BIJL 4 Planregels Bestemmingsplan De Kleine Betuwe Betuwe Haastrecht
Tekst van het document
32
Artikel 16 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels voor: a.
b. c.
d.
e.
een geringe overschrijding van de bestemmings- en/of bouwgrenzen en/of aanduidingsgrenzen, indien een onnauwkeurigheid of de feitelijke toestand van het terrein daartoe aanleiding geeft, of indien een rationele verkaveling van de gronden een geringe overschrijding vergt, mits de grens of grenzen met niet meer dan 5 m worden overschreden; een geringe overschrijding van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages, mits deze voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met niet meer dan 10% worden overschreden; de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut, waarbij de inhoud ten hoogste 75 m³ en de goothoogte ten hoogste 3 m mag bedragen, gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd; de bouw van antennemasten voor communicatiedoeleinden, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 45 m mag bedragen en waarbij het beleid gericht is op het combineren van deze voorzieningen, op een koppeling van voorzieningen met bebouwing en op een dusdanige situering dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit van het plangebied; de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals een vlaggenmast, een artistiek kunstwerk, antennes en dergelijke tot een bouwhoogte van 15 m.
Artikel 17 Algemene wijzigingsregels 17.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a.
b.
het oprichten van gebouwen ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 150 m³ en een goothoogte van ten hoogste 3 m, dit voor zover deze op grond van artikel 16 niet kunnen worden gebouwd; een enigszins andere situering en/of begrenzing van bestemmingsvlakken, bouwvlakken en/of aanduidingen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, op voorwaarde, dat de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak dan wel bouwvlak en/of aanduiding met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd.
17.2 Wijzigingsgebied Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming(en) ter plaatsen van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied' te wijzigen naar de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Wonen', indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
g. h.
de (voormalige) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt; de bouwhoogte van woningen mag niet meer bedragen dan 11 m; de regels in hoofdstuk 2 en 3 van dit plan zijn van overeenkomstige toepassing; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; er wordt aangetoond dat ter plaatse van woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat; de geluidsbelasting op de gevels van de woningen mag niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde dan wel de te verlenen hogere grenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder; uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de bestemming; er wordt een watertoets uitgevoerd en het plan voorziet in de noodzakelijke compensatie voor waterberging;
33
i. j. k. l.
de verkeersveiligheid wordt niet onevenredig aangetast en er kan op eigen terrein in de parkeerbehoefte worden voorzien; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld; de uitgangspunten zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan blijven onverminderd van kracht; het plan is economisch uitvoerbaar en het kostenverhaal (waaronder planschade) is verzekerd;
met dien verstande dat het bepaalde in artikel 9 lid 2.1 sub a niet van toepassing is.
Artikel 18 Parkeren 18.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig het bepaalde in CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger, dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren. 18.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 1, indien: a. b. c.
aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden verlangd; op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen; uit parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet toeneemt.
18.3 Advies Een afwijking als genoemd in artikel 18 lid 2 wordt pas verleend, nadat een advies is verkregen van een verkeerskundige.
34
4 Overgangs- en slotregels Artikel 19 Overgangsrecht 19.1 Overgangsrecht voor bouwwerken a.
b.
c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid met maximaal 10%. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
19.2 Overgangsrecht voor gebruik a. b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 20 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan De Kleine Betuwe, Haastrecht van de Gemeente Krimpenerwaard.
35