BIJL Bijlage 7 Toelichting ecologische onderzoek
Tekst van het document
Colofon Titel
Ecologisch Onderzoek
Subtitel
Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Status rapport
Definitief
Projectnummer
21A047
Datum uitgave
Mei 2021
Samengesteld door
Andrea Grim, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Verduijn Bouwmanagement Groenendijk 291 2911 BB Nieuwerkerk aan den IJssel
Contactpersoon opdrachtgever
Dhr. J. Verduijn
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
21A047 EO Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................. 0
2
LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 3 2.1 2.2
3
Huidige situatie.............................................................................................3 Plannen .......................................................................................................5
TOETSINGSKADER ..................................................................................... 6 3.1 3.2
Europese richtlijnen .......................................................................................6 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................6
3.2.1 3.2.2
3.3
Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .................................................................... 6 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 8
Provinciaal beleid ..........................................................................................9
3.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ....................................................................... 9
4
RESULTATEN ONDERZOEK EN TOETSING .................................................. 10 4.1 4.2 4.3
Te toetsen initiatief ..................................................................................... 10 Methode .................................................................................................... 10 Gebiedsbescherming ................................................................................... 11
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4
4.4 4.5
Flora ......................................................................................................... 15 Fauna ....................................................................................................... 16
4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.5.5 4.5.6 4.5.7
5
Vogels ............................................................................................................ 16 Vissen ............................................................................................................ 18 Amfibieën ....................................................................................................... 18 Reptielen......................................................................................................... 18 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................ 18 Vleermuizen .................................................................................................... 19 Overige soorten ............................................................................................... 22
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 23 5.1
Conclusies ................................................................................................. 23
5.1.1 5.1.2 5.1.3
5.2
7
Gebiedsbescherming Natura2000-gebieden (Wnb 2017) ........................................ 11 Natuurnetwerk Nederland (NNN)......................................................................... 14 Belangrijke leefgebieden Provincie Zuid-Holland (Provinciaal beleid) .......................... 14 Bescherming houtopstanden (Wnb 2017) ............................................................ 15
Gebiedsbescherming ......................................................................................... 23 Soortbescherming ............................................................................................ 23 Algemene Zorgplicht ......................................................................................... 24
Aanbevelingen ............................................................................................ 24
BRONNEN................................................................................................ 26 7.1
Geraadpleegde internetsites: ......................................................................... 27
Watersnip Advies
21A047 EO Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Watersnip Advies
1 Inleiding De bestaande bebouwing aan de Abelenlaan 6 te Ouderkerk aan den IJssel wordt gesloopt. Op de locatie worden drie nieuwe woningen gebouwd. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming -Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap).
Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden, dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In mei 2021 heeft een gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde gebieden en beschermde planten- en diersoorten.
Conclusies en aanbevelingen De ingreep is ecologisch getoetst. In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Indien aan de orde wordt aangegeven of er bij het realiseren van het initiatief negatieve gevolgen worden verwacht en/of verbodsbepalingen worden overtreden. In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Gebiedsbescherming Natuurgebieden H.4 Natura2000 §4.3.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §4.3.2 Omgevingsvisie en verordening Zuid-Holland – Belangrijke leefgebieden §4.3.3 Houtopstanden §4.3.4
Gevolgen Geen - Natura2000-gebied Boezems Kinderdijk ligt op 5,5km. Dit Natura 2000gebied heeft geen habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Indien de nieuwe stikstofwetgeving per 1 juli 2021 in werking treedt, is geen AERIUS berekening nodig. Voor de aanlegfase geldt dan een vrijstelling voor een AERIUSberekening. De effectafstand ligt in de realisatiefase op 0,8km. Het initiatief zal tijdens het gebruik niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr in het Natura 2000-gebied. Geen Geen Geen
Geen
Soortbescherming Soortgroep H.4.4 en 4.5 Algemeen §4.5.3 en 4.5.5
Flora §4.4 Vogels §4.5.1 Jaarrond beschermde nesten Vissen §4.5.2 Amfibieën §4.5.3 Reptielen §4.5.4 Grondgebonden zoogdieren §4.5.5 Vleermuizen §4.5.6 Overige soorten §4.5.7
Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Groene kikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Veldmuis en Wezel, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee. Nee Nee Nee Nee Nee
1
Aanvullende maatregelen vereist Soortgroep H.4 Vogels §4.5.1
Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.
