CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL. 6 bijlage bij toelichting 4 - verkennend bodemonderzoek

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering IV, Bergambacht29.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN DE NIEUWE WETERING TE BERGAMBACHT

Opdrachtgever: Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. Postbus 19 2860 AA BERGAMBACHT

Rapportnummer:

AT20097

Datum:

augustus 2020

Opgesteld door:

ing. P. Blom

Protocollen 2001 en 2002

INHOUDSOPGAVE 0.

SAMENVATTING

1

1.

INLEIDING

4

1.1 1.2

Aanleiding van het onderzoek Doel van het onderzoek

4 4

2.

VOORONDERZOEK

5

2.1 2.2 2.3 2.4

Locatiegegevens Historische informatie Bodemopbouw en geohydrologie Hypothese

5 6 7 8

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE

9

3.1 3.2 3.3

Uitvoering bodemonderzoek Boorplan en analyses Kwaliteitsborging

9 10 10

4.

UITVOERING ONDERZOEK

12

4.1

Veldwerk 4.1.1 Resultaten visuele maaiveldinspectie Uitgevoerde werkzaamheden Veldwaarnemingen 4.3.1 Bodemopbouw 4.3.2 Zintuiglijke waarnemingen 4.3.3 Grondwater Afwijkingen Laboratoriumonderzoek 4.5.1 Uitgevoerde analyses Toetsingsnormen 4.6.1 Wet bodembescherming (Wbb) 4.6.2 Tijdelijk handelingskader PFAS en INEV’s Toetsing analyseresultaten 4.7.1 Grond getoetst aan Wet bodembescherming (Wbb) 4.7.2 Toetsing PFAS 4.7.3 Grondwater 4.7.4 Asbest

12 12 12 13 13 13 14 14 14 14 16 16 19 20 20 21 23 23

5.

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN EN CONCLUSIE

24

5.1 5.2

Interpretatie onderzoeksresultaten Conclusie en advies

24 26

4.2 4.3

4.4 4.5 4.6

4.7

BIJLAGEN 1)

Regionale ligging van de locatie op de topografische overzichtskaart, anno 2018, • schaal 1 : 25.000 • schaal 1 : 10.000

2)

Situatietekening onderzoekslocatie met plaats van boringen en peilbuizen, schaal 1 : 1.000

3)

Boorprofielen

4)

Analyseresultaten en toegepaste analysemethoden

5)

Toetsingsnormen, achtergrond- en interventiewaarden voor grondwater

6)

Toetsing analyseresultaten, • Toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden grond • Toetsing aan streef- en interventiewaarden grondwater

7)

Historische informatie onderzoekslocatie

8)

Foto’s onderzoekslocatie

9)

Verklaring onafhankelijkheid veldwerk

interventiewaarden

voor

grond

en

streef-

en

0. SAMENVATTING Door Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. is opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de geplande uitbreidingslocatie van bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht. In tabel 1 is een samenvatting van het onderzoek opgenomen. Tabel 1.

Samenvatting onderzoek

Locatiegegevens

Aanleiding onderzoek Doel onderzoek

Opzet onderzoek

Het onderzoek richt zich op de beoogde uitbreidingslocatie van bedrijventerrein De Nieuwe Wetering gelegen aan de zuidoostzijde van de woonkern Bergambacht. Het plangebied is momenteel in gebruik als weiland en heeft een totale oppervlakte van circa 5 hectare. Tussen de noordelijk gelegen Provincialeweg N210 en de onderzoekslocatie ligt een secundaire weg (fietspad). De locatie is bereikbaar vanaf deze secundaire weg middels één brug en twee dammen. Ten zuiden van westen van de locatie is het huidige bedrijventerrein De Nieuwe Wetering gesitueerd, dat nog in ontwikkeling is. Oostelijk van de locatie bevindt zich een nieuwe toegangsweg naar het bedrijventerrein. Op de locatie zijn een gedempte dwarssloot en meerdere voormalige dammen aanwezig. In het verlengde van de meest westelijk gesitueerde dam vanaf de secundaire weg ligt een pad met rijplaten. In de omgeving van dit pad bevinden zich gronddepots. Deze grond betreft volgens opdrachtgever gekeurde grond van klasse Industrie afkomstig uit Rijnsburg. Een aantal van de aanwezige lengtesloten op de locatie is recentelijk met deze grond gedempt. De aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen bestemmingsplanwijziging (van weiland naar bedrijventerrein). Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.

De multifunctionaliteit van de bodem kan bij overschrijding van normen van verontreinigende stoffen worden aangetast. Hierdoor kunnen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de bodem worden gesteld. Het onderzoek is verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL). Extra aandacht is besteed aan het brughoofd van de brug gesitueerd aan de secundaire weg, de gedempte dwarssloot en de (voormalige) dammen op de locatie. De grond die is gebruikt voor de recente demping van een aantal aanwezige lengtesloten op de locatie alsmede de grond in de gronddepots gelegen in de omgeving van het pad met de rijplaten, is niet (meer) onderzocht. Dit omdat de kwaliteit van deze grond al is vastgesteld door ADCIM in april 2020 middels een partijkeuring.

Resultaten onderzoek

Ten aanzien van bodemonderzoek naar PFAS is gebruik gemaakt van de onderzoeksopzet voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HO-NL), waarbij het voorgeschreven aantal boringen en peilbuizen in het reguliere bodemonderzoek maatgevend is. Het reguliere onderzoek en het bodemonderzoek naar PFAS zijn gecombineerd uitgevoerd. Verspreid over de locatie Bij de visuele maaiveldinspectie zijn tussen de slootkant en één van de gronddepots aan het maaiveld 3 stukken asbestverdacht golfplaatmateriaal gevonden van onbekende herkomst. Een representatief stukje is bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Het onderzochte stukje asbestverdacht plaatmateriaal bevat asbest (10-15% chrysotiel-asbest). Verder is ter plaatse van de gedempte dwarssloot en de voormalige dammen een afwijkende bodemopbouw (geroerd bodemprofiel) aangetroffen ten opzichte van elders op de locatie. Bovendien zijn hier in de bodem bijmengingen aan bodemvreemde materialen geconstateerd, zoals puin en baksteen. In de kleiige bovengrondmengmonsters tot circa 0,5 m -mv ter plaatse van het weiland zijn licht verhoogde gehalten aan molybdeen aangetoond.

De gestandaardiseerde gehalten voor PFAS in de bovengrondmengmonsters voldoen volgens het Tijdelijk handelingskader (landelijk beleid) aan de toepassingswaarden voor klasse Wonen/Industrie, waarbij PFOA de klassebepalende parameter betreft.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

1

Tabel 1.

Samenvatting onderzoek De ondergrondmengmonsters, bestaande uit veen, bevatten licht verhoogde gehalten aan kobalt, molybdeen en/of nikkel (0,45-1,1 m -mv). De gestandaardiseerde gehalten voor PFAS in de ondergrondmengmonsters voldoen volgens het Tijdelijk handelingskader aan de toepassingswaarden voor klasse AW grond. In de separaat onderzochte grondmonsters ter plaatse van de gedempte dwarssloot en de voormalige dammen zijn ten hoogste lichte verontreinigingen vastgesteld voor de onderzochte stoffen uit het standaard NEN 5740-grondpakket. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium gemeten. Daarnaast bevat het grondwater plaatselijk ook nog een licht verhoogd gehalte voor nikkel. Voor de overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater geen verhoogde gehalten aangetoond. De oorzaak van de licht verhoogde gehalten voor barium in het grondwater is onduidelijk; een (punt)bron is niet aanwijsbaar. Waarschijnlijk kunnen de licht verhoogde gehalten voor barium in het grondwater worden aangemerkt als verhoogde achtergrondwaarden. Brughoofd van brug gelegen aan secundaire weg en twee huidige dammen aldaar Het individueel geanalyseerde bovengrondmonster ter plaatse van het brughoofd op perceelnr.

