BIJL Bijlage 7 bij Toelichting Nota beantwoording overlegreacties
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING OVERLEGREACTIES BESTEMMINGSPLAN MIDDELBLOK 209, GOUDERAK vastgesteld d.d. 20 juli 2021. Nr. Naam, adres
Samenvatting reactie
Beantwoording
1.
Gasunie Transport Services BV Postbus 181 9700 AD Groningen (email d.d. 9 juni 2021)
Het plangebied ligt buiten de 1% letaliteitsgrens van de dichtst bij gelegen aardgastransportleiding (Besluit externe veiligheid buisleidingen). Deze leiding heeft geen invloed op de verdere planvorming.
Voor kennisgeving aannemen.
2.
Dunea Postbus 756 2700 AT Zoetermeer (email d.d. 11 juni 2021)
In het plangebied liggen geen transportleidingen van Dunea. Er zijn geen op- of aanmerkingen op dit plan.
Voor kennisgeving aannemen.
3.
GGD Hollands Midden Postbus 121 2300 AC Leiden (email d.d. 11 juni 2021)
Over ruimtelijke plannen zijn afspraken gemaakt met de Omgevingsdienst Midden-Holland. De Omgevingsdienst beoordeelt of een aanvullend advies van de GGD nodig is.
Voor kennisgeving aannemen.
4.
TenneT TSO B.V. Postbus 718 6800 AS Arnhem (email d.d. 16 juni 2021)
Binnen de grenzen van het plangebied heeft TenneT (na een eerste beoordeling) geen bovengrondse- en geen ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. TenneT heeft dan ook geen opmerkingen.
Voor kennisgeving aannemen.
3.
Oasen N.V. Nieuwe Gouwe Z.O. Gouda (email d.d. 21 juni 2021) Veiligheidsregio Hollands Midden Postbus 1123 2302 BC Leiden (d.d. 22 juni 2021) Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard Postbus 4059 3006 AB Rotterdam (d.d. 23 juni 2021)
Er zijn geen opmerkingen op dit plan.
Voor kennisgeving aannemen.
Vanuit de gezamenlijke hulpdiensten (politie, GHOR en brandweer) zijn er geen aandachtspunten.
Voor kennisgeving aannemen.
4.
5.
In het plan zijn de met het waterbeheer verbonden belangen voldoende gewaarborgd. Wel wordt verzocht om de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’ van de verbeelding te verwijderen. De waterkering is verplaatst naar de provinciale weg N207. 1
1. Op de verbeelding is de dubbelbestemming ‘Waterstaatwaterkering’ verwijderd. 2. In de regels is artikel 8, dubbelbestemming ‘Waterstaatwaterkering’, vervallen en zijn de artikelen 9 t/m 17 hernummerd. 3. In de toelichting is paragraaf 4.7.3, onderdeel
7.
Omgevingsdienst Midden Holland Postbus 45 2800 AA Gouda (7 januari 2021; 21 januari 2021 onderzoek geluidsbelasting industrieterrein)
1. M.e.r (4.1): is niet aan de orde. De motivering dat de milieuparagraaf de aanmeldnotitie vormt, is niet juist en moet worden verwijderd. 2. Bodem (4.2): akkoord. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is verder bodemonderzoek niet vereist. Wel dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd bij het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning. 3. Luchtkwaliteit (4.3): akkoord. 4. Geluid (4.4): akkoord nadat de geluidbelasting van het industrieterrein is verwerkt. Voor het plan zijn hogere waarden nodig voor het wegverkeerslawaai en het industrielawaai. het (ontwerp) besluit hogere waarden moet tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.. 5. Bedrijven en milieuzonering (4.5): akkoord. 6. Externe veiligheid (4.6): niet akkoord. De beoogde ontwikkeling ligt binnen 80 meter van de provinciale weg N207. Een verantwoording van het groepsrisico moet worden toegelicht. 7. Ecologie (4.8): niet akkoord. De quick scan is voldoende. Geadviseerd wordt te werken volgens de aanbevelingen uit het ecologisch rapport. Wel moet de tekst in paragraaf 4.8, onderdeel ‘uitvoerbaarheid’ worden aangepast. Aanvullende onderzoeken naar huismussen en (gebouwbewonende) vleermuizen moeten worden uitgevoerd voorafgaande aan het vaststellen van het bestemmingsplan en niet zoals nu is opgenomen voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden.
In de ontwerpfase mag deze op p.m. blijven. 8. Archeologie (4.9): akkoord. 9. Explosieven: In 2014 is historisch onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van NGE voor het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Hieruit blijkt dat het plangebied onverdacht is voor wat betreft het 2
‘planspecifiek, waterkeringen’ aangepast en is paragraaf 5.4, onderdeel ‘Waterstaat-waterkering vervallen. Het advies is voor kennisgeving aangenomen voor de onderdelen 2, 3, 5, 8 t/m 10. Ten aanzien van de opmerkingen zoals deze zijn genoemd bij de nummers 1, 4, 6 en 7 wordt het volgende opgemerkt: 1. De tekst in paragraaf 4.1 is overeenkomstig het advies van de Omgevingsdienst aangepast. 4. De geluidbelasting van het industrieterrein is door de Omgevingsdienst onderzocht. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van het industrielawaai lager is dan de voorkeurgrenswaarde uit het Wet geluidhinder. Niettemin is geadviseerd om een hogere grenswaarde te verlenen met het oog op mogelijk toekomstige ontwikkelingen binnen de grenzen van het industrieterrein. 6. Paragraaf 4.6 van de toelichting is gemotiveerd aangevuld. Gezien de lage aantallen van transporten met gevaarlijke stoffen over de provincialeweg N207 ter hoogte van het Middelblok is dit nauwelijks relevant voor het plaatsgebonden risico of groepsrisico. 7. Paragraaf 4.8 is overeenkomstig het advies van de Omgevingsdienst aangepast.
voorkomen van NGE. Verder onderzoek is niet noodzakelijk. 10. Provinciaal milieubelangen: De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de provinciale milieubelangen. De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen: Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied. Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMCbedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde. Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in een invloedsgebied Groepsrisico van een EVrelevante risicobron, maar de ontwikkeling is zodanig klein waarbij geen significante stijging van het groepsrisico wordt verwacht. .
3