BIJL 3: Verantwoordingsdocument Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2025
Tekst van het document
Verantwoordingsdocument Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2025 Uitleg over keuzes voor veranderingen, toevoegingen en schrappen van passages en uitleg waarom sommige suggesties niet zijn meegenomen Samenvatting: De Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2021 loopt eind dit jaar af en moet geactualiseerd worden. De belangrijkste voorgestelde aanpassingen zijn het toevoegen van kaders aan urgentiegronden Medische problematiek en Woonlasten, aanpassen van urgentiegrond Mantelzorg en enkele aanpassingen/verwijderingen van artikelen rondom rangorde en voorrang, zoals kernbinding en loting. In verband met de mogelijke invoering van de Wet Versterking Regie op Volkshuisvesting in 2025 adviseert het college om dit jaar alleen de meest noodzakelijke aanpassingen door te voeren en volgend jaar de Huisvestingsverordening breder te herijken. Inleiding De Huisvestingsverordening loopt eind dit jaar af en moet geactualiseerd worden. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met corporaties, huurdersorganisaties en beleidsmedewerkers van de gemeente om de om de huidige verordening te evalueren. De gesprekken gingen over verduidelijking van omschrijvingen, knelpunten, eventuele toevoegingen en wat er verwijderd kan worden. Dit ging vooral over de belangrijkste hoofdstukken van de Huisvestingsverordening, zoals de urgentiegronden (hoofdstuk 3) en voorrang en rangorde (hoofdstuk4).
Daarnaast is ook het Convenant met de uitvoeringsregels van de Huisvestingsverordening geëvalueerd en is er een schaarste rapport gemaakt. Omdat volgend jaar de Wet Versterking Regie op Volkshuisvesting ingevoerd gaat worden en dit gevolgen gaat hebben voor de urgentie categorieën, adviseert het college om dit jaar alleen de meest noodzakelijke wijzigingen te doen voor de Huisvestingsverordening en volgend jaar ,met de invoering van de nieuwe wet, de Huisvestingsverordening te herijken. Wet versterking regie op de volkshuisvesting Met de Wet versterking regie op Volkshuisvesting komen er straks meer wettelijke urgentiecategorieën bij, voornamelijk een aantal uitstromers. Gemeente Krimpenerwaard heeft nu een convenant voor de uitstroom van woningzoekenden uit een regionale instelling voor maatschappelijke opvang, tijdelijk verblijf, beschermd/beschut wonen, ex-gedetineerden en daklozen. Als de wet wordt aangenomen, komen hier o.a. nog bij (voor zover deze niet onder het convenant vallen), uitstromers vanuit: (jeugd)detentie, klinisch geestelijke gezondheidszorg, slachtoffers mensenhandel, jeugdhulp, forensische zorg, sekswerkers. Wijziging Huisvestingswet 2014 De wijziging die in 2023 is doorgevoerd van de Huisvestingswet 2014 heeft ook een aantal invloeden voor de Huisvestingsverordening: •
Bij de voorbereiding van de vaststelling of wijziging van een huisvestingsverordening vragen burgemeester en wethouders advies aan gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen over de gevolgen voor de regionale woningmarkt, de woningbouwopgave en de toepassing van artikel 14. Gedeputeerde staten doen binnen 1
•
zes weken na ontvangst van het verzoek hun advies toekomen aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen gemotiveerd afwijken van het advies. Woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen mogen maximaal 50 procent van het aanbod van de woonruimte met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die maatschappelijk gebonden zijn aan een kern in de Krimpenerwaard. Als uitgangspunt geldt dat deze 50 procent (dat is het wettelijke maximum) van de sociale huurwoningen bij voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden uit de betreffende kern.
De Concept Huisvestingsverordening 2025 is ter visie gelegd voor een periode van zes weken. Hierop zijn zienswijzen ontvangen (onder andere de zienswijze van de Provincie Zuid-Holland). Reacties van alle relevante zienswijzen zijn opgenomen en verwerkt in de definitieve Huisvestingsverordening 2025. Leeswijzer Hieronder is de huisvestingsverordening van 2021 toegevoegd. Doormiddel van de knop ‘Wijzigingen bijhouden’ worden de aanpassingen aan de verordening weergeven in het rood. Dit zijn voorgestelde aanpassingen n.a.v. overleggen met de belangrijkste stakeholders en de ontvangen zienswijzen. Onder elke aanpassing is een kopje ‘Verantwoording’ toegevoegd met onderbouwing voor de aanpassing. Op de laatste twee pagina’s van dit document zijn een aantal onderwerpen beschreven die ook besproken zijn, maar niet meegenomen zijn in de actualisatie van de Huisvestingverordening.
2
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: • • •
•
•
Bewoning: het hebben van een permanent hoofdverblijf in een gebouw of gedeelte daarvan. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard. Complex: een geheel of groep van woningen die samen in een gebouw of op een terrein zijn ontworpen. Dit kan variëren van appartementencomplexen tot rijenhuizen of grotere woonprojecten. Dit kan zowel sociale als particuliere woningen omvatten. Co-ouderschap: een omgangsregeling voor ouders die kiezen voor – vaak na relatiebeëindiging – een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedtaken voor hun kinderen. Doelgroepen: mensen die behoren tot een specifieke groep, vaak gedefinieerd op basis van kenmerken zoals, leeftijd, geslacht, inkomen, locatie of gedrag. Bijvoorbeeld: starters, jongeren, doorstromers, senioren, vergunninghouders, mensen met een beperking etc.
Verantwoording: naar aanleiding van de zienswijze van de Adviesraad Sociaal Domein de begrippen Complex en Doelgroepen toegevoegd, omdat hier onduidelijkheid over was. •
• • •
•
•
•
Economische binding: de binding van een persoon aan de gemeente Krimpenerwaard, waarbij de woningzoekende voor levensonderhoud is aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen de gemeente Krimpenerwaard. Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren. Huurprijsgrens: de wettelijk vastgestelde maximale huur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag zoals beschreven in de Wet op de Huurtoeslag (artikel 13.1a). Indicatie: een door een onafhankelijke deskundige persoon of organisatie (bijvoorbeeld Loket Samenleving en Zorg of Centrum voor Indicatiestelling Zorg) opgesteld document waaruit de specifieke lichamelijke of andere beperkingen van een woningzoekende blijken. Uit dit advies blijkt of kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende op de beperkingen dient te worden afgestemd. Ingezetene: een persoon die in de Basisregistratie Personen van de gemeente is opgenomen en op dat adres daadwerkelijk zijn hoofdverblijf heeft in woonruimte die uitsluitend permanent mag worden bewoond. Dit geldt zowel voor zelfstandige als onzelfstandige woonruimte.
Inkomensgrens: het maximale inkomen van een huishouden bepaalt of en voor welke huurwoningen een huishouden in aanmerking komt (Woningwet, artikel 48.1 en Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instelling volkshuisvesting, artikel 4.1). Inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen.
3
•
•
•
•
•
•
• • •
•
•
• • •
• •
Kern: een woonplaats. In de Krimpenerwaard hebben we 11 kernen: Ammerstol, Bergambacht, Berkenwoude, Gouderak, Haastrecht, Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk, Ouderkerk aan den IJssel, Schoonhoven, Stolwijk en Vlist. Maatschappelijke binding: personen die ten minste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn of gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de gemeente Krimpenerwaard. Ook personen die een redelijk, met de plaatselijke samenleving houdend belang hebben bij de gemeente zijn maatschappelijk gebonden (Huisvestingswet, artikel 14.3.b) Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 1.1.1). MIVA-woning: een MInder-VAliden woning die is aangepast zodat een huishouden waarvan ten minste één lid een lichamelijke beperking (minder valide) heeft en op aangepaste woonruimte aangewezen is volledig zelfstandig kan wonen.
Niet-toegelaten instellingen: verhuurders in de sociale sector met tenminste 15 sociale huurwoningen in hun bezit en die door de Minister niet zijn aangemerkt als toegelaten instelling. Onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Particuliere verhuurder: een persoon of organisatie, niet zijnde woningcorporaties en niettoegelaten instellingen, die (eigen) woningen verhuurt. Senior: een persoon van 65 jaar of ouder. Seniorenwoning: een zelfstandige woning die onderdeel uitmaakt van een complex zelfstandige woningen en/of een complex waarbij de woonruimte woon- en bouwtechnisch is ingericht en bestemd voor bewoning door senioren. Urgentie: een verklaring die kan worden aangevraagd en waardoor bij verlening van de urgentie voorrang verkregen wordt bij de volgordebepaling van kandidaten voor een woonruimte. Vergunninghouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, d van de Vreemdelingenwet 2000 (Huisvestingswet 2014, artikel 1, lid 1 onder h).
Vergunningplichtige woonruimte: woonruimte waarvoor in deze verordening een huisvestingsvergunning verplicht is gesteld voor het in gebruik geven en nemen ervan. Wet: Huisvestingswet 2014. Woningcorporatie: een vereniging of stichting die door de Minister als toegelaten instelling is aangemerkt en die zich ten doel stelt uitsluitend op het gebied van volkshuisvesting werkzaam te zijn en haar financiële middelen uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting inzet en aangewezen zijn (Woningwet, artikel 19). Woningzoekende: een huishouden dat in het inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 5 is ingeschreven. Woonkostentoeslag: een vorm van bijzondere bijstand. Huishoudens kunnen hiervoor in aanmerking komen als zij, na de aftrek van de woonlasten, minder dan de helft van de 4
•
•
• • •
voor dat huishouden geldende netto-bijstandsnorm aan inkomen overhoudt. Als dit huishouden in een zelfstandige huurwoning woont kunnen zij voor woonkostentoeslag in aanmerking komen als de huurprijs boven de voor dat huishouden geldende aftoppingsgrens ligt, zoals bepaald in de Wet op de Huurtoeslag. Woonlasten: huurprijs, servicekosten, reinigingsrechten, energierekening, rekening voor waterleverantie, OZB, bijdrage VVE, opstalverzekering, inboedelverzekering, waterschaps- en polderlasten, aflossing hypotheek en 2/3 van de hypotheekrente, met inbegrip van voorliggende voorzieningen als huurtoeslag en woonkostentoeslag. Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden en; standplaatsen (artikel 1, categorie j onder lid 1 van de Wet). Zoekprofiel: een beschrijving van het woningtype en eventuele andere kenmerken van de woning waarvoor een urgent woningzoekende in aanmerking kan komen. Zorgbehoevenden: personen die daartoe aangewezen zijn door een erkend medisch adviseur (ingeschreven in het BIG-register) en geïndiceerd zijn voor zorg. Zorgwoning: een woonruimte waarvoor een woningzoekende vanwege beperkingen in zelfredzaamheid een indicatie nodig heeft voor zorg of begeleiding.
De zorg of begeleiding is in de directe nabijheid van de woning beschikbaar en wordt geleverd door een professionele zorgorganisatie.
5
Hoofdstuk 2 De Huisvestingsvergunning Artikel 2 Aanwijzing vergunning plichtige woonruimte •
1.Woonruimte van toegelaten en niet-toegelaten instellingen en particuliere verhuurders met een huurprijs beneden de huurprijsgrens mag enkel voor bewoning van een huishouden in gebruik worden gegeven of genomen als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.
•
2.Het eerste lid is niet van toepassing op: o o o o o o o
a. Woonruimten die verhuurd worden volgens voorwaarden van de Leegstandswet (Leegstandwet, artikel 15.1 a t/m c); b. onzelfstandige woonruimte; c. inwoning; d. woonruimte die wordt verhuurd op basis van een tijdelijk huurcontract (Burgerlijk Wetboek, artikel 7:242 lid 2 en 4); e. woonruimte van verhuurders met 15 woningen of minder in de gemeente; f. zorgwoningen; g. ligplaatsen voor woonschepen.
Artikel 3 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning •
1.De volgende woningzoekenden komen in aanmerking voor een huisvestingsvergunning (onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, van de wet): a. Meerderjarigen die ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen in een gemeente in Nederland en; o b. de Nederlandse nationaliteit bezitten of vreemdeling zijn met rechtmatig verblijf in Nederland en; o c. gereageerd hebben op een per publicatie aangeboden woonruimte en op grond van het bepaalde in artikel 16 voor de desbetreffende woning in aanmerking komen. 2.Het college kan in afwijking van het eerste lid onder c een huisvestingsvergunning verlenen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 11, tweede lid en artikel 16, eerste lid van deze verordening. o
•
Artikel 4 Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning •
1.Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door gebruik te maken van een door het college vastgesteld formulier.
•
2.Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden door de woningzoekende de volgende gegevens verstrekt: o o o
a. Naam, contactgegevens en geboortedatum; b. een kopie van het ID-bewijs of bewijs verblijfstitel; c. het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; 6
d. documenten aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld; o e. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; o f. datum van ingang van de huurovereenkomst; o g. indien van toepassing een afschrift van de indicatie voor een aangepaste woonruimte; o h. indien van toepassing een afschrift van de urgentieverklaring (als bedoeld in artikel 8, lid 6 van deze verordening). 3.Het college verleent de huisvestingsvergunning door afgifte van een besluit dat in ieder geval vermeldt: o
•
a. het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen waarop de toewijzing gebaseerd is; d. de voorwaarde dat de woningzoekende aan wie de vergunning is verleend, de woonruimte binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik moet nemen en in gebruik houden. 4.Het college besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning krijgt voor de in de aanvraag aangewezen woonruimte, die woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen, één en ander met uitzondering van de gevallen, genoemd in artikel 16 van de Wet. o o o o
•
•
5.Het college kan een huisvestingsvergunning intrekken conform de voorwaarden als genoemd in artikel 18 van de Wet.
Artikel 5 Inschrijfsysteem van woningzoekenden •
1.Woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform, openbaar toegankelijk (digitaal) inschrijfsysteem van woningzoekenden.
•
2.Woningcorporaties stellen in overleg met het college regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.
•
3.De woningzoekende ontvangt een (digitaal) bewijs van inschrijving.
•
4.Bij tijdelijke huurcontracten in het kader van flexwonen, geldt dat de inschrijving en inschrijfduur behouden blijven.
Artikel 6 Bekendmaking en reageren op aanbod van woonruimte •
1.De woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen maken het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte in ieder geval bekend door publicatie op het daartoe aanwezen digitale medium, voor zover deze woonruimte niet direct wordt toegewezen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 11, tweede lid en artikel 16, eerste lid van deze verordening.
•
2.De bekendmaking bevat in ieder geval: 7
a. het adres, de huurprijs en bijkomende kosten van de woonruimte; b. indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning. 3.Door of namens de woningcorporatie of niet-toegelaten instelling worden woningzoekenden in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van 3 werkdagen op de te huur aangeboden woonruimte te reageren. o o
•
Verantwoording: de corporaties hebben voorgesteld om de reageertermijn van 1 week te verkorten naar 3 dagen. Dit zou leiden tot snellere doorloop en daardoor minder huurderving (meer geld om te investeren in zaken die hun huurders aangaat). Voor zeer actief woningzoekenden en urgenten is het nadelig dat ze nu in 1 week op maar 2 advertenties mogen reageren. Bij een reactietermijn van 3 werkdagen kan iemand dus op meer woningen per week reageren. Cijfers van Wonenindekrimpenerwaard.nl laten zien dat de meeste woningzoekenden binnen 2 dagen reageren en daarvan blijkt dat ouderen (75+) sneller reageren dan jongere doelgroepen. 4.Door of namens de woningcorporatie of niet-toegelaten instelling kunnen onvolledige inschrijfgegevens en/of onjuiste ingevulde reacties op per publicatie aangeboden woonruimte buiten behandeling worden gelaten. Artikel 7 Verantwoording toegewezen woonruimte •
1.Woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen verantwoorden achteraf, in hetzelfde medium als waarin zij de woonruimte hebben aangeboden, de toewijzing aan woningzoekenden van de woonruimte als bedoeld in artikel 6, eerste lid. Dit doen zij door bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woonruimte is binnengekomen en de inschrijfdatum van degene die de woning toegekend heeft gekregen.
•
2.Woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen verantwoorden hun overige toewijzingen van vergunningplichtige woonruimte achteraf conform lid 1.
•
3.De verantwoording als bedoeld in lid 1 en 2 is binnen 24 uur na verhuur van de woning zichtbaar op de website.
•
4.Woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen verantwoorden hun toewijzingen aan het college als zij hiervoor een verzoek ontvangen van het college.
8
Hoofdstuk 3 Urgentie Artikel 8 Voorrang bij urgentie •
1.Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvan door urgentieverklaring is aangetoond dat voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is.
•
2.Woningzoekenden kunnen een aanvraag indienen tot urgentietoekenning op het daarvoor bedoelde formulier.
•
3.De aanvrager deelt bij de aanvraag voor urgentie de volgende gegevens: o o o o o
a. Naam, contactgegevens en geboortedatum; b. kopie ID-bewijs of bewijs verblijfstitel; c. het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden van de aanvrager; d. documenten aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de aanvrager kan worden vastgesteld; e. duidelijke omschrijving en motivering. Aanvrager dient te beschrijven en motiveren waarom hij van mening is dat aanvrager voor een urgentieverklaring in aanmerking komt. De motivering dient onderbouwd te worden met verifieerbare bewijsstukken. (Bijvoorbeeld zoals uittreksel inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP), huidige huurovereenkomst, medische stukken indien en voor zover van belang, aangiftes of proces verbaal politie indien en voor zover van belang, verklaringen derden e.d.)
Verantwoording: op advies van juristen is de omschrijving uitgebreid. Dit heeft te maken met de beoordeling van de toepassing van de hardheidsclausule. Hiervoor is meer informatie nodig. Dit kan naderhand ook opgevraagd worden, maar door het op voorhand al uit te vragen kan de beoordeling voor een eventuele hardheidsclausule al gemaakt worden. •
4.Bij de beoordeling van de aanvraag voor een urgentieverklaring kan het college zich laten adviseren door een door hem aan te wijzen instantie.
•
5.De urgentie geldt alleen in de gemeente waarin deze is afgegeven. Het college kan beslissen een urgentieverklaring over te nemen die is afgegeven door een andere gemeente.
•
6.Het college is bevoegd de urgentieverklaring te verlenen. De urgentieverklaring vermeldt tenminste: o o o o
a. Aan wie de urgentie wordt toegekend en een omschrijving van het huishouden; b. de urgentiegrond en motivering van besluit waarin de aanvrager wordt ingedeeld; c. de datum waarop de urgentieverklaring is afgegeven; d. de ingangs- en einddatum van de urgentieverklaring; 9
o
e. het eventuele zoekprofiel waarvoor urgentie is toegekend.
Artikel 9 Randvoorwaarden voor urgentie Om in aanmerking te komen voor urgentie moet in elk geval voldaan worden aan onderstaande randvoorwaarden. Als hieraan niet wordt voldaan, wordt het verzoek voor urgentie afgewezen: • •
• • •
•
• • • •
a. De aanvrager is 18 jaar of ouder; b. de aanvrager is ingezetene van de gemeente Krimpenerwaard of heeft economische of maatschappelijke binding met de gemeente Krimpenerwaard (met uitzondering van aanvragers als bedoeld in artikel 10, categorie C, D en I); c. de aanvrager bezit de Nederlandse nationaliteit of beschikt over een geldige verblijfstitel in Nederland; d. de aanvrager dient als woningzoekende in het digitale medium Wonenindekrimpenerwaard.nl geregistreerd te staan; e. voor een urgentieverklaring komen uitsluitend aanvragers in aanmerking met een belastbaar huishoudinkomen van maximaal 1,25 keer de inkomensgrens zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid onder a van het Besluit toegelaten instellingen Volkshuisvesting 2015. Een uitzondering hierop geldt voor urgentieverklaringen verkregen op grond van artikel 10 onder F (herhuisvesting in verband met sloop of ingrijpende verbetering); f. de aanvrager bevindt zich in een acute persoonlijke woongerelateerde noodsituatie waarin het noodzakelijk is om binnen zes maanden te verhuizen. De noodsituatie is ontstaan buiten verwijtbare schuld van de aanvrager. Dit geldt niet voor urgentie op grond van herhuisvesting in verband met sloop of ingrijpende verbetering (artikel 10, categorie F); g. de aanvrager is voor het oplossen van de noodsituatie aangewezen op zelfstandige woonruimte; h.
de aanvrager kan niet zelf op grond van inschrijfduur binnen zes maanden woonruimte krijgen via het gepubliceerde woningaanbod; i. de aanvrager kan de noodsituatie niet op een andere wijze oplossen; j. de urgentieverklaring geldt alleen voor het woningtype in het zoekprofiel waarmee het urgentieprobleem wordt opgelost en is er niet op gericht om de wooncarrière van het huishouden te bevorderen.
10
Artikel 10 Urgentiegronden A. Medische problematiek De aanvrager of een lid van het huishouden van de aanvrager heeft medische problemen waardoor huidige woonruimte ongeschikt is. De aanvraag wordt altijd beoordeeld door een aan te wijzen onafhankelijk medisch adviseur, zoals de GGD, tenzij de aanvrager een Wmo indicatie heeft die is afgegeven door het Loket Samenleving en Zorg van de gemeente. Uit de Wmo indicatie of het gemotiveerde verslag van de onafhankelijk medisch adviseur wordt duidelijk dat er sprake is van ernstige medische problemen die voortkomen uit of te maken hebben met de huidige woonsituatie. Ook wordt gemotiveerd waarom een verhuizing naar een andere woning bijdraagt aan de verbetering of het oplossen van het medische probleem. Om woonurgentie te krijgen op basis van psychische gronden moet een erkende professionele hulpverlener en / of instelling de aanvraag ondersteunen. Ook moet aangetoond worden dat een langer verblijf in de huidige woning ernstige schade toebrengt aan de geestelijke gezondheid. Daarnaast moet aangetoond worden dat een andere woning de psychische problemen oplost of helpt diezelfde psychische problemen op te lossen. Verantwoording: de zin ‘lid van het huishouden van de aanvrager’ toegevoegd zodat het duidelijk is dat urgentie ook geldig is voor kinderen met medische problematiek. Kader toegevoegd m.b.t psychische problematiek n.a.v.
overleg met corporaties waaruit bleek dat er meer kaders nodig zijn voor dit soort problematiek. Dit stukje tekst is overgenomen van de Huisvestingsverordening Groningen. B. Geweld en bedreiging Een aanvrager die te maken heeft met ernstig psychisch of fysiek geweld of bedreiging binnen de woonomgeving en/of huiselijke sfeer. De aanvrager moet het geweld en de bedreiging aannemelijk maken met een proces verbaal van de politie. Uit het proces verbaal blijkt dat de woningzoekende vanwege veiligheidsredenen niet meer in de huidige woonruimte kan blijven wonen. Verantwoording: uit gesprekken met corporaties en huurders is gebleken dat deze urgentiegrond duidelijk is. De corporaties vinden een proces verbaal vaak wel te eenzijdig en zouden liever een uitspraak van de rechter als ‘bewijs’ willen zien. Hier zijn we het als gemeente niet mee eens, want dat duurt vaak lang. Corporaties gaven ook aan dat ze het oneerlijk vinden dat iemand uit Gouda urgentie kan aanvragen in Krimpenerwaard voor geweld en bedreiging. Maar omdat het in de meeste gevallen juist veiliger is voor de persoon die mishandeld/bedreigd is, om niet in dezelfde gemeente te wonen waar het geweld heeft plaatsgevonden, is besloten om niks aan te passen aan deze urgentiegrond. C.
Tijdelijke opvang na huiselijk geweld Woningzoekenden die in verband met vastgestelde veiligheidsredenen door (huiselijk) geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten. De woningzoekenden verblijven nu in een voorziening voor tijdelijke opvang of komen daarvoor in aanmerking.
11
Verantwoording: corporaties vinden het niet goed om iemand die huiselijk geweld heeft meegemaakt weer terug te plaatsen in dezelfde kern waar het geweld heeft plaatsgevonden, en zouden dat willen opnemen in de omschrijving van deze urgentiegrond. Echter, komt het vaak voor dat de persoon in kwestie een netwerk heeft in de kern waar hij of zij woont. Dit netwerk biedt veiligheid, waardoor de persoon vaak wel in dezelfde kern wilt blijven wonen. Huurdersorganisaties zijn het daar ook mee eens. Hierdoor is besloten om niks aan te passen aan deze urgentiegrond en per geval te kijken wat het beste is voor de betreffende persoon. D. Mantelzorg Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen en als gevolg daarvan genoodzaakt zijn dichterbij de mantelzorgontvanger of mantelzorgverlener te gaan wonen. De afdeling van de gemeente die de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 uitvoert, maakt de afweging over de noodzaak van een urgentieverklaring wegens mantelzorg en wint zo nodig hiervoor advies in bij interne of externe deskundigen. Verantwoording: huurdersorganisaties hebben behoefte aan een duidelijke inkadering van wat mantelzorg moet zijn, zodat er geen misbruik gemaakt kan worden van deze urgentiegrond. Het College heeft besloten om de voorwaarden helemaal uit de beschrijving te halen en de afweging voor urgentie bij de gemeente neer te leggen.
Afdeling Wmo toetst de aanvraag op de Wet maatschappelijke ondersteuning, op basis van de onderzoeksstappen van de Centrale Raad van Beroep. De aanvrager kan ook in de wet kijken of zijn/haar situatie toepasbaar is. E. Achterblijvers MIVA-woning Als de zorgbehoevende bewoner(s) van een MIVA-woning niet meer duurzaam woonachtig is in de MIVA-woning (door overlijden, verhuizing naar een instelling of andere woonvorm, of door een andere reden), hebben de achterblijvende bewoner(s) zich (vaak) contractueel verplicht de woning binnen 6 maanden te verlaten zodra zich een nieuwe kandidaat voor de MIVA-woning heeft gemeld. De achterblijvende bewoner wordt dan (urgent) woningzoekend. Indien noodzakelijk kunnen stukken worden opgevraagd om te beoordelen of aan de voorwaarden genoemd in dit artikel wordt voldaan. Verantwoording: onderstaande zin is toegevoegd op advies van juristen, om het juridisch te borgen. F. Herhuisvesting in verband met sloop of ingrijpende verbetering Woningzoekenden die hun woonruimte moeten verlaten vanwege sloop of ingrijpende renovatie. De ingang van de urgentie wordt geregeld in het Sociaal Plan dat door de woningcorporatie wordt opgesteld over dat complex. De termijnen voor de ingang van urgentie voorafgaand aan de sloop of ingrijpende verbetering verschillen per complex of worden in fasen uitgevoerd.
Voorwaarde is dat het Sociaal Plan en daarmee de ingang van de urgentie tenminste 12 maanden voor de geplande werkzaamheden ingaat.
12
G. Woonlasten Woningzoekenden die bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag ontvangen en in verband hiermee een verhuisplicht hebben. Voorwaarde is dat er sprake is van één huishouden dat ten minste gedurende één jaar onafgebroken op het desbetreffende adres heeft gewoond, zoals blijkt uit de Basisregistratie Personen. Indien de woningzoekende door eigen verwijtbaar handelen in de situatie van te hoge woonlasten is terechtgekomen, wordt geen urgentie verleend; Verantwoording: de corporaties en team Participatie en Inkomen van de gemeente Krimpenerwaard hebben behoefte aan meer kaders voor deze urgentiegrond. Nu staan er te weinig voorwaarden of beperkingen in de beschrijving, waardoor het niet altijd wordt ingezet voor degenen voor wie het bedoelt is. Vaak wordt er aanspraak gedaan op urgentiegrond Woonlasten wanneer iemand door een scheiding niet meer zijn/haar woning kan betalen. Echter, is dit urgentiegrond bedoelt voor degenen die niet door eigen verwijtbaar handelen in de situatie van te hoge woonlasten terecht is gekomen. H. Gedwongen verkoop woning: Woningzoekenden met thuiswonende kinderen tot 23 jaar die hun woonruimte moeten verlaten als gevolg van gedwongen verkoop van hun woonruimte in de gemeente Krimpenerwaard.
Deze woningzoekenden komen niet in aanmerking voor de woonkostentoeslag zoals benoemd onder urgentiegrond woonlasten, maar komen op basis van hun inkomen wel in aanmerking voor een sociale huurwoning. Voorwaarde van deze urgentiegrond is dat de woningzoekende een schrijven van de bank of hypotheekverstrekker kan overleggen waaruit gedwongen verkoop blijkt. De gedwongen verkoop mag niet het gevolg zijn van verwijtbaar (betaal)gedrag. In geval dat relatiebeëindiging de aanleiding is van gedwongen verkoop van de woning kan slechts één van de ouders urgentie op deze grond verkrijgen (ook als er sprake is van co-ouderschap). I. Taakstelling vergunninghouders Een vergunninghouder die op grond van de gemeentelijke taakstelling door de gemeente Krimpenerwaard moet worden gehuisvest, zoals genoemd in artikel 28 van de wet. In afwijking van artikel 8, tweede lid van deze verordening, wordt de urgentie zonder aanvraag verleend op basis van de gemeentelijke taakstelling. In afwijking van artikel 3, eerste lid onder c van deze verordening worden vergunninghouders eenmalig bemiddeld naar een woning. Artikel 11 Bemiddeling urgentie •
1.Woningzoekenden met urgentie moeten reageren op het gepubliceerde woningaanbod als bedoeld in artikel 5.
•
2.Uitzondering als bedoeld in het voorgaande lid zijn mantelzorgers, kandidaten voor MIVA-woningen en vergunninghouders. Deze kandidaten krijgen eenmalig een passende woning aangeboden.
13
Artikel 12 Geldigheid, wijzigen indeling, verval van rechtswege of intrekken urgentiecategorie •
1.Een urgentieverklaring is ten hoogste 26 weken na datum van afgifte geldig. Een uitzondering is urgentie op grond van herhuisvesting die verband houdt met sloop en ingrijpende verbetering (artikel 10, grond F), daar is het Sociaal Statuut bepalend.
•
2.Het college kan in bijzondere gevallen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring met maximaal 26 weken verlengen.
•
3.Het college kan een aanvrager, al dan niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Als de aanvrager in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld vervalt de oude urgentieverklaring en krijgt de aanvrager een nieuwe urgentieverklaring.
•
4.Een urgentieverklaring vervalt van rechtswege:
•
a. Zodra een woningaanbieding is geaccepteerd; b. 26 weken na afgifte van de urgentieverklaring. 5.Het college kan de urgentieverklaring intrekken als de aanvrager: o o
o o o
a. Niet langer voldoet aan de voorwaarden als genoemd in artikel 9 en artikel 10 van deze verordening; b. de aanvrager gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren; c. een aanbod voor passende woonruimte heeft geweigerd of aantoonbaar niet heeft gereageerd op passende woningen die in de periode van 26 weken na het verkrijgen van de urgentieverklaring zijn gepubliceerd.
14
Hoofdstuk 4 Voorrang en rangorde Artikel 13 Voorrang bij woonruimte van bepaalde aard, grootte of prijs •
1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens geven verhuurders voorrang aan woningzoekenden met een huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag. Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling.
Verantwoording: corporaties hebben voorgesteld om lid 1 Artikel 13 aan te passen. Volgens hen zorgt dit ervoor dat alleen degenen met de laagste inkomen meer kans maken op een woning en dat dit veel starters met een iets hoger inkomen uitsluit. Corporaties geven aan dat het de doorstroming zou bevorderen door in de verordening op te nemen om doorstromers van starterswoningen naar eengezinswoningen voorrang te geven. Lid 1 Artikel 13 in de Huisvestingsverordening kan niet aangepast worden, dit is wettelijk bepaalt volgens de Woningwet (artikel 46). De gemeente is niet negatief over het bevorderen van doorstroming, maar dat kan niet door dit specifieke artikel aan te passen. We kunnen samen uitzoeken op welke manier doorstroming bevorderd kan worden. Het experimentartikel in de Huisvestingsverordening (artikel 18) is erg ruim en een gemakkelijke manier om snel bij te sturen voor bepaalde projecten. Daarnaast is de gemeente vaak bereidwillig om het gebruik van het experimentartikel te accorderen. Wanneer de voorrang voor doorstromers vastgelegd zou worden in de verordening, kan het niet meer bijgesteld worden (voor de komende 4 jaar). Dit kan nadelig zijn voor de groep met de laagste inkomens, terwijl deze groep juist is aanwezen op sociale huurwoningen. •
2.Met inachtneming van het eerste lid geven verhuurders bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een MIVA-woning voorrang aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is toegewezen.
Verantwoording: corporaties hebben voorgesteld om dit direct te bemiddelen en lid 2 Artikel 13 te verwijderen uit de verordening. •
3.Met inachtneming van het eerste lid kunnen woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning op grond van aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken.
Verantwoording: in de afgelopen jaren is er nog nooit gebruik gemaakt van dit lid in de verordening. Daarnaast zijn hierover ook prestatieafspraken gemaakt met corporaties in 2024. Voorstel om dit lid te verwijderen uit de verordening. •
2.Het college kan woningcorporaties toestemming geven om met inachtneming van het eerste lid bij het verlenen van een huisvestingsvergunning woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doelgroepen. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke complexen en welke doelgroepen het gaat.
15
Verantwoording: de corporaties willen dat dit lid uit de verordening wordt gehaald, omdat hierdoor vaak voorkomt dat een alleenstaande in een eengezinswoning terecht komt met drie slaapkamers en een gezin in een klein appartement. De corporaties willen de labels zelf beheren en aanpassen ipv dit via het College te laten vaststellen. Hun voornaamste reden is om overbodige bureaucratie te vermijden. De gemeente is hier geen voorstander van. Het komt niet vaak voor dat er complexen gelabeld moeten worden, maar dat de optie er is, is wenselijk. Door dit proces bij de gemeente te houden, blijven de definities uniform. Daarnaast heeft het labelen van woningen voor de ene doelgroep, gevolgen voor alle overige doelgroepen. Hier moet dus zorgvuldig mee om worden gegaan. Artikel 14 Voorrang bij specifieke doelgroepen •
1.Het college kan woonruimte met voorrang voor bepaalde (doel)groepen bestemmen als blijkt dat die bepaalde (doel)groep woningzoekenden in onvoldoende mate voor toewijzing in aanmerking komt.
Artikel 15 Voorrang bij maatschappelijke en economische binding •
1.Woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen mogen maximaal 40 procent van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid in deze verordening aangewezen woonruimte met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan een kern in de Krimpenerwaard. Als uitgangspunt geldt dat deze 40 procent van de sociale huurwoningen bij voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden uit de betreffende kern.
•
2. Voor de toepassing van het eerste lid is een woningzoekende: o a. economisch gebonden aan de kern indien hij met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in de desbetreffende kern te vestigen, en o b. maatschappelijk gebonden aan de kern indien hij: ▪ 1. een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft in de desbetreffende kern, of ▪ 2. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de desbetreffende kern.
Verantwoording: wetswijzing van de Huisvestingswet 2014 geeft sinds 2023 meer ruimte voor kernbinding (50% i.p.v. 25%). Het college is voorstander voor meer kernbinding en stelt voor het percentage tot 40% te verhogen, met kaders voor bewoners die tijdelijk (bijvoorbeeld voor een studie) buiten de gemeente en/of kern zijn gaan wonen en weer terug willen (lid 2). Huurdersorganisaties zijn voorstander van het verhogen van het percentage kernbinding, omdat zij in hun omgeving zien dat bewoners willen blijven wonen in hun eigen kern, maar hier geen kans op maken. Corporaties geven aan dat ze denken dat de vraag naar nog meer kernbinding er niet is. Dat baseren zij op de cijfers uit de Rapportage Woonruimteverdeling waarbij te zien is dat 22% van de mutaties is toegewezen met kernbinding in 2022 en (concept) 2023. Maar ze staan wel positief tegenover de verhoging van het percentage. Lid 2 artikel 15 is toegevoegd om te verduidelijken waar economische en maatschappelijke binding aan moet voldoen.
16
•
2.Woonruimte kan met voorrang worden toegewezen of bemiddeld aan woningzoekenden die een bepaald beroep uitvoeren, als door het aanbieden van woonruimte schaarste in die beroepsgroep binnen de Krimpenerwaard wordt opgelost. Indien nodig, benoemt het college in afstemming met relevante partijen de lokale beroepsdoelgroepen die in aanmerking komen voor voorrang op woonruimte.
Verantwoording: lid 2 Artikel 15 is nog nooit gebruikt, omdat de (vitale) beroepsgroepen eigenlijk te veel verdienen voor sociale huur. Daarnaast moet aangetoond worden waarom iemand niet kan reizen voor zijn werk. Ook wordt het argument gegeven dat er overal in Nederland personeelstekort heerst. Met afstemming van corporaties en huurdersorganisaties voorgesteld om dit lid te verwijderen uit de verordening. Artikel 16 Rangorde woningzoekenden •
1.Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. Woningzoekenden met een urgentieverklaring. De volgorde hierin wordt bepaald op basis van datum van afgifte urgentieverklaring; o b. Woningzoekenden met voorrang bij economische of maatschappelijke binding op basis van artikel 15; o c. bij woningzoekenden die niet in een urgentiecategorie vallen wordt de volgorde bepaald door hun inschrijfduur. Degene met de hoogste inschrijfduur gaat voor. 2.In afwijking van het eerste lid kan een woningcorporatie maximaal 5 procent van de te publiceren woonruimte als bedoeld in artikel 2, de volgorde bepalen door middel van loting. Woningzoekenden komen in dat geval voor de woonruimte in aanmerking in volgorde van resultaat naar loting. o
•
Verantwoording: lid 1. b toegevoegd, omdat dit feitelijk de rangorde is. Lid 2 Artikel 16 aangepast van 10% loting naar 5% loting. In 2022 zijn er11 woningen van de 306 mutaties toegewezen via loting en in 2023 zijn 9 van de 210 woningen toegewezen via loting. Voor beide gevallen is dit 4% van de totale vrijgekomen woonruimte. Om meer ruimte vrij te maken voor reguliere toewijzing heeft het college besloten het percentage van 10% te verlagen naar 5%, ook gezien het kleine aantal toewijzingen via loting. Corporaties begrijpen de afweging van het college. Artikel 17 Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen •
1.Woningcorporaties stellen jaarlijks een aantal woningen beschikbaar ter bevordering van de uitstroom uit instellingen en huisvesting ex-gedetineerden zoals afgesproken in het Convenant uitstroom opvang en zorg regio Midden-Holland 2019, gesloten tussen gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.
•
2.Woningcorporaties mogen jaarlijks maximaal 15 procent van hun leeggekomen woonruimten vrij toewijzen aan woningzoekenden die niet via het reguliere toewijzingssysteem dan wel via de bestaande urgentiecriteria in aanmerking komen voor woonruimte. 17
Verantwoording: tot 1 januari 2022, mocht dit totaal 10 procent van de verhuringen in een jaar zijn. Nu is dat 7,5%, maar via prestatieafspraken mag dit verhoogt worden tot 15%.
Hoofdstuk 5 Restbepalingen Artikel 18 Experimenten Het college kan voor bepaalde tijd experimenten toestaan waarin wordt afgeweken van de bepalingen in deze verordening. Belanghebbende partijen kunnen hiertoe een onderbouwd verzoek bij het college indienen. Artikel 19 Hardheidsclausule Het college kan de artikelen in hoofdstuk 3 en 4 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte of vanwege een groot maatschappelijk belang leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Toepassing van dit artikel moet passen binnen de wet. Artikel 20 Mandatering Het college kan de uitvoering van de bevoegdheden opgenomen in artikel 3, 4 en 8 tot en met 12 van deze verordening mandateren aan daartoe aangewezen uitvoerende instanties, zoals de woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. Hiertoe worden uitvoeringsafspraken tussen de aangewezen uitvoerende instanties en de gemeente vastgelegd in een convenant.
Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 21 Overgangsbepaling urgentieverklaring en huisvestingsvergunning •
1.Een huisvestingsvergunning of urgentieverklaring die voor inwerkingtreding van de verordening is ingediend, wordt behandeld volgens de verordening zoals genoemd in artikel 23, tweede lid van deze verordening indien dit voor de belanghebbende gunstiger is.
•
2.Een urgentieverklaring die is verleend op grond van de in artikel 23, eerste lid genoemde verordening, wordt gelijkgesteld aan een urgentieverklaring die verleend is op grond van deze verordening.
Artikel 22 Intrekken oude verordening De Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2021 wordt ingetrokken. Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel •
1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025 en vervalt op 31 december 2028.
•
2.Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2025.
18
Overig besproken onderwerpen Splitsen, onttrekken en samenvoegen van woningen De Huisvestingswet 2014 schrijft dat het is toegestaan om in de huisvestingsverordening regels toe te voegen omtrent het splitsen, samenvoegen en onttrekken van woningen. In het verleden is besloten deze regels niet toe te passen in de verordening. Met de Vergunningverleners van de gemeente Krimpenerwaard is overleg geweest of er behoefte is aan het toevoegen van regels omtrent splitsen, samenvoegen en onttrekken van woningen in de huisvestingsverordening. Conclusie van dit overleg was om geen nieuwe regels hieromtrent op te nemen omdat het niet veel toevoegt. In de meeste gevallen moeten mensen die een woning willen splitsen, onttrekken of samenvoegen het plan sowieso laten toetsen in het kader van het bouwbesluit of brandveiligheid. Dan is het aanvragen van een vergunning in het kader van de huisvestingsverordening dubbelop. Toeristische verhuur woonruimte De Huisvestingswet 2014 schrijft dat het mogelijk is om meer instrumenten in te zetten die het mogelijk maken effectiever te handhaven op toeristische verhuur. Het doel is om negatieve effecten van toeristische verhuur te bestrijden als dat nodig is vanuit het oogpunt van woonruimtevoorraadbeheer of vanuit de leefbaarheid van een kern.
De huisvestingswet biedt een drietal instrumenten – registratie, meldplicht per verhuring of vergunningplicht – die opgenomen kunnen worden in de huisvestingsverordening. Met Beleidsadviseurs Recreatie & Toerisme en Vergunningen en Handhaving van de gemeente Krimpenerwaard is hier overleg over geweest . Zij gaven aan dat er geen behoefte is aan de inzet van extra instrumenten. Binnen de Krimpenerwaard is er via de toeristenbelasting namelijk al inzicht in de objecten die verhuur worden en het aantal overnachtingen. De extra mogelijkheden die de Huisvestingswet biedt, zijn voor de gemeente Krimpenerwaard dus niet nodig omdat het systeem al voldoet. Daarnaast hebben is er in de gemeente Krimpenerwaard geen sprake van overaanbod en overlast van toeristen. Urgentiegrond Relatiebreuk De Regiogemeenten Midden-Holland hebben Relatiebreuken als urgentiegrond toegevoegd aan hun (gezamenlijke) verordening. De regiogemeenten geven in het geval van een relatiebreuk alleen urgenties af als er sprake is van minderjarige kinderen. Reden hiervoor is dat ze niet willen dat de kinderen risico lopen om dakloos te raken vanwege de scheiding van hun ouders. Vanuit de beleidsadviseurs van Sociaal Domein van de Gemeente Krimpenerwaard is het voorstel gedaan om Relatiebreuken (zoals beschreven in de verordening van de regiogemeenten) toe te voegen aan de verordening.
De meeste hardheidsclausules die het afgelopen jaar zijn afgegeven waren op basis van een relatiebreuk. Volgens hen zijn er veel bankslapers in de gemeente. Ook komt het voor dat mensen langer bij elkaar wonen, maar feitelijk wel uit elkaar 19
zijn, dit geeft veel spanning en stress aan het gezin. Hier lijden de kinderen ook onder en ontstaat er vaak meer huiselijk geweld, en ook woonoverlast. Mensen die aanvraag doen voor urgentie op basis van een relatiebreuk en daar een afwijzing voor krijgen, verdwijnen weer van de radar en komen meestal op een andere manier weer in beeld (zoals maatschappelijke opvang/hulp) wat ook weer veel maatschappelijke kosten heeft. Gezinsopvangen en het Leger des Heils hebben weinig plekken en hoge wachtlijsten. Corporaties zijn geen voorstander van het toevoegen van relatiebreuken als urgentiegrond. Zij zijn van mening dat dit tot nog meer verdringing op de al schaarse sociale huurwoningmarkt zal leiden. De Huurdersorganisaties zijn ook huiverig, maar zijn van mening dat kwetsbare doelgroepen geholpen moeten worden, gebaseerd op situaties in hun eigen omgeving. Het College heeft besloten om relatiebreuken niet toe te voegen als urgentiegrond aan de verordening. Momenteel worden aan de meest schrijnende gevallen van relatiebreuken doormiddel van de hardheidsclausule urgentie afgegeven. Dit wordt per casus bekeken door het Sociaal Domein. Dit verloopt goed en wordt zo behouden.
20