CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL Bijlage 6 bij Toelichting bouwhistorische verkenning

Raadsvergadering 16 november 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Middelblok 209, Gouderak8.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Boerderij Rust-Hove Middelblok 209 Gouderak

Bouwhistorische verkenning met waardestelling

auteur: L. Zaaijer redactie: P. den Hertog Zeist, maart 2020 definitief 1

Bouwhistorische verkenning met waardestelling Boerderij Rust-Hove Middelblok 209 Gouderak

opgesteld in opdracht van Kaspar van den Brink en Marleine Verbeek uitgevoerd door Lotte Zaaijer, redactie Piet den Hertog (Bureau Helsdingen)

2

Colofon

Opdrachtgever Kaspar van den Brink Marleine Verbeek Opdrachtnemer Bureau Lotte Zaaijer Auteur: ir. L. Zaaijer Scheeperslaan 11 3707 XN Zeist Redactie Piet den Hertog, Bureau Helsdingen Opdracht Bouwhistorische verkenning met waardestelling boerderij Rust-Hove te Gouderak Datum Zeist, maart 2020 Versie Definitief

3

Objectgegevens

Objectgegevens Adres Middelblok 209, 2831 BN Gouderak Gemeente Krimpenerwaard Provincie Zuid-Holland Kadastraal bekend Gouderak, sectie B perceel 3701 Status Rijksmonument (nummer 17031) Oorspronkelijk functie Boerderij Datering 1753, 1924

Gouda

Luchtfoto, de onderzoekslocatie is gemarkeerd

Gouda

Kadastrale kaart van de huidige situatie. Het onderzoeksobject is gemarkeerd (bron: monumentenregister.nl)

4

Inhoudsopgave

Colofon 3 Objectgegevens4 Inhoudsopgave5 1. Inleiding 6 2. Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis 7 3. Bewoners- en gebruiksgeschiedenis 17 4. Bouwgeschiedenis en beschrijving boerderij 19 5. Bouwgeschiedenis en beschrijving bijgebouwen 29 6. Beschrijving erfinrichting 31 7. Waardestelling 32 6. Verantwoording 37

5

1. Inleiding

Deze bouwhistorische verkenning met waardestelling is uitgevoerd in het kader van herbestemmingsplannen voor boerderij Rust-Hove te Gouderak. Doel van het onderzoek is om een beter inzicht te krijgen van de ontwikkelingsgeschiedenis en waarden van het erf, de boerderij en de bijgebouwen. De bouwgeschiedenis van de boerderij en de waarden van de verschillende bouwelementen worden tot in detail beschreven. De bouwhistorische verkenning met waardestelling betreft een onderzoek op hoofdlijnen naar de bouw- en gebruiksgeschiedenis van de boerderij. Het brengt in kaart welke kenmerkende elementen nu nog aanwezig zijn. Op basis van het onderzoek vindt een interne waardestelling plaats die aangeeft welke onderdelen het verhaal van het gebouw het beste illustreren. De waardestelling beoogt het relatieve belang te bepalen van de monumentale waarden van de verschillende onderdelen en aspecten binnen de context van het bouwwerk. Het veldwerk is uitgevoerd op 3 januari 2020. Er is geen destructief onderzoek verricht. Naast het veldwerk is het huisarchief en het bouwdossier bestudeerd en is online archiefonderzoek verricht. Het veldwerk is uitgevoerd samen met Piet den Hertog, hij heeft tevens het rapport geredigeerd. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in dit rapport.

Het eerste hoofdstuk schetst de ruimtelijke ontstaansgeschiedenis, daarop volgt de bewoners- en gebruiksgeschiedenis. De volgende hoofdstukken beschrijven de bouwgeschiedenis en de huidige situatie van de boerderij, bijgebouwen en erfinrichting. De waardestelling in het laatste hoofdstuk geeft voor het erf en elk gebouw aan hoe groot de cultuur- en bouwhistorische waarde is. Een overzicht van de relevante literatuur en de geraadpleegde archieven is achterin het rapport opgenomen.

6

2. Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis

2.1

Polder Middelblok

Aan de Hollandse IJssel ligt de polder Middelblok, deze polder maakt onderdeel uit van de Krimpenerwaard. De polder Middelblok wordt aan de noordoostzijde begrensd door het Beijerswegje die naar de Beijerse Polder loopt en aan de zuidwestzijde ligt het dorp Gouderak. De bedijking en ontginning van de Krimpenerwaard begon in de 12de en 13de eeuw. De IJsseldijk en Achterbroek vormden de ontginningsbasis, het water werd afgevoerd via de wetering die er tussenin lag. In het midden van de polder Middelblok was een boezem gesitueerd met daaraan een molen die het water afvoerde. Tot 1951 bleef de installatie met molen en boezem in gebruik. In 1952 werden de polders Middelblok, Veestalblok en Kattendijkseblok opgeheven. Zij gingen samen met de polder Stolwijk en loosden hun water via het gemaal Verdoold bij Gouderak. De molen werd een woning (Middelblok 81). In de polder Middelblok zijn de kavels lang, smal en haaks op de ontginngingsbasis gesitueerd. De boerderijen werden langs de binnenzijde van de dijken gebouwd. De boeren erven werden aan de achterzijde begrensd door een sloot die van het Beijerswegje naar Gouderak leidt. De sloot diende behalve als natuurlijke achtergrens, ook als waterweg en droeg vermoedelijk ook bij aan de waterafvoer binnen het perceel. De sloot is in 1983 ter plaatse van Middelblok 209 gedempt.

3 1

2

2

Ontginningen in de Krimpenerwaard 1. IJsseldijk (ontginningsbasis), 2. wetering, 3. polder Middelblok

Topografische en Militaire kaart, 1847-1849 1. Gouderak, 2. boezem, 3. Beijersewegje

1 5

5

3

2

1. 2. 3. 4. 5.

Middelblok/ IJsseldijk (ontginningsbasis) Wetering Boezem (met molen) Beijersewegje Gouderak

4

2

4

1

In de jaren 70 en 80 zijn ter hoogte van Middelblok 209 aan de overzijde van de dijk de uiterwaarden drooggelegd, om op de aangewonnen grond een bedrijventerrein te realiseren. Na de millenniumwisseling is de ringweg aangelegd. Beide hebben afbreuk gedaan aan de relatie met de Hollandse IJssel en de ruimtelijke kwaliteit in het algemeen.

7

3

1

3

1. 2. 3. 4. 5.

Middelblok/ IJsseldijk (ontginningsbasis) Middelblok 209 Sloot (achtergrens erven) Beijersewegje Gedempte sloot

2.2

Ontstaansgeschiedenis van het erf

Situatie 1832

Het herenhuis dateert uit 1753, het is gebouwd als huis voor vooraanstaande burgers (initialen KAB). Waarschijnlijk staat er sinds de bouwtijd een achterhuis tegen het voorhuis. Het herenhuis werd bewoond door de landheer en het achterhuis was de boerderij die werd beheerd door een pachtboer. Op kaart 1828-1829 is de sloot doorgetrokken tot het Beijerswegje (gedempt in 1983). De percelen zijn smal en lang. Op deze tekening staat de voorganger van het achterhuis getekend, maar het voorhuis en achterhuis stonden op verschillende percelen. Het herenhuis stond op een perceel aan de straatzijde (huis, schuur, erf) en daarachter was het perceel met de boerderij (huis, schuur, erf). De schuur op het erf van de boerderij was relatief groot, deze is niet meer aanwezig.

kadastrale minuut 1828-1829

4

nog aanwezige bebouwing reeds gesloopte bebouwing 3 1.

herenhuis

2.

schuur

3.

boerderij

4.

schuur

8

4

1

2

Situatie 1924

Op de kaart uit 1828-1829 staat nog niet het stenen schuurtje achterop het erf, deze staat wel op een kadastrale hulpkaart uit 1935 waar de nieuwbouw uit 1924 op staat getekend. Het stenen schuurtje zal tussen 1832 en 1924 gebouwd zijn. Deze bevond zich oorspronkelijk aan de andere zijde van de sloot en was toegankelijk via een bruggetje. In 1924 laat Gijsbertus Kloot het voormalige achterhuis vervangen door het huidige en trekt het herenhuis bij de boerderij. Het achterhuis was langer, de achtergevel stond vlak voor de hooiberg. Tegen het achterhuis werd een boenhok/ boenstoep gerealiseerd aan een sloot. In de tweede helft van de 19de eeuw doen de boenhokken hun intrede, als gevolg van de groeiende zelfkazerij. In de boenhokken werden materialen schoongemaakt en melkbussen in het water gekoeld. Waarschijnlijk is in die periode het slootje naar de boenstoep aangelegd (voor 1975 gedempt). De hooiberg achter het achterhuis en de in 1993 gesloopte stenen schuur (paardenstal en wagenstalling) die links van de boerderij stond dateren waarschijnlijk ook uit 1924. Achter de stenen schuur stond nog een klein stenen (varkens) schuurtje, een voorganger van de in 1986 gebouwde varkensschuur met mestkelder.

In de situatie uit 1924 stonden de bijgebouwen langs de oprit (zandweg), vanaf de sloot waren twee aftakkingen naar het boenhok en naar het achterhuis (afvoer mest), tussen de sloten bevond zich een boomgaard (tpv de huidige schapenstal). Rond het voorhuis was een bloemen- en mogelijk ook een moestuin. nog aanwezige bebouwing reeds gesloopte bebouwing

1.

boerderij

2.

drieroedige hooiberg

3.

stenen schuur

4.

stenen (varkens)schuur

5.

stenen schuur

6.

sloot voor afvoer mest

7.

sloot naar boenstoep

9

Ter plaatse van Middelblok 209 zit er een kronkel in de dijk. Het voorhuis volgt de dijk, terwijl de bijgebouwen de lengteas van de kavel volgen. Hierdoor ontstaat een hoekverdraaiing tussen het voorhuis en bijgebouwen. In het erf zijn drie kavels samengevoegd, het is dus breder dan het in het verleden (in 1832) was.

5

4

6

2 3

1

7

kuilgras silo

stenen schuur (paarden, wagens?)

boomgaard

stenen (varkens)schuur sloot, naar achterhuis

trap naar de entrees van de opkamer en woning rechts

oorspronkelijke bouwmassa achterhuis

nieuwe woning

veldwerktekening ca. 1934 (voordat de woning rechts is gerealiseerd)

Datum foto: tussen 1945-1954 (vanwege de trap naar de opkamer, en voordat de vierroedige hooiberg wordt gebouwd) 10

stenen schuurtje hooiberg

brug

sloot, naar boenhok

oorspronkelijke achtergevel

hooiberg

veldwerktekening ca. 1934 (voordat de woning rechts is gerealiseerd)

Datum foto: tussen 1945-1954 11

sloot met schouw, voor de afvoer van mest

kenmerkend is de hoekverdraaiing van de boerderij tov de verkaveling en oprit

Datum foto: tussen 1945-1954 12

Situatie 1975

In 1935 laat Gijsbertus Kloot voor zichzelf een woning bouwen naast de boerderij. Deze was vanaf de dijk toegankelijk via de trap. Mogelijk is toen de aftakking van de sloot naar het boenhok grotendeels gedempt. Deze werd vervangen door een pijp die water aanvoerde, de pijp is voor 1975 verwijderd. In 1975 bevindt zich voor de boenstoep een vierkante betonnen bak. In 1954 is tegen de in 1993 gesloopte stenen schuur de vierroedige hooiberg gebouwd. Voor 1975 is de aftakking van de sloot naar het achterhuis (naast de schapenstal) gedempt. In 1975 is het achterhuis ingekort en is de koeienstal (later schapenstal) gebouwd.

6 6

5

7

nog aanwezige bebouwing reeds gesloopte bebouwing 2 1.

boerderij

2.

drieroedige hooiberg

3.

stenen schuur

4.

vierroedige hooiberg

5.

stenen (varkens)schuur

6.

stenen schuur

7.

-koeien/ schapenstal

8.

woning

13

4

3

8 1

luchtfoto 1992 14

Huidige situatie

In 1983 is de sloot ter plaatse van het achtererf gedempt. De sloot speelde oorspronkelijk een belangrijke rol in het functioneren van de boerderij maar was een belemmering geworden. Door het dempen van de sloot werd de grond aan de overzijde van de sloot beter toegankelijk. Hier werd een wagenloods gebouwd en de grond kon o.a. gebruikt worden voor opslag van ruwvoer. In 1986 is de varkensstal gebouwd (met mestkelder). In 1993 is de stenen schuur gesloopt. In 1999 is de mestplaat tussen de varkensstallen aangebracht, de plek van de oude mestplaat werd een weide. Het resultaat van de ontwikkeling is de huidige erfindeling.

6 5

nog aanwezige bebouwing reeds gesloopte bebouwing

1.

boerderij

2.

drieroedige hooiberg

3.

vierroedige hooiberg

4.

varkensstal (met mestkelder)

5.

stenen schuur

6.

wagenloods

7.

koeien/ schapenstal

8.

woning

15

4

7

2 3

8 1

2.4 Kenmerkende elementen voor boerderijen in de Krimpenerwaard De boerderijbouw is vaak streekgebonden. Herkenbare en kenmerkende elementen voor boerderijen in de Krimpenerwaard zijn: • • • • •

een oprit loopt van de dijk naar het achtergelegen gebied; aan straatzijde staat de hoofdboerderij, met het voorhuis op de straat georiënteerd, het achterhuis op het erf en de weilanden; een boenstoep staat tegen (de kaasmakerij in) het achterhuis, oorspronkelijk was deze aan een sloot gelegen; direct achter het achterhuis staat een hooiberg; aan de oprit staan bijgebouwen (aan de straatzijde een wagenloods, daarachter varkensschuren met een uitloop aan de buitenzijde).

6 5

nog aanwezige bebouwing reeds gesloopte bebouwing

1.

boerderij

2.

drieroedige hooiberg

3.

vierroedige hooiberg

4.

varkensstal (met mestkelder)

5.

stenen schuur

6.

wagenloods

7.

koeien/ schapenstal

8.

woning

4

2 3

8 1

opzet erf in de Krimpenerwaard 16

7

3. Bewoners- en gebruiksgeschiedenis

De bewoners- en gebruiksgeschiedenis is gebaseerd op de publicatie ‘Huize Rust-hove en haar bewoners door de eeuwen heen’. Er is geen aanvullend (kadastraal) onderzoek verricht. In 1753 is het herenhuis gebouwd, dit jaartal staat op de rechter steen in de linker kopgevel. Op de linker steen staan waarschijnlijk de initialen van de opdrachtgever (KAB). Zijn naam is onbekend.

