CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 8: ruimtelijke onderbouwing, d.d. 07-12-2020

Raadsvergadering 16 maart 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Ontwerp-omgevingsvergunning bouwen entreegebouw voor camping, Provincialeweg West 27 in Haastrecht19.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsvergunning CAMPING STREEFLAND, PROVINCIALEWEG WEST 27 Gemeente Krimpenerwaard

STATUS:

ONTWERP

DATUM:

7 december 2020

IMRO IDN:

NL.IMRO.1931.PB2005BG012-ON01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER Camping Streefland Provincialeweg West 27 2851 EJ Haastrecht

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM

VERSIE

7 december 2020

3e versie

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing

3

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

4

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Goede ruimtelijke onderbouwing 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 2.3 Nieuwe situatie 2.4 Ruimtelijke en functionele structuur 2.5 Verkeer en parkeren 2.6 Beeldkwaliteitsparagraaf

11 11 12 12 13 14 16

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

17 17 18 23 26

Hoofdstuk 4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleidskader rijk en provincie 4.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 4.4 Waterhuishouding

27 27 27 28 29

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

31 31 40 44 47

Hoofdstuk 6 Beoordeling project 6.1 Algemeen 6.2 Beoordeling verzoek aan gemeentelijk beleid 6.3 Beoordeling verzoek aan provinciale beleidsregels 6.4 Conclusie

49 49 49 49 49

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Communicatie 7.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51 51 51 51 51

Ruimtelijke onderbouwing

5

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

6

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Provincialeweg West 27 in Haastrecht is camping Streefland gevestigd. Op het terrein is plaats voor 140 standplaatsen. Het huidige entreegebouw met kantine is verouderd en dient te worden vervangen. Gelijktijdig kan het voorterrein van de camping worden heringericht, zodat er voor nieuwe gasten een (tijdelijke) parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd om zich bij de receptie aan te melden zonder dat er opstoppingen ontstaan. De situering van het nieuwe gebouw wordt hierdoor in oostelijke richting verplaatst. Deze aanpassingen dragen bij aan verbetering van de bedrijfsvoering van de camping. De vernieuwbouw van het entreegebouw is in strijd met het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)', omdat hierin alleen de bestaande bebouwing is voorzien van vier kleine bouwvlakken. Vanuit planologische overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen aanpassing van het bouwvlak, temeer daar zichtlijnen op het achterland, kijkend vanaf de bovenzijde van de dijk, niet worden aangetast. Gelijktijdig wordt het mogelijk gemaakt om de horecafunctie te verbreden overeenkomstig het 'Horecabeleid Buitengebied Krimpenerwaard 2019', omdat de kantine nu uitsluitend mag worden gebruikt als ondergeschikte horeca ten dienste van de camping.

In de nieuwe situatie wordt het mogelijk dat ook recreanten gebruik kunnen maken van daghoreca (lunchroom) die niet op de camping verblijven. Voorts wordt het buiten het kampeerseizoen mogelijk om de zaalruimte maximaal 6 keer te gebruiken voor feesten en partijen. Deze ontwikkeling speelt in op het vergroten van de recreatiemogelijkheden in het Groene Hart. Deze nota bevat de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag omgevingsvergunning om de gevraagde ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Provincialeweg West, een bebouwingslint ten westen van de bebouwde kom van Haastrecht in het veenweidegebied van de Krimpenerwaard. Direct ten westen, oosten en zuiden van het plangebied ligt het weidegebied. Iets verderop staan in oostelijke richting 2 woningen. In westelijke richting ligt een veehouderijbedrijf. In noordelijke richting ligt de Provincialeweg West met aansluitend onlangs gerealiseerde vrijstaande woningen met een insteekhaven naar de hierachter de Hollandsche IJssel. Het plangebied en omgeving is aangeduid in figuur 1.

Figuur 1: Situering omgeving plangebied (locatie met rode stippellijn aangeduid).

Ruimtelijke onderbouwing

7

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende, door de gemeenteraad van Krimpenerwaard vastgestelde, bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Raadsbesluit "Landelijk Gebied" (voormalige gemeente Vlist) 15 december 2015 "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard" 29 januari 2019

Uitspraak Raad van State -

Het plangebied is bestemd voor 'Recreatie - Kampeerterrein' met een maximum aantal standplaatsen van 140. Het gebied is voorzien van vier bouwvlakken, waarbinnen uitsluitend gebouwen zijn toegestaan. Voor het plangebied gelden gedeeltelijk de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3 en 4'. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. De bestaande kantine wordt gesloopt om plaats te maken voor een nieuw entreegebouw met receptie, kantine, lunchroom en kleinschalige vergaderruimten op de verdieping, welke nagenoeg buiten enkele bouwvlakken komen te liggen.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' (voormalige gemeente Vlist).

1.4

Goede ruimtelijke onderbouwing

Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor het vernieuwen van het entreegebouw met receptie, kantine en lunchroom met kleinschalige vergaderruimten op de verdieping en het verruimen van de horeca-activiteiten moet een planologische procedure worden doorlopen. Met ingang van 1 oktober 2010 geldt hiervoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo). Deze wet geeft de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van een bestemmingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning dient te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing als genoemd in artikel 2.12, lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing dient te voldoen aan een aantal eisen, zoals deze zijn beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van het onderhavige plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op het horecabeleid buitengebied Krimpenerwaard 2019, de

8

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch- planologische consequenties. Op deze wijze wordt voldaan aan het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening en wordt de haalbaarheid van onderhavige planontwikkeling aangetoond.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijke beleid beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt de Waterparagraaf beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de beoordeling van het verzoek om hieraan medewerking te verlenen. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing

9

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

10

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie plangebied en omgeving

Veenweide Het grondgebied van Haastrecht ligt in de Krimpenerwaard en bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de kleinschalige linten met bruggetjes en knotwilgen en die van de ruimte met sloten en weilanden daarachter. De meeste beplanting is te vinden in de dorpen, rondom de boerenerven, langs dijkwegen, langs kavelgrenzen en de tiendwegen. Samen met de bebouwing zorgen deze voor langgerekte verdichte zones die de openheid van het gebied onderbreken. Veenweidegebied ten oosten van plangebied.

Veenweidegebied ten westen van plangebied.

Provincialeweg West met rechts de camping. Tegenover gelegen nieuwbouw woningen. Bebouwingslinten De bebouwing in het buitengebied bevindt zich in een aantal bebouwingslinten die over het gehele grondgebied te vinden zijn en die min of meer buurtschappen vormen. De bebouwingslinten kennen een zeer divers gebruik: agrarische bedrijven, woningen en niet agrarische bedrijven liggen naast elkaar, waaronder ook een kampeerterrein aan de Provincialeweg West 27. Kenmerkend zijn de doorzichten van de kleinschalige bebouwingslinten naar het open veenweidegebied. Het aan weerszijde gelegen grasland blijft in stand, zodat deze doorzichten blijven behouden.

Ruimtelijke onderbouwing

11

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

De Provincialeweg West ligt ten westen van de bebouwde kom van Haastrecht. Aan deze weg komen naast boerderijen ook woningen, een camping en enkele niet-agrarische functies voor. Het dijklint ligt in het noordelijk deel van het veenweidegebied in de Krimpenerwaard. Het plangebied ligt achter de dijk van de Provincialeweg West. Westelijk van het plangebied staat een woning. Bij de entree staat een bedrijfswoning met receptie enerzijds en een kantine anderzijds. Achter deze bebouwing staan een opslag- en sanitairruimte en hooiberg met vries- en koelcel. De hooiberg wordt tevens gebruikt voor vuurwerkopslag. Achter de bakwetering ligt een centraal parkeerterrein voor circa 35 auto's. Het te slopen entreegebouw.

Rechts de bedrijfswoning.

Sanitairruimte achter woning.

Locatie nieuwbouw.

Trekkersveld.

De te renoveren hooiberg.

2.3

Nieuwe situatie

De bestaande kantine wordt gesloopt om plaats te maken voor een nieuw entreegebouw met een receptie, kantine, lunchroom en kleinschalige vergaderruimte. Door de nieuwbouw meer oostelijk te situeren kan er een plein worden aangelegd om gasten beter te kunnen opvangen zonder dat het overige verkeer hiervan overlast ondervindt. In het entreegebouw komt de receptie met aansluitend een kantine en lunchroom. Op de verdieping komen kleinschalige vergaderruimten. Het nieuwe gebouw reikt tot aan de watergang. De veranda (buitenterras) komt op palen boven het water te liggen. De eerste verdieping wordt gebruikt voor vergader-/overlegruimten en opslag/installaties. De goothoogte is circa 3,5 m met een bouwhoogte van maximaal 10 m. (Op grond van het geldende bestemmingsplan zijn een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 10 m toegestaan)., De schil van de hooiberg wordt vernieuwd, zodat dit gebouw één wordt met het nieuwe hoofdgebouw. De hooiberg blijft in gebruik voor vuurwerkopslag. Achter het entreegebouw ligt een groot parkeerterrein dat via een brug over het water te voet bereikbaar is. De landschappelijke kwaliteiten krijgen een kwaliteitsimpuls, omdat de bebouwing met zadeldak wordt gebouwd in de kavelrichting, waarbij de bestaande kastanjeboom kan worden behouden. Hiermee wordt de sfeer van een agrarisch bedrijfsgebouw nagestreefd met een eigentijdse architectuur.

De doorzichten aan weerszijden van het kampeerterrein blijven behouden. Het inrichtingsvoorstel is opgenomen in figuur 3. In figuur 4 is een vogelvluchttekening opgenomen van de nieuwbouw. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bij de aanvraag omgevingsvergunning behorende bouw- en situatietekeningen.

12

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Figuur 3: Bestaande situatie links en inrichtingsvoorstel van nieuwe situatie rechts (voorlopig).

Figuur 4: Vogelvlucht vanaf Provincialeweg West.

2.4

Ruimtelijke en functionele structuur

Ruimtelijke structuur kampeerterrein Het kampeerterrein is groot circa 4,6 ha. Het terrein voorziet in 140, voornamelijk vaste, standplaatsen. Bij de ingang van het kampeerterrein bevindt zich de bedrijfsbebouwing met in westelijke richting de bedrijfswoning met hierachter sanitaire voorzieningen. Oostelijk van de ingang ligt het entreegebouw. Achter de watergang ligt het opnieuw in te richten parkeerterrein met 50 parkeerplaatsen en een animatieruimte voor gasten. De standplaatsen zijn bereikbaar via halfverharde wegen.

Ruimtelijke onderbouwing

13

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Op het achterste gedeelte is een trekkersveld aanwezig voor tenten en campers. Verspreid over het terrein zijn twee sanitaire voorzieningen aanwezig. Achter de bedrijfswoning bevindt zich tevens een washok, chemisch toilet en waterstort. De camping is geopend van 1 april tot eind oktober. Functionele structuur entreegebouw Receptie Het nieuwe entreegebouw voorziet in een centrale entree met een receptie waar gasten zich kunnen inen uitschrijven. Via de entree is de kantine bereikbaar. Kantine Gasten van het kampeerterrein kunnen hier bij slecht weer recreëren. Ook worden er regelmatig activiteiten gehouden voor campinggasten. Er is tevens een snackbar aanwezig voor de gasten. Lunchroom Het nieuwe gastenverblijf wordt zodanig ingericht dat ook recreanten gebruik kunnen maken van daghoreca (lunchroom) die niet op de camping verblijven. Deze ontwikkeling speelt in op de behoefte aan dagrecreanten zoals fietsers en wandelaars die de Krimpenerwaard in het Groene Hart verkennen. Tijdens een rustpauze kunnen zij tussen 09.00 en 19.00 uur lunchen of gewoon een kopje koffie of drankje nuttigen. De uitspanning krijgt maximaal 80 zitplaatsen.

Zaalaccommodatie Buiten het kampeerseizoen (van 31 oktober tot 1 april) kan de kantine worden gebruikt voor het houden van kleinschalige bruiloften, feesten en partijen, waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is, zodat er een bedrijfseconomisch verantwoorde duurzame exploitatie mogelijk is. Op de verdieping kunnen vergaderingen worden gehouden voor kleine groepen. Het parkeren kan worden opgelost op het parkeerterrein op het kampeerterrein, waar plaats is voor 50 auto's. Hooiberg De aangebouwde hooiberg is in gebruik voor vuurwerkopslag (tot maximaal 10.000 kg). Verkoop vindt alleen plaats op reguliere verkooptijden tijdens de jaarwisseling (laatste dagen van december).

Locatie nieuwbouw.

2.5

Te handhaven bakwetering.

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied ligt aan de Provincialeweg West (N228) in Haastrecht. Deze gebiedsontsluitingsweg is tevens een recreatieve verbindingsroute voor langzaam verkeer tussen Gouda en Oudewater. De maximum snelheid is ter plaatse 80 km/uur. (Momenteel wordt onderzocht om de maximum snelheid te verlagen tot 60 km//uur.) Het plan voorziet in de nieuwbouw van een entreegebouw met kantine en lunchroom. De ontwikkeling heeft nagenoeg geen gevolgen voor de verkeersintensiteit, omdat er alleen sprake is van vernieuwbouw, met dien verstande dat het mogelijk wordt gemaakt dat ook dagrecreanten gebruik kunnen maken van de horecavoorziening die niet op de camping verblijven. Gebruik zal worden gemaakt van de bestaande uitrit op de Provincialeweg West. Het plangebied is ook bereikbaar met het openbaar vervoer. Aan de Provincialeweg West halteert nabij de camping een busverbinding tussen Gouda en Utrecht (buslijnen 106 en 107 van Syntus).

14

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

De Provincialeweg West (richting Gouda).

Het bestaande parkeerterrein.

Uitrit van Provincialeweg West 27.

De tussendoorgang naar Provincialeweg West.

Parkeren Het kampeerterrein wordt via de bestaande uitrit ontsloten op de Provincialeweg West. Op het terrein wordt het parkeerterrein achter de bakwetering heringericht met 50 parkeerplaatsen (zie figuur 3). Via en loopbrug is het entreegebouw bereikbaar. Aan de voorzijde van het terrein komt een fietsenstalling. Entreegebouw, kantine en lunchroom Voor een entreegebouw met receptie, kantine en lunchroom zijn geen parkeernorm opgenomen in de richtlijnen van het CROW (publicatie 381 van december 2018), waarnaar het parkeerbeleid van de gemeente verwijst. Van deze functie kunnen alleen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. De reden dat dit er staat betekent dat er binnen de CROW parkeerkencijfers weinig onderzoek naar de parkeerbehoefte van kantine en lunchroom beschikbaar is. Om die reden is bij het bepalen van de parkeerbehoefte voor een restaurant aangesloten bij statistieken van het CBS. Het CBS doet onderzoek naar de verplaatsingsbehoefte van Nederlanders. Uit recent onderzoek van het CBS kan de modal split (vervoerwijzekeuze) per reismotief achterhaald worden. Voor ritten van/naar de werklocatie in de Randstad neemt 51% van de werknemers de auto (bron: CBS, Statline). Voor ritten van/naar horeca in de Randstad neemt 24% van de gasten de auto (bron: CBS, Statline).

De parkeerbehoefte is daarmee als volgt: 80 zitplaatsen x 24% = 19,2 parkeerplaatsen (modal split in West Nederland, horecabezoek per auto); 6 personeelsleden x 51% = 3,06 parkeerplaatsen (modal split in werk West Nederland, werknemers per auto). Totaal zijn voor een entreegebouw, kantine en eetcafé afgerond 22 parkeerplaatsen nodig. Standplaatsen Voor standplaatsen geldt een parkeernorm van 1,2 per standplaats op grond van de parkeerkencijfers in het 'buitengebied', 'niet stedelijk' (CROW 2018), zoals vastgelegd in het Parapluplan parkeren gemeente Krimpenerwaard. Bij elke standpaats is één parkeerplaats aanwezig voor campingasten. Aanvullend zijn

Ruimtelijke onderbouwing

15

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

28 parkeerplaatsen nodig. Deze worden gerealiseerd op het centrale parkeerterrein. Zaalaccommodatie De zaalaccommodatie wordt buiten de kampeerperiode (van 31 oktober tot 1 april) gebruikt. De (28) parkeerplaatsen voor campinggasten kunnen hiervoor dan worden benut, zodat er altijd voldoende parkeergelegenheid kan worden gegarandeerd. Conclusie Op het parkteerterrein achter het entreegebouw is plaats voor 50 parkeerplaatsen. Dit is voldoende voor het benodigde aantal parkeerplaatsen voor het entreegebouw met kantine en lunchroom (22 pp) en standplaatsen (28 pp). Dit betekent dat wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.

2.6

Beeldkwaliteitsparagraaf

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de kleinschalige linten en die van de ruimte van sloten en weilanden daarachter. Het plangebied ligt aan een lint, zoals er meerdere zijn te vinden in de Krimpenerwaard, die verbonden zijn aan buurtschappen en dorpen. Langs de dijk en noordelijk gelegen Hollandsche IJssel ligt bijvoorbeeld in oostelijke richting Boven-Haastrecht en Beneden-Haastrecht en in westelijke richting Stolwijkersluis. Eigenlijk bevindt alle bebouwing in het buitengebied zich in linten die dan ook een zeer divers gebruik kennen: agrarische bedrijven, woningen en niet-agrarische bedrijven - zoals een kampeerterrein - liggen naast elkaar. Ter hoogte van het projectgebied volgen de kavels in zuidelijke richting het karakteristieke slagenlandschap. Het oostelijk gelegen dorp Haastrecht is gebouwd langs de Hollandsche IJssel. De dijk, Provincialeweg West, liggen langs de Hollandsche IJssel op deze wijze in het landschap.

De bestaande bedrijfsbebouwing binnen het projectgebied is georiënteerd op de Provincialeweg West. Doel is deze relatie te behouden, te versterken en te kunnen beleven door de vernieuwbouw in de kavelrichting te herbouwen. Bestaande zichtlijnen vanaf de Provincialeweg West worden niet aangetast. Landschappelijke en stedenbouwkundige analyse Het projectgebied betreft een kampeerterrein met aan weerszijde het open veenweidegebied. Het huidige terrein is ingevuld door bedrijfsbebouwing met daarachter een parkeerterrein en niet meer dan 140 standplaatsen. De herbouw van entreegebouw is positief vanuit oogpunt van landschappelijke kwaliteit. Het gebouw krijgt de uitstraling van een agrarische schuur met zadeldak. De nokrichting wordt evenwijdig aan het landschap gesitueerd. Gekeken naar de historie van het landschap, de bestaande functie van kampeerterrein en de landschappelijke hoofdstructuur is herbouw van een entreegebouw landschappelijk inpasbaar. Positief is dat de kastanjeboom op het voorterrein behouden blijft.

16

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de SVIR ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies.

Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang (13 nationale belangen) uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Ruimtelijke onderbouwing

17

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Het bestemmingsplan Landelijk Gebied maakt al een kampeerterrein voor 140 standplaatsen met bedrijfsgebouwen mogelijk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid aanhef en onder h van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat de bebouwing waarin het vorige plan voorzag plaats maakt voor een op geringe onderdelen aangepast plan maakt dat niet anders, nu volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder 2. van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte kan worden voorzien in de behoefte.

Gelet hierop is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat alleen door aanpassing van het bouwvlak een beperkte toename van bouwmogelijkheden ontstaat ten opzichte van het geldende plan. Mitsdien kan een laddertoets achterwege worden gelaten (gemeenten Lansingerland, ABRvS 24 december 2014, nr. 201303578/1/R4 en Ermelo ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943). 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij

18

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. De Provincialeweg West ligt in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop ingegaan.

De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op de Laag van de Ondergrond is het plangebied aangeduid als 'Rivierdeltacomplex - rivierklei/ veen'. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar houden. Voorts ligt het gebied gedeeltelijk in oude stroomgordels en geulafzettingen van veen. In de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen maakt het gebied onderdeel van van het veen(weide) landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen rekening houden met het behoud van kenmerkende landschapselementen.

Voorts dragen ontwikkelingen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. Daarnaast ligt het plangebied aan een dijklint van een rivierdijk: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit maken een verdere onderverdeling in linten en bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse. Richtpunten zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie is het plangebied aangeduid als Verblijfsrecreatiegebieden. Deze gebieden variëren van relatief open en groene campings tot terreinen met stacaravans en complexen met recreatiebungalows en bijbehorende voorzieningen.

Er is sprake van een tendens tot herstructurering en opwaardering, waarbij campings worden bebouwd, stacaravans worden vervangen door bungalows, of bungalowterreinen worden heringericht. Bij verblijfsrecreatiegebieden is van belang dat ze een aantrekkelijke, recreatieve uitstraling hebben en qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed passen in hun omgeving. Als richtpunt wordt aangehouden dat verblijfsrecreatiegebieden een recreatief karakter hebben en qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed in hun omgeving passen. In de Laag van beleving is het plangebied niet specifiek benoemd. De aangrenzende Provincialeweg West is hier aangeduid als fiet- en wandelroute. In fguur 5 is een uitsnede van de Laag van de cultuuren natuurlandschappen en Laag van de Stedelijke occupatie opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing

19

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Toetsing aan kwaliteitskaarten Dit bouwplan maakt alleen een gewijzigde situering van een entreegebouw buiten het bouwvlak mogelijk van een bestaand recreatieterrein, zoals opgenomen in de Laag van de verbeelding. Deze herontwikkeling tast de richtpunten niet aan. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De herontwikkeling van het recreatieterrein draagt bij aan een verbetering van de recreatiemogelijkheden op de camping en speelt in op de recreatiebehoeften in het Groene Hart. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. De planontwikkeling is in overeenstemming me de uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid.

Figuur 5: links uitsnede van de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en rechts Laag van de Stedelijke occupatie. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' maakt al een een kampeerterrein mogelijk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid aanhef en onder h van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat de bebouwing waarin het vorige plan voorzag plaats maakt voor nieuwbouw met een (geringe) afwijking van het bouwvlak maakt dat niet anders, nu volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en lid 2. van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van (leegstaande) vervangende nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Dit bouwplan maakt de herbouw van een entreegebouw mogelijk op bestaand kampeerterrein. Gesteld kan worden dat in dit geval geen sprake

20

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder hoeft geen verdere bespreking meer. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Toelichting Omgevingsverordening Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen bij de aard en schaal van het gebied en 2) moet voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart.

Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'veen(weide)gebied'. De nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten, zodat wordt voldaan aan de richtpunten. Voorts is het plangebied aangeduid als verblijfsrecreatiegebied, waaronder mede wordt begrepen relatief open en groene campings met stacaravans en complexen met recreatiebungalows en bijbehorende voorzieningen. De herinrichting/ vervangende nieuwbouw van het entreegebouw krijgt een kwaliteitsimpuls met een aantrekkelijke, recreatieve uitstraling. Het recreatief karakter aan het lint past qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de rand past goed in haar omgeving. Gesteld kan worden dat deze planontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit past, omdat één en ander al planologisch mogelijk is.

Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Dat neemt niet weg dat extra aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpassing. Deze ontwikkeling houdt rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Conclusie De herontwikkeling van het entreegebouw wordt zodanig gepositioneerd dat de landschappelijke kwaliteiten worden behouden. De kavelstructuur en het slotenpatroon worden niet aangetast.

Ruimtelijke onderbouwing

21

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen), lid 2 en lid 4 van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 3.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel vastgesteld. Het Gebiedsprofiel is zelfwerkend voor de provincie. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Landschappelijke eenheden Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard. Het middendeel van de Krimpenerwaard heeft een gevarieerd en kleinschalig landschapsbeeld door de aanwezigheid van linten met wegbeplantingen, eendenkooien en pestbosjes. De zone aan weerskanten van de Vlist kenmerkt zich door het sterke contrast van kleinschalig lint en open veenweide dwars op de overheersende oostwest oriëntatie in de Krimpener- en Lopikerwaard. Het plangebied ligt aan een hoofdweg op een dijk. Dit is een bijzondere vorm van een rand met de kwaliteit van het front, waar een weg tussen de bebouwing en landschap ligt. Ambitiebeeld Ambitiebeeld is het koesteren van het uitgestrekte veenweidegebied en de relatieve openheid met het eeuwenoude kavelpatroon in landbouw- en natuurgebied. Ook behoud en versterken van het contrast tussen onbebouwde wegen en verdichte oost-west georiënteerde linten en de verschillen in symmetrie respectievelijk asymmetrie tussen de linten onderling maken hiervan onderdeel uit.

De hoofdambities zijn uitgewerkt in gebiedsprofielkaarten waarin kort de karakteristiek, toekomstige ontwikkelingen en de in de Kwaliteitskaart vastgestelde ambities zijn genoemd. Aansluitend volgt een beschrijving van de karakteristiek en de aanvullende ambities per legenda-eenheid. Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaart 'Linten blijven linten'. Deze wordt hieronder beschreven. Linten blijven linten De bebouwing van het landelijke gebied is geconcentreerd in de linten. Door de ontginning vanuit de rivieren hebben de linten een oost-west oriëntatie. De linten zorgen voor een geleding van het landschap in noord-zuid richting en lange open ruimtes in oost-west richting. De linten in het gebied zijn in twee categorieën te onderscheiden: dijklinten en veenlinten. Binnen deze twee categorieën wordt verder gedifferentieerd. Als ambitie wordt aangehouden: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat er op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand.

Het lint behoudt zijn eigen gezicht. De Provincialeweg West ligt in een dijklint met achterwetering. De dijklinten lopen door tot in de dorpen. De bebouwing staat op de dijk of, door eerdere dijkverhogingen, net onder het huidige dijkniveau. Het karakter van het dijklint is stenig zonder beplanting. Waar dichte bebouwingswanden ontstaan zijn, verdwijnt de visuele relatie vanaf de weg naar het water. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Aanvullende ambities zijn: Continuïteit van het dijklint binnen en buiten het dorp beleefbaar houden. Herkenbaar houden van het lint waarlangs het dorp gegroeid is. Asymmetrisch profiel handhaven: buitendijks op dijkniveau, binnendijks vaak lager.

22

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard Het plangebied ligt ten zuiden van de Provincialeweg West aan een dijklint met achterwetering.. De landschappelijke dynamiek wijzigt niet, omdat alleen bestaande verouderde bebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor een nieuw entreegebouw. De positionering is zodanig gekozen dat de terreininrichting van de camping wordt opgewaardeerd. Bestaande zichtlijnen vanaf de Provincialeweg West naar het open polderlandschap worden niet aangeatst. Bestaande sloten blijven behouden. Het bedrijfsgebouw wordt landschappelijk ingepast, zodat per saldo er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het contrast tussen het verdichte dijklint en het aan weerszijde gelegen open veenweidegebied blijft beleefbaar. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Het tegengaan en saneren van verrommeling heeft hier prioriteit. Conclusie Het oprichten van een nieuw entreegebouw op een bestaand kampeerterrein is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard. De ontwikkeling tast de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidegebied niet aan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Vlist De gemeenteraad van de voormalige gemeente Vlist heeft op 3 juli 2012 de structuurvisie Vlist vastgesteld. Belangrijk uitgangspunt van de structuurvisie is het behoud van de eigen identiteit. Dit laatste wordt bepaald door de eigenheid van de dorpen, waarbij streven naar vitaliteit hoog in het vaandel staat. Daarnaast wordt de identiteit van Vist in belangrijke mate ontleend aan het buitengebied, met zijn kenmerkende openheid, de grondgebonden veehouderij als drager van het landschap en de cultuurhistorische en ecologische kwaliteiten. De identiteit hangt sterk samen met de ruimtelijke structuur. Naast de openheid, de kenmerkende kavelstructuur, het alom aanwezige water, zijn de bebouwingslinten, de Hollandsche IJssel en de Vlist structuurbepalende elementen. Landelijk gebied Specifiek voor het landelijk gebied geldt dat behoud en herstel van landschap, cultuurhistorie en natuur in balans dienen te zijn met de ontwikkelingsmogelijkheden voor een duurzame grondgebonden veehouderij. Dit beleid gaat goed samen met recreatief medegebruik. Voor overige bestaande functies wordt een consoliderend beleid voorgestaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kwaliteiten van het gebied. Indien deze verder gaan dan het bestemmingsplan mogelijk maakt, moet een nieuwe afweging worden gemaakt.

Voorwaarden binnen die afweging zijn: het betreft een duurzame ontwikkeling; er is sprake van toevoeging van kwaliteit (op het gebied van cultuurhistorie, landschap en/of natuur); de ontwikkeling past bij de identiteit en schaal van de omgeving. De linten De contramal van het agrarisch gebied wordt gevormd door de bebouwingslinten. Het beleid in de linten is enerzijds gericht op behoud van cultuurhistorische kwaliteiten (karakteristieke bebouwing, verkavelingspatroon), anderzijds op ontwikkelingsmogelijkheden voor de aldaar gevestigde agrarische bedrijven. Deze ontwikkelingsmogelijkheden kunnen zowel betrekking hebben op de productiegerichte landbouw, waar schaalvergroting gewenst is, of op verbreding. Dit sluit goed aan bij de recreatieve mogelijkheden van het buitengebied. Agrarische bedrijven die stoppen, kunnen een nieuwe functie krijgen. Verblijfsrecreatie In het landelijk gebied van Vlist liggen twee verblijfsrecreatieve terreinen. Het bestaand gebied, inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden zijn op de kaart weergegeven. Eén van deze terreinen is camping Streefland. Conclusie Op de bij de Structuurvisie behorende visiekaart is het plangebied aangeduid als 'verblijfsrecreatie

Ruimtelijke onderbouwing

23

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

binnen verblijfsrecreatiegebied' (zie figuur 6). De vernieuwbouw van een entreegebouw draagt bij aan een verbetering van de recratievoorzieningen op een bestaande camping, waardoor de economische en recreatieve betekenis van het gebied toeneemt. Deze ontwikkeling speelt in op de promotie van het Groene Hart om bewustwording in de Randstad te versterken dat dit een bijzonder gebied is om er te recreëren. Resumerend kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met de Structuurvisie.

Figuur 6: Plankaart Structuurvisie gemeente Vlist. 3.3.2 Horecabeleid Buitengebied Krimpenerwaard 2020 Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard hebben een beleidsnotitie opgesteld over aanpassing van het horecabeleid in het buitengebied. Het doel van de beleidsregel Horecabeleid Buitengebied Krimpenerwaard is het scheppen van duidelijke ruimtelijke kaders voor het exploiteren van horeca in het buitengebied. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het bereiken van een goede balans tussen horeca als belangrijke economische en recreatieve functie enerzijds en het bewaken van de kwaliteiten van het buitengebied anderzijds. Daarnaast wordt beoogd oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De positieve aspecten van de horeca moeten zoveel mogelijk gestimuleerd worden en de negatieve aspecten moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Het uiteindelijke doel is het creëren van een aantrekkelijk klimaat in het buitengebied voor zowel bewoners, (horeca)ondernemers en recreanten. Vaststelling van de beleidsnotitie moet nog plaatsvinden. Huidige situatie De huidige horecamogelijkheden die opgenomen zijn in de bestemmingsplannen voor het buitengebied zijn gebaseerd op het beleid ‘Vernieuwend ondernemen’. Op basis van dit beleid is in (voormalige) agrarische bestemmingen als nevenactiviteit een theeschenkerij, tot een oppervlakte van 50 m² bvo, toegestaan.

Bij omgevingsvergunning kan het college afwijken ten behoeve van het uitoefenen van ondergeschikte nevenactiviteiten in de bestaande bijgebouwen, naast de agrarische bedrijfsfunctie, waarbij onder andere de functies overige dagrecreatie, zoals bezoektuinen, tentoonstellingsruimte, museum, educatie en voorlichting en commerciële dienstverlening, zoals verhuur van vergader- of workshopruimte, zijn toegestaan. Afbakening toepassingsbereik De beleidsregel is, zoals gezegd, primair bedoeld om de ruimtelijke inpassing van (nieuwe) horeca-initiatieven van een passend kader te voorzien. Of een horecabedrijf of –functie gevestigd kan worden op een locatie wordt bepaald door de planologische mogelijkheden (het bestemmingsplan). De beleidsregel biedt hiervoor geen wettelijke grondslag; de beleidsregel geeft alleen antwoord op de vraag in hoeverre er kan worden meegewerkt met een nieuw initiatief, dan wel in hoeverre een bestaand horecabedrijf- of functie kan worden uitgebreid. In bestemmingsplannen wordt een integrale ruimtelijke afweging gemaakt van alle mogelijke en gewenste functies in een bepaald gebied. Dit houdt in dat het

24

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

bestemmingsplan te allen tijde bepalend is of een horecabedrijf op bepaalde locaties bij recht wel of niet is toegestaan. De beleidsregel Horecabeleid Buitengebied Krimpenerwaard 2020 zal de ruimtelijke kaders aangeven en als uitgangspunt c.q. bouwsteen fungeren voor de bestemmingsplannen buitengebied. De beleidsuitgangspunten vormen ook de bouwstenen voor de nog op te stellen Omgevingsvisie Krimpenerwaard en het Omgevingsplan Krimpenerwaard. Toetsing horecavoorzieningen in entreegebouw aan Horecabeleid Buitengebied Krimpenerwaard 2020 Voor de camping gelden de huidige openingstijden van de kantine tot 01:00 uur in het hoogseizoen. Deze openingstijden zijn gekoppeld aan de recreatiefunctie. Aanvullend is het Horecabeleid Buitengebied Krimpenerwaard 2020 van toepassing. Dit beleid maakt onderscheid tussen verschillende gebieden, te weten hoofdstructuur, dijklinten en veenweidegebieden. Het plangebied aan de N228 wordt beschouwd als 'hoofdstructuur'; het entreegebouw ligt binnen 300 m van deze Provincialeweg. De Horecavoorziening betreft een nevenfunctie, omdat de activiteit horeca wordt uitgevoerd naast het kampeerterrein in het entreegebouw. Dit wordt gereguleerd in het bouwplan door een maximale oppervlakte op te nemen voor de horecavoorziening. Deze voorziening valt onder categorie 2 (daghoreca met alcohol) met standaard openingstijden tussen 09:00 en 22:00 uur.

Conclusie De nevenfuncties aan horeca-activiteiten voldoen aan de randvoorwaarden voor 'hoofdstructuur'. De lunchroom is een belangrijke aanvulling is op daghoreca voor bezoekers in de Krimpenerwaard. De horeca vindt plaats in het te vervangen entreegebouw van de camping. Voor omwonenden blijft er sprake van een goed woon- en leefklimaat. In paragraaf 5.1.2 wordt dit toegelicht. Het parkeren kan worden opgelost op eigen terrein, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de bestaande uitrit op de N228. In het kader van het duurzaam veilig maken van de N228 wordt in overleg met de provincie bezien of een aanpassing van de uitrit nodig is in verband met de verkeersafwikkeling. In voorkomend geval zal hiervoor separaat een omgevingsvergunning worden aangevraagd. 3.3.3 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit.

Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart. De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. De Provincialeweg West maakt in de Nota onderdeel uit van een bijzonder niveau. Dit betreft gebieden waar het uiterlijk van de bebouwing van aanzienlijk belang is voor de identiteit van de Krimpenerwaard. In deze gebieden is inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. De nota ruimtelijke kwaliteit bevat voor gebieden met een bijzonder niveau een uitgebreide set criteria, die in woordkeuze en bandbreedte aanstuurt op een zorgvuldige inpassing van bouwplannen in het gebied. Een plan moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld.

Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van het landschap Hollandsche IJssel (gebied 2B). Hiervoor zijn

Ruimtelijke onderbouwing

25

omgevingsvergunning Camping Streefland, Provincialeweg West 27

gebiedsgerichte criteria aangegeven. Dit bouwplan maakt het oprichten van een entreegebouw en het gedeeltelijk veranderen en vernieuwen van een hooiberg mogelijk. Conclusie Het bouwplan is op 6 januari 2020 positief beoordeeld door de commissie Ruimtelijke kwaliteit. De nieuwbouw voldoet aan in de Nota vastgelegde gebiedsgerichte criteria. 3.3.4 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijv. afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. In de waterparagraaf (Hoofdstuk 4) wordt hierop ingegaan. Hierin wordt ook aandacht besteed aan waterhuishoudkundige aspecten. Duurzaamheid en duurzaam bouwen heeft de gemeente hoog in het vaandel staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=7f876d83-3798-45d5-aec5-a1cefabb940f