B5882, bestaande uit zand met een sterke bijmenging aan baksteen, bevat matig verhoogde gehalten aan lood en zink en licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik en PAK (0,0-0,25 m -mv). In de onderliggende grondlaag, die uit zand met bijmengingen aan puin en grind bestaat, zijn een sterk verhoogd PAKgehalte, een matig verhoogd gehalte aan zink en licht verhoogde gehalten voor enkele andere zware metalen, minerale olie en PCB vastgesteld (0,25-0,55 m -mv). Vervolgens is deze boring gestuit op een ondoordringbare laag. De aangetoonde matig tot sterk verhoogde gehalten aan lood, zink en PAK in de grond ter plaatse van het brughoofd geven conform de Wet bodembescherming (Wbb) aanleiding voor de uitvoering van nader en omvangbepalend onderzoek. In het nader onderzoek dient de verontreiniging met lood, zink en PAK zowel horizontaal als verticaal verder afgebakend te worden. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming is sprake, wanneer in meer dan 25 m3 grond de interventiewaarde wordt overschreden. Een geval van ernstige bodemverontreiniging houdt in dat saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn.

Het individueel geanalyseerde bovengrondmonster ter hoogte van de dam op perceelnr. B5884, dat uit zandige en humeuze klei met sporen puin bestaat, bevat licht verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel (0,0-0,2 m -mv). Omdat ter plaatse van de andere resterende dam aan de secundaire weg (gelegen op perceelnr. B5888) alleen zintuiglijk schone grond is aangetroffen, heeft hier geen chemisch-analytisch onderzoek plaatsgevonden. Verondersteld wordt dat de bodemkwaliteit hier overeenkomt, of beter is, dan bij de dam op perceelnr. B5584. Conclusie onderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er volgens de Wet bodembescherming (Wbb) aanleiding en advies voor de uitvoering van nader onderzoek. Ter plaatse van het brughoofd van de brug gesitueerd aan de secundaire weg zijn in de (boven)grond tot circa 0,55 m -mv namelijk matig tot sterk verhoogde gehalten aan lood, zink en PAK aangetoond. In het nader bodemonderzoek dient de omvang van deze (matig tot) sterke verontreiniging te worden vastgesteld middels verdere horizontale en verticale afbakening. Op deze wijze kan de eventuele ernst van de verontreiniging worden bepaald. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt een saneringsplicht. Elders op de locatie zijn in grond en grondwater geen of licht verhoogde gehalten vastgesteld voor de onderzochte stoffen (reguliere parameters).

Deze licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding voor de uitvoering van een nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. Ook geven de licht verhoogde gehalten geen beperkingen ten aanzien van het beoogde gebruik van de locatie als bedrijventerrein. De gestandaardiseerde gehalten voor PFAS in de kleiige bovengrond voldoen volgens het Tijdelijk handelingskader (landelijk beleid) aan de toepassingswaarden voor klasse Wonen/Industrie grond. De gestandaardiseerde gehalten aan PFAS in de venige ondergrond voldoen aan de toepassingswaarden voor klasse AW grond.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

2

Tabel 1.

Samenvatting onderzoek Vanwege het aantreffen van 3 stukken asbesthoudend golfplaatmateriaal op het maaiveld tussen de slootkant en één van de gronddepots alsmede door de aangetroffen bijmenging aan puin in de grond ter plaatse van boringen 05, 08, 13, 36 en 38 dient op deze plekken asbestonderzoek in bodem plaats te vinden. Een bijmenging aan puin kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Asbestonderzoek in bodem wordt uitgevoerd door middel van het graven van inspectiegaten en het verrichten van asbestanalyses. Verder wordt geadviseerd om alle aanwezige asbesthoudende plaatmaterialen aan het maaiveld van de locatie te verwijderen en af te voeren naar een stortplaats.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

3

1. INLEIDING Door Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. te Bergambacht is op 4 juni 2020 schriftelijk opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. te Schoonhoven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de geplande uitbreidingslocatie van bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht (conform offerte AT20/233, referentie opdrachtbrief: OW-KVV-MSV-20-1398, projectnaam: 2319017Bergambacht, uitbreiding Nieuwe Wetering). In het voorliggende rapport komt eerst het vooronderzoek aan de orde (hoofdstuk 2), waarbij de historische informatie is verzameld conform de richtlijn NEN 5725. Vervolgens worden in hoofdstukken 3 en 4 de opzet, uitvoering en de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek beschreven. Tenslotte komt, na de interpretatie van de resultaten in hoofdstuk 5, de conclusie van het onderzoek aan bod en het eventueel daaruit voortvloeiend advies.

1.1

Aanleiding van het onderzoek

De aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen bestemmingsplanwijziging (van weiland naar bedrijventerrein).

1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De multifunctionaliteit van de bodem kan bij overschrijding van normen van verontreinigende stoffen worden aangetast. Hierdoor kunnen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de bodem worden gesteld.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

4

2. VOORONDERZOEK 2.1

Locatiegegevens

Adres locatie Kadastraal bekend Gebruik van locatie Oppervlakte RD-coördinaten

: : : : :

uitbreidingslocatie bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht (ongeadresseerd) gemeente Bergambacht, sectie B, nrs. 5882, 5888, 5880, 5884 en 5885 weiland circa 5 hectare X: 114.291 Y: 438.323

Het onderzoek richt zich op de beoogde uitbreidingslocatie van bedrijventerrein De Nieuwe Wetering gelegen aan de zuidoostzijde van de woonkern Bergambacht. Het plangebied is momenteel in gebruik als weiland en heeft een totale oppervlakte van circa 5 hectare. Tussen de noordelijk gelegen Provincialeweg N210 en de onderzoekslocatie ligt een secundaire weg (fietspad). De locatie is bereikbaar vanaf deze secundaire weg middels één brug en twee dammen. Ten zuiden van westen van de locatie is het huidige bedrijventerrein De Nieuwe Wetering gesitueerd, dat nog in ontwikkeling is. Oostelijk van de locatie bevindt zich een nieuwe toegangsweg naar het bedrijventerrein. In bijlage 1 is de topografische overzichtskaart opgenomen met daarop aangegeven de regionale ligging van de onderzoekslocatie. In bijlage 2 is een situatietekening van de locatie opgenomen. In bijlage 8 zijn foto’s van de locatie opgenomen, waarbij de plaats en de opnamerichting van de foto’s zijn aangegeven op de tekening in bijlage 2. Maaiveldverhardingen Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, niet verhard. Locatie-inspectie Tijdens de locatie-inspectie d.d. 16 juni 2020 is naar voren gekomen dat een aantal van de aanwezige lengtesloten op de locatie recentelijk is gedempt. Ter plaatse van deze slootdempingen zijn nog glooiingen (verzakkingen) in het maaiveld zichtbaar.

Op de locatie ligt, in het verlengde van de meest westelijk gesitueerde dam vanaf de secundaire weg, een onverhard pad. Dit pad loopt in zuidelijke richting verder door, waarbij het pad is voorzien van rijplaten. In de omgeving van het pad bevinden zich gronddepots. Elders op de locatie is op meerdere plekken aan het maaiveld gerijpte baggerspecie aangetroffen, afkomstig uit omliggende sloten. Voor de situering van de recentelijk gedempte lengtesloten op de locatie, het pad met rijplaten en de gronddepots wordt verwezen naar de tekening in bijlage 2. Bij de locatie-inspectie zijn verder geen bijzonderheden geconstateerd zoals verkleuringen, kale plekken of brandplaatsen op het maaiveld.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

5

Volgens de opdrachtgever is voor de recentelijke demping van de lengtesloten gebruik gemaakt van gekeurde grond van klasse Industrie afkomstig uit Rijnsburg1. Een deel van deze grond ligt nog in depot in de omgeving van het pad met de rijplaten. De door ADCIM in april 2020 onderzochte grond in Rijnsburg is vrijgekomen bij de realisatie van watergangen ter plaatse van de nieuwbouwwijk ‘Nieuw Rijnvaert’. Na ontgraving is de grond aan de Langeakker in depot is gezet, waarna de partij is gekeurd. Van oorsprong had het gebied van de nieuwbouwwijk ‘Nieuw Rijnvaert’ een agrarische functie (grasland, boomgaard en glastuinbouw). Tijdens de partijkeuring is circa 4.900 m3 zandige kleigrond onderzocht. De bemonsterde grond is geanalyseerd op het standaard AP04-samenstellingspakket, aangevuld met PFAS, GenX en OCB (bestrijdingsmiddelen). De klassebepalende parameters waren drins en chloordaan, hetgeen beide bestrijdingsmiddelen betreffen. Voor PFOA en PFOS zijn gehalten aangetroffen tot boven de detectiegrens, echter zijn deze niet klassebepalend aanwezig. Voor meer informatie omtrent de voorgaande partijkeuring wordt verwezen naar de desbetreffende rapportage. PFAS In grote delen van Nederland worden diffuus verhoogde waarden voor de stoffengroep PFAS2 aangetroffen.

In eerste instantie werden alleen de Chemours-pluim (verdacht op PFOA; PerFluorOctaanzuur) en vliegvelden (verdacht op PFOS; PerFluorOctaanSulfonzuur) als verdacht aangemerkt. Uit vervolgonderzoek blijkt dat deze stoffen op meer plaatsen in Nederland kunnen voorkomen. Op verzoek van opdrachtgever wordt onderzoek naar PFAS in grond verricht. Asbest Voor zover bekend valt op de locatie geen asbesthoudend materiaal op of in de bodem te verwachten.

2.2

Historische informatie

Informatie uit topografisch kaartmateriaal Bij de projectie van de historische kaart anno 1945 (www.topotijdreis.nl) op meer recent kaartmateriaal tot het jaar 2018 (zie bijlage 1) blijkt dat op de locatie in het verleden een dwarssloot is gedempt. Daarnaast zijn in totaal acht dammen buiten gebruik gesteld. Ter plaatse van de twee huidige dammen, gelegen aan de secundaire weg, waren voorheen bruggen aanwezig. Sinds de jaren ’40 is de locatie in gebruik geweest als weiland in polderlandschap. De situering van de in het verleden gedempte dwarssloot (dus niet recentelijk gedempt) en de acht voormalige dammen is aangegeven op de tekening in bijlage 2. Uit de (historische) topografische kaarten komt voor de locatie verder geen informatie naar voren die kan duiden op de aanwezigheid van ophogingen, stortingen, opvullingen, (lozings)putten, veranderingen in de verkaveling en specifieke verdachte agrarische activiteiten zoals (glas)tuinbouw, bollenteelt en fruitteelt. In bijlage 7 zijn de historische topografische kaarten opgenomen. 1 2

BRL SIKB 1001 depot partijkeuring Langeakker te Rijnsburg, ADCIM, april 2020, projectnr.: 20200167 PFAS: Poly- en perfluor alkyl stoffen. Door de unieke eigenschappen van deze stoffen zijn ze vanaf de jaren ’60 grootschalig toegepast. Dat gecombineerd met de zeer slechte afbreekbaarheid van deze verbindingen, heeft er voor gezorgd dat de stoffen wijd verspreid zijn. In Europa is PFOS, onder andere bekend van blusschuim, sinds 2010 verboden en wordt het gebruik van PFOA, onder andere bekend van teflon en de Chemoursfabriek te Dordrecht, in 2020 verboden.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

6

Informatie uit digitaal Bodemloket Uit informatie op www.bodemloket.nl blijkt dat op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving geen historische bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten of saneringen zijn verricht. Op het westelijk deel van de locatie (weilandperceel B5882) heeft eerder bodemonderzoek plaatsgevonden. Ook op het bestaande bedrijventerrein De Nieuwe Wetering, gesitueerd ten zuiden en westen van onderhavig plangebied, zijn reeds bodemonderzoeken uitgevoerd. Volgens het digitale Bodemloket is het bestaande bedrijventerrein in voldoende mate onderzocht. De resultaten van de voorgaande bodemonderzoeken geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Informatie verkregen van Omgevingsdienst Midden-Holland In het bodeminformatiesysteem van Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) zijn de rapporten van de voorgaande bodemonderzoeken, die op weilandperceel B5882 en het bestaande bedrijventerrein De Nieuwe Wetering zijn verricht, digitaal beschikbaar. Uit deze rapportages blijkt dat in grond, grondwater en waterbodem geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetoond voor de onderzochte stoffen uit de standaard analysepakketten. Over het algemeen zijn geen tot licht verhoogde gehalten vastgesteld. Plaatselijk bevatte een individueel geanalyseerd grondmonster matig verhoogde gehalten voor enkele zware metalen (niet ernstig verontreinigd).

In de voorgaande onderzoeken is eveneens aandacht besteed aan gedempte sloten en (voormalige) dammen. De bij de historische topografische kaarten getraceerde gedempte dwarssloot is ook bij ODMH bekend. Volgens ODMH is de voormalige dwarssloot in 1970 gedempt met takkenbossen. Voor de gedempte dwarssloot is een zogenaamde PZH/SKB-overeenkomst aanwezig (overeenkomstnr.: 99-102-BOG-1). In het bodeminformatiesysteem van ODMH staan voor de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen boven- of ondergrondse brandstoftanks geregistreerd. Bodemkwaliteitskaarten Op de bodemfunctieklassenkaart ligt de locatie in een gebied dat is geclassificeerd als klasse Landbouw/natuur (klasse AW). Op de Ontgravingskaart Bovengrond is de locatie ingedeeld als klasse Wonen en op de Ontgravingskaart Ondergrond als klasse Landbouw/natuur. Volgens de bodemkwaliteitskaart ligt de locatie in zone 19 (Buitengebied - veenweide). In de boven- en ondergrond van deze zone worden licht verhoogde achtergrondgehalten aan zware metalen en PAK verwacht.

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie

Het geohydrologische profiel van het gebied waarbinnen de locatie is gesitueerd, wordt in tabel 2 weergegeven.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

7

Tabel 2.

Geohydrologisch profiel (Bron: Grondwaterkaart van Nederland, inventarisatierapport Gorinchem, Dienst Grondwaterverkenning TNO 1979, GWK 38 west) Pakket deklaag

Diepte [m] t.o.v. NAP -1 -11

Geohydrologische formatie

Samenstelling

Westland

Klei op veen Uiterst grove tot fijne zanden, met een bijmenging aan grind Klei, zandige klei en slibhoudend fijn zand met kleibrokken

1e watervoerend pakket

-11

-

-40

Kreftenheye, Sterksel

scheidende laag

-40

-

-60

Kedichem

De stromingsrichting van het grondwater uit het eerste watervoerend pakket is noordwestelijk. Ten oosten van de locatie ligt pompstation Bergambacht, waarbij grondwaterwinning plaatsvindt uit het eerste en/of tweede watervoerende pakket. Mogelijk wordt de stromingsrichting van het grondwater in het desbetreffende watervoerende pakket hierdoor beïnvloed.

2.4

Hypothese

Vanwege de resultaten van de voorgaande bodemonderzoeken die in of nabij het plangebied zijn verricht en door de ligging in zone 19 op de bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Midden-Holland, wordt de locatie als verdacht aangemerkt. Als potentieel bodemverontreinigende stoffen worden zware metalen, PAK, PCB en minerale olie aangemerkt. Deze stoffen kunnen eveneens worden verwacht ter plaatse het brughoofd van de brug gesitueerd aan de secundaire weg, in de gedempte dwarssloot en ter hoogte van de (voormalige) dammen op de locatie. Verder vindt, op verzoek van opdrachtgever, grondonderzoek naar PFAS plaats.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

8

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE Onderzoeksopzet Ondanks de hypothese verdacht wordt het onderzoek verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL). Dit omdat met deze onderzoeksinspanning de bodemkwaliteit op de locatie in voldoende mate kan worden vastgesteld. Extra aandacht gaat uit naar het brughoofd van de brug gesitueerd aan de secundaire weg, de gedempte dwarssloot en de (voormalige) dammen op de locatie. De grond die is gebruikt voor de recente demping van een aantal aanwezige lengtesloten op de locatie alsmede de grond in de gronddepots gelegen in de omgeving van het pad met de rijplaten, wordt niet (meer) onderzocht. Dit omdat de kwaliteit van deze grond al is vastgesteld door ADCIM in april 2020 middels een partijkeuring. Ten aanzien van bodemonderzoek naar PFAS wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksopzet voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HO-NL), waarbij het voorgeschreven aantal boringen en peilbuizen in het reguliere bodemonderzoek maatgevend is. Het reguliere onderzoek en het bodemonderzoek naar PFAS worden gecombineerd uitgevoerd.

3.1

Uitvoering bodemonderzoek

Voorafgaand aan de uitvoering van de boringen wordt een visuele maaiveldinspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Indien asbestverdachte materialen worden gevonden, zal hiervan per type asbestverdacht materiaal een representatief monster worden genomen. Vervolgens worden met behulp van een Edelmanboor verspreid over de locatie boringen verricht tot een diepte van tenminste 0,5 m -mv. Een aantal boringen wordt doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m -mv en minimaal 0,5 m onder de grondwaterstand. Van de diepere boringen worden er zes afgewerkt met een peilbuis. Tijdens de uitvoering van de boringen wordt de opgeboorde grond beschreven en geclassificeerd, zintuiglijk beoordeeld op eventuele verontreinigingen en bemonsterd in trajecten van maximaal 0,5 m. Van de verrichte boringen worden boorbeschrijvingen gemaakt. Van de boven- en ondergrond worden grond(meng)monsters geanalyseerd op het NEN 5740-grondpakket (NEN-G; zie tabel 3) en/of PFAS. Bij het samenstellen van ‘verdachte’ mengmonsters worden maximaal 4 grondmonsters gemengd. Bij ‘onverdachte’ mengmonsters worden maximaal 10 grondmonsters gemengd. Voor het berekenen van de gecorrigeerde concentraties van de geanalyseerde stoffen (bodemtypecorrectie) worden aanvullend de gehalten lutum en organische stof bepaald. Het grondwater uit de peilbuizen wordt een week na plaatsing bemonsterd.

De aan de peilbuizen te onttrekken grondwatermonsters worden geanalyseerd op het NEN 5740-grondwaterpakket (NEN-W; zie tabel 3). Bij de grondwaterbemonstering worden de grondwaterstand, de troebelheid (NTU), de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC) van het grondwater gemeten.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

9

3.2

Boorplan en analyses

In tabel 3 wordt het boor- en analyseprogramma weergegeven in de vorm van aantallen uit te voeren boringen en analyses. De exacte boorpunten worden tijdens het veldwerk bepaald. Tabel 3.

Boor- en analyseprogramma Plaats

Aantal boringen

Diepte [m -mv]

Waarvan met peilbuis

Analyses grond

Analyses grondwater

21 én

0,5

-

4 x NEN-G 4 x H+L 3 x PFAS

-

11

2,0*

6 (n)

3 x NEN-G 3 x H+L 2 x PFAS

6 x NEN-W

3

1,0**

-

3 x NEN-G 3 x H+L

-

Verspreid over de locatie (oppervlakte ca. 5 hectare)

Brughoofd van brug gelegen aan secundaire weg en twee huidige dammen aldaar * ** (n) H+L NEN-G NEN-W PFAS

Opmerkingen

waarvan aantal boringen in gedempte dwarssloot en ter plaatse van voormalige dammen

geen

boring tot minimaal 2,0 m -mv en tenminste 0,5 m onder de grondwaterstand boring tot minimaal 0,5 m beneden een eventueel aanwezige verdachte bodemlaag standaard NEN 5740 peilbuis, filterlengte 1,0 meter met de bovenzijde van het filterdeel op circa 0,5 m onder grondwaterstand organische stof en lutum droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40) poly- en perfluoralkylstofen (28 componenten uit Tijdelijk handelingskader)

De analyses worden uitgevoerd conform AS3000.

3.3

Kwaliteitsborging

AT MilieuAdvies B.V. heeft, als onafhankelijk adviesbureau, geen relatie met de opdrachtgever anders dan opdrachtgever/opdrachtnemer. AT MilieuAdvies B.V. “keurt geen eigen grond” waarmee de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Het kwaliteitssysteem van AT MilieuAdvies B.V. voldoet aan de eisen van de NEN-EN ISO 9001:2015 (certificaatnr.: EC-KWA-99019). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd naar de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 conform de daarbij behorende protocollen. AT MilieuAdvies B.V. is gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 (certificaatnr.: EC-SIK-20244). Het protocol 2001 is bestemd voor het correct verrichten van veldwerk, zoals het plaatsen van boringen en peilbuizen. Het protocol 2002 geeft voorschriften voor het bemonsteren van het grondwater uit peilbuizen. Het protocol 2003 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerkzaamheden ten behoeve van waterbodemonderzoek. De richtlijnen voor asbestonderzoek in bodem zijn omschreven in het protocol 2018. Bij afwijking van de kritieke proceseisen van de BRL en/of de protocollen wordt het onderzoek niet gerapporteerd onder certificaat. In de rapportage wordt dan melding gemaakt van de kritieke afwijkingen.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

10

De fysische en chemische analyses worden uitgevoerd door de door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratoria Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (nr. RvA L 010) en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht (nr. RvA L 086). Bij ieder milieukundig bodemonderzoek wordt gestreefd naar een optimale representativiteit. Toch is een dergelijk onderzoek gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Hierdoor blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem aanwezig kunnen zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet naar voren zijn gekomen. Verder is een milieukundig onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van het onderzoek. AT MilieuAdvies B.V. acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade of gevolgen voortvloeiend uit het bodemonderzoek.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

11

4. UITVOERING ONDERZOEK 4.1

Veldwerk

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Mario van Kooten van AT MilieuAdvies B.V. conform de richtlijnen in de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen aan de externe functiescheiding in de BRL SIKB 2000. De verklaring van onafhankelijkheid is opgenomen in bijlage 9.

4.1.1

Resultaten visuele maaiveldinspectie

De visuele maaiveldinspectie is verricht met droog weer en goed zicht. Ondanks de aanwezigheid van gronddepots en vegetatie (onkruid en gras), wordt de inspectie-efficiëntie ingeschat op ongeveer 60%. Tussen de slootkant en één van de gronddepots zijn op het maaiveld 3 stukken asbestverdacht plaatmateriaal gevonden van onbekende herkomst. Alle drie de stukken zijn van hetzelfde type asbestverdacht materiaal (golfplaat). Een representatief stukje is dubbel verpakt en meegenomen voor analyse (monstercodering: A01). De vindplaatsen van de stukken asbestverdacht materiaal zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Elders op de locatie zijn tijdens de visuele maaiveldinspectie geen asbestverdachte materialen aangetroffen.

4.2

Uitgevoerde werkzaamheden

Tijdens veldwerkvoorbereiding zijn drie extra voormalige dammen op de locatie achterhaald, waardoor hier (ten opzichte van de onderzoeksopzet in hoofdstuk 3) drie extra boringen zijn uitgevoerd. Het veldwerk is verricht op 16, 17 en 22 juni 2020. Daarbij zijn verspreid over de locatie in totaal 38 handboringen verricht (nrs. 01 t/m 38). Een deel van de boringen is uitgevoerd ter plaatse van de gedempte dwarssloot en in voormalige dammen (nrs. 05, 07, 11, 13, 18, 25, 26 en 30). Ter hoogte van de drie extra aangetroffen voormalige dammen tijdens veldwerkvoorbereiding zijn boringen 33 t/m 35 verricht. Boringen 36 t/m 38 zijn uitgevoerd in het brughoofd van de brug gesitueerd aan de secundaire weg en ter plaatse van de twee dammen aldaar. De boringen zijn verricht met behulp van een Edelmanboor. De boorgaten van boringen 03, 14, 19, 23, 28 en 31 zijn ten behoeve van de grondwatermonstername afgewerkt met een peilbuis (peilbuizen 03, 14, 19, 23, 28 en 31). De plaatsen van de boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 2.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

12

4.3

Veldwaarnemingen

4.3.1

Bodemopbouw

Bij het veldwerk is gebleken dat de bovengrond tot een diepte van circa 0,5 m -mv hoofdzakelijk uit humeuze klei bestaat. De ondergrond bestaat tot de geboorde einddiepte van 2,4 m -mv overwegend uit veen. Ter plaatse van het brughoofd van de brug gelegen aan de secundaire weg, de gedempte dwarssloot en de (voormalige) dammen is een afwijkend bodemprofiel aangetroffen, waarbij onder andere ook zand aanwezig is. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 0,5 à 0,9 m -mv. Voor een beschrijving van de aangetroffen bodemlagen en de trajecten van monstername wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3.

4.3.2

Zintuiglijke waarnemingen

De zintuiglijke waarnemingen die kunnen duiden op een (mogelijke) verontreiniging van de bodem zijn opgenomen in tabel 4. Tabel 4.

Zintuiglijke waarnemingen

Diepte Traject boring Boring [m -mv] [m -mv] Verspreid over de locatie 05

1,60

Hoofdgrondsoort

Bijmenging(en)

0,20 - 0,50

Zand

zwak puinhoudend

0,90 - 1,30

Klei

zwak slibhoudend zwak plantenresten houdend

1,30 - 1,50

Klei

07

1,00

0,00 - 0,50

Zand

zwak slibhoudend

08

2,00

0,00 - 0,50

Klei

sporen puin, opgebrachte grond

11

2,00

0,25 - 0,50

Klei

laagjes baksteen

13

2,00

0,00 - 1,00

Klei

zwak puinhoudend, opgebrachte grond

1,00 - 1,50

Klei

sporen baksteen

1,50 - 2,00

Klei

sporen baksteen

15

0,50

0,00 - 0,25

Veen

gerijpte baggerspecie

25

1,30

0,70 - 1,30

Klei

zwak baksteenhoudend, gestuit (massief)

26

2,00

0,00 - 0,30

Klei

zwak baksteenhoudend

30

1,00

0,00 - 0,30

Klei

matig baksteenhoudend

33

1,00

sporen baksteen

34

1,00

0,00 - 0,20

Zand

0,70 - 1,00

Zand

sporen grind

0,00 - 0,50

Zand

zwak grindhoudend

Brughoofd van brug gelegen aan secundaire weg en twee huidige dammen aldaar 36 37

0,55 1,00

0,00 - 0,25

Zand

sterk baksteenhoudend

0,25 - 0,55

Zand

sterk puinhoudend, zwak grindhoudend, gestuit

0,00 - 0,15

--

volledig repac

38 1,00 0,00 - 0,20 Klei sporen puin Mate van bijmenging: 0-2% sporen, 2-5% resten, 5-15% zwak, 15-40% matig, 40-60% sterk, 60-100% volledig (>50%, geen grond)

Tijdens het zintuiglijk onderzoek zijn verder geen afwijkingen geconstateerd aan het opgeboorde bodemmateriaal. In de bodem ter plaatse van de monsternamepunten zijn ook geen asbestverdachte materialen aangetroffen.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

13

Volgens het bodeminformatiesysteem van Omgevingsdienst Midden-Holland zou het dempingsmateriaal ter plaatse de voormalige dwarssloot uit takkenbossen bestaan. In onderhavig onderzoek zijn echter geen takkenbossen waargenomen. De voormalige dwarssloot lijkt te zijn gedempt met grond.

4.3.3

Grondwater

Het grondwater is bemonsterd op 24 juni 2020. In tabel 5 is een overzicht opgenomen van de verrichte metingen. Achtereenvolgens zijn opgenomen, de filterstelling, de grondwaterstand, de zuurgraad, de elektrische geleidbaarheid, de troebelheid en de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 5.

Veldwerkgegevens grondwatermonstername

Peilbuisnummer

Filterdiepte [m -mv]

Grondwaterstand [m -mv]

[pH]

Geleidbaarheid [μS/cm]

Zuurgraad

Troebelheid [NTU]

Zintuiglijke waarnemingen

Verspreid over de locatie peilbuis 03

1,10 - 2,10

0,72

6,4

900

4,61

Kleurloos en helder

peilbuis 14

1,20 - 2,20

0,36

6,4

700

5,44

Kleurloos en helder

peilbuis 19

1,10 - 2,10

0,69

6,3

700

6,21

Kleurloos en helder

peilbuis 23

1,10 - 2,10

0,47

6,5

600

8,41

Kleurloos en helder

peilbuis 28

1,40 - 2,40

0,33

6,6

1.000

3,98

Kleurloos en helder

peilbuis 31

1,10 - 2,10

0,52

6,3

1.500

6,65

Kleurloos en helder

De gemeten waarden voor pH (zuurgraad), EC (geleidbaarheid) en NTU (troebelheid) in het grondwater zijn niet afwijkend voor het gebied waarbinnen de locatie ligt

4.4

Afwijkingen

De veldwerkzaamheden zijn, zoals eerder vermeld, uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd.

4.5

Laboratoriumonderzoek

De fysische en chemische analyses zijn uitgevoerd door de door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratoria Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (nr. RvA L 010) en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam-Duivendrecht (nr. RvA L 086). De analyses zijn verricht conform AS3000. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en de gehanteerde analysemethoden vermeld.

4.5.1

Uitgevoerde analyses

Het bemonsterde stukje asbestveracht plaatmateriaal, dat tijdens de visuele maaiveldinspectie tussen de slootkant en één van de gronddepots is gevonden, is ná overleg met opdrachtgever geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In tabel 6 is een overzicht van de grond(meng)monsters, de grondwatermonsters en het plaatmateriaalmonster opgenomen welke ter analyse zijn aangeboden. De plaatselijk aangetroffen functionele verhardingslaag, bestaande uit repac (boring 37), is niet geanalyseerd.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

14

Ter plaatse van de gedempte dwarssloot en de voormalige dammen is een afwijkende bodemopbouw aangetroffen ten opzichte van elders op de locatie. Bovendien zijn hier in de bodem bijmengingen aan bodemvreemde materialen geconstateerd, zoals puin en baksteen (geroerd bodemprofiel). Teneinde de bodemkwaliteit ter plaatse van de gedempte dwarssloot en de voormalige dammen goed te kunnen vaststellen zijn, in overleg met de opdrachtgever, acht extra analyses op het standaard NEN 5740grondpakket verricht. Ook twee van de gereserveerde analyses op het standaard NEN 5740-grondpakket ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit in het weiland zijn hiervoor gebruikt. Tabel 6.

Overzicht van grond(meng)monsters, grondwatermonsters, plaatmateriaalmonster en analyses

PFAS

#

#

Humeuze klei/--

#

#

Humeuze klei/--

#

#

Veen/--

#

#

Veen/--

#

#

05 (0,20 - 0,50)

Zand/zwak puinhoudend

#

0,90 - 1,30

05 (0,90 - 1,30)

Humeuze klei/zwak slibhoudend

#

M-08

0,00 - 0,50

07 (0,00 - 0,50)

Kleiig zand/zwak slibhoudend

#

M-09

0,25 - 0,50

11 (0,25 - 0,50)

Humeuze klei/laagjes baksteen

#

M-10

1,00 - 1,50

13 (1,00 - 1,50)

Zandige en humeuze klei/sporen baksteen

#

M-11

0,75 - 1,25

25 (0,75 - 1,25)

Humeuze klei/zwak baksteenhoudend

#

M-12

0,00 - 0,30

26 (0,00 - 0,30)

Humeuze klei/zwak baksteenhoudend

#

Boring(en)

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

asbest-M

NEN-G, H+L

Traject/filterdiepte peilbuis [m -mv]

Humeuze klei/--

(Meng)monstercode

NEN-W

Analyses

Verspreid over de locatie

MM-01

0,00 - 0,50

MM-02

0,00 - 0,50

MM-03

0,00 - 0,50

MM-04

0,50 - 1,10

MM-05

0,45 - 1,00

M-06

0,20 - 0,50

M-07

01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,25 - 0,50) 17 (0,00 - 0,25) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,15) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,45) 23 (0,00 - 0,45) 24 (0,00 - 0,40) 27 (0,00 - 0,15) 29 (0,00 - 0,45) 31 (0,00 - 0,25) 31 (0,25 - 0,50) 03 (0,50 - 0,80) 11 (0,50 - 0,90) 14 (0,50 - 1,00) 18 (0,60 - 1,10) 19 (0,50 - 0,80) 23 (0,45 - 0,70) 26 (0,70 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 31 (0,50 - 1,00) 32 (0,50 - 1,00)

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

15

Tabel 6.

Overzicht van grond(meng)monsters, grondwatermonsters, plaatmateriaalmonster en analyses

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

M-13

0,00 - 0,30

30 (0,00 - 0,30)

Zandige en humeuze klei/matig baksteenhoudend

#

M-14

0,00 - 0,20

33 (0,00 - 0,20)

Kleiig zand/sporen baksteen

# #

M-15

0,00 - 0,50

34 (0,00 - 0,50)

Zand/zwak grindhoudend

peilbuis 03

1,10 - 2,10

03 (1,10 - 2,10)

Grondwater

#

peilbuis 14

1,20 - 2,20

14 (1,20 - 2,20)

Grondwater

#

peilbuis 19

1,10 - 2,10

19 (1,10 - 2,10)

Grondwater

#

peilbuis 23

1,10 - 2,10

23 (1,10 - 2,10)

Grondwater

#

peilbuis 28

1,40 - 2,40

28 (1,40 - 2,40)

Grondwater

#

peilbuis 31

1,10 - 2,10

31 (1,10 - 2,10)

Grondwater

#

A01

op maaiveld

--

Stukje plaatmateriaal

asbest-M

Boring(en)

NEN-W

Traject/filterdiepte peilbuis [m -mv]

NEN-G, H+L

(Meng)monstercode

PFAS

Analyses

#

Brughoofd van brug gelegen aan secundaire weg en twee huidige dammen aldaar M-16 M-17 M-18 H+L NEN-G NEN-W PFAS asbest-M

0,00 - 0,25

36 (0,00 - 0,25)

Zand/sterk baksteenhoudend

#

0,25 - 0,55

36 (0,25 - 0,55)

Zand/sterk puinhoudend, zwak grindhoudend

#

0,00 - 0,20

38 (0,00 - 0,20)

Zandige en humeuze klei/sporen puin

#

organische stof en lutum droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40) poly- en perfluoralkylstofen (28 componenten uit Tijdelijk handelingskader) asbestonderzoek stereo/pol plaatmateriaal kwan/kwalitatief (m/m%), materiaal 5 x 5 cm, NEN 5896

4.6

Toetsingsnormen

4.6.1

Wet bodembescherming (Wbb)

Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en Besluit bodemkwaliteit De mate van verontreiniging wordt bepaald door toetsing van de resultaten van de chemische en fysische analyses van de grond- en grondwatermonsters aan de toetsingswaarden, zoals beschreven in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De achtergrondwaarden zijn overgenomen uit het Besluit bodemkwaliteit. Een overzicht van de interventiewaarden voor grond (Circulaire bodemsanering), de streef- en interventiewaarden voor grondwater (Circulaire bodemsanering) en de achtergrondwaarden voor grond (Besluit bodemkwaliteit) is als bijlage 5 aan dit rapport toegevoegd. In de Circulaire bodemsanering wordt voor metalen onderscheid gemaakt in ondiep en diep grondwater. Bij een regulier bodemonderzoek wordt alleen de kwaliteit van het freatisch (ofwel ondiepe) grondwater bepaald. Voor onderzoek naar de kwaliteit van diep grondwater (bijvoorbeeld uit het eerste watervoerend pakket) worden voor metalen andere toetsingswaarden gehanteerd.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

16

•

Streefwaarden grondwater en achtergrondwaarden grond De streefwaarden voor grondwater en de achtergrondwaarden voor grond worden beschouwd als de bovengrens van een, in Nederlandse bodems, goede bodemkwaliteit, waarbij nog sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de streef- of achtergrondwaarde is er sprake van een bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit kan dan een nadelige invloed hebben op de diverse functies van de bodem. Streef- en achtergrondwaarden representeren het niveau dat bereikt dient te worden waarbij de bodem alle functionele eigenschappen voor mens, dier of plant volledig kan vervullen.

•

Interventiewaarden grond en grondwater De interventiewaarden zijn concentratieniveaus waarboven sprake kan zijn van ernstige risico’s voor de menselijke gezondheid of het bodemecosysteem. De interventiewaarden voor grond zijn humaanen ecotoxicologisch onderbouwd en zijn afhankelijk van het bodemtype. De interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de interventiewaarden voor grond. Bij overschrijding van de interventiewaarden is, onder voorwaarden, sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging3. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging bestaat een saneringsplicht, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Voorafgaand aan een bodemsanering wordt een BUS-melding verricht of een saneringsplan opgesteld. De BUS-melding of het saneringsplan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Afhankelijk van de actuele humane, ecologische en verspreidingsrisico’s die het geval van ernstige bodemverontreiniging met zich meebrengt dient de sanering al dan niet met spoed te worden uitgevoerd. Voor het bepalen van de risico’s en de spoed van de sanering wordt verwezen naar de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.

•

Toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) Het toetsingscriterium ten behoeve van nader onderzoek voor grond is bepaald als: de helft van de som van de achtergrondwaarden en de interventiewaarden, ½ (AW+I). De tussenwaarde voor grondwater blijft gehandhaafd op de helft van de som van de streefwaarden en de interventiewaarden, ½ (S+I). Bij een historische verontreiniging (ontstaan vóór 1987) is bij de overschrijding van deze tussenwaarde een gerede kans aanwezig dat de onderzochte locatie (plaatselijk) ernstig verontreinigd is. De tussenwaarde geeft daarom aan dat in dergelijke situaties een nader onderzoek gewenst is. Nader onderzoek wordt uitgevoerd teneinde de ernst (=concentraties en omvang) van de verontreiniging vast te stellen. Op basis van het nader onderzoek kan de saneringsnoodzaak worden vastgesteld.

Mate van verontreiniging Bij de omschrijving van de mate van verontreiniging worden de volgende begrippen gebruikt: niet verontreinigd : concentraties kleiner/gelijk aan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater; licht verontreinigd

3

:

concentraties tussen de achtergrondwaarden en de halve som van de achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streefwaarden en de halve som van de streef- en interventiewaarden voor grondwater;

Van een geval van ernstige verontreiniging is sprake wanneer in meer dan 25 m3 grond (of sediment) of 100 m3 grondwater de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde. Bovendien dient de verontreiniging te zijn ontstaan vóór 1987 (een zogenaamde historische verontreiniging).

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

17

matig verontreinigd

:

concentraties tussen de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grond en de halve som van de streef- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grondwater;

sterk verontreinigd

:

concentraties groter dan de interventiewaarde.

BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de analyseresultaten per 1 juli 2013 middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De gemeten gehalten worden hierbij eerst gecorrigeerd met het lutum en organische stof gehalte en vervolgens vergeleken met de achtergrond- en interventiewaarden voor grond. Voorheen werden de achtergrond- en interventiewaarden gecorrigeerd voor het lutum en organische stof gehalte, waarna het aangetoonde gehalte werd vergeleken met deze gecorrigeerde toetswaarden. De in de bijlage 5 vermelde achtergrond- en interventiewaarden zijn van toepassing op een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). RBK rapportagegrens-eisen De AS3000 is een richtlijn waarin de kwaliteitseisen voor laboratoria zijn vastgesteld voor al het milieuhygiënisch bodemonderzoek. Met de introductie van de AS3000 in laboratoria zijn onder andere de rapportagegrens-eisen van de te analyseren stoffen in grond en grondwater vastgelegd. Per 1 juli 2013 heeft de Regeling Bodemkwaliteit (RBK) eisen gesteld aan de rapportagegrenzen, zoals die door het laboratorium moeten worden gehanteerd en die in de plaats zijn gekomen voor de rapportage-eisen van de AS3000. Deze RBK rapportagegrens-eisen zijn veelal strenger dan of gelijk aan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater.

Het is mogelijk dat bijvoorbeeld door de samenstelling van een monster sprake is van verhoogde rapportagegrenzen die niet (meer) voldoen aan de RBK rapportagegrens-eis. In dit geval wordt factor 0,7 toegepast. De toetsing conform RBK is als volgt: • Gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde voor grond (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld) danwel de streefwaarde voor grondwater, maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens-eis. In dit geval mag worden verondersteld dat het gecorrigeerd gehalte lager is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. • Gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld) danwel de streefwaarde voor grondwater, en groter dan de RBK rapportagegrens-eis. Dit kan voorkomen indien sprake is van verhoogde rapportagegrenzen, bijvoorbeeld veroorzaakt door de samenstelling van een monster of storende componenten. Een voorbeeld hiervan zijn sterk humushoudende grondmonsters met een laag droge stofgehalte. Humuszuren kunnen een storende werking geven op de analyseapparatuur, waardoor in het milieulaboratorium wordt verdund en er verhoogde rapportagegrenzen optreden. Het gecorrigeerde gehalte is nu maatgevend en kan de tussenwaarde of interventiewaarde overschrijden. De normen voor barium in grond zijn vanaf 1 april 2009 tijdelijk buiten werking gesteld.

Barium wordt vaak in hoge gehalten aangetroffen. Belangrijke oorzaak daarvoor is dat deze stof van nature voorkomt in de bodem. Het hoge gehalte van barium in de bodem leidt tot stagnatie in het hergebruik van vrijkomende grond en tot meer saneringsgevallen. Nader onderzoek inzake het van nature voorkomen van barium in de Nederlandse bodem, en met name in de toxische variant, is noodzakelijk. In afwachting van dit onderzoek wordt voor barium tijdelijk alleen de interventiewaarde gehanteerd voor die situaties waarin met zekerheid kan worden vastgesteld dat het om een antropogene bodemverontreiniging gaat. De achtergrond- en tussenwaarde voor barium in grond zijn per 1 april 2009 komen te vervallen.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

18

Besluit bodemkwaliteit Voor de nuttige toepassing van partijen grond buiten de onderzoekslocatie zijn beperkingen verbonden. Voor toepassing van grond buiten de locatiegrenzen in een hoeveelheid groter dan 50 m3 geldt het Besluit bodemkwaliteit. Indien grond vrijkomt is de gemeente waar de grond (nuttig) wordt toegepast bevoegd gezag ten aanzien van de bestemming van de grond. Geadviseerd wordt om eventueel vrijkomende grond binnen de grenzen van de locatie te herschikken. Voor hergebruik van grond binnen de locatie is het Besluit bodemkwaliteit namelijk niet van toepassing. Voor meer informatie omtrent het nuttig toepassen van partijen grond wordt verwezen naar het digitale Meldpunt bodemkwaliteit.

4.6.2

Tijdelijk handelingskader PFAS en INEV’s

In juli 2019 is het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht geworden, vooruitlopend op het definitieve landelijke beleid ten aanzien van PFAS. Per juli 2020 is het Tijdelijk handelingskader voor de tweede maal geactualiseerd (versie 2), waarbij een aantal toepassingswaarden is verruimd. De regelgeving sluit aan bij het Besluit bodemkwaliteit, waarbij voor het toetsen van de toe te passen grond en baggerspecie uitgegaan wordt van de toepassingslocatie. Dit heeft geresulteerd in 11 verschillende categorieën. Voor toepassing van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau (categorie 4.1) dient een dubbele toets te worden gehanteerd. Het betreft een toets van de bodemkwaliteitsklasse én een toets aan de bodemfunctieklasse van de toepassingslocatie, waarbij de strengste van de twee toepassingswaarden geldt. Voor gebieden met de bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur is de toepassingswaarde voor PFOA vastgesteld op 1,9 µg/kg ds. Voor de overige PFAS bedraagt de toepassingswaarde 1,4 µg/kg ds. Voor gebieden met de bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse Wonen of industrie is de toepassingswaarde voor PFOA vastgesteld op 7 µg/kg ds. Voor de overige PFAS bedraagt de toepassingswaarde 3 µg/kg ds. Tot deze toepassingswaarden is de grond of baggerspecie geschikt voor hergebruik.

INEV’s Op 15 januari 2020 zijn voor enkele PFAS in grond en grondwater, te weten PFOS, PFOA en GenX, Indicatieve Niveaus voor ernstige bodemverontreiniging (INEV’s) vastgesteld, vooruitlopend op de bepaling van de interventiewaarden. INEV’s hebben in de praktijk dezelfde functie als interventiewaarden ten behoeve van de vaststelling van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Omdat INEV’s een grotere mate van onzekerheid hebben dan de interventiewaarden heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om naast de INEV’s ook andere overwegingen te betrekken bij de beslissing of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor grond liggen de INEV’s (veel) hoger dan de Maximale Waarden in het Tijdelijk handelingskader. In tabel 7 zijn de INEV’s voor grond en grondwater aangegeven.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

19

Tabel 7.

Indicatieve Niveaus voor ernstige bodemverontreiniging Risicogrenzen grond en grondwater

Stof

Grond [µg/kg ds]

Grondwater, incl. drinkwater [µg/l]

Grondwater, excl. drinkwater [µg/l]

PFOS

110

0,20

56

PFOA

1.100

0,39

170

GenX

97

0,66

140

4.7

Toetsing analyseresultaten

4.7.1

Grond getoetst aan Wet bodembescherming (Wbb)

Van de geanalyseerde grond(meng)monsters is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de berekende achtergrondwaarde (AW), de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde ((AW+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 zijn de oorspronkelijke en gecorrigeerde concentraties opgenomen, waarbij de gecorrigeerde concentraties zijn getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In tabel 8 staan de chemische analyseresultaten van de grond(meng)monsters vermeld, indien een norm wordt overschreden. Tabel 8.

Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden grond

(Meng)Boringen monstercode (traject) Verspreid over de locatie

MM-01

MM-02

MM-03

MM-04

01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,25 - 0,50) 17 (0,00 - 0,25) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,15) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,45) 23 (0,00 - 0,45) 24 (0,00 - 0,40) 27 (0,00 - 0,15) 29 (0,00 - 0,45) 31 (0,00 - 0,25) 31 (0,25 - 0,50) 03 (0,50 - 0,80) 11 (0,50 - 0,90) 14 (0,50 - 1,00) 18 (0,60 - 1,10) 19 (0,50 - 0,80)

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

AW

T

I

Humeuze klei/--

molybdeen

-

-

Humeuze klei/--

molybdeen

-

-

Humeuze klei/--

molybdeen

-

-

Veen/--

kobalt, molybdeen

-

-

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

20

Tabel 8.

Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden grond

(Meng)monstercode

Boringen (traject)

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

AW

T

I

MM-05

23 (0,45 - 0,70) 26 (0,70 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 31 (0,50 - 1,00) 32 (0,50 - 1,00)

Veen/--

kobalt, molybdeen, nikkel

-

-

M-07

05 (0,90 - 1,30)

Humeuze klei/zwak slibhoudend

cadmium, kwik, molybdeen, lood, zink

-

-

M-11

25 (0,75 - 1,25)

Humeuze klei/zwak baksteenhoudend

molybdeen

-

-

M-12

26 (0,00 - 0,30)

Humeuze klei/zwak baksteenhoudend

molybdeen

-

-

M-13

30 (0,00 - 0,30)

Zandige en humeuze klei/matig baksteenhoudend

kwik, molybdeen, lood, zink, PAK

-

-

M-14

33 (0,00 - 0,20)

Kleiig zand/sporen baksteen

minerale olie

-

-

M-15

34 (0,00 - 0,50)

Zand/zwak grindhoudend

kobalt, nikkel

-

-

lood, zink

-

zink

PAK

-

-

Brughoofd van brug gelegen aan secundaire weg en twee huidige dammen aldaar M-16

36 (0,00 - 0,25)

Zand/sterk baksteenhoudend

M-17

36 (0,25 - 0,55)

Zand/sterk puinhoudend, zwak grindhoudend

38 (0,00 - 0,20)

Zandige en humeuze klei/sporen puin

M-18 AW T I

cadmium, kwik, PAK cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel, lood, minerale olie, PCB kobalt, nikkel

achtergrondwaarde-overschrijding (grond) tussenwaarde-overschrijding (1/2 x (AW+I)) interventiewaarde-overschrijding

In grondmonsters M-06 en M-08 t/m M-10 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard NEN 5740-analysepakket. De hoofdzakelijk aangetroffen ketenlengten (fracties C21-C35) en de bijbehorende chromatogrammen in grondmonsters M-14 en M-17 duiden niet op een specifieke oliesoort. De licht verhoogde gehalten aan minerale olie zijn mogelijk te relateren aan de bijmenging aan bodemvreemde bestanddelen in de grond, zoals puin en baksteen. Het gehalte voor PCB in grondmonster M-17 ligt beneden de door het milieulaboratorium gerapporteerde verhoogde rapportagegrens. De verhoogde rapportagegrens is veroorzaakt door de toegepaste noodzakelijke verdunning in verband met storingen in de monstermatrix. De rapportagegrens voldoet niet aan de RBK rapportagegrens-eis. Hierdoor is gerekend met een gecorrigeerd gehalte, te weten factor 0,7 van de verhoogde rapportagegrens. Het gecorrigeerde gehalte is nu maatgevend, waardoor het gehalte aan PCB in het desbetreffende grondmonster wordt aangemerkt als licht verhoogd gehalte.

4.7.2

Toetsing PFAS

De analyseresultaten van de onderzochte grondmengmonsters op PFAS zijn opgenomen in bijlage 4. In tabel 9 zijn de resultaten van de PFAS-analyses weergegeven.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

21

Tabel 9.

Overzicht van gemeten gehalten PFAS (in µg/kg ds)

MengBoringen monstercode (traject) Verspreid over de locatie

MM-01

MM-02

MM-03

MM-04

MM-05

dg : # :

01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,25 - 0,50) 17 (0,00 - 0,25) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,15) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,45) 23 (0,00 - 0,45) 24 (0,00 - 0,40) 27 (0,00 - 0,15) 29 (0,00 - 0,45) 31 (0,00 - 0,25) 31 (0,25 - 0,50) 03 (0,50 - 0,80) 11 (0,50 - 0,90) 14 (0,50 - 1,00) 18 (0,60 - 1,10) 19 (0,50 - 0,80) 23 (0,45 - 0,70) 26 (0,70 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 31 (0,50 - 1,00) 32 (0,50 - 1,00)

Hoofdbestanddeel/ bijmenging

PFOA (som)

PFOS (som)

Humeuze klei/--

6,5

0,6

PFBA=0,3

Humeuze klei/--

5,2

0,7

PFBA=0,4

Humeuze klei/--

4,6

<dg

PFBA=0,4

Veen/--

3,3

<dg

-

Veen/--

2,0

<dg

-

Overige#

detectiegrens In totaal zijn 28 verschillende PFAS-componenten onderzocht. De belangrijkste, PFOA en PFOS, staan in bovenstaande tabel vermeld. De overige componenten worden alleen vermeld indien deze boven de detectiegrens uitkomen.

De gestandaardiseerde gehalten4 voor PFAS in de kleiige bovengrondmengmonsters MM-01 t/m MM-03 voldoen aan de toepassingswaarden (categorie 4.1) voor klasse Wonen/Industrie (zie Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie). Alle gestandaardiseerde gehalten zijn lager dan 7 µg/kg ds (voor PFOA) of lager dan 3 µg/kg ds (voor de overige PFAS). De gemeten PFAS-gehalten in de venige ondergrondmengmonsters MM-04 en MM-05 voldoen aan de toepassingswaarden (categorie 4.1) voor klasse AW grond. De gestandaardiseerde gehalten zijn lager dan 1,9 µg/kg ds (voor PFOA) of lager dan 1,4 µg/kg ds (voor de overige PFAS).

4

Indien het organische stofgehalte hoger is dan 10% dient voorafgaand aan de toetsing op de analyseresultaten een bodemtypecorrectie plaats te vinden (overeenkomstig de systematiek voor PAK). In de tabel worden de gemeten waarden vermeld. De gestandaardiseerde gehalten worden als volgt berekend: gemeten gehalte x 10/percentage organische stof.

Verkennend bodemonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht Rapportnr.: AT20097, augustus 2020

22

Voor de PFAS-verbindingen in de venige ondergrondmengmonsters MM-04 en MM-05 zijn in het milieulaboratorium verhoogde rapportagegrenzen gerapporteerd. De rapportagegrens per PFAScomponent is hierbij verhoogd van 0,1 naar 0,2 µg/kg ds vanwege de verlaagde monsterinzet. Alle gemeten gehalten aan PFAS liggen onder de verhoogde rapportagegrens. Aangezien de verhoogde rapportagegrens nog steeds onder de Achtergrondwaarde voor PFAS ligt (van 1,4 µg/kg ds, zie Tijdelijk handelingskader), wordt dit niet als kritieke afwijking aangemerkt.

4.7.3

Grondwater

Van de geanalyseerde grondwatermonsters is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de streefwaarde (S), de halve som van de streefwaarde en de interventiewaarde ((S+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 zijn de concentraties opgenomen, getoetst aan de streefen interventiewaarden. In tabel 10 staan de chemische analyseresultaten van de grondwatermonsters vermeld, indien een norm wordt overschreden. Tabel 10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=230125ec-a44c-4321-88f8-0ab11b3691a0