CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL. 6 bijlage bij toelichting 1 - verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Molenpark Bergambacht26.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK Molenlaan te Bergambacht

Verantwoording

Titel

:

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK

Documentnummer

:

20190459-D-VO-3.0

Status

:

Definitief

Versie

:

3.0

Datum

:

11-05-2022

Auteur(s)

:

FvdZ

E-mail adres

:

algemeen@adcim.nl

Deze rapportage, inclusief bijlagen, mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten van de keuringen volgens dit rapport gelden uitsluitend voor de gekeurde grond. Aan de resultaten kunnen derhalve geen rechten worden ontleend voor andere partijen.

ADCIM B.V. Rembrandtlaan 650 3362 AW Sliedrecht Tel. 0184 677500 Fax. 0184 617790 Info: algemeen@adcim.nl Web: www.adcim.nl

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

Inhoudsopgave 1.

ALGEMEEN ....................................................................................................................... 5 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 6 2.1.

Huidig grondgebruik .................................................................................................... 6

2.1.2.

Voormalig grondgebruik .............................................................................................. 6

2.1.3.

Toekomstig grondgebruik ............................................................................................ 6

2.1.4.

Calamiteiten ................................................................................................................ 6

2.1.5.

Ophogingen/dempingen/stort ...................................................................................... 7

2.1.6.

Boven- en ondergrondse tanks ................................................................................... 7

2.1.7.

Asbestdaken ................................................................................................................ 7

2.1.8.

Bodemkwaliteitskaart................................................................................................... 7 Verkennend bodemonderzoek terrein achter Molenlaan 9 .......................................... 7

2.2.2.

Verkennend bodemonderzoek terrein achter Kadijk 4a ............................................... 8

2.2.3.

Verkennend bodemonderzoek terrein achter Molenlaan 1 .......................................... 8

2.2.4.

Omgevingsrapportage ................................................................................................. 8

2.2.5.

PFAS ........................................................................................................................... 8

ONDERZOEKSINSPANNING .................................................................................................... 10 VELDWERK ........................................................................................................................ 10 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN, CHEMISCH ONDERZOEK ............................................................. 11

3.3.1.

Grond ........................................................................................................................ 12

3.3.2.

Grondwater ................................................................................................................ 13

3.4. 3.5. 3.6. 3.7.

TOETSINGSKADER ............................................................................................................... 13 ANALYSERESULTATEN GROND ............................................................................................... 13 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ...................................................................................... 15 UITSPLITSING MENGMONSTERS ............................................................................................. 15

VERKENNEND ASBESTONDERZOEK ................................................................................. 16 4.1. 4.2. 4.3.

ONDERZOEKSTRATEGIE ........................................................................................................ 16 VELDWERK ........................................................................................................................ 16 ANALYSERESULTATEN VERKENNEND ASBESTONDERZOEK ............................................................. 18

NADER BODEMONDERZOEK (N.A.V. VERKENNEND ONDERZOEK 2016 ) ........................... 20 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.

6.

BODEMOPBOUW .................................................................................................................. 8 CONCLUSIE.......................................................................................................................... 9

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ................................................................................. 10 3.1. 3.2. 3.3.

5.

EERDER UITGEVOERD ONDERZOEK............................................................................................ 7

2.2.1.

2.3. 2.4.

4.

HISTORIE EN ACTUELE SITUATIE ............................................................................................... 6

2.1.1.

2.2.

3.

INLEIDING ........................................................................................................................... 5 DOEL VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................... 5 GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE ..................................................................................... 5 LEESWIJZER ......................................................................................................................... 5

CONCLUSIE VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................... 20 CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSOPZET .......................................................................... 20 VELDWERK ........................................................................................................................ 21 LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................. 22 ANALYSERESULTATEN GROND ............................................................................................... 22

NADER BODEMONDERZOEK (N.A.V. VERKENNEND ONDERZOEK 2022) ............................ 23

Pagina 3

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 6.6. 7.1.

CONCLUSIE VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................... 23 CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSOPZET .......................................................................... 23 VELDWERK ........................................................................................................................ 24 LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................. 25 ANALYSERESULTATEN GROND ............................................................................................... 25 NADER ONDERZOEK DEELLOCATIE D BORING 15 ....................................................................... 26 CONCLUSIE........................................................................................................................ 27

7.1.1.

Deellocatie A (onverdachte terrein achter Molenlaan 3): ........................................... 27

7.1.2.

Deellocatie B (Molenlaan 3 – bodemkwaliteitskaart klasse industrie):....................... 27

7.1.3.

Deellocatie C (nader onderzoek perceel B4195): ...................................................... 28

7.1.4.

Deellocatie D (perceel B4910 en B4911): ................................................................. 28

7.2. 7.3.

AANBEVELINGEN. ............................................................................................................... 29 BETROUWBAARHEID ........................................................................................................... 30

BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E BIJLAGE F

SITUATIETEKENING MET BORINGEN FOTO’S BOORPROFIELEN ANALYSERAPPORTTEN TOETSINGSTABELLEN OMGEVINGSRAPPRTAGE

Pagina 4

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

1. ALGEMEEN 1.1. Inleiding In opdracht van Adriaan van Erk ontwikkeling is een verkennend (asbest) bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van onbebouwde percelen aan de noordzijde van Molenlaan 3-5 te Bergambacht. Het onderzoek staat bij Adcim B.V. geregistreerd onder projectnummer 20210004. 1.2. Doel van het onderzoek Aanleiding voor het onderzoek betreft de voorgenomen bestemmingsplan wijziging en de geplande nieuwbouw op het terrein. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of de grond en/of het grondwater ter plaatse verontreinigingen bevatten welke een belemmering of beperking zouden kunnen vormen voor de voorgenomen werkzaamheden. 1.3. Gehanteerde onderzoeksmethode Het veldwerk is verricht door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2001, 2002 en 2018. Adcim BV verklaart hierbij dat er geen sprake is van eigendom van het te onderzoeken onroerend goed en tevens dat het bodemonderzoek onpartijdig en onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. 1.4. Leeswijzer Hoofdstuk 2 omschrijft het vooronderzoek en in hoofdstuk 3 is de het verkennend bodem onderzoek benoemd. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het asbest bodemonderzoek weergegeven en in hoofdstuk 5 zijn de resultaten van het nader onderzoek weergegeven. hoofdstuk 6 omschrijft de conclusies en aanbevelingen.

Pagina 5

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

2. VOORONDERZOEK 2.1. Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie is gelegen tussen de Molenlaan en Kadijk te Bergambacht. De onderzoekslocatie is kadastraal geregistreerd onder Bergambacht B6114, B4195, B4910 en B4911. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in afbeelding 1.

Afbeelding 1) Onderzoekslocatie ter plaatse van de rode lijn

2.1.1.

Huidig grondgebruik

De onderzoekslocatie betreft een grasland welke omsloten is door diverse watergangen. Aan de noord, oost en zuidzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich historische lint bebouwing. Aan de westzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich de Provincialeweg N207. De onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening met boorpunten in bijlage A. Enkele afbeeldingen zijn toegevoegd als bijlage B. 2.1.2.

Voormalig grondgebruik

De onderzoekslocatie kent van oudsher een agrarische bestemming te weten als gras/weide land met een van noord naar zuid gericht slotenpatroon. Deze situatie wijzigt niet of nauwelijks en duurt voort tot in het heden. Ter plaatse van Molenlaan 3 is de locatie omstreeks 1958 bebouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voormalige watergangen gelegen.

1950

1970

1995

2015

Afbeelding 2) Topografische kaarten

2.1.3.

Toekomstig grondgebruik

Het grondgebruik wordt gewijzigd naar wonen met tuin. 2.1.4.

Calamiteiten

Er zijn geen gegevens bekend van eventuele calamiteiten.

Pagina 6

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022 2.1.5.

Ophogingen/dempingen/stort

De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Ook is het gebied niet in gebruik geweest als stortlocatie of kassencomplex. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn gedempte watergangen en dammen (3 stuks) aanwezig.

Afbeelding 3) Gedempte watergang (bron Omgevingsrapportage)

Door provincie Zuid-Holland is in november 1985 een toepassing geconstateerd van een ophoging met grond vermengd met bouw- en sloopafval met verhoogd loodconcentraties met een omvang van 160m3. Deze ophoging moet op last van provincie verwijderd worden. 2.1.6.

Boven- en ondergrondse tanks

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn zover bekend geen onder en of bovengrondse tanks aanwezig of aanwezig geweest. 2.1.7.

Asbestdaken

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn zover bekend geen daken van asbesthoudend materiaal aanwezig. 2.1.8.

Bodemkwaliteitskaart

Volgens de bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Midden-Holland voldoet de bovengrond aan klasse wonen en industrie en de ondergrond aan klasse achtergrondwaarde en wonen (ontgravingskaart). Ter plaatse van de grond klasse industrie is de boven- en ondergrond gelegen in Zone 02: Historische bebouwing 2 – Krimpenerwaard, diffuse spoed en aandachtsgebied voor bodemlood.

Afbeelding 4) Bodemkwaliteitskaart, kwaliteit bovengrond

2.2. Eerder uitgevoerd onderzoek 2.2.1.

Verkennend bodemonderzoek terrein achter Molenlaan 9

Door Geofox-Lexmond is in september 2011 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het terrein achter Molenlaan 9 te Bergambacht. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat plaatselijk in de grond lichte verontreinigingen zijn aangetroffen met onder andere zware metalen, PAK en/of PCB. Het grondwater is licht verontreinigd.

Pagina 7

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

De resultaten van het onderzoek vormen geen consequenties voor de voorgenomen eigendomsoverdracht. 2.2.2.

Verkennend bodemonderzoek terrein achter Kadijk 4a

Door Geofox-Lexmond is in augustus 2016 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het terrein achter Kadijk 4a te Bergambacht. Tijdens het onderzoek is plaatselijk een matige tot sterke puinbijmenging. Er is zintuiglijk geen olie waargenomen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van boring 7 een sterke zinkverontreiniging is aangetroffen. Tevens is een sterke verontreiniging aangetroffen met koper ter plaatse van boring 8 en 10. In de bovengrond op het overige deel zijn hoogstens lichte verontreinigingen aangetroffen. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen. De aangetroffen sterke verontreinigingen zijn niet nader onderzocht. 2.2.3.

Verkennend bodemonderzoek terrein achter Molenlaan 1

Door Adcim B.V. is in oktober 2019 een verkennend bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het terrein achter Molenlaan 1 te Bergambacht. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond met name lichte verontreinigingen van zware metalen waargenomen zijn, in het slib ter plaatse van de watergangen zijn geen verhogingen waargenomen ten opzichten van de achtergrondwaarde. In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium waargenomen. In de boven- en ondergrond als ook in het slib zijn verhogingen van PFOA, PFOS en GenX waargenomen, deze verhogingen overschrijden niet de normering zoals beschreven in het tijdelijk handelingskader. Bij eventuele afvoer van overtollige grond voldoet de grond voor PFAS indicatief aan klasse wonen/industrie. 2.2.4.

Omgevingsrapportage

De geraadpleegde omgevingsrapportage van Omgevingsdienst Midden-Holland (bijlage E) geeft geen aanvullende bodeminformatie dan reeds benoemd, met betrekking tot de onderzoekslocatie. Ook zijn geen gegevens bekend van saneringscontouren, verontreinigingscontouren of nazorgcontouren. 2.2.5.

PFAS

Volgens de herziene handreiking voor toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is de onderzoekslocatie gelegen in zone 1 de pluimzone met verwachte PFOA concentraties van 0-10 bodemkwaliteitskaart PFAS voldoen zowel de boven- als ondergrond aan klasse landbouw/natuur (ontgravingskaart). Het beleid van OZHZ stelt dat voor zone 0 en 1 is ten behoeve van een omgevingsvergunning geen onderzoek op PFOA nodig. Voor beide zones geldt dat het voldoende zeker is dat de te verkrijgen onderzoeksresultaten niet zullen leiden tot zodanige risico's als gevolg van PFOA dat deze belemmerend zijn voor het verlenen van de bouwvergunning. Als bij de nieuwbouw grond vrijkomt is het voor het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden wel noodzakelijk om onderzoek op PFOA uit te voeren 2.3. Bodemopbouw Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als een kalkarme drechtvaaggrond, bestaande uit zware klei (Mv41C, zie figuur 16). Bij een vaaggrond heeft (nog) weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden. Deze gronden zijn wel geheel gerijpt. Bij drechtvaaggronden is binnen 80 cm diepte veen aanwezig en komen voor overal waar klei over veen uitwigt.

Dat het bovenste pakket klei kalkarm is geeft aan dat de oeverwallen na een periode van hoogwater relatief snel droogvielen, waardoor minder synsedimentaire ontkalking plaatsvonden (oplossen en afvoeren van kalkdeeltjes). Synsedimentaire ontkalking vindt vooral sterk plaats in komgebieden.

Pagina 8

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

2.4. Conclusie Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt afgeleid van de NEN5740 A1 april 2016. Vervolgens worden voor de onderzoekslocatie de volgende deelgebieden en onderscheiden onderzoeksstrategieën beschouwd:

D

C

B A

Afbeelding 5) Deellocaties

A. Verkennend bodemonderzoek ter plaatse het onbebouwde deel van het perceel B6114, gelegen in de bodemkwaliteitszone wonen, volgens de strategie onverdachte locatie met een oppervlakte van 1,6 ha en bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige slootdemping en aanwezige dam. B. Verkennend asbest- en bodemonderzoek ter plaatse van het bebouwde deel van het perceel B6114, gelegen in de bodemkwaliteitszone industrie, volgens de strategie verdachte locatie met een oppervlakte van <2.000m2. Bij het plaatsen van de boringen wordt rekening gehouden met de dammen. De bovengrond wordt als verdachte laag beschouwd, de ondergrond als onverdacht C. Nader bodemonderzoek ter plaatse van perceel B4195 in verband met eerder aangetroffen matige en sterke zink en koper verontreinigingen en asbestbodemonderzoek in verband met de matig tot sterke bijmenging met puin op een oppervlakte van 1000-1500m2 ter plaatse van de sterkste bijmenging rondom boring 1, 2 en 16 en bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige slootdemping D. Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Perceel B4910 en B4911 volgens de strategie onverdachte locatie met een oppervlakte van <1.000m2 m2. Geen rekening is gehouden met grondwateronderzoek. Er vindt geen PFAS onderzoek plaats.

Pagina 9

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK 3.1. Onderzoeksinspanning Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de algemene kwaliteit van de bodem in het kader van de voorgenomen bestemmingsplan wijziging. Dit betreft de volgende activiteiten: Tabel 1: Onderzoeksinspanning

Deel locatie

Aantal boringen Boring tot 0,50 m-mv

Boring tot grondwater (max. 2,0 m-mv) A 17x 4x A (sloot) 4x B 10x 2x D 4x 2x Afkortingen: bg= bovengrond en og=ondergrond

Boring met peilbuis 2x 1x -

Aantal analyses (standaard pakket AS3000) Grond Bovengrond

Ondergrond

2x NEN 2xNEN 3x NEN 1xNEN

2xNEN 2xNEN 1xNEN 1xNEN

Grondwater 2xNEN 1xNEN -

3.2. Veldwerk Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een terrein inspectie uitgevoerd op 10 november 2021. Tijdens deze inspectie zijn de volgende waarneming gedaan: Deellocatie A: - Op het weiland is een oud baggerdepot gelegen. Deellocatie B: - Molenlaan 3 betreft een leegstaande, onbewoonde woning; - Ter plaatse van het rijpad is een halfverharding van betongranulaat/grind aanwezig. Deellocatie C: - Het terrein is in gebruik als tijdelijke opslaglocatie en is voorzien van stalen rijplaten. - Het overige terrein is begroeid met gras. Het asbestbodemonderzoek is uitgevoerd nadat de opslag en rijplaten verwijderd zijn op 02 mei 2022. Deellocatie D: - Het terrein is grotendeels begroeid met verschillende struiken en bomen. - Er is een oude blokhut aanwezig. - Er zijn restanten van een voormalige brug en beschoeiing aanwezig. De beschoeiing bestaat uit gegolfde stalen dakprofielen met stalen en houten staanders. Tevens zijn enkele asbestverdachte golfplaten aanwezig. Het veldwerk is verricht door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2001, 2002 en 2018. De bemonstering vind plaats aan de hand van het opgestelde monsternemingsformulier. De locaties van de boringen en de peilbuis zijn bijgevoegd als bijlage A. De boorprofielen van deze boringen zijn bijgevoegd als bijlage B. Tabel 2: Peilbuisgegevens

Boring met peilbuis

Filter stelling in m-mv

Grondwaterstand in pH Ec Ntu cm-mv bij plaatsing* 05 1.20-2.20 70 6.3 1192 14.6 35 1.28-2.28 70 6.7 856 10.9 S01 1.28-2.28 70 6.7 860 26.2 * Het grondwater is plaatselijk zeer hoog gelegen tot 5-10 cm-mv. De peilbuis is bemonsterd na afpompen op 18 november 2021, waarbij de pH, de troebelheid en de geleidbaarheid zijn bepaald. In het bemonsterde grondwater uit de peilbuis is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een

Pagina 10

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek overschrijden de gehalten van geen enkele organische parameter de betreffende ½ S+I- waarde. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. 3.3. Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen, hierbij zijn de volgende waarnemingen gedaan: Onderstaand worden de bevindingen per deelgebied weergegeven. Deellocatie A (boring 20 t/m 41 en S01 t/m S04) - Ter plaatse van de dam (boring 22) wordt een zandlaag aangetroffen met een zwakke tot matige bijmenging aan baksteen en glas; - Ter plaatse van de voormalige watergang is in een tweetal boringen slib aangetroffen.

Deellocatie B (boring 1 t/m 13): - Ter plaatse van het rijpad is een halfverharding van betongranulaat/grind aanwezig tot een diepte van 20-60cm-mv; - Onder de halfverharding is een grind/zandlaag aanwezig met bijmenging aan metselpuin; - Aan de achterzijde van de woning is een laagje asfalt aangetroffen op een grindlaag en ter plaatse van boring 06A (ter plaatse van de dam in de watergang) is een laagje asfalt aangetroffen op beton/menggranulaat; - De kleiige bovengrond ter plaatse van het onverharde terrein bevat plaatselijk een zwakke bijmenging met baksteen. - Ter plaatse van boring 11, in de voormalige watergang, wordt met name zand aangetroffen met een zwak tot sterke bijmenging aan metselpuin, glas, plastic en hout. - Ter plaatse van boring 12 is in de veengrond een zwakke bijmenging met plastic aangetroffen. - In verband met de aangetroffen bijmenging wordt een asbestbodemonderzoek uitgevoerd. Deellocatie C (boringen nader onderzoek en boring S06 t/m S08): - Ter plaatse van de voormalige watergang is ter plaatse van boring S06 een zwakke bijmenging met metselpuin aangetroffen. - Ter plaatse van boring S06, 8.2, 8.3, 10.1, 10.2, 10.3 en 10.5 is een zwakke tot matige puinbijmenging aangetroffen met plaatselijk resten glas. Deellocatie D (boring 14 t/m 19): - Geen bijzonderheden

Pagina 11

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022 3.3.1.

Grond

Van de grondmonsters zijn mengmonsters in het laboratorium samengesteld, waarvan de samenstelling, het betreffende trajectdeel en de onderzoeksresultaten zijn samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 3: Samenstelling mengmonsters

Nr.

Traject

Deellocatie A MM1 zandige ‘bovengrond’ MM2

kleiige bovengrond met grind

MM3

kleiige bovengrond

MM4

verdachte zandige grond met bijmenging

MM5

zandige bovengrond met bijmenging

Deellocatie D MM6 kleiige bovengrond MM7

venige ondergrond

Deellocatie B MM8 kleiige grond in slootdemping MM9

venige grond in slootdemping MM10 verdachte sliblaag MM11 kleiige grond in slootdemping met bijmenging MM13 venige bovengrond MM14 kleiige bovengrond

Omschrijving

Boring met mengmonstersamenstelling van – tot in meter t.o.v. maaiveld

zand, matig fijn, kleiig, zwak grindig, zwak humeus, neutraal grijs, bruin

01 02 05 03 07, 08

60 20 50 0 0

80 50 70 40 50

09, 10 12 13 zand, matig fijn, kleiig, licht humeus, 11 donker bruin, grijs, sterk metselpuin, 22 zwak hout , zwak glas, sterk plastic, sterk aardewerk zand, matig fijn, kleiig, zwak grindig, 02 zwak humeus, donker grijs, bruin, 05 zwak metselpuin

0 0 0 0 0

50 25 30 50 150

20 9

50 50

klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruin, grijs, zwak roest veen, zwak kleiig, donker rood, bruin, zwak hout

