CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL: Bestemmingsplan Kadijkselaan 55-57 - 21-0000372

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Kadijkselaan 55-57 Bergambacht23.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17

5.1 5.2

Interpretatie onderzoeksresultaten Conclusie en advies

17 17

4.2 4.3

4.4 4.5 4.6 4.7

BIJLAGEN 1)

Regionale ligging van de locatie op de topografische overzichtskaart, • schaal 1 : 25.000 • schaal 1 : 10.000

2)

Situatietekening onderzoekslocatie met plaats van boringen en peilbuis, schaal 1 : 500

3)

Boorprofielen

4)

Analyseresultaten en toegepaste analysemethoden

5)

Toetsingsnormen, achtergrond- en interventiewaarden voor grondwater

6)

Toetsing analyseresultaten, • Toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden grond • Toetsing aan streef- en interventiewaarden grondwater

7)

Regionale ligging van de locatie op de historische topografische kaarten

8)

Foto’s onderzoekslocatie

9)

Verklaring onafhankelijkheid veldwerk

interventiewaarden

voor

grond

en

streef-

en

0. SAMENVATTING Door de heer P. van Rees is opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht. In tabel 1 is een samenvatting van het onderzoek opgenomen. Tabel 1.

Samenvatting onderzoek

Locatiegegevens

Aanleiding onderzoek Doel onderzoek Opzet onderzoek

Resultaten onderzoek

Het onderzoek richt zich op twee uit te geven vrije bouwkavels gelegen tussen Kadijkselaan 55g en 57 in het buitengebied ten noorden van de woonkern Bergambacht. De te onderzoeken locatie, met een oppervlakte van ongeveer 2.730 m2, bestaat grotendeels uit weiland waarop een schuurtje staat. Het overige deel van de locatie is momenteel in gebruik als erfverharding behorende bij het agrarische erfperceel aan Kadijkselaan 57. Op de onderzoekslocatie ligt een watergang, waarvan de waterbodem niet wordt onderzocht. Over deze watergang, aan de noordzijde van de locatie, bevindt zich een dam. Verder zijn op de locatie ondergrondse gierputten aanwezig, een kaal plek op het maaiveld, een onverhard pad, een hoop grond en de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem). De aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van de locatie tot twee bouwkavels. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De multifunctionaliteit van de bodem kan bij overschrijding van normen van verontreinigende stoffen worden aangetast. Hierdoor kunnen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de bodem worden gesteld.

Het verkennend bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL). De peilbuis is nabij de ondergrondse gierputten geplaatst. Verder is een aantal boringen uitgevoerd bij de dam aan de noordzijde van de locatie, ter plaatse van het kale plek op het maaiveld, in het onverharde pad, bij de hoop grond en nabij de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem). Verspreid over de locatie Ter plaatse van het stukje erfverharding op de locatie, de dam aan de noordzijde van de locatie, het kale plek op het maaiveld, de hoop grond en de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem), is een afwijkende bodemopbouw geconstateerd ten opzichte van het naastgelegen weiland. Op basis van aangetroffen bijmengingen aan verschillende bodemvreemde materialen, zoals puin, is één extra analyse op het standaard NEN 5740-grondpakket verricht. In het onverharde pad is zintuiglijk geen bodemvreemd materiaal of een afwijkende bodemopbouw aangetroffen. Het bodemprofiel komt hier overeen met de bodemopbouw elders in het weiland.

Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters ter plaatse van het onverharde pad gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. In de bovengrond tot circa 0,4 m -mv ter plaatse van het meest noordelijk gelegen bouwkavel, bestaande uit zandige en humeuze klei met sporen grind, zijn licht verhoogde gehalten voor een aantal zware metalen aangetoond. De bovengrond tot ongeveer 0,3 m -mv op het zuidelijke bouwkavel, bestaande uit zandige en humeuze klei, bevat licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK. In het separaat geanalyseerde ondergrondmonster, bestaande uit venige klei, direct onder een aangetroffen puinlaag ter plaatse van het geconstateerde kale plek op het maaiveld, zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK gemeten (boring 03; 0,6-1,1 m -mv). Het separaat onderzochte ondergrondmonster, bestaande uit zand met sporen puin, nabij de hoop grond en de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem) bevat licht verhoogde gehalten voor een aantal zware metalen, PAK, PCB en minerale olie (boring 04; 0,6-0,75 m -mv). De licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie zijn waarschijnlijk te relateren aan de bijmenging aan puin in de bodem.

Conclusie onderzoek en advies

Het grondwater nabij de ondergrondse gierputten bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan barium. Voor de overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van de resultaten van het onderhavig chemisch-analytisch onderzoek bestaat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanleiding voor de uitvoering van een nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in grond en grondwater geven geen beperkingen ten aanzien van het huidige gebruik en de mogelijke herinrichting van de locatie ten behoeve van woningbouw. Door het aantreffen van (een bijmenging aan) puin in de bodem ter hoogte van boringen 02 t/m 04 wordt geadviseerd om ter plaatse van het stukje erfverharding op de locatie een verkennend asbestonderzoek in grond/puin uit te voeren middels het graven van inspectiesleuven met een graafmachine en het verrichten van asbestanalyses. Een bijmenging aan puin kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

1

1. INLEIDING Door de heer P. van Rees te Bergambacht is op 12 maart 2019 per e-mail opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. te Schoonhoven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht (conform offerte AT18/497). In het voorliggende rapport komt eerst het vooronderzoek aan de orde (hoofdstuk 2), waarbij de historische informatie is verzameld conform de richtlijn NEN 5725. Vervolgens worden in hoofdstukken 3 en 4 de opzet, uitvoering en de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek beschreven. Tenslotte komt, na de interpretatie van de resultaten in hoofdstuk 5, de conclusie van het onderzoek aan bod en het eventueel daaruit voortvloeiend advies.

1.1 Aanleiding van het onderzoek De aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van de locatie tot twee bouwkavels.

1.2 Doel van het onderzoek Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De multifunctionaliteit van de bodem kan bij overschrijding van normen van verontreinigende stoffen worden aangetast. Hierdoor kunnen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de bodem worden gesteld.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

2

2. VOORONDERZOEK 2.1 Locatiegegevens Adres locatie : Kadastraal bekend : Eigenaar : Gebruik van locatie : Oppervlakte : RD-coördinaten :

tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht gemeente Bergambacht, sectie B, nr. 5969 (gedeeltelijk) de heer P. van Rees weiland en een stukje erfverharding circa 2.730 m2 X: 113.524 Y: 439.481

Het onderzoek richt zich op twee uit te geven vrije bouwkavels gelegen tussen Kadijkselaan 55g en 57 in het buitengebied ten noorden van de woonkern Bergambacht. De te onderzoeken locatie, met een oppervlakte van ongeveer 2.730 m2, bestaat grotendeels uit weiland waarop een schuurtje staat. Het overige deel van de locatie is momenteel in gebruik als erfverharding behorende bij het agrarische erfperceel aan Kadijkselaan 57. Verder ligt op de onderzoekslocatie een watergang, waarvan de waterbodem niet wordt onderzocht. Over deze watergang, aan de noordzijde van de locatie, bevindt zich een dam. De Kadijkselaan ligt, met tussenkomst van een wegsloot, ten westen van de locatie. Aan de noordzijde van de locatie is het agrarische erfperceel Kadijkselaan 57 gesitueerd. Zuidelijk van de locatie bevindt zich het woonerfperceel aan Kadijkselaan 55g. Ten oosten van de onderzoekslocatie is een ander weiland aanwezig. Ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie is eerder bodemonderzoek verricht1. Dit voorgaand verkennend bodemonderzoek is destijds verricht voor de realisatie van drie bouwkavels (onder andere aan Kadijkselaan 55g). Uit de resultaten van het voorgaand verkennend bodemonderzoek is gebleken dat in de grond licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK zijn aangetoond. Het grondwater bevatte in mei 2011 licht verhoogde gehalten voor barium en zink.

Het onderzochte terrein werd geschikt geacht voor herinrichting. Voor meer informatie omtrent het voorgaand verkennend bodemonderzoek wordt verwezen naar de desbetreffende rapportage. In bijlage 1 is de topografische overzichtskaart opgenomen met daarop aangegeven de regionale ligging van de onderzoekslocatie. In bijlage 2 is een situatietekening van de locatie opgenomen. In bijlage 8 zijn foto’s van de locatie opgenomen, waarbij de plaats en de opnamerichting van de foto’s zijn aangegeven op de tekening in bijlage 2. Maaiveldverhardingen Het maaiveld ter plaatse van het weilandgedeelte van de locatie is onverhard. Het stukje erfverharding op de locatie bestaat uit repac. De dam aan de noordzijde van de locatie is eveneens verhard met repac. Het is niet bekend waarmee de vloer van het schuurtje op de locatie is verhard.

1

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van een weiland tussen de Kadijkselaan 55 en 57 te Bergambacht, AT MilieuAdvies B.V., mei 2011, rapportnr.: AT11087

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

3

Locatie-inspectie Tijdens de locatie-inspectie d.d. 20 maart 2019 is naar voren gekomen dat op de locatie meerdere hekken aanwezig zijn en een afrastering van gaas. Ook is een kaal plek op het maaiveld geconstateerd, op de grens van het weiland en het stukje erfverharding. Vanaf dit kale plek ligt in het weiland een onverhard pad. Verder is direct naast het kale plek op het maaiveld een hoop grond aangetroffen. Nabij de hoop grond zijn op twee plaatsen nog zand- en puinresten aan het maaiveld waargenomen (geroerde bodem). Op de zuidwestgrens van de onderzoekslocatie, ter plaatse van het weiland, is een nieuwe gronddam aangebracht in een nieuw gegraven watergang. De nieuwe gronddam wordt niet onderzocht, omdat deze recent is aangelegd met gebiedseigen grond. Ter plaatse van het stukje erfverharding op de locatie liggen grasbalen opgeslagen. Tussen de grasbalenopslag en de watergang op de locatie is een opslag van betonbrokken en andere vaste materialen aanwezig. Voor de situering van het kale plek op het maaiveld, het onverharde pad, de hoop grond, de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem), de nieuwe gronddam en de opslag van grasbalen en brokken beton wordt verwezen naar de tekening in bijlage 2. Bij de locatie-inspectie zijn verder geen bijzonderheden naar voren gekomen, zoals verkleuringen of brandplaatsen in het maaiveld.

Verzakkingen en ophogingen zijn evenmin geconstateerd. Asbest In verband met de aanwezigheid van repac op het stukje erfverharding dient op dit gedeelte van de locatie rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van asbest op of in de bodem. Kabels en leidingen Volgens de opdrachtgever ligt op de locatie, parallel aan de wegsloot langs de Kadijkselaan, een kabel- en leidingentracé. Op de tekening in bijlage 2 is de globale situering van dit tracé aangegeven. Toekomstige bestemming Op de locatie is woningbouw gepland (realisatie van twee bouwkavels).

2.2 Historische informatie Informatie uit topografisch kaartmateriaal Bij de projectie van de historische kaart anno 1945 (www.topotijdreis.nl) op meer recent kaartmateriaal tot het jaar 2018 blijkt dat de eerste bebouwing op het agrarische erfperceel aan Kadijkselaan 57 dateert van vóór de jaren ’40. Ook de openbare weg (Kadijkselaan) was in 1945 al aanwezig. Tot de jaren ’80 was de gehele onderzoekslocatie in gebruik als weiland. De dam aan de noordzijde van de locatie is zichtbaar op kaartmateriaal vanaf 1995. De dam is vermoedelijk tussen 1985 en 1995 aangebracht. Het huidige stukje erfverharding op de locatie is waarschijnlijk eind jaren ’90 bij het agrarische erfperceel aan Kadijkselaan 57 betrokken. Het woonerfperceel aan Kadijkselaan 55g is op kaartmateriaal van 2018 voor het eerst duidelijk herkenbaar aanwezig.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

4

Uit de (historische) topografische kaarten komt voor de locatie verder geen informatie naar voren die kan duiden op de aanwezigheid van slootdempingen, ophogingen, stortingen, opvullingen, (lozings)putten, veranderingen in de verkaveling en specifieke verdachte agrarische activiteiten zoals (glas)tuinbouw, bollenteelt en fruitteelt. In bijlage 7 zijn de historische topografische kaarten opgenomen. Informatie uit digitaal Bodemloket Uit het digitale Bodemloket (www.bodemloket.nl) blijkt dat voor de onderzoekslocatie geen gegevens bekend zijn omtrent historische bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten, voorgaande bodemonderzoeken en saneringen. In de omgeving van de locatie zijn wel bodemonderzoeken en/of saneringen uitgevoerd. In tabel 2 zijn de geregistreerde gegevens uit het digitale Bodemloket weergegeven.

Adres

Locatiecode

Kadijkselaan 57 Kadijkselaan (openbare weg)

ZH049109689 ZH049100143

Historische (bedrijfs)activiteit(en)

--Wegfundering/wegverharding met puin

Sanering uitgevoerd

Overzicht informatie Bodemloket voor omgeving locatie Voorgaand bodemonderzoek

Tabel 2.

Ja

Nee

Ja

Ja

Opmerkingen

Voldoende onderzocht Monitoring (rest)verontreiniging

Informatie verkregen van Omgevingsdienst Midden-Holland In het bodeminformatiesysteem van Omgevingsdienst Midden-Holland zijn de rapporten van de voorgaande bodemonderzoeken en saneringen, die in de omgeving van de locatie zijn verricht, digitaal beschikbaar. Uit de rapportage van het verkennend bodemonderzoek aan Kadijkselaan 57, uitgevoerd door Lexmond milieu-adviezen in oktober 1998 (rapportnr. 98.17977/GB), blijkt dat in de grond en het grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetoond voor de onderzochte stoffen. Ter plaatse van de openbare weg (Kadijkselaan), gelegen ten westen van de onderzoekslocatie, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK in grond en grondwater (niet urgent). De PAKverontreiniging is waarschijnlijk veroorzaakt door de teerhoudende lagen in de wegverharding (asfalt). Daarnaast zijn in het grondwater ook sterk verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond en lokaal een sterke verontreiniging met benzeen. De saneringswerkzaamheden aan de Kadijkselaan zijn verricht vanaf juli 2006 tot april 2007, waarbij de openbare weg is gereconstrueerd. Het nieuwe kabel- en leidingentracé is in schoon zand geplaatst, waartoe eerst circa 50 m3 verontreinigde grond is ontgraven en afgevoerd.

Ten behoeve van de aanvulling van de ontgraving en de reconstructie van de Kadijkselaan zijn schoon zand, lavaslakken en grond (in de wegbermen) aangebracht. Na afloop van de sanering is gestart met de grondwatermonitoring van de achtergebleven restverontreiniging. Op de bodemfunctieklassenkaart van de Omgevingsdienst Midden-Holland ligt de locatie in een gebied dat is geclassificeerd als klasse Wonen. Op de Ontgravingskaart Bovengrond en Toepassingskaart Bovengrond is de locatie ingedeeld als klasse Wonen. Op de Ontgravingskaart Ondergrond is de locatie ingedeeld als klasse Landbouw/natuur (AW).

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

5

Volgens de bodemkwaliteitskaart ligt de locatie in zone 10: Lint 3 - Krimpenerwaard. In de bovengrond van deze zone worden matig verhoogde achtergrondgehalten aan lood en PAK verwacht en licht verhoogde gehalten voor enkele andere zware metalen en PCB. In de ondergrond van zone 10 kunnen licht verhoogde gehalten voor zware metalen en PAK voorkomen. Informatie van opdrachtgever De opdrachtgever heeft aangegeven dat ter plaatse van het het stukje erfverharding op de locatie ondergrondse gierputten liggen. Voor de situering van deze gierputten wordt verwezen naar de tekening in bijlage 2.

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie

Het geohydrologische profiel van het gebied waarbinnen de locatie is gesitueerd, wordt in tabel 3 weergegeven. Tabel 3.

Geohydrologisch profiel (Bron: Grondwaterkaart van Nederland, inventarisatierapport Gorinchem West, Dienst Grondwaterverkenning TNO 1979, GWK 22) Pakket deklaag

Diepte [m] t.o.v. NAP -1,5 - -11,5

Geohydrologische formatie

Samenstelling

Westland

Klei op veen

1e watervoerend pakket

-11,5

-

-30

Kreftenheye, Sterksel

1e scheidende laag

-30

-

-50

Kedichem

Matig fijne tot grove zanden Fijne slibhoudende zanden en kleilagen

De stromingsrichting van het grondwater uit het eerste watervoerend pakket is noordwestelijk. Op een afstand van circa 2 kilometer ten zuidoosten van de locatie ligt pompstation Bergambacht, waarbij grondwater uit het eerste en/of tweede watervoerende pakket wordt onttrokken. Mogelijk wordt de stromingsrichting van het grondwater in het desbetreffende watervoerende pakket hierdoor beïnvloed. De locatie maakt, voor zover bekend, geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.4 Hypothese Door de resultaten van het voorgaand verkennend bodemonderzoek ten zuiden van de locatie (rapportnr. AT11087) en vanwege de ligging van de onderzoekslocatie in zone 10 op de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Midden-Holland wordt de locatie als verdacht aangemerkt. Als potentieel bodemverontreinigende stoffen worden zware metalen, PAK en PCB aangemerkt. Deze stoffen worden ook nabij de ondergrondse gierputten verwacht. Verder wordt de bodem ter plaatse van de dam aan de noordzijde van de locatie, het kale plek op het maaiveld, het onverharde pad, de hoop grond en de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem) als verdacht beschouwd. Mogelijk is de bodem, met name de bovengrond, verontreinigd geraakt. Als potentieel bodemverontreinigende stoffen worden hier zware metalen, PAK en minerale olie aangemerkt.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

6

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE Onderzoeksopzet Het verkennend bodemonderzoek wordt verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL). De peilbuis wordt nabij de ondergrondse gierputten geplaatst. Verder wordt een aantal boringen uitgevoerd bij de dam aan de noordzijde van de locatie, ter plaatse van het kale plek op het maaiveld, in het onverharde pad, bij de hoop grond en nabij de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem).

3.1 Uitvoering bodemonderzoek Voorafgaand aan de uitvoering van de boringen wordt een visuele maaiveldinspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Indien asbestverdachte materialen worden gevonden, zal hiervan per type asbestverdacht materiaal een representatief monster worden genomen. Vervolgens worden met behulp van een Edelmanboor verspreid over de locatie boringen verricht tot een diepte van tenminste 1,0 m -mv. Een aantal boringen wordt doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m -mv en minimaal 0,5 m onder de grondwaterstand. Van de diepere boringen wordt er één afgewerkt met een peilbuis (nabij de ondergrondse gierputten). Tijdens de uitvoering van de boringen wordt de opgeboorde grond beschreven en geclassificeerd, zintuiglijk beoordeeld op eventuele verontreinigingen en bemonsterd in trajecten van maximaal 0,5 m. Van de verrichte boringen worden boorbeschrijvingen gemaakt. Van de boven- en ondergrond worden grond(meng)monsters geanalyseerd op het NEN 5740-grondpakket (NEN-G; zie tabel 4). Bij het samenstellen van ‘verdachte’ mengmonsters worden maximaal 4 grondmonsters gemengd. Bij ‘onverdachte’ mengmonsters worden maximaal 10 grondmonsters gemengd. Voor het berekenen van de gecorrigeerde concentraties van de geanalyseerde stoffen worden aanvullend de gehalten lutum en organische stof bepaald.

Het grondwater uit de peilbuis wordt een week na plaatsing bemonsterd. Het aan de peilbuis te onttrekken grondwatermonster wordt geanalyseerd op het NEN 5740-grondwaterpakket (NEN-W; zie tabel 4). Bij de grondwaterbemonstering worden de grondwaterstand, de troebelheid (NTU), de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC) van het grondwater gemeten.

3.2 Boorplan en analyses In tabel 4 wordt het boor- en analyseprogramma weergegeven in de vorm van aantallen uit te voeren boringen en analyses. De exacte boorpunten worden tijdens het veldwerk bepaald.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

7

Tabel 4.

Boor- en analyseprogramma Aantal boringen

Plaats

Diepte [m -mv]

Waarvan met peilbuis

NEN-W

Analyses grondwater

11 én

1,0

-

2 x NEN-G 2 x H+L

-

3

2,0*

1 (n)

1 x NEN-G 1 x H+L

1 x NEN-W

Verspreid over de locatie (oppervlakte ca. 2.730 m2)

* (n) H+L NEN-G

Analyses grond

Opmerkingen - peilbuis nabij ondergrondse gierputten - waarvan aantal boringen bij dam aan noordzijde locatie, tpv kaal plek op maaiveld, in onverhard pad, bij hoop grond en nabij twee plaatsen waar zand- en puinresten op maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem)

boring tot minimaal 2,0 m -mv en tenminste 0,5 m onder de grondwaterstand standaard NEN 5740 peilbuis, filterlengte 1,0 meter met de bovenzijde van het filterdeel op circa 0,5 m onder grondwaterstand organische stof en lutum droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40)

De analyses worden uitgevoerd conform AS3000.

3.3 Kwaliteitsborging AT MilieuAdvies B.V. heeft, als onafhankelijk adviesbureau, geen relatie met de opdrachtgever anders dan opdrachtgever/opdrachtnemer. AT MilieuAdvies B.V. “keurt geen eigen grond” waarmee de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Het kwaliteitssysteem van AT MilieuAdvies B.V. voldoet aan de eisen van de NEN-EN ISO 9001:2015 (certificaatnr.: EC-KWA-99019). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd naar de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 conform de daarbij behorende protocollen. AT MilieuAdvies B.V. is gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 (certificaatnr.: EC-SIK-20244). Het protocol 2001 is bestemd voor het correct verrichten van veldwerk, zoals het plaatsen van boringen en peilbuizen. Het protocol 2002 geeft voorschriften voor het bemonsteren van het grondwater uit peilbuizen. Het protocol 2003 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerkzaamheden ten behoeve van waterbodemonderzoek. De richtlijnen voor asbestonderzoek in bodem zijn omschreven in het protocol 2018. Bij afwijking van de kritieke proceseisen van de BRL en/of de protocollen wordt het onderzoek niet gerapporteerd onder certificaat. In de rapportage wordt dan melding gemaakt van de kritieke afwijkingen.

De fysische en chemische analyses worden uitgevoerd door de door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratoria Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (nr. RvA L 010) en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht (nr. RvA L 086).

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

8

Bij ieder milieukundig bodemonderzoek wordt gestreefd naar een optimale representativiteit. Toch is een dergelijk onderzoek gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Hierdoor blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem aanwezig kunnen zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet naar voren zijn gekomen. Verder is een milieukundig onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van het onderzoek. AT MilieuAdvies B.V. acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade of gevolgen voortvloeiend uit het bodemonderzoek.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

9

4. UITVOERING ONDERZOEK 4.1 Veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Mario van Kooten van AT MilieuAdvies B.V. conform de richtlijnen in de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen aan de externe functiescheiding in de BRL SIKB 2000. De verklaring van onafhankelijkheid is opgenomen in bijlage 9.

4.1.1

Resultaten visuele maaiveldinspectie

De visuele maaiveldinspectie is verricht met droog weer en goed zicht. Door de aanwezigheid van vegetatie (kort gras in weiland), enkele bomen en opslagplaatsen van grasbalen en betonbrokken, wordt de totale inspectie-efficiëntie ingeschat op ongeveer 70%. Tijdens de visuele maaiveldinspectie zijn op de locatie geen asbestverdachte materialen aangetroffen.

4.2 Uitgevoerde werkzaamheden Het veldwerk is verricht op 20 maart 2019 conform de onderzoeksopzet in hoofdstuk 3. Daarbij zijn verspreid over de locatie 14 handboringen verricht (nrs. 01 t/m 14). Een deel van de boringen (nrs. 02 t/m 04 en 14) is uitgevoerd bij de dam aan de noordzijde van de locatie, ter plaatse van het kale plek op het maaiveld, in het onverharde pad, bij de hoop grond en nabij de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem). De boringen zijn verricht met behulp van een Edelmanboor en puinboor. Het boorgat van boring 01, gesitueerd nabij de ondergrondse gierputten, is ten behoeve van de grondwatermonstername afgewerkt met een peilbuis (peilbuis 01). De plaatsen van de boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 2.

4.3

Veldwaarnemingen

4.3.1 Bodemopbouw Bij het veldwerk is gebleken dat de bovengrond van het weiland tot een diepte van 0,4 à 0,7 m -mv hoofdzakelijk uit (zandige en/of humeuze) klei bestaat. De ondergrond bestaat hier tot de geboorde einddiepte van ongeveer 2,0 m -mv overwegend uit veen. Ter plaatse van het stukje erfverharding op de locatie is een afwijkend bodemprofiel aangetroffen. Met name de bovengrond kent hier een sterk wisselde samenstelling, bestaande uit veen, zand, klei en puin. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte variërend van 0,2 tot 0,5 m -mv. Voor een beschrijving van de aangetroffen bodemlagen en de trajecten van monstername wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

10

4.3.2

Zintuiglijke waarnemingen

De zintuiglijke waarnemingen die kunnen duiden op een (mogelijke) verontreiniging van de bodem zijn opgenomen in tabel 5. Tabel 5.

Zintuiglijke waarnemingen

Diepte Traject boring Boring [m -mv] [m -mv] Verspreid over de locatie

Hoofdgrondsoort

Bijmenging(en)

02

0,50

0,25 - 0,50

--

03

1,10

0,00 - 0,25

--

volledig puin, gestuit (massief) volledig puin, zwak grindhoudend

0,25 - 0,40

Zand

matig puinhoudend

0,40 - 0,60

--

volledig puin (volledig vloertegelpuin)

04

0,75

0,60 - 0,75

Zand

sporen puin, gestuit (massief)

06

1,00

0,00 - 0,20

Klei

sporen grind

13 2,00 0,25 - 0,40 Zand drainagezand Mate van bijmenging: 0-2% sporen, 2-5% resten, 5-15% zwak, 15-40% matig, 40-60% sterk, 60-100% volledig (>50%, geen grond)

Tijdens het zintuiglijk onderzoek zijn verder geen afwijkingen geconstateerd aan het opgeboorde bodemmateriaal; er is geen olie-water reactie waargenomen. In de bodem ter plaatse van de monsternamepunten zijn ook geen asbestverdachte materialen aangetroffen.

4.3.3

Grondwater

Het grondwater is bemonsterd op 28 maart 2019. In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de verrichte metingen. Achtereenvolgens zijn opgenomen, de filterstelling, de grondwaterstand, de zuurgraad, de elektrische geleidbaarheid, de troebelheid en de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 6. Peilbuisnummer

Veldwerkgegevens grondwatermonstername Filterdiepte [m -mv]

Grondwaterstand [m -mv]

[pH]

Geleidbaarheid [μS/cm]

6,6

2.262

Zuurgraad

Troebelheid [NTU]

Zintuiglijke waarnemingen

Nabij ondergrondse gierputten peilbuis 01

1,00 - 2,00

0,22

11,1

Lichtgeel en helder

De gemeten waarden voor pH (zuurgraad), EC (geleidbaarheid) en NTU (troebelheid) in het grondwater zijn niet afwijkend voor het gebied waarbinnen de locatie ligt

4.4

Afwijkingen

De veldwerkzaamheden zijn, zoals eerder vermeld, uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

11

4.5

Laboratoriumonderzoek

De fysische en chemische analyses zijn uitgevoerd door de door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratoria Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (nr. RvA L 010) en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht (nr. RvA L 086). De analyses zijn verricht conform AS3000. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en de gehanteerde analysemethoden vermeld.

4.5.1

Uitgevoerde analyses

In tabel 7 is een overzicht van de grond(meng)monsters en het grondwatermonster opgenomen welke ter analyse zijn aangeboden. De aangetroffen (functionele) verhardingslagen, bestaande uit puin, zijn niet geanalyseerd. Ter plaatse van het stukje erfverharding op de locatie, de dam aan de noordzijde van de locatie, het kale plek op het maaiveld, de hoop grond en de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem), is een afwijkende bodemopbouw geconstateerd ten opzichte van het naastgelegen weiland. Op basis van aangetroffen bijmengingen aan verschillende bodemvreemde materialen, zoals puin, is in overleg met de opdrachtgever één extra analyse op het standaard NEN 5740grondpakket verricht. In het onverharde pad is zintuiglijk geen afwijkende bodemopbouw aangetroffen. Het bodemprofiel komt hier overeen met de bodemopbouw elders in het weiland. Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters ter plaatse van het onverharde pad gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. Tabel 7.

Overzicht van grond(meng)monsters, grondwatermonster en analyses

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

H+L

Traject/filterdiepte peilbuis [m -mv]

NEN-G

(Meng)monstercode

Zandige en humeuze klei/sporen grind

#

#

Zandige en humeuze klei/--

#

#

03 (0,60 - 1,10)

Venige klei/--

#

#

0,60 - 0,75

04 (0,60 - 0,75)

Zand/sporen puin

#

#

1,00 - 2,00

01 (1,00 - 2,00)

Grondwater

Boring(en)

NEN-W

Analyses

Verspreid over de locatie MM-1

0,00 - 0,40

MM-2

0,00 - 0,30

M-3

0,60 - 1,10

M-4 peilbuis 01 H+L NEN-G NEN-W

04 (0,00 - 0,40) 06 (0,00 - 0,20) 07 (0,00 - 0,20) 08 (0,00 - 0,40) 09 (0,00 - 0,20) 10 (0,00 - 0,15) 11 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,25) 13 (0,00 - 0,25) 14 (0,00 - 0,30)

#

organische stof en lutum droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40)

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

12

4.6

Toetsingsnormen Wet bodembescherming (Wbb)

Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en Besluit bodemkwaliteit De mate van verontreiniging wordt bepaald door toetsing van de resultaten van de chemische en fysische analyses van de grond- en grondwatermonsters aan de toetsingswaarden, zoals beschreven in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De achtergrondwaarden zijn overgenomen uit het Besluit bodemkwaliteit. Een overzicht van de interventiewaarden voor grond (Circulaire bodemsanering), de streef- en interventiewaarden voor grondwater (Circulaire bodemsanering) en de achtergrondwaarden voor grond (Besluit bodemkwaliteit) is als bijlage 5 aan dit rapport toegevoegd. In de Circulaire bodemsanering wordt voor metalen onderscheid gemaakt in ondiep en diep grondwater. Bij een regulier bodemonderzoek wordt alleen de kwaliteit van het freatisch (ofwel ondiepe) grondwater bepaald. Voor onderzoek naar de kwaliteit van diep grondwater (bijvoorbeeld uit het eerste watervoerend pakket) worden voor metalen andere toetsingswaarden gehanteerd. •

Streefwaarden grondwater en achtergrondwaarden grond De streefwaarden voor grondwater en de achtergrondwaarden voor grond worden beschouwd als de bovengrens van een, in Nederlandse bodems, goede bodemkwaliteit, waarbij nog sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de streef- of achtergrondwaarde is er sprake van een bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit kan dan een nadelige invloed hebben op de diverse functies van de bodem. Streef- en achtergrondwaarden representeren het niveau dat bereikt dient te worden waarbij de bodem alle functionele eigenschappen voor mens, dier of plant volledig kan vervullen.

•

Interventiewaarden grond en grondwater De interventiewaarden zijn concentratieniveaus waarboven sprake kan zijn van ernstige risico’s voor de menselijke gezondheid of het bodemecosysteem. De interventiewaarden voor grond zijn humaanen ecotoxicologisch onderbouwd en zijn afhankelijk van het bodemtype. De interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de interventiewaarden voor grond. Bij overschrijding van de interventiewaarden is, onder voorwaarden, sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging2. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging bestaat een saneringsplicht, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Voorafgaand aan een bodemsanering wordt een BUS-melding verricht of een saneringsplan opgesteld. De BUS-melding of het saneringsplan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Afhankelijk van de actuele humane, ecologische en verspreidingsrisico’s die het geval van ernstige bodemverontreiniging met zich meebrengt dient de sanering al dan niet met spoed te worden uitgevoerd. Voor het bepalen van de risico’s en de spoed van de sanering wordt verwezen naar de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.

2

Van een geval van ernstige verontreiniging is sprake wanneer in meer dan 25 m3 grond (of sediment) of 100 m3 grondwater de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde. Bovendien dient de verontreiniging te zijn ontstaan vóór 1987 (een zogenaamde historische verontreiniging).

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

13

•

Toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) Het toetsingscriterium ten behoeve van nader onderzoek voor grond is bepaald als: de helft van de som van de achtergrondwaarden en de interventiewaarden, ½ (AW+I). De tussenwaarde voor grondwater blijft gehandhaafd op de helft van de som van de streefwaarden en de interventiewaarden, ½ (S+I). Bij een historische verontreiniging (ontstaan vóór 1987) is bij de overschrijding van deze tussenwaarde een gerede kans aanwezig dat de onderzochte locatie (plaatselijk) ernstig verontreinigd is. De tussenwaarde geeft daarom aan dat in dergelijke situaties een nader onderzoek gewenst is. Nader onderzoek wordt uitgevoerd teneinde de ernst (=concentraties en omvang) van de verontreiniging vast te stellen. Op basis van het nader onderzoek kan de saneringsnoodzaak worden vastgesteld.