2
2 Locatiebeschrijving 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 103, 438.
Figuur 1: Ligging plangebied, gele cirkel (Top25NL, 2021) De locatie betreft een voormalig bankkantoor met het omliggende terrein van parkeren en plantsoen. Het kantoor is in 1976 gebouwd.
Figuur 2: Zuidzijde (l) en westzijde kantoorgebouw
3
Figuur 3: Noordzijde (l) en oostzijde (r.) kantoorgebouw
Figuur 4: Bestrating aan de westzijde (l) en noordzijde (r.)
Figuur 5: Paardenstaart (l) en Look zonder look (r)
4
Figuur 6: Gecultiveerde plantsoenbeplanting 2.2
Plannen
Het gebouw aan de Abelenlaan 6 te Ouderkerk aan den IJssel wordt gesloopt. Het omliggende terrein bestaande uit groenvoorziening en bestrating voor toegang en parkeren wordt verwijderd. Op de locatie worden drie nieuwe woningen gebouwd.
5
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. (Ministerie van Landbouw, 2021) 3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. (Wet natuurbescherming, 2015) Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000-gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunning plichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden.
In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig. Aan de hand van ‘Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie’ opgesteld door Cardinaals (J.T.B. Cardinaals, 2019) kan bepaald worden of de berekening voor het betreffende initiatief noodzakelijk is. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten).
6
Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen.
Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 7). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.
Figuur 7: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Stroomschema soortbescherming, 2021)
7
Vogels In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht.
Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Indien aan de orde wordt door het invullen van de ‘Checklist houtopstanden’ van de omgevingsdienst bepaald of een kapmelding noodzakelijk is. (checklist houtopstanden, 2021) 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken.
Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten
8
en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. (Omgevingsbeleid, 2021) In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM, 2021) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.
GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap ZuidHolland 2013 vastgesteld (ProvincieZuidHolland, 2013). Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. (Rode lijsten, 2021)
9
4 Resultaten onderzoek en toetsing 4.1
Te toetsen initiatief
Het gebouw aan de Abelenlaan 6 te Ouderkerk aan den IJssel wordt gesloopt. Het omliggende terrein bestaande uit groenvoorziening en bestrating voor toegang en parkeren wordt verwijderd. Op de locatie worden drie nieuwe woningen gebouwd. 4.2
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen, worden in dit rapport behandeld. NDFF (© NDFF- guickscanhulp.nl 07 mei 2021, 2021) De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op maandag 10 mei 2021 heeft een gekwalificeerde medewerker van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Het gebouw is beoordeeld op aanwezigheid van spleten, kieren en voegen die toegang kunnen geven tot verblijfsruimtes voor vleermuizen. De gevels, dorpels, kozijnen en vensterbanken nauwkeurig onderzocht op sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (bijv. uitwerpselen). Ook de twee eiken langs de Abelenlaan zijn beoordeeld met betrekking tot functies voor vleermuizen.
Het gebouw en de omliggende vegetatie is eveneens beoordeeld op geschiktheid als nestgelegenheid voor vogels. De bevindingen en waarnemingen zijn getoetst aan het vigerend beleid. Achtereenvolgens komen gebiedsbescherming, belangrijke leefgebieden en soorten flora en fauna aan bod.
10
4.3
Gebiedsbescherming
4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000-gebieden (Wnb 2017) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied.
Figuur 8: Ligging plangebied rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (gebieden/zuid-holland, 2021) Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ‘Boezems Kinderdijk’ en ligt op 5,5km ten zuiden van het plangebied. Tot een afstand van 10km zijn er geen andere Natura 2000gebieden. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’ zijn: Krakeend, Porseleinhoen*, Purperreiger*, Slobeend, Smient, Snor* en Zwarte Stern* (*=broedvogel). Porseleinhoen komt bijna uitsluitend voor binnen het Natura2000-gebied. De andere soorten Krakeend, Purperreiger, Slobeend, Smient en Snor foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura2000-gebied. Het plangebied, gelegen in de bebouwingsstrook van de dorpskern is echter niet geschikt voor deze soorten als foerageergebied omdat het plangebied geen wetlandkarakter heeft. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Stikstofdepositie De bestaande bebouwing aan de Abelenlaan 6 te Ouderkerk aan den IJssel wordt gesloopt. Op de locatie worden drie nieuwe woningen gebouwd. Het Natura 2000gebied Boezems Kinderdijk heeft geen aanwijzing voor een (stikstofgevoelig) habitattype. De afstand tot dit Natura-2000 gebied is 5,5km.
11
Aanlegfase De Eerste Kamer is akkoord gegaan (nieuws, 2021) met het wetsvoorstel van coördinerend minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om de stikstofuitstoot te verlagen en de natuur te verbeteren. De stikstofuitstoot en -neerslag moet in 2030 zo laag zijn dat dan de helft van de Natura 2000-natuurgebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW) zit. Het streven is dat de wet op 1 juli 2021 in werking treedt. De wet bevat een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Dit betekent dat er voor de aanlegfase geen AERIUS-berekening nodig is. Gebruiksfase Uit: Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie (J.T.B. Cardinaals, 2019). De realisatie van een bestemmingsplan voor woningbouw kan bijdragen aan de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Een te hoge stikstofdepositie kan gevolgen hebben voor de voor stikstof gevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. Tot 29 mei 2019 vormde het PAS (Programma Aanpak Stikstof) het toetsingskader voor woningbouw en andere plannen of projecten. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS ongeldig verklaard.
Hierdoor is voor veel woningbouwplannen onduidelijkheid ontstaan omtrent de vergunningverlening en hoe om te gaan met de veelal beperkte bijdrage aan de stikstofdepositie als gevolg van deze plannen. Hoewel er bij de realisatie en het gebruik van nieuwe woningen sprake zal zijn van emissie van stikstof, hoeft dit niet altijd tot problemen voor natuur in Natura 2000-gebieden te leiden. De Directie Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft gevraagd vuistregels op te stellen om in een vroegtijdig stadium van de planvorming een eerste indicatie te geven van de risico’s op effecten op Natura 2000-gebieden. Deze ‘vuistregels’ zijn opgesteld voor kleinschalige woningbouwplannen, dat wil zeggen woningbouwplannen met een omvang van enkele tientallen woningen. De effectafstanden zijn berekend voor één tot 500 woningen. Het betreft plannen voor nieuwe woningen waarbij ‘gasloos bouwen’ het uitgangspunt is. Dit betekent dat bij het gebruik van de woning (verwarmen, koken etc.) geen emissie van stikstof optreedt, maar de emissie een gevolg is van het woon-werkverkeer en andere verkeersbewegingen, sfeerverwarming (bijvoorbeeld open haard en BBQ) en de aanwezigheid van mensen en huisdieren. Ook tijdens de bouwfase kan stikstof vrijkomen, door toepassing van machines met verbrandingsmotoren en door transport van bouwmaterialen en bouwafval.
Woningbouwplannen kunnen allerlei typen van woningen omvatten, maar in de vuistregels is uitgegaan van vrijstaande woningen, rijtjeswoningen en appartementen. Aan deze categorieën is voor het gebruik een aantal verkeersbewegingen gekoppeld op basis van CROW-kentallen (CROW 2018). Als het aantal verkeersbewegingen bekend is, kunnen ook plannen met combinaties van deze categorieën worden beoordeeld.
12
Het initiatief betreft drie vrijstaande woningen. Dit leidt tot 30 (= 3 woningen * 9 vervoersbewegingen + iets extra) vervoersbewegingen per dag.
Figuur 9: Vervoersbewegingen per dag Bij 30 vervoersbewegingen is de effectafstand 0,8km. De afstand tot het Natura 2000gebied is 5,5km. Het initiatief zal tijdens de gebruiksfase niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr in het Natura 2000-gebied.
Figuur 10: Effectafstanden voor het toekomstig gebruik Indien de nieuwe wet per 1 juli in werking treedt, geldt voor de aanlegfase een vrijstelling geldt in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot de stikstofdepositie. In de gebruiksfase blijft de stikstofdepositie onder 0,0 mol/ha/jr. Er hoeft in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning te worden aangevraagd met betrekking tot stikstofdepositie.
13
4.3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt in de kern van Ouderkerk aan den IJssel. Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied. Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met het initiatief zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 11: Ligging NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (Omgevingsbeleid Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland, 2021) 4.3.3 Belangrijke leefgebieden Provincie Zuid-Holland (Provinciaal beleid) De planlocatie ligt in de kern van Ouderkerk aan den IJssel. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een bijzonder provinciaal natuurgebied of leefgebied. Vanwege de ligging buiten de beschermde gebieden zal het initiatief geen negatieve gevolgen hebben voor beschermde belangrijke leefgebieden, zoals weidevogelgebied.
Figuur 12: Ligging belangrijk leefgebied (o.a. weidevogelgebied) t.o.v. het plangebied (Omgevingsbeleid Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit, 2021)
14
4.3.4 Bescherming houtopstanden (Wnb 2017) Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van gemeente Ouderkerk aan den IJssel. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 4.4
Flora
De locatie betreft een vrijstaand kantoorgebouw. Rond het gebouw ligt bestrating en groenvoorziening. Langs de Abelenlaan staat twee eiken. De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie Kruiptijm en Wolfskers is waargenomen. Kruiptijm staat op zonnige, droge, warme, uitgesproken stikstof- en voedselarme, kalksteen, soms op duinzand. Wolfskers is zeldzaam in Nederland en komt voornamelijk in Zuid-Limburg en Gelderland voor. In de rest van Nederland komt de soort ook voor in parken De standplaats is op beschaduwde plekken, vooral aan de rand van het bos. Het plangebied ligt in een verstedelijkte omgeving. Het gebied is gecultiveerd ingericht. De soorten Kruiptijm en Wolfskers komen van nature niet in een dergelijke omgeving voor. Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen zijn gedaan van beschermde plantensoorten. De buitenruimte is ingericht met gecultiveerde plantsoenbeplanting.
Figuur 13: Gecultiveerde plantsoenbeplanting 15
Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Conclusie flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde plantensoorten. 4.5
Fauna
4.5.1 Vogels De locatie betreft een vrijstaand kantoorgebouw. Rond het gebouw ligt bestrating en groenvoorziening. Langs de Abelenlaan staat twee eiken. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Nesten van de in de NDFF rapportage genoemde vogelsoorten zijn jaarrond beschermd en genieten dus aanvullende bescherming buiten het broedseizoen. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw en Huismus zijn jaarrond beschermd. De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie de volgende vogelsoorten zijn waargenomen: Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Havik, Huismus, Ooievaar, Ransuil, Roek, Slechtvalk en Sperwer. Veldbezoek Tijdens de inventarisatie zijn geen vogelsoorten waargenomen bij het gebouw en in de directe omgeving. In de wijk aan de overzijde van de Abelenlaan (naar het zuiden) en boven de bebouwing aan de noordzijde waren gierzwaluwen actief. Ter hoogte van de het kantoorgebouw en de ernaast gelegen gebouwen zijn geen bewegingen van gierzwaluwen waargenomen. Richting het noordwesten is getjilp van huismussen gehoord. Ter hoogte van het kantoorgebouw en de struiken eromheen was geen activiteit.
Verder zijn er tegen de gevel en onder de trespa daklijst geen sporen aangetroffen die duiden op nesten en broedende vogels. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen.
16
Figuur 14: Plat dak en beperkte vrije uitvalhoogte langs gevel De in de NDFF rapportage waargenomen soorten komen om verschillende redenen niet in het plangebied voor: • Boomvalk, Buizerd, Grote gele kwikstaart, Havik, Ransuil, Roek en Sperwer maken geen nesten in/op gebouwen. • Het gebouw is ongeschikt voor nesten van Ooievaar en Slechtvalk. Het pand is te klein, te laag en ligt te besloten. • Het kantoorgebouw heeft een plat dak. Een dergelijke dakconstructie wordt niet door huismussen en gierzwaluwen gebruikt. • In de gevel zijn geen gaten of kieren aangetroffen. Verder is de vrije uitvalhoogte beperkt. Daar waar het dak wat hoger is, bevindt zich op een lager niveau een uitbouw. Ook voor gierzwaluwen heeft het gebouw geen geschikte gevel- of dakconstructie. Conclusie vogels Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen.
Het dak is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vogels.
17
4.5.2 Vissen De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen beschermde vissensoort(en) voorkomen. Binnen het plangebied ligt geen water. Er worden binnen het plangebied geen beschermde vissoorten verwacht. Conclusie vissen Door het ontbreken van geschikt biotoop en het niet voorkomen van beschermde vissoorten, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vissen.