Opregte Haarlemsche Courant, 25-02-1836

In 1828-1829 is Gerrit Verweij (metselaar) eigenaar van het voorhuis (huis) en achterhuis (huis schuur, erf) en omliggende gronden. Hij was een landheer en zal in het voorhuis hebben gewoond, in het achterhuis werd geboerd door de pachtboer. De boerenbedrijven in de Krimpenerwaard zijn sinds de 16de eeuw met name weidebedrijven, dit bedrijf zal dat ook zijn geweest. In 1833-1845 woonde de adelijke familie de Rotte in het huis. Zij kwamen uit Friesland. In 1836 is hier hun zoon geboren en in op 3-jarige leeftijd 1841 gestorven. (zie krantenbericht)

Opregte Haarlemsche Courant, 16-03-1841

In 1847-1865 woonde de adelijke familie Falck in het huis. Zij kwamen uit Nedersacksen. 1865-1890: onbekend. In 1889 is hier P.J. Hofman overleden (zie krantenbericht). Het is onbekend vanaf wanneer hij hier woonde. 1890-1900 bewoond door Carel Willem Frederik Doorman. Dit was de vader van de bekende Karel Doorman (hij is hier niet geboren, maar heeft hier in zijn kinderjaren gewoond). 1900 – 1920. Familie Gautier, van wie zoons burgemeester zijn geworden van Coevorden en het naastgelegen dorp Berkenwoude. In 1915 wordt hier hun zoon geboren. In 1913 staat de boerderij te koop (zie krantenbericht), maar de boerderij is toen blijkbaar niet verkocht. 1920-1924: J.E. Immink woont op Rusthove, hij is burgemeester van Stolwijk. Vanwege een brand verlieten zij in 1920 hun huis in Stolwijk en 17

Rotterdamsch Nieuwsblad, 03-06-1889

trokken in Rusthove. Waarschijnlijk stond het pand toen leeg. Vanaf 1914 beheert Hendrik Anker de boerderij. Het is onbekend of hij ook op de boerderij (in het achterhuis) woont. In 1924 wordt de boerderij overgedaan aan zijn schoonzoon Gijsbertus Kloot. In 1924 laat Gijsbertus Kloot een nieuw achterhuis bouwen en het herenhuis nam hij in gebruik als woning. Op de eerste steen staat: ‘DE EERSTE STEEN IS GELEGD DOOR HENDRIK EN JACOB WILLEM KLOOT – OUD 12 EN 9 JAAR – 1 AUG. 1924’. Daarmee kwam een eind aan de zelfstandigheid van het pand als woonhuis van vooraanstaande burgers. In 1935 laten Gijsbert en zijn vrouw in het huis rechts van het herenhuis. De eerste steen is gelegd door hun dochter: ‘DE EERSTE STEEN IS GELEGD DOOR MARIA WEINTJE KLOOT 25 FEBRUARI 1935’. Na WOII: twee wooneenheden. In de rechter beuk woonde de boer, deze ruimte werd ontsloten door de deur in de rechter kopgevel. In de linker beuk woonden huurders, deze ruimte werd ontsloten door de hoofdingang. 1966-1975: boerderij gekocht door J.C. Noordergraaf voor zijn zoon Adri Noordergraaf. 1975-heden: huidige eigenaren Adri Noordergraaf en Marrigje (Marrie) Boogaard. Boerderij: koeien en varkens (in 1986 uitbreidingsplannen). Kaasmakerij in achterhuis (bijgedragen aan de productie van de bekende Goudse kaas). In 1992 gaan koeien weg, overgegaan op schapen (naast varkens). In 2019 worden schapen verkocht.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 12-07-1913

18

4. Bouwgeschiedenis en beschrijving boerderij

4.1

> historische foto van de boerderij, datum onbekend (bron: huisarchief). Het zal dateren tussen 1945 (trap naar rechter wooneenheid) en 1953 (bouw vierroedige hooiberg).

boenhok

stal

kaaskamer

kamer

opkamer, kelder

voorkamer

plattegrond met de indeling met opkamer/ kelder en de twee wooneenheden (groen, blauw) (tekening: Funda.nl) > historische foto van het voorhuis met dakkapel, datum onbekend (bron: huisarchief)

19

Bouwgeschiedenis

Het voorhuis dateert uit 1753, zo blijkt uit de gevelsteen. Op de kaart uit 1828-1829 staat het voorhuis en voormalige achterhuis getekend. In het voorhuis woonde de landheer (vooraanstaande burgers zoals adelijke families en burgemeesters), het achterhuis was de boerderij. Maar uit de indeling van het voorhuis, met middengang, blijkt dat er altijd een verbinding is geweest tussen het voorhuis en achterhuis. De bouwmassa van het voorhuis, met twee bouwlagen en een zadeldak, is sinds de bouwtijd ongewijzigd. In de linker kopgevel zullen oorspronkelijk vier vensters hebben gezeten, deze zijn tijdens de Franse tijd dichtgezet. In 1812 trad de vensterbelasting in werking, om de belasting te verminderen werden in veel gebouwen vensters dichtgezet. Op beide bouwlagen is de ruimtelijke indeling oorspronkelijk. Op de begane grond is een middengang met links een grote kamer met een schouw tegen de kopgevel (oorspronkelijk tussen twee vensters). Tegen de brandmuur bevond zich waarschijnlijk een kastenwand, mogelijk voor bedstedes (ruim 1 meter diep). In de rechter beuk was aan de achterzijde de kelder/ opkamer gesitueerd, de stookplaats is naar verluid oorspronkelijk. Mogelijk werd deze ruimte als keuken gebruikt. Aan de voorzijde was een voorkamer, vermoedelijk een bijkamer. Op de verdieping was eenzelfde indeling met een middengang en kamers aan weerszijde.

Vanaf de gang waren de ruimten op de begane grond, opkamer, verdieping en kelder toegankelijk. Vanaf 1924 wordt het voorhuis bij de boerderij getrokken. In het achterhuis is een stal en kaasmakerij, dichtbij de kelder onder het voorhuis. Tegen de kaasmakerij is een boenhok gesitueerd. De situering van de kaaskamer is ongebruikelijk voor de Krimpenerwaard, want meestal wordt de voorkamer als kaaskamer gebruikt. In 1945 wordt het herenhuis gesplitst in twee wooneenheden. In de rechter beuk woonde de boer, deze ruimte was toegankelijk via de deur in de rechter kopgevel. In de linker beuk woonden huurders, deze wooneenheid was toegankelijk via de hoofdingang. In de linker beuk was in de kastenwand tegen de brandmuur een trap naar de verdieping aangebracht. In de rechter beuk was de verdieping toegankelijk via de huidige trap. Deze

was toegankelijk vanaf de opkamer. Ook tussen de opkamer en voorkamer (slaapkamer) zal een doorgang hebben gezeten. De zolder was bergruimte voor de boer in de rechter wooneenheid en mocht eens per week door de huurders in de linker wooneenheid bezocht worden. In de derde kwart van de twintigste eeuw (voor 1975) zijn de dakkapel en luiken verwijderd. In 1975 vindt een ingrijpende verbouwing plaats, dan ontstaat de huidige keuken. Daartoe wordt de kelder dichtgestort en de opkamervloer verlaagd tot hetzelfde niveau als de overige begane grondvloeren in het voorhuis. De voorkamer (slaapkamer) wordt bij de keuken getrokken. In de rechter zijgevel wordt een groot keukenraam aangebracht en in de achtermuur een doorgang naar het achterhuis. Om alle bouwsporen te camoufleren wordt de gevel gepleisterd.

historische foto's van de linker en rechter zijgevel, datum onbekend (bron: huisarchief)

historische foto van het boenhok met boenstoep, datum onbekend (bron: huisarchief)

20

In de decennia daarna vinden er nog enkele kleinere wijzigingen plaats. In 1986 wordt het boenhok opgeknapt, waarbij de grote opening voor de boenstoep wordt dichtgemetseld en voorzien van een hergebruikt stalraam. In 1992 wordt in de voorgevel het pronkrisaliet met het raam en de voordeur vernieuwd. Waarschijn wordt dan ook de daklijst vernieuwd (beplating, met minder profilering). In dat jaar wordt in het achterhuis een badkamer gemaakt (als koeien weggaan en de stalruimte zijn functie verliest). In 1993 worden de overige ramen vernieuwd met uitzondering van de zolderramen, die worden in 1995 vernieuwd.

4.2

Bouwhistorische beschrijving

Situering op het erf, bouwmassa

Het herenhuis is gesitueerd aan de straatzijde, daarachter staat het achterhuis. Het voorhuis dateert uit 1753 en betreft een tweelaags dwarshuis op een rechthoekige plattegrond en voorzien van een zadeldak. De toppen van de kopgevels zijn voorzien van een tuit met schoorstenen (oorspronkelijk met schoorsteenkap). Het achterhuis dateert uit 1924 en is in 1975 ingekort. Dit bouwdeel staat op een rechthoekige plattegrond onder een zadeldak. Op dit dak waren orspronkelijk drie schoorstenen aanwezig. Aan de rechter zijde is een aanbouw (boenhok) dat is afgedekt met een lessenaarsdak. Dit type boerderij met een tweelaags dwarshuis is vrij zeldzaam in dit gebied.

ligging van de boerderij op het erf

Beschrijving voorhuis (1753) Exterieur

De gevels zijn opgetrokken in metselwerk (steens, kruisverband). De bakstenen zijn gelig en hebben een afmeting van 16 x 7,5 x 4 cm, 10-lagenmaat is 47,8 cm. Het betreffen Ijsselsteentjes, deze behoren tot de kleinste soorten metselsteen. Oorspronkelijk hadden de stenen een afmeting van 18 × 9 × 4,5 cm, dus een verhouding van 4 : 2 : 1. Een iets afwijkende maat hebben de zogenaamde ‘drielingen’. Deze zijn even lang, maar met een afmeting van 18 × 8,75 × 4,25 iets platter en smaller. De toegepaste stenen in Rusthove zijn nog kleiner, ze zullen lokaal geproduceerd zijn.

voorgevel aan de zijde van de dijk

21

Voorgevel. De voorgevel bestaat uit vijf venster traveeën, ter plaatse van de middelste travee is een wit gepleisterd pronkrisaliet in Lodewijk XIV stijl. In het midden, tussen de deur en venster, staat de naam Rust-Hove. De naam staat op een soort architraaf dat rust op pilasters die zich aan weerszijde van de deur bevinden. Rond het venster is een rijk gedecoreerd ornament, dit is in 1992 vernieuwd naar voorbeeld van het origineel. De vensters hebben een zesruits schuifraam en drieruits bovenlicht met enkelglas. Ze zijn in 1993 vernieuwd, naar voorbeeld van de toen

aanwezige vensters. Die vensters waren vermoedelijk ook niet oorspronkelijk, want dit type wordt pas vanaf eind 18de eeuw/ begin 19de eeuw toegepast. In het midden van de 18de eeuw waren vensters van vier ruiten breed (kleinere ruiten) gangbaar. Oorspronkelijk waren de vensters voorzien van luiken. In 1993 is ook de deur vernieuwd. De daklijst is afgewerkt met beplating, hierachter is waarschijnlijk de oorspronkelijke gepleisterde daklijst aanwezig met een geprofileerde onder- en bovenrand. De daklijst is waarschijnlijk in 1993 vernieuwd (beplating ipv pleisterwerk). De dakgoot wordt gedragen door klossen, deze zijn vanuit de zolder te zien. De dakgoot is afgewerkt met beplating, de oorspronkelijke geprofileerde dakgoot is waarschijnlijk verwijderd of bevindt zich daaronder. Het dak is gedekt met gesmoorde dakpannen (Oude Hollandse pan). In het midden bevond zich een dakkapel, maar deze is voor 1975 verwijderd.

> linker zijgevel van het voorhuis >> detail van de dakrand

> stenen met jaartal en waarschijnlijk initialen >> rechter zijgevel

22

Linker zijgevel. De gevelindeling bestaat uit twee venster traveeën met vier vensters waarvan er drie zijn dichtgemetseld. Alleen op de begane grond aan de voorzijde is een venster, dit dateert uit 1993. In de geveltop zijn twee vierkante zoldervensters (1995). Het metselwerk van de gevelrand is vernieuwd en voorzien van een rollaag (cementvoeg, afgewerkt met cementpleister, oorspronkelijk waarschijnlijk vlechtwerk). Op het metselwerk bevinden zich ankers, ter plaatse van de balkkoppen van de verdiepings- en zoldervloer en de gordingen van de kapconstructie. Rechter zijgevel. Deze gevel is als enige volledig gepleisterd, in deze gevel hebben ook de meeste wijzigingen plaatsgevonden. De gevelindeling bestaat uit een groot venster op de begane grond dat uit 1975 dateert. Oorspronkelijk was hier links een groot venster, ter plaatse van een voormalige voorkamer. Rechts daarvan bevond zich een raam (later deur) en een breed venster met daaronder een keldervenster. Onder het pleisterwerk zullen zich deze bouwsporen te zien zijn. Op de verdieping zijn twee vensters, deze zijn in 1993 vernieuwd. In de geveltop is een zoldervenster dat in 1995 is vernieuwd. Het metselwerk van de gevelrand is vernieuwd (cementvoeg, afgewerkt met cementpleister, oorspronkelijk waarschijnlijk vlechtwerk). In het pleisterwerk zijn ankers verzonken.

Ze bevinden zich ter plaatse van de balkkoppen van de verdiepings- en zoldervloer en de gordingen van de kapconstructie. De rechter zijgevel is

vernieuwde gevelrand

zelfde rode steen als boven de stenen met jaartal en initialen

aan de binnenzijde voorzien van een binnenspouwblad, terwijl de overige gevels aan de binnenzijde zijn voorzien van een voorzetwand. Achtergevel. Tegen de achtergevel staat het achterhuis. In het metselwerk is een horizontale naad aanwezig die over de volledige breedte zichtbaar is. Aan de buitenzijde bevindt zich een restant van een loodslabbe en er is verschil te zien tussen het metselwerk daarboven (gaaf) en daaronder (rommelig). Aan de binnenzijde is een versnijding te zien. Mogelijk is dit de dakrand van de voorganger van de boerderij. In dat geval was de voorganger mogelijk een krukhuisboerderij, dat sluit ook aan bij de grondvorm die op de kadastrale minuut uit 1832 is te zien.

regelmatig metselwerk

onregelmatig metselwerk

Constructie

In de rechter beuk was aan de achterzijde een kelder aanwezig, deze is in 1975 dichtgestort en de opkamervloer is verlaagd. Aan de binnenzijde is ter hoogte van de lijn een versnijding te zien. De lijn waar de witte pijl naar wijst bevindt zich op dezelfde hoogte als de lijn aan de buitenzijde (zie rechter foto's).

Kadastrale minuut 1832

Vloeren. De begane grondvloer betreft een betonvloer. Oorspronkelijk zullen de begane grondvloeren in de linker en rechter beuk houten vloeren zijn geweest. Op een historische foto lijkt onderaan de linker kopgevel een ventilatierooster aanwezig te zijn. De verdieping- en zoldervloer bestaat uit houten delen op houten balken. Balken onder de verdiepingsvloer zijn parallel op de voorgevel overspannen, die onder de zoldervloer zijn haaks op de voorgevel overspannen. De balklagen zijn alleen ter plaatse van de gangen zichtbaar, in de kamers is de balklaag weggewerkt boven een verlaagd plafond. De gangmuren zijn ter plaatse van de begane grond dragend. De zoldervloer bolt op ter hoogte van de gang, dit kan wijzen op een faseverschil. Mogelijk is binnen het herenhuis een oudere kern aanwezig.

Horizontale lijn over de volledige breedte van de achtergevel. De lijn waar de witte pijlen naar wijzen bevinden zich op dezelfde hoogte.

Kapconstructie, dak. De kapconstructie bestaat uit grenen houten kapspanten die bestaan uit een onderjuk en nokspant met trekplaat. Het onderjuk bestaat uit spantbenen die door middel van blokkeels en een gevelanker worden verbonden met de muur. Het spantbeen en blokkeel zijn verbonden door middel van gesmede nagels. Ook bij de overige verbindingen (korbelen, dekbalken, schoren) zijn gesmede nagels toegepast, een gebruikelijk verbindingsmiddel in de bouwtijd (1753). Op de dekbalk van De balklaag van de verdiepingsvloer en zoldervloer is in twee richtingen overspannen (haaks en parallel aan de voorgevel)

23

de onderjukken en trekplaat van de nokspanten liggen wormen, daarop rust de dakconstructie. De dakconstructie is aan het zicht onttrokken, deze is aan de binnenzijde afgewerkt met dakbeschot (1975). Een opmerkelijk detail is de gevelstijl ter hoogte van de rechter gangmuur. Het is onduidelijk waarom deze daar is toegepast.

Interieur

gevelstijl boven de rechter gangmuur

Ruimtelijke indeling Op de begane grond is een middengang met kamers aan weerszijde. In de rechter gangmuur zijn oorspronkelijke kozijnen met nieuwe binnendeuren aanwezig, deze leiden naar de keuken, trap en toilet. Voorheen was in deze beuk een opkamer/ kelder met een ondiepe voorkamer, in de zone tussen de gang en opkamer bevonden zich de trap naar de verdieping en keldertrap. In de linker gangmuur is een recent kozijn en deur, daarachter is een kamer met een schouw tegen de kopgevel. Oorspronkelijk bevond zich een kastenwand tegen de achtergevel, dat blijkt ook uit de positie van de schouw. Op de verdieping is eveneens een middengang met kamers aan weerszijde. In de gang is aan de voorzijde een kleine kamer aanwezig, de binnenwand kan uit 1924 dateren. In de linker beuk is de ruimte in 1975 nader ingedeeld, de binnenwanden dateren uit die tijd. Tegen de achtergevel is een kastenwand, hier bevonden zich oorspronkelijk bedstedes en tussen 1945-1975 een trap. In de rechter beuk is een kamer aan de vooren achterzijde, de scheidingswand dateert uit 1975. De zolder is een open ruimte. In het verleden bevond zich aan de rechter zijde een kamer. Interieurelementen Schouwen. In de linker kamer en keuken zijn schouwen met rookkanalen aanwezig. De stookplaatsen bevinden zich op de oorspronkelijke plaats, de schouwen zijn vernieuwd.

In de linker beuk staat de stookplaats niet in het midden van de ruimte (waarschijnlijk was rechts een kastenwand), maar is wel in het midden van een muurdam gesitueerd (tussen twee vensters, waarvan de rechter is dichtgemetseld). In de rechter beuk staat de schouw tegen de achtergevel, oorspronkelijk bevond deze zich op het niveau van de opkamervloer. Beide schouwen zijn in 1975 vernieuwd en opgebouwd uit metselwerk, die in de linker kamer is afgewerkt met kunststeen. De gemetselde rookkanalen leiden naar de schoorstenen op het dak. Die boven de linker beuk gaat met een lichte knik naar boven. Het rookkanaal

24

kapconstructie voorhuis

begane grond voorhuis (bron: Funda.nl)

boven de rechter beuk knikt flink en wordt met een houten sleepconstructie naar het dak geleid. Op de verdieping zijn geen schouwen aanwezig. Trappen. Er zijn twee trappen, naar de verdieping en zolder. De keldertrap is in 1975 verwijderd. De trappen bevinden zich waarschijnlijk op de oorspronkelijke plaats. De trap naar de verdieping bevindt zich tussen de gang en keuken en is afgewerkt met tapijt. De zoldertrap is haaks op de gang gesitueerd en betreft een eenvoudige houten steektrap. Binnendeuren. Op de begane grond zijn in de rechter gangmuur oorspronkelijke deurkozijnen met recente deuren. De oorspronkelijke geprofileerde deurkozijnen zijn opgevuld met een houten lat. Op de verdieping zijn oorspronkelijke kozijnen en paneeldeuren. De kozijnen zijn geprofileerd en staan op een houten neut. De paneeldeuren zijn afgewerkt met geprofileerde latten.

deur naar de zoldertrap

detail kozijnstijl

25

Interieurafwerking. Op de begane grond en verdieping zijn in 1975 op de vloer tapijt en tegels aangebracht. De wanden zijn voorzien van behang en de plafonds zijn verlaagd. In de gang op de verdieping is ter plaatse van beschadigingen op de balklagen en deuren een donkergroene kleur te zien. Donkergroene verf wordt vanaf de negentiende eeuw toegepast. Mogelijk zit er onder de donkergroene laag nog een oorspronkelijke achttiende eeuwse kleurlaag. Dit vraagt nader kleurhistorisch onderzoek.

schouw in de rechter beuk (keuken)

schouw in de linker beuk (woonkamer)

rookkanaal boven de schouw in de keuken, met sleepconstructie

rookkanaal boven de schouw in de woonkamer

Beschrijving achterhuis (1924) Exterieur

De gevels zijn opgetrokken in steens metselwerk (kruisverband) met bakstenen met het formaat 21,5x 10 x 5,5 cm. De 10-lagenmaat is 62,5 cm. Dit komt ongeveer overeen met Waalformaat (21 x 10 x 5 cm). Tegen de rechter zijgevel staat een halfsteens gemetseld boenhok. Het dak van het achterhuis en boenhok is gedekt met een gesmoorde Tuile du Nord pan. Linker zijgevel. In de linker gevel is rechts een deur en links daarvan zijn stalvensters. Rechts van de deur is de eerste steen met daarop de tekst: ‘DE EERSTE STEEN IS GELEGD DOOR HENDRIK EN JACOB WILLEM KLOOT – OUD 12 EN 9 JAAR – 1 AUG. 1924’. De deur is niet oorspronkelijk en is waarschijnlijk in 1975 aangebracht. De stalvensters zijn wel oorspronkelijk. De gevel is in 1975 aan de linker zijde ingekort.

achtergevel

Rechter zijgevel. Tegen de rechter zijgevel staat het boenhok. In het geveldeel voor het boenhok is een schuifvenster, eenzelfde type als in het voorhuis (vernieuwd in 1993). In het geveldeel achter het boenhok is een oorspronkelijk stalraam aanwezig en een later aangebracht badkamerraam. In de linker en rechter gevel van het boenhok is in de hoek een deur, het hok is vanaf beide zijden toegankelijk. In de rechter gevel zijn ook twee kleine vensters aanwezig, waarvan de linker is voorzien van een luik. Oorspronkelijk lag het boenhok met de boenstoep aan een sloot. De gevel aan deze zijde is dichtgemetseld en voorzien van twee stalramen, oorspronkelijk was de gevel ter plaatse van de boenstoep open en de andere helft van de gevel was dicht.

linker zijgevel

Achtergevel. Het achterhuis is in 1975 ingekort, de achtergevel dateert uit die periode. In verband met de afwezigheid van een fundering is er een lichte gevel van blauwe golfplaten aangebracht. In het midden is een garagedeur aanwezig, bij wijze van deeldeur. Rechts daarvan bevindt zich een loopdeur.

Constructie boenhok

Ter plaatse van de stalruimte is een betonvloer gestort. Het vloerniveau van rechter zijgevel

26

de voormalige kaasmakerij is drie traptreden hoger, ook dit is een betonvloer. Het vloerniveau van de begane grond van het voorhuis is weer vier traptreden hoger dan de kaasmakerij. Het vloerniveau van het boenhok is gelijk aan dat van de stalruimte, hier ligt een betonvloer. De zoldervloer bestaat uit houten balken met daarop houten delen. De houten balken worden in dwarsrichting overspannen. Ze liggen op de zijgevels, op een langsgebint in de stalruimte en op de gemetselde scheidingsmuur tussen de stalruimte en kaasmakerij. Het langsgebint bestaat uit een balk op twee standvinken met betonnen poeren. Vermoedelijk waren er oorspronkelijk twee langsgebinten, was de kaasmakerij in de rechter zijbeuk gesitueerd en is deze later uitgebreid. Het dak wordt gedragen door kapspanten. Deze bestaan uit spantbenen met daartussen twee trekplaten. Aan de voeten van de spantbenen zijn standzonen aangebracht. Op de spantbenen liggen gordingen, daarop rust de dakconstructie die aan de binnenzijde is afgewerkt met dakbeschot.

Interieur

In het achterhuis bevindt zich in de hoek en tegen de achtergevel van het voorhuis een afgescheiden ruimte, die tot 1992 functioneerde als kaasmakerij. Waarschijnlijk is vanwege de ligging van de voormalige kelderruimte in het voorhuis voor deze positie gekozen. De ruimte is relatief groot (waarschijnlijk gebruikt voor het maken en opslag van kaas) en was oorspronkelijk waarschijnlijk kleiner (breedte rechter zijbeuk). Vanuit de kaasmakerij zijn twee doorgangen naar het voorhuis (1753, 1975), twee doorgangen naar de stalruimte (1924), een doorgang naar het boenhok (1924) en nog een doorgang naar de badkamer (1992). Voor de badkamer is een deel van de stalruimte bij de voormalige kaasmakerij getrokken. De functie als kaasmakerij is afleesbaar in de tegelvloer, wandtegels en verlaagd plafond, allemaal vermoedelijk uit 1975. Tegen de scheidingsmuur met het voorhuis heeft een waterfornuis gestaan, een spoor van het rookkanaal is ter hoogte van de zolder te zien. Om de kaasmakerij, in het overige deel van het achterhuis, is de stalruimte gesitueerd. In de betonvloer is de plaats van de voormalige grup afleesbaar. In de zoldervloer is een houten koker aangebracht, dit was een ventilatiekoker. De lucht werd via een schoorsteen op het dak afgevoerd. De stalruimte wordt nu gebruikt als berging.

zoldervloerconstructie achterhuis

kapconstructie achterhuis 27

2. voormalige kaasmakerij

1. stalruimte

1

3

2

3. boenhok 28

begane grond achterhuis (bron: Funda.nl)

5. Bouwgeschiedenis en beschrijving bijgebouwen

Drieroedige hooiberg (1924)

Rechts van de oprit en achter de boerderij staat een drieroedige hooiberg met zeshoekige kap, deze dateert uit 1924. Waarschijnlijk kende deze hooiberg een voorganger vlak achter de vorige boerderij. De huidige hooiberg bestaat uit stalen roeden op betonnen poeren, het hijsmechanisme (met lier en katrol) is nog aanwezig. Het dak bestaat uit golfplaten en de wanden uit stalen damwandprofielen. Oorspronkelijk bestond alleen het dak uit golfplaten met een (ventilatie)koker in de nok, de wanden waren open, onder het dak werd het hooi opgetast. Op de vloer liggen klinkers. Oorspronkelijk werd de vloer begrensd door een cirkel van stenen.

Vierroedige hooiberg (1954)

Links van de oprit en links van de gesloopte stenen schuur staat een vierroedige hooiberg met vierkante kap, deze hooiberg dateert uit 1954. Volgens de bouwtekening was hier aanvankelijk een drieroedige hooiberg met zeshoekige kap bedacht. Er zijn betonnen roeden toegepast, het hijsmechanisme is nog aanwezig. Het dak en de wanden bestaan uit golfplaten. Oorspronkelijk bestond alleen het dak uit golfplaten, hieronder werd het hooi opgetast. Er waren geen wanden aanwezig. Tussen de roeden is een betonvloer aangebracht.

drieroedige hooiberg, nieuwe varkensschuur

Nieuwe varkensschuur (1986)

Links van de oprit en achter de vierroedige hooiberg staat een varkensstal, uit 1986. De schuur staat op een onderbouw van beton: een mestkelder met daarop een roostervloer. De bovenbouw is een lichte constructie. Het zadeldak van golfplaten rust op drie wanden in dwarsrichting. Tussen de dwarswanden bevonden zich de varkenshokken. De kopgevels bestaan uit stalen damwandprofielen en de lange gevel aan de oprit is grotendeels geopend.

Oude stenen schuur (<1924)

Links van de oprit en aan de overzijde van de gedempte sloot staat een stenen schuur. Deze dateert uit de periode voor 1924. De schuur staat op een rechthoekige plattegrond en is afgedekt door een zadeldak van golfplaten. De gevels zijn steens gemetseld in kruisverband. De voorzijde vierroedige hooiberg 29

heeft een gesloten karakter, hier zijn twee stalramen en in het midden een deur. Aan de achterzijde zijn vijf vierkante raamopeningen, waarvan drie zijn dichtgemetseld en twee zijn voorzien van kozijnen zonder ramen. Er zijn geen aanwijzingen dat er in deze gevel deurtjes hebben gezeten (uitloop varkens), mogelijk was de uitloop aan de achterzijde. Boven het maaiveld bevindt zich in de gevel een dichtgemetselde mestgoot. Onder de dakrand zijn, ter plaatse van een balklaag, ankers aanwezig en, ter plaatse van een voormalige dakgoot, beugels. In het interieur zijn de balken van de balklaag doorgezaagd, er resteren nog slechts balkkoppen. Ook ter plaatse van de kapspanten zijn ze doorgezaagd, halverwege de spanten (boven stahoogte) zijn trekplaten aangebracht. De trekplaat in de nok zal oorspronkelijk zijn. De wanden en dak zijn aan de binnenzijde geïsoleerd. De vloer bestaat uit beton.

Wagenloods (1983- 1986)

Rechts van de oprit en eveneens aan de overzijde van de gedempte sloot staat een wagenloods. Deze dateert uit 1983-1986. In 1983 is de sloot gedempt, in 1986 staat de wagenloods op een tekening. De wagenloods staat op een rechthoekige plattegrond en wordt afgedekt door een licht hellend lessenaarsdak van golfplaten. Aan drie zijden zijn wanden van stalen damwandprofielen aangebracht, de zijde aan de oprit is open. De wagenloods is opgetrokken in een houtconstructie, op de grond liggen klinkers.

oude stenen schuur (links), wagenloods (rechts)

Koeien-/ schapenstal (1975)

Aan de rechter zijde van het perceel staat de schapenstal. Deze dateert uit 1975 en is oorspronkelijk gebouwd als grupstal voor koeien. De stal staat op een betonvloer, in de vloer is de positie van de grup nog afleesbaar. De grup leidt naar twee mestputten (6 m3). Mogelijk ligt er nog een mestplaat onder de weide (volgens tekening 1986). De gevels bestaan uit prefab betonelementen, in de kopgevels zijn brede doorgangen. Het zadeldak bestaat uit golfplaten met isolatie aan de binnenzijde. Tegen de rechter zijgevel is een aanbouw (melkkamer) gesitueerd, deze is in 1980 gebouwd.

koeien- schapenstal 30

6. Beschrijving erfinrichting

1.

boerderij

2.

drieroedige hooiberg

3.

vierroedige hooiberg

4.

varkensstal (met mestkelder)

5.

oude stenen schuur

6.

wagenloods

7.

koeien/ schapenstal

1.

asfalt

2.

betonplaten

3.

klinkerbestrating

4.

2 bomen

5.

mestplaat

6.

gierkelder

7.

krachtvoedersilo

8.

siertuin

9.

weide

De erfindeling wordt bepaald door de oprit die vanaf de dijk tot aan de achterzijde van het erf loopt. Rechts van de oprit, aan de dijk, staat de boerderij met achter het achterhuis de hooiberg. Links van de oprit staan de bijgebouwen. Rechts op het perceel staat de schapenstal, met uitloop naar de weide. In de indeling is de voormalige sloot als natuurlijke achtergrens afleesbaar. De oude stenen schuur staat aan de overzijde van deze grens, de wagenloods is daar na de demping gebouwd toen deze grond bij het erf werd getrokken. Ter plaatse van de gedempte sloot is in 1999 de mestplaat aangebracht. De erfindeling komt voort uit de oorspronkelijke verkaveling: de drie smalle kavels in lengterichting liggen ten grondslag aan de driedeling binnen het erf. De oprit en aftakkingen daarvan naar bijgebouwen zijn verhard. De voorzijde van het erf is geasfalteerd. Vanaf de varkensschuur tot de wagenloods liggen betonplaten en het achterste gedeelte van de oprit is verhard door middel van klinkers.

6

3

9

6 6

5

2 5 6

4

7

9

Gras is aanwezig aan de randen van het perceel en ter plaatse van 2 weides voor schapen. De weides waren voorheen een mestplaat en opslagplaats voor ruwvoeder.

7 6

2 4

Een siertuin bevindt zich aan twee zijden om het voorhuis: langs de dijk en tussen het voorhuis en naastgelegen woning. Direct om de boerderij ligt grind. Op het erf staan twee (fruit?) bomen, ter plaatse van de in 1993 gesloopte schuur. Een eeuw geleden was er een boomgaard ter plaatse van de koeienstal, tussen de aftakkingen van de sloot. Overige kenmerkende agrarische elementen op erf zijn de krachtvoedersilo, mestplaat en gierkelders. Gierkelders bevinden zich links van het achterhuis, achter de voormalige mestplaat, voor de schapenstal, onder de wagenloods en achter de oude schuur is volgens de situatietekening uit 1986 een grote giertank van 85 m3.

31

3

1 3

6

1

8

7. Waardestelling

7.1 Inleiding Op basis van voorgaande hoofdstukken is inzicht verworven in de ontstaansgeschiedenis van de boerderij Rust-Hove in Gouderak. Op basis hiervan wordt hierna een cultuur- en bouwhistorische waardering geformuleerd. Deze waardering is opgesteld aan de hand van de in 2009 opgestelde richtlijnen voor Bouwhistorisch onderzoek. De integrale cultuurhistorische waardestelling is een resultante van meerdere 'deelwaardestellingen'. De meest gebruikte deelwaarden zijn: algemene historische waarden, ensemblewaarden, architectuurhistorische waarden, bouwhistorische waarden en waarden vanuit gebruikshistorie. Elk van deze deelwaarden wordt getoetst aan de hand van de criteria gaafheid (authenticiteit) en zeldzaamheid. Bij een contextuele waardestelling vergelijkt de bouwhistoricus de cultuurhistorische waarden van een bouwwerk of structuur met soortgelijke gebouwen op landelijk, regionaal of plaatselijk niveau. Bij de interne bouwhistorische waardestelling wordt het relatieve belang van de onderzochte onderdelen en aspecten van een bouwwerk of structuur bepaald. De onderdelen worden vergeleken binnen de context van het object van onderzoek. De waardestelling wordt weergegeven in een waardestellingsrepresentatietekening. Deze kan niet los van de tekst worden gelezen.

De waarden worden als volgt benoemd: • Categorie 1: Hoge monumentwaarde (blauw), deze elementen zijn van cruciaal belang voor de structuur en/ of betekenis van het object. • Categorie 2: Positieve monumentwaarde (groen), deze elementen zijn van belang voor de structuur en/ of betekenis van het object. • Categorie 3: Indifferente monumentwaarde (geel), deze elementen zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/ of betekenis van het object.

32

7.2

Integrale cultuurhistorische waardering

Cultuurhistorische waarden • •

De boerderij, bijgebouwen en erfinrichting zijn van belang als uitdrukking van de van oorsprong agrarische bedrijvigheid (weidebedrijven) in dit gebied. De boerderij geeft uitdrukking aan een typologische ontwikkeling, namelijk een T-boerderij met een tweelaags herenhuis. Dit type is zeldzaam in deze regio.

Architectuurhistorische waarden •

•

Ensemblewaarden •

•

•

• •

33

Het erf heeft betekenis vanwege de ligging aan de binnenzijde en onderaan de IJsseldijk (ontginningsbasis). Het erf is bijna haaks op de dijk gesitueerd. De ringweg en bedrijventerrein hebben afbreuk gedaan aan de relatie tussen de boerderij en de Hollandse IIssel. De erfindeling heeft waarde vanwege de herkenbaarheid van de oorspronkelijke verkaveling. Drie lange smalle kavels zijn samengevoegd, dit is nog herkenbaar in de erfindeling. Het dempen van de sloot heeft afbreuk gedaan aan de afleesbaarheid van de oorspronkelijke structuur waarbij de sloot diende als natuurlijke achtergrens van het erf, als waterweg en waarschijnlijk ook een rol speelde in de waterhuishouding. De erfindeling heeft waarde vanwege kenmerkende elementen voor de Krimpenerwaard: de oprit loopt van de dijk naar het achtergelegen gebied; aan straatzijde staat de hoofdboerderij met het herenhuis op de straat georiënteerd; achter het achterhuis staat een hooiberg; aan de oprit staan bijgebouwen. Binnen de erfindeling is de hoekverdraaiing voorhuis –bijgebouwen aan de oprit van waarde, omdat dit kenmerkend is voor dit specifieke erf. De boerderij is van belang wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het aan de dijk gelegen voorhuis. Het is een van de oudste en rijkst gedecoreerde herenhuizen aan de dijk als onderdeel van een bebouwingslint.

Het herenhuis is van waarde voor de architectuurgeschiedenis en wegens de ornamentiek. De voorgevel van het herenhuis is voorzien van een Lodewijk XIV pronkrisaliet. De versobering van de daklijst heeft afbreuk gedaan aan de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp. In het interieur is de indeling en zijn de deurkozijnen gehandhaafd (op de verdieping ook de binnendeuren), er zijn verder weinig interieurelementen aanwezig uit de periode voor 1924. Het achterhuis en de bijgebouwen hebben architectuurhistorische waarde vanwege de pragmatisch bouw die contrasteert met het voorname herenhuis.

Gebruikshistorische waarden •

•

Het voorhuis met representatieve gevel, het pragmatisch gebouwde achterhuis en de bijgebouwen hebben gebruikshistorische waarde, omdat het uitdrukking geeft aan het oorspronkelijk gescheiden gebruik binnen de boerderij, door een landheer en boer. Pas in 1924 werden het voorhuis bij de boerderij getrokken. De indeling van de boerderij is van belang, omdat het de oorspronkelijke functie afleesbaar maakt. In het herenhuis is een middengang met ruimten aan weerszijde, in de boerderij is een indeling met kaasmakerij met daaraan grenzend een boenhok en daaromheen een stalruimte. In de erfindeling is de overgang uit 1924 naar een volledig agrarische bestemming afleesbaar. Toen werd het herenhuis bij de boerderij getrokken, in de erfinrichting werd de grens tussen beide domeinen opgeheven. De erfinrichting is herkenbaar als boerenerf.

Bouwhistorische waarden • •

De gebouwen op het erf zijn gebouwd met voor de bouwtijd gangbare materialen en bouwtechnieken. De bouwhistorische waarde is gelegen in de historische gelaagdheid binnen het erf. Binnen de boerderij is dit afleesbaar in de toegepaste bakstenen (IJsselstenen voor het herenhuis uit 1753 en bakstenen in Waalformaat voor het achterhuis uit 1924). Binnen de bijgebouwen is dit afleesbaar in de toegepaste bouwtechniek (een oude stenen schuur versus stallen met lichte prefab bouwconstructies op zware betonvloeren).

Legenda hoge monumentwaarde positieve monumentwaarde indifferente monumentwaarde

1.

boerderij

2.

drieroedige hooiberg

3.

vierroedige hooiberg

4.

varkensstal (met mestkelder)

5.

oude stenen schuur

6.

wagenloods

7.

koeien/ schapenstal

1.

asfalt

2.

betonplaten

3.

klinkerbestrating

4.

2 bomen

5.

mestplaat

6.

gierkelder

7.

krachtvoedersilo

8.

siertuin

9.

weide

7.3

Cultuurhistorische waardering erf

Hoge monumentwaarde

Binnen het erf hebben de boerderij (herenhuis, achterhuis), de daarachter gelegen drieroedige hooiberg, de siertuin, de oprit als lineaire en verbindende as en de oude stenen schuur een hoge monumentwaarde. Deze elementen zijn van cruciaal belang voor de herkenbaarheid van de oorspronkelijke betekenis van het erf.

Positieve monumentwaarde

De varkensstal, hooiberg, gras aan de randen, krachtvoersilo, mestplaat, gierkelders. Deze elementen zijn in mindere mate van belang voor de herkenbaarheid van de oorspronkelijke betekenis van het erf.

6

3 6 9

6

5

2 5

Indifferente monumentwaarde

6

4

De koeien/ schapenstal, wagenloods, twee bomen ter plaatse van de gesloopte schuur, verharding (klinker, asfalt, betonplaten) en de twee weides hebben een indifferente monumentwaarde. Deze elementen zijn van relatief weinig belang voor de herkenbaarheid van de oorspronkelijke betekenis van het erf.

7

9 7

6

2 4 3

1 3

6

1

8

34

7.4

Bouwhistorische waardestelling herenhuis

Hoge monumentwaarde 1.

2. 3.

4. 5.

Een hoge monumentwaarde hebben de in IJsselstenen opgetrokken gevels en het pronkrisaliet in de voorgevel. De gevels maken de oorspronkelijke bouwmassa afleesbaar, het materiaal is onlosmakelijk verbonden met de Krimpenerwaard en het pronkrisalier geeft uitdrukking aan de status van het herenhuis. Een hoge monumentwaarde hebben de oorspronkelijke gangwanden op de begane grond en verdieping, omdat deze van cruciaal belang zijn voor de afleesbaarheid van de oorspronkelijke ruimtelijke indeling. Een hoge monumentwaarde hebben de scheidingswanden tussen de trap/ toilet en de keuken, omdat deze van cruciaal belang zijn voor de afleesbaarheid van de oorspronkelijke ruimtelijke indeling (positie van de trap en de voormalige positie opkamer/ kelder). De wandopbouw is onbekend. Indien de muur vernieuwd is, heeft deze een positieve monumentwaarde. Een hoge monumentwaarde hebben de oorspronkelijke binnendeuren op de verdieping (rijk geprofileerd kozijn, paneeldeur), omdat deze een indruk geven van het oorspronkelijke interieur. Een hoge monumentwaarde hebben de vloerconstructies van de verdiepings- en zoldervloer (incl. kleurenpakket), omdat deze van cruciaal belang zijn voor de afleesbaarheid van de oorspronkelijke structuur en interieur.

Positieve monumentwaarde 1. 2. 3. 4.

35

Een positieve monumentwaarde hebben de vensters, omdat deze allemaal vervangen zijn naar voorbeeld van de verwijderde vensters. Een positieve monumentwaarde hebben de begane grondvloeren in de linker kamer en gang (beton), omdat deze vervangen zijn maar vloerniveau is gehandhaafd. Een positieve monumentwaarde hebben de twee schouwen, omdat deze op de oorspronkelijke locatie gemoderniseerd zijn. Een positieve monumentwaarde hebben de kastwanden tegen de achtergevel op de verdieping, omdat deze vermoedelijk op een oorspronkelijke locatie gemoderniseerd zijn.

5. 6.

Een positieve monumentwaarde hebben de mogelijk oorspronkelijke trappen naar de verdieping en zolder, omdat ze pragmatisch vormgegeven zijn. Een positieve monumentwaarde hebben de vernieuwde binnendeuren op de begane grond.

Indifferente monumentwaarde 1. 2. 3. 4. 5.

7.5

Een indifferente monumentwaarde heeft het later aangebrachte grote venster in de rechter zijgevel. Een indifferente monumentwaarde heeft de keukenvloer, omdat deze verlaagd is waardoor de oorspronkelijke structuur (kelder/ opkamer) niet meer afleesbaar is. Een indifferente monumentwaarde hebben de later aangebrachte binnenwanden binnen de hoofdstructuur. Een indifferente monumentwaarde hebben de wand- en vloerafwerking in de linker en rechter kamer, op de begane grond en verdieping. Mogelijk zitten daarachter en daaronder oudere afwerkingslagen. Een indifferente monumentwaarde heeft de binnendeur in de later aangebrachte opening tussen de keuken en voormalige kaasmakerij.

Bouwhistorische waardestelling achterhuis

Hoge monumentwaarde 1.

2.

3.

Een hoge monumentwaarde hebben de zijgevels van het achterhuis en de gevels van het boenhok (metselwerk incl. de oorspronkelijke stalramen en deuren), omdat deze van essentieel belang zijn voor de afleesbaarheid van de oorspronkelijke structuur. Een hoge monumentwaarde heeft de constructie met de langsgebinten, de vloerconstructie (incl. ventilatiekoker) en de kapconstructie, omdat deze van cruciaal belang zijn voor de afleesbaarheid van de oorspronkelijke structuur. Een hoge monumentwaarde heeft de boenstoep in het boenhok en de ventilatiekoker in de zoldervloer.

Positieve monumentwaarde 4. 5. 6.

Een positieve monumentwaarde hebben de binnenwanden om de vergrote kaasmakerij, omdat deze van belang zijn voor de afleesbaarheid van de oorspronkelijke functie en relatie met het boenhok. Een positieve monumentwaarde heeft de interieurafwerking in de voormalige kaasmakerij, omdat deze later is gewijzigd maar de oorspronkelijke functie afleesbaar maakt. Een positieve monumentwaarde hebben de vernieuwde vensters en deuren in oorspronkelijke openingen.

Indifferente monumentwaarde 1. 1. 2. 3.

36

Een indifferente monumentwaarde heeft de later aangebrachte lichte achtergevel van het ingekorte achterhuis Een indifferente monumentwaarde hebben de later aangebrachte deur in de linker zijgevel, de dichtgemetselde opening voor de boenstoep en de twee stalramen in dat geveldeel. Een indifferente monumentwaarde hebben later aangebrachte binnenwanden (badkamer, vermoedelijk ook die in het boenhok). Een indifferente monumentwaarde heeft de interieurafwerking in de badkamer en boenhok.

Legenda hoge monumentwaarde positieve monumentwaarde indifferente monumentwaarde interieurelement (trappen, beelden, etc) plafondafwerking wandafwerking vloerafwerking bovenliggende vloer- kapconstructie begane grondvloer

ventilatiekoker

37

6. Verantwoording

Archieven • Huisarchief familie Noordergraaf • Bouwdossier gemeente Krimpenerwaard • Kadaster Archiefviewer Literatuur • Dam, van D., Gouderak in oude ansichten, Ouderkerk 1994 • Voet, H.A., Dane, A.J., Groeten uit Gouderak, Alphen aan de Rijn 1982 • Groningen, van C., De Krimpenerwaard, Zeist 1995 • Huize Rust-Hove en haar bewoners door de eeuwen heen, historische studie door historische vereniging Golderake (onderdeel van het huisarchief) Websites • beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) • www.topotijdreis.nl • www.delpher.nl Beeldverantwoording. De foto's zijn gemaakt door Lotte Zaaijer, tenzij anders vermeld. De situatietekeningen van de bestaande situatie zijn gemaakt door Marieke van den Dungen.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=2441b462-e680-427f-9d55-c14f9d4197f9