CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 3 t_NL.IMRO.1931.BP2102BT043-VG01

Oordeelsvorming R&F (RZ) 5 september 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering IV, Bergambacht (30 min)20.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

De Nieuwe Wetering IV, Bergambacht Gemeente Krimpenerwaard

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.1931.BP2102BT043-VG01

Datum:

2023-06-06

Contactpersoon Buro SRO:

dhr. R. (Roel) van der Made

Kenmerk Buro SRO:

SR190413

Opdrachtgever:

Immoned Vastgoed Ontwikkeling B.V.

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8

2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 12 2.3 Beeldkwaliteit ................................................................................................................................................... 15 2.4 Verkeer en parkeren ......................................................................................................................................... 18

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 20 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 20 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 22 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 29 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 30

4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 33 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 33 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 34 4.3 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 35 4.4 Geluid ................................................................................................................................................................ 36 4.5 Milieuzonering .................................................................................................................................................. 37 4.6 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 38 4.7 Cultureel erfgoed ..............................................................................................................................................

41 4.8 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 42 4.9 Ecologie ............................................................................................................................................................. 45

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 49 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 49 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 49 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 49 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 50

6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 53 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 54 7.1 Overleg .............................................................................................................................................................. 54 7.2 Inspraak ............................................................................................................................................................. 54 7.3 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 54

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Binnen de gemeente Krimpenerwaard is er behoefte aan nieuwe bedrijfskavels. De bestaande mogelijkheden binnen de gemeente zijn nagenoeg volgebouwd en de vraag naar nieuwe bedrijfskavels is groot. Niet alleen voor de vestiging van nieuwe bedrijven of de uitbreiding van bestaande bedrijven, maar juist ook voor het verplaatsen van bestaande bedrijven uit de kernen, om zo eventuele overlast te verminderen en ruimte te maken voor andere functies, waaronder wonen. Initiatiefnemer is voornemens om het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht aan de oostzijde uit te breiden. Dit plan staat bekend onder de naam 'De Nieuwe Wetering IV'. Om een goed beeld te krijgen van de ruimtelijke mogelijkheden van het plangebied en de aanwezige (landschappelijke) kwaliteiten te behouden dan wel te versterken, is een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld (Buro SRO, 21 december 2022, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1). De gronden van het plangebied liggen binnen de plangrenzen van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Bergambacht op 13 december 2011. De gronden zijn grotendeels voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Binnen deze bestemming is de uitbreiding van het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering niet mogelijk.

Tevens is met het vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' de bestemming 'Verkeer' ter plaatse van de Handelswegweg ten oosten en zuiden van het plangebied wegbestemd. Om de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein en de Handelsweg te voorzien van de bestemming 'Verkeer' is een nieuw bestemmingsplan vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daar in.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt ten oosten van de kern Bergambacht in de gemeente Krimpenerwaard. De planlocatie is kadastraal bekend onder de gemeente Bergambacht, sectie B, percelen 5618, 5621, 5623, 5625, 5634, 5880, 5884, 5885, 5888, 5898, 5901, 5902 en 5903 en 6111 en is als volgt begrensd:

• • • •

noordzijde: Provincialeweg (N210); oostzijde: agrarische gronden (buitengebied); zuidzijde: bedrijventerrein De Nieuwe Wetering II; westzijde: bedrijventerrein De Nieuwe Wetering.

Naast de uitbreiding van het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering wordt ook de Handelsweg ten oosten en zuiden van het plangebied, die met het vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' is wegbestemd, meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

5

De navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied.

Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Google Maps)

Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Google Maps)

6

1.3 Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Bergambacht op 13 december 2011. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011'.

Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De gronden van het plangebied beschikken over de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Deze gronden zijn bestemd voor reële grondgebonden graasdierbedrijven, agrarisch aanverwant gebruik en het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor water, kleinschalige landschapselementen en extensief recreatief medegebruik. De gronden zijn voorzien van de gebiedsaanduiding 'ruwvoederteelt'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn werken en werkzaamheden ten behoeve van de teelt van ruwvoedergewassen, anders dan gras, toegestaan. De noordoostelijke gronden van het plangebied zijn voorzien van de gebiedsaanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' is het bepaalde in de provinciale milieuverordening van toepassing. In het 'Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering', vastgesteld op 27 september 2011, was de weg ten oosten en zuiden van het plangebied voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Echter is dit bestemmingsvlak met het vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' wegbestemd. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het 'Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering' waar de bestemming 'Verkeer' was opgenomen voor de weg.

7

Uitsnede 'Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering'; plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard', vastgesteld op 29 januari 2019 door de raad van de gemeente Krimpenerwaard, geldt voor het gehele gebied van de gemeente. Het doel van dit bestemmingsplan is om ten aanzien van het parkeren uniforme bepalingen vast te stellen die verwijzen naar beleidsregels voor parkeernormen. De beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering past niet binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011'. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk dient een nieuw bestemmingsplan vastgesteld te worden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleid en de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en de (milieu)wetgeving. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. De economische uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 6 aan de orde. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de resultaten uit het vooroverleg en de inspraakmomenten.

