloed en leidt tot verantwoordelijkheidsproblemen. Bij
Subsidiebeschikking
Opstellen
Ter informatie ontvangen
problemen in de stichting op het gebied van tegenstrijdige belangen moet de gemeentelijke
Gebruiksovereenkomsten
Ter informatie ontvangen
Opstellen
vertegenwoordiger afstand nemen en de besluitvorming aan de andere bestuurders laten.
Jaarverslag/-rekening
Goedkeuren
Opstellen
control afspraken tussen de gemeente en de stichting. Rol van de gemeente en planning & control afspraken
7
Wij stellen voor dat gedurende het eerste jaar ieder kwartaal overleg plaatsvindt tussen de
Bij een stichting die alleen werkt met vrijwilligers en met huurinkomsten die grotendeels
stichting en de gemeente, later eventueel terug te brengen tot tweemaal per jaar. Indien
worden opgebracht door vaste huurders zijn de financiële risico’s gering. Daarbij komt
door de gemeente gewenst kan éénmaal per jaar een bestuurlijk overleg met de wethouder
dat de maatschappelijke/culturele functie van het Cultuurhuis niet ter discussie staat.
worden gehouden. De gesprekken worden geïnitieerd door de gemeente en er wordt
Dit maakt dat de controlerende functie van een raad van toezicht in het dualistisch
schriftelijk verslag gemaakt. Tot de gespreksonderwerpen behoren in ieder geval:
model beperkt is.
De ontwikkeling van het gebruik van het Cultuurhuis.
In het monistisch model wordt in beperktere mate een beroep gedaan op het vrijwillig
Het verloop van de baten en lasten op basis van de vastgestelde exploitatiebegroting
kader in Krimpen aan de Lek. Het vinden van geschikte bestuursleden voor de nieuwe
(zie paragraaf 4.1).
stichting is een uitdaging. De uitdaging wordt nog een stuk groter als ook geschikte
De verbruikshoeveelheden gas, water en elektra.
toezichthouders gevonden moeten worden. Zeker als de controlerende functie van deze
De uitvoering van het onderhoud.
toezichthouders beperkt is.
De klachtenregistratie- en afhandeling. Het verloop van de samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard.
De gemeente maakt geen deel uit van het bestuur, maar helpt wel met het werven van
Eventuele ontwikkelingen in het vrijwillig kader.
bestuursleden. Dit is een gezamenlijke opdracht voor de gemeente en de belangrijkste huurders van het Cultuurhuis. Voorwaarde is dat bestuursleden openstaan om met de
Voorstel bestuursmodel
huidige en nieuwe vrijwilligers en in samenwerking met partijen als Brasserij bij MY en
Met een zekerheidsstelling die erin voorziet dat de gemeente garant staat voor de
Bibliotheek Krimpenerwaard beheer en exploitatie vorm te geven.
huurdersverplichtingen als de huurder van het Cultuurhuis daar niet meer aan kan voldoen, is er voor de gemeente een groot financieel belang (de huur bedraagt ruim € 160.000 per jaar). Ongeacht het bestuursmodel moet in de toekomst het risico zo beperkt als mogelijk worden gehouden dat de stichting niet aan z’n verplichtingen kan voldoen en de zekerheidsstelling aangesproken moet worden. Met verwijzing naar de juridisch kaders in bijlage 1 stellen wij het monistisch model voor met een bestuur dat minimaal bestaat uit een voorzitter, een penningmeester en een secretaris, indien door hen gewenst aangevuld met één of meerdere algemene bestuursleden. De bestuursleden verdelen de taken, zoals in het eerdere overzicht omschreven, waarbij de huidige en nieuw te werven vrijwilligers worden ingezet op uitvoerende werkzaamheden. De keuze voor het monistisch model boven het dualistisch model kan als volgt worden gemotiveerd: Het dualistisch model met een raad van toezicht leent zich door de omvang minder als bestuursmodel voor relatief kleinere stichting. Het dualistisch model is weliswaar een beproefd bestuursmodel in de cultuursector, maar vooral van toepassing op grotere stichtingen met een professionele organisatie. 8
3.
Functies en ruimtegebruik
worden in De Lekzaal of anders in jeugdkamer De Kajuit. De bezettingsgraad van deze ruimten worden daardoor wat hoger, maar het belangrijkste gevolg is dat inderdaad ruimte
In dit hoofdstuk gaan we in op de mogelijkheden om efficiënter gebruik te maken van de
ontstaat om de eerste verdieping aan een nieuwe vaste huurder te verhuren. In combinatie
ruimten in het Cultuurhuis. Daardoor kan ruimte ontstaan voor nieuwe vaste verhuur,
met de aanwezige kantoor- en vergaderruimte is dit een kansrijke optie. De gemeente
hetgeen ten goede komt aan de exploitatie van het Cultuurhuis. In paragraaf 3.2 gaan we
onderzoekt wat de mogelijkheden zijn, maar daar is op dit moment nog geen uitsluitsel
in op de impact die dit heeft voor de verschillende scenario’s met betrekking tot beheer en
over.
exploitatie van het Cultuurhuis.
redelijk efficiënt wordt beschouwd (25 tot 35%). De bezetting van de theaterzaal en
Taalhuis
Kernkracht
structureel en incidenteel gebruik van het Cultuurhuis is met 19% lager dan landelijk als
Qbuzz
in het Cultuurhuis in algemene zin weinig efficiënt is. De gemiddelde bezetting uit
Gro-up
In het toekomstplan is geconstateerd dat het gebruik en de bezetting van de diverse ruimten
Bibliotheek
diverse cursussen.
Muziekschool
Informatief, denk aan de verschillende diensten van Bibliotheek Krimpenerwaard en
overleg
Educatief, denk aan muzieklessen en activiteiten van het taalhuis.
Taalhuis
Cultureel, denk aan repetities en uitvoeringen van de muziek- en toneelvereniging.
07.00 - 08.00 08.00 - 09.00 09.00 - 10.00 10.00 - 11.00 11.00 - 12.00 12.00 - 13.00 13.00 - 14.00 14.00 - 15.00 15.00 - 16.00 16.00 - 17.00 17.00 - 18.00 18.00 - 19.00 19.00 - 20.00 20.00 - 21.00 21.00 - 22.00 22.00 - 23.00 23.00 - 00.00
overleg
Efficiënt ruimtegebruik
De hoofdactiviteiten in het Cultuurhuis zijn te splitsen in drie onderdelen:
Taalhuis
3.1
Spreekkamer De Harpoen 15 m² 4-8 personen ma di woe do vrij za zo
jeugdkamer De Kajuit zijn positieve uitzonderingen.
achterkant van de theaterzaal). Uit de overzichten blijkt dat met name de bibliotheek gebruik maakt van spreekkamer De Harpoen (lesgroepen Taalhuis en overleg) en dat het gebruik prima ondergebracht kan
jongerenavond
multikamer De Lekzaal (tweede verdieping) en jeugdkamer De Kajuit (gesitueerd aan de
piano
roosters weergegeven van spreekkamer De Harpoen op de eerste verdieping, van
koper
Op basis van ontvangen informatie over het gebruik in november 2025 zijn hiernaast de
koper
huurder.
ma di woe do vrij za zo
sax/klarinet
kantoor- en vergaderruimte, op de eerste verdieping ruimte ontstaat voor een nieuwe vaste
07.00 - 08.00 08.00 - 09.00 09.00 - 10.00 10.00 - 11.00 11.00 - 12.00 12.00 - 13.00 13.00 - 14.00 14.00 - 15.00 15.00 - 16.00 16.00 - 17.00 17.00 - 18.00 18.00 - 19.00 19.00 - 20.00 20.00 - 21.00 21.00 - 22.00 22.00 - 23.00 23.00 - 00.00
jeugdkamer De Kajuit
muziek
Zalm en spreekkamer De Harpoen te verplaatsen, in combinatie met de aanwezige
gitaar
In het toekomstplan is ook vastgesteld dat door het gebruik van de creatieve kamer De
overleg
De Lekzaal 20 personen 70 m2 ma di woe do vrij za zo
9
3.2
Impact voor de scenario’s
Mogelijk kunnen met een nieuwe vaste huurder van de eerste verdieping afspraken
Als het huidige gebruik van de eerste verdieping wordt verplaatst en de vrijgekomen eerste
worden gemaakt over medegebruik/verhuur van ruimten bij afwezigheid van de
verdieping wordt verhuurd aan een vaste huurder, dan heeft dit de volgende gevolgen voor
vaste huurder.
de scenario’s:
Naar aanleiding van gesprekken met een aantal huurders is in het toekomstplan
Vanuit gebruikersperspectief is het in beginsel om het even of ruimte gehuurd wordt van
voor het Cultuurhuis overigens vastgesteld dat er weinig ontwikkeling wordt
een stichting of van de gemeente. Huurders willen duidelijkheid over de ruimte die ze
verwacht in het huidige gebruik van het Cultuurhuis, niet in positieve en niet in
tot hun beschikking hebben, over het tarief dat ze daarvoor betalen en over de kwaliteit
negatieve zin.
en continuïteit van het beheer (denk bijvoorbeeld aan de schoonmaak). Dit zijn zaken die in alle drie de scenario’s goed geregeld kunnen worden. In het scenario stichting met een beperkte opdracht huurt een nieuwe vaste huurder, net als Brasserij bij My en Bibliotheek Krimpenerwaard, direct van Qua Wonen of eventueel van de gemeente. Het risico van deze huur (denk bijvoorbeeld aan opzegging of betalingsachterstand) ligt primair bij de verhuurder en niet bij de stichting. Als Qua Wonen als verhuurder optreedt dan kunnen de huurinkomsten verrekend worden met de huur die de stichting betaalt aan Qua Wonen. In dat geval kan Qua Wonen bij een huuropzegging de gederfde inkomsten weer toevoegen aan de huur die aan de stichting in rekening worden gebracht. Dit zal voor de stichting dan leiden tot een hogere subsidiebehoefte. Als Qua Wonen een lagere huur in rekening brengt dient de zekerheidsstelling hierop te worden aangepast. In het scenario stichting met een ruime opdracht is alle verhuur de verantwoordelijkheid van de stichting, inclusief de risico’s die daarmee samenhangen. Zolang sprake is van extra huurinkomsten van een nieuwe vaste huurder is sprake van een gunstig effect op de exploitatie en dus ook op de subsidiebehoefte. Als huurinkomsten wegvallen is het primair aan de stichting om zorg te dragen voor nieuwe, vervangende huurinkomsten.
Als dit niet lukt dan zal dit voor de stichting leiden tot een hogere subsidiebehoefte. In het terugval scenario gemeentelijk beheer is de gemeente volledig verantwoordelijk voor beheer en exploitatie van het Cultuurhuis, met inbegrip van de risico’s die met de verhuur samenhangen. In alle scenario’s beperkt een vaste verhuur van de eerste verdieping de mogelijkheden voor verhuur aan nieuwe structurele of incidentele huurders. Daarbij plaatsen we de volgende kanttekeningen: De bezettingsgraad van het Cultuurhuis is van dien aard dat er nog de nodige ruimte aanwezig is voor nieuwe huurders. 10
4.
Financiën en risico’s
huurders waaronder muziekvereniging/-muziekschool Crescendo, toneelvereniging KDO en Gro-up. Uitgangspunt is dat het gebruik van deze organisaties de komende
In dit hoofdstuk wordt voor de onderscheiden scenario’s (voorkeur en terugval) een
jaren gecontinueerd wordt, ongeacht de gekozen beheervorm.
exploitatiebegroting gepresenteerd met toelichting op de verschillende posten. Hieruit blijkt
Hoewel hier nog geen zekerheid over bestaat is (cursief) rekening gehouden met
een verschil in hetgeen de gemeente dient bij te dragen voor een sluitende begroting
€ 20.000 opbrengsten uit verhuur van de eerste verdieping aan een vaste nieuwe
(subsidiebehoefte). Naast een begroting voor 2026 wordt inzicht gegeven in het perspectief
huurder. Ook hier is geen onderscheid gemaakt tussen een stichting of de gemeente
tot 2031 op basis van indexering en in het verschil tussen een begroting exclusief en
als beheerder/exploitant van het Cultuurhuis. Als vaste huurders (bestaand en nieuw)
inclusief btw. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een risicoparagraaf en een
direct van Qua Wonen zouden huren, zoals omschreven bij een stichting met een
slotbeschouwing.
beperkte opdracht, dan maken deze huurinkomsten geen onderdeel meer uit van de baten. Het ligt voor de hand dat deze inkomsten voor Qua Wonen dan één op één in
4.1
mindering worden gebracht van de huur die Qua Wonen in rekening brengt aan de
Exploitatiebegroting
Met informatie van de gemeente zijn de resultaten van 2025 weergegeven, die de basis vormen voor de begroting 2026 en verder. In dit overzicht is de begroting exclusief btw weergegeven. In 2025 heeft de gemeente de btw op de baten en lasten van het Cultuurhuis verrekend. Bij een nieuw op te richten stichting moet bepaald worden of deze btw belast of vrijgesteld gaat exploiteren.
Exploitatie Cultuurhuis 2026 (exclusief btw) 2025 Baten - huurinkomsten vaste/structurele huurders € 110.675 - huurink omsten nieuwe vaste huurder € - huurinkomsten incidentele huurders € 10.656 totaal baten: € 121.331 Lasten - huur Qua Wonen € 160.440 - inzet medewerkers (vrijwilligers en professioneel) € 110.000 - gas, water en elektra (incl. transportkosten) € 46.036 - schoonmaak € 19.200 - belastingen en verzekeringen € 7.048 - onderhoudsk osten € 6.147 - overige lasten € 6.543 totaal lasten: € 355.414 Saldo baten en lasten € -260.669 Subsidie/bijdrage ten behoeve van exploitatie € 196.496 exploitatietekort: € -65.669
stichting of, in het terugval scenario, aan de gemeente. Voor de exploitatiebegroting maakt dit per saldo dan geen verschil. Voor de gemeente zou dit betekenen dat de garantstelling (en daarmee het risico) aanzienlijk kan worden teruggebracht. Bij de begrote huurinkomsten uit incidenteel gebruik is wel onderscheid gemaakt. Bij een stichting met een beperkte opdracht gaan we uit van handhaving van de inkomsten ten opzichte van het afgelopen jaar. Bij een stichting met een ruime opdracht en bij de
Stichting beperkte opdracht ruime opdracht
Gemeente terugval
€ € € €
111.000 20.000 11.000 142.000
€ € € €
111.000 20.000 12.000 143.000
€ € € €
111.000 20.000 12.000 143.000
€ € € € € € € €
166.000 10.000 50.000 20.000 7.000 7.000 12.000 272.000
€ € € € € € € €
166.000 10.000 50.000 20.000 7.000 7.000 12.000 272.000
€ € € € € € € €
166.000 95.000 50.000 20.000 7.000 7.000 12.000 357.000
€ € €
-130.000 € 130.000 € - €
-129.000 € 129.000 € - €
-214.000 214.000 -
Toelichting: De huurinkomsten van de vaste/structurele huurders hebben betrekking op de vaste huurders Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard en aan aantal structurele
gemeente als exploitant ligt de lat wat hoger en is een (structurele) groei van 10% per jaar begroot. Als Brasserij bij MY ingezet wordt voor de organisatie van activiteiten/evenementen in de grote zaal, dan gaan we ervan uit dat zowel de organisatiekosten als de baten (recette en horeca) voor rekening komen van de Brasserij en verder geen invloed hebben op de begroting van de exploitant. De huur die Qua Wonen in rekening brengt aan de exploitant van het Cultuurhuis is in alle gevallen gelijk. Dit met de kanttekening dat dit moet worden aangepast als vaste huurders direct van Qua Wonen gaan huren. Grootste verschil wordt gemaakt bij de inzet van medewerkers. In de huidige situatie is sprake van de inhuur van een locatiemanager. In geval van een stichting gaan we uit van onbetaalde medewerkers, maar wel met een beperkt budget voor waardering van vrijwilligers en eventueel voor het inzetten van medewerkers van de Brasserij en/of Bibliotheek Krimpenerwaard bij het mee helpen uitvoeren van beheertaken. Bij exploitatie door de gemeente is gerekend met een gemeentelijke inzet van 1 fte. De kosten van gas, water en elektra zal in alle scenario’s vrijwel gelijk zijn, maar zullen ten opzichte van de huidige situatie waarschijnlijk wat toenemen als de eerste 11
verdieping een vaste huurder krijgt. Dit geldt ook voor de uitbestede schoonmaak, de post belastingen en verzekeringen en de overig lasten. In de overige lasten is rekening gehouden met enige marge om bij tegenvallers niet direct met een exploitatietekort geconfronteerd te worden. De post onderhoudskosten is vooralsnog voor alle scenario’s gelijk gehouden ten opzichte van de kosten in 2025. Zoals eerder in deze businesscase beschreven is het zaak om een meerjaren onderhoudsplan op te stellen waaruit duidelijk wordt wat de komende jaren de benodigde budgetten zijn voor dagelijks onderhoud (uit te voeren door vrijwilligers), contract onderhoud en planmatig onderhoud (uit te voeren door de gemeente of door Qua Wonen als dit vanuit het perspectief van de stichting wenselijk is). De uitkomst van dit meerjaren onderhoudsplan en wijze waarop het onderhoud wordt uitgevoerd moet verwerkt worden in de exploitatiebegroting. Op basis van het begrote saldo van baten en lasten is de bijdrage bepaald die van de gemeente wordt verlangd ten behoeve van een sluitende begroting voor het Cultuurhuis. In geval van een stichting mondt dit uit in een subsidiebehoefte van circa € 130.000. De gemeentelijke bijdrage loopt op tot ongeveer € 215.000 als de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor beheer en exploitatie van het Cultuurhuis.
De hoogte van deze bijdrage kan niet los gezien worden van de huur die Qua Wonen in rekening brengt (€ 166.000). In geval van een stichting blijft de benodigde bijdrage binnen de maximale gemeente bijdrage van € 196.000. Als de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor beheer en
Stichting met een ruimte opdracht 2027 2028 2029
Exploitatie Cultuurhuis (exclusief btw) Baten - huurinkomsten vaste/structurele huurders € - huurink omsten nieuwe vaste huurder € - huurinkomsten incidentele huurders € totaal baten: € Lasten - huur Qua Wonen € - inzet medewerkers (vrijwilligers) € - gas, water en elektra (incl. transportkosten) € - schoonmaak € - belastingen en verzekeringen € - onderhoudsk osten € - overige lasten € totaal lasten: €
2026
Saldo baten en lasten € Subsidie ten behoeve van exploitatie € exploitatietekort: €
-129.000 € 129.000 € - €
111.000 20.000 12.000 143.000
€ € € €
113.775 20.500 13.500 147.775
€ € € €
116.619 21.013 15.188 152.819
€ € € €
119.535 21.538 17.086 158.159
166.000 10.000 50.000 20.000 7.000 7.000 12.000 272.000
€ € € € € € € €
170.150 10.250 51.250 20.500 7.175 7.175 12.300 278.800
€ € € € € € € €
174.404 10.506 52.531 21.013 7.354 7.354 12.608 285.770
€ € € € € € € €
178.764 10.769 53.845 21.538 7.538 7.538 12.923 292.914
-131.025 € 131.025 € - €
-132.951 € 132.951 € - €
2031 € € € € € € € € € € € € €
122.523 22.076 19.222 163.821 183.233 11.038 55.191 22.076 7.727 7.727 13.246 300.237
-134.756 € 134.756 € - €
-136.416 136.416 -
Uit de meerjaren exploitatiebegroting blijkt dat de subsidiebehoefte voor een stichting met een ruime opdracht op basis van de gehanteerde uitgangspunten jaarlijks met ongeveer € 2.000 toeneemt. Dit komt doordat de totale lasten hoger zijn dan de totale baten. De toename van de subsidiebehoefte bij een stichting met een beperkte opdracht en van de gemeentelijk bijdrage bij gemeentelijk beheer zijn vergelijkbaar. De bedragen veranderen uiteraard als de werkelijke prijsontwikkelingen afwijken van het gehanteerde gemiddelde van 2,5%.
exploitatie (terugval scenario) dan is het negatief exploitatiesaldo hoger (€ 214.000) en
Exploitatie inclusief btw
moet naar mogelijkheden gezocht worden om de exploitatie passend te krijgen. Denk
Eerder in deze paragraaf is de exploitatiebegroting 2026 voor het Cultuurhuis exclusief btw
aan het extra verhogen van de baten of het beperken van de (personeels-)kosten. Perspectief tot 2031
weergegeven. In het volgende overzicht is de begroting voor een stichting met een beperkte of ruime opdracht inclusief btw weergegeven. Uitgangspunt is dat in het terugval scenario de gemeente exclusief btw blijft exploiteren.
In het volgende overzicht is een meerjaren exploitatiebegroting weergeven voor de periode 2026-2031. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Met uitzondering van de huurinkomsten incidentele gebruikers zijn alle baten en lasten jaarlijks met 2,5% geïndexeerd. Zoals eerder in dit hoofdstuk al aangegeven is bij de huurinkomsten incidentele huurders rekening gehouden met een groei van 10% per jaar (bovenop de indexering van 2,5%). 12
Stichting Exploitatie Cultuurhuis 2026 (exclusief btw) beperkte opdracht ruime opdracht Baten - huurinkomsten vaste/structurele huurders € 134.310 € 134.310 - huurink omsten nieuwe vaste huurder € 24.200 € 24.200 - huurinkomsten incidentele huurders € 13.310 € 14.520 totaal baten: € 171.820 € 173.030 Lasten - huur Qua Wonen € 200.860 € 200.860 - inzet medewerkers (vrijwilligers en professioneel) € 10.000 € 10.000 - gas, water en elektra (incl. transportkosten) € 60.500 € 60.500 - schoonmaak € 24.200 € 24.200 - belastingen en verzekeringen € 7.000 € 7.000 - onderhoudsk osten € 8.470 € 8.470 - overige lasten € 14.520 € 14.520 totaal lasten: € 325.550 € 325.550 Saldo baten en lasten € Subsidie/bijdrage ten behoeve van exploitatie € exploitatietekort: €
-153.730 € 153.730 € - €
-152.520 152.520 -
Aan de batenkant van de exploitatie achten wij de risico’s beperkt voor zover het om het huidige gebruik gaat. Uit de gesprekken die in het kader van het toekomstplan met huurders zijn gevoerd is gebleken dat zij positief zijn over het gebruik van het Cultuurhuis en dat de komende jaren geen grote veranderingen zijn te verwachten. Het incidentele gebruik is van een beperkte omvang; 10% groei of daling gaat gepaard met een verschil in omzet van circa € 1.000. Onzekere factor is wel de verhuur van de eerste verdieping aan een vaste huurder. De faciliteiten zijn aanwezig om een huur van (minimaal) € 20.000 te rechtvaardigen, maar de komende maanden moet blijken of er vanuit de markt behoefte is en zo ja onder welke voorwaarden. Aan de kostenkant zijn de huur die Qua Wonen in rekening brengt en in mindere mate de post gas, water en elektra de belangrijkste gebouw gebonden kosten. De huur is tot 2031 een gegeven, tenzij afgesproken wordt om de huur van vaste huurders hiermee te verrekenen. De kosten van gas en elektra kunnen variëren afhankelijk van het afgesloten contract. Door Qua Wonen is aangegeven dat verduurzaming van het pand
Met uitzondering van de posten inzet medewerkers, belastingen en verzekeringen en
geen optie is.
onvoorzien zijn alle baten en lasten verhoogd met 21% btw. Voor het saldo van baten en
Belangrijkste variabele kostenpost betreft de inzet van medewerkers. In geval van een
lasten (en dus voor de subsidiebehoefte) heeft dit een negatief effect van ongeveer
stichting is uitgangspunt dat louter met (onbetaalde) vrijwilligers wordt gewerkt.
€ 25.000.
Uitvoerend vrijwillig kader is er, verdeeld over de werkgroepen facilitair, horeca en techniek, maar moeten ook behouden blijven en waar mogelijk aangevuld met nieuwe
4.2
Risico’s
Ter afsluiting van dit hoofdstuk worden de belangrijkste risico’s beschouwd:
vrijwilligers. Hierin ligt een belangrijke taak voor het nieuwe stichtingsbestuur. In het terugval scenario zal de gemeente zorg moeten dragen voor professionele invulling.
De grootste onzekere factor is gelegen in het vinden van geschikte bestuursleden voor
Vergelijkbaar met de situatie in 2025 is in de begroting rekening gehouden met de inzet
het oprichten van een nieuwe stichting. Dit houdt verband met de maatschappelijke
van 1 fte. Aandachtspunt daarbij is of aan deze inzet een beperkte of een ruime
ontwikkeling, waarin het steeds lastiger is om vrijwilligers te vinden voor dit soort
opdracht wordt verbonden (vergelijkbaar met de scenario’s die bij de stichting zijn
verantwoordelijkheden, maar ook met de problemen waarmee de vorige stichting te
onderscheiden).
kampen heeft gehad. Zoals ook In het feitenonderzoek Cultuurhuis Krimpenerwaard
Een grote onzekere factor is gelegen in het onderhoudskosten. Het Cultuurhuis is sinds
beschreven gingen de wisselingen van (een aantal) bestuursleden gepaard met het
2016 in gebruik en zal in 2031 dus een leeftijd hebben van 15 jaar. Dit is een periode
nodige rumoer, wat niet bedroeg aan rust en stabiliteit voor de bedrijfsvoering en
waarbij rekening gehouden moet gaan worden met planmatig onderhoud. Eerder is
exploitatie van het Cultuurhuis. Eerder in de businesscase is gesteld dat het een
aangegeven dat een meerjaren onderhoudsplan nodig is om grip te krijgen op het
gezamenlijke verantwoordelijkheid moet zijn van alle betrokken partijen om geschikte bestuursleden te vinden.
13
onderhouden van het Cultuurhuis1. Duidelijk is dat Qua Wonen alleen verantwoordelijk is voor de ‘schil’. Noodzakelijk onderhoud binnen het Cultuurhuis komt voor rekening van de huurder. De kosten zullen voor rekening zijn van de gemeente. Direct in het terugval scenario. Indirect als een stichting verantwoordelijk is voor de exploitatie en de kosten voor onderhoud effect hebben op het exploitatieresultaat en daarmee op de subsidiebehoefte. Voor de gemeente is het naleven van de in paragraaf 2.2 beschreven planning & control afspraken de belangrijkste beheersmaatregel om grip te houden op de geleverde maatschappelijke en financiële prestaties van de stichting. Dit vraagt ook betrokkenheid van de betreffende accounthouder binnen de gemeente. Een laatste onzekere factor is gelegen in het toekomstperspectief van het Cultuurhuis. Vooralsnog is niet duidelijk of het huidige Cultuurhuis nog een toekomst heeft na 2031. Dit kan op korte termijn een belemmering zijn in de zoektocht naar nieuwe bestuursleden, maar kan binnen afzienbare tijd ook bij vaste en structurele huurders leiden tot onrust. Daarom is het van belang dat de komende paar jaar een plan wordt ontwikkeld voor de toekomst van het Cultuurhuis met als grootste belanghebbenden de gemeente, Qua Wonen, de nieuwe stichting en de vaste en structurele huurders.
1
Dit is ook geconstateerd in het feitenonderzoek Cultuurhuis Krimpenerwaard: “Het niet op orde hebben van onderdelen van administratie met bijvoorbeeld het ontbreken van een lange termijn plan, geen meerjarenbegroting, geen meerjaren onderhoudsplanning, geen administratie van belangrijke
documenten als de zekerheidsstelling en het in eerste instantie niet inzichtelijk hebben van de voorwaarden van gesloten contracten en/of te verwachten kosten en uitgaven, draagt niet bij aan het in control zijn als organisatie”.
14
5.
Vergelijkende analyse
In deze businesscase zijn voorstellen gedaan voor: Een taakomschrijving en -verdeling met betrekking tot de operationele taken. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen een stichting met een beperkte of een ruime opdracht (voorkeursscenario) en de gemeente als exploitant (terugval scenario). Planning & control afspraken tussen gemeente en stichting die beschrijven op welke wijze de stichting verantwoording aflegt over de geleverde maatschappelijke en financiële resultaten. Een monistisch bestuursmodel voor een nieuw op te richten stichting met een bestuur dat minimaal bestaat uit een voorzitter, een penningmeester en een secretaris, indien door hen gewenst aangevuld met één of meerdere algemene bestuursleden. Het vrij roosteren van de eerste verdieping, zodat dit deel van het Cultuurhuis beschikbaar komt voor verhuur aan een vaste huurder. Dit verhoogd de bezettingsgraad en verbeterd de exploitatie. Een financieel kader waarbinnen de exploitatie van het Cultuurhuis plaats moet vinden en de subsidiebehoefte die daarbij ontstaat. Een risicoparagraaf waarin de risico’s zijn beschreven met maatregelen die genomen moeten/kunnen worden om grip te krijgen of te houden op deze risico’s. In dit hoofdstuk sluiten we af met een vergelijkende analyse van de scenario’s, de haalbaarheid ervan en een aanbeveling voor een toekomstbestendig Cultuurhuis, tot 2031 en erna. Vergelijkende analyse
Stichting met beperkte opdracht
Stichting met ruime opdracht
Gemeentelijk beheer
Taken: Programmering Administratief Facilitair Overig
Stichting verantwoordelijk met uitzondering van: 1. Verhuur aan vaste huurders 2. Acquisitie (werving nieuwe huurders) 3. Nieuwe activiteiten/evenement 4. Marketing en promotie 5. Schoonmaak en vuilafvoer 6. Contract onderhoud 7. Planmatig onderhoud
Stichting volledig verantwoordelijk
Gemeente volledig verantwoordelijk
Samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard wenselijk Krimpenerwaard wenselijk
Samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard op onderdelen 2, 3 en 4 Gemeente en/of Qua Wonen verantwoordelijk voor onderdelen (1, 5, 6 en 7) Vaste verhuur eerste verdieping in relatie tot Verantwoordelijkheid en risico bij gemeente of Qua Verantwoordelijkheid en risico bij stichting huursom en zekerheidsstelling Wonen Geen effect op huursom en zekerheidsstelling Als de opbrengsten uit vaste huur voor rekening komen van Qua Wonen, dan kan de huur die Qua Wonen in rekening brengt aan de stichting worden verlaagd en kan de gemeentelijke zekerheidsstelling hierop worden aangepast
Verantwoordelijkheid en risico bij gemeente Geen effect op huursom en zekerheidsstelling
15
Vergelijkende analyse
Stichting met beperkte opdracht
Exploitatie en subsidie
Exploitatiesaldo/subsidiebehoefte begroot op Exploitatiesaldo/subsidiebehoefte begroot op Gemeentelijk bijdrage begroot op € 214.000 in 2026 € 130.000 in 2026 bij een te betalen huur aan Qua € 129.000 in 2026 bij een te betalen huur aan Qua bij een te betalen huur aan Qua Wonen van Wonen van € 166.000 (exclusief btw) Wonen van € 166.000 (exclusief btw) € 166.000 (exclusief btw)
Stichting met ruime opdracht
Gemeentelijk beheer
Op basis van een indexering van 2,5% neemt de Op basis van een indexering van 2,5% neemt de Op basis van een indexering van 2,5% neemt de jaarlijkse subsidiebehoefte neemt toe met een paar jaarlijkse subsidiebehoefte neemt toe met een paar jaarlijkse subsidiebehoefte neemt toe met een paar duizend euro duizend euro duizend euro Het negatief effect van een begroting inclusief btw Het negatief effect van een begroting inclusief btw is circa € 25.000 is circa € 25.000 Risico’s
Grotere risico’s: Vinden van geschikte bestuursleden (ook met het oog op verleden Cultuurhuis) en inrichten van een collegiaal bestuur Vaste verhuur van de eerste verdieping Hoge(re) onderhoudskosten (vast te stellen op basis van meerjaren onderhoudsplan) Huisvesting gebruikers van het Cultuurhuis vanaf 2031
Grotere risico’s: Vinden van geschikte bestuursleden (ook met het oog op verleden Cultuurhuis en inrichten van een collegiaal bestuur Vaste verhuur van de eerste verdieping Hoge(re) onderhoudskosten (vast te stellen op basis van meerjaren onderhoudsplan) Huisvesting gebruikers van het Cultuurhuis vanaf 2031
Grotere risico’s: Structurele verantwoordelijkheid (ambtelijk en politiek) voor een niet-gemeentelijke kerntaak Behoud van huidig bestand van vrijwilligers Vaste verhuur van de eerste verdieping Hoge(re) onderhoudskosten (vast te stellen op basis van meerjaren onderhoudsplan) Huisvesting gebruikers van het Cultuurhuis vanaf 2031
Kleinere risico’s: Samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard Behoud van huidig bestand van vrijwilligers en werven van nieuwe vrijwilligers Tegenvallers in de huuropbrengsten Oplopende kosten door prijsontwikkelingen (hoger dan gehanteerde index van 2,5% In het verlengde van de vorige punten: het niet realiseren van een sluitende begroting Naleven van planning & control afspraken
Kleinere risico’s: Samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard Behoud van huidig bestand van vrijwilligers en werven van nieuwe vrijwilligers Tegenvallers in de huuropbrengsten Oplopende kosten door prijsontwikkelingen (hoger dan gehanteerde index van 2,5% In het verlengde van de vorige punten: het niet realiseren van een sluitende begroting Naleven van planning & control afspraken
Kleinere risico’s: Samenwerking met Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard Tegenvallers in de huuropbrengsten Oplopende kosten door prijsontwikkelingen (hoger dan gehanteerde index van 2,5% In het verlengde van de vorige punten: het niet realiseren van een sluitende begroting Naleven van planning & control afspraken
Haalbaarheid Uiteindelijk staat of valt de haalbaarheid van een stichting voor beheer en exploitatie van het Cultuurhuis met de bereidheid vanuit de samenleving om (weer) een bestuur te vormen en met een bestaande groep vrijwilligers een succes te maken van één van de belangrijkste voorzieningen in Krimpen aan de Lek. Wij zijn van mening dat met het eerder uitgebrachte toekomstplan en met deze businesscase is aangetoond dat dit realistisch is als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is binnen de gemeente commitment voor de organisatorische uitgangspunten en financiële kaders die in deze businesscase zijn omschreven. De gemeente is bereid om samen met partijen als Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard werk te maken van het werven van bestuursleden voor de stichting. Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard zijn als professionele, vaste huurders van het Cultuurhuis bereid de toekomstige exploitant te ondersteunen bij beheertaken (gastheerschap/toezicht) en bij het (laten) organiseren van activiteiten/evenementen. Qua Wonen is vanuit haar maatschappelijke verantwoordelijkheid bereid bij te dragen aan efficiënt beheer van het Cultuurhuis en staat open om hogere vaste huuropbrengsten te betrekken bij de huur die zij in rekening brengt aan de exploitant en de gemeentelijke zekerheidstelling die daaraan verbonden is.
16
Het nieuwe stichtingsbestuur krijgt ruimte om zelf de afweging te maken om, binnen de kaders van deze businesscase, een stichting te vormen met een beperkte of ruime opdracht en hierover met de gemeente, Qua Wonen, Brasserij bij MY en Bibliotheek Krimpenerwaard tot afspraken te komen. De opdracht kan in de loop van de tijd van beperkt(er) naar ruim(er) ontwikkelen. Aanbeveling toekomstbestendig Cultuurhuis Een belangrijke randvoorwaarde voor het draagvlak om weer een stichting op te richten voor beheer en exploitatie van het Cultuur is ook dat binnen afzienbare tijd een visie wordt ontwikkeld voor de toekomst van het Cultuurhuis in Krimpen aan de Lek. Op basis van de huidige afspraken is de continuïteit van het Cultuurhuis tot en met 30 juni 2031 gewaarborgd. Voor een nieuwe stichting, maar zeker ook voor alle huurders, is het van groot belang dat ruim voor deze datum duidelijk is wat de toekomst brengt. Behoudt het huidige Cultuurhuis ook na 30 juni 2031 z’n functie of wordt een andere oplossing voor de huisvesting van de diverse huurders gezocht? En hoe wordt het beheer en de exploitatie voor de lange termijn geregeld? De gemeente zal de regie moeten nemen bij het vinden van antwoorden op deze (en andere) vragen. Samen met betrokken partijen kunnen de scenario’s in beeld worden gebracht om uiteindelijk de gemeenteraad in staat te stellen een besluit te nemen.
17
Bijlage 1
Juridische kaders
Wet bestuur en toezicht rechtspersonen De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, die op 1 juli 2021 in werking is getreden, voorziet in maatregelen om de kwaliteit van bestuur en toezicht bij onder andere stichtingen te verbeteren. De volgende vijf maatregelen staan centraal in deze Wet: 1. Er wordt een wettelijk grondslag gegeven om monistisch of een dualistisch bestuursmodel in te stellen: a. Een monistisch model bestaande uit één orgaan: een bestuur met uitvoerende en eventueel ook niet-uitvoerende leden. De niet uitvoerende bestuurders hebben dan de rol van toezichthouder. b. Een dualistisch model bestaande uit twee organen: het bestuur en een raad van commissarissen of een raad van toezicht. 2. Wanneer bestuurders en commissarissen een tegenstrijdig belang hebben, mogen zij niet deelnemen aan de besluitvorming. 3. Er worden regels gegeven voor de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen in geval van faillissement wegens onbehoorlijke taakvervulling. 4. De rechter krijgt meer beoordelingsvrijheid om een bestuurder of een commissaris te ontslaan als het Openbaar Ministerie of een belanghebbende daarom verzoekt. 5.
Voor de stichting geldt dat de statuten een regeling moeten bevatten voor ontstentenis (bijvoorbeeld bij overlijden of ontslag) of belet (bijvoorbeeld ziekte) en dat een bestuurder of commissaris niet meer stemmen uit kan brengen dan de andere bestuurders of commissarissen tezamen. Governance Code Cultuur Aanvullend op de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen geldt in de cultuursector de Governance Code Cultuur 2019 (in de loop van 2026 wordt een nieuwe versie verwacht). Deze Code is een instrument voor goed bestuur en toezicht bij onder meer stichtingen die in de culturele sector actief zijn en biedt handvatten voor het handelen in situaties die ingewikkeld zijn, zoals bijvoorbeeld in het geval van belangenverstrengeling. De Code gaat over het gehele besturingsproces van een organisatie: beleid, besluitvorming, uitvoering, toezicht en verantwoording.
De Code is toepasbaar op zowel het monistische als het dualistische model. Na een beschrijving van de modellen doen we een voorstel voor een passend model voor stichting Cultuurhuis Krimpen aan de Lek. Monistisch model (bestuursmodel zonder directie) In dit bestuursmodel is het bestuur verantwoordelijk voor zowel de voorbereiding, vaststelling als de uitvoering van het beleid. Daarbij kan sprake zijn van een directie waaraan het bestuur mandateert, maar daar is in de situatie Cultuurhuis Krimpen aan de Lek geen sprake van. De belangrijkste kenmerken van dit model: In de stichting draagt het bestuur de verantwoordelijkheid voor het naleven van de Code. Het bestuur neemt het initiatief voor het verankeren van de Code in de organisatie en draagt zorg voor het naleven van de Code door de organisatie. Het bestuur houdt toezicht op het naleven van de Code en evalueert dit jaarlijks. Het bestuur stelt de rechtsvorm en het bestuursmodel van de stichting vast. De organisatiestructuur en financiële inrichting zijn helder en maken een eenduidige toedeling mogelijk van de bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het bestuur heeft als taak nadrukkelijk aandacht te hebben voor de volgende zaken: De strategie, identiteit en continuïteit van de organisatie. Naleving van wet- en regelgeving. De bedrijfsvoering, het risicobeheer en het zakelijk beleid.
Het bestuur blijft in alle opzichten eindverantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering. Het bestuur kan intern taken, aandachtsgebieden en verantwoordelijkheden verdelen. In dat geval legt het bestuur zijn onderlinge taak- en verantwoordelijkheidsverdeling en werkwijze vast in het bestuursreglement. Bestuursleden zijn zich bewust van hun eigen rol en de onderlinge verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en handelen daarnaar. Het bestuur bestaat uit ten minste drie leden. Het bestuur waarborgt de onafhankelijkheid, deskundigheid en diversiteit in zijn samenstelling. De organisatie maakt vacatures in het bestuur openbaar en werft nieuwe bestuursleden op basis van profielschetsen en via een transparante procedure. De maximale zittingstermijn voor bestuursleden bedraagt tweemaal een periode van ten hoogste vier jaar. De organisatie legt dat statutair vast.
18
Dualistisch model (raad van toezicht) Dit model gaat uit van een raad van toezicht die de handelswijze van het bestuur controleert. De belangrijkste kenmerken van dit model: Het bestuur neemt het initiatief voor het verankeren van de Code in de organisatie en draagt zorg voor het naleven van de Code door de organisatie. De raad van toezicht houdt toezicht op het naleven van de Code en evalueert dit jaarlijks. Het bestuur stelt de rechtsvorm en het bestuursmodel van de stichting vast na overleg met en instemming van de raad van toezicht. Toezichthouders nemen geen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden over die tot de verantwoordelijkheid van het bestuur behoren en andersom. Het bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht. Het bestuur rapporteert aan de raad van toezicht over contacten met de externe belanghebbenden. De raad van toezicht vervult zijn rol vanuit het perspectief van de maatschappelijke doelstelling van de stichting. De raad van toezicht toetst of het bestuur bij de uitoefening van zijn taken een zorgvuldige en evenwichtige afweging heeft gemaakt van de maatschappelijke en zakelijke belangen van de organisatie en de belangen van de interne en externe belanghebbenden. De leden van de raad van toezicht houden actief, kritisch en op stimulerende wijze toezicht. Zij bewaken de maatschappelijke doelstelling en de continuïteit van de stichting.
De raad van toezicht geeft het bestuur de ruimte voor ondernemerschap. De raad van toezicht bespreekt ten minste eenmaal per jaar met het bestuur het functioneren van het bestuur en de onderlinge samenwerking. De raad van toezicht bestaat uit ten minste drie leden. De samenstelling is zodanig dat hij zijn toezichthoudende, adviserende en werkgeversrol naar behoren kan vervullen. De raad van toezicht waarborgt de onafhankelijkheid, deskundigheid en diversiteit in zijn samenstelling. De organisatie maakt vacatures in de raad van toezicht openbaar en werft nieuwe toezichthouders op basis van profielschetsen en via een transparante procedure. De maximale zittingstermijn voor toezichthouders bedraagt tweemaal een periode van ten hoogste vier jaar.
19
20