Mate van verontreiniging Bij de omschrijving van de mate van verontreiniging worden de volgende begrippen gebruikt: niet verontreinigd : concentraties kleiner/gelijk aan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater; licht verontreinigd

:

concentraties tussen de achtergrondwaarden en de halve som van de achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streefwaarden en de halve som van de streef- en interventiewaarden voor grondwater;

matig verontreinigd

:

concentraties tussen de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grond en de halve som van de streef- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grondwater;

sterk verontreinigd

:

concentraties groter dan de interventiewaarde.

BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de analyseresultaten per 1 juli 2013 middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De gemeten gehalten worden hierbij eerst gecorrigeerd met het lutum en organische stof gehalte en vervolgens vergeleken met de achtergrond- en interventiewaarden voor grond. Voorheen werden de achtergrond- en interventiewaarden gecorrigeerd voor het lutum en organische stof gehalte, waarna het aangetoonde gehalte werd vergeleken met deze gecorrigeerde toetswaarden. De in de bijlage 5 vermelde achtergrond- en interventiewaarden zijn van toepassing op een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). RBK rapportagegrens-eisen De AS3000 is een richtlijn waarin de kwaliteitseisen voor laboratoria zijn vastgesteld voor al het milieuhygiënisch bodemonderzoek. Met de introductie van de AS3000 in laboratoria zijn onder andere de rapportagegrens-eisen van de te analyseren stoffen in grond en grondwater vastgelegd. Per 1 juli 2013 heeft de Regeling Bodemkwaliteit (RBK) eisen gesteld aan de rapportagegrenzen, zoals die door het laboratorium moeten worden gehanteerd en die in de plaats zijn gekomen voor de rapportage-eisen van de AS3000. Deze RBK rapportagegrens-eisen zijn veelal strenger dan of gelijk aan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

14

Het is mogelijk dat bijvoorbeeld door de samenstelling van een monster sprake is van verhoogde rapportagegrenzen die niet (meer) voldoen aan de RBK rapportagegrens-eis. In dit geval wordt factor 0,7 toegepast. De toetsing conform RBK is als volgt: • Gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde voor grond (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld) danwel de streefwaarde voor grondwater, maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens-eis. In dit geval mag worden verondersteld dat het gecorrigeerd gehalte lager is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. • Gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld) danwel de streefwaarde voor grondwater, en groter dan de RBK rapportagegrens-eis. Dit kan voorkomen indien sprake is van verhoogde rapportagegrenzen, bijvoorbeeld veroorzaakt door de samenstelling van een monster of storende componenten. Een voorbeeld hiervan zijn sterk humushoudende grondmonsters met een laag droge stofgehalte. Humuszuren kunnen een storende werking geven op de analyseapparatuur, waardoor in het milieulaboratorium wordt verdund en er verhoogde rapportagegrenzen optreden. Het gecorrigeerde gehalte is nu maatgevend en kan de tussenwaarde of interventiewaarde overschrijden. De normen voor barium in grond zijn vanaf 1 april 2009 tijdelijk buiten werking gesteld.

Barium wordt vaak in hoge gehalten aangetroffen. Belangrijke oorzaak daarvoor is dat deze stof van nature voorkomt in de bodem. Het hoge gehalte van barium in de bodem leidt tot stagnatie in het hergebruik van vrijkomende grond en tot meer saneringsgevallen. Nader onderzoek inzake het van nature voorkomen van barium in de Nederlandse bodem, en met name in de toxische variant, is noodzakelijk. In afwachting van dit onderzoek wordt voor barium tijdelijk alleen de interventiewaarde gehanteerd voor die situaties waarin met zekerheid kan worden vastgesteld dat het om een antropogene bodemverontreiniging gaat. De achtergrond- en tussenwaarde voor barium in grond zijn per 1 april 2009 komen te vervallen. Besluit bodemkwaliteit Voor de nuttige toepassing van partijen grond buiten de onderzoekslocatie zijn beperkingen verbonden. Voor toepassing van grond buiten de locatiegrenzen in een hoeveelheid groter dan 50 m3 geldt het Besluit bodemkwaliteit. Indien grond vrijkomt is de gemeente waar de grond (nuttig) wordt toegepast bevoegd gezag ten aanzien van de bestemming van de grond. Geadviseerd wordt om eventueel vrijkomende grond binnen de grenzen van de locatie te herschikken. Voor hergebruik van grond binnen de locatie is het Besluit bodemkwaliteit namelijk niet van toepassing.

Voor meer informatie omtrent het nuttig toepassen van partijen grond wordt verwezen naar het digitale Meldpunt bodemkwaliteit.

4.7

Toetsing analyseresultaten

4.7.1

Grond getoetst aan Wet bodembescherming (Wbb)

Van de geanalyseerde grond(meng)monsters is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de berekende achtergrondwaarde (AW), de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde ((AW+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 zijn de oorspronkelijke en gecorrigeerde concentraties opgenomen, waarbij de gecorrigeerde concentraties zijn getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In tabel 8 staan de chemische analyseresultaten van de grond(meng)monsters vermeld, indien een norm wordt overschreden.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

15

Tabel 8.

Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden grond

(Meng)Boringen monstercode (traject) Verspreid over de locatie 04 (0,00 - 0,40) 06 (0,00 - 0,20) 07 (0,00 - 0,20) 08 (0,00 - 0,40) 09 (0,00 - 0,20) 10 (0,00 - 0,15) 11 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,25) 13 (0,00 - 0,25) 14 (0,00 - 0,30)

MM-1

MM-2

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

AW

T

I

Zandige en humeuze klei/sporen grind

Koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink

-

-

Zandige en humeuze klei/--

Koper, kwik, lood, molybdeen, PAK

-

-

-

-

-

-

M-3

03 (0,60 - 1,10)

Venige klei/--

M-4

04 (0,60 - 0,75)

Zand/sporen puin

AW T I

Koper, kwik, lood, molybdeen, PAK Cadmium, kwik, zink, PAK, PCB, minerale olie

achtergrondwaarde-overschrijding (grond) tussenwaarde-overschrijding (1/2 x (AW+I)) interventiewaarde-overschrijding

De hoofdzakelijk aangetroffen ketenlengten (fracties C21-C40) en het bijbehorende chromatogram in het separaat geanalyseerde ondergrondmonster M-4 duiden niet op een specifieke oliesoort. Het licht verhoogde gehalte aan minerale olie is waarschijnlijk te relateren aan de bijmenging aan puin in de bodem.

4.7.2

Grondwater

Van het geanalyseerde grondwatermonster is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de streefwaarde (S), de halve som van de streefwaarde en de interventiewaarde ((S+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 zijn de concentraties opgenomen, getoetst aan de streefen interventiewaarden. In tabel 9 staan de chemische analyseresultaten van het grondwatermonster vermeld, indien een norm wordt overschreden. Tabel 9.

Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden grondwater

Monstercode

Boring (traject)

Hoofdbestanddeel

S

T

I

Grondwater

Barium

-

-

Nabij ondergrondse gierputten peilbuis 01 S T I

01 (1,00 - 2,00)

streefwaarde-overschrijding (grondwater) tussenwaarde-overschrijding (1/2 x (S+I)) interventiewaarde-overschrijding

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

16

5. INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN EN CONCLUSIE 5.1

Interpretatie onderzoeksresultaten

Verspreid over de locatie Ter plaatse van het stukje erfverharding op de locatie, de dam aan de noordzijde van de locatie, het kale plek op het maaiveld, de hoop grond en de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem), is een afwijkende bodemopbouw geconstateerd ten opzichte van het naastgelegen weiland. Op basis van aangetroffen bijmengingen aan verschillende bodemvreemde materialen, zoals puin, is één extra analyse op het standaard NEN 5740-grondpakket verricht. In het onverharde pad is zintuiglijk geen bodemvreemd materiaal of een afwijkende bodemopbouw aangetroffen. Het bodemprofiel komt hier overeen met de bodemopbouw elders in het weiland. Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters ter plaatse van het onverharde pad gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. In de bovengrond tot circa 0,4 m -mv ter plaatse van het meest noordelijk gelegen bouwkavel, bestaande uit zandige en humeuze klei met sporen grind, zijn licht verhoogde gehalten voor een aantal zware metalen aangetoond (MM-1). De bovengrond tot ongeveer 0,3 m -mv op het zuidelijke bouwkavel, bestaande uit zandige en humeuze klei, bevat licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK (MM-2).

In het separaat geanalyseerde ondergrondmonster, bestaande uit venige klei, direct onder een aangetroffen puinlaag ter plaatse van het geconstateerde kale plek op het maaiveld, zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK gemeten (M-3; 0,6-1,1 m -mv). Het separaat onderzochte ondergrondmonster, bestaande uit zand met sporen puin, nabij de hoop grond en de twee plaatsen waar zand- en puinresten op het maaiveld zijn waargenomen (geroerde bodem) bevat licht verhoogde gehalten voor een aantal zware metalen, PAK, PCB en minerale olie (M-4; 0,6-0,75 m -mv). De licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie zijn waarschijnlijk te relateren aan de bijmenging aan puin in de bodem. Het grondwater uit peilbuis 01, gesitueerd nabij de ondergrondse gierputten, bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan barium. Voor de overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater geen verhoogde gehalten aangetoond. De oorzaak van het licht verhoogde gehalte voor barium in het grondwater is onduidelijk; een (punt)bron is niet aanwijsbaar. Waarschijnlijk kan het licht verhoogde gehalte voor barium in het grondwater worden aangemerkt als verhoogde achtergrondwaarde. Toetsing hypothese De hypothese verdacht vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging voor de locatie wordt bevestigd.

5.2

Conclusie en advies

Op basis van de resultaten van het onderhavig chemisch-analytisch onderzoek bestaat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanleiding voor de uitvoering van een nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in grond en grondwater geven geen beperkingen ten aanzien van het huidige gebruik en de mogelijke herinrichting van de locatie ten behoeve van woningbouw.

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

17

Door het aantreffen van (een bijmenging aan) puin in de bodem ter hoogte van boringen 02 t/m 04 wordt geadviseerd om ter plaatse van het stukje erfverharding op de locatie een verkennend asbestonderzoek in grond/puin uit te voeren middels het graven van inspectiesleuven met een graafmachine en het verrichten van asbestanalyses. Een bijmenging aan puin kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

AT MilieuAdvies B.V. Schoonhoven, april 2019

ing. P. Blom

Verkennend bodemonderzoek, tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Rapportnr.: AT19060, april 2019

18

BIJLAGE 1

REGIONALE LIGGING VAN DE LOCATIE OP DE TOPOGRAFISCHE OVERZICHTKAART

schaal 1 : 25.000 schaal 1 : 10.000

BIJLAGE 2

SITUATIETEKENING ONDERZOEKSLOCATIE schaal 1 : 500

BIJLAGE 3

BOORPROFIELEN

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

01

Boring: 0

0

gras Veen, mineraalarm, donkerbruin

02 0

0

gras Veen, sterk kleiïg, donkerbruin

1 25

1

Puin (volledig), neutraalgrijs, gestuit (massief) 50

50

Klei, zwak zandig, zwak humeus, licht bruingrijs

2

50

50

80

Veen, mineraalarm, donkerbruin 100

3 110

Klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs 4

150

150

Veen, mineraalarm, roodbruin

5

200

200

Boring:

03

Boring: 0

0

braak Puin (volledig), zand (sterk), grind (zwak), grijsbeige

40

weiland Klei, zwak zandig, matig humeus, neutraalbruin

1 Zand, matig fijn, matig siltig, puin (matig), donker bruingrijs Puin (volledig), zand (matig), lichtgrijs, (volledig vloertegelpuin)

50

0

0

25

1

04

40

50

Veen, zwak zandig, hout (resten), donkerbruin

2

60

60

Klei, matig siltig, veen (laagjes), donker grijsbruin

3

75

Zand, matig fijn, matig siltig, puin (sporen), neutraalgrijs, gestuit (massief)

2 100 110

Locatie: vbo tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht

Project: AT19060

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

05

Boring: 0

0

weiland Veen, zwak kleiïg, donkerbruin

06 0

0 1

1

20 25

Klei, matig siltig, roest (zwak), grijsbruin

2 50

50

weiland Klei, matig zandig, matig humeus, grind (sporen), donkerbruin

Veen, mineraalarm, roodbruin

Klei, matig siltig, roest (zwak), neutraalbruin

2 50

50

Veen, mineraalarm, donkerbruin 3 75

3

Veen, mineraalarm, roodbruin 4 100

100

Boring:

07

Boring: 0

0 1

weiland Klei, zwak zandig, matig humeus, neutraalbruin

0

weiland Klei, zwak zandig, sterk humeus, donkerbruin

1

Klei, matig siltig, roest (zwak), grijsbruin

40 50

50

08

0

20

2

100

100

Veen, mineraalarm, donkerbruin

50

Veen, mineraalarm, donkerbruin 2

3

70 75

Veen, mineraalarm, roodbruin

Veen, mineraalarm, roodbruin 4 100

100

100

150

3

4

5 200

Locatie: vbo tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht

200

Project: AT19060

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

09

Boring: 0

0 1

weiland Klei, zwak zandig, matig humeus, neutraalbruin

10 0

0 1

15

20

Klei, matig siltig, roest (zwak), grijsbruin

Klei, matig siltig, roest (zwak), grijsbruin

2

2

40

Veen, mineraalarm, donkerbruin

50

weiland Klei, zwak zandig, sterk humeus, neutraalbruin

50

50

Veen, mineraalarm, donkerbruin

3 70

3

Veen, mineraalarm, roodbruin 4 100

100

Boring:

11

Boring: 0

0 1

100

100

weiland Klei, zwak zandig, sterk humeus, neutraalbruin

12 0

0 1

20

25

Klei, matig siltig, roest (zwak), neutraalbruin

2

Klei, matig siltig, roest (zwak), neutraalbruin

2

40

Veen, mineraalarm, donkerbruin

50

weiland Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin

50

50

Veen, mineraalarm, donkerbruin

3 3 75 80

Veen, mineraalarm, roodbruin 4 100

Veen, mineraalarm, roodbruin

4 100

Locatie: vbo tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht

100

100

Project: AT19060

Boormeester: Mario van Kooten

Boring:

13

Boring: 0

0 1

weiland Klei, matig zandig, matig humeus, roest (sporen), donkerbruin

14 0

0

braak Klei, matig zandig, zwak humeus

1

25

2 40

50

Klei, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs

3

30

Zand, matig fijn, matig siltig, licht grijsbeige, (drainage) 50

Klei, matig siltig, zwak humeus, roest (sporen), veen (laagjes), donker grijsbruin

2 60

Veen, mineraalarm, roodbruin

70

Veen, mineraalarm, donkerbruin

3

4 100

100

Veen, mineraalarm, roodbruin

100

100

5

150

6

200

200

Locatie: vbo tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht

Project: AT19060

BIJLAGE 4

ANALYSERESULTATEN EN TOEGEPASTE ANALYSEMETHODEN

AT MilieuAdvies B.V. T.a.v. P. Blom Lopikerplein 2A 2871 AN SCHOONHOVEN NETHERLANDS

Analysecertificaat Datum: 28-Mar-2019

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2019042062/1 AT19060 vbo tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht 25-Mar-2019

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix

AT19060 Certificaatnummer/Versie vbo tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Startdatum Rapportagedatum Bijlage Mario van Kooten Pagina Grond (AS3000) Eenheid

Analyse

2019042062/1 25-Mar-2019 28-Mar-2019/17:09 A,B,C 1/2

1

2

3

4

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

31.6

19.6

24.6

3.3

Gloeirest

% (m/m) ds

67.1

79.2

73.8

96.5

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

17.9

17.1

23.6

2.1

S

% (m/m)

50.6

53.2

% (m/m)

63.8

63.7

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

260

180

210

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.79

0.61

0.59

1.1

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

9.8

6.6

7.4

3.2

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

72

46

54

6.4

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.22

0.18

0.20

0.14

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

2.9

1.7

2.7

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

31

26

31

8.8

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

100

62

76

12

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

180

120

130

83

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

4.7

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

13

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

8.5

7.8

5.4

31

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

33

18

25

130

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

26

12

17

170

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

160

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

77

44

55

550

Zie bijl.

Zie bijl.

Zie bijl.

Zie bijl.

Minerale olie

S

Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

0.0023

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Monsteromschrijving

1

MM-1

2

MM-2

3

M-3

4

M-4

Datum monstername

Monster nr.

20-Mar-2019 20-Mar-2019

10626579

20-Mar-2019 20-Mar-2019

10626580 10626581 10626582

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix

AT19060 Certificaatnummer/Versie vbo tussen Kadijkselaan 55g en 57 te Bergambacht Startdatum Rapportagedatum Bijlage Mario van Kooten Pagina Grond (AS3000)

2019042062/1 25-Mar-2019 28-Mar-2019/17:09 A,B,C 2/2

Analyse

Eenheid

1

2

3

4

S

PCB 101

mg/kg ds

0.0057

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 118

mg/kg ds

0.0046

<0.0010

<0.0010

S

PCB 138

mg/kg ds

0.0066

<0.0010

0.0026

S

PCB 153

mg/kg ds

0.0063

<0.0010

<0.0010

0.0042

S

PCB 180

mg/kg ds

0.0029

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.029

0.0057

0.0049

<0.0010 1)

0.0015

1)

2)

1)

0.010

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fenanthreen

mg/kg ds

0.20

0.40

0.38

0.52

S

Anthraceen

mg/kg ds

0.14

0.15

0.20

1.2

S

Fluorantheen

mg/kg ds

0.84

0.94

1.2

0.91

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

0.27

0.40

0.54

0.33

S

Chryseen

mg/kg ds

0.38

0.40

0.58

0.45

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

0.21

0.20

0.33

0.081

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.28

0.31

0.50

0.11

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.24

0.24

0.35

0.090

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

0.27

0.23

0.35

0.073

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

2.9

3.3

4.5

3.8

Nr. Monsteromschrijving

1

MM-1

2

MM-2

3

M-3

4

M-4

Datum monstername

Monster nr.

20-Mar-2019 20-Mar-2019

10626579

20-Mar-2019 20-Mar-2019 Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

10626580 10626581 10626582 Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2019042062/1 Pagina 1/1 Barcode

Monstername ID/Monsteromsch.

Monster nr.

Boornr

Omschrijving

Van

Tot

10626579

04

1

0

40

0537308999

MM-1

10626579

06

1

0

20

0537309581

MM-1

10626579

07

1

0

20

0537308504

MM-1

10626579

08

1

0

40

0537308534

MM-1

10626580

14

1

0

30

0537305302

MM-2

10626580

09

1

0

20

0537305490

MM-2

10626580

10

1

0

15

0537305482

MM-2

10626580

11

1

0

20

0537308535

MM-2

10626580

12

1

0

25

0537309004

MM-2

10626580

13

1

0

25

0537309003

MM-2

10626581

03

2

60

110

0537309001

M-3

10626582

04

3

60

75

0537308997

M-4

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2019042062/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163. Opmerking 2)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2019042062/1

Pagina 1/1

Analyse

Methode

Techniek

Methode referentie

Cryogeen malen

W0106

Voorbehandeling

Cf. AS3000

Droge stof

W0104

Gravimetrie

Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-EN 15934

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

Cf. pb 3010-3 en cf. NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

Cf. pb 3010-4 en cf. NEN 5753

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2

Minerale Olie (C10-C40)

W0202

GC-FID

Cf. pb 3010-7 en gw. NEN-EN-ISO 16703

Chromatogram MO (GC)

W0202

GC-FID

Gelijkw. NEN-EN-ISO 16703

PCB (7)

W0271

GC-MS

Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=d34d078f-dc28-431f-97fe-dac3e576cd46