14, 15, 17, 19

0

50

14 16

50 50

100 150

klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruin, grijs, zwak roest , sterk zand veen, zwak kleiig, donker rood, bruin, sterk zand slib, matig siltig, neutraal zwart, grijs klei, zwak siltig, zwak humeus, donker bruin, grijs, zwak metselpuin

S01 S06A S08 S01 S02 S02 S04 S06, S06B

0 50 30 50 0 100 100 0

50 100 70 100 100 130 110 50

veen, zwak kleiig, donker rood, bruin, zwak hout klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruin, grijs, zwak roest

32, S03

0

50

23, 28, 34, 39 30 20, 35, 41 21, 23, 25, 28, 31,34, 39 27, 33, 38 26 S02 S03 S04 29, 35, 41

0 0 0 30 0

30 40 50 50 30

50 50 50 50 50

200 110 150 160 200

klei, zwak siltig, zwak humeus, donker bruin, zwak wortels, zwak grindig klei, zwak siltig, zwak humeus, donker bruin, zwak roest

MM15 venige bovengrond

veen, zwak kleiig, donker rood, bruin, zwak hout

MM16 venige ondergrond

veen, zwak kleiig, donker rood, bruin, zwak hout , sporen plastic, sporen baksteen

MM17 venige ondergrond

veen, zwak kleiig, donker rood, bruin, laagjes hout

Pagina 12

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

Deze mengmonsters zijn geanalyseerd op het standaard analysepakket (NEN 5740) voor grondmonsters. Dit pakket omvat de volgende parameters: - Zware metalen: Barium, Kobalt, Molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel en zink. De meeste metalen komen van nature reeds in lage concentraties in de bodem voor en worden daarbij niet aangemerkt als een verontreiniging. - Polychloorbifenylen (PCB). - Minerale olie. Minerale olie is een verzamelnaam voor de verschillende soorten aardolieproducten zoals benzine, gasolie en petroleum. Minerale olie kan als verontreiniging worden aangetroffen bij tankstations, ondergrondse opslagtanks e.d.; - Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Verontreinigingen met polycyclische aromaten kunnen worden aangetroffen op voormalige gasfabrieksterreinen, bij asfaltmolens, op stookplaatsen, in combinatie met verontreinigingen met aardolieproducten. 3.3.2.

Grondwater

Het grondwater is geanalyseerd op het standaardpakket voor grondwater. Dit pakket bestaat uit de volgende parameters: - benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, naftaleen en styreen; - vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (13); - kobalt, barium, molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink; - minerale olie; - tribroommethaan; - dichloorpropanen(1,1-1,2-1,3). 3.4. Toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden AW 2000 en de tussen- en interventiewaarden voor microverontreinigingen, zoals opgenomen in de Leidraad Bodembescherming. De omschrijving van deze waarden is als volgt: Achtergrondwaarde AW 2000. Deze waarde geeft het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit komt overeen met het niveau waarbij de functionele eigenschappen, die de bodem voor mens, dier en plant heeft, zijn veiliggesteld. Interventiewaarde: Deze waarde geeft het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierbij is sprake van een zodanige bodemverontreiniging, dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant kunnen verminderen.

De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide studie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM), naar zowel de humaan- als ecotoxicologische effecten van bodem verontreinigende stoffen. Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging indien in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde door één of meer parameters. Tussenwaarde: Voor de waarde voor nader onderzoek, de tussenwaarde genaamd, wordt het gemiddelde van de AW2000 en de interventiewaarde gehanteerd. 3.5. Analyseresultaten grond De genoemde waarden zijn afhankelijk gesteld van de percentages lutum en organische stof van de grond. In het hierna volgende overzicht staan per geanalyseerd monster de overschrijdingen van de toetsingswaarden als volgt weergegeven: > AW gehalte boven achtergrondwaarde AW 2000 (lichte verontreiniging); >T gehalte boven tussenwaarde (matige verontreiniging); >I gehalte boven interventiewaarde (ernstige verontreiniging).

Pagina 13

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

In de laatste kolom staat tevens vermeld wat de kwaliteit van de grond is bij indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage D. De toetsingstabellen zijn bijgevoegd als bijlage E. Tabel 4: Analyseresultaten grond

Nr.

Mengmonster

Deellocatie A MM1 zandige ‘bovengrond’ MM2 kleiige bovengrond met grind MM3 kleiige bovengrond MM4 verdachte zandige grond met bijmenging MM5 zandige bovengrond met bijmenging Deellocatie D MM6 kleiige bovengrond MM7

venige ondergrond Deellocatie B MM8 kleiige grond in slootdemping MM9 venige grond in slootdemping MM10

verdachte sliblaag

MM11

kleiige grond in slootdemping met bijmenging venige bovengrond kleiige bovengrond venige bovengrond venige ondergrond

MM13 MM14 MM15 MM16 MM17

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

Indicatieve toetsing BBK

lood

-

-

kwik, zink, PAK

lood

-

altijd toepasbaar industrie

koper, kwik, molybdeen, lood, PAK kobalt, kwik, nikkel, lood, zink, PAK

zink

-

industrie

-

-

wonen

kobalt, nikkel, lood, zink, minerale olie, PAK

-

-

industrie

cadmium, koper, kwik, molybdeen, lood, PAK, chloordaan kobalt, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink

zink

-

industrie

-

-

industrie

kobalt, kwik, lood, zink, PAK cadmium, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, PAK cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, nikkel, PCB, PAK

-

-

wonen

-

-

industrie

-

koper, lood, zink

kwik, lood, zink, PAK

-

-

Niet Toepasbaar > Interventiewa arde wonen

kwik, molybdeen, lood

-

-

wonen

kwik, molybdeen, lood

-

-

wonen

kwik, molybdeen, lood

-

-

wonen

cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, PCB, PAK molybdeen

zink

-

industrie

venige ondergrond Afkortingen: >AW overschrijding achtergrondwaarde, >T overschrijding tussenwaarde >I overschrijding interventiewaarde

altijd toepasbaar

Pagina 14

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

3.6. Analyseresultaten grondwater In onderstaande tabel staan de overschrijdingen in het grondwater. Het analysecertificaat zijn opgenomen in bijlage C. De toetsingstabel is bijgevoegd als bijlage D. Tabel 5: Analyseresultaten grondwater

Peilbuis 05 35 S01

Gehalten > Streefwaarde barium barium barium, cadmium, koper, nikkel en zink

> Tussenwaarde lood

> Interventiewaarde -

3.7. Uitsplitsing mengmonsters Naar aanleiding van de aangetroffen matige en sterke verontreinigingen zijn de afzonderlijke deelmonsters van de betreffende mengmonsters separaat onderzocht op de overschrijdende parameters. De analyseresultaten zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 6: Analyseresultaten uitsplitsing grond