4.5.3 Amfibieën De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen zijn gedaan van beschermde amfibieën. Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen. Binnen het plangebied ligt geen water of habitat dat voor amfibieën interessant is. Er worden binnen het plangebied geen beschermde amfibieën verwacht. Conclusie amfibieën Er zijn geen waarnemingen van de beschermde amfibieën. Bovendien maakt het gebouw en het omliggende terrein geen deel uit van de leefomgeving voor amfibieën. Door het ontbreken van geschikt habitat voor amfibieën zullen verbodsovertredingen in het kader van de Wet natuurbescherming niet voorkomen.
4.5.4 Reptielen De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen gedaan van beschermde reptielensoorten Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Binnen het plangebied ligt geen water of habitat dat voor reptielensoorten interessant is. Op basis van de bureaustudie en het veldbezoek worden binnen het plangebied geen beschermde reptielen verwacht. Conclusie reptielen Er zijn binnen het plangebied geen beschermde reptielensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde reptielensoorten. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde reptielensoorten.
4.5.5 Grondgebonden zoogdieren De locatie betreft een vrijstaand kantoorgebouw. Rond het gebouw ligt bestrating en groenvoorziening. Langs de Abelenlaan staat twee eiken. Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km), namelijk Bever, Bunzing*, Egel* en Haas*. Soorten met een *, vallen onder de categorie ‘Wnb-andere soorten’. Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Bever (Wnb-hrl) leeft in overgangsgebieden tussen land en
18
water, o.a. in moerassen, langs beken, en rustige rivieren en meren. Langs het water moeten bossen aanwezig zijn, waar voldoende hout aanwezig is wat de Bever kan gebruiken om dammen van te maken. Dergelijke omgeving is op de planlocatie niet aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen grondgebonden beschermde zoogdieren waargenomen. Op de locatie is geen geschikt habitat voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Beschermde grondgebonden zoogdieren worden binnen het plangebied niet verwacht vanwege het ontbreken van geschikte milieus. Conclusie grondgebonden zoogdieren Voor eventuele verbodsovertredingen met betrekking tot de algemene soorten Bunzing, Egel en Haas (allen Wnb-andere soorten) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Habitat voor Bever ontbreekt. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Door het ontbreken van geschikt habitat en het niet voorkomen van andere beschermde grondgebonden zoogdieren, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot grondgebonden zoogdieren.
4.5.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl). De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie de beschermde vleermuissoorten Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis zijn waargenomen. Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2020) Het pand is bouwkundig nauwkeurig onderzocht op mogelijke gaten en kieren die mogelijk geschikt kunnen zijn als invliegopening voor vleermuizen. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Veldbezoek Ruige dwergvleermuis is een soort die in een boom- of bosrijke omgeving voorkomt en daar zijn verblijfsplaats heeft. Langs de Abelenlaan ter hoogte van nr. 6 staan twee eiken. Deze eiken zijn regelmatig onderhouden en opgekroond. Er zitten geen holtes in de bomen en de bomen hebben geen ruwe bast.
Vleermuizen zullen deze bomen niet gebruiken als verblijfslocatie. Deze bomen maken deel uit van een lijnverbinding langs de Abelenlaan. Indien deze twee bomen worden gekapt maakt dat geen verschil voor de lijnverbinding. Het ontstane gat zal door vleermuizen kunnen worden overbrugt.
19
Figuur 15: Onderhouden en opgekroonde eiken langs de Abelenlaan De Gewone dwergvleermuis is een soort die verblijfsplaatsen in gebouwen heeft. Het gebouw is in 1976 gebouwd. Gebouwen uit dit bouwjaar hebben gevelisolatie. In de gevel zitten geen stootvoegen. Onderaan de gevel zitten grote open ventilatie voegen. De gevel is strak afgewerkt. Er zitten geen kieren, scheuren en/of gaten in de gevel. De kozijnen zitten netjes afgewerkt tegen de gevel aan. Ook hier zijn geen spleten of kieren aanwezig. Aan de bovenzijde van het kozijn, tegen het dak aan is de aansluiting eveneens zonder kieren. De dakrand is afgewerkt met trespa platen, deze zitten strak tegen de gevel aan.
Figuur 16: Ventilatievoeg onder in de gevel (l) en strakke aansluiting kozijnen en trespa platen op gevel (r.)
20
Langs de gevel zijn uitwerpselen van vleermuizen of andere sporen aangetroffen. Ook op de vensterbanken en tegels op de grond zijn geen sporen aangetroffen.
Figuur 17: Vensterbanken en tegels langs gevel: (sporen van) uitwerpselen ontbreken De vegetatie rond het gebouw vormt géén essentieel foerageergebied voor vleermuizen op deze locatie. In de directe omgeving is er volop vergelijkbare alternatief foerageergebied aanwezig.
Conclusie vleermuizen Gezien de strakke afwerking van de gevel, de goede aansluiting van de kozijnen en trespa platen en het ontbreken van (sporen van) uitwerpselen van vleermuizen wordt uitgesloten dat vleermuizen gebruikmaken van het gebouw. Ook de bomen vervullen geen verblijfsfunctie. De vegetatie maakt geen deel uit van het essentieel leefgebied voor vleermuizen. Met de sloop van het gebouw en verwijderen van de vegetatie zullen geen verbodsovertredingen plaatsvinden in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vleermuizen.
21
4.5.7 Overige soorten De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen zijn gedaan van andere beschermde soorten. Op basis van de habitatkenmerken worden binnen het plangebied geen beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht. Conclusie overige beschermde soorten Door het ontbreken van overige beschermde soorten en geschikt habitat, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot overige beschermde soorten.
22
5 Conclusies en aanbevelingen Het gebouw aan de Abelenlaan 6 te Ouderkerk aan den IJssel wordt gesloopt. Het omliggende terrein bestaande uit groenvoorziening en bestrating voor toegang en parkeren wordt verwijderd. Op de locatie worden drie nieuwe woningen gebouwd. De ingreep is ecologisch getoetst. In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Indien aan de orde wordt aangegeven of er bij het realiseren van het initiatief negatieve gevolgen worden verwacht en/of verbodsbepalingen worden overtreden. In het laatste schema staan de soortgroepen die aanvullende maatregelen vereisen. 5.1
Conclusies
5.1.1 Gebiedsbescherming Natuurgebieden H.4 Natura2000 §4.3.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §4.3.2 Omgevingsvisie en verordening Zuid-Holland – Belangrijke leefgebieden §4.3.3 Houtopstanden §4.3.4
Gevolgen Geen - Natura2000-gebied Boezems Kinderdijk ligt op 5,5km. Dit Natura 2000gebied heeft geen habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Indien de nieuwe stikstofwetgeving per 1 juli 2021 in werking treedt, is geen AERIUS berekening nodig. Voor de aanlegfase geldt dan een vrijstelling voor een AERIUSberekening. De effectafstand ligt in de realisatiefase op 0,8km. Het initiatief zal tijdens het gebruik niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr in het Natura 2000-gebied. Geen Geen Geen
Geen
5.1.2 Soortbescherming Soortgroep H.4.4 en 4.5 Algemeen §4.5.3 en 4.5.5
Flora §4.4 Vogels §4.5.1 Jaarrond beschermde nesten Vissen §4.5.2 Amfibieën §4.5.3 Reptielen §4.5.4
Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Groene kikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Veldmuis en Wezel, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee. Nee Nee
23
Grondgebonden zoogdieren §4.5.5 Vleermuizen §4.5.6 Overige soorten §4.5.7
Nee Nee Nee
Aanvullende maatregelen vereist Soortgroep H.4 Vogels §4.5.1
Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
5.1.3 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. 5.2
Aanbevelingen
Uit de bureaustudie is gebleken dat binnen een afstand van 1km er vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen zijn waargenomen. Het wordt aanbevolen in het ‘Programma van eisen’ van het initiatief een biodiversiteitsparagraaf onder het kopje ‘duurzaamheid’ op te nemen. Bij kleinschalige ontwikkelingen past sturen op kleinschalige oplossingen in de vorm van soortgerichte maatregelen. Bij grote ontwikkelingen ontstaat er ruimte voor het sturen op een groter effect, zoals toename biodiversiteit en verbetering van ecosysteemdiensten en ecologische verbindingen met de omgeving. Gezien de omvang van het initiatief zijn soortgerichte maatregelen passend. In de nieuwe bebouwing kan vestiging worden gestimuleerd van Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen door het inbouwen van nestkasten en vleermuiskasten. Er zijn tegenwoordig vele interessante mogelijkheden voor het creëren van ruimtes voor vogels en vleermuizen op de markt. Enkele aanbieders zijn: Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl.
