BIJL. 6 Bijlage bij toelichting 8 - aanvullend onderzoek ecologie Molenlaan 3
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek ecologie Molenlaan 3 te Bergambacht Aanvullend onderzoek natuurbescherming
naar
vleermuizen
in
het kader
van
de
Wet
Colofon Status:
Definitief
Project:
2022-0448
Datum:
22 september 2022
Samensteller:
ing. G. Fairhurst
Collegiale toets:
ir. T.W.D. Schrader
Opdrachtgever:
Buro SRO Utrecht B.V. Adriaan van Erg Groep B.V.
Contactpersoon:
J. van de Zand T. Bodzinga
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Beschrijving plangebied
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden
5
1.5
Mogelijk aanwezige soorten
5
1.6
Kader Wet natuurbescherming
6
2 Methode onderzoek
7
2.1
Theoretisch kader
7
2.2
Praktische uitvoering
7
2.3
Materialen en aanvullende onderzoeksmethode
8
2.4
Veldbezoeken
9
2.5
Specifieke omstandigheden
9
3 Resultaten
10
3.1
Vleermuizen
10
3.2
Overige soorten
12
4 Conclusie
13
4.1
Vleermuizen
13
4.2
Overige soorten
13
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Molenlaan 3 te Bergambacht is een woning met aangebouwde schuur gesitueerd. Adriaan van Erk Groep is voornemens de bestaande woning met schuur te slopen ten behoeve van de hertontwikkeling en realisatie van de woonwijk Molenpark te Bergambacht (figuur 1.1).
Figuur 1.1
Aan de Molenlaan 3 te Bergambacht zal de woning met schuur gesloopt worden.
In het voorjaar 2020 is een quickscan Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd. Hieruit bleek dat de aanwezigheid van een vleermuisverblijfplaats in de woning aan de Molenlaan 3 niet uitgesloten kon worden (Schrader, 2020). Derhalve is in 2021 een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd om de functie van de woning met schuur voor vleermuizen vast te stellen. Uit dit onderzoek is niet gebleken dat de woning op dat moment een functie vervult voor vleermuizen (Knoops, 2021). In maart 2022 is bij Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) een handhavingsverzoek ingediend omtrent te woning aan Molenlaan 3 te Bergambacht. In de woning is op 14 maart 2022 rond 19:15 een vleermuis, ingevlogen. Doordat er al verschillende procedure omtrent de realisatie van de woonwijk ‘Molenpark’ in gang zijn, waaronder een lopende ontheffingsaanvraag is besloten de betreffende ontheffingsaanvraag aan te vullen ten aanzien van de gewone dwergvleermuis. Aanvullend hierop is in overleg met OZHZ besloten hier een extra aanvullend vleermuisonderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen van het onderzoek beschreven.
1.2
Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied en welke soorten betreffen dit? • Op welke wijze maken vleermuizen gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied verblijfplaatsen aanwezig?
4
• Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde verblijfplaatsen? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?
1.3
Beschrijving plangebied Het plangebied betreft een woning opgetrokken uit gemetselde muren met spouw en direct daaraan vast een schuur opgetrokken uit potdeksels. De bebouwing bevat een pannen zadeldak (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Schrader, 2020).
Figuur 1.2 De leegstaande woning (links) met aangebouwde schuur aan de achterzijde (rechts).
1.4
Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de woning met schuur in het plangebied te slopen ten behoeve van de realisatie met de woonwijk ‘Molenpark’.
1.5
Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Schrader, 2020) is gebleken dat binnen de planlocatie mogelijk vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn. In tabel 1.1 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd. Tabel 1.1
Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen.
Vleermuissoort
Zomer
Kraam
Paar
Massawinter
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Gewone grootoorvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Laatvlieger
Ja
Ja
Ja
Nee
5
1.6
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Aannemelijk zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
6
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde soorten en diens functionele leefgebieden beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.
Soort
Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen
Cat. 5 vogels Algemene broedvogels
Type
Periode
Kraam
15 mei t/m 15 juli
Zomer
15 april t/m 15 aug.
Paar
15 aug. t/m 30 sep.
Nest
Omschrijving Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren). De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.
2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels, daken en groenstructuren met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.
7
Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen. Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is.
Voor de onderzoeken geldt tevens dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke verblijfplaatsen en/of functionele structuren te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten.
Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.
2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethode Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND. Daarnaast is tijdens het onderzoek een warmtebeeldcamera (type Pulsar Helion XP28 of type AGM ASP TM-384) gebruikt. Het inzetten van de warmtebeeldcamera is met name waardevol voor de lokalisatie van grootschalige verblijfplaatsen zoals kraamverblijfplaatsen. De warmtebeeldcamera wordt vooral gebruikt ter ondersteuning van de waarnemingen die eerder met de batdetector zijn gedaan en is gericht op het lokaliseren van verblijfplaats en vliegstructuren. Door het gebruik van de warmtebeeldcamera kan een gevel nauwkeurig onderzocht worden en gedrag van de vleermuizen gevolgd worden zonder dat er sprake is van verstoring door licht, zoals het geval is als er gebruik gemaakt wordt van zaklampen. Daarnaast is er tijdens de veldbezoeken in het voorjaar gebruik gemaakt van een Batlogger (type M).
8
2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
Vleermuis 1
Kraam + zomer
Vleermuis 2
Aantal
Datum
Zon
Tijd
Weersomstandigheden
1
09-06-2022
21.58
21.50-00.30
1/8, droog, 3 Bft, 16˚C
Kraam + zomer
1
08-07-2022
21.58
21.50-00.30
1/8, droog, 1 Bft, 17˚C
Vleermuis 3
Kraam + zomer
1
12-07-2022
21.57
21.50-00.30
4/8, droog, 1 Bft, 23˚C
Vleermuis 4
Kraam + zomer
1
22-07-2022
05.46
02.45-05.50
6/8, droog, 1 Bft, 15˚C
Vleermuis 5
Paar
1
18-08-2022
21.00
23.00-01.00
1/8, droog, 1 Bft, 18˚C
Vleermuis 6
Paar
1
15-09-2022
19.55
21:00-23:30
7/8, grotendeels droog, 2 Bft, 13˚C
pers.
2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
9
3 Resultaten 3.1
Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een vijftal soorten waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.1). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en watervleermuis. De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. De laatvlieger en watervleermuis zijn slechts twee keer waargenomen en de ruige dwergvleermuis is uitsluitend waargenomen in het najaar. Gedurende het vleermuisonderzoek zijn geen exacte vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Wel zijn er drie territoriums van gewone dwergvleermuis vastgesteld buiten de planlocatie. Het is hierdoor dan ook mogelijk dat de aangetroffen vleermuis in maart 2022 een gewone dwergvleermuis betrof. Tabel 3.1
Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.2 en figuur 3.1.
Veldbezoek
Soort
Aantal individuen
Gedrag en verblijfplaatsen
Gewone dwergvleermuis
1
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
5
Overvliegend
Gewone grootoorvleermuis
1
Overvliegend
Vleermuis 2
Gewone dwergvleermuis
6
Foeragerend
08-07-2022
Gewone dwergvleermuis
2
Overvliegend
Vleermuis 1 09-06-2022
Gewone dwergvleermuis
3
Foeragerend
Vleermuis 3
Gewone dwergvleermuis
3
Overvliegend
12-07-2022
Gewone grootoorvleermuis
1
Overvliegend
Watervleermuis
1
Overvliegend
Vleermuis 4
Gewone dwergvleermuis
2
Foeragerend
22-07-2022
Gewone dwergvleermuis
3
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
1
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
1
Baltsend mannetje
Vleermuis 5
Gewone grootoorvleermuis
1
Overvliegend
18-08-2022
Laatvlieger
1
Overvliegend
Ruige dwergvleermuis
1
Overvliegend
Watervleermuis
1
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
3
Baltsend mannetje
Gewone grootoorvleermuis
2
Overvliegend
Laatvlieger
1
Overvliegend
Vleermuis 6 15-09-2022
In de quickscan is al beoordeeld dat de groenstructuren geen essentiële functie hebben voor vleermuizen. Deze beoordeling wordt onderschreven met het vleermuisonderzoek. Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of foerageergebied vastgesteld. Op basis van het vleermuisonderzoek worden de bomen en het water direct ten noordoosten van de Molenlaan 3 gebruikt als foerageergebied. Ook buiten de gedefinieerde foerageergebieden zijn foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Vaak betroffen dit eenlingen, waardoor een essentiële functie op voorhand wordt uitgesloten.
10
Figuur 3.1 Waargenomen paarterritoria van de gewone dwergvleermuis.
Figuur 3.2 Waargenomen foerageerplaats(en) en vliegroute, welke als niet-essentieel zijn beoordeeld.
11
3.2 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: blauwe reiger, fuut, gierzwaluw, houtduif, huiszwaluw, kokmeeuw, merel, scholekster, tjiftjaf en zanglijster. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten, waaronder de merel waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.3. Binnen de planlocatie is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen.
Figuur 3.3 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van algemene broedvogels en vogels die vallen onder cat. 5.
12
4 Conclusie 4.1
Vleermuizen In de periode juni-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in de woning aan de Molenlaan 3 te Bergambacht. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële onderdelen van vleermuizen vastgesteld. De meest waargenomen vleermuissoort betrof de gewone dwergvleermuis.
4.2 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er is één nest van de merel aangetroffen binnen het plangebied. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
13
Bronvermelding Knoops, D.F., 2021. Aanvullend onderzoek naar huismus, vleermuizen, grote modderkruiper, heikikker en rugstreeppad aan de Kadijk 4-6a en Molenlaan 3 te Bergambacht. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. Schrader, T.W.D., 2020. Quickscan Wnb aan de Kadijk 4-6a te Bergambacht. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.
Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Kennisdocument Watervleermuis (Myotis daubentonii)
14
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 15