BIJL 8: ruimtelijke onderbouwing, d.d. 07-12-2020
Tekst van het document
Sprake is van de vernieuwbouw van een entreegebouw, zodat dit Natura2000-gebied niet wordt beïnvloed. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van deze wijziging. Het plangebied ligt nabij het NNN de provincie Zuid-Holland. Het betreft nieuwe natuur overeenkomstig gemaakte afspraken in de gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard om 2.250 ha natuur te realiseren, gecombineerd met een bijpassend robuust en duurzaam watersysteem in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het tegengaan van bodemdaling (figuur 11). Ten oosten van het plangebied ligt op circa 600 m de ecologische verbindingszone. Ook hier heeft de planontwikkeling geen nadelige gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur, zoals wordt aangetoond in het uitgevoerde ecologisch onderzoek.
Figuur 11: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met rode stip aangegeven.)
44
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27
Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het op circa 1,5 km noordelijk gelegen natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' is alleen en vogelrichtlijngebied en daarmee niet stikstofrelevant. De Polder Stein wordt echter waarschijnlijk binnenkort aangewezen als habitatrichtlijngebied. In onderhavige situatie is er sprake van de vernieuwbouw van een entreegebouw in plaats van het huidige verouderde gebouw. Het nieuwe gebouw wordt energiezuiniger gebouwd. Gesteld kan worden dat er ten opzichte van de bestaande situatie geen toename van N-emissie plaatsvindt. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de natuur vallen hierdoor op voorhand uit te sluiten. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bouwplan geen belemmering. 5.3.1 Flora- en faunatoets Bij nieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede heeft Watersnip Advies te Reeuwijk een ecologisch onderzoek uitgevoerd voor het onderhavige plangebied (rapport van oktober 2019, rapportnummer 19A070, Bijlage 5). Op basis van inventarisatie, literatuuronderzoek en verkennend onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Conclusies en aanbevelingen Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, NNN-gebieden of ecologische verbindingszones).
Het plangebied is niet geschikt als foerageergebied voor de doelsoorten van de nabij gelegen Natura2000-gebieden. Schade aan Natura2000-doelsoorten is derhalve niet aan de orde. Voor een deel van de beschermde soorten (Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker en Bastaardkikker) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
De Grote modderkruiper (wnb-andere soorten/ Rode lijst status ´kwetsbaar´) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Het plangebied voldoet niet aan de specifieke eisen die deze soort stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Uit de bureaustudie blijkt dat de Heikikker (wnb-hrl/ Rode lijst status 'thans niet bedreigd') en Rugstreeppad (wnb-hrl/ Rode lijst status 'gevoelig') voor kunnen komen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Het plangebied is voor het leefgebied van de Heikikker ongeschikt, er is geen zuur water. De voorwaarden voor het leefgebied van de Rugstreeppad zijn niet aangetroffen in het plangebied. Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied voor de Rugstreeppad. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Er liggen geen broeihopen in het plangebied van takken of bladeren waar de Ringslang in voor zou kunnen komen.
De aanwezigheid van de Ringslang kan worden uitgesloten. De aanwezigheid van de Hazelworm kan eveneens worden uitgesloten vanwege de afwezigheid van de juiste habitat van deze soort. Voor de Boommarter ontbreekt het bos karakter in het plangebied. De Waterspitsmuis heeft rijke (onder)watervegetatie nodig in zijn leefgebied. Beide soorten kunnen worden uitgesloten door het
Ruimtelijke onderbouwing
45
omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27
ontbreken van de juiste habitat. Uit de bureaustudie blijkt dat verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied. Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis komen voor in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Het kantinegebouw is door de lichtinval, slechte staat van het dak met lekkage en tocht niet geschikt als verblijf voor vleermuizen. De stacaravans en schuurtjes zijn niet geschikt voor vleermuizen door het gebruik van kunststof materialen, enkelwandig hout en het ontbreken van invliegopeningen. De schil van de hooiberg is niet tochtdicht en daardoor ongeschikt voor een vleermuizenverblijf. Verder zijn hier geen aanwijzingen voor gevonden in de vorm van keutels en mestsporen of sporen van inkruipen. De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen kan worden uitgesloten. Boombewonende soorten zullen geen hinder ondervinden van de plannen daar alle bomen in het plangebied blijven staan. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. De bomen in het plangebied blijven staan. Er staat een lijn van grote bomen langs de Provincialeweg West.
Deze lijn zal niet doorbroken worden en in het plangebied zullen er (fruit)bomen bij geplant worden. Samenvatting t.a.v. bescherming soorten Vogels: Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Rugstreeppad: Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Algemene zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.
Aanbeveling In het kader van de zorgplicht en om de biodiversiteit te vergroten en te versterken wordt geadviseerd om bij het nieuwe entreegebouw natuur-inclusief te bouwen. Dit houdt in dat er in het gebouw ruimte gemaakt wordt voor bijvoorbeeld Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Dit kan door het inbouwen van kasten voor de vleermuis, het gebruik van gierzwaluwpannen en vogelvides met toegang voor mussen in de onderste twee rijen dakpannen en het aanbrengen van kunstnesten voor huiszwaluwen. Hierdoor wordt ook de natuurbeleving van de campinggasten vergroot. Daarnaast wordt geadviseerd om de oever van de sloot natuurvriendelijk in te richten met onderwaterbeschoeiing en gebiedseigen water- en oeverplanten zoals Dotterbloem en een drijfbladplant als Witte waterlelie te planten en de waterkwaliteit te verbeteren. Conclusie Overeenkomstig het advies van de Omgevingsdienst Midden-Holland wordt voorafgaande aan de start van werkzaamheden een werkprotocol ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag. Bij uitwerking van het bouwplan zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen. Met inachtneming hiervan zijn er vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkeling.
46
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27
5.4
Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
5.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.
Ruimtelijke onderbouwing
47
omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27
48
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27
Hoofdstuk 6 6.1
Beoordeling project
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt op basis van de verzamelde informatie uit de voorgaande hoofdstukken ingegaan op de overwegingen om aan het verzoek planologische medewerking te verlenen. De aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een nieuw entreegebouw met receptie, kantine en lunchroom met vergaderruimten voor kleine groepen op de verdieping en het verruimen van de horeca-activiteiten wordt getoetst aan de gemeentelijke beleidsuitgangspunten en de provinciale toetsingscriteria. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met conclusies op basis waarvan besluitvorming kan plaatsvinden over het starten van een uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
6.2
Beoordeling verzoek aan gemeentelijk beleid
Bestemmingsplan Het verzoek is niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan “Landelijk Gebied” (voormalige gemeente Vlist), omdat het entreegebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gerealiseerd. Vanuit planologische overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen aanpassing van het bouwvlak, omdat zichtlijnen op het achterland, kijkend vanaf de bovenzijde van de dijk, niet worden aangetast. Voorts speelt deze ontwikkeling in op het vergroten van de recreatiemogelijkheden in het Groene Hart. Om hieraan medewerking te verlenen is een uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in artikel 3.10 e.v. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht noodzakelijk. De planontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke uitgangspunten, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Vanuit planologische overwegingen zijn er geen overwegende bezwaren om medewerking te verlenen aan het oprichten van een nieuw entreegebouw met receptie, kantine, lunchroom en kleinschalige vergaderruimten op de verdieping. Milieu, water, archeologie en ecologie In hoofdstuk 4 en 5 zijn de milieuaspecten, water, de aanwezige archeologische waarden en natuurwaarden onderzocht. Hieruit kan worden afgeleid dat er vanuit deze beleidsvelden geen beperkingen zijn tegen de planontwikkeling.
6.3
Beoordeling verzoek aan provinciale beleidsregels
De herontwikkeling van het recreatieterrein draagt bij aan een verbetering van de recreatiemogelijkheden op de camping en speelt in op de recreatiebehoeften in het Groene Hart. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. De planontwikkeling is in overeenstemming me de uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid. Ook voldoet het bouwplan aan de richtpunten, welke behoren bij de Kwaliteitskaart. Mitsdien kan worden gesteld dat het bouwplan in overeenstemming is met de uitgangspunten van het provinciale ruimtelijke beleid. Er is geen strijd met de provinciale belangen.
6.4
Conclusie
De aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een nieuw entreegebouw met receptie, kantine, lunchroom en kleinschalige vergaderruimten op de verdieping aan de Provincialeweg West 27 in Haastrecht heeft betrekking op een particulier initiatief. Het verzoek voldoet aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen, zoals deze zijn vastgelegd in de gemeentelijke structuurvisie Vlist. Ook is de gevraagde planontwikkeling in overeenstemming met het provinciale beleid, zoals dat is vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Voorts zijn er vanuit oogpunt van milieu, water, archeologie en natuur geen bezwaren om medewerking aan dit verzoek te onthouden. Aan het verzoek kan mitsdien planologische medewerking worden verleend door middel van uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze planontwikkeling zal worden meegenomen in de eerstvolgende integrale herziening van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' (voormalige gemeente Vlist), dan wel in het nieuwe Omgevingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing
49
omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27
50
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid en resultaten overleg
Economische uitvoerbaarheid
De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. Het betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen om een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de overeenkomst. De economische uitvoerbaarheid door initiatiefnemer is voorts voldoende aangetoond.
7.2
Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het ontwerpbesluit door middel van een E-formulier bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aangemeld. Voorts wordt het ontwerpbesluit toegezonden aan het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
7.3
Communicatie
Op 15 juli 2019 heeft initiatiefnemer een inloopavond voor omwonenden georganiseerd, waarbij de architect en financieel adviseur ook aanwezig waren. Hieraan voorafgaand zijn de eigenaren/ bewoners van 21 nabijgelegen percelen aan de Provincialeweg West schriftelijk uitgenodigd. 15 huishoudens hebben van de uitnodiging gebruik gemaakt, 4 huishoudens zijn later in de week langs geweest. Aan de hand van informatiepanelen zijn betrokkenen geïnformeerd over de plannen. Deze avond is er ook gesproken over de gewenste functies, lunchroom voor gasten van buitenaf en het houden van vergaderingen (gedurende het gehele jaar), kleinschalige feesten en partijen tussen 31 oktober en 1 april. Ook is er gesproken over de huidige vuurwerkverkoop. De omwonenden hebben enthousiast gereageerd op de plannen. Nadien zijn er nog omwonenden langsgekomen die niet aanwezig konden zijn. Ook zij reageerden positief.
7.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor onderhavig ontwerpbesluit zal de uniforme voorbereidingsprocedure worden gevolgd als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken heeft daartoe vanaf DDMMJJ zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn wel/ geen mondelinge en/of schriftelijke zienswijzen ingediend.
Ruimtelijke onderbouwing
51
IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl