CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 4: advies Commissie - 704740

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bezwaarschrift weigering herziening bestemmingsplan naast Provincialeweg Oost 69 Haastrecht1.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard

Advies bestemd voor de gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard

Betreft:

Het bezwaarschrift van de heer J.A. Rietveld, wonende te Den Dungen, gedateerd op 15 mei 2021 en gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van 20 april 2021, waarbij is geweigerd het bestemmingsplan te herzien voor twee percelen naast Provincialeweg Oost 69 in Haastrecht

Datum:

16 september 2021

Partijen:

De heer J.A. Rietveld (hierna: bezwaarmaker) en de raad van de gemeente Krimpenerwaard, vertegenwoordigd door mevrouw mr. A.D. Bouwman en de heer K. Brandwijk

Samenstelling commissie:

De heer mr. J.M. Smits, voorzitter De heer mr. R. Brandwijk, lid De heer mr. J.B. van Doorn, lid Mevrouw mr. H.J.C.M. Kosman, secretaris

De Commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard (hierna: Commissie), belast met de advisering over de beslissing op bezwaar als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), heeft de op het geschil betrekking hebbende stukken, zoals deze voor belanghebbenden ter inzage hebben gelegen, bestudeerd en is tot het volgende advies gekomen: I De feiten In 1992 is het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Haastrecht 1987’ vastgesteld. Op grond van dit bestemmingsplan was op de onderhavige locatie de bouw van één dienstwoning mogelijk. Bij de derde herziening van dit plan in 1996 is de mogelijkheid gecreëerd hier één reguliere woning te bouwen. In 2001 is bezwaarmaker eigenaar geworden van de betreffende locatie. Bezwaarmaker is van mening dat bij de herziening in 1996 een fout is gemaakt door slechts één in plaats van twee woningen mogelijk te maken. In verband hiermee heeft hij diverse juridische procedures tegen de gemeente gevoerd. Naar aanleiding daarvan is voor het eerst in het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2010’ en daarna in het thans geldende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied (voormalige gemeente Vlist)’ een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het bouwen van een tweede woning mogelijk maakt.

In zijn brief van 28 augustus 2019 verzoekt bezwaarmaker de gemeenteraad om uitvoering te geven aan de opdracht van de raadscommissie Grondgebiedszaken van 10 september 2003 aan het college om de fouten te herstellen en het bestemmingsplan te herzien zodat alsnog twee woningen kunnen worden gebouwd. Op 20 april 2021 besluit de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied (voormalige gemeente Vlist)’ niet te herzien. Tegen dit besluit maakt bezwaarmaker bij brief van 15 mei 2021 bezwaar. Met zijn brieven van 29 juni 2021 en van 2 september 2021 en ter zitting overlegt bezwaarmaker aanvullende achtergrondinformatie.

1

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard II De bezwaren In de bezwaarprocedure is, kort samengevat, het volgende aangevoerd. Het bestemmingsplan ‘De Klomp’ bestaat niet. Het raadsbesluit kan daarop dus geen betrekking hebben. Er is niet gevraagd om herziening van het bestemmingsplan, maar om het college opdracht te geven om, conform het verzoek van de raadscommissie Grondgebiedszaken van 10 september 2003, het bestemmingsplan te herzien zodat de gevraagde twee woningen alsnog kunnen worden gebouwd. III Het verweer van de raad Naar aanleiding van het bezwaar is namens de raad, kort samengevat, het volgende verweer gevoerd. In het raadsvoorstel en -besluit is niet vermeld dat het weigeringsbesluit betrekking zou hebben op het bestemmingsplan ‘De Klomp’. Dit wordt alleen genoemd in de omschrijving van het onderwerp van de brief van 12 mei 2021. De naam ‘De Klomp’ wordt door bezwaarmaker gebruikt om zijn percelen aan te duiden. Bezwaarmaker wil dat er uitvoering gegeven wordt aan de opdracht van 10 september 2003 van de raadscommissie aan het college. Om dit te bereiken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Het herzien van het bestemmingsplan is een bevoegdheid van de raad. De voorbereiding van de herziening van een bestemmingsplan ligt bij het college.

IV Toepasselijke regelgeving  Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)  Wet ruimtelijke ordening V De ontvankelijkheid Het bestreden besluit is een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het belang van bezwaarmaker is rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 12 mei 2021. Het bezwaarschrift is ingekomen op 18 mei 2021 en is dan ook binnen de in artikel 6:7 van de Awb genoemde termijn van zes weken ingediend. Het bezwaarschrift voldoet aan de eisen van artikel 6:5 van de Awb. De Commissie is van oordeel dat bezwaarmaker in zijn bezwaar kan worden ontvangen. VI Inhoudelijke beoordeling De Commissie heeft het bezwaar behandeld in een openbare zitting op 16 september 2021. Van deze zitting is een digitale geluidsopname gemaakt, die dient als verslag. Schriftelijke verslaglegging van de hoorzitting blijft in beginsel achterwege. De Commissie ziet zich voor de vraag gesteld of de gemeenteraad terecht en op goede gronden over heeft kunnen gaan tot het besluit van 20 april 2021 waarbij is geweigerd het bestemmingsplan te herzien voor de percelen van bezwaarmaker naast Provincialeweg Oost 69 te Haastrecht. Op basis van het dossier en het besprokene ter zitting overweegt de Commissie het volgende.

Anders dan bezwaarmaker veronderstelt, wordt in het bestreden besluit de naam ‘De Klomp’, die overigens door bezwaarmaker zelf in zijn correspondentie steeds wordt vermeld, niet genoemd. Alleen in de begeleidende brief waarmee het besluit aan bezwaarmaker is toegestuurd, staat deze naam. De Commissie stelt vast dat het raadsbesluit betrekking heeft op de percelen waarvoor bezwaarmaker het verzoek heeft ingediend.

2

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard Bezwaarmaker stelt niet te hebben verzocht om een herziening van het bestemmingsplan, maar om uitvoering te geven aan de opdracht van de raadscommissie Grondgebiedszaken van 10 september 2003 aan het college om het bestemmingsplan aan te passen zodat de gevraagde twee woningen alsnog kunnen worden gebouwd. Daargelaten dat de raadscommissie geen bestuursorgaan is als bedoeld in artikel 1:1 van de Awb en dus geen opdracht kan geven, is niet het college, maar de gemeenteraad bevoegd een bestemmingsplan te herzien. Het verzoek van bezwaarmaker kan daarom niet anders worden gezien dan als een verzoek aan de gemeenteraad om het bestemmingsplan te herzien. Voor zover het bezwaar is gebaseerd op de aanname van bezwaarmaker dat sprake zou zijn van een toezegging dat de gemeente de kosten zal dragen voor het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing en om die reden een planologisch recht zou moeten worden gecreëerd om een tweede woning te bouwen, verwijst de Commissie naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 19 oktober 20111. Hierin heeft de Afdeling overwogen dat van een dergelijke toezegging niet is gebleken.

Verder blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 30 mei 2012 over de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2010’2 dat de raad ervoor heeft kunnen kiezen om de bouw van een woning op het perceel van bezwaarmaker via een wijzigingsbevoegdheid mogelijk te maken. Voor zover bezwaarmaker aanvoert dat het college niet bevoegd is namens de gemeenteraad verweer te voeren overweegt de Commissie het volgende. Op grond van artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet is het college bevoegd namens de raad bezwaarprocedures te voeren. Door gebruik van de term ‘het voeren van bezwaarprocedures’ in plaats van ‘bezwaar te maken’ is onmiskenbaar duidelijk dat ook het voeren van verweer in bezwaarprocedures een bevoegdheid van het college is (MvT, Kamerstukken II 2001/02, 28243, 3, p. 8). In de jurisprudentie van de Afdeling is bevestigd dat het college bevoegd is in beroep namens de raad verweer te voeren3. Een door de raad verleende machtiging is dan ook niet vereist. Bezwaarmaker verkeert in de veronderstelling dat de Wet geluidhinder een beperking oplevert voor het bouwen van een woning in het geval de bouw mogelijk zou worden gemaakt in een wijzigingsplan, terwijl dat niet het geval zou zijn als een herziening van het bestemmingsplan de bouw van een woning mogelijk zou maken. Zoals het college ter zitting heeft aangegeven, maakt dit echter geen verschil.

Voor zover uit de Wet geluidhinder een beperking voortvloeit, is die in beide gevallen gelijk. VII Conclusie De Commissie concludeert dat de gemeenteraad terecht en op goede gronden heeft kunnen besluiten het bestemmingsplan voor de percelen van bezwaarmaker niet te herzien. Het bezwaar acht de Commissie ongegrond.

1 201102953/1/H4. 2 201100041/1/R4, rechtsoverweging 2.7.7. 3 Bijvoorbeeld de uitspraak van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2939.

3

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard VIII Advies De Commissie adviseert: 1. bezwaarmaker in zijn bezwaar te ontvangen; 2. het bezwaar ongegrond te verklaren; 3. het bestreden besluit in stand te laten. Schoonhoven, 27 september 2021 De Commissie bezwaarschriften Krimpenerwaard, De secretaris,

De voorzitter,

Mw. mr. H.J.C.M. Kosman

Dhr. mr. J.M. Smits

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=d0d48536-3a7e-43c4-aceb-a7808ec3822f