8

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie De locatie ligt aan de zuidoostzijde van de kern van Bergambacht. Ten westen van het plangebied ligt het bestaande bedrijventerrein De Nieuwe Wetering. Aan de zuid- en oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Handelsweg. Deze takt aan de noordzijde aan op de Provincialeweg N210. Deze weg vormt aan de noordzijde de noordelijke grens, samen met de aanwezige watergang. Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels ingericht als grasland. Het gebied wordt gekenmerkt door langgerekte noord-zuid georiënteerde kavels. De kavels worden gescheiden door smalle watergangen die langs de volledige lengte van de kavels lopen. Langs de oost- en zuidzijde van het plangebied ligt de Handelsweg, die als ontsluiting dient voor het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering. Langs de weg ligt een fietspad en zijn groenstroken en sloten aanwezig. Op navolgende afbeeldingen zijn impressies van het plangebied in de huidige situatie weergegeven.

Impressie plangebied huidige situatie

9

Impressie plangebied huidige situatie

De navolgende afbeelding toont de uitgangspuntenkaart voor de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein. Deze kaart is tot stand gekomen op basis van eerder uitgevoerde analyse ten aanzien van de ruimtelijke en landschappelijke inpassing, verkeer en parkeren, openbare ruimte, gezondheid en duurzaamheid en milieu.

10

Uitgangspuntenkaart (bron: Buro SRO)

11

2.2 Toekomstige situatie Het stedenbouwkundig plan (Buro SRO, 21 december 2022, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1) gaat uit van het voortzetten van de huidige ruimtelijke structuur van De Nieuwe Wetering. Dit betekent dat de ruimtelijke hoofdopzet van het plan de landschappelijke onderlegger in noord-zuidrichting volgt. Daarmee wordt ingezet op een nieuwe bedrijvenrand aan de oostzijde van Bergambacht met een tweetal ‘kopkavels’ en een interne en externe bedrijvenrand. Daarmee ontstaat een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein met een aantrekkelijke diversiteit. De uitbreiding van het bedrijventerrein bedraagt ca. 5 ha bruto (uitgeefbare kavels en openbare ruimte) en ca. 4,2 ha netto (uitgeefbare kavels inclusief groen en water). De noordelijke ‘kopkavel’ vormt als het ware de entree van het bedrijventerrein in nauwe samenhang met de reeds bestaande rand, maar vormt ook de entree van Bergambacht aan de oostzijde. Deze kavel heeft een tweezijdige oriëntatie op zowel de Provincialeweg (N210) als de Handelsweg. Vanwege deze bijzondere positie worden hoge beeldkwaliteitseisen gesteld om deze plek waar te kunnen maken. De zuidelijk gelegen ‘kopkavel’ vormt de overgang van de nieuwe bedrijvenrand langs de Handelsweg naar het bestaande bedrijventerrein. Deze kavel is eveneens tweezijdig georiënteerd.

Voor beide kavels wordt op voorhand een inrichtingsplan opgesteld waaraan toekomstige bedrijven zich moeten houden. Op de zuidelijk gelegen ‘kopkavel’ is ruimte voor de nieuwe milieustraat (afvalbrengstation) van de gemeente Krimpenerwaard. Deze 'kopkavel' of een deel daarvan biedt voldoende ruimte voor de nieuwe milieustraat. De centrale ligging van de locatie in de gemeente Krimpenerwaard en de goede bereikbaarheid via de Provincialeweg (N210) maken de locatie geschikt voor de nieuwe milieustraat. De overige kavels zijn verdeeld over een bedrijvenrand direct gelegen aan de Handelsweg en daarop georiënteerd. Deze kavels zijn via de bedrijfsstraat te benaderen. Aan de westzijde van deze bedrijfsstraat is eveneens een bedrijvenrand gelegen. Deze kavels zijn op de bedrijfsstraat gericht, die als een U-vorm het plangebied aan twee zijden ontsluit. De meest noordelijke gelegen bedrijfskavel sluit aan bij de bestaande rand en kan ruimte bieden aan representatieve bedrijven met een lagere milieucategorie en/of kantoren. Daarmee ontstaat, aan de zijde van de Provincialeweg (N210), een eenduidig beeld gericht op deze weg en ingepast binnen de aanwezige groen- en waterzone. De overige bedrijfskavels kunnen ruimte bieden aan grotere en meer belastende bedrijven.

12

De navolgende afbeelding geeft het stedenbouwkundig plan van het beoogde bedrijventerrein weer, waarop als voorbeeld een mogelijke verkaveling van de bedrijfspercelen zichtbaar is.

Stedenbouwkundig plan met voorbeeld verkaveling De Nieuwe Wetering IV (bron: Buro SRO)

Ontsluiting en parkeren De ontsluitingsstructuur takt op twee plekken middels een T-kruising op de Handelsweg aan. Daarmee ontstaat een doorgaande structuur, zodat vrachtwagens en overige verkeer niet op de bedrijfsstraat hoeven te keren. De bedrijfskavels die op de Handelsweg zijn georiënteerd, zijn via de achterzijde bereikbaar. Alle bedrijfsstraten worden als 50 km/uur straten ingericht en zijn voorzien van een trottoir langs de rijbaan. Autoverkeer tussen bestaande en nieuwe bedrijfskavels is uitgesloten. Het parkeren en het laden en lossen vindt op eigen terrein plaats. Dit komt de kwaliteit van de openbare ruimte ten goede. Water en groen In het plan wordt voorzien in groen en water. De bestaande watergangen aan de buitenzijden van het plan worden gehandhaafd. Dit geldt tevens voor de watergang aan de westzijde, gelegen tussen het bestaande en toekomstige bedrijventerrein. De watergang aan de noordzijde van de noordelijke gelegen bedrijfskavel wordt verbreed om deze extra kwaliteit te geven, nadrukkelijk in samenhang met de nieuwe bebouwing, en mee te laten doen in het (bestaande) groene en waterrijke beeld langs de N210. De bestaande watergangen in het plangebied worden gedempt. Om aan de watercompensatie-eisen te kunnen voldoen wordt elders, binnen hetzelfde of een lager peilgebied, gecompenseerd.

Aan de noordzijde wordt de bestaande groen- en waterstrook ter plaatse verbreed, om zo een aantrekkelijk rand te kunnen vormen in aansluiting op de bestaande groen- en waterrand langs de provinciale weg.

13

De bedrijfsstraten zijn vooral als functionele ruimte bedoeld, maar worden ook voorzien van groen voor onder andere klimaatadaptatie. De oevers van de watergangen rondom krijgen zoveel als mogelijk een natuurlijk verloop met dito inrichting en beplanting. Samen met de voorzijde van de bedrijfskavels aan de noord, oost-, en zuidzijde van het plan, ontstaat een aantrekkelijke (groene) bedrijvenrand die ook bijdraagt aan de biodiversiteit. De navolgende afbeelding toont de ontsluitingsstructuur en de groen- en waterstructuur van de beoogde uitbreiding.

Oriëntatie en accenten Het plan is dusdanig opgezet dat er een goede oriëntatie voor alle bedrijfskavels mogelijk is. Oriëntatie en zichtbaarheid zijn belangrijke vestigingseisen voor een bedrijf. Alle bedrijven zijn met hun voorzijde op de straat georiënteerd. De noord- en oostzijde van het plangebied vormt een nieuwe rand voor Bergambacht. Bedrijven dienen een samenspel te vormen met de inrichting van de groene rand langs de watergang. Zo worden zichtbaarheid en aantrekkelijkheid gecombineerd. Bebouwingsbeeld Voor een duurzame kwaliteit van het bedrijventerrein is een evenwichtig en representatief bebouwingsbeeld van belang. Behalve door een strakke vormgeving van de weg- en groenstructuur wordt dit ook door de opzet en situering van de bebouwing bereikt. Met de (bouw)regels van het voorliggende bestemmingsplan wordt gestuurd op de maatvoering, de situering, het gebruik en de inrichting van het bedrijfskavel. Voor de architectonische expressie is aandacht voor de beoogde beeldkwaliteit bij de uitgifte van het bedrijventerrein vereist. Alle bedrijfspanden dienen vanaf de ontsluitingswegen goed zichtbaar te zijn. Dit draagt bij aan een goede oriëntatie en presentatie van individuele bedrijven. De hoofdopzet van het bestaande bedrijventerrein wordt doorgezet. Daarbij wordt de bebouwing in een voorgevelrooilijn gesitueerd om het gevarieerde bebouwingsbeeld te structureren.

Op deze wijze wordt voorkomen dat er een onsamenhangend en rommelig beeld ontstaat.

14

De voorgevelrooilijn betreft de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd moet worden. In principe is dit de voorzijde van de bedrijfskavel. Voor hoekkavels aan openbaar gebied geldt een tweezijdige oriëntatie. De voorgevelrooilijn betreft de lijn gekeerd naar, en duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Programma en bouwhoogte Het stedenbouwkundig plan biedt ruimte aan ca. 4,2 ha netto uit te geven kavels (inclusief groen en water). Daarbij is ruimte voor kleine kavels vanaf ca. 1.000 m² tot zeer grote kavels van ca. 9.500 m². Uiteraard is het geheel flexibel in te delen. De bestemmingsregels en de bouwhoogte sluiten aan bij het bestaande bedrijventerrein De Nieuwe Wetering. Voor de noordelijke rand langs de N210 geldt een gemengde bestemming (bedrijven en kantoren). Voor de rest van de kavels geldt een bedrijfsbestemming (bedrijven). De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag maximaal 11 m (exclusief installaties) bedragen, terwijl de maximale bouwhoogte van kantoren 12 (exclusief installaties) m is. Duurzame ontwikkeling Het stedenbouwkundig plan voor De Nieuwe Wetering IV is gebaseerd op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Dit komt tot uitdrukking in de overgangszone van de bedrijfskavels naar de N210 en de Handelsweg.

Op bedrijfskavelniveau dient dit nader uitgewerkt te worden om op een zo duurzaam mogelijk wijze te ontwikkelen om vervolgens ook duurzaam te kunnen ondernemen. Bij het ontwikkelen kan worden ingezet op flexibiliteit en compactheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, energie-opwek, etc.

2.3 Beeldkwaliteit Het beeldkwaliteitsplan (Buro SRO, 21 december 2022, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1) zal tegelijkertijd met het voorliggende bestemmingsplan vastgesteld worden door de raad van de gemeente Krimpenerwaard. De in dit document vastgelegde ambities en richtlijnen krijgen hierdoor de status van een beleidskader en vervangen daarmee de gemeentelijke welstandsnota. Het beoogde bedrijventerrein is een gevarieerd terrein aansluitend op het bestaande deel van De Nieuwe Wetering. In beeld en sfeer dient het daarbij aan te sluiten. Daarnaast wordt een hogere ambitie nagestreefd, omdat deze uitbreiding (gedeeltelijk) de nieuwe rand en de oostelijke entree van Bergambacht vormt. De gemeente beoordeelt de bouwplannen aan de hand van het beeldkwaliteitsplan. Voor de beoogde beeldkwaliteit wordt een onderscheid gemaakt in algemene richtlijnen en de meer specifieke richtlijnen voor deelgebieden waar hogere eisen worden gesteld. Daarnaast is onderscheid gemaakt tussen beeldkwaliteit gericht op de bebouwing en de openbare ruimte. 2.3.1 Deelgebieden Het plan voor De Nieuwe Wetering IV bestaat uit drie deelgebieden. Dit komt voort uit de behoefte om onderscheid te maken in situering en kwaliteit van de verschillende gebieden. De drie deelgebieden zijn als volgt:

• • •

entree; handelsrand; middengebied.

Voor de 'entree' en de 'handelsrand' liggen de ambities hoger dan voor het 'middengebied'. Daarom gelden daar aanvullende richtlijnen ten aanzien van de beeldkwaliteit in aanvulling op de algemene richtlijnen die voor het 'middengebied' van toepassing zijn. De richtlijnen zijn opgenomen in het eerder genoemde stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan.

15

De navolgende afbeelding toont de indeling van deelgebieden.

Deelgebieden beeldkwaliteit met voorbeeld verkaveling (bron: Buro SRO)

2.3.2 Openbare ruimte De openbare ruimte van het bedrijventerrein sluit aan op het bestaande deel van De Nieuwe Wetering en maakt de overgang naar het naastgelegen open weidegebied. Echter ligt de ambitie voor dit deel hoger, omdat de rand van het bedrijventerrein de nieuwe entree en rand voor de kern van Bergambacht wordt.

16

Oostzijde Waar mogelijk wordt groen toegepast in het straatbeeld. Tussen het fietspad en de Handelsweg zorgen bloemen en kruidenmengsels voor een groene uitstraling en natuurlijke berm. Tussen het fietspad en de watergang, langs de Handelsweg, wordt de watergang ontworpen met natuurlijke oevers en rietranden. De zijde van de bedrijfskavels dient samen met de watergang een aantrekkelijke rand te vormen van het bedrijventerrein als overgang naar het open landschap aan de oostzijde. Beplanting dient passend binnen het gebied en streekeigen te zijn. Noordzijde De noordelijke rand langs de N210 krijgt een waterrijke en groene inrichting in aansluiting op het bestaande bedrijventerrein. De oevers langs het water worden voorzien van plasdrasoevers, waardoor extra waarde ontstaat voor flora en fauna. De watergang aan de noordzijde wordt verbreed. De toekomstige eigenaren van de bedrijfspercelen zijn zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater. Schoon hemelwater, afkomstig van de bedrijfskavels, wordt zo lang mogelijk op eigen terrein vastgehouden, waarna het (vertraagd) afgevoerd wordt via het aanwezige oppervlaktewater. Bedrijfsstraat De nieuwe bedrijfsstraat, die het binnengebied ontsluit, takt op twee plaatsen aan op de bestande Handelsweg. De watergang ter plaatse wordt van duikers voorzien. In materialisatie wordt aangesloten bij het bestaande bedrijventerrein.

Dat wil zeggen dat de rijbaan wordt uitgevoerd in asfalt. De rijbaan wordt tonrond aangelegd waar aan beide zijden een dubbele strek wordt toegepast als afwatering naar een straatkolk. In de bedrijfsstraat wordt aan één zijde van de rijbaan een trottoir van 2 m breed gerealiseerd. Dit trottoir bestaat uit grijze betonklinkers. Het trottoir ligt op hetzelfde niveau als de rijbaan en biedt tevens de mogelijkheid, in aansluiting op de Handelsweg, om een ‘rondje’ te kunnen lopen. Dit nodigt uit om te bewegen en sociale contacten te leggen en draagt bij aan een gezond bedrijventerrein. Wat betreft het straatmeubilair wordt aangesloten bij het bestaande beeld van De Nieuwe Wetering. Daarbij gaat het om onder andere lichtmasten, bankjes, prullenbakken, etc. Eventuele traforuimten worden uitgevoerd in een zwarte kleurstelling Ral 9005. De navolgende afbeeldingen tonen de straatprofielen van de entreezone langs de N210 (noordzijde) en van de Handelsweg (oost- en zuidzijde).

Profiel entreezone (bron: Buro SRO)

17

Profiel Handelsweg oost (bron: Buro SRO)

Profiel Handelsweg zuid (bron: Buro SRO)

2.4 Verkeer en parkeren Verkeer Op basis van de bebouwingsmogelijkheden die het voorliggende bestemmingsplan biedt en de kencijfers van CROW-publicatie 381 kan een inschatting gemaakt worden van de verkeersgeneratie van het voorgenomen plan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende gemiddelde kencijfers voor bedrijven in de categorieën 'rest bebouwde kom' en 'weinig stedelijk' uit CROW-publicatie 381:

•

bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief voertuigbewegingen per 100 m² bvo per etmaal;

•

bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, voertuigbewegingen per 100 m² bvo per etmaal.

(loods,

opslag,

transportbedrijf):

laboratorium,

werkplaats):

4,8 10,0

Het is nog niet bekend welke bedrijven zich gaan vestigen in het plangebied. Om de verkeersgeneratie vanwege de uitbreiding van het bedrijventerrein te bepalen wordt het gemiddelde van de kencijfers voor 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief' en 'bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief' gehanteerd, te weten 7,4 voertuigbewegingen per 100 m² bvo per etmaal.

18

Het voorliggende plan maakt ca. 4,2 ha aan uitgeefbare kavels mogelijk. Uitgaande van een gemiddeld bebouwingspercentage van 70% en gemiddeld twee bouwlagen komt de oppervlakte aan bvo uit op 58.800 m². De bijbehorende verkeersgeneratie bedraagt 588 x 7,4 = 4.351,2 voertuigbewegingen per etmaal. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats aan de Handelsweg. Er worden twee T-kruisingen gerealiseerd, waardoor een doorgaande structuur ontstaat. Er zal een snelheidsregime van maximaal 50 km/uur gelden. Aangezien de Handelsweg over een goede aansluiting op de N210 beschikt, zal de toename van de verkeersgeneratie geen problemen opleveren. Parkeren Er wordt geparkeerd op het eigen terrein, waardoor de kwaliteit van de openbare ruimte niet aangetast wordt door geparkeerde voertuigen. De parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk uit het zicht gerealiseerd. De parkeernormen worden gebaseerd op het parkeerbeleid van gemeente Krimpenerwaard. In het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard' wordt verwezen naar de (gemiddelde) parkeernormen van het CROW. In dit geval wordt uitgegaan van de categorieën 'rest bebouwde kom' en 'niet stedelijk'. Hierbij is een onderscheid in een tweetal normen gemaakt, te weten:

•

bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief parkeerplaatsen per 100 m² bvo;

(loods,

•

bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief parkeerplaatsen per 100 m² bvo.

(industrie,

opslag,

transportbedrijf):

laboratorium,

werkplaats):

0,8-1,3 2,1-2,6

Afhankelijk van de uiteindelijke uitwerking zal voorzien moeten worden in een aantal parkeerplaatsen dat voldoet aan het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard' of de opvolger daarvan. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is vastgelegd dat voorzien dient te worden in voldoende parkeervoorzieningen.

19

3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Het onderhavige initiatief draagt bij aan prioriteit 1, 2 en 3 en is op die wijze in lijn met de NOVI. Voorts wordt aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk, zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016 en 1 januari 2017 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het Barro is daarom verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

20

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven:

•

•

•

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De voorgenomen ontwikkeling, dat een bedrijventerrein van ca. 4,2 ha (netto) betreft, dient aangemerkt te worden als een stedelijke ontwikkeling. Behoefte De betreffende locatie is op kaart 19 'grootschalige buitenstedelijke bouwlocaties' van de Omgevingsverordening Zuid-Holland Module Ruimte en Wonen, die op 12 oktober 2022 vastgesteld is en op 2 december 2022 in werking is getreden, aangeduid als 'bedrijventerreinen zachte capaciteit' (zie toelichting paragraaf 3.2.2). Uit de behoefteraming voor bedrijventerreinen in de provincie Zuid-Holland van oktober 2021 blijkt dat er in de regio Midden-Holland sprake is van een forse behoefte aan bedrijventerreinen. In de periode van 2021 tot en met 2030 is de uitbreidingsvraag in de regio 43 tot 86 ha. In de periode van 2031 tot en met 2040 is er een uitbreidingsvraag van circa 3 tot 56 ha. Daarnaast wordt in de regio Midden-Holland als gevolg van de transformatie van bestaande bedrijventerreinen een vervangingsvraag van circa 39 ha tot en met 2040 verwacht. De totale ruimtevraag voor de subregio Midden-Holland zuid (Krimpenerwaard) is 17-25 ha.

Dit omvat een uitbreidingsvraag van 9-17 ha en een vervangingsvraag van 8 ha. De gemeente Krimpenerwaard beschikt niet meer over uitgeefbaar aanbod aan bedrijventerreinen. Er is in de regio Midden-Holland sprake van een fors tekort aan hard planaanbod. De Nieuwe Wetering is in de behoefteraming opgenomen in het overzicht met zacht planaanbod. Om aan de hand van de resultaten van de provinciale behoefteraming voor bedrijventerreinen een kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie op te kunnen stellen, heeft de regio Midden-Holland eerst een verdiepend onderzoek naar vraag en aanbod van bedrijventerreinen uitgevoerd. Dit betreft het beleidsdocument 'Naar een bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland' d.d. 5 maart 2020. Met de resultaten van dit onderzoek is de regio Midden-Holland aan de slag gegaan met de regionale kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland, die later dit jaar wordt aangeboden aan de provincie. Hierin is De Nieuwe Wetering IV opgenomen met een oppervlakte van 4 ha (netto). Bedrijventerrein De Nieuwe Wetering IV voorziet in een uitbreidingsvraag voor regionale en lokale bedrijven (en de gemeentelijke milieustraat) alsook in de compensatieopgave voor de transformatiegebieden Schoonhoven Noord (2 ha) en Galgoord (1,5 ha). De regionale behoefteonderbouwing is opgenomen in toelichting paragraaf 3.3.1.

Gelet op het voorgaande voorziet het voorliggende bestemmingplan in de (actuele) behoefte naar bedrijventerreinen.

21

Bestaand stedelijk gebied Het grootste deel van de gronden waarop de ontwikkelingen zijn voorzien zijn heden ten dage in gebruik ten behoeve van agrarische doeleinden. In het thans geldende bestemmingsplan hebben deze gronden de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Volgens artikel 1.1,1, eerste lid, onder h van het Bro is bestaand stedelijk gebied 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Uitgaande van deze definitie kan het grootste deel van de gronden, met uitzondering van de bestaande Handelsweg, niet aangemerkt worden als bestaand stedelijk gebied. De betreffende stedelijke ontwikkeling, die bestaat uit een bedrijventerrein met een netto oppervlak van 4,2 ha, kan redelijkerwijs niet in het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. De huidige harde plancapaciteit aan bedrijventerreinen in de regio is onvoldoende om de vraag op te kunnen vangen. Het beschikbare aanbod is grotendeels kwalitatief ongeschikt als alternatief voor het voorgenomen plan of bestaat uit enkele verspreid gelegen restkavels. De leegstand in de marktregio is erg laag en bovendien kwalitatief ongeschikt als alternatief.

Er dient dan ook geconcludeerd te worden dat er binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte alternatieven zijn om in de regionale behoefte te voorzien. Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:

•

het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;

• •

de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;

• • • •

de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;

2.

Ambities en sturing

het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.

De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:

22

• • • • • •

naar een klimaatbestendige delta;

3.

Omgevingskwaliteit

naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:

•

een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;

•

een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;

•

een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.

4.

Beleidskeuzes

De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet specifiek van belang gezien de aard en omvang van het initiatief. 2.

Ambities en sturing

De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de herontwikkeling. 3.

Omgevingskwaliteit

Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Navolgend worden de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader omschreven. Laag van de ondergrond Op de 'Laag van de ondergrond' is het plangebied aangewezen als 'rivierdeltacomplex - rivierklei/veen'. Het richtpunt hierbij is het herkenbaar houden van het verschil tussen komgronden en oeverwallen. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Ontwikkelingen in het rivierengebied dienen het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar te houden. Binnen het plangebied is er geen verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Daarmee is het voorgenomen plan niet in strijd met het richtpunt van de 'Laag van de ondergrond'.

23

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied bevindt zich in een veen(weide)landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de verkavelingspatronen. De relevante richtpunten voor het veen(weide)landschap zijn:

•

Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.

• • •

Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders.

Met het beoogde plan wordt waar mogelijk het huidige verkavelingspatroon gerespecteerd. Door de Handelsweg, die aansluit op de Provincialeweg (N210), is het plangebied afgesloten van het buitengebied. Binnen het plangebied worden de watergangen gedempt. Echter blijven de watergangen rond het plangebied behouden en wordt de relatie met het landschap versterkt. De groenstrook en de watergangen rondom de beoogde uitbreiding zullen de nieuwe zijde van het landschap vormen. Deze nieuwe rand vormt een zachte, waterrijke en groene overgang naar het landschap. Geconcludeerd kan worden dat het veen(weide)landschap niet verder wordt aangetast met de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied valt gedeeltelijk binnen het gebied dat is aangewezen als 'stads- en dorpsrand'. Ontwikkelingen in de stads- of dorpsrand moeten bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Met de ontwikkeling wordt er een nieuwe rand en entree aan de oostzijde van Bergambacht gerealiseerd. Voor dit gedeelte van worden hogere ambities gesteld wat betreft de beeldkwaliteit. Hiermee zal de kwaliteit van de dorpsrand ten opzichte van de huidige dorpsrand verbeteren. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de uitgangspunten voor de 'stads- en dorpsrand'.

Beleidskeuzes De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze 'behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Krimpenerwaard'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar. De kaarten van het gebiedsprofiel vormen geen aanvulling op de voorgenoemde kwaliteitskaarten. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling invulling geeft aan het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast heeft het voorgenomen plan betrekking op de beleidskeuze 'toekomstbestendige bedrijventerreinen die de vitaliteit van het bedrijfsleven versterken'. De provincie Zuid-Holland streeft naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod van bedrijventerreinen op regionaal en bovenregionaal schaalniveau. Het voorgenomen plan voorziet, mede gezien de beperkte omvang van de uitbreiding, op lokaal niveau in de specifieke vraag naar bedrijventerreinen. Conclusie Voor de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie.

De ruimtelijke kwaliteit blijft behouden en de ontwikkeling komt tegemoet aan de vraag naar bedrijventerreinen. Daarmee is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

24

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsvisie. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Milieubeschermingsgebied voor grondwater De planlocatie ligt in een milieubeschermingsgebied voor grondwater als bedoeld in artikel 1.2 lid 2 sub a van de Wet milieubeheer. Op kaart 5 bij de Omgevingsverordening zijn de milieubeschermingsgebieden voor grondwater aangeduid. Op deze kaart wordt onderscheid gemaakt in waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones. Het plangebied ligt deels in een boringsvrije zone (zuidzijde) en deels in een grondwaterbeschermingszone (noordzijde). In de Omgevingsverordening worden geen eisen gesteld aan bestemmingsplannen ten aanzien van de ligging in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. In de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (PMV2021) worden wel beperkingen opgelegd aan een milieubeschermingsgebied voor grondwater.

Volgens de PMV2021 kunnen in grondwaterbeschermingsgebieden geen bodemenergiesystemen worden aangelegd en zijn ingrepen aan de bodem die de slecht doorlatende eigenschappen van de bodem tenietdoen niet toegestaan. Op basis van de PMV2021 zijn in hoofdlijnen bedrijven die gezondheids- en milieugevaarlijke stoffen of cosmetische en farmaceutische producten gebruiken niet toegestaan binnen de grondwaterbeschermingszone. In een boringsvrije zone is onder andere voor boorputten, het graven dieper dan 4 m onder het maaiveld, het verwijderen van funderingswerken/heipalen en andere handelingen die de weerstand van de bodem kunnen aantasten een ontheffing van de Provinciale milieuverordening nodig. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is een regeling opgenomen die toeziet op de kwaliteit van het grondwater en die beperkingen oplegt aan bodemingrepen dieper dan 4 m onder het maaiveld. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.

b.

c.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.

De beoogde uitbreiding vindt plaats in aansluiting op het bestaande bedrijfsterrein, op gronden in een veen(weide)polder. De planlocatie is in het geldende bestemmingsplan onder andere bestemd voor agrarische bedrijfsvoering, groen en water. De ruimtelijke ontwikkeling past, gezien de afronding van het bedrijfsterrein, weliswaar binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar voorziet in een wijziging op structuurniveau. Daarmee is sub b (aanpassen) van toepassing. Zoals in toelichting hoofdstuk 2 uiteen is gezet, wordt de ontwikkeling zorgvuldig ingebed in de omgeving. In toelichting paragraaf 3.2.1 is

25

gemotiveerd dat rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn, gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling, niet benodigd. Beschermingscategorie Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waarvoor beschermingscategorie 3 geldt. In artikel 6.9a van de omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een locatie in het buitengebied in een ruimtelijke ontwikkeling kan voorzien, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig worden aangetast. In de motivering moeten de volgende kwaliteiten betrokken worden: 1. 2. 3. 4.

de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.

In toelichting paragraaf 3.1.3 is gemotiveerd waarom er is gekozen voor een locatie buiten bestaand staden dorpsgebied. De hoofdopzet van de beoogde ontwikkeling is geënt op het onderliggende polderlandschap. De huidige watergangen en polderslagen vormen daarbij het uitgangspunt. De structuur van het landschap wordt dan ook zo veel mogelijk behouden. Verder is een passende, groene overgang tussen de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein en het aangrenzende landschap onderdeel van het plan. Het plangebied grenst aan twee zijden aan het bestaande bedrijventerrein De Nieuwe Wetering. Aan de overige twee zijden vormen twee bestaande wegen, de Provincialeweg (N210) en de Handelsweg, de omlijsting van de beoogde uitbreiding. Gelet op de ligging tussen wegen en het bestaande bedrijventerrein is de aantasting van de openheid van het landschap beperkt, vergeleken met andere locaties met een vergelijkbare omvang in het buitengebied. Tevens maakt de ligging aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein en de bestaande infrastructuur de betreffende locatie een geschikte plek voor de uitbreiding van het bedrijventerrein. De nieuwe overgang tussen het bedrijventerrein dat uitgebreid wordt en het buitengebied (open landschap) wordt verzacht door natuurvriendelijke oevers bij de sloten aan de zijden van de Handelsweg.

De bestaande sloten blijven behouden en worden op enkele plaatsen, met name aan de zijde van de Provincialeweg (N210), verbreed. Nabij de aantakkingen van de binnenweg op de Handelsweg zijn bomenclusters voorzien. Langs de weg in het binnengebied zijn hagen en bomen voorzien. Het een en ander is geborgd met een voorwaardelijke verplichting waarin naar het inrichtingsplan wordt verwezen. Verder is met het beeldkwaliteitsplan geborgd dat er een aantrekkelijk bebouwingsbeeld aan de zijde van het open landschap ontstaat (zie toelichting paragraaf 2.3 en zie bijlagen bij toelichting bijlage 1). Gezien het voorgaande kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig aantast. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), bevat het handelingskader. De provincie heeft in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening een verwijzing naar de ladder voor duurzame verstelijking opgenomen, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken.

Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie.

26

In lid 1 staat dat: 'Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

b.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X.

Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking (sub a). Omdat de stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stads- en dorpsgebied is voorzien en de betreffende locatie groter dan 3 ha is, is sub b is van toepassing. Tijdens de integrale commissievergadering van Provinciale Staten op 13 april 2022 heeft de commissie besloten om De Nieuwe Wetering IV op te nemen op kaart 19 in bijlage II van de Ontwerp Herziening Omgevingsverordening Module Ruimte en Wonen. De herziening met de wijziging van kaart 19 is op 12 oktober 2022 vastgesteld en op 2 december 2022 in werking getreden. (Zelfstandige) kantoren Artikel 6.11 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland heeft betrekking op (zelfstandige) kantoren: 1.

2.

Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe kantoren op gronden: a. binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties, waarvan de plaats indicatief geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 10 in bijlage II; b. binnen de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties, waarvan de plaats indicatief geometrisch en verbeeld op kaart 10 in bijlage II, mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op de desbetreffende locatie; c. binnen de bijzondere locaties, waarbij de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 10 in bijlage II, mits passend in het profiel van deze locaties. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. kantoren die in overeenstemming zijn met een actuele regionale visie die is aanvaard door gedeputeerde staten; b. kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m² per vestiging; c. kantoren met een lokaal verzorgingsgebied; d. bedrijfsgebonden kantoren met een bruto vloeroppervlak dat minder bedraagt dan 50% van het totale bruto vloeroppervlak van het bedrijf; en e. functiegebonden kantoren bij een luchthaven, een haven of een veiling.

In de Regionale Kantorenstrategie Midden-Holland 2019-2024 is opgenomen dat de regionale kantorenmarkt overwegend een vervangingsmarkt is geworden. Vervanging van kantoorruimte heeft betrekking op de vraag naar kantoorruimte die ontstaat doordat kantoren, om redenen anders dan capaciteitsgebrek, niet meer voldoen. In de regio Midden-Holland is de vraag naar kantoorruimte in de periode 2019-2030 42.000-129.000 m² bvo, waarbij de gemiddelde oppervlakte het meest realistische scenario is. Om kwalitatief goed passende toevoegingen aan kantoorruimte te faciliteren, moet er op de juiste locaties voldoende planologische ruimte beschikbaar zijn. Er is bij de planlocatie geen sprake van een locatie als bedoeld in artikel 6.11 lid 1. Dat betekent dat aan (één van de voorwaarden) lid 2 voldaan moet worden om het plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening te laten zijn. Een toevoeging van kantoorruimte groter 1.000 m² bvo per vestiging buiten dient regionaal voorgelegd en afgestemd (ambtelijk en bestuurlijk) te worden. Ontwikkeling van deze kantoren kan uitsluitend worden gerealiseerd voor zover dat past binnen de actuele regionale kantorenstrategie die is aanvaard door Gedeputeerde Staten. Omdat in de Regionale Kantorenstrategie Midden-Holland 2019-2024 geen plancapaciteit voor de gemeente Krimpenerwaard is opgenomen, kan het

27

voorliggende bestemmingsplan geen kantoorruimte groter 1.000 m² bvo per vestiging als bedoeld in artikel 6.11 lid 2 onder a mogelijk maken. Het voorliggende bestemmingsplan maakt aan de noordzijde van het plangebied kleinschalige zelfstandige kantoren mogelijk. In de planregels is vastgelegd dat het bruto vloeroppervlak zelfstandige kantoren per vestiging niet meer mag bedragen dan 1.000 m². Hiermee wordt er voldaan aan artikel 6.11 lid 2 onder b. Voor toevoeging van kantoren groter dan 1.000 m² bvo per vestiging buiten de concentratielocaties (in Midden-Holland de Spoorzone Gouda) geldt dat alleen kantoren met een lokaal verzorgingsgebied zoals bedoeld in artikel 6.11 lid 2 onder c (bijvoorbeeld gemeentehuizen of bankfilialen) kunnen worden toegevoegd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt aan de noordzijde van het plangebied dergelijke kantoren met een lokaal verzorgingsgebied mogelijk. Tevens maakt het voorliggende bestemmingsplan onzelfstandige, bedrijfsgebonden kantoren (artikel 6.11 lid 2 onder d) mogelijk, onder de voorwaarde dat het bruto vloeroppervlak van het kantoor niet meer dan 50% van het totale bruto vloeroppervlak van het bedrijf bedraagt. Bedrijventerreinen In artikel 6.12 van de Omgevingsverordening zijn de provinciale regels voor bedrijventerreinen opgenomen.

Het voorliggende bestemmingsplan, dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, staat bedrijven toe uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, rekening houdend met de (bedrijfs)woningen in de omgeving. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.12 lid 1. Ook aan de overige subleden van artikel 6.12 wordt voldaan. Detailhandel Artikel 6.13 van de Omgevingsverordening bevat de provinciale regels voor detailhandel. Het voorliggende bestemmingsplan maakt uitsluitend afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen mogelijk. Een dergelijk afhaalpunt vormt één van de uitzonderingen voor nieuwe detailhandel, waaraan in artikel 6.13 lid 1 eisen worden gesteld. De voorwaarde voor afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen is dat de locatie goed bereikbaar moet zijn. Omdat de afhaalpunten op een bedrijventerrein mogelijk worden gemaakt dat direct aan de provinciale weg N210 ligt, is sprake van een goede bereikbaarheid. Risico's van klimaatverandering In artikel 6.27a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: 1. 2. 3. 4.

wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.

Wateroverlast door overvloedige neerslag De planlocatie bevindt zich in een omgeving waar voldoende infiltratiemogelijkheden zijn. Rondom het plangebied zijn verschillende watergangen aanwezig. Daarnaast wordt met name aan de noordzijde nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. De randen van het plangebied worden groen ingericht. Hierbij worden natuurlijke oevers toepast. De gemeente Krimpenerwaard heeft als eis gesteld dat er in het plangebied 50 mm aan neerslag geborgen moeten kunnen worden. Uitgaande van een peilstijging van 0,50 m is dat haalbaar. Daarnaast is een eis dat er geen schade aan gebouwen en/of voorzieningen mag ontstaan als gevolg van een bui met een intensiteit van 90 mm/uur. Bij een extreme situatie van een neerslaggebeurtenis van 90 mm/uur kan er tijdelijk water geborgen worden op de agrarische percelen ten oosten van het plangebied. Door het bedrijventerrein zo in te richten dat er altijd afstroming is richting de zijkanten (en dus de watergangen) zal het water op natuurlijke wijze geborgen worden in het watersysteem en in geval van een calamiteit overstorten naar de oostelijk gelegen polder. Hiermee wordt het plangebied voldoende robuust ingericht om een bui met een neerslagintensiteit van 90 mm/uur af te kunnen voeren, zonder schade aan de bebouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=0321b9a4-42a1-47d4-9d74-99421b0753fc