BIJL 3 Bijlagen bij plantoelichting Bestemmingsplan De Kleine Betuwe Haastrecht
Tekst van het document
De Kleine Betuwe
Haastrecht
Bezonning s s t u die
1
PROJECT Bezonningsstudie De Kleine Betuwe, Haastrecht Projectnummer: SR180362
INITIATIEFNEMER Adriaan van Erk Planontwikkeling
OPSTELLER Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T
030 - 267 91 98
E
utrecht@buro-sro.nl
DATUM & STATUS 15 november 2022 | Concept
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding
4
2 Uitgangspunten
4
3 Bezonning
6
4 Bezonningdiagrammen 7 5 Conclusie
17
Dunantstraat
Jaagpad
Steinsedijk
118
73
situatieoverzicht
75
77
79
81
83
85
120
122
124 126
128 130
87
bestaande planologische situatie op basis van vigerend bestemmingsplan
toekomstige planologische situatie op basis van nieuw bestemmingsplan 4
132 134
136
89
1. Inleiding
2. Uitgangspunten
1.1
2.1
Aanleiding
OPZET 3D MODEL
Buro SRO is door Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. verzocht om een bezonningsstudie
Voor deze studie is gebruik gemaakt van een 3D-computermodel. Daarbij zijn de bestaande
op te stellen voor de ontwikkeling van De Kleine Betuwe in Haastrecht. Voor deze
situatie en de toekomstige situatie in beeld gebracht. Deze situaties zijn geïmplementeerd
nieuwbouwontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Om de eventuele
in een 3D omgeving rondom het betreffende plangebied. De 3D omgeving is door Buro
effecten van schaduw op de bestaande omgeving te bepalen is deze bezonningsstudie
SRO gegenereerd in het programma Sketch-up.
opgesteld. Als ondergrond van de 3D omgeving is gebruik gemaakt van de Basisregistratie 1.2
Landelijke normen
Grootschalige Topografie (BGT) en de Kadastrale ondergrond. De bouwmassa’s in de
Voor bezonningsstudies gelden geen wettelijk vastgestelde normen. In het kader van de
omgeving van het plangebied zijn op basis van gemaakte foto’s van de locatie, door
Wet ruimtelijke ordening dient bij wijziging van een planologische situatie, bijvoorbeeld
middel van luchtfoto’s en op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
ten behoeve van nieuwbouw, in het besluit gemotiveerd te worden of de wijziging ruimtelijk
bepaald.
acceptabel is. De wet gebruikt hiervoor de term goede ruimtelijke ordening. 2.2
TNO-NORM
Een planologisch besluit dan wel het plaatsen van een (vergunningsvrij) bouwwerk, dient
Er is een lichte- en een strenge- ‘TNO-norm’ geformuleerd. Landelijk wordt enkel de lichte
beoordeeld te worden om te bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
norm gehanteerd. De ‘TNO-normen’ geven een richtlijn of er sprake is van voldoende
Afhankelijk van de opgave kan het wenselijk zijn om een bezonningsstudie uit te voeren.
bezonning en of er sprake is van goede bezonning. De normen zijn in principe gericht op
Voor zowel de toepassing als de inhoud van een bezonningsstudie bestaat geen directe
de bezonning door een raam in de woonkamer. De norm is echter ook te gebruiken om
wettelijke basis. Bezonningsstudies worden echter veel toegepast om inzicht te krijgen
te bepalen of er voldoende bezonning is op balkons, tuinen en/of andere buitenruimtes.
op de bezonningseffecten en vormen ook de basis voor planschaderisico-analyses. De TNO-norm: Voor de inhoud wordt landelijk veelal gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘TNO-
Voldoende bezonning (lichte norm): het meetpunt.
norm’. De ‘TNO-norm’ bevat een aantal uitgangspunten voor de mate van bezonning en
Ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21
tijdstippen die algemeen gehanteerd worden. In deze studie wordt aangesloten bij deze
oktober (gedurende 8 maanden) gemeten in de woonkamer op de begane grond, aan de
norm (zie ook paragraaf 2.2).
binnenkant van het raam in het midden van de vensterbank.
Er zijn meerdere mogelijkheden voor het uitwerken van een bezonningsstudie. Onder
De ‘TNO-norm’ geeft voor tuinen, dakterrassen en balkons geen ijkpunt, zoals bij ramen,
andere een bezonningsdiagram, een maquette op een bezonningstafel of door middel
waaraan bepaald wordt of er sprake is van schaduw of van zon. In deze beoordeling
van een 3D-computermodel.
wordt uitgegaan dat 50% van het betreffende vlak zon heeft.
5
2.3
BEOORDELINGSMOMENTEN (TIJDSTIPPEN)
Om inzicht te geven in de toekomstige bezonningssituatie is de situatie op de maatgevende dagen van de 4 seizoenen voor zowel de huidige (bestaande) planologische situatie vergeleken met de toekomstige planologische situatie. Daarbij zijn de volgende dagen gehanteerd conform de TNO-norm: 19 februari:
de eerste dag van de lichte ‘TNO-norm’ (wintertijd);
21 maart:
de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen
de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd);
21 juni:
de zon staat het hoogst (zomertijd);
23 september:
de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen
de stand van 21 juni en 22 december in (zomertijd);
21 oktober:
de laatste dag van de lichte ‘TNO-norm’ (zomertijd);
22 december:
de dag dat de zon het laagst staat (wintertijd);
De tijdstippen 9:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur zijn relevant om de bezonning voldoende in beeld te krijgen, omdat deze tijdstippen een goed beeld geven van de stand van de zon gedurende de dag. Op 22 december is het tijdstip van 18:00 uur niet relevant, omdat op dat moment de zon al onder is. Op 21 juni is tevens naar de bezonning op het tijdstip van 20:00 uur gekeken, omdat de zon op die dag later ondergaat.
6
3. Bezonning In de bezonningsstudie is gekeken naar de gevelvlakken van verschillende woningen aan de Dunantstraat en het Jaagpad ten noorden van de planlocatie. Deze woningen ondervinden mogelijk schaduwhinder als gevolg van de toekomstige ontwikkeling. In de afbeeldingen op de volgende pagina’s is op de voorgeschreven data voor iedere drie uur, voor zover relevant, een weergave van de zonnestand en de bijbehorende schaduweffecten gegeven. De afbeeldingen vormen zodoende een illustratie voor de conclusie in hoofdstuk 4.
BEZONNINGSDIAGRAMMEN 7
bestaande situatie 19 februari 9:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 9:00 uur
bestaande situatie 19 februari 12:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 12:00 uur
bestaande situatie 19 februari 15:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 15:00 uur
bestaande situatie 19 februari 18:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 18:00 uur 9
bestaande situatie 21 maart 9:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 9:00 uur
bestaande situatie 21 maart 12:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 12:00 uur
10
bestaande situatie 21 maart 15:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 15:00 uur
bestaande situatie 21 maart 18:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 18:00 uur 11
bestaande situatie 21 juni 9:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 9:00 uur
bestaande situatie 21 juni 12:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 12:00 uur
bestaande situatie 21 juni 15:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 15:00 uur
bestaande situatie 21 juni 18:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 18:00 uur 13
bestaande situatie 21 juni 20:00 uur
14
toekomstige situatie 21 juni 20:00 uur
15
bestaande situatie 23 september 9:00 uur
toekomstige situatie 23 september 9:00 uur
bestaande situatie 23 september 12:00 uur
toekomstige situatie 23 september 12:00 uur
16
bestaande situatie 23 september 15:00 uur
toekomstige situatie 23 september 15:00 uur
bestaande situatie 23 september 18:00 uur
toekomstige situatie 23 september 18:00 uur 17
bestaande situatie 21 oktober 9:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 9:00 uur
bestaande situatie 21 oktober 12:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 12:00 uur
18
bestaande situatie 21 oktober 15:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 15:00 uur
bestaande situatie 21 oktober 18:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 18:00 uur 19
bestaande situatie 22 december 9:00 uur
toekomstige situatie 22 december 9:00 uur
bestaande situatie 22 december 12:00 uur
toekomstige situatie 22 december 12:00 uur
20
bestaande situatie 22 december 15:00 uur
toekomstige situatie 22 december 15:00 uur
bestaande situatie 22 december 18:00 uur
toekomstige situatie 22 december 18:00 uur 21
CONCLUSIE 23
schaduwwerking blijft ongewijzigd
toename schaduwwerking (verbetering)
toename schaduwwerking (verslechtering)
toekomstige situatie verklaring kleuren
te ontwikkelen gebouw 24
4. CONCLUSIE Voor de beoordeling in hoeverre de bezonningssituatie verslechtert is het plan met de omgeving in Sketch-up gemodelleerd. De onderzochte tijdstippen zijn conform de lichte TNO-norm (landelijke standaard). Afhankelijk van het tijdstip veroorzaakt de nieuwe bebouwing, na realisatie, verslechteringen (rode kleur) ten opzichte van de huidige situatie, maar ook verbeteringen (groene kleur). Hieronder volgt een samenvattende conclusie per straat.
WONINGEN AAN DE DUNANTSTRAAT Voor de woningen aan de Dunantstraat ontstaat er een beperkte verslechtering, maar ook grote verbeteringen. Voor de woning Dunantstraat 89, in de periode van februari tussen 09:00 en 10:00 uur, is er een beperkte verslechtering in schaduw op de gevel. In de periode december, tussen 13.00 en 15.00 uur, is er sprake van een lichte verbetering. De voorgevel van deze woning voldoet daarmee ruimschoots aan de lichte TNO-norm gezien deze gevel meer dan twee uur zon per dag krijgt. In de ochtend, in de maand oktober, krijgen de woningen van Dunantstraat 126 en 128 beperkte schaduw in de achtertuin door de nieuwbouwontwikkeling. Vanaf 12.00 uur is de schaduw volledig verdwenen en is de nieuwe situatie weer vergelijkbaar met de bestaande situatie dan wel is er sprake van een verbetering. Voor de woningen gelegen aan de Dunantstraat 118 t/m 124 en 130 t/m 132 is er sprake van een beperkte verbetering op 22 december om 12.00 uur. Al met al wordt ruim voldaan de lichte TNOnorm. De woningen aan de Dunantstraat 126 t/m. 128 hebben een beperkte verslechtering in de achtertuin gedurende de periode oktober en december in de vroege ochtend. Er is sprake van een verbetering van de bezonningssituatie in de achtertuin in diezelfde periode vanaf 12.00 uur. Dit alles speelt echter geen rol in relatie tot de lichte TNO-norm.
WONINGEN AAN HET JAAGPAD De woningen gelegen aan het Jaagpad ondervinden geen extra schaduwwerking van de nieuwbouwontwikkeling. De bezonningssituatie voor deze woningen blijft ongewijzigd of verbeterd zelfs ter plaatse van de huisnummer 65 t/m. 87 in de achtertuinen. Dit vooral in de periode december, januari en februari.
25
buro-sro.nl
stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement 26
De Kleine Betuwe Ste denb ouwkundig p l an en B eel dk wali tei t s p l an
Haa s t rec ht
PROJECT Beeldkwaliteitsplan De Kleine Betuwe Haastrecht Projectnummer: SR180362
INITIATIEFNEMER Adriaan van Erk Ontwikkeling Gemeente Krimpenerwaard
OPSTELLER Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T
030 - 267 91 98
E
utrecht@buro-sro.nl
DATUM & STATUS 17 november 2022 | Concept
Inhoud 1. Inleiding
5
4. Beeldkwaliteit bebouwing
19
1.1 Inleiding
5
4.1 Ambitie en sfeer
19
1.2 Aanleiding
7
4.2 Deelgebied Hollands wonen
21
1.3 Doel beeldkwaliteitsplan
7
4.3 Deelgebied Hollandsche kade
23
1.4 Opzet SP + BKP
7
4.4 Deelgebied Hollands werken
25
1.5 Plangebied
7
4.5 Algemene aanvullende richtlijnen
27
9
4.6 Duurzaamheid en gezondheid
29
2. Stedenbouwkundig plan 2.1 Hoofdopzet
9
2.2 Ontsluiting en parkeren
11
2.3 Water en groen
11
2.4 Oriëntatie en accenten
13
2.5 Programma en bouwhoogte
15
2.6 Duurzame inrichting
15
2.7 Deelgebieden en beeldkwaliteit
15
3. Visie Beeldkwaliteit
5. Beeldkwaliteit buitenruimte 5.1 Ambitie en sfeer buitenruimte
31 31
17
3.1 Inspiratie oud Haastrecht
17
3.2 Gebiedsbeschrijving
17 3
4
1. Inleiding 1.1
Inleiding
De gemeente Krimpenerwaard en Adriaan van Erk Ontwikkeling hebben de handen ineengeslagen om het bedrijventerrein Galgoord en het voormalige recreatieterrein De Kleine Betuwe in Haastrecht te transformeren. ‘De Kleine Betuwe’ een nieuw, aantrekkelijk en toekomstgericht gebied waar wonen, werken, winkelen en recreëren in één hand samengaan. Om ervoor te zorgen dat er een aantrekkelijk en kwalitatief hoogwaardig gebied ontstaat is dit stedenbouwkundig plan (SP) en beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Deze plannen moeten leiden tot een fraai stuk nieuw Haastrecht.
1.2
Aanleiding
In de structuurvisie Vlist 2012 - 2020 wordt de revitalisering van Galgoord als één van de opgaven genoemd. De gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard heeft in december 2017 de ruimtelijke uitgangspunten voor een algehele integrale herontwikkeling van Galgoord vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn: a. De keuze voor een aanpak die ruimte biedt voor een algehele integrale herontwikkeling van Galgoord waarbij de huidige bedrijfsbestemming geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd naar woningbouw. Bij de uitwerking van het woningbouwprogramma te betrekken de behoefte aan woningen voor gezinnen en starters;
b. De keuze om in deze integrale herontwikkeling te betrekken het initiatief van Coöp Nederland om haar huidige vestiging aan de Kleine Haven te verplaatsen naar een locatie in Galgoord; c. Het realiseren van een veilige ontsluitingsstructuur en goede bereikbaarheid van het gebied. Daarnaast het realiseren van voldoende parkeerplaatsen voor de diverse functies. Oplossingen hiervoor mee te nemen in de planuitwerking; d. Het meenemen in de planuitwerking van een goede aanhaking en verbinding van Galgoord bij het bestaande kerngebied van Haastrecht en het gebied aan de overzijde van de rivier; e. Het inzetten op een dorps-nautisch woonmilieu met aandacht voor de kansen die de ligging van het gebied aan de rivier hiervoor biedt; f. Het behouden van een deel van de bedrijfsfunctie in de lichte milieucategorie, ten behoeve van de lokale vraag naar bedrijfsruimte; g. Bij de planuitwerking te betrekken de ontwikkelingen, kansen en ambities met betrekking tot thema’s als (water)recreatie, cultuurhistorie, duurzaamheid en economie. In de afgelopen periode hebben de gemeente Krimpenerwaard en Adriaan van Erk Ontwikkeling in samenspraak met een klankbordgroep van ondernemers samengewerkt om tot een integraal en aantrekkelijk plan te komen voor de herontwikkeling van Galgoord. Dit alles is vertaald in dit SP en BKP voor Galgoord.
< Ligging plangebied binnen Haastrecht
5
6
1.3
Doel beeldkwaliteitsplan
Dit beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld en vormt daarmee het toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor de verdere planuitwerkingen. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit van Krimpenerwaard bevat geen criteria voor ontwikkelingsprojecten die de bestaande structuur en ruimtelijke karakteristiek doorbreken. Hiervoor dient een beeldkwaliteitsplan opgesteld te worden. Een dergelijk plan is een uitgebreid beoordelingskader met een beschrijving van het plan op hoofdlijnen, eventuele uitwerkingsscenario’s voor deelgebieden, referentiebeelden, uitgangspunten voor de beoordeling en criteria die richting geven aan de uitwerking.
stedenbouwkundige, landschappelijke en cultuurhistorische context in beeld gebracht.
Dit beeldkwaliteitsplan is richtinggevend. Het geeft de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar is dermate flexibel dat ontwerpers een eigen invulling aan de richtlijnen kunnen geven. Ze vormen geen blauwdruk, maar tippen principes (niet uitputtend) aan om tot de beoogde sfeer en ruimtelijke kwaliteit te komen. Indien met andere principes hetzelfde wordt bereikt dan is dit ‘in de geest van het plan’ en wordt aan de richtlijnen voldaan.
Aan de hand van het stedenbouwkundig plan zijn vervolgens richtlijnen ten aanzien van de gewenste beeldkwaliteit opgesteld. Daarmee wordt een duidelijk streefbeeld gegeven van de inrichting, de voor ogen staande (beeld)kwaliteit en het te realiseren programma in het gebied.
1.4
Opzet SP + BKP
Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan zijn als één document vormgegeven. Zo is direct de relatie duidelijk. Om te komen tot het stedenbouwkundig plan is gestart met een uitgebreide inventarisatie en analyse van het plangebied. Daarbij is er op beleidsmatig, milieu-planologisch en ruimtelijk vlak naar de locatie en zijn omgeving gekeken. Tevens zijn, op basis van een locatiebezoek en het bestuderen van onder andere (historisch) kaartmateriaal, de belangrijkste
Dit alles heeft geleid tot randvoorwaarden en uitgangspunten, naast de meegegeven uitgangspunten van de gemeenteraad. Vervolgens is ingezoomd op de verkavelingsopzet, ontsluitingsstructuur, de zone langs de Hollandsche IJssel en de milieu-planologische inpassing van de verschillende programma-onderdelen. Hiervoor is het proces gehanteerd waarbij rekenen en tekenen gelijk opgaan. Zowel ruimtelijk, milieu-planologisch als planconomisch is zo een aantrekkelijk, haalbaar en maakbaar plan ontstaan.
1.5
Plangebied
De locatie is gelegen aan de oostzijde van de kern van Haastrecht. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Hollandsche IJssel aan de noordzijde, de Steenbakkerstraat aan de oostzijde, de Provincialeweg Oost N228 aan de zuidzijde en de bestaande woonpercelen aan de Hoogstraat aan de westzijde. De locatie bestaat uit verschillende percelen en is grotendeels gelegen op het bedrijventerrein Galgoord en het voormalige recreatieterrein De Kleine Betuwe. Het plangebied heeft een omvang van ruim 6 hectare.
< Plangebied
7
Steinsed
ijk
Hollandsche IJssel
Ble t
traa
s ker
Ste
rd
t
raa
erst akk
enb
goo
Gal
rd
goo
Gal
at
rstra
e Kuip
Provincialeweg Oost ost aleweg O
Provinci
8
2. Stedenbouwkundig plan 2.1
Hoofdopzet
De hoofdopzet van het plan is gebaseerd op de aanwezige structuur van het bedrijventerrein en de oorspronkelijk landschapsstructuur van de polder. Daarnaast blijven de wegen Galgoord, Steenbakkerstraat, Kuiperstraat en Blekerstraat in structuur gehandhaafd en vormen mede de ruimtelijke hoofdopzet van het plan. Het plangebied krijgt een nieuwe hoofdontsluiting op de Provincialeweg Oost, door middel van een rotonde centraal het gebied in. Direct nabij de entree, aan de westzijde, is een gemengd gebied voorzien waar een supermarkt met woningen en parkeren een plek krijgt. Deze ontwikkeling speelt in op de ligging aan de rotonde en vormt als het ware de nieuwe entree van het dorp aan de oostzijde. Stedenbouwkundig, landschappelijk en architectonisch wordt ingespeeld op deze situatie, zodat er een aantrekkelijk gebied ontstaat. Aan de oostzijde van de entree wordt het bestaande bedrijvengebied uitgebreid met bedrijfskavels die ruimte bieden voor bedrijven die elders uit Galgoord verplaatst willen worden. Daarmee ontstaat er een optimale concentratie van bedrijven en kan er milieuplanologisch beter ingespeeld worden op de nieuw te realiseren woningen aan de noordzijde. Ook de ontsluiting van dit bedrijvengedeelte wordt geoptimaliseerd. De bestaande Kuiperstraat wordt doorgetrokken naar de nieuwe centrale entreeweg.
Daarmee wordt het mogelijk dat vrachtverkeer niet op het bedrijventerrein hoeft te keren, zoals in de huidige situatie.
< Stedenbouwkundig plan
Vanaf de Galgoord is een aantal inprikkers het woongebied in voorzien. Daarmee ontstaan enkele woonvelden die ruimte bieden aan een diversiteit aan woningtypes zoals rijenwoningen en appartementen. Stedenbouwkundig spelen de woonblokken in op de aanliggende openbare ruimte. Aan het einde van de Galgoord, de oostzijde, wordt het vrachtwagenparkeerterrein omgevormd naar een aantrekkelijke groenstrook aan de Hollandsche IJssel met eveneens ruimte voor autoparkeren. Aan de westzijde van het plangebied wordt de oostzijde van de Blekerstraat getransformeerd naar woningbouw. De westzijde van de Blekerstraat blijft vooralsnog voor bedrijven bestemd, maar ook hier is in de nabije toekomst woningbouw voorzien. Dit wordt ook zo planologisch mogelijk gemaakt, zodat eigenaren hier (op termijn) op in kunnen spelen. Een langzaamverkeersverbinding, vanaf de Hoogstraat naar de Hollandse IJssel, behoort eveneens tot de gewenste mogelijkheden in de toekomst. Op basis van deze hoofdstructuur ontstaat een aantal aantrekkelijk woon- en werkvelden met centraal in het plan de, uit het centrum van Haastrecht, verplaatste supermarkt.
9
10
2.2
Voorbeeld fietsparkeren
Ontsluiting en parkeren
Om het gebied op een verkeersveilige en toekomstbestendige wijze te ontsluiten vormt een nieuwe rotonde tussen de Provincialeweg Oost en de Galgoord de nieuwe entree van De Kleine Betuwe. Deze is ter plaatse van het voormalige recreatieterrein De Kleine Betuwe voorzien. Vanaf deze rotonde loopt een centrale weg met een flauwe bocht naar links het projectgebied in, kruist daarbij de bestaande Galgoord, en loopt het nieuwe woongebied in, dat voor een deel aan de Hollandsche IJssel is gelegen. Aan de westzijde van het plangebied wordt de aansluiting met de Hoogstraat en de Provincialeweg Oost (N228) afgewaardeerd tot een éénrichtingsweg naar De Kleine Betuwe. Deze weg sluit aan op de Galgoord.
Voorbeeld stalling winkelwagens
Vanaf de Galgoord lopen er diverse straten het woonen werkgebied in. Ten noorden van de Galgoord lopen twee woonstraten richting de Hollandsche IJssel. Via de kade langs de Hollandsche IJssel zijn deze met elkaar verbonden, maar op deze kade is de auto ‘te gast’. De bestaande Blekerstraat blijft gehandhaafd en loopt aan het einde dood. De oostzijde van de Galgoord gaat over in de Steenbakkerstraat en Kuiperstraat. Deze laatste takt aan op de entreeweg, waardoor vrachtwagens eenvoudig het bedrijventerrein kunnen verlaten zonder te keren. Alle wegen in het plangebied worden 30km/uur wegen en als zodanig ingericht. Het parkeren en het laden en lossen vindt, voor de bedrijven, in het plangebied op eigen terrein plaats. Het laden en lossen van de supermarkt vindt onder een luifel plaats. Dit komt de kwaliteit van de openbare ruimte ten goede en het woon- en leefklimaat ter plaatse.
Voorbeeld luifel t.b.v. bevoorrading supermarkt < Ontsluiting en parkeren
Voor de woningen wordt het parkeren in de directe nabijheid in de straten of in een halfverdiepte parkeerkelder opgelost. Ter plaatse van de supermarkt, met bovenliggende appartementen, wordt het parkeren grotendeels aan de voorzijde en zijkant opgelost. De parkeerplaatsen ten behoeve van de supermarkt zijn ruimer van maat. Voor het aantal parkeerplaatsen zijn de gemeentelijke geldende normen gehanteerd. Tevens is nabij de supermarkt voorzien in invalidenparkeerplaatsen, ruimte voor winkelwagentjes, fietsparkeerplaatsen en ondergrondse afvalcontainers. Eventuele laadpalen kunnen bij reguliere parkeerplaatsen worden geplaatst. Langs de Hollandsche IJssel zijn geen parkeerplaatsen voorzien. Dit moet het domein worden van de voetganger en fietser en wordt op een aantrekkelijk wijze ingericht om te kunnen verblijven aan het water. Op termijn, wanneer de westzijde van de Blekerstraat ook wordt getransformeerd naar wonen, ontstaat de mogelijkheid om een extra langzaamverkeersverbinding te maken tussen de oude kern van Haastrecht en De Kleine Betuwe.
2.3
Water en groen
In het plan wordt voorzien in groen, spelen en water. De algemene sfeer voor de openbare ruimte binnen het plangebied is verzorgd en afwisselend. De inrichting van het groen wordt gerealiseerd met beplanting passend bij de streek en de historie van het gebied. Daarbij wordt ingezet op fruit en/of vruchtdragende bomen die het straatbeeld binnen het plangebied bepalen. 11
12
Aan de west- en zuidzijde van het plangebied, daar waar onder andere de rotonde is voorzien, wordt het overgrote deel van de watercompensatie gerealiseerd. Daarnaast worden de bestaande watergangen aan de zuidzijde waar mogelijk verbeterd.
Voorbeeld aantrekkelijke woonstraat
De bestaande oever langs de Hollandsche IJssel blijft gehandhaafd. De verplichte bebouwingsvrije zone van circa 9 meter ter plaatse wordt benut om als kade in te richten. Samen met de aanliggende appartementen en kadewoningen vormt deze kade het beeld van dit nieuwe deel van Haastrecht. De hoofdentree van het plangebied wordt begeleid door groen en water. Hier is een passend beeld voorzien van groene taluds en boombeplanting dat overgaat in het parkeerterrein rond de supermarkt afgewisseld met boombeplanting.
Voorbeeld boombeplanting langs entreeweg
De boombeplanting wordt langs de Galgoord en de noordelijke woonstraten doorgezet, waarmee parkeerplaatsen worden afgewisseld en er aantrekkelijke straatbeelden ontstaat. Aan de oostzijde van het plangebied wordt de huidige vrachtwagenparkeerplaats omgevormd naar een groene verblijfsplek aan de Hollandsche IJssel, waar tevens ruimte is om te parkeren. Direct langs de Hollandsche IJssel zelf zijn bomen niet toegestaan binnen de bebouwingsvrije zone van circa 9 meter. De onderliggende parkeerkelder van het noordelijk gelegen appartementencomplex wordt voorzien van een groen dek, waar onder andere ruimte is voor kleinschalige speelvoorzieningen in combinatie met groen.
Voorbeeld parkeerplaatsen afgewisseld met bomen < Water en groen
Ook de daktuin van de appartementen boven de supermarkt wordt groen ingericht. Door het groen te laten bestaan uit een diversiteit van voornamelijk inheemse boom- en onderbeplanting draagt dit tevens bij aan de gewenste biodiversiteit. Met het plan wordt gestreefd om voldoende groen te realiseren. Dit hangt onder andere samen met het aantal parkeerplaatsen dat gerealiseerd moet worden en het zo maximaal groen mogelijk maken van het plan. Dit draagt bij aan de klimaatadaptatie, het voorkomen van hittestress en het vegroten van de biodiversiteit.
2.4
Oriëntatie en accenten
Het plan is dusdanig opgezet dat er een goede oriëntatie voor alle woon- en bedrijfskavels mogelijk is. Oriëntatie en zichtbaarheid dragen bij aan de herkenbaarheid van het plan en de sociale controle in het openbaar gebied. Voor bedrijven vormen ze belangrijke vestigingseisen. Alle woningen en bedrijven zijn met hun voorzijde op de straat georiënteerd en staan met hun voorgevel in een verplichte voorgevelrooilijn. Daarmee ontstaat samenhang per woon- en werkveld. Nabij de hoofdentree wordt een alzijdig blok gesitueerd, waarin de supermarkt en appartementen zijn voorzien. Aan de andere zijde van de entree zijn nieuwe bedrijven voorzien die eveneens georiënteerd zijn op deze entree. Daarmee wordt zowel ingespeeld op maximaal zicht vanaf zowel de Provincialeweg Oost als de entreeweg naar de Galgoord.
13
*
14
Langs de Hollandsche IJssel is een aan de oostzijde een appartementencomplex voorzien. De oriëntatie van deze woningen is gericht op de Hollandsche IJssel en de aanliggende woonstraat waaraan ze zijn gelegen. Dit wordt voor dit complex benadrukt door middel van een hoogteaccent aan de noordoostzijde. Dit accent en overige aangegeven accenten in het plan, waaronder die van het supermarktblok, dienen in de architectonische uitwerking extra aandacht te krijgen.
^ Bouwhoogten
^ Deelgebieden beeldkwaliteit
2.5
Programma en bouwhoogte
Het stedenbouwkundig plan biedt ruimte aan maximaal 184 woningen, waarvan 1 bestaand, een supermarkt, dienstverlening en een bedrijfskavel. Daarbij is het volgende programma voorzien: • 1 vrijstaande woning (bestaand); • 27 middeldure huurappartementen; • 61 rijwoningen koop; • 42 middeldure koopappartementen waarvan 32 onder NHG; • 53 dure koop/huur appartementen; • 1.500 m2 supermarkt (incl. 300 m2 magazijn); • 300 m2 dienstverlening; • 3.000 - 3.500 m2 bedrijfskavel. Alle grondgebonden woningen in het plan, met uitzondering van de kadewoningen, worden twee lagen met een kap met een maximale goot- en bouwhoogte van 7 en 11 meter. De kadewoningen worden drie lagen met bijvoorbeeld een sheddak met een maximale goot- en nokhoogte van 9 en 11 meter. Het blok van de supermarkt, waarboven zich twee á drie lagen appartementen bevinden, heeft een maximale bouwhoogte van circa 14 meter. De tegenovergelegen bedrijven hebben een bouwhoogte van circa 11 meter in aansluiting op de bestaande bedrijven.
< Rooilijnen, orëntatie en accenten
De appartementen langs de Hollandsche IJssel worden drie tot vier bouwlagen hoog met deels een halfverdiepte parkeerkelder eronder. Dit betekent een maximale bouwhoogte van circa 11 meter tot maximaal 14 meter.
2.6
Duurzaam en natuurinclusief
Het stedenbouwkundig plan voor De Kleine Betuwe is gebaseerd op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Dit komt tot uitdrukking in de overgangszone van de bedrijven naar woningbouw, het entreegebied nabij de Provincialeweg Oost en de zone langs de Hollandsche IJssel. Daarbij is aandacht voor onder andere een duurzaam watersysteem, het mogelijk maken van een ommetje en het bijdragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit door extra aandacht voor groen. Daarnaast dienen de gebouwen zoveel als mogelijk natuurinclusief te zijn. Op bedrijfskavelniveau dient een ondernemer ook nadrukkelijk aandacht te geven aan duurzaamheid en natuurinclusiviteit. Bij de uitgifte van een bedrijfskavel wordt bekeken welke maatregelen worden ingezet om de ambities voor het gehele plan waar te maken.
2.7
Deelgebieden en beeldkwaliteit
Voor De Kleine Betuwe wordt binnen het stedenbouwkundig plan onderscheid gemaakt in een aantal deelgebieden. Dit komt voort uit de behoefte om onderscheid te maken in situering, beoogde sfeer en beeldkwaliteit in deze gebieden. De te onderscheiden gebieden zijn: • Hollandsche kade; • Hollands wonen; • Hollands werken. In de volgende hoofdstukken wordt de beeldkwaliteit voor deze deelgebieden nader beschreven en gespecificeerd. 15
16
Referentiebeelden
In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van referentiebeelden. Met deze beelden wordt een mogelijke uitwerking/sfeer weergegeven zonder dat dit een letterlijke uitwerking dient te zijn.
3.
Beeldkwaliteit
3.1
Inspiratie oud Haastrecht
In dit hoofdstuk wordt de inhoudelijke basis gelegd voor de beeldkwaliteit, zoals deze in de volgende hoofdstukken nader wordt omschreven. Het idee is om met karakteristieken van de oude kern van Haastrecht richtlijnen op te stellen voor De Kleine Betuwe. De oude kern van Haastrecht heeft dan wel als voorbeeld gediend, maar het is zeker niet de bedoeling om bij De Kleine Betuwe het oude Haastrecht na te bouwen. Oud Haastrecht heeft als inspiratiebron gediend, waarbij De Kleine Betuwe met een vergelijkbare rijke en subtiele architectuurtaal aansluit bij de maat en taal van de oude kern. Uiteraard met een hedendaagse ‘twist’. Een rijke schakering en opeenvolging van huizen met een eigen karakter is daarbij het vertrekpunt. Voor de nieuwe bedrijfspanden in De Kleine Betuwe wordt aangesloten bij enkele vernieuwde bedrijfspanden op Galgoord zelf. Duidelijk industrieel van karakter met verfijnde architectuurdetails.
3.2
Gebiedsbeschrijving
De oude kern van Haastrecht betreft een beschermd dorpsgezicht. Het is bijzonder als voorbeeld van een dijk- en damnederzetting van middeleeuwse oorsprong. De bebouwing bestaat vooral uit 17e - tot vroeg 20-eeuwse bebouwing. De historische organische structuur van de oude kern is nog steeds goed herkenbaar. De oude, monumentale bebouwing is goed bewaard gebleven. Beeldbepalend zijn de aan de dorpskom grenzende boezemstructuren.
< Beeldsfeer oude kern Haastrecht
In vrijwel de gehele historische kern is de bebouwing dusdanig verdicht dat er sprake is van geschakelde, individuele panden. De woningen volgen het verloop van de straat en staan vrijwel allemaal in de rooilijn zonder een voortuin. Aan de westzijde van de oude kern, aan het einde van de Hoogstraat, komen meer vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen voor. De ontsluiting en oriëntatie van de panden zijn altijd op de straat gericht. Vrijwel overal betreft het panden van één of twee bouwlagen van wisselende hoogtes, met een zadeldak, schilddak of mansardedak. Afwisselend zijn langsgevels en kopgevels toegepast, waardoor een gevarieerd straatbeeld ontstaat. Aan de oostzijde van de oude kern gaat het woongebied over in het bedrijventerrein Galgoord. Woonkavels aan de Hoogstraat grenzen met hun achtertuinen aan de bedrijfspercelen aan de Blekerstraat. Galgoord wordt gekenmerkt door een grote diversiteit aan (verouderde) bedrijfsbebouwing. Enkele bedrijven hebben hun panden vernieuwd. Het voormalige gebied waar Gouda Holland was gevestigd staat leeg. Bedrijfspanden zijn allemaal georiënteerd op de aanliggende straat en zijn voorzien van platte daken, flauwe kappen of boogkappen. De bouwhoogte varieert van ca. 8 tot 11 meter. Met name de Steenbakkerstraat en de Blekerstraat laten een afwisselend bebouwingsbeeld zien van individuele bedrijfspanden.
Een aantal panden is recentelijk vernieuwd en heeft een aantrekkelijk industrieel karakter.
17
18
4.
Beeldkwaliteit bebouwing
4.1
Ambitie en sfeer
De nieuwe buurt wordt een gevarieerde buurt waar wonen, werken, winkelen en recreëren samengaan. Een dorpse schaal, passend bij de schaal en structuur van de oude kern van Haastrecht en afgestemd op de ligging aan onder andere de Hollandsche IJssel en de Provincialeweg Oost. Een afwisseling in traditionele, maar eigentijdse Hollandse architectuur is daarbij het uitgangspunt. Daarbij wordt gerefereerd aan de architectuur van de oude kern van Haastrecht met een moderne twist. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen wonen en werken. Voor beide zijn de belangrijkste kenmerken aangegeven, die de basis moeten vormen voor de architectuur. Daarnaast is een aantal ontwerpmiddelen aangegeven die als ‘tools’ binnen de architectonische uitwerking ingezet kunnen worden. Voor wonen zijn de kenmerken ontwerpmiddelen: • Heldere massa’s; • Traditionele architectuur; • Individuele percelering; • Verticale geleding bij woningen; • Baksteen en dakpannen; • Detaillering: doorgemetselde topgevels, raam- en deurlijsten, gootlijsten, dakkapellen. Voor werken zijn de kenmerken en ontwerpmiddelen: • Traditioneel en industrieel karakter; • Metselwerk, beplating en platte daken; • Horizontale geleding; • Detaillering: bijzonder metselwerk, verbijzondering entree, luifels, daklijsten, banden, (dak)lijsten.
De Hollandsche IJssel en de Provincialeweg Oost zijn belangrijke lijnen, waarlangs De Kleine Betuwe zich bevindt. Hier is het stedenbouwkundig plan onder andere aan ‘opgehangen’. De centraal gelegen Galgoord vormt het structurerend, maar ook scheidend element dat onderscheid maakt tussen het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied. De deelgebieden Hollandsche kade en Hollands wonen zijn ten noorden van de Galgoord gelegen. Hollands werken ligt hier ten zuiden van. Het deelgebied Hollands wonen vormt de basis (kwaliteit) van dit plan. Voor de deelgebieden Hollandsche kade en Holands werken liggen de ambities hoger. Dit heeft vooral te maken met het representatieve karakter van deze deelgebieden. Daarom gelden daar andere richtlijnen die een hogere beeldkwaliteit na te streven. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal algemene richtlijnen die voor het gehele plangebied gelden. Het westelijk deel van de Blekerstraat en de locatie aan de zuidwestzijde van de Galgoord gelegen maken geen onderdeel uit van de planvorming van De Kleine Betuwe. In de toekomst bestaat de mogelijkheid dat deze gebieden alsnog naar wonen transformeren. Voor deze gebieden is dit beeldkwaliteitsplan dan ook van toepassing.
19
Verspringing in voorgevelrooilijn
Variatie in gevelbeeld
Basis: 2 lagen met een kap met percelering
20
Toepassen van goot-, deur- en raamlijsten
Variatie in kleurstelling van de gevels aan de kade
Variatie in kappen
Variatie in detaillering
Bergingen in (zwart)hout of metselwerk
Verspringing voorgevelrooilijn en kaphoogte
Detaillering: o.a. raam-, gootlijsten en dakkapellen
deur-
en
4.2
Deelgebied Hollands wonen
Dit deelgebied betreft circa 47 woningen, allen grondgebonden. De woningen zijn met de voorkanten op de weg georiënteerd. Dit is een formele voorkant waardoor samenhang ontstaat in het straatbeeld. Iedere woning heeft zijn eigen karakteristiek en expressie, een eigen gezicht, maar vormt een samenhangend geheel met de andere woningen. Door overeenkomsten in bouwtypologieën, massaopbouw, architectonische schaal en karakter, alsmede materiaal en kleurgebruik wordt een grote mate van samenhang in het straatbeeld bereikt. De hoofdmassa van de woningen bestaat uit 2 bouwlagen met een kap. De woningen hebben een éénduidig rooilijnverloop met een enkele verspringing. Alle woningen hebben een voortuin of ‘delftse stoep’. De diepte hiervan is afhankelijk van de breedte van de aanliggende straat. De Blekerstraat kent bijvoorbeeld een smaller profiel dan de Galgoord. Daarmee krijgt de verkaveling voldoende maat om afstand van bebouwing tot de voorste en zijdelingse perceelsgrenzen te bewaren. Er is extra aandacht voor de zichtbare zijgevels op de hoeken en uiteinden van straten in het plan. Deze worden verbijzonderd door het toepassen van nokverdraaiingen, topgevels en variatie in metselverbanden, gevelopeningen, terugliggende of naar voren liggende elementen zoals uitbouwen en erkers.
Het gewenste individuele karakter (individuele percelering) van de woningen onderling wordt bereikt door het toepassen van onder andere geleding. Middelen hiervoor zijn: verschillende kleuren gevelmetselwerk, verschillende kleuren dakpannen, raam- en deurlijsten, daklijst, gootlijsten, dakkapellen, etc.
Richtlijnen Situering • Woonblokken worden in de verplichte voorgevelrooilijn geplaatst. Voorgevels kunnen licht naar voren verspringen; • De oriëntatie van de gebouwen is gericht op de aanliggende openbare ruimte. Massa en vorm • De bouwhoogte is 2 lagen met een kap; • Maximale goothoogte 7 meter en nokhoogte 11 meter; • Lange gevels worden visueel opgedeeld, bv. door een topgevel of lichte gevelsprong; • Kapvorm is evenwijdig of haaks op de aanliggende woonstraat. Gevelkarakteristiek en detaillering • De woonblokken krijgen een duidelijke percelering. Gevelopeningen zijn staand; • Hoekoplossing door bijv. opengewerkte gevels, serres, siermetselwerk, etc.; • Geen blinde gevels; • Diversiteit door het toepassen van topgevel, erker, verspringing kaphoogte, vooruit springende voorgevellijn, deurlijsten, etc. Kleur- en materiaalgebruik • Gevels van baksteen kleur donkerbruin - grijs/zwart (genuanceerd) en een enkele gekeimd; • Witte kozijnen; • Bergingen in (zwart)hout of metselwerk uitvoeren; • Aandacht voor HWA en materialisatie; • Ondergeschikt materiaal: hout, beton, zink.
21
Variatie in kappen en verspringende voorgevelrooilijn
Toegang parkeergarage onderdeel van gevelarchitectuur
Basis 2 lagen tot 4 lagen met verticale geleding
22
Galerijontsluiting aan de bnnenzijde
Verhoogde toegang appartementen aan de kade
Parkeerkelder als onderdeel van hoofdmassa
Variatie in kappen
Parkeerniveau onderdeel van de gevelarchitectuur
Verspringende voorgevelrooilijn
Variatie in kappen en verspringing voorgevelrooilijn
4.3
Deelgebied Hollandsche kade
Langs de Hollandsche IJssel komen circa 72 appartementen en 14 kadewoningen verdeeld over drie woonblokken. Deze begeleiden de kade langs de Hollandsche IJssel. Aan deze zijden ligt ook de formele voorkant van de woningen en de buitenruimten. De woonblokken vormen in samenhang met het aanliggende openbaar gebied het straatbeeld ter plaatse. Daarbij dient de parkeerkelder, onder het appartementencomplex, onderdeel te vormen van de architectonisch hoofdvorm. De woonblokken hebben een industriëel karakter en expressie, maar vormen onderling en met de andere woningen in het plangebied een samenhangend geheel. Door overeenkomsten in, massaopbouw, dakvormen, architectonische schaal en karakter, alsmede materiaal en kleurgebruik wordt een grote mate van samenhang in het straatbeeld bereikt.
Richtlijnen Situering • Woonblokken begeleiden de Hollandsche IJssel en de Galgoord en volgen de verplichte voorgevelrooilijn. Voorgevels kunnen licht naar voren verspringen; • De oriëntatie van de woonblokken is gericht op de aanliggende openbare ruimte. Massa en vorm • De bouwhoogte van de kadewoningen is maximaal 3 lagen met kap met een goot- en bouwhoogte van maximaal 9 en 11 meter; • De bouwhoogte van de appartementen is 3 tot maximaal 4 lagen al dan niet met een kap met een maximale bouwhoogte van 11 tot 14 meter; • Onder het appartementencomplex wordt een parkeerkelder gerealiseerd met een hoogte boven maaiveld van circa 1,5 meter;
De hoofdmassa van de kadewoningen bestaat uit maximaal 3 lagen met een kap. Het appartementencomplex bestaat deels uit 3 en deels uit maximaal 4 bouwlagen al dan niet met een kap (bijvoorbeeld een sheddak dan wel topgevels). De woonblokken hebben een éénduidig rooilijnverloop met een enkele verspringing, zowel langs de kade aan de Hollandsche IJssel, de woonstraat als langs de Galgoord. Er is extra aandacht voor de uitwerking van de hoeken en uiteinden van de woonblokken. Bijvoorbeeld noodtrappenhuizen worden binnen het bouwvolume opgelost.
Gevelkarakteristiek en detaillering • Industriële vormgeving en architectuur; • De woonblokken krijgen een verticale geleding; • Parkeerkelder vormt onderdeel van de gevelarchitectuur; • Buitenruimtes bevinden zich aan de zijde van de woonstraten dan wel kade; • Hoogwaardige vormgeving uitkragende balkons; • Duidelijk vormgegeven en aantrekkelijke entree. Entrees van de woningen op begane grond bevinden zich aan de woonstraat dan wel kade.
Om de bouwmassa visueel op te delen is verticale geleding gewenst. Middelen hiervoor zijn: verschillende kleuren gevelmetselwerk, licht verspringende rooilijn, variatie in buitenruimte (b.v. loggia’s en balkons), verschillende kapvormen, etc.
Kleur- en materiaalgebruik • Gevels van baksteen kleur donkerbruin- grijs/zwart (genuanceerd); • Witte - grijze -antraciete kozijnen; • Aandacht voor HWA en materialisatie; • Ondergeschikt materiaal: staal, hout, beton, glas. 23
Verticale geleding
Aantrekkelijke entree’s
Aantrekkelijk vormgegeven plint
Oriëntatie op de aanliggende openbare ruimte
Basis 3 lagen met verticale geleding
24
Alzijdig ontworpen bouwblok
Begane grondlaag als aantrekkelijke plint
Variatie in uikragende en inpandige buitenruimtes
Variatie in kap en daken
Variatie in kappen en daken
4.4
Deelgebied Hollands werken
Dit deelgebied betreft een supermarkt met daarboven circa 50 appartementen en bedrijfskavels. Het supermarktblok is een alzijdig blok waarbij de supermarkt zich duidelijk presenteert richting de Provincialeweg Oost en de entreeweg. Hier ligt dan ook de entree van de supermarkt direct nabij het parkeren. De bedrijfsgebouwen presenteren zich vooral aan de entreeweg en de Galgoord. Hier zijn ze met hun voorkanten op georiënteerd. Samen met het blok van de supermarkt ontstaat zo een formele voorkant waardoor samenhang ontstaat in het straatbeeld. De supermarkt met appartementen en de bedrijfsbebouwing hebben weliswaar hun eigen karakteristiek en expressie, maar vormen een samenhangend geheel met de andere woningen van De Kleine Betuwe. Door overeenkomsten in massaopbouw, architectonische schaal en karakter, alsmede materiaal en kleurgebruik wordt een grote mate van samenhang in het straatbeeld bereikt. De hoofdmassa van het blok met supermarkt en appartementen bestaat uit een winkelplint met daarboven 2 en gedeeltelijk 3 bouwlagen, eventueel met kappen of topgevels. Daarbij kan de begane grond in rooilijn iets terug liggen ten opzichte van de bovenbouw. Er is extra aandacht voor de gevels van de supermarkt en daar waar bevoorraad wordt. Blinde gevels, grenzend aan openbaar gebied, dienen voorkomen te worden.
Verticaliteit in de bovenbouw is gewenst om het individuele karakter te versterken. Middelen hiervoor zijn: verschillende kleuren gevelmetselwerk, lichte verspringing in de gevel, variatie in balkons/loggia’s, etc.
Richtlijnen blok supermarkt|wonen Situering • Het bouwblok wordt in de verplichte gevelrooilijn geplaatst aan de Galgoord en de entreeweg; • De oriëntatie van het bouwblok is gericht op de aanliggende openbare ruimte; • Het bouwblok s alzijdig ontworpen. Massa en vorm • De bouwhoogte is max. 14 meter (evt. met kap); • Het bouwblok bestaat uit een winkelplint met daarboven 2 tot 3 lagen appartementen. Gevelkarakteristiek en detaillering • Het bouwblok krijgt een duidelijke percelering. Gevelopeningen zijn staand; • Aantrekkelijk vormgegeven plint. Grote delen blinde gevel moeten voorkomen worden; • Duidelijk vormgegeven en aantrekkelijke entree’s. • Diversiteit door het toepassen van topgevel, vooruit springende voorgevellijn, uitkragende- en inpandige balkons, etc. Kleur- en materiaalgebruik • Gevels van baksteen kleur donkerbruin - grijs/zwart (genuanceerd) en een enkele gekeimd; • Witte - grijze -antraciete kozijnen; • Aandacht voor HWA en materialisatie. Eigen terrein • Laden en lossen vindt achter de gevel (teruggelegen) plaats, onder een luifel, maar bij voorkeur inpandig.
25
Verbijzondering van de gevel
Aandacht voor detaillering
Overwegend horizontale geleding
Oriëntatie op de aanliggende openbare ruimte
Basisvolume 8-11 meter hoog
26
Industriële architectuur
Geleding van de massa - samengesteld volume
Verbijzondering van entree
Toepassen van geveldetails
Detaillering: entree, luifels, daklijsten, etc.
Richtlijnen bedrijfsgebouwen Situering • Gebouwen dienen verplicht in de gevelrooilijn geplaatst te worden aan zowel de Galgoord als de entreeweg; • De oriëntatie van de gebouwen is gericht op de aanliggende openbare ruimte; • Hoekkavels zijn tweezijdig georiënteerd; Massa en vorm • De bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen is maximaal 8 meter of 11 meter, mits op niet minder dan 3 m uit de bouwgrens wordt gebouwd; • De bouwmassa bestaat uit een samengesteld volume of twee onderscheidende volumes (kantoor- en bedrijfsgedeelte); • Binnen de hoofdmassa zijn beperkte bebouwingsaccenten (bv. entree’s) toegestaan; • Bijgebouwen worden bij voorkeur geïntegreerd in het hoofdvolume. Gevelkarakteristiek en detaillering • Industriële vormgeving en architectuur; • Overwegend horizontale geleding; • Toepassen van (gevel)details zoals bijzonder metselwerk, verbijzondering entree, luifels, daklijsten, etc. • Technische installaties dienen opgelost te worden binnen het bouwvolume en niet zichtbaar te zijn vanaf de straat; • Platte daken dienen (constructief) geschikt te zijn voor PV-panelen; • Reclame, anders dan logo en naamsvermelding d.m.v. losse letters op de gevel, is niet toegestaan;
Kleur- en materiaalgebruik • Gevels van baksteen kleur donkerbruin- grijs/ zwart (genuanceerd); • Grijze - antraciete kozijnen; • HWA’s aan voorzijde zoveel als mogelijk uit het zicht; • Ondergeschikt materiaal: staal, hout, beton, glas. Eigen terrein • Het voorterrein moet bijdragen aan een groene en aantrekkelijke werkomgeving. • Laden en lossen vindt achter de voorgevel (teruggelegen) plaats;
4.5
Algemene aanvullende richtlijnen
De hiervoor beschreven richtlijnen gaan specifiek in op de verschillende deelgebieden. Daarnaast is er een aantal richtlijnen die algemeen van aard zijn en voor alle deelgebeiden gelden. Daarbij gaat het onder andere om technische installaties, esthetische zaken, etc. Deze staan hierna aangegeven. • Technische installaties, waaronder energieinstallaties dienen zovel als mogelijk aan het zicht te worden onttrokken; • Afvoeren op daken worden zoveel als mogelijk estetisch geclusterd; • Zonnepanelen worden op een evenwichtige wijze ingepast binnen het dakvlak; • Verticaal geplaatste zonnepanelen b.v. aan de gevel of balkons zijn niet toegstaan; • Naamgeving van gebouwen mag alleen door middel van losse letters, en in proportie, op de gevel. 27
Toepassen van bijenhotels
Toepassen van vleermuiskasten in de gevel
28
Inrichting buitenruimte zoveel als mogelijk vergroenen
Ontmoetingsplek in de buitenruimte
Toepassen van nestkasten voor vogels in de gevel
Toepassen van natuurvriendelijke oevers
4.6
Ruimte voor spelen en ontmoeten
Toepassen van streekeigen boombeplanting met onderbeplanting
Duurzaamheid en gezondheid
Vanuit het stedenbouwundig plan en het beeldkwaliteitsplan wordt ingezet op een duurzame ontwikkeling van De Kleine Betuwe die tevens bijdraagt aan de gezondheid. Daarbij gaat het om diverse maatregelen waarop ingezet kan worden. Te denken valt aan onder andere maatregelen op gebouwniveau en maatregelen die toegepast kunnen worden bij de inrichting van de (openbare) buitenruimte. Dit om in te zetten op minder en andere vormen van energiegebruik, het tegengaan van hittestress, het voorkomen van wateroverlast, het bevorderen van de biodiversiteit, het stimuleren van bewegen en ontmoeten. Hierna worden deze op gebouwniveau en de inrichting van de (openbare) buitenruimte aangegeven.
houden van water en de biodiversiteit (o.a. door middel van beplanting en het plaatsen van insectenhotels); • Binnentuinen dienen een zo groen mogelijk inrichting te krijgen, waar tevens ruimte is voor spelen en ontmoeten; • De openbare ruimte nodigt uit om te bewegen, waarbij ingezet wordt om een ‘ommetje’ te kunnen maken; • Materialen die worden toegepast dienen zo duurzaam mogelijk te zijn.
Gebouwniveau • Gebouwen worden zo duurzaam mogelijk gemaakt. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de mogelijkheden van nieuwe energievormen en het toepassen van groene daken en gevels; • Gebouwen worden zo mogelijk voorzien van maatregelen om zo de biodiversiteit te stimuleren en nestgelegenheid/onderkomen te bieden. Daarbij kan worden gedacht aan onder andere nestkastjes, vegetatiedaken, etc. Inrichting (openbare) buitenruimte • Toe te passen groen dient streekeigen te zijn en bij te dragen aan de biodiversiteit; • Oevers van watergangen zoveel als mogelijk natuurvriendelijk inrichten; • Inrichting van de (openbare) buitenruimte dient zo groen mogelijk te zijn om hittestress tegen te gaan, bij te dragen aan het zo lang mogelijk vast-
Toepassen van groene daken < Voorbeelden duurzame maatregelen
29
30
Voorbeeld aantrekkelijk wonen aan de kade
5.
Beeldkwaliteit buitenruimte
5.1
Ambitie en sfeer buitenruimte
De openbare ruimte binnen De Kleine Betuwe vormt samen met de architectuur een samenhangend geheel. Dat betekent dat het beeld van de buitenruimte het nagestreefde beeld van een Hollands buurtje moet ondersteunen. Aantrekkelijke woonstraten met groen, pleintjes met groen, een aantrekkelijke kade langs het water van de Hollandsche IJssel en prettige (binnen) tuinen. Langs de de nieuwe entree en de Galgoord moet een openbare ruimte ontstaan die uitnodigend is, maar ook voldoende functionaliteit biedt aan de verschillende functies die hier zijn gesitueerd. Het plangebied is ingedeeld in verschillende zones voor zowel het groen als de verhardingsmaterialen gebaseerd op de hoofd- en nevenstructuur van het stedenbouwkundig plan. De zones wijken in sfeer en materialisatie van elkaar af, maar vormen wel als geheel één samenhangend totaalbeeld.
Voorbeeld groene en aantrekkelijke binnentuin
Voorbeeld parkeren in het groen < Groenzones
Groen Bij de gewenste dorpse uitstraling passen oorspronkelijke nederlandse beplantingssoorten uitstekend. Een bijkomend voordeel is dat deze beplanting inheems is en waardevol voor de biodiversiteit. Hollandse bomen zoals linde, eik en meidoorn worden toegepast in het beplantingsplan en geven mede het straatbeeld het hollands karakter. Deze boomsoorten worden van oudsher toegepast in dorpskeren en zijn herkenbaar als authentieke hollandse bomen.
Uitgangspunten voor de toe te passen beplanting zijn: • Hollands en passend in de omgeving; • Geschikt voor de beschikbare groeiplaats; • Bij voorkeur waardevol voor de flora en fauna (insecten en vogels); • Representatieve en gezonde uitstraling; • Jaarrond een fraai straatbeeld. Vanuit het stedenbouwkundig plan en de verschillende beeldkwaliteitsdeelgebieden wordt een viertal groenzones aangehouden die aan het gewenste beeld en sfeer bijdragen. Deze groenzones zijn: • Robuust Hollands groen • Verfijnd groen • Kade groen • Binnentuinen Robuust Hollands groen Dit is de grootse zone in het plangebied. De entree en de hoofdroute zijn hieraan gekoppeld. Hier is langs de entree en tussen het parkeren plaats voor grote bomen in een parkachtige setting. Een duidelijke groenstructuur geeft richting aan de straten en een fraai opgaand groen beeld. Deels zijn het bestaande bomen die gehandhaafd blijven en een waardevol onderdeel uitmaken van deze structuur. Bomen als (zuil)eiken en lindes kunnen hier plek krijgen als onderdeel van de laanstructuur. Tevens zijn hier wadi’s voorzien. Parkeervakken waar meerdere vakken geclusterd zijn worden zoveel mogelijk in het groen ingepakt door middel van een brede haag. 31
32
Verfijnd groen Dit groen komt voor in het straatprofiel met een meer intiem karakter bij grondgebonden woningen en lagere bebouwing. Hier is minder ruimte voor grote bomen en meer verfijndheid gewenst. Een kleinere boom met veel seizoenswaarde is geschikt voor deze plek. Een meidoorn of esdoorn zijn bomen met deze kenmerken.
Voorbeeld strook van stelconplaten
Voorbeeld asfalt met print
Kade groen De kade krijgt een stoere uitstraling waarbij het industriële karakter versterkt wordt. Stelconplaten met aansluitend aan de woonblokken een strook met elementenverharding toegepast (kabels en leidingtracé). Door de openheid is het water goed te ervaren. De kade heeft een bebouwingsvrije zone waarin geen bomen mogen worden geplant. Om dit gedeelte niet volledig te verharden worden er groenstroken aangelegd met vasteplanten, kruiden en grassen in grote vlakken. De rechtlijnige vorm van de kade en de Hollandsche IJssel wordt hiermee benadrukt, maar ook verzacht door het groen. Duidelijke rechtlijnige plantvakken met één soort beplanting verzachten de kade en verminderen de hittestres. In of aan deze groenstroken worden zitplekken gecreëerd waarvandaan fraai zicht is over de Hollandsche IJssel en een prettige verblijfsplek wordt. Binnentuinen In het plan is een binnentuin voorzien in het appartementencomplex aan de Hollandse IJssel. Deze dient een maximale groene uitstraling te krijgen. Hier kan gerefereerd worden aan het vroegere gebruik van De Kleine Betuwe. Een boomgaard met diverse fruitbomen in het gras gecombineerd met een enkel
speeltoestel. Deze combinatie maakt dat deze tuin aangename verblijfsplekken worden met een verzorgd uiterlijk. De beschutting van de bebouwing en het sociale toezicht zorgt ervoor dat een boomgaard hier kansrijk kan groeien. De kinderen kunnen hier spelen, de buurt zorgt voor de bomen en kan gezamenlijk oogsten. Het gezamenlijke gebruik zorgt voor meer contact tussen de buurtbewoners. Boven de supermarkt is eveneens een binnentuin voorzien. Deze fungeert meer als kijktuin voor de omliggende appartementen en dient maximaal groen ingericht te worden. De binnentuinen moet wel voorzien zijn van een juiste bodemopbouw en bewateringssysteem. Dit voor succesvolle beplanting (en oogst). Verharding In het plan worden drie soorten verharding toegepast, aansluitend bij de sferen en het gebruik van de straat. De hoofdroute wordt uitgevoerd in asfalt met een print, aansluitend bij de omliggende wegen. Dit materiaal is sterk en geschikt voor zwaarder verkeer. Het vrijliggende fietspad langs de hoofdroute wordt uitgevoerd in rood asfalt om onderscheid te maken tussen de verschillende stroken. De kade wordt ingericht met stelconplaten die hergebruikt worden. Deze zijn al aanwezig op het terrein. Voor de afwerking en het pas maken van de bestrating kunnen de platen worden aangevuld met passende keiklinkers.
Langs de waterkant zijn een aantal bolders voorzien om het nautische en industriële karater te versterken.
Voorbeeld elementenverharding woonstraten < Beeldsfeer oude kern Haastrecht
33
34
Voorbeeld hoogwaardige erfafscheiding
De overige bestrating en parkeervakken worden uitgevoerd in elementenverharding van gebakken dan wel betonnen materiaal, kleurecht, met een gebakken uitstraling. De kleurstelling die wordt toegepast, past bij de Hollandse sfeer en kleurstelling van de gevels en heeft een rood bruine kleurstelling; de kleur van de traditionele kleiklinker. Grote contrasten in kleur worden vermeden. De aanduiding bijvoorbeeld van de parkeervakken worden uitgevoerd in een ander legpatroon of een andere kleurtint. Ook zijn grasbetonstenen een optie. De opsluitbanden worden donker grijs en met een minimale afmeting om zo een verfijnd beeld te creëren. De openbare parkeerkoffers zijn deels uitgevoerd in hetzelfde materiaal als de rijlopers. Trottoirs en achterpaden worden uitgevoerd in een betontegel 30x30 cm. in de kleurstelling uitgewassen basalt grijs.
Voorbeeld ondergrondse afvalcontainers
Het water wordt hoofdzakelijk via molgoten afgevoerd, de molgoten worden uitgevoerd in elementenverharding passend bij de rijbaan. Uitzondering daarop is de kade. Het streven is om hier direct af te wateren op de aangrenzende groenstrook. Wanneer dit niet kan kunnen verholen goten tussen de stelconplaten worden toegepast.
Voorbeeld nutsgebouw afgestemd op omgeving
Erfafscheidingen Tuinen die grenzen aan openbaar gebied dienen te worden voorzien van zorgvuldig (meeontworpen) erfafscheidingen of ‘delftse stoep’. Dit om een eenduidige en verzorgde uitstraling te krijgen. Voortuinen en zijgevels tot 3 meter achter de voorgevel worden met een lage erfafscheiding van circa 1 meter hoog afgeschermd. Een haag of begroeid hekwerk geeft een groen beeld en draagt bij aan de biodiversiteit en het voorkomen van hittestress. Op een enkele plek grenst een zijtuinen direct aan openbaar gebied. Hier is direct zicht op deze zijtuinen
< Erfafscheidingen
en heeft het de voorkeur om deze af te schermen met kwalitatief hoogwaardige gebouwde erfafscheiding. Ook om eventuele hoogteverschillen op te kunnen vangen. Gecombineerd met groen geeft dit een fraai straatbeeld. Tuinen die grenzen aan een achterpad worden afgeschermd met een staafmathekwerk begroeid met groen. Straatmeubilair Het meubilair dat wordt toegepast wordt in overleg met de gemeente gekozen. De uitstraling is verfijnd en heeft een traditionele uitstraling passend bij het beeld van oud Haastrecht. Een combinatie met hout en metaal is duurzaam en passend bij de sfeer van het gebied. Langs de kade kan de industriële sfeer wat meer de boventoon krijgen en krijgt het meubilair een robuustere uitstraling. Lichtmasten, bankjes, afvalbakken en speelvoorzieningen passen bij elkaar en worden van eenzelfde antraciete kleur voorzien. Huisvuilinzameling zal (gedeeltelijk) ondergonds plaatsvinden door middel van containers. Deze worden bij voorkeur in clusters geplaatst langs de rijbaan danwel waar er meer ruimte in de straat is. De locaties worden zorgvuldig gekozen, in verband met loopafstanden, de vuilniswagen de locatie goed kan berijken en de eventuele overlast wordt beperkt. Nutsgebouwen Nutsvoorzieningen in het plangebied dienen eenduidig te worden toegapset en afgestemd op de omgeving waar ze worden ingepast.
Trafostations krijgen één kleurstelling, worden zonodig voorzien van metselstenen die passen bij de bebouwde omgeving of worden ingepast in het groen. Nutskastjes (kabel, elektra, glasvezel, e.d) worden uitgevoerd in de kleur antraciet. 35
buro-sro.nl
stedenbouw
+
ruimtelijke ordening
+
ontwikkelingsmanagement
Krimpenerwaard Haastrecht Distributieplanologisch onderzoek supermarkt De Kleine Betuwe Contactpersoon, Reg Bilardie Projectnummer 2023-0119 14 december 2023
1. Aanleiding In de kern Haastrecht, gemeente Krimpenerwaard, zijn er plannen voor het realiseren van nieuwe supermarktruimte op de herontwikkelingslocatie Galgoord/ De Kleine Betuwe. De supermarktruimte wordt 1.200 m² wvo (winkelvloeroppervlak), totaal 1.550 m2 bvo (bruto vloeroppervlak). Het plan kan grofweg op twee manieren worden ingevuld: 1. De huidige (kleine) Plus/Coöp supermarkt aan de Kleine Haven verhuist naar de nieuwe locatie. Dit was de oorspronkelijke bedoeling bij deze planontwikkeling. 2. Of de huidige Plus/Coöp supermarkt blijft op de bestaande locatie open en op de nieuwe locatie komt een nieuwe supermarkt. Om meer inzicht te krijgen in de distributieplanologische effecten van de ontwikkeling is onderliggende notitie opgesteld. De notitie gaat in op de volgende aspecten: De actuele detailhandelssituatie in Haastrecht en omgeving en de vigerende beleidskaders; Het ruimtelijke verzorgingsgebied van en de behoefte aan de detailhandel in de planontwikkeling; De effecten van het plan op de bestaande voorzieningenstructuur en de leegstand; De noodzakelijkheid en het doel van de detailhandel in het plan in aansluiting op de actuele situatie en vigerende beleidskaders. Alsmede de evenredigheid van deze kaders. Dit onderzoek is een aanpassing van het DPO-onderzoek van Emma retail d.d. 14 augustus 2021.
Uitgangspunt voor dat onderzoek was verplaatsing van de bestaande supermarkt in Haastrecht naar de nieuwe locatie. Inmiddels heeft de rechtsopvolger van Plus Vastgoed te kennen gegeven niet langer in te zetten op verplaatsing naar Galgoord maar in het huidige pand te willen blijven. Dit is een nieuwe ontwikkeling waardoor actualisering van het DPO-onderzoek nodig is. Daarnaast heeft BRO in 2021 een onderzoek uitgevoerd en heeft Goudappel in 2023 een second opinion gemaakt. 25 augustus 2023 heeft er overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Krimpenerwaard, Provincie Zuid-Holland, Goudappel en Emma retail. In dit overleg zijn de onderzoeken besproken. De opmerkingen en conclusies uit dit overleg zijn in onderliggend onderzoek verwerkt.