BIJL bestplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel, toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan ABELENLAAN 6, OUDERKERK AAN DEN IJSSEL Gemeente Krimpenerwaard
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
28 januari 2022
IMRO IDN:
NL.IMRO.1931.BP2108DK048-VG01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Verduijn Bouwmanagement Groenendijk 291 2911 BB Nieuwerkerk aan den IJssel
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 18 juni 2021 14 september 2021 2 november 2021 28 januari 2022
VERSIE 2e versie 2e versie 1e versie 1e versie
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
4
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren
9 9 10 11
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
13 13 15 18 19
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieu 4.2 Waterparagraaf 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Flora en fauna 4.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
23 23 31 35 37 40
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Regels 5.4 Handhaving bestemmingsplan
41 41 41 41 43
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45 45 45
Regels
47
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
48 48 52
Hoofdstuk2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
53 53
Hoofdstuk3 Artikel 4 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels
55 55 56
Toelichting
5
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
57 58 59
Hoofdstuk4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
60 60 61
Bijlage bij toelichting Bijlage 1
Bezonningsstudie bestaand
Bijlage 2
Bezonningsstudie nieuw
Bijlage 3
Akoestischonderzoek industrielawaai
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 5
Besluit hogere waarden Wet geluidhinder
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 7
Ecologisch onderzoek
Bijlage 8
Nota van beantwoording vooroverlegreacties
Bijlage 9
Nota van beantwoording zienswijzen
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Abelenlaan 6 in Ouderkerk aan den IJssel staat een leegstaand kantoorgebouw waar de Rabobank was gevestigd. De nieuwe eigenaar heeft het voornemen het bestaande gebouw te slopen en hiervoor in de plaats drie grondgebonden woningen terug te bouwen. Deze vervolgfunctie wordt passend geacht in de dorpskern. Ingespeeld wordt op de woonbehoefte voor doorstromers om binnen Ouderkerk aan den IJssel te blijven wonen. De herontwikkeling is in strijd met de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan 'Kern Ouderkerk aan den IJssel', waarin het pand is bestemd voor 'Kantoor'. In verband hiermede is dit bestemmingsplan opgesteld om drie woningen planologisch mogelijk te maken en de functie van het gehele perceel te wijzigen in 'Wonen'.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Abelenlaan 6 nabij het centrum van Ouderkerk aan den IJssel. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een bedrijfswoning op nummer 8 met hierachter een timmerbedrijf. Aan de oostzijde staat op nummer 4 een woonhuis met hierachter op nummer 4a een makelaardij. Aan de noordzijde (aan de overzijde van 't Sandtpad/ Abelenlaan) staan galerijwoningen. Ten zuiden van het plangebied staan aan de overzijde van de Abelenlaan grondgebonden woningen. Het plangebied en omgeving is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: Situering omgeving plangebied (planlocatie met rood gestippelde lijn aangeduid).
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:
Toelichting
7
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Bestemmingsplan "Kern Ouderkerk aan den IJssel" "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"
Raadsbesluit 16 september 2009 29 januari 2019
Uitspraak Raad van State n.v.t. n.v.t.
In het bestemmingsplan 'Kern Ouderkerk aan den IJssel' zijn de gronden bestemd voor 'Kantoor' met een bijbehorend bouwvlak. Voor het perceel is op www.ruimtelijkeplannen.nl een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar 'Wonen' met de gebiedsaanduiding 'wro-zone – wijzigingsgebied 1'. Op grond hiervan kan ten hoogste 1 woning worden gebouwd, nadat de bedrijfsfunctie ter plaatse in beëindigd. De verwijzing op ruimtelijkeplannen.nl is evenwel niet correct. Dit moet zijn de gebiedsaanduiding 'wro-zone – wijzigingsgebied 3' zoals op de analoge verbeelding is weergegeven (figuur 2). Op grond hiervan zijn burgemeester en wethouders bevoegd het plan binnen de 'wro-zone - wijzigingsgebied 3' te wijzigen van de bestemming "Kantoor" naar de bestemming "Centrum" of "Maatschappelijk". Deze wijzigingsbevoegdheid is niet toepasbaar, omdat de bestemming dient te worden gewijzigd naar 'Wonen' met drie woningen.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Kern Ouderkerk aan den IJssel'. Plangebied met geel gestippelde lijn aangeduid.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de omgevingsaspecten, waaronder de Waterparagraaf. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie plangebied en omgeving
Het plangebied ligt ten zuiden van de historische kern in een planmatige uitbreiding die tot stand is gekomen in de jaren '70 van de vorige eeuw. In deze uitbreidingswijk (bomenbuurt) staan voornamelijk woningen met een klein cluster van kantoren, een aannemersbedrijf met bedrijfswoning en een brandweerkazerne. Meer oostelijk aan de Abelenlaan ligt het winkelcentrum. In noordelijke richting ligt de Dorpsstraat met de historische kern van het dorp langs de Hollandsche IJssel. Woningen aan De Groeneboom achter plangebied.
Woningen aan Abelenlaan.
Makelaarskantoor aan Abelenlaan 4a.
Oostelijk gelegen winkelcentrum.
Planspecifiek Aan de Abelenlaan 6 stond tot voor enkele jaren geleden een vestiging van de Rabobank. Voor klanten was het plangebied vanaf de voor- en achterzijde bereikbaar via een voetpad. Aan de achterzijde ligt een parkeerterrein op eigen terrein. Aan de voorzijde van het pand waren voor bezoekers enkele plarkeerplaatsen aanwezig. Momenteel staat het pand leeg. Het gebouw zal worden gesloopt.
Toelichting
9
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Het kantoorgebouw met links bedrijfswoning en rechts kantoor.
Links bedrjifswoning op nr. 8 en rechts kantoor op nr. 4.
Achterzijde kantoorgebouw.
Rechts de timmerwerkplaats op nr. 8.
2.2
Nieuwe situatie
Op de plek van het voormalige kantoor van de Rabobank is het plan om één vrijstaande en een twee-onder-één-kapwoning te realiseren. De twee geschakelde woningen zijn aan de Abelenlaan gelegen op een markante plek aan een doorgaande weg. Deze woningen zullen dan ook een kwalitatief hoogwaardige uitstraling krijgen. De rooilijn is gelijk aan de naastgelegen bebouwing (bedrijfswoning op nummer 4 en kantoor op nummer 8). De maximum goot- en bouwhoogte is respectievelijk 6 en 10 meter. Qua nokhoogte en volume sluit dit aan bij de belendende bebouwing. Aan de zijde van 't Sandtpad is een vrijstaande bedrijfswoning gesitueerd. Qua uitstraling sluit deze woning aan op de twee-onder-één-kapwoningen aan de Abelenlaan, zodat er eenheid aan bebouwing ontstaat, die tevens aansluit op de oostelijk gelegen bebouwing. Tussen de woningen en de bedrijfsruimte van de timmerwerkplaats wordt een afstand van minimaal 10 meter aangehouden. De woningen grenzend aan de bedrijfsruimte krijgen een voordeur in de gevel haaks op de wegrichting, zodat aan deze zijde geen uitbreiding mogelijk wordt gemaakt. Dit is als zodanig in de regels en op de verbeelding vastgelegd door de aanduiding 'gevellijn' op te nemen. De woningen krijgen elk een vrijstaande berging. Wel zijn hier vrijstaande bijgebouwen toegestaan.
Hiervoor is een bouwaanduiding opgenomen voor zover deze worden gebouwd voor de voorgevel van een hoofdgebouw. Om te voorkomen dat er tussen de twee bouwvlakken en aangrenzende wegen bijgebouwen worden gebouwd is hiervoor de aanduiding 'openheid' opgenomen. In de regels (artikel 3.2.4) wordt geborgd dat hier geen vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. Het parkeren geschiedt op eigen terrein. Een situatietekening van de nieuwe toestand is opgenomen in figuur 3.
10
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Figuur 3: Nieuwe situatie (indicatief). 2.2.1 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 4 verschillende data (21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december) zijn steeds 3 tijdstippen gekozen: ochtend, middag en namiddag. Uit het bezonningsonderzoek (bestaande situatie en nieuwe situatie) blijkt dat door de bouw van de vrijstaande woning, het kantoor ten noordoosten van Abelenlaan 6 in het voorjaar en in het najaar enige toename van schaduw ondervindt in relatie tot de huidige situatie. Dit betreft alleen schaduw bij laagstaande zon. De aanwezige beplanting, bomen en struiken zorgen in de huidige situatie al voor meer schaduw dan het nieuwe plan zal doen. Gelet op de vormgeving van het kantoorpand ten noordoosten van het perceel Abelenlaan 6, de gebruiksfunctie als kantoor en de reeds aanwezige groenbeplanting met bomen en struiken aan deze zijde van het perceel, is geen sprake van een onevenredige inbreuk op lichtinval en bezonning van het terras. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 1 (bestaande situatie) en Bijlage 2 (nieuwe situatie).
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied ligt aan de Abelenlaan. Deze weg vormt de wijkontsluitingsweg tussen Gouderak en Krimpen aan den IJssel. De maximum snelheid is 50 km/uur. Deze ontwikkeling zal ten opzichte van de bestaande planologische situatie geen extra verkeer aantrekken. De Abelenlaan heeft voldoende capaciteit om deze planontwikkeling op te vangen. De drie woningen worden ontsloten vanaf de Abelenlaan (twee-onder-één-kapwoningen) en 't Sandtpad (vrijstaande woning). Gelet op het feit dat er sprake is van bestaande uitritten en de intensiteit van de uitritten minimaal is, bestaan er geen verkeerskundige bezwaren hiertegen.
Toelichting
11
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
De Abelenlaan.
Openbaar parkeergebied aan 't Sandtpad.
Uitrit vanaf 't Sandtpad.
Parkeerterrein op eigen terrein.
Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. De gemeenteraad heeft dit beleid op 29 januari 2019 vastgesteld in het Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van thans de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 2.1. Tabel 2.1: Parkeerkencijfers woningen. Categorie matig stedelijk/ rest parkeerkencijfers bebouwde kom koop vrijstaand 2,2 (gemiddeld) koop twee-onder-één-kap 2,1 (gemiddeld)
aandeel bezoekers 0,3 pp per woning (incl.) 0,3 pp per woning (incl.)
In de nieuwe situatie zijn afgerond 2 parkeerplaatsen per woning nodig. De kavels zijn dusdanig van omvang dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is voor minimaal 2 auto's per kavel, zodat kan worden voldaan aan de parkeernorm. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 8.1 Parkeren van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
12
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling
Toelichting
13
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
voorziet in de herontwikkeling van een perceel in bestaand stedelijk gebied met 3 woningen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Met dit bestemmingsplan zijn geen nationale belangen gemoeid.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 3.2.2 en 3.3.1. De invulling van het plangebied met drie woningen voor de doelgroep doorstromers sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte.
Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand Stads- en Dorpsgebied) van Ouderkerk aan de IJssel. De invulling van het plangebied met woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
14
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Voor deze planontwikkeling zijn de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking relevant. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 onderdeel uit van het 'Bestaand stads- en dorpsgebied 2018' (figuur 4). Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De planontwikkeling is hiermee in overeenstemming. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening.
De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de
Toelichting
15
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De ondergrond (eerste laag) van het plangebied wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil herkenbaar houden tussen komgronden en oeverwallen. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van het veen(weide) landschap aan een rivierdijk van een dijklint. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Richtpunten zijn onder andere dat nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit van steden en dorpen (figuur 4).
Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De herontwikkeling met woningbouw is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt. De ontwikkeling draagt bij aan het behoud en versterking van het vitale dorpscentrum. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik; de richtpunten zijn niet in het geding. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in de Regionale Woonagenda.
Figuur 4: Links uitsnede Omgevingsvisie Kaart 59. Rechts Kwaliteitskaart 'Laag van de Stedelijke Occupatie'. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid.
16
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een ruimtelijk plan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.
In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van 3 woningen mogelijk in bestaand stedelijk gebied. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd.
De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 3.3.1 terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat een niet meer in gebruik zijnde kantoor plaatsmaakt voor woningen in het bestaand dorpsgebied. Een toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Als richtpunt wordt onder
Toelichting
17
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat in de directe omgeving. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Conclusie Het plangebied ligt binnen de BSD. De planontwikkeling is opgenomen in de Regionale Agenda Wonen (zie paragraaf 3.3.1). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen strijd met de provinciale belangen. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Krimpenerwaard De Krimpenerwaard ligt tussen de Hollandsche IJssel en de Lek en is op een aantal punten fysiek
18
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
bereikbaar vanuit de omliggende gemeenten in Midden-Holland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. Het heeft een groen karakter en wordt gekenmerkt door een vooral dorps en landelijk woonmilieu. Conclusie Er wordt een kantoor gesloopt. In de plaats hiervan worden drie woningen toegevoegd in de dure koopsector. Dit levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in de gemeente Krimpenerwaard. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (drie woningen) niet te worden afgestemd met de regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de naar verwachting op 1 juli 2021 in werking treden van de Omgevingswet. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.
De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. 3.4.2 Woonvisie gemeente Krimpenerwaard De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 9 mei 2017 de 'Woonvisie gemeente Krimpenerwaard; kerngericht!' vastgesteld. Daarmee is het een basis gelegd voor het maken van prestatieafspraken met de lokaal werkzame corporaties en huurdersorganisaties en voor verdere uitvoering van beleid in samenwerking met de belangrijkste stakeholders (zoals ontwikkelaars, zorgpartijen en dergelijke). Deze Woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid in de komende jaren, waarin een stevige ambitie is neergelegd om de kracht als goed woon- en leefgebied verder te versterken.
Het doel is te streven naar een evenwichtige bevolkingssamenstelling ten behoeve van de kwaliteit van de kernen. Krachtige kernen met een breed woningaanbod, verbonden met een aantrekkelijke, groene omgeving waar mensen in alle leeftijden en omstandigheden kunnen blijven wonen. In woningen die veilig, comfortabel en duurzaam zijn. In het raadsbesluit is het college opgedragen om de uitwerking van de beleidsuitgangspunten voor de kernen binnen een half jaar afgerond te hebben (inclusief het in beeld brengen van alle potentiële woningbouw- en herontwikkelingslocaties) en daarbij tevens de te rapporteren over de mogelijke duurzaamheidsmaatregelen. Een bouwprogramma met ambitie: flexibel en vraaggestuurd De gemeente zet zich in voor de realisatie van een stevig woningbouwprogramma waarmee zij kan
Toelichting
19
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
groeien, vitaal blijft maar ook vrij kan ademen. Vrij ademen betekent voor de gemeente 'organisch' vanuit haar kernenstructuur aansluitend bij de mogelijkheden en de potentiële behoefte per kern. Daarbij zal ook scherp worden gekeken naar herbestemming van leegstaand vastgoed (ook vrijkomend agrarisch vastgoed in het kader van de Gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard). Met een dergelijke aanpak gaat de raad het karakter van de gemeente (kernen in het groen) versterken en draagt daarmee bij aan de vitaliteit van de verschillende kernen. Daarbij gaat het primair om een bijdrage aan het behoud en de versterking van het sociaal maatschappelijke infrastructuur en niet om kost wat kost voorzieningen in stand te willen houden. Duurzame gemeente Als gemeente wil zij de lat van verduurzamen hoog leggen. Als landelijke gemeente gaat zij een stevige bijdrage leveren aan een verstandig klimaatbeleid. De gemeente beseft dat rond 2050 het aardgas zo'n beetje op zal zijn en dat zij daarom vanaf heden moet toewerken naar een energieneutrale woningvoorraad die niet langer met aardgas verwarmd hoeft te worden. Zij wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door ook in te zetten op energiezuinige woningen en energiebesparing.
Bevorderen van doorstroming voor een betere match tussen vraag en aanbod De gemeente wil een gezonde woningmarkt, waarin iedereen die in Krimpenerwaard wil (blijven) wonen hier terecht kan en een passende woning kan vinden. Ingezet wordt op passende nieuwbouw, maar zij realiseert zich tegelijkertijd dat 90% tot 95% van de woningvoorraad van 2030 er nu al staat. Het is daarom van belang om de bestaande voorraad zo efficiënt mogelijk in te zetten. Met het bevorderen van doorstroming stimuleert de gemeente dat er meer bestaande woningen vrijkomen voor woningzoekenden en faciliteert zij de wooncarrière. Groene gemeente met vitale kernen De kracht en de vitaliteit van de kernen zijn een bijzondere kwaliteit. Deze wil de gemeente behouden en versterken. Het landelijke en dorpse karakter betekent dat zij waardevol groen respecteert. Zij houdt bij verdichting of kleine uitbreiding er rekening mee dat dit ook leidt tot een kwaliteitsverbetering. Hiervoor stelt de gemeente een helder afwegingskader op waarbij belangrijke kwaliteitscriteria worden meegenomen. Ook zet de gemeente in op hergebruik van leegstaand vastgoed en gaat zij voor omvang van projecten passend bij de betreffende kern.
De uitbreiding zal in de kleinere kernen voornamelijk neerkomen op kleinschalige (particuliere) initiatieven en het stimuleren van pilots op initiatief van bewoners door 'kleine zaadjes te planten' om te toetsen of iets werkt. Voor projectmatige bouwprojecten in de grotere kernen kiest de gemeente voor een gevarieerd programma (type woning en prijsklasse voor verschillende doelgroepen). Daarbij is de verbinding van de kernen met de omliggende groene ruimte van belang om een geleidelijke overgang te realiseren. Deze stedenbouwkundige opzet is uitstekend te combineren met duurzame dorpsuitbreiding en innovatieve woonconcepten en vernieuwende woonmilieus. De vitaliteit van de kernen behoudt de gemeente door waar mogelijk in te zetten op goede voorzieningen met behoud van de specifieke onderscheidende kenmerken per kern. Toetsing planontwikkeling aan Woonvisie Er is behoefte aan meer woningen in de woonkern van Ouderkerk aan den IJssel. Er is hoofdzakelijk vraag naar twee typen woningen: woningen die geschikt zijn voor senioren: nultredenwoningen ofwel appartementen met lift; eengezinskoopwoningen tot € 225.000,-. Daarnaast is uit onderzoek (2018) gebleken dat er vraag is naar vrijstaande koopwoningen, met name in de middeldure prijscategorie. Dit geldt oof voor koopappartementen met lift.
Gesteld kan worden dat het oprichten van drie grondgebonden woningen in de dure koopsector een bijdrage levert aan de doelstellingen van de Woonvisie, omdat er drie koopwoningen voor de doelgroep doorstromers worden toegevoegd. Deze woningen dragen tevens bij aan het in stand houden van het sociale netwerk, gemeenschapsleven, identiteit van een dorp, ruimtelijke kwaliteit en aan een levendig verenigingsleven. De woningen worden duurzaam gebouwd.
20
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
3.4.3 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart. De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. De Abelenlaan maakt in de Nota onderdeel uit van een soepel niveau.
In gebieden met een soepel niveau mogen bouwplannen in principe geen afbreuk doen aan de basiskwaliteit van de openbare ruimte en de buurt of het terrein. In deze gebieden gaat de aandacht met name uit naar de overgangen met andere gebieden, zoals het landschap. Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied zijn een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Dorpskernen (gebied 1B). Hiervoor zijn gebiedsgerichte criteria aangegeven. Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van drie woningen mogelijk. Conclusie De nieuwe woningen zullen voldoen aan de in de Nota vastgelegde gebiedsgerichte criteria. De aanvragen omgevingsvergunning zullen om advies worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal worden voldaan. 3.4.4 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied.
Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. In de waterparagraaf 4.2.4 wordt hierop ingegaan. Tevens zal hierin aandacht worden besteed aan waterhuishoudelijke aspecten. Duurzame gemeente In de door de gemeenteraad van Krimpenerwaard op 9 mei 2017 vastgestelde 'Woonvisie gemeente Krimpenerwaard; kerngericht!' is tevens aandacht besteed aan duurzaamheid. Als gemeente wil zij de lat van verduurzamen hoog leggen. Als landelijke gemeente gaat zij een stevige bijdrage leveren aan een verstandig klimaatbeleid. De gemeente beseft dat rond 2050 het aardgas zo'n beetje op zal zijn en dat zij daarom vanaf heden moet toewerken naar een energieneutrale woningvoorraad die niet langer met aardgas verwarmd hoeft te worden. Zij wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door ook in te zetten op energiezuinige woningen en energiebesparing.
Conclusie De woningen worden volgens de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gebouwd. Deze worden zonder gasaansluiting gerealiseerd. Voorts worden zonnecollectoren op de daken geplaatst. Bij
Toelichting
21
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.
22
door
de
gemeente
gehanteerde
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
4.1
Milieu
De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 4.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject), maar de omvang onder de drempelwaarde van 2.000 woningen ligt, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van de toelichting van dit bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994.
In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Plan/besluit Dit bestemmingsplan voorziet in het oprichten van drie woningen. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen MER noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. Kenmerken van het project Sprake is van een geringe omvang van het plangebied, terwijl er geen cumulatie is met andere projecten. Evenmin is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan de orde. Voorts is er geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van nabijgelegen milieubelastende activiteiten (in paragraaf 4.1.2 wordt hierop nader ingegaan). Risico van ongevallen speelt eveneens niet bij dit bestemmingsplan. Plaats van het project Het plangebied is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang. Dit aspect is beschreven in paragraaf 4.3. De drie woningen liggen evenmin binnen de invloedssfeer van een Natura 2000-gebied.
Dit onderwerp is beschreven in paragraaf 4.4. Kenmerken van het potentiële effect Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op de bevolking. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter. De complexiteit is gering gelet op de omvang van het plangebied. Conclusie Op basis van bovenstaande korte toelichting in relatie tot vormvrije M.e.r.-beoordeling kan worden
Toelichting
23
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
geconcludeerd dat de beoogde planontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg zal hebben. 4.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden zijn opgenomen in tabel 4.1. Tabel 4.1: Richtafstanden en omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Het plangebied ligt aan een wijkontsluitingsweg in de dorpskern van Ouderkerk aan den IJssel. Naast woningen zijn hier bedrijven, dienstverlening en (iets verderop) winkels aanwezig, In verband met de aanwezigheid hiervan is sprake van een gebied met functiemenging. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Dit betekent dat de richtafstanden met één afstandstap kunnen worden verminderd. Deze richtafstand geldt met name voor het onderdeel geluid. In de directe omgeving van het plangebied zijn de in tabel 4.2 genoemde milieubelastende activiteiten aanwezig. Tabel 4.2: Overzicht milieubelastende activiteiten in omgeving. Bedrijfsnaam Richtafstand t.o.v.
Feitelijke afstand Nader onderzoek Adres gemengd gebied Abelenlaan 4a Van der Velden 0 meter circa 3 m vanaf Nee Makelaardij (categorie 1) bouwvlak Abelenlaan 4 Kantoor (categorie 1) 0 meter circa 5 m vanaf Nee bouwvlak Abelenlaan 8 Timmerbedrijf Jaap 10 meter Circa 10 m (vanaf Ja Mourik (categorie 2) bouwvlak woningen tot bedrijfsloods) Voor de naastgelegen makelaardij zijn er geen beperkingen als gevolg van een herontwikkeling naar wonen. Voor het naastgelegen aannemersbedrijf kan het volgende worden opgemerkt. Timmerbedrijf Jaap Mourik De activiteit van het aannemersbedrijf valt onder milieucategorie 2. Voor gemengd gebied kan op grond van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een richtafstand van 10 meter worden aangehouden. In verband hiermede is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd door
24
Toelichting
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
Cauberg Huygen B.V. te Rotterdam (rapport van 17 juni 2021, rapportnummer 07721-54688-03, Bijlage 4). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgnomen uit rapport). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld of ter plaatse van (nieuwe) geluidgevoelige bestemmingen geen ontoelaatbare geluidhinder ontstaat door de activiteiten van omliggende bedrijven. Er zijn twee rekenmodellen opgesteld, één voor de maximaal planologische mogelijkheden en één voor de feitelijke situatie. Uit de rekenresultaten volgt het volgende: In de feitelijke situatie wordt op de nieuwbouwwoningen voldaan aan stap 3 van de VNG-publicatie en aan de standaardvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. In de beoogde situatie ontstaat er een overschrijding van stap 3 van de VNG-publicatie bij een maximale planologische invulling van Timmerbedrijf Jaap Mourik. Deze fictieve overschrijding is niet realistisch in een representatieve invulling van de maximaal planologische mogelijkheden. Daarnaast zou er ook een overschrijding ontstaan op bestaande woningen. Er is geen sprake van indirecte geluidhinder. De bestaande woningen zijn maatgevend voor de geluiduitstraling van het timmerbedrijf. Resumerend kan het aannemersbedrijf voldoen aan de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit.
De dichtstbijzijnde woning wordt op minimaal 10 m van de bedrijfsloods gebouwd, zodat er geen beperkingen zijn. Andersom geredeneerd wordt er voor bewoners van de nieuwe woningen een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. Conclusie Uit de inventarisatie is gebleken dat er geen aanleiding om aan te nemen dat de beoogde woonfunctie milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zal opleveren. Een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen het oprichten van drie grondgebonden woningen.
Toelichting
25
bestemmingsplan Abelenlaan 6, Ouderkerk aan den IJssel
4.1.3 Geluid Wettelijk kader Wegverkeerslawaai Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van gevoelige functies. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. Spoorweglawaai Op 1 juli 2012 zijn de “spelregels” voor hoofdspoorwegen gewijzigd. Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register. Industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden.
Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform art. 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (art. 40 Wgh). Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde) in het bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Wegverkeerslawaai De relevante wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn de Abelenlaan en Burgemeester Neetstraat. Op deze wegen is de maximum snelheid 50 km/h. Deze wegen zijn binnenstedelijk en hebben een zonebreedte van 200 m. De overige wegen binnen een zone van 200 meter zijn zogenaamde 30 km/uur gebieden. In deze situatie is sprake van bestaande wegen en drie nieuwe woningen. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen bedraagt (inclusief aftrek) 48 (dB) Lden met een maximale ontheffingswaarde van 63 (dB) Lden. Indien de gemeten belasting genoemde waarde overschrijdt, dient in eerste instantie onderzocht te worden of maatregelen mogelijk zijn die de geluidsbelasting verlagen tot de voorkeursgrenswaarde of minder.