24
• • •
Gierzwaluw: inmetselen holle inbouwstenen in de randen van de zijgevels Huismus: plaatsen permanente nestvoorzieningen, aanleggen leefgebied: hagen met zandplekken. Vleermuizen: plaatsen permanente verblijven in woningen
Vleermuizen hebben door het gehele seizoen diverse verblijven. Het kraamverblijf en het winterverblijf zijn grotere verblijven voor meerdere exemplaren vleermuizen (15 tot 30 exemplaren). In zomer- en paarverblijven komen meestal enkele exemplaren voor. Door de omvang van het verblijf te variëren kan een bijdrage worden geleverd aan de verschillende functies. Er zijn diverse modellen kasten in omloop. Via de website vleermuiskasten.nl (typen vleermuiskasten, 2021) is een goed overzicht te verkrijgen.
Figuur 18: Inbouwkasten voor vleermuizen (l) en een vogelvide voor huismussen (r).
Figuur 19: Mogelijkheden voor gierzwaluwen: nestgelegenheid onder overstek of inbouwsteen in gevel (gierzwaluw, 2021) Vitale bomen vertegenwoordigen een grote waarde in stad en dorp. Zij bevorderen biodiversiteit en vangen fijnstof op. Verder temperen zij hitte en hittestress voor bewoners. Het advies is de twee eiken langs de Abelenlaan te sparen.
25
7 Bronnen © NDFF- guickscanhulp.nl 07 mei 2021. (2021, mei 07). Opgehaald van gegevens locatie: https://www.ndff.nl/ checklist houtopstanden. (2021, 04 08). Opgehaald van odh.nl: https://eloket.odh.nl/checklisthoutopstanden gebieden/zuid-holland. (2021, 04 08). Opgehaald van natura2000: https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland gierzwaluw. (2021, mei 07). Opgehaald van checklist groen bouwen: https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-details/aanpassingbouwwijze-voor-gierzwaluw J.T.B. Cardinaals, J. D. (2019). Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie Rapportnummer: 19-246. Culemborg: Bureau Waardenburg. Ministerie van Landbouw, N. e. (2021, 04 08). wetten. Opgehaald van minlnv: https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/wetten nieuws. (2021, 03 09). Opgehaald van bij12: https://www.bij12.nl/nieuws/stikstofaanpak-sterkere-natuur-perspectief-voorondernemers/ Omgevingsbeleid. (2021, mei 07). Opgehaald van www.zuid-holland.nl/actueel: https://www.zuid-holland.nl/actueel/omgevingsbeleid/ Omgevingsbeleid Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit. (2021, mei 07). Opgehaald van Ruimtelijke plannen Zuid-Holland: https://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ Omgevingsbeleid Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland. (2021, 05 07).
Opgehaald van ruimtelijke plannen Zuid-Holland: https://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ ProvincieZuidHolland. (2013). Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013. Den Haag: Provincie Zuid Holland. Rijksoverheid. (2020). Handreiking woningbouw en AERIUS. Den Haag: Rijksoverheid. Rode lijsten. (2021, 05 07). Opgehaald van minez.nederlandsesoorten.nl: https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/rode-lijsten soorten. (2021, 05 07). Opgehaald van checklist groen bouwen: www.checklistgroenbouwen.nl/soorten/ Stroomschema soortbescherming. (2021, mei 07). Opgehaald van regelink.nl: https://regelink.nl/wordpress/wp-content/uploads/2017/02/Stroomschemasoortbescherming.pdf Top25NL. (2021, mei 07). Opgehaald van verspreidingsatlas: https://www.verspreidingsatlas.nl/biodiversiteit/veldkaart.aspx typen vleermuiskasten. (2021, mei 07). Opgehaald van vleermuiskasten: https://vleermuiskasten.nl/node/45 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Z. (2020). Vleermuisprotocol 2021. Nijmegen: Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging. VRM. (2021, mei 07). Opgehaald van ruimtelijkeplannen.zuid-holland: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM Wet natuurbescherming. (2015, 12 16). Opgehaald van wetten.overheid: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 Zuid, O. Z.-H. (2020, 12 01).
Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie, versie 5.0. Dordrecht, Zuid-Holland: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
26
7.1
Geraadpleegde internetsites:
1. www.rijksoverheid.nl 2. www.bij12.nl 3. www.rvo.nl 4. www.ravon.nl 5. www.vleermuis.net 6. www.zuid-holland.nl 7. www.zoogdiervereniging.nl 8. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 9. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 10. www.waarneming.nl
27
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info 28