CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2f: Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 Verkennend ecologisch onderzoek

Raadsvergadering 8 februari 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Zuidbroek 138a Bergambacht5.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN Wet Natuurbescherming

QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Zuidbroek 138 Bergambacht

Zuidbroek 138 Bergambacht R.J.S. Terlouw

IN OPDRACHT VAN

QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Zuidbroek 138 Bergambacht

R.J.S. Terlouw

COLOFON:

© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2019/08 Ouderkerk aan den IJssel, februari 2019 Status : Definitief Auteur : R.J.S. Terlouw In opdracht van : Verstoep BV-Schoonhoven Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

INHOUDSOPGAVE

1]

Inleiding en doel

3.

2]

Locatie plangebied

4.

3]

Doel en centrale vraagstelling

4.

4]

Criteria

5.

5]

Werkwijze

5.

6]

Voorgenomen ontwikkeling

7.

7]

Bureaustudie & veldonderzoek 7.1. Beschermde natuurwaarden 7.2. Beknopte levering NDFF 7.3. Raadpleging overige bronnen 7.4. Gesprek bewoner/initiatiefnemer 7.5. Locatie bezoek

7. 7. 9. 9. 10. 10.

8]

Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en –situaties 8.1. Algemeen 8.2. Habitat 8.3. Soorten en omstandigheden

11. 11. 11. 12.

9]

Conclusies

14.

BIJLAGEN. 1. 2.

Verantwoording ecologische deskundigheid – Bui-TeGewoon | groenprojecten Beknopte levering NDFF

1

2

1]. Inleiding en doel De locatie Zuidbroek 138 te Bergambacht betreft een woonhuis en voormalige stal die nu wordt gebruikt als caravanstalling. Het totale perceel heeft een oppervlakte va circa 9500 m2. Het erf is voor het grootste deel verhard, beplanting is uitsluitend rond de woning en langs de oostelijke scheiding sloot aanwezig. Aan de westzijde ligt een circa 1500 m2 groot grasland. De initiatiefnemer is voornemens om de stal / caravanberging te slopen en twee compensatie woningen terug te bouwen binnen het bouwvlak. De huidige woning met tuin blijft gehandhaafd. Voorafgaand aan een ruimtelijke procedure is ecologische informatie nodig om de voorgenomen ontwikkeling te onderbouwen. Hiervoor is het noodzakelijk om een QuickScan Wet natuurbescherming op te stellen. De QuickScan moet inzicht geven in het mogelijk voorkomen van beschermde natuurwaarden op de te ontwikkelen locatie, alsmede of het ontwikkelingsplan effecten heeft op beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen maatregel. Wanneer het aannemelijk is dat er beschermde soorten en/of situaties aanwezig zijn kan aanvullend onderzoek noodzakelijk blijken alvorens ontheffing kan worden aangevraagd.

Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt dit voor soorten die zijn geplaatst in tabel 1 (beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn), tabel 2 (beschermingsregiem soorten habitatrichtlijn) of tabel 3 (beschermingsregiem andere soorten) van de Wet natuurbescherming of soorten en situaties die anderszins een vergelijkbare beschermde status hebben. Voor de verstoring of aantasting van beschermde natuurwaarden kan een ontheffing ex. artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming nodig zijn. Een QuickScan Wet natuurbescherming heeft een verkennend karakter, dit houdt in dat bij mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn in de activiteit periode van de soort. Voor sommige soorten zijn hiertoe meerdere bezoeken noodzakelijk en/of is onderzoek in een vastgestelde periode van het jaar vereist. Verstoep, Bouwadvies-Architectuur-Ontwikkeling B.V. heeft Bui-TeGewoon, groenprojecten verzocht een QuickScan Wet natuurbescherming uit te voeren voor bovenvermelde locatie om de mogelijke aanwezigheid van soorten te verkennen en de effecten op beschermde gebieden te beoordelen. De onderhavige rapportage geeft de resultaten van deze QuickScan weer.

3

2]. Locatie plangebied Zuidbroek 138 Bergambacht. De projectlocatie is kadastraal bekend Bergambacht sectie D, nummer 1126-ged. De totale oppervlakte bedraagt circa 1,00 ha. De locatie valt binnen kilometerhok nummer 109-438. De ontwikkelingslocatie is weergegeven in onderstaand topografisch en kadastraal kaartbeeld.

Figuur 1. Ligging plangebied en kadastrale situatie

De directe omgeving is te omschrijven als en open lintbebouwing in een agrarische omgeving. De woningen en schuren in het bebouwingslint hebben erfpercelen die overwegend een groene inrichting hebben. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan het open grasland van polder Zuidbroek. De agrarische percelen in de nabijheid van de projectlocatie zijn allen in gebruik als intensief agrarisch grasland. 3] Doel en centrale vraagstelling De QuickScan Wet natuurbescherming wordt uitgevoerd om te bepalen of de geplande ontwikkeling passend kan worden uitgevoerd, of eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen eventueel moeten worden toegepast om tot een passende uitvoering te kunnen komen. De centrale vraagstelling is vierledig en luidt als volgt: Zijn er voldoende ecologische gegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van (zwaarder) beschermde flora en fauna in het projectgebied; Is er in het gebied habitat aanwezig waar (zwaarder) beschermde soorten voor kunnen komen; Heeft de voorgenomen ontwikkeling effect op beschermde gebieden in de invloedsfeer van het projectgebied; Zijn de beoogde werkzaamheden en maatregelen passend binnen de Wet natuurbescherming uitvoerbaar.

4

4] Criteria Op de onderhavige QuickScan zijn de volgende criteria van toepassing: Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een deskundige ecoloog die voldoet aan de hiervoor gestelde criteria. Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Bui-TeGewoon | groenprojecten, de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft ruim 30 jaar ervaring in verschillende functies als ecoloog en als regiohoofd terreinbeheer bij een natuur beherende organisatie (bijlage 1); Gegevens gebruikt ten bate van het onderzoek dienen objectief te zijn verkregen en uit betrouwbare bronnen voort te komen; De kwaliteit van het onderzoek dient aan de hand van de rapportage te kunnen worden beoordeeld door het bevoegd gezag; Omtrent de uitkomsten van het onderzoek dient begrijpbaar voor opdrachtgever en/of gebruiker te worden gerapporteerd. 5]. Werkwijze Ten bate van de QuickScan heeft zowel een bureauonderzoek als veldonderzoek plaatsgevonden. Nadat een opdracht tot QuickScan is verkregen wordt in een oriënterend gesprek met bewoner en/of opdrachtgever de voorgenomen ontwikkeling verkend en worden plandocumenten als aanwezige bouw- en inrichtingstekeningen ingezien.

Aansluitend vindt een bureaustudie plaats waarbij het gebied topografisch wordt verkend aan de hand van topografische atlassen, de websites “OpenTopo” en “Google Earth”. Gelet wordt op aanwezige gebieden, elementen en habitats als kleine landschapselementen, watergangen, en structuren als bijvoorbeeld bomenrijen, die aanwijzingen kunnen geven voor mogelijk gebiedsgebruik door fauna. Aan de hand van de bodemkaart en de website van het waterschap worden o.a. drooglegging, vigerend waterpeil en bodemsituaties beoordeeld. Speciale aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van mogelijk ingraafbare bodem als stroomruggen en zandopduikingen, die in verband met het voorkomen van rugstreeppad kunnen worden gebracht en gebieden met een geringe drooglegging of extensief grondgebruik die habitat kunnen bieden aan beschermde flora en fauna. Om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden effect kunnen hebben op beschermde natuurgebieden, wordt gekeken of het projectgebied planologisch beschermd is en of er beschermde gebieden rond het projectgebied aanwezig zijn. De ligging wordt bepaald door gebruik te maken van de kaartmachines van het ministerie van Economische Zaken m.b.t. wettelijk beschermde gebieden en het raadplegen van de website van de provincie Zuid-Holland (www.provinciezuidholland.nl/kaarten/ecologischehoofdstructuur ).

Om het mogelijk voorkomen van flora en fauna te beoordelen wordt bij aanvang standaard een zogenaamde “beknopte levering” bij het NDFF geraadpleegd. Naast de beknopte levering wordt via verschillende zoekfuncties gericht gezocht naar mogelijke inventarisaties en rapportages van natuur en landschap uit het recente verleden. De website waarneming.nl wordt gecheckt op vermelde waarnemingen van soorten uit de Habitat- en Vogelrichtlijn alsmede Rode lijst soorten voor een periode tot vijf jaar terug. Verspreidingsatlassen van gegevens verzamelende organisaties worden geraadpleegd waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de onderzoeksperiode van deze atlassen, voorafgaand aan publicatie, veelal leidt tot gegevens ouder dan 5 jaar die in sommige situaties als onvoldoende recent moeten worden beoordeeld. In diverse archieven en zoekmachines is gezocht naar relevante informatie met betrekking tot natuur en landschap in de afgelopen vijf jaar. Hiertoe zijn o.a. het archief van Bui-TeGewoon | groenprojecten en data van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard geraadpleegd. De resultaten worden benut voor het opstellen van een checklist met mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of situaties.

5

De op deze wijze verkregen lijst van mogelijk aanwezige soorten wordt vergeleken met de vermelde aantallen per soortgroep uit de beknopte levering NDFF. Bovenstaande activiteiten leidt tot de definitieve lijst met mogelijk aanwezige soorten en habitats die als checklist wordt gehanteerd bij het locatiebezoek. Op basis van de volgens bovenstaande systematiek opgestelde lijst van (mogelijk) aanwezige soorten wordt een locatiebezoek gepland en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met tijdens het bureauonderzoek gevonden met specifieke aandachtsvelden. Het veldbezoek wordt opgesplitst in twee delen. In het eerste deel wordt de feitelijke situatie van het projectgebied en de aanwezige habitat gekarteerd. Hierbij worden (indien aanwezig) aantekeningen gemaakt van breedte en diepte van watergangen, aanwezige vegetatietypen waarbij, indien relevant, ook de kruidenrijkdom van graslanden, de botanische kwaliteit van oevervegetaties en de aanwezigheid van watervegetaties wordt beoordeeld. Aanwezigheid van bomen en houtopstanden en hier binnen eventuele aanwezigheid van holte bomen (als mogelijke verblijfplaats voor fauna) of lijnvormige structuren (migratieroute voor vleermuizen) worden eveneens geregistreerd. Nadat het projectgebied is verkend op basis van de aanwezige habitat wordt een tweede ronde door het gebied gemaakt.

Tijdens deze rondgang wordt op voor beschermde soorten geschikt beoordeelde locaties/habitats, gericht naar tabel 1, 2 en 3 soorten volgens de Wet Natuurbescherming, gezocht. Opstallen en kunstwerken als bijvoorbeeld bruggen worden gecheckt op muurplanten, holten en aanwezige nesten (bijv. voor huismussen geschikten daken, boerenzwaluwen onder bruggen, etc.) en bereikbare ruimten en/of mestsporen van bijvoorbeeld vleermuizen. Houtopstanden worden gecheckt op (jaarrond) beschermde nesten en geschiktheid als broedhabitat. Holte bomen worden met een spiegellamp of boomcamera gecontroleerd. Indien watergangen onderdeel uitmaken van de ontwikkelingslocatie wordt de geschiktheid voor beschermde soorten visueel beoordeeld. Indien watergangen waarin mogelijk beschermde soorten aanwezig kunnen zijn tot het projectgebied behoren, wordt met behulp van een standaard steeknet een proefbemonstering uitgevoerd conform de hiervoor geldende protocollen van RAVON (amfibieën & vissen) en mollusken (Stichting Anemoon). Hierbij worden o.a. specifiek geschikte habitats voor beschermde vissoorten en platte schijfhoren bemonsterd. Van gevonden schijfhorenslakken wordt thuis een monster met behulp van een binoculair (10-30x) gedetermineerd om eventuele aanwezigheid van bijvoorbeeld platte schijfhoorn vast te kunnen stellen.

Graslanden en oevervegetaties worden beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde plantensoorten en als broedhabitat. Indien soorten als bijvoorbeeld ringslang, rugstreeppad, vleermuizen, groene glazenmaker, waterspitsmuis, etc. mogelijk voorkomen op de ontwikkelingslocatie kan aanvullend onderzoek worden geadviseerd. Wanneer het voorkomen van beschermde soorten of situaties wordt aangetoond of niet valt uit te sluiten, worden afhankelijk van de bevindingen voorstellen opgesteld voor aanvullend onderzoek of de aanvraag van een ontheffing. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen of uitvoering volgens een ecologisch werkprotocol worden geadviseerd. Dit kan zowel gericht zijn op soorten, situaties als het type van de werkzaamheden.

6

6] Voorgenomen ontwikkeling Vanuit de opdrachtgever, Verstoep B.V., is een uitvoeringsplan verstrekt met de voorgenomen ontwikkeling toegelicht. Onderstaande informatie is hierbij verkregen: “Het voornemen bestaat uit het slopen van de voormalige stal / huidige caravanstalling en het terugbouwen van twee compensatiewoningen”. Het uitvoeringsplan is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2. Voorgenomen ontwikkeling

7].

Bureaustudie en veldonderzoek

7.1]

Beschermde natuurwaarden

 Natuurbeschermingswet De Natuurbeschermingswet regelt de bescherming van natuurgebieden in Nederland. Het gaat daarbij om de bescherming van gebieden van nationaal belang (de Beschermde Natuurmonumenten) en van internationaal belang (Natura 2000). In een groot aantal gevallen overlappen de Beschermde Natuurmonumenten de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De waarden die behoren bij het Beschermd Natuurmonument zijn dan meegenomen in het Natura 2000 ontwerp of concept aanwijzingsbesluit. Beschermde natuurmonumenten in de zin van de wet zijn niet aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Enigszins nabijgelegen gebieden die zijn opgenomen als Natura 2000-gebied betreffen De Donkse laagte op 6700 meter in zuidelijke richting, de Boezems van Kinderdijk op 7810 meter in zuidwestelijke richting, de Lekoevers Schoonhoven-Vianen op 9180 meter in oostelijke richting en de Reeuwijkse plassen gelegen op 11270 meter in noordelijke richting (figuur 3). Gezien de aard en omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en de Natura 2000 doelstellingen van de betreffende gebieden, in relatie tot de afstand en tussenliggende wegen en bebouwingen worden geen effecten van de voorgenomen ontwikkeling verwacht op de doelstellingen voor genoemde Natura 2000-gebieden.

7

 Nationaal Natuur Netwerk (voorheen EHS) Het meest nabij gelegen NNN-gebied betreft ‘NNN gebied Den Hoek’ dat op circa 740 meter ten zuiden van de projectlocatie is gelegen. Tussen de projectlocatie en het NNN gebied zijn een agrarische polderlandschap, een recreatiegebied en een provinciale N-weg aanwezig. NNN-den Hoek heeft een functie als grasland reservaat met de nadruk op weidevogel doelstellingen (figuur 3). De aard en omvang van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt door ons beoordeeld als geen effecten veroorzakend op de doelstellingen van de NNN gebied ‘Den Hoek’.  Begrenzing leefgebied open grasland Graslandgebieden de directe omgeving van het projectgebied zijn door de provincie Zuid-Holland begrenst als leefgebied open grasland. Binnen deze gebieden kunnen pakketten voor weidevogels en grasland natuur worden gesloten door het Collectief Agrarisch Beheer. Het begrensd gebied ligt ten noorden van projectlocatie op respectievelijk 100 meter afstand van en wordt gescheiden door een weg voor lokaal verkeer en een lintbebouwing met tuinen en opgaande beplantingen (figuur 3). Polder Zuidbroek betreft een graslandpolder met een intensief agrarisch gebruik en een relatief lage weidevogeldichtheid (Bron: natuurdagboeken Terlouw & Buisman, diverse jaren).

Ten bate van het agrarisch natuurbeheer zijn in het betreffende polderdeel geen weidevogel pakketten gesloten in 2018. Het agrarisch beheer betreft hier uitsluitend pakketten voor oevervegetaties met randenbeheer tot breedte van 1.00 meter (Bron: Coöperatief Collectief beheer Krimpenerwaard U.A, 2018). Het natuurdoel botanische oever wordt niet beïnvloed door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Als gevolg van de aard en omvang van de werkzaamheden en geringe betekenis van het aangrenzende gebied voor weidevogels wordt geen effect van de voorgenomen ontwikkeling op weidevogels of andere natuurdoelen verwacht.

Figuur 3. Ligging projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden

8

7.2] Beknopte levering NDFF Via het raadplegen van de beknopte levering bij het Natuurloket vanuit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) is beoordeeld welke informatie over het voorkomen van beschermde soorten aanwezig is en met welke volledigheid soorten in het gebied zijn onderzocht. De geleverde gegevens hebben betrekking op het voorkomen van soorten gedurende de periode 2008–2018. De NDFF rapportage van het kilometer hok 109-438 waarbinnen de projectlocatie is gelegen betreft nummer HNL-2018-110 d.d. 07 mei 2018 en laat zien dat het gebied voor broedvogels, wintervogels, dagvlinders en libellen als goed onderzocht wordt beoordeeld. Als redelijk onderzocht worden vaatplanten, vleermuizen en landzoogdieren beoordeeld. De overige soortgroepen scoren een slechte of onbepaalde onderzoekintensiteit. Op basis hiervan moet de beschikbare ecologische informatie van het gebied worden beoordeeld als matig tot slecht onderzocht. Uit de groep van de vleermuizen worden uitsluitend drie soorten uit de Habitatrichtlijn voor het atlasblok vermeld. Voor de Wet Natuurbescherming worden 2 amfibieën soorten uit het kilometerhok gemeld. Voor de vogelrichtlijn zijn 51 soorten broedvogels vastgesteld. Als rode-lijst soorten worden vleermuis (1), landzoogdieren (2), en broedvogels (12) vermeld. De resultaten van de beknopte levering is samengevat in tabel 1.

De rapportage is integraal opgenomen als bijlage 2. soortgroepen

Onderzoek status NDFF

Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Land zoogdieren Vleermuizen Vogels - broedvogels wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden

redelijk niet niet onbepaald redelijk redelijk goed goed slecht niet slecht goed slecht slecht goed onbepaa ld onbepaald

Rode lijst

Wet Natuurbescherming

0 0 0 0 2 1 12 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vogelrichtlijn

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Habitat richtlijn

0 0 0 0 0 0 51 182 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 1 3 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0

Tabel 1. Voorkomen van beschermde soorten per soortgroep in kilometer hok 109-438 volgens NDFF

7.3.] Raadpleging overige bronnen Naast het beoordelen van de beknopte levering is de websites Waarnemingen.nl bezocht en is gericht gezocht op voor het plangebied relevant geachte soorten voor de periode 01 januari 2014 tot heden. Voor de soortgroepen broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, vissen en amfibieën zijn de verspreidingskaarten op de websites van RAVON, SOVON, VZZ, Vleermuisnet &, EIS-Nederland beoordeeld en zijn de verspreidingsatlassen van deze soorten geraadpleegd. Opgemerkt wordt dat de periode van gegevens verzamelen voor veel publicaties en atlassen langer dan vijf jaar terug is geweest. In het archief van Bui-TeGewoon | groenprojecten is gezocht naar recente rapporten en ecologische gegevens. Dit archief bevat een groot aantal publicaties en data uit de periode 1969heden van in het bijzonder de Krimpenerwaard en Vijfheerenlanden. Vanuit informatie omtrent het agrarisch collectief weidevogelbeheer Krimpenerwaard zijn gegevens over de kwaliteit en de gesloten natuurbeheerovereenkomsten van de aangrenzende polder verkregen.

9

7.4.] Gesprek bewoner /initiatiefnemer Bij aanvang van het veldbezoek is een kort gesprek gevoerd met de bewoner/initiatiefnemer, de heer Pons, van de beoogde ontwikkeling. Met de heer Pons zijn de beoogde ontwikkelingslocatie langs gelopen en door hem toegelicht. Er worden geen watergangen gedempt of bomen verwijderd binnen het ontwikkelingsplan. Ook het voorerf met huidige woning met tuin en ontsluitingen naar de openbare weg blijft ongewijzigd. De voormalige stal is nu in gebruik als caravanstalling en zal worden gesloopt. Nieuwbouw van één van de compensatie woningen zal plaatsvinden op de locatie waar nu de caravanstalling is gevestigd de tweede compensatie woning komt op een deel van het perceel waar nu deels verharding is en deel grasland in extensief agrarisch gebruik plaatsvindt. De heer Pons heeft geen andere informatie met betrekking tot beschermde dieren en/of situaties die mogelijk van belang kunnen zijn vanuit de Wet Natuurbescherming. Desgevraagd geeft hij aan zelden vleermuizen te zien in de directe omgeving, al heeft hij hier nooit specifiek opgelet. Vogels broeden in de siertuin rond de woning. De voormalige stal is geheel gesloten en daar wordt secuur opgelet. De eigenaren van de caravans die worden gestald willen geen uitwerpselen van vogels op de caravans, boten en campers.

Beplantingen op het terrein betreft uitsluitend een rij knot elzen langs de oostzijde van het perceel. Hierin zijn nooit broedende vogels vastgesteld. 7.5.] Locatie bezoek Op 08 februari 2019 heeft een terreinbezoek op de voorgenomen ontwikkelingslocatie plaats gevonden. Parallel aan dit bezoek is de directe omgeving verkend om te beoordelen of mogelijke effecten van het ontwikkelingsplan op natuurwaarden in de directe omgeving kunnen optreden. A - Opstallen Binnen de projectlocatie zijn twee gekoppelde opstallen aanwezig. het betreft voormalige veestallen die zijn heringericht en in gebruik genomen als caravanstalling. Op het aangrenzende en eveneens in eigendom verkerende perceeldeel staat de woning van de initiatiefnemer omgeven. De erfverharding sluit rondom direct aan op de wanden van de opstallen. Er zijn geen inkruipbare fundering, spouwen of dakbeschotten aanwezig. Tijdens de inspectie van de opstal zijn zowel aan de buitenzijde als inpandig geen aanwijzingen gevonden van aanwezigheid van nesten of anderszins verblijfplaatsen van zwaarder beschermde soorten. De opstal is geheel gesloten en er zijn geen in- of onderkruipbare ruimten aanwezig. Dit sluit aan bij de mededeling van de initiatiefnemer dat de caravan stalling wordt vrij gehouden van vogels.

B] - Terrein en erf Het erf/terrein is vrijwel geheel voorzien van verhardingsmaterialen het betreft voornamelijk betonen asfaltverhardingen. Alleen aan de oostzijde bij de huidige melkstal is een strook met een grasachtige vegetatie aanwezig tussen de asfalt verharding en de muur. Het meest westelijke terreindeel betreft een extensief beheerd agrarisch grasland met veel dominantie van vogelmuur in de open zode. C Omgeving De buurtschap Zuidbroek betreft een lintbebouwing die ter hoogte van de projectlocatie als vrij open lintbebouwing kan worden gekarakteriseerd. Er bevinden zich (voormalige) agrarische bedrijven met grote erven met lokaal erfbeplanting en groen ingerichte tuinen bij particuliere woningen in het gebied. In het bijzonder de tuin van de voorliggend woning heeft een ruim erf met veel begroeiingen. De vogelbevolking in de buurtschap bestaat uit algemene soorten van de erfvogelgemeenschap, maar lokaal zijn er mogelijkheden voor minder algemene soorten en/of karakteristieke soorten als bijvoorbeeld torenvalk, grauwe vliegenvanger en spotvogel. De erven bieden tevens lokaal gelegenheid voor kleine zoogdieren en amfibieënfauna als schuil- en overwinteringshabitat. De buurtschap vormt een g geschikte migratie-, foerageer- en verplaatsingsroute voor vleermuizen.

Als gevolg van de geringe geleiding ter hoogte van de projectlocatie door boom of lijn beplantingen is de projectlocatie ongeschikt. Verschillende opstallen op enige afstand in het lint bieden echter mogelijkheden voor kraam-, paar- of overwintering verblijven van deze soortgroep. Ook is hier een geschiktere foerageer en migratie habitat aanwezig.

10

Het aangrenzende agrarisch cultuurlandschap wordt intensief gebruikt en bestaat voornamelijk uit raaigrasweiden en grassenmix vegetaties. Het gebied heeft een zeer beperkte weidevogeldichtheid. Er vindt in dit deel geen actieve weidevogel bescherming plaats. Kruiden zijn schaars en het gebied is arm aan graslandbroedvogels. De sloten in het gebied zijn voedselrijk en hebben weinig watervegetatie. De voornaamste aanwezige waterplanten in de directe omgeving betreffen kroossoorten en draadalgen, maar lokaal in wat bredere sloten, komt enige drijfbladplanten vegetatie voor van witte waterlelie en gele plomp. 8].

Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties

8.1.] Algemeen In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van uitgevoerd bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Deze tijdens de QuickScan te onderzoeken soortgroepen en soorten zijn met een korte onderbouwing weergegeven in tabel 2 en vormde de basis voor het onderzoeksplan tijdens het locatie bezoek.

Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Zoogdieren land vleermuizen Vogels

broedvogels

wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden Algemene Zorgplicht

Onderzoek status NDFF

Check uitvoeren

Mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of omstandigheden op basis van landschapstypen (laagveen en rivierengebied)

redelijk niet niet onbepaald redelijk redelijk goed

ja beperkt niet niet ja ja

goed slecht niet slecht goed slecht slecht goed onbepaald onbepaald

niet ja ja ja niet niet niet ja niet ja ja

Klein deel grasland wordt omgezet in bouwblok Mee beoordelen bij grasland beoordeling Geen wet NB soorten verwacht Geen wet NB soorten verwacht Check op verblijfsplaatsen Check op verblijfs- voortplantings-, foerageer- en migratiehabitat Check begroeiingen, opstallen en eventuele holte bomen op broedvogels en beschermde nesten Geen overwinteringsgebied dat bescherming vraagt Check op aanwezig landhabitat en te beïnvloeden voortplantingswater Check op overwintering mogelijkheden en ei afzet ringslang Twee kopeinden van sloten worden gedempt Geen geschikt habitat beschermde soorten aanwezig

ja

Beoordeel aanwezigheid larvale stadia i.r.t. dempen kopsloten Geen geschikt habitat aanwezig Platte schijfhoren i.r.t. te dempen kopslootjes Vast onderdeel QuickScan wet Natuurbescherming

Tabel 2 Onderzoeksplan bij locatie bezoek mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties

Op basis van deze analyse is tijdens het bureauonderzoek gericht gezocht naar aanvullende informatie en waarnemingen uit de periode 01-01-2014 tot heden via de website Waarneming.nl. Tijdens het veldbezoek is, naast het totaal beeld, extra gelet op habitat en/of omstandigheden waarbij mogelijk aanwezige soorten uit deze soortgroepen zouden kunnen voorkomen. 8.2.] Habitat Zoals beschreven in paragraaf 7.2 tot 7.5 zijn onderstaande biotopen niet in het projectgebied aanwezig of worden niet door de voorgenomen ontwikkeling beïnvloed. Riet- en ruigtevegetaties i.c.m. permanent natte of vochtige terreinomstandigheden (planten, broed- en rustplaatsen vogels, Noordse woelmuis, waterspitsmuis); Dagvlinders, libellen (landhabitat) en sprinkhanen; Gebouw bewoonde flora en fauna (geen bestaande opstallen in projectplan betrokken). Opgaande beplantingen; Watergangen en oevers; Tijdens de veldopname zijn geen aanvullende aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van geschikt habitat voor bovengenoemde situaties en/of soorten anders dan aspecten die worden beoordeeld vanuit de algemene zorgplicht zoals verwoord in de Wet natuurbescherming artikel 1.11.

11

 Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect zal hebben op soorten uit bovengenoemde soortengroepen of die zijn gebonden aan genoemde habitats. De aanwezige habitat waar mogelijk effecten kunnen optreden bij de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten en situaties vanuit de Wet Natuurbescherming betreffen vaatplanten (te bebouwen grasland), ingraafbare bodems (amfibieën), winterschuilplaatsen (amfibieën, kleine zoogdieren, egel, vleermuizen) en omgevingsfactoren (broedvogels, foeragerende en migrerende vleermuizen, ringslang ei afzet en overwintering). 8.3.] Soorten en omstandigheden In de onderhavige paragraaf worden alleen die soorten en omstandigheden nader beschreven die op basis van bovenstaande onderzoeken mogelijk aanwezig kunnen zijn, het betreft: Vaatplanten Op het terrein is slechts één locatie met vegetatie aanwezig. Het betreft het deel van het grasland perceel waarop één van de compensatie woningen wordt gerealiseerd. De betrokken vegetatie is tijdens het terreinbezoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde en kwetsbare soorten. Het grasland bestaat uit een grassenmix weide, zonder reliëf en waarin veel soorten voorkomen die wijzen op een open vegetatie, en een extensief gebruik. De soort vogelmuur is dominant naast andere algemene kruiden die wijzen op een extensief gebruik. De oevers zijn smal en grasdominant.

Er werd een beperkt aantal, algemene kruiden aangetroffen. Beschermde soorten of situaties zijn niet aanwezig.  Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vaatplanten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Vleermuizen Het gebied is als ongeschikt als foerageerhabitat voor vleermuizen beoordeeld door de afwezigheid van lijn vormige elementen en beplantingen die als migratie en aanvliegroute kunnen functioneren. Alleen de bredere westelijke scheisloot kan mogelijk een geschikte foerageerhabitat vormen. Deze locatie bevindt zich buiten de invloed van de voorgenomen ontwikkeling. Omdat op enige afstand in het bebouwingslint van de buurtschap Zuidbroek geschikte foerageer, migratie omstandigheden en verblijfslocaties voor vleermuizen aanwezig zijn kan aanwezigheid van foeragerende en/of migrerende vleermuizen niet worden uitgesloten. Tijdens de ontwikkeling van de locatie dient hierdoor voorzichtig met bouwplaats verlichting te worden om gegaan. Bij voorkeur wordt de noodzaak van bouwplaats verlichting voorkomen. Indien bouwplaats verlichting noodzakelijk is dient deze zodanig te worden geplaatst dat uitstraling naar de omgeving wordt voorkomen.

Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vleermuizen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling, mits terughoudend met bouwplaats verlichting wordt om gegaan. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is specifiek gelet op de aanwezigheid van geschikt habitat voor amfibieën. Uit de omgeving zijn populaties van de rugstreeppad bekend op een afstand van circa 1300 meter. Rugstreeppadden zijn bekend om hun grote mobiliteit. Indien tijdens de voorgenomen werkzaamheden grond of zand in depot wordt geplaatst dient te worden voorkomen dat zich hierin amfibieën kunnen vestigen om te overwinteren. De kwetsbare periode voor overwinteren is oktober tot maart. Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen van uit de Wet natuurbescherming aanwezig zijn m.b.t. het onderdeel amfibieën, mits aan één mitigerende maatregelen wordt voldaan. Het betreft de onderstaande maatregelen: o Indien tijdens de voorgenomen ontwikkeling ontgraven grond in depot wordt gezet of opslag van zand als bouwmateriaal plaatsvindt dient te worden voorkomen dat zich rugstreeppadden vestigen om hier in te overwinteren. Dit kan door de grondhopen voor eind september te verwijderen of door tijdig een amfibieënraster rond de in depot geplaatste grond aan te brengen.

12

Broedvogels en jaarrond beschermde nesten Aan of in de opstallen en in de elzenrij aan de oostzijde zijn geen holten en/of jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Er worden geen bomen of beplantingen verwijderd ten bate van de voorgenomen ontwikkeling. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing aanvraag voor het onderdeel broedvogels en jaarrond beschermde nesten noodzakelijk is. Reptielen Het enige reptiel dat in de Krimpenerwaard wordt aangetroffen betreft de ringslang. Het kerngebied van de populatie bevindt zich rond Gouderak/Achterbroek/Beijersche. Incidenteel worden waarnemingen van de ringslang in het gebied van de Vlist en Bergvliet vermeld (Bron: www.RAVON.nl). De meest nabije locatie met waarnemingen van de ringslang bevindt zich op circa 2500 meter afstand. Op de projectlocatie is een kleine hoeveelheid ruige stalmest aanwezig die in een sleufsilo is opgeslagen en als broeihoop kan functioneren. De hoop is ongeschikt voor overwintering. De ruige stalmest wordt jaarlijks vroeg in het voorjaar uitgereden. In de uitrij periode van de mest valt nog geen ei afzet van ringslangen te verwachten. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel reptielen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Land zoogdieren Het terrein is niet geschikt voor zwaarder beschermde soorten landzoogdieren.

Wel is de directe omgeving van de projectlocatie geschikt voor algemene soorten. In het bijzonder muizen, ratten, en kleine marterachtigen als bunzing en wezel zouden in het projectgebied aanwezig kunnen zijn. Deze soorten vormen geen belemmeringen vanuit de wet Natuurbescherming anders dan hetgeen opgenomen in het zorgplicht artikel (artikel 11.1). Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er bij uitvoering van het ontwikkelingsplan geen belemmeringen vanuit het onderdeel zoogdieren optreden. Algemene zorgplicht voor wilde flora- en fauna Conform de Wet Natuurbescherming geldt voor alle soorten een zorgplicht (artikel 1.11). Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen andere situaties verwacht dan bij de beoordeling van soortgroepen en situaties is beschreven. Er is dan ook geen aanleiding om extra maatregelen vanuit de algemene zorgplicht te treffen anders dan hierboven reeds vermeld. Wel is het steeds raadzaam om tijdens de bouwactiviteiten alert te zijn op de aanwezigheid van fauna en indien dieren worden gesignaleerd deze zorgvuldig te verplaatsen naar een veilige locatie in de omgeving en advies in te winnen bij een ecoloog. Als algemene beschermende en mitigerende maatregelen voor het onderhavige projectgebied worden de volgende onderdelen geadviseerd: Het transport van aan- en afvoeren van materialen uitsluitend uitvoeren over de bestaande verharde terreindelen.

Het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten. Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied. De opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijk plaats te worden bewaard. Het voorkomen of beperken van bouwplaats verlichting en indien dit als nog noodzakelijk is het toepassen van een gerichte lichtbron met voorkoming van zij- of boven uitstraling. Het voorkomen dat bij de bouwactiviteiten ontstane grond- en zandhopen worden gebruikt door amfibieën om te overwinteren door ze tijdig (voor eind september) te verwijderen of rondom een amfibieënraster te plaatsen. Het voorkomen dat oeverzwaluwen zich in opgeworpen grondhopen vestigen door de grondhopen in een flauw talud af te werken of uitsluitend buiten de vestigingsperiode van de oeverzwaluw (april – juli) grond op te slaan. Het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties.

13

9]. Conclusie De ontwikkelingslocatie gelegen aan de Zuidbroek 138 te Bergambacht, op kadastraal perceel Bergambacht sectie D nummers 1125-ged is zowel administratief als door middel van veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de wet Natuurbescherming en op de ligging ten opzichte van Beschermde Natuurgebieden. Gebleken is dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied en of beschermde soorten. Aard en omvang van de bevindingen leiden naar onze zienswijze niet tot de noodzaak tot het aanvragen van ontheffingen en of een specialistisch vervolg onderzoek, mits aan een aantal mitigerende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan. De conclusies zijn onderstaand tabelmatig samengevat, aanbevelingen ten bate van preventieve of mitigerende maatregelen zijn bij de betreffende soortgroepen puntsgewijs weergegeven. Samenvattende tabel QuickScan Wet Natuurbescherming Project : Zuidbroek 138 Soortgroep (beschermde soorten) - algemeen - muurvegetaties Mossen & korstmossen Vaatplanten

- algemeen

Bergambacht

Habitat geschikt

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffing

Nee Nee N.v.t.

Nee Nee N.v.t.

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee Mogelijk Nee Nee Nee Nee Nee Mogelijk

Nee Mogelijk Nee Nee Nee Nee Nee Mogelijk

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

N.v.t. Nee

N.v.t. Nee

Nee Nee

Nee Nee

Broedvogels - jaarrond beschermd - vliegroute - foerageergebied Vleermuizen - kraamverblijven - winterverblijven Grondgebonden zoogdieren Reptielen Vissen Amfibieën

Vlinders & libellen Overige ongewervelden

Opmerkingen

- Voorkom dat opgeworpen grond en zandhopen tijdens de bouw broedhabitat voor oeverzwaluwen vormen;

*] Voorkom uitstralen van bouwplaats verlichting ;

-Zand- & Grondhopen beschermen tegen intreden van amfibieën;

Algemene zorgplicht Wnb

Algemene zorgplicht flora & fauna

Ja

Algemene zorgplicht voor flora en fauna geldt voor alle in het wild levende planten en dieren in Nederland (art 1.11 Wnb). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient dan ook steeds rekening te worden gehouden met flora en fauna. Bij aantreffen van dieren dienen deze voorzichtig buiten de projectlocatie op een geschikte plaats te worden gebracht. Bij twijfel dient ecologisch advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt relevante genoemde maatregelen onder de paragraaf algemene zorgplicht toe te passen.

Gebiedsbescherming

Afstand tot

Ingreep verstorend

Vergunning plichtig

Natura 2000 Programmatische aanpak Stikstof (PAS) Natuur Netwerk Nederland Leefgebied open grasland

6400 m N.v.t. 760 m 50 m

Nee n.v.t. Nee Nee

Nee Nee Nee Nee

Opmerkingen

Overige relevante zaken N.v.t.

14

BIJLAGEN BIJLAGE 1.

Verantwoording ecologische deskundigheid - Bui-TeGewoon | groenprojecten

Definitie deskundig ecoloog (Bron: Dienst Regelingen, van het Ministerie van Economische zaken). Het ministerie van Economisch zaken, verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moet zijn opgedaan doordat de deskundige:  Op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of  Op MBO niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of  Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau wat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of  Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of  Zich aantoonbaar actief inzet voor op het gebied voor soortenmonitoring en/of bescherming.

Verantwoording deskundigheid Bui-TeGewoon, groenprojecten. De ecologische begeleiding namens de opdrachtgever is uitbesteed aan bureau Bui-TeGewoon | groenprojecten. Vanuit dit bureau zullen de werkzaamheden worden gecoördineerd en het ecologisch deel worden uitgevoerd door de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft specialisatie ontwikkeld in inrichting en beheer van natuur en landschap in het algemeen. Ten opzichte van flora en fauna heeft Terlouw kennis van vrijwel het gehele soortspectrum, waarbij specialisatie is ontwikkeld in vogels, amfibieën, zoogdieren en ongewervelden. Terlouw is aangesloten bij o.a. SOVON, Vogelbescherming Nederland, RAVON, VZZ, KNNV, EIS Nederland en Stichting Partner. Voor deze organisaties is hij actief als vrijwilliger, waarvan voor SOVON gedurende 26 jaar een districtscoördinatorschap is vervuld. Vanuit zijn basisprofessie als medewerker van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een dienstverband van 22 jaar als regiohoofd bij de Stichting het Zuid-Hollands Landschap heeft hij vanaf 1988 kennis opgedaan m.b.t. natuurbeheer en inrichting van natuurterreinen. Sedert 2012 voert Terlouw een zelfstandig ecologisch advies- en onderzoeksbureau waarvoor inmiddels voor meer dan vijftig opdrachtgevers opdrachten zijn uitgevoerd. Administratieve taken rondom de ecologische begeleiding worden verzorgd door mevrouw A.

Buisman van Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman heeft ruim 10 jaar ervaring in administratie, verpachting, kartografie en bureaustudies in natuur en landschap gerelateerde projecten, die zijn opgedaan tijdens een dienstverband bij de Stichting Het ZuidHollands Landschap. Buisman is aangesloten en actief als vrijwillig inventarisatiemedewerker bij o.a. SOVON, voor welke organisatie zij 11 jaar als assistent districtscoördinator heeft opgetreden. Buisman is als mede-eigenaar verbonden aan Bui-TeGewoon | groenprojecten.

20

BIJLAGE 2. Beknopte levering NDFF

22

IN OPDRACHT VAN:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=02c6de45-5304-43b5-8dcc-185ec0ad7688