BIJL 2u Bijlage 20 - Nota van beantwoording vooroverleg
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING VOOROVERLEG Be st em min gsp l an ‘B old er k ad e, O ud e rk e r k a an den I J ss e l’ Een concept van het bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel is in het kader van het wettelijke vooroverleg toegezonden aan 11 organisaties/instanties. Hierop zijn 7 reacties ontvangen. Tennet, Stedin, OASEN N.V. en Dunea hebben aangegeven geen op- of aanmerkingen te hebben op het plan. De overige 3 inhoudelijke reacties zijn onderstaand zijn samengevat en voorzien van een beantwoording. 1. Ho ogh e em ra ad s ch ap v an S ch i el and e n de K ri mp ene rw a a rd S am e nv a tt i n g a. In het plan zijn de met het waterbeheer verbonden belangen voldoende gewaarborgd. Wij verwachten dat de door het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling geen nadelige invloed zal hebben op het watersysteem. b. Geadviseerd wordt om in de waterparagraaf alle water gerelateerde zaken te beschrijven. Dus ook die zijn genoemd in paragraaf 3.1.2., 3.1.3. en 3.1.4. c. In paragraaf 4.8.2. is aangegeven dat bij primaire waterkeringen een gesloten seizoen geldt voor alle werkzaamheden van 1 oktober tot 15 april. Deze regel kan verwijderd worden. Er is geen gesloten seizoen meer. Of werkzaamheden toelaatbaar zijn in een bepaalde periode is beleidsmatig geregeld en wordt per geval bekeken. d.
In het bouwbeleid is bepaald dat buitendijkse bebouwing op minimaal 6 meter uit de kant van het asfalt van de doorgaande weg gebouwd mag worden. Hierbij moet rekening worden gehouden dat de laagste vloer minimaal op dijktafelhoogte moet komen te liggen. e. Op de verbeelding ontbreekt de dubbelbestemming ‘WaterstaatWaterstaatkundige functie’. f. In paragraaf 3.1.4. is aangegeven dat: Hiermee staat vast dat voor een te realiseren bouwplan een Waterwetvergunning zal kunnen worden verkregen. Bij deze toetsing zijn alleen de waterstaatkundige belangen van Rijkswaterstaat meegenomen. Rijkswaterstaat is samen met het hoogheemraadschap (samenloop) bevoegd een waterwetvergunning af te geven. Verzoek is om aan te geven dat de waterstaatkundige belangen van het hoogheemraadschap in de waterparagraaf zijn beschreven of alle waterstaatkundige belangen te beschrijven in de waterparagraaf. g. Verzoek is om in de plantoelichting in te gaan op de wijze waarop voetgangers van het appartementencomplex naar het dorp Ouderkerk aan den IJssel gaan en aan te geven wat er gaat gebeuren met de ruimte waar nu door omwonenden wordt geparkeerd. B ea nt w oor d i ng a. De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. b. De plantoelichting wordt op dit punt aangepast. c . De regel wordt verwijderd uit de plantoelichting d. Dit bouwbeleid is bekend en basis geweest voor de planvorming.
Dit zal ook aanvullend worden toegelicht in paragraaf 4.8.2 van de plantoelichting. Bij de 1
Intern
A an p as s in g en
situering van de bouwvlakken op de verbeelding is overigens met dit uitgangspunt rekening gehouden. Overigens zal in verband met de ter plaatse geldende dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’ bij de toekomstige omgevingsvergunning instemming nodig zijn van het hoogheemraadschap, zodat ook in dat kader nog een specifieke toetsing op dit punt kan plaatsvinden. e. De betreffende dubbelbestemming wordt aan de zijde van de Hollandse IJssel opgenomen op de verbeelding en in de regels worden bij deze bestemming behorende regels toegevoegd. f. De plantoelichting wordt op dit punt aangepast. g. De IJsseldijk-Noord is op niet voorzien van voetpaden. Daar is fysiek ook geen ruimte voor. Voetgangers dienen in voorkomend geval gebruik te maken van de weg. De strook die door omwonenden in de huidige situatie voor parkeren wordt gebruikt door omwonenden is onderdeel van het plangebied. In het plangebied zijn voldoende parkeerplaatsen voorzien voor het nieuwe bouwprogramma, met een kleine overmaat. Min of meer ter plaatse van de huidige strook zijn enkele langsparkeerplaatsen voorzien voor algemeen gebruik. De plantoelichting wordt naar aanleiding van de punten b, c, d en f aangevuld aangepast. De regels en verbeelding naar aanleiding van punt e. de op dit punt aangepast/aangevuld.
2. Gasunie N.V. S am e nv a tt i n g
Het plan is door ons getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor onze aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. B ea nt w oor d i ng De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. A an p as s in g en Niet van toepassing 3. Pr ov in ci e Zui d - Ho l lan d S am e nv a tt i n g a. In artikel 6.50 van de omgevingsverordening Zuid-Holland wordt verzocht om rekening te houden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering ten aanzien van wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte. Niet wordt toegelicht in hoeverre mogelijke risico’s van klimaatverandering kunnen worden voorkomen en/of beperkt, danwel aanvaardbaar worden geacht. b. In paragraaf 4.11.2 wordt geconcludeerd dat voor het plangebied een zeer kleine kans op overstroming geldt.
Het is van belang om ook aan te geven uit welke grondsoorten (lagen ophoogmateriaal / sinds sanering) de locatie is opgebouwd om inzicht te krijgen in de risico’s van wateroverlast, hitte en droogte bij woningbouw op een dijklichaam aan de Hollandse IJssel. c. In paragraaf 4.4. van bijlage 12 wordt een goede aanzet tot onderbouwing gegeven, maar dit is vanuit het provinciale belang klimaatadaptatie nog onvoldoende. Verzocht wordt de in de plantoelichting expliciet aan de te geven in hoeverre er sprake zal zijn van klimaatrisico’s voor dit plangebied, welke maatregelen daarom worden overwogen en wat de eventuele afwegingen zijn om maatregelen en/of voorzieningen niet te treffen. B ea nt w oor d i ng a. In paragraaf 3.3.2 van de plantoelichting (omgevingsverordening) wordt op basis van artikel 6.50 een aanvullende paragraaf opgenomen waarin specifiek wordt ingegaan op de risico’s van klimaatverandering. b. Paragraaf 4.11.2 wordt op dit punt aangevuld om inzicht te geven in genoemde 2
A an p as s in g en
risico’s. c. Bijlage 12 betreft het Beeldkwaliteitsplan en vormt ter zijner tijd het toetsingskader van de uitvoering van het bestemmingsplan. . De betreffende pararaaf is aangevuld met inrichtingsprincipes ten behoeve van o.a. het voorkomen van hittestress, vasthouden van hemelwater ten verdroging en natuur-inclusief bouwen. De plantoelichting wordt naar aanleiding van de punten a en b aangevuld /aangepast. In het beeldkwaliteitsplan is in paragraaf 4.4. een meer uitgebreide beschrijving opgenomen van inrichtingsmaatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie en duurzaamheid, waarbij deze maatregelen ook als onderdeel van het toetsingspakket voor de (totale) beeldkwaliteit zijn gesteld (hoofdstuk 5 van het beeldkwaliteitsplan).
3