MengNr. Bodemlaag Gehalte > AW Gehalte > T Gehalte > I monster Deellocatie A MM2 U1 03: 0-40 lood U2 07: 0-50 lood U3 08: 0-50 lood MM3 U4 09: 0-50 zink U5 10: 0-50 zink U6 12: 0-25 zink U7 13: 0-30 zink Deellocatie D MM6 onvoldoende materiaal aanwezig voor afzonderlijke analyse Deellocatie B MM10 U19 S02: 100-110 koper lood, zink U20 S02: 120-130 koper, lood zink U21 S04: 100-110 lood, zink zink MM16 U11 S02: 50-100 zink U12 S03: 50-100 U13 S03: 100-150 zink U14 S04:50-100 U15 S04: 110-160 U16 26: 50-100 U17 26: 100-150 U18 26: 150-200 Afkortingen: >AW overschrijding achtergrondwaarde >T overschrijding tussenwaarde >I overschrijding interventiewaarde

Indicatieve toetsing BBK industrie industrie wonen industrie Niet Toepasbaar > I Niet Toepasbaar > I wonen

Niet Toepasbaar > I Niet Toepasbaar > I industrie industrie industrie altijd toepasbaar industrie altijd toepasbaar altijd toepasbaar altijd toepasbaar altijd toepasbaar

Na afzonderlijke analyse van de deelmonsters is ter plaatse van boring 10, 12 en S02 een sterke verontreiniging met zink en/of lood aangetroffen. Van het matig met zink verontreinigde mengmonsters MM6, samengesteld van de bovengrond van boring 14, 15, 17 en 19 is geen afzonderlijke analyse uitgevoerd, wegens onvoldoende analysemateriaal.

Pagina 15

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

4. VERKENNEND ASBESTONDERZOEK 4.1. Onderzoekstrategie Naar aanleiding van de aangetroffen bijmenging met bodemvreemde materialen is een asbestbodemonderzoek verricht in de strook aan de oostzijde van het perceel van de dam in de watergang tot de brug aan de Molenlaan met een oppervlakte van ca. 500m2. Voor de strategie van het onderzoek is de NEN 5707+C1:2016 tabel 7: Aantal plekken voor visuele inspectie en te analyseren (meng)monsters bij verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming Tabel 7: Uitvoering veldwerk

onderzoeksoppervlakte 0.01-0.05

aantal maaiveldinspectiepunten 3

gaten in de verdachte laag 3

gaten tot onderzijde verdachte laag 1

aantal te analyseren (meng)monsters 1 (asbest in grond)

Het aantal gaten, de boringen en de locaties ervan zijn afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de eventuele aanwezigheid van asbest(vezels) in de grond ter plaatse van de puinbijmenging. 4.2. Veldwerk Op 14 januari 2022 en 02 mei 2022 is het veldwerk verricht door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2018. De bemonstering vind plaats aan de hand van het opgestelde monsternemingsformulier. Voor aanvang van het veldwerk is een terrein inspectie uitgevoerd. Tijdens deze terrein inspectie zijn er geen afwijkingen ten opzichte van de uitvraag geconstateerd. De locatie van de gaten zijn terug te vinden in de tekening bijgevoegd in bijlage A. Foto´s en de boorstaten zijn opgenomen in bijlage B. De bodem is ontgraven in lagen van circa 0,05 meter. Het vrijkomende materiaal is in een dunne laag op folie met een hark uitgespreid om de visuele aanwezigheid van asbest vast te stellen. De resultaten van het onderzoek kunnen als volgt worden samengevat. Deellocatie B: Er zijn op 14 januari 2022 een vijftal gaten gegraven van tenminste 0,30 x 0,30 m tot de ongeroerde ondergrond. Bij het uitvoeren van het veldwerk zijn de volgende bevindingen gedaan: - Ter plaatse van asbestgat 11A is zintuigelijk asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen, het betreft 11 plaatjes met een gewicht van 122 gram.

Van de grond uit dit gat is een mengmonster samengesteld voor analyse van de grondfractie <20mm. - Ter plaatse van de overige inspectiegaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Er zijn op 20 april 2022 een viertal gaten gegraven (N12, N12.2, N12.3 en N12.4) van tenminste 0,30 x 0,30 m tot de ongeroerde ondergrond ter afperking van het aangetroffen asbest in asbestgat 11A. Bij het uitvoeren van het veldwerk zijn de volgende bevindingen gedaan: - Ter plaatse van de inspectiegaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Deellocatie C: Er zijn op 02 mei 2022 een tiental gaten gegraven van tenminste 0,30 x 0,30 m tot de ongeroerde ondergrond. Bij het uitvoeren van het veldwerk zijn de volgende bevindingen gedaan: - Ter plaatse van de inspectiegaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen.

Pagina 16

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

Deellocatie D: Van de asbestverdachte golfplaten beschoeiing is op 20 april 2022 een verzamelmonster van plaatmateriaal genomen om uit te kunnen sluiten of het asbestverdacht plaatmateriaal betreft. tabel 8: gaten, omschrijving

gat

asbest op maaiveld

verdachte laag dikte in cm aard van de verdachte laag t.o.v. maaiveld Deellocatie B 14 januari 2022 01 geen 35-60 grind, sterk zandig, sintels- en slakkenhoudend 02 geen 20-50 zand met zwakke bijmenging van metselpuin 04 geen 0-50 grind sterk zandig met zwakke bijmenging van menggranulaat 06A geen 5-20 beton/menggranulaat 11A geen 0-50 zand met sterke bijmenging van metselpuin, aardewerk, glas en plastic Deellocatie B 28 april 2022 – afperking asbest rond 11A N12 geen 0-50 klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak metselpuin N12.2 geen 0-50 klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak metselpuin N12.3 geen 0-50 klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak metselpuin N12.4 geen 0-50 klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak metselpuin Deellocatie C A101 t/m geen 0-50 zand, matig fijn, kleiig, matig A105 humeus, zwak metselpuin A106 t/m geen 0-50 zand, matig fijn, kleiig, matig A110 humeus, zwak metselpuin Opmerkingen opm.1 verzamelmonster AVM voor plaatanalyse ingediend

visueel asbest in grond

asbest gewicht totaal

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen 11 stukken asbestverdacht plaatmateriaal

geen 122 gram (opm.1)

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

Van de meeste verdachte bodemlagen zijn mengmonsters samengesteld en aangeleverd bij het laboratorium ter analyse. tabel 9a: gaten, sleuven, samenstelling mengmonsters

menggat en verdachte laagdikte monster in cm Deellocatie B 14 januari 2022 1 duplo 11: 0-50 2 MA

02: 20-50 (opm.1)

3 MP

04: 0-50

gewicht bodemlaag

analyse

13.6 kg zand met sterke bijmenging van metselpuin, aardewerk, glas en plastic 14.8 kg zand met zwakke bijmenging van metselpuin 17.5 kg grind sterk zandig met zwakke bijmenging van menggranulaat

grond <20mm NEN 5898 grond <20mm NEN 5898 grond <20mm NEN 5898

Opmerkingen opm.1 Bij de invoer is als per abuis nummer 07 ingevoerd in plaats van 02, op het analysecertificaat is hierdoor nummer 07 weergegeven met een laagdikte 0-5000.

Pagina 17

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022 tabel 9b: gaten, sleuven, samenstelling mengmonsters

Deellocatie B 28 april 2022 – afperking asbest rond 11A MD N12, N12.2, N12.3, N12.4: 29.7 kg klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak grond <20mm 0-50 metselpuin NEN 5898 Deellocatie C 1 A101 t/m A105: 0-50 15.1 kg zand, matig fijn, kleiig, matig grond <20mm humeus, zwak metselpuin NEN 5898 zand, matig fijn, kleiig, matig humeus, zwak metselpuin 2 A106 t/m A110: 0-50 13.9 kg zand, matig fijn, kleiig, matig grond <20mm (opm.2) humeus, zwak metselpuin NEN 5898 zand, matig fijn, kleiig, matig humeus, zwak metselpuin Opmerkingen opm.2 Het droog volumegewicht is erg laag uitgevallen en komt uit op 7,17kg. De aangeboden monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform NEN 5898. Gezien het analyseresultaat van zowel mengmonster 1 als 2, als het visueel ontbreken van asbestverdacht materiaal, worden de analyseresultaten wel al representatief beschouwd. 4.3. Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek De landelijke normen voor asbest in grond, bodem en puingranulaat zijn vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijngehalte vermeerderd met tienmaal het amfiboolgehalte). De hergebruikswaarden voor asbest in grond, baggerspecie en bouwstoffen zijn opgenomen in bijlagen A en B van de Regeling bodemkwaliteit. De waarde van 100 mg/kg ds geldt als eis, mits het asbest niet opzettelijk aan de bouwstof, grond of baggerspecie is toegevoegd (zie Productenbesluit asbest).

Ook in het Besluit asbestwegen is deze waarde van 100 mg/kg (gewogen gehalte). De interventiewaarde voor asbest voor historische bodemverontreinigingen (ontstaan voor 1 juli 1993) is opgenomen in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. In tegenstelling tot andere chemische stoffen is het volumecriterium (minimaal 25 m3 verontreinigd bodemvolume) voor asbest niet van toepassing. Bij asbest is sprake van een geval van ernstige verontreiniging als het asbestgehalte binnen een in het bodemonderzoek onderscheiden ruimtelijke eenheid (RE) de interventiewaarde overschrijdt. De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage C. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hechtgebonden en niet-hecht-gebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hechtgebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). Het totale asbestgehalte in de grond/puin is bepaald door de aanwezigheid van de grove fractie (> 20 mm) en de fijne fractie (< 20 mm). Deze gehalten zijn daarom bij elkaar opgeteld. Hierbij is de asbestconcentraties in de materiaalmonsters van de grove fractie omgerekend naar een asbestgehalte in de grond (mg/kg ds. gewogen). tabel 10a: Analyseresultaten grond (mg/kg ds)

omschrijving

aantal deeltjes

asbest totaal, gewogen in mg/kg/ds

monster < 20 mm Deellocatie B 14 januari 2022 1 duplo 5x 0.5-1 mm, 7x 1-2 mm, 12x 2-4 mm, 20x 4-8 mm en 110 7x 8-20 mm, betreft: - cement vlakke plaat, hecht gebonden, chrysotiel 10-15% - vinylzeil, niet hechtgebonden, chrysotiel 30-60% 2 MA geen <0.4 3 MP geen <0.3

Pagina 18

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022 tabel 10b: Analyseresultaten grond (mg/kg ds)

omschrijving

aantal deeltjes

monster < 20 mm Deellocatie B 28 april 2022 – afperking asbest rond 11A MD 2x 8-20 mm, betreft: - vinylzeil, niet hechtgebonden, chrysotiel 30-60% Deellocatie C 1 geen 2 geen

asbest totaal, gewogen in mg/kg/ds 2,8 <0.4 <1.3

tabel 11 : Analyseresultaten plaatmateriaal (mg/kg ds)

certificaat

monster

soort

Deellocatie B 14 januari 2022 asbestgat 11A 2021184002/1 AVM cement vlakke plaat, hecht gebonden, chrysotiel 10-15% Deellocatie D 20 april 2022 golfplaten beschoeiing 2022064100/1 AVM cement, golfplaat, cement met cellulosevezels, hecht gebonden, chrysotiel 2-5%

asbest totaal, gewogen in mg 15.000 836,5

tabel 12: Toetsing gewogen gemiddelde asbest in grond totaal (mg/kg ds)

monster Asbest in grond Asbest in plaat Deellocatie B 14 januari 2022 asbestgat 11A 1 duplo 110 mg/kg/ds 190 mg/kg/ds 15.000mg uit 78.75kg grond 2 MA <0.4 3 MP <0.3 Deellocatie B 28 april 2022 – afperking asbest rond 11A MD 2,8 Deellocatie C 1 <0.4 2 <1.3 -

mg/kg ds 300 mg/kg ds <0.4 <0.3 2,8 <0.4 <1.3

Pagina 19

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

5. NADER BODEMONDERZOEK (n.a.v. verkennend onderzoek 2016 ) 5.1. Conclusie verkennend bodemonderzoek Door Geofox-Lexmond is in augustus 2016 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het terrein achter Kadijk 4a te Bergambacht. Tijdens het onderzoek is plaatselijk een matige tot sterke puinbijmenging. Er is zintuiglijk geen olie waargenomen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van boring 7 een sterke zinkverontreiniging is aangetroffen in de bovengrond (klei 0-0,5 m-mv). Tevens is een sterke verontreiniging aangetroffen met koper ter plaatse van boring 8 en 10 (veen 00,5 m-mv). In de bovengrond op het overige deel zijn hoogstens lichte verontreinigingen aangetroffen. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen. De aangetroffen sterke verontreinigingen zijn niet nader onderzocht. Ter plaatse van de onderzoekslocatie kan vermoedelijk een ernstig geval van bodemverontreiniging aanwezig zijn waarvan de omvang nog niet bepaald is, binnen dit onderzoek is het streven om de vervuiling in te kaderen. 5.2. Conceptueel model en onderzoeksopzet Als basis voor het nader bodemonderzoek is de NTA 5755 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van een nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging) gehanteerd.

Op basis van de resultaten van het voorgaand onderzoek is een conceptueel model opgesteld, waarbij de aandacht met name uitgaat naar de ernst en omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model wordt de onderzoeksopzet gebaseerd.. Tabel 13: Conceptueel model in tabelvorm

Onderdeel Omvang van de verontreiniging Ernst van de verontreiniging

Oorzaak van de verontreiniging Spoed van sanering

Toelichting Omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet bekend. Er is sprake van een verontreiniging met een gehalte boven de interventiewaarde voor koper en zink. Het betreft: - boring 7-1 zink >I 0-0,5 -m-mv - boring 8-1 koper >I 0-0,5 -m-mv - boring 10-1 koper >I 0-0,5 -m-mv Een bron of de oorzaak van de verontreiniging is niet bekend. Aannemelijk is dat de verontreiniging veroorzaakt is door bijmenging in de bodem. In de huidige situatie is er geen spoedeisendheid bepaald, het is niet bekend of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging >25m3.

Antwoord op de volgende onderzoeksvragen is op basis van het conceptueel model nodig om aan de informatiebehoefte te voldoen en zo de onderzoeksdoelen te bereiken: - Wat is de omvang (onder andere interventiewaarde-contour) van de aangetroffen verontreinigingen met de verontreinigende parameters (horizontaal en verticaal)? Onderzoeksstrategie Om te komen tot een antwoord op voornoemde onderzoeksvragen, zullen veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van het nader bodemonderzoek. Voor het veldwerk wordt de volgende onderzoeksinspanning verricht: - plaatsen van een herhaalboring ter plaatse van de boringen waarin de sterke verontreinigingen aangetroffen zijn. Daarnaast worden boringen geplaatst rondom de herhaalboring in een oppervlakte van 50m2 rond de verontreinigingscontour. Hiervoor worden de boringen geplaatst in de richting van de windstreken. - de boringen worden uitgevoerd tot 0,5m onder de aangetroffen sterke verontreiniging

Pagina 20

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

-

analyses van de verdachte laag door middel van mengmonsters op zink of koper inclusief lutum en organische stof; analyse van de herhaalboring met de verdachte laag deelmonsters van de verdachte laag op zink of koper; mengmonsters samenstellen uit maximaal 4 deelmonsters

Tabel 14: Overzicht onderzoeksinspanning

Deel locatie C boring 7

Aantal boringen

Aantal analyses grond (standaard pakket AS3000) 4x1.0m-mv 1x analyse zink boring 7 0-0,5 m-mv 2x analyse zink mengmonster bg+og 1x lutum en organische stof C 5x1.0m-mv 1x lutum en organische stof boring 8 1x analyse koper boring 8 0-0,5 m-mv 2x analyse koper mengmonster bg+og C 5x1.0m-mv 1x lutum en organische stof boring 10 1x analyse koper boring 10 0-0,5 m-mv 2x analyse koper mengmonster bg+og Afkortingen: bg= bovengrond en og=ondergrond Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieu hygiënisch Bodemonderzoek en het bijbehorende protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De grondmonsters worden, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. Eurofins Analytico is een NEN-ENISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04. 5.3. Veldwerk Op 18 november 2021 is het veldwerk verricht door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2001 en 2002. De bemonstering vind plaats aan de hand van het opgestelde monsternemingsformulier.

De locaties van de boringen zijn bijgevoegd als bijlage A. De boorprofielen van deze boringen zijn bijgevoegd als bijlage B. Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn in het laboratorium de volgende representatieve grond-(meng)monsters samengesteld.

Pagina 21

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022 Tabel 15: Samenstelling mengmonsters

Nr.

Traject

Omschrijving

N7.1 N7.2

herhaalboring bovengrond

klei, zwak siltig, sterk humeus klei, zwak siltig, sterk humeus

N7.3

ondergrond

veen, zwak kleiig

N8.1 N8.2

herhaalboring bovengrond

N8.3 N8.4

bovengrond ondergrond

klei, zwak siltig, matig humeus zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, zwak puin klei, matig zandig, matig humeus veen, zwak kleiig

N10.1 herhaalboring N10.2 bovengrond N10.3 ondergrond

zand, matig fijn, kleiig, zwak grindig, zwak humeus, matig puin zand, matig fijn, kleiig, zwak grindig, zwak humeus, matig puin zand, matig fijn, kleiig, zwak grindig, zwak humeus, matig puin, resten glas, laagjes veen

Boring met mengmonstersamenstelling van – tot in meter t.o.v. maaiveld 7.1 0 30 7.2 0 50 7.3, 7.4 0 30 7.1, 7.3, 7.4 30 80 7.2 50 100 8.1 0 50 8.2, 8.3 0 50 8.4, 8.5 8.1, 8.4, 8.5 8.2 10.1

0 50 80 0

50 100 100 50

10.2, 10.3, 10.5

0

50

10.1, 10.3 10.2

50 50

100 70

5.4. Laboratoriumonderzoek De deelmonsters zijn op 19 november 2021 aangeboden bij het geaccrediteerde laboratorium Eurofins en in behandeling genomen. De toegepaste analysemethoden en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage E. De deel- en of mengmonsters zijn onderzocht op zink of koper. 5.5. Analyseresultaten grond De genoemde waarden zijn afhankelijk gesteld van de percentages lutum en organische stof van de grond. In het hierna volgende overzicht staan per geanalyseerd monster de overschrijdingen van de toetsingswaarden als volgt weergegeven: > AW gehalte boven achtergrondwaarde AW 2000 (lichte verontreiniging); >T gehalte boven tussenwaarde (matige verontreiniging); >I gehalte boven interventiewaarde (ernstige verontreiniging). In de laatste kolom staat tevens vermeld wat de kwaliteit van de grond is bij indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage E. De toetsingstabellen zijn bijgevoegd als bijlage F. Tabel 16: Analyseresultaten grond

Nr. N7.1 N7.2 N7.3 N8.1 N8.2 N8.3 N8.4 N10.1 N10.2 N10.3

Gehalte > AW zink koper koper -

Gehalte > T -

Gehalten > I -

Indicatieve toetsing BBK altijd toepasbaar wonen altijd toepasbaar altijd toepasbaar altijd toepasbaar industrie wonen altijd toepasbaar altijd toepasbaar altijd toepasbaar

Pagina 22

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

6. NADER BODEMONDERZOEK (n.a.v. verkennend onderzoek 2022) 6.1. Conclusie verkennend bodemonderzoek Door Adcim is in november 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het terrein achter Molenlaan 3 te Bergambacht. Uit de analyse resultaten blijkt dat een aantal matige en sterke verontreinigingen zijn aangetroffen. Deellocatie A (onverdachte terrein achter Molenlaan 3):

De sliblaag ter plaatse van boring S02 is sterk verontreinigd met lood en zink. De sterke verontreiniging in de bovengrond geeft aanleiding voor nader bodemonderzoek. Deellocatie B (verdachte terrein achter Molenlaan 3):

In de bovengrond is een sterke verontreiniging met zink aangetroffen ter plaatse van boring 10 en 12. De sterke verontreiniging in de bovengrond geeft aanleiding voor nader bodemonderzoek. Deellocatie D:

In mengmonster MM6 (boring 14, 15, 17 en 19) is in de bovengrond een matige zinkverontreiniging aangetroffen. Er wordt een aanvullend onderzoek uitgevoerd om uit sluiten of een sterke verontreiniging aanwezig kan zijn. Ter plaatse van de onderzoekslocatie kan vermoedelijk een ernstig geval van bodemverontreiniging aanwezig zijn waarvan de omvang nog niet bepaald is, binnen dit onderzoek is het streven om de vervuiling in te kaderen. 6.2. Conceptueel model en onderzoeksopzet Als basis voor het nader bodemonderzoek is de NTA 5755 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van een nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging) gehanteerd. Op basis van de resultaten van het voorgaand onderzoek is een conceptueel model opgesteld, waarbij de aandacht met name uitgaat naar de ernst en omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model wordt de onderzoeksopzet gebaseerd.. Tabel 17: Conceptueel model in tabelvorm

Onderdeel Omvang van de verontreiniging Ernst van de verontreiniging

Oorzaak van de verontreiniging Spoed van sanering

Toelichting Omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet bekend. Er is sprake van een verontreiniging met: - boring S02-1 lood, zink >I en koper >T 100-110 m-mv - boring S02-1 zink >I en lood, koper >T 110-130 m-mv - boring 10 zink >I 0-0,50 m-mv - boring 12 zink >I 0-0,25 m-mv - boring 14, 15, 17, 19 zink >T 0-0,50 m-mv Een bron of de oorzaak van de verontreiniging is niet bekend. In de huidige situatie is er geen spoedeisendheid bepaald, het is niet bekend of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging >25m3.

Pagina 23

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

Antwoord op de volgende onderzoeksvragen is op basis van het conceptueel model nodig om aan de informatiebehoefte te voldoen en zo de onderzoeksdoelen te bereiken: - Wat is de omvang (onder andere interventiewaarde-contour) van de aangetroffen verontreinigingen met de verontreinigende parameters (horizontaal en verticaal)? Onderzoeksstrategie Om te komen tot een antwoord op voornoemde onderzoeksvragen, zullen veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van het nader bodemonderzoek. Voor het veldwerk wordt de volgende onderzoeksinspanning verricht: - plaatsen van boringen rondom de boring waarin de verontreiniging aangetroffen is binnen een oppervlakte van 50m2. - de boringen worden uitgevoerd tot 0,5m onder de aangetroffen verontreinigingen - analyses van de verdachte laag door middel van afzonderlijke analyses en mengmonsters van de ondergrond; - mengmonsters samenstellen uit maximaal 4 deelmonsters Tabel 18: Overzicht onderzoeksinspanning

Deel locatie A - boring S02-1

Aantal boringen 4x1.5m-mv

Aantal analyses grond (standaard pakket AS3000) 4x analyse koper, lood en zink

B - boring 10

4x1.0m-mv

4x analyse zink bovengrond

B - boring 12

4x1.0m-mv

4x analyse zink bovengrond

D - herhaalboring 14,15,17,19

4x1.0m-mv

4x analyse zink 0-0,5 m-mv

Afkortingen: bg= bovengrond en og=ondergrond Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieu hygiënisch Bodemonderzoek en het bijbehorende protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De grondmonsters worden, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. Eurofins Analytico is een NEN-ENISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04. 6.3. Veldwerk Op 20 april 2022 is het veldwerk verricht door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2001 en 2002. De bemonstering vind plaats aan de hand van het opgestelde monsternemingsformulier. De locaties van de boringen zijn bijgevoegd als bijlage A. De boorprofielen van deze boringen zijn bijgevoegd als bijlage B. Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn in het laboratorium de volgende representatieve grond-(meng)monsters samengesteld.

Pagina 24

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022 Tabel 19: Samenstelling mengmonsters

Nr.

Traject

Omschrijving

1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Sliblaag deelgebied A

slib, matig siltig

bovengrond rond boring 10

klei, zwak siltig, zwak humeus

bovengrond rond boring 12

klei, zwak siltig, zwak humeus

bovengrond (uitsplitsing van overschrijding tussenwaarde MM6)

klei, zwak siltig, zwak humeus

Boring met mengmonstersamenstelling van – tot in meter t.o.v. maaiveld S02.1 100 150 S02.2 100 150 S02.3 100 140 S02.4 100 130 10.1 0 50 10.2 0 50 10.3 0 50 10.4 0 50 N12 0 50 N12.2 0 50 N12.3 0 50 N12.4 0 50 N14 0 50 N15 0 30 N17 0 40 N19 0 30

6.4. Laboratoriumonderzoek De deelmonsters zijn aangeboden bij het geaccrediteerde laboratorium Eurofins en in behandeling genomen. De toegepaste analysemethoden en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage E. 6.5. Analyseresultaten grond De genoemde waarden zijn afhankelijk gesteld van de percentages lutum en organische stof van de grond. In het hierna volgende overzicht staan per geanalyseerd monster de overschrijdingen van de toetsingswaarden als volgt weergegeven: > AW gehalte boven achtergrondwaarde AW 2000 (lichte verontreiniging); >T gehalte boven tussenwaarde (matige verontreiniging); >I gehalte boven interventiewaarde (ernstige verontreiniging). In de laatste kolom staat tevens vermeld wat de kwaliteit van de grond is bij indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage E. De toetsingstabellen zijn bijgevoegd als bijlage F. Tabel 20: Analyseresultaten grond

Nr.

Boring

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

1

S02.1 S02.2

koper, lood, zink, PAK -

Nikkel

2

-

3 4

S02.3 S02.4

-

-

altijd toepasbaar industrie

1 2 3 4 5 6

10.1 10.2 10.3 10.4 N12 N12.2

kobalt, kwik, molybdeen, minerale olie koper, kwik, molybdeen, lood, zink, minerale olie, PAK kobalt, molybdeen cadmium, koper, kwik, molybdeen, lood, zink, PCB, PAK zink zink zink zink

Indicatieve toetsing BBK Niet Toepasbaar > Interventiewaarde industrie

-

-

industrie wonen industrie altijd toepasbaar altijd toepasbaar wonen

Pagina 25

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

7 8 9 10

N12.3 N12.4 N14 N15

zink zink zink -

-

zink

11 12

N17 N19

zink zink

-

-

industrie industrie industrie Niet Toepasbaar > Interventiewaarde wonen industrie

6.6. Nader onderzoek deellocatie D boring 15 Naar aanleiding van de aangetroffen sterke zinkverontreiniging in boring N15 is op 02 mei 2022 een nader onderzoek uitgevoerd dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2001 en 2002. De onderzoeksstrategie is conform de benoemde strategie in paragraaf 6.2. Hiervoor zijn de werkzaamheden en analyses uitgevoerd zoals vermeldt in onderstaande tabellen. Tabel 21: Uitgevoerde boringen en samenstelling mengmonsters

Nr.

Traject

Omschrijving

1 2 3 4 5 6

bovengrond rond boring 15

klei, zwak siltig, zwak humeus klei, zwak siltig, zwak humeus klei, zwak siltig, zwak humeus klei, zwak siltig, zwak humeus veen, zwak kleiig veen, zwak kleiig

ondergrond boring 15 ondergrond rond boring 15

Boring met mengmonstersamenstelling van – tot in meter t.o.v. maaiveld N15.2 0 30 N15.3 0 30 N15.4 0 50 N15.5 0 30 N15.1 30 80 N15.2, N15.3 30 80 N15.4, N15.5 50 100

Tabel 22: Analyseresultaten grond

Nr.

Boring

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

1 2 3 4 5

N15.2 N15.3 N15.4 N15.5 N15.1

zink zink zink -

zink -

zink

6

N15.2, N15.3 N15.4, N15.5

-

-

-

Indicatieve toetsing BBK industrie industrie wonen wonen Niet Toepasbaar > Interventiewaarde altijd toepasbaar

Pagina 26

VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK MOLENLAAN TE BERGAMBACHT Projectnummer: 20190459 Definitief versie 3.0 Datum: 11-05-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=7f0459fc-3f26-4632-9a75-460e1223b8e6