CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2b Toelichting_Bijlage 2 Quickscan ecologie (perceel Tiendweg-West 30A)

Raadsvergadering 13 september 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Tiendweg West 30a en naast Tiendweg West 8b, Lekkerkerk7.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Locatie:

Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk

Opdrachtgever:

De heer L.J. de Jager Tiendweg-west 30A 2941 ER Lekkerkerk

Contactpersoon:

De heer De Jager

Uitgevoerd door:

KP Adviseurs BV

Telefoonnummer:

0348 47 80 50

Projectnummer:

200582-E01

Opgesteld door:

Mevrouw K. van den Brink MSc.

Paraaf:

Versie:

Definitief

Datum:

15 december 2020

Bijlagen:

1. 2.

Overzichtstekening Factsheets vervolgtraject

wij zijn lid van het Netwerk Groene Bureaus

SAMENVATTING Op 5 november 2020 is een ecologische quickscan uitgevoerd aan de Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk ten behoeve van een bestemmingsplanprocedure. Hieronder zijn de resultaten en conclusies van het onderzoek samengevat. In onderstaand overzicht staan de soortgroepen waarvan vermoed wordt dat ze in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn, door welk regime van de Wet natuurbescherming (Wnb) de (verwachte) soorten beschermd worden, of voor deze soorten een ontheffing op de Wnb moet worden aangevraagd als werkzaamheden uitgevoerd gaan worden en of nader onderzoek nodig is om een ontheffing te kunnen krijgen. Soortgroep

Beschermde Regime Wnb soorten verwacht?

Ontheffing verplicht?

Vervolgonderzoek?

Flora

Nee

HR+B&B Bijlage B

Ja, of met een goedgekeurde gedragscode

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Ja

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een Ja, egel en steenmarter goedgekeurde gedragscode Nee: vrijgestelde soorten

Vleermuizen

Ja

HR+B&B

Ja

Ja, gebouwbewonende vleermuizen, inclusief laatvlieger

Broedvogels* Algemeen

Ja

Vogels

Niet mogelijk

Broedvogelcontrole*

Jaarrond Ja beschermd

Vogels

Ja

Ja, gierzwaluwen en huismussen Nee

Reptielen

Nee

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een goedgekeurde gedragscode

Amfibieën

Nee

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een Nee goedgekeurde gedragscode Nee: vrijgestelde soorten

Vissen

Nee

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een goedgekeurde gedragscode

Overige fauna

Nee/Ja

HR+B&B Bijlage A

Nee

Ja, of met een Nee goedgekeurde gedragscode * Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het beschadigen of vernielen van nesten waarop vogels aan het broeden zijn. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient door middel van een broedvogelcontrole vastgesteld te worden dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, of werkzaamheden

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 Samenvatting

dienen buiten het broedseizoen te starten. In gemeentelijke regelgeving kan vastgelegd zijn dat er niet gekapt mag worden in het broedseizoen.

Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat de egel, steenmarter, gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen mogelijk een vaste verblijfplaats hebben in het plangebied. Ten behoeve van een (eventuele) ontheffing op de Wet natuurbescherming is nader onderzoek benodigd. Aangezien nader onderzoek benodigd is, voldoet deze quickscan niet als onderbouwing van een eventuele aanvraag voor een ontheffing op de Wet natuurbescherming. Tevens is nader onderzoek benodigd ten behoeve van een eventuele goede ruimtelijke onderbouwing, of voor een ontheffing tijdelijke natuur (indien het plangebied minstens een jaar braak komt te liggen). Deze quickscan is wel geschikt om te dienen als basis voor een natuurrapportage in het kader van BREEAM-NL. Dit staat echter los van de noodzaak tot nader onderzoek en/of een ontheffing. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het NNN (voorheen EHS) of een ecologische verbindingszone binnen het NNN. Gezien de afstand tot deze gebieden en het verschil in biotoop zijn effecten op het dichtstbijzijnde deel van het NNN niet aannemelijk. Het is dus niet nodig een procedure in verband met gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming of in het kader van provinciale regelingen voor het NNN te starten.

Wel wordt het uitvoeren van stikstofdepositie onderzoek aangeraden om te bepalen of er sprake is van een negatief effect op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 Samenvatting

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1

INLEIDING ............................................................................................................................................................................1 1.1 1.2 1.3

2

Aanleiding ...............................................................................................................................................................1 Doelstelling ............................................................................................................................................................1 Opzet onderzoek .................................................................................................................................................1

PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN .......................................................................................................................2 2.1 2.2

Beschrijving plangebied en voorgenomen werkzaamheden .............................................................2 Ligging plangebied .............................................................................................................................................2

3

WETGEVING ........................................................................................................................................................................4

4

VOORONDERZOEK ..........................................................................................................................................................6

5

VELDONDERZOEK ............................................................................................................................................................8 5.1 5.2

6

RESULTATEN .................................................................................................................................................................... 12 6.1 6.2

7

Gebiedsbescherming ....................................................................................................................................... 16 Soortenbescherming ....................................................................................................................................... 16

AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 18 8.1 8.2

9

Gebiedsbescherming....................................................................................................................................... 12 Soortenbescherming ....................................................................................................................................... 12

CONCLUSIES .................................................................................................................................................................... 16 7.1 7.2

8

Omstandigheden .................................................................................................................................................8 Foto’s plangebied ................................................................................................................................................8

Vervolg .................................................................................................................................................................. 18 Mitigatie en zorgplicht ................................................................................................................................... 18

VERANTWOORDING EN GELDIGHEID ................................................................................................................... 20 9.1 9.1

Verantwoording ................................................................................................................................................ 20 Geldigheidsduur ................................................................................................................................................ 20

FACTSHEET NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK ............................................................................................................ 24

BIJLAGEN

1. 2.

Overzichtstekening Factsheets vervolgtraject

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 1 van 35

1

INLEIDING In opdracht van de heer de Jager is door KP Adviseurs BV een ecologische quickscan uitgevoerd ter plaatse van het plangebied aan de Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk ten behoeve van een bestemmingsplanprocedure.

1.1

Aanleiding De aanleiding voor de uitgevoerde ecologische quickscan is de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied.

1.2

Doelstelling De doelstelling van deze quickscan is om de ecologische aspecten van de voorgenomen werkzaamheden te toetsen aan de vigerende natuurwetgeving. Met behulp van een quickscan wordt een uitspraak gedaan over de aanwezige en de te verwachten natuurwaarden in het plangebied alsmede de te verwachten effecten op deze natuurwaarden, door middel van een beperkte onderzoeksinspanning. Indien de natuurwaarden en/of de effecten niet goed kunnen worden ingeschat met de quickscan, kan het noodzakelijk zijn een (uitgebreid) ecologisch onderzoek uit te (laten) voeren.

1.3

Opzet onderzoek Een quickscan is een eenmalige scan van het plangebied, waarin wordt gekeken naar de te verwachten en de aanwezige (beschermde) soorten flora en fauna. Hiertoe wordt een bronnenonderzoek en een locatiebezoek uitgevoerd. Er wordt geen volledig ecologisch onderzoek uitgevoerd, maar een beeld geschetst van de aanwezige en te verwachten natuurwaarden.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 1 van 35

2

PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

2.1

Beschrijving plangebied en voorgenomen werkzaamheden Het plangebied (zie bijlage 1) betreft een perceel buiten de bebouwde kom van Lekkerkerk in een agrarische omgeving. Een deel van de bebouwing aan Tiendweg West 30a zal worden gesloopt (zie figuur 1).

Figuur 1: plangebied met te slopen bebouwing gearceerd.

2.2

Ligging plangebied Via de website van de Provincie Zuid-Holland zijn webkaarten1 beschikbaar met onder andere de locaties van beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur; EHS). Uit deze kaarten blijkt dat het plangebied ongeveer 1 kilometer van een Natura 2000-gebied liggen en een kleine kilometer van een NNN gebied.

1

https://pzh.maps.arcgis.com/home/index.html

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 2 van 35

Figuur 2: kaart met daarop het plangebied (aangegeven in rood) en de dichtstbijzijnde Natura 2000(boven, aangegeven in blauw) en NNN gebieden (onder, aangegeven in blauw en groen).

Het plangebied behoort niet tot een gemeentelijke ecologische structuur.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 3 van 35

3

WETGEVING Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) van kracht geworden. Deze wet vervangt drie wetten: de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wnb betreft dus de bescherming van soorten en gebieden, maar ook de instandhouding van bossen. Met het invoeren van de Wnb is de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen bij de provincies komen te liggen. Via provinciale regelgeving waren de provincies reeds het bevoegd gezag voor het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN; voorheen EHS/ Ecologische Hoofdstructuur). Per 1 januari 2017 zijn de provincies dus het bevoegd gezag voor natuurbescherming en zijn zij verantwoordelijk voor: de toetsing van werkzaamheden en activiteiten met effecten op het NNN en de Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming), planten en dieren (soortenbescherming) en bossen. Alleen bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen is het Rijk het bevoegd gezag. Alle in het wild levende inheemse plant- en diersoorten zijn via de Wnb beschermd via een algemene zorgplicht. Een groot aantal soorten kent bovendien een extra beschermingsregime. In principe moet alleen een ontheffing worden aangevraagd voor werkzaamheden met negatieve effecten op soorten met een extra beschermingsregime.

Voor enkele soorten is het echter mogelijk om met een door het Rijk (ministerie van EZ) goedgekeurde gedragscode te werken. Tevens gelden extra regelingen die verschillen per provincie, zoals vrijstellingsregelingen voor enkele soorten. Bij de Wnb is de bescherming van soorten2 verdeeld in drie regimes:  Europese bescherming, voortvloeiend uit de Vogelrichtlijn. Dit betreft alle inheemse broedvogels;  Europese bescherming, namelijk Habitatrichtlijn-soorten en soorten van de verdragen van Bern & Bonn (hierna: HR+B&B). Dit betreft onder andere alle vleermuizensoorten en de rugstreeppad;  Nationaal beschermde soorten, de zogenaamde ‘andere soorten’ in bijlagen A en B bij de Wet natuurbescherming (hierna: Bijlage A+B). Bijlage A betreft in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Bijlage B betreft vaatplanten. Voor de nationaal beschermde soorten geldt een minder strenge bescherming dan voor de Europees beschermde soorten. Voor (mogelijke) schade aan broedende vogels kan geen ontheffing worden aangevraagd. Werkzaamheden waarbij broedvogels worden aangetast mogen daarom niet worden uitgevoerd. Het ministerie van EZ hanteert geen vaste grensdata voor het vogelbroedseizoen; van belang is of de werkzaamheden een broedgeval verstoren of vernietigen.

2 Zie ook de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, deze is beschikbaar via:

http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wpcontent/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 4 van 35

Van een aantal vogelsoorten is (de functionaliteit van) het nest jaarrond beschermd. Het vernietigen van het nest en/of de directe omgeving is daarom het hele jaar verboden. Na een specifiek onderzoek kan echter wel een ontheffing voor het vernietigen van de jaarrond beschermde nestlocatie worden aangevraagd. De jaarrond beschermde soorten zijn in vijf verschillende categorieën ingedeeld: buiten het broedseizoen in gebruik (categorie 1), koloniebroeders (categorie 2), honkvast (categorie 3), jaarlijks hetzelfde nest (categorie 4) en indien ecologisch gezien noodzakelijk (categorie 5) 3.

3 Deze categorieën van jaarrond beschermde vogelsoorten zijn overgenomen uit de Flora- en faunawet:

https://mijn.rvo.nl/documents/20448/98667/Lijst+jaarrond+beschermde+vogelnesten/8c628143-438c-4d87-aef9eeae6a4b7843

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 5 van 35

4

VOORONDERZOEK De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) bevat op soortniveau informatie van waarnemingen die ingevoerd zijn op websites zoals www.waarneming.nl en www.telmee.nl alsmede verspreidingsgegevens van gegevensbeherende instanties zoals SOVON, RAVON en FLORON. Via www.quickscanhulp.nl kan op projectniveau data uit de NDFF worden verkregen. Zodoende wordt een eerste indruk verkregen van soorten die in het plangebied of de omgeving hiervan aanwezig zijn. Ten behoeve van de inschatting of bepaalde beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn, worden in onderstaande tabel soorten opgesomd waarvan waarnemingen zijn aangegeven binnen een straal van 5 kilometer om het plangebied4. Voor vleermuizen wordt een straal van 25 kilometer aangehouden. In het overzicht worden alleen Bijlage A+B- en HR+B&B -soorten weergegeven en vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 van de Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten 5. De waargenomen beschermde soorten zijn in onderstaand overzicht per soortgroep vermeld: Flora HR+B&B Bijlage B Dreps, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, wilde ridderspoor en wolfskers Grondgebonden zoogdieren HR+B&B Bever en noordse woelmuis Bijlage A Bunzing*, egel, gewone zeehond, rosse woelmuis*, woelrat*, hermelijn*, steenmarter, waterspitsmuis en wezel* Vleermuizen HR+B&B

Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis, baardvleermuis, brandts vleermuis, bosvleermuis, kleine dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, laatvlieger en watervleermuis

Vogels Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 4

-

Amfibieën HR+B&B Bijlage A

Rugstreeppad, heikikker, kamsalamander en poelkikker Bastaardkikker*

Reptielen HR+B&B Bijlage A

Muurhagedis Ringslang

Vissen HR+B&B Bijlage A

Grote modderkruiper

4 © NDFF - quickscanhulp.nl, geraadpleegd op 2 november 2020 5 https://mijn.rvo.nl/documents/20448/98667/Lijst+jaarrond+beschermde+vogelnesten/8c628143-438c-4d87-

aef9-eeae6a4b7843

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 6 van 35

Overige fauna HR+B&B Bijlage A

Gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, platte schijforen en rivierrombout Grote vos

* vrijgestelde soorten

Bij het eventueel ontbreken van waarnemingen van een soort in het vooronderzoek geldt het volgende: dit kan betekenen dat de soort niet aanwezig is, maar ook dat nog geen onderzoek is gedaan. Tevens kunnen gegevens in het bronnenonderzoek verouderd zijn, aangezien waarnemingen van beschermde soorten slechts drie jaar geldig zijn. Het vooronderzoek kan derhalve enkel worden gebruikt om een indruk van het plangebied en de omgeving te verkrijgen voorafgaand aan het veldbezoek.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 7 van 35

5

VELDONDERZOEK Op 5 november 2020 is een veldinventarisatie uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie is het plangebied geobserveerd en doorkruist om een goed beeld te kunnen vormen van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna. De veldinventarisatie is uitgevoerd door een deskundige 6 van KP Adviseurs BV.

5.1

Omstandigheden In onderstaand overzicht zijn de datum en omstandigheden zoals tijdens het locatiebezoek weergegeven.

5.2

Datum

Activiteit(en) Weersomstandigheden Uitvoerende(n)

5 november 2020

Veldbezoek quickscan

Temperatuur 11 °C ZW 3 Helder 0,0 mm neerslag

K. van den Brink MSc.

Opmerkingen

-

Foto’s plangebied In bijlage 1 is een overzichtstekening van het plangebied weergegeven, hieronder wordt middels enkele foto’s een indruk gegeven van het plangebied.

Foto 1: Perceel 30a, overzicht vanuit het zuiden van het plangebied.

Foto 2: Perceel 30a, ten zuiden van de te slopen gebouwen staat een groot aantal bomen.

6 Deskundig conform de eisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/het Ministerie van Economische

Zaken, te raadplegen via https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dierenen-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 8 van 35

Foto 3: Perceel 30a, houten schuur met rieten dak, de schuur wordt gesloopt.

Foto 4: Perceel 30a, naast de schuur staat een bomenrij die door bijvoorbeeld huismussen gebruikt kan worden om te schuilen.

Foto 5: Perceel 30a, nok lijkt redelijk dicht te Foto 6: Perceel 30a, onder het rieten dak zijn, waardoor invliegen eigenlijk niet mogelijk bevindt zich een opening die door huismussen is. en gierzwaluwen kan worden gebruikt om in te vliegen.

Foto 7: Perceel 30a, opening onder het rietendak is zichtbaar al gebruikt door een vogel, waarschijnlijk de huismus.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

Foto 8: Perceel 30a, zuidelijk aanzicht van de te slopen kalverenstallen 1 en 2.

15 december 2020 pagina 9 van 35

Foto 9: Perceel 30a, openingen onder de dakbedekking van de kalverenstal 1 en 2 zijn geschikt voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen.

Foto 10: Perceel 30a, aan de oostzijde van de kalverenstallen 1 en 2 zijn onder de dakbedekking nesten van gierzwaluwen te zien.

Foto 11: Perceel 30a, overzicht oostelijke kant van de kalverenstal 1 en 2.

Foto 12: Perceel 30a, noordzijde van de kalverenstal 1 en 2.

Foto 13: Perceel 30a, overzicht vanuit het noorden van kalverenstal 3 en 4.

Foto 14: Perceel 30a, overzicht vanuit het zuiden van kalverenstal 3 en 4.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 10 van 35

Foto 15: Perceel 30a, openingen onder de dakbedekking van kalverenstallen 3 en 4 is potentieel geschikt voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen.

Foto 16: Perceel 30a, opening in de dakbedekking van kalverenstal 3 en 4 is potentieel geschikt voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen.

Foto 17: Perceel 30a, westelijke mesthoop.

Foto 18: Perceel 30a, oostelijke mesthoop.

Foto 19: Perceel 30a, gedroogd mest in oostelijke mesthoop.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 11 van 35

6

RESULTATEN

6.1

Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het NNN of een (gemeentelijke) verbindingszone. De lijnvormige structuren in de omgeving van het plangebied, die dieren kunnen gebruiken als ecologische verbinding, blijven bij de werkzaamheden intact. Effecten van de werkzaamheden in het plangebied op de beschermde natuurgebieden zijn door de afstand tot deze gebieden niet te verwachten. Er bestaat geen drempelwaarde voor de toename van stikstofdepositie, of een minimale afstand tot een Natura 2000-gebied, die gebruikt kan worden als motivering dat significant negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. Daarom wordt het aangeraden om een stikstofdepositie-onderzoek uit te (laten) voeren

6.2

Soortenbescherming Tijdens het locatiebezoek zijn de aanwezige soorten geïnventariseerd. Gedurende de inventarisatie zijn mogelijkheden voor egel, steenmarter, gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen aangetroffen in het plangebied. Per soortgroep zijn hieronder de waarnemingen en verwachtingen op basis van habitatkenmerken en het bronnenonderzoek weergegeven. Flora Algemeen

In het plangebied zijn algemene plantensoorten aangetroffen, maar deze zijn niet beschermd. Uit het vooronderzoek kwam een aantal beschermde flora naar voren die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Het plangebied is grotendeels verhard en hier ontbreekt het aan geschikt biotoop voor de beschermde soorten die tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. Daarnaast zal de flora in het plangebied niet verstoord worden. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage B Geen Nader onderzoek? Nee

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 12 van 35

Zoogdieren Algemeen

Het plangebied is plaatselijk geschikt voor beschermde kleine zoogdieren, zoals verschillende muizensoorten, het konijn en de haas. Deze soorten zijn in de provincie echter vrijgesteld van ontheffing. Echter, het perceel bevat een mesthoop die mogelijk geschikt is voor egels om in te nesten. Ook kan op dit perceel de steenmarter niet worden uitgesloten, omdat deze kan huizen in de stallen. De andere soorten uit het vooronderzoek kunnen worden uitgesloten, omdat hiervan geen sporen zijn ontdekt of dat geschikt biotoop ontbreekt. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Egel en steenmarter Nader onderzoek? Ja Vleermuizen Algemeen

Het plangebied is beoordeeld op basis van biotoopkenmerken en bronnenonderzoek. Het plangebied biedt veel mogelijkheden voor vleermuizen. Beide kalverenstallen bieden mogelijkheden tot invliegen onder de dakbedekking en de berging biedt ook onder het rieten dak mogelijkheden tot invliegen door gebouwbewonende vleermuizen. Massawinterverblijven worden op deze locatie niet verwacht.

Eventuele vliegroutes en foerageergebieden worden door de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied niet verstoord. Verwachte beschermde soorten HR+B&B Verwacht: gebouwbewonende soorten, inclusief Laatvlieger Nader onderzoek? Ja, naar gebouwbewonende soorten

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 13 van 35

Vogels Algemeen

Tijdens de inventarisatie zijn verschillende mogelijkheden voor huismussen en gierzwaluwen aangetroffen in de berging en in de kalverenstallen. Onder de dakbedekking van de berging zijn uitwerpselen gezien die wijzen op het gebruik van de berging door bijvoorbeeld huismussen. Daarnaast zijn onder de dakbedekking van kalverenstal 1 en 2 verschillende gierzwaluwnesten gezien. Nader onderzoek naar huismussen en gierzwaluwen noodzakelijk. Waargenomen en verwachte beschermde soorten Categorie 1 Geen Categorie 2 Huismussen, gierzwaluwen Categorie 3 Geen Categorie 4 Geen Nader onderzoek? Ja, naar huismussen en gierzwaluwen Reptielen Algemeen

Uit het vooronderzoek bleek dat de muurhagedis en ringslang mogelijk in de omgeving van de plangebieden voorkomen. Gezien het ontbreken van de specifieke biotoopkenmerken van deze soort, zoals zandgrond, wordt deze soort niet verwacht. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Amfibieën Algemeen

Het plangebied is niet geschikt voor amfibiesoorten en bovendien blijft eventueel habitat door de voorgenomen werkzaamheden intact. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Vissen Algemeen

Er is geen watergang aanwezig in het plangebied welke zal worden verstoord. Nader onderzoek is daarom niet nodig. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Overige fauna Algemeen

Tijdens de inventarisatie zijn enkele algemene insectensoorten waargenomen. Beschermde soorten worden in het plangebied niet verwacht en van eventuele verstoring door de voorgenomen werkzaamheden is ook geen sprake.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 14 van 35

Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 15 van 35

7

CONCLUSIES

7.1

Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het NNN (voorheen EHS) of een ecologische verbindingszone binnen het NNN. Gezien de afstand tot deze gebieden en het verschil in biotoop zijn effecten op de dichtstbijzijnde deel van het NNN niet aannemelijk. Het is dus niet nodig een procedure in verband met gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming of in het kader van provinciale regelingen voor het NNN te starten. Omdat er geen drempelwaarde of een minimale afstand tot een Natura 2000-gebied bestaat voor de toename van stikstofdepositie, wordt het aangeraden om een stikstofdepositieonderzoek uit te (laten) voeren.

7.2

Soortenbescherming In onderstaand overzicht zijn de resultaten en conclusies van het onderzoek samengevat. Vervolgstappen worden in het volgende hoofdstuk uitgelegd. Tabel 1: een overzicht van de soortgroepen waarvan vermoed wordt dat ze in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn, door welk regime van de Wet natuurbescherming (Wnb) de (verwachte) soorten beschermd worden, of voor deze soorten een ontheffing op de Wnb moet worden aangevraagd als werkzaamheden uitgevoerd gaan worden en of nader onderzoek nodig is om een ontheffing te kunnen krijgen.

Soortgroep

Beschermde Regime Wnb soorten verwacht?

Ontheffing verplicht?

Vervolgonderzoek?

Flora

Nee

HR+B&B Bijlage B

Ja, of met een goedgekeurde gedragscode

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Ja

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een Ja, egel en steenmarter goedgekeurde gedragscode Nee: vrijgestelde soorten

Vleermuizen

Ja

HR+B&B

Ja

Ja, gebouwbewonende vleermuizen, inclusief laatvlieger

Broedvogels* Algemeen

Ja

Vogels

Niet mogelijk

Broedvogelcontrole*

Jaarrond Ja beschermd

Vogels

Ja

Ja, gierzwaluwen en huismussen Nee

Reptielen

Nee

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een goedgekeurde gedragscode

Amfibieën

Nee

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een Nee goedgekeurde gedragscode Nee: vrijgestelde soorten

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 16 van 35

Soortgroep

Beschermde Regime Wnb soorten verwacht?

Ontheffing verplicht?

Vervolgonderzoek?

Vissen

Nee

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een goedgekeurde gedragscode

Nee

Overige fauna

Nee/Ja

HR+B&B Bijlage A

Ja, of met een goedgekeurde gedragscode

Nee

* Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het beschadigen of vernielen van nesten waarop vogels aan het broeden zijn. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met een broedvogelcontrole vastgesteld te worden dat broedgevallen afwezig zijn, of werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te starten. In gemeentelijke regelgeving kan vastgelegd zijn dat niet gekapt mag worden in het broedseizoen.

Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat de egel, steenmarter, gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen mogelijk een vaste verblijfplaats hebben in het plangebied. Ten behoeve van een (eventuele) ontheffing op de Wet natuurbescherming is nader onderzoek benodigd. Aangezien nader onderzoek benodigd is, is deze quickscan niet voldoende ter onderbouwing van een eventuele aanvraag voor een ontheffing op de Wet natuurbescherming. Tevens is nader onderzoek benodigd ten behoeve van een eventuele goede ruimtelijke onderbouwing, of voor een ontheffing tijdelijke natuur (indien het plangebied minstens een jaar braak komen te liggen). Deze quickscan is wel geschikt om te dienen als basis voor een natuurrapportage in het kader van BREEAM-NL, dit staat echter los van de noodzaak tot nader onderzoek en/of een ontheffing.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 17 van 35

8

AANBEVELINGEN

8.1

Vervolg Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar egel, steenmarter, gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen geadviseerd. Voor deze soorten dient nader onderzoek plaats te vinden om te bepalen welke functie het plangebied heeft voor de beschermde soorten. KP Adviseurs BV kan (een bepaling van) het benodigde nader onderzoek, een eventuele ontheffingsaanvraag en de benodigde tijdelijke verblijfplaatsen voor u verzorgen, uitvoeren en coördineren. In bijlage 2 staan Factsheets met betrekking tot de soortgroepen die mogelijk aanwezig zijn in het plangebied. Hierin is per soortgroep informatie opgenomen over de verschillende beschermingsregimes, de vereisten die gesteld worden aan nader onderzoek en compenserende maatregelen en de doorlooptijden waar rekening mee moet worden gehouden. In deze bijlage is ook een Factsheet over het ontheffingstraject opgenomen. Aangeraden wordt om (naast het nader ecologisch onderzoek) ook een stikstofdepositieonderzoek uit te (laten) voeren om mogelijke effecten op de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden te bepalen.

8.2

Mitigatie en zorgplicht Bij buitenwerkzaamheden dient in alle gevallen rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van flora en fauna. Naast de regelingen omtrent (streng) beschermde soorten, is in de Wet natuurbescherming ook een algehele zorgplicht opgenomen. De zorgplicht geldt te allen tijde en voor alle flora en fauna, ongeacht eventuele beschermingsstatus en verkregen ontheffingen. De zorgplicht stelt dat ‘iedereen, indien redelijkerwijs mogelijk, voldoende zorg in acht moet nemen voor alle planten en dieren en hun leefomgeving’. Onderdeel hiervan is het zo veel mogelijk vermijden en beperken van schade aan de te beschermen natuurwaarden (mitigatie), waardoor de noodzaak tot compenserende maatregelen zoveel mogelijk wordt verkleind. De volgende maatregelen worden in het kader van mitigatie en zorgplicht aangeraden:  Werkzaamheden vanaf één kant aanvangen.  Indien kappen of rooien van bomen, heggen en struiken nodig is, moet dit voorafgaand aan overige werkzaamheden en buiten het vogelbroedseizoen (indicatie: half maart tot half juli) gedaan worden. - Anders moeten het plangebied en directe omgeving voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd worden op broedende vogels.  Oppervlaktewater niet dempen voordat duidelijk is dat er geen amfibieën en/of vissen in aanwezig zijn.

- Werk aan oppervlaktewater na de winterrust van amfibieën en vissen uitvoeren (niet in de periode november t/m februari en niet bij een watertemperatuur onder 10ºC).  De werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang plaats laten vinden.  Het gebruik van licht op het terrein na zonsondergang zo veel mogelijk beperken.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 18 van 35

 

- Indien het gebruik van licht na zonsondergang onvermijdelijk is, gebruik maken van gerichte lichtbronnen (afschermen aan de boven- en achterzijde). Het ontstaan van plassen zoveel mogelijk tegengaan, om te voorkomen dat amfibieën en reptielen het plangebied koloniseren. - Eventueel ondiepe plassen creëren op een naastgelegen locatie zodat juist deze plassen gekoloniseerd worden in plaats van het plangebied. Tijdens de werkzaamheden alert zijn op de aanwezigheid van (beschermde) dieren op het terrein en deze de ruimte en tijd geven om te vluchten. - Indien nodig de dieren voorzichtig van het terrein verjagen. Waar nodig de hulp van een deskundige inschakelen. Indien het beschermde soorten betreft, altijd het advies van een deskundige inwinnen.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 19 van 35

9

VERANTWOORDING EN GELDIGHEID

9.1

Verantwoording KP Adviseurs BV is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het uitgevoerde onderzoek. Dit document is gebaseerd op een grote mate van kennis en ervaring binnen KP Adviseurs BV. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het veldwerk is uitgevoerd, is KP Adviseurs BV niet verantwoordelijk voor eventuele afwijkingen en voor de eventuele gevolgen daarvan. Het is niet toegestaan dit document zonder schriftelijke toestemming van KP Adviseurs BV anders dan in zijn geheel (met inbegrip van bijlagen) te reproduceren.

9.1

Geldigheidsduur In het kader van de Wet natuurbescherming mogen onderzoeksgegevens van beschermde soorten maximaal 3 jaar oud zijn, onder voorwaarde dat er in deze periode weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden. In gebieden waar dergelijke veranderingen wel plaats hebben gevonden, moeten de gegevens recenter zijn.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 20 van 35

BIJLAGE 1

OVERZICHTSTEKENING

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 21 van 35

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 22 van 31

BIJLAGE 2

FACTSHEETS VERVOLGTRAJECT

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 23 van 35

FACTSHEET NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK Om vast te stellen of bij werkzaamheden effecten zullen optreden op beschermde flora en fauna, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd. In de rapportage wordt aangegeven naar welke soort(groep)en nader onderzoek dient plaats te vinden. Met nader onderzoek wordt op soortniveau in kaart gebracht of en waar beschermde diersoorten of hun vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in het plangebied. Zo kan bepaald worden of een ontheffing op de Wet natuurbescherming benodigd is ten behoeve van de geplande werkzaamheden. Voor onze nadere ecologische onderzoeken maken wij voor zover beschikbaar gebruik van de kennisdocumenten en protocollen die door BIJ12 en het Netwerk Groene Bureaus in overleg met betrokken organisaties zijn opgesteld. Hierin staan onder andere voorschriften voor het aantal bezoeken dat minimaal dient plaats te vinden en in welke periode het onderzoek uitgevoerd kan worden. Indien onderzoek naar soorten waarvan geen kennisdocument beschikbaar is noodzakelijk wordt geacht, wordt het onderzoek (indien mogelijk) gebaseerd op kennisdocumenten van vergelijkbare soorten en diverse onderzoeksprotocollen van bijvoorbeeld de Gegevensautoriteit Natuur en soortdeskundigen. Het onderzoek wordt altijd uitgevoerd door ecologen met voldoende deskundigheid7 voor de betreffende soort.

De (diverse vormen van) nadere onderzoeken worden in de Factsheet(s) per soortgroep toegelicht, met inbegrip van de doorlooptijden van het onderzoek en enkele consequenties van de noodzaak tot een ontheffing.

7 Deskundig conform de eisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/het Ministerie van Economische

Zaken, te raadplegen via https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dierenen-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 24 van 31

FACTSHEET SOORTGROEP ZOOGDIEREN In het plangebied zijn locaties aangetroffen die geschikt zijn als vaste verblijfplaats of essentiële leefomgeving (foerageerhabitat, voortplantingshabitat) voor beschermde zoogdiersoorten. Het is verboden om de functionaliteit van vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen aan te tasten. Hierbij valt te denken aan het vernietigen of beschadigen, maar ook aan het (tijdelijk) verstoren van deze plaatsen. Voordat de werkzaamheden in het plangebied uitgevoerd kunnen worden, dient duidelijk te zijn of (en welke) locaties door beschermde zoogdieren als vaste verblijfplaats of essentiële leefomgeving gebruikt worden. Een verblijfplaats functioneert alleen als foerageergebieden in de omgeving onder alle condities voldoende voedsel bieden. Hoe essentieel een foerageergebied is voor een bepaalde verblijfplaats, is afhankelijk van:

▪ het type verblijfplaats; ▪ het aantal dieren, het aantal kolonies, of het percentage van een kolonie (minimaal 5 tot 10%) dat afhankelijk is van het foerageergebied;

▪ de kwaliteit van het foerageergebied; ▪ de afstand tot de verblijfplaats. Per soort verschillen de eisen die aan een foerageergebied worden gesteld. Geadviseerd wordt om nader onderzoek naar beschermde zoogdieren te (laten) uitvoeren conform de voor de betreffende soorten geldende kennisdocumenten8 (of andere ecologisch verantwoorde onderzoeksprotocollen indien een kennisdocument niet beschikbaar is). De kennisdocumenten schrijven een minimaal aantal locatiebezoeken in een bepaalde periode voor om zo optimaal mogelijk het plangebied te kunnen onderzoeken op de aan- en afwezigheid van de betreffende soort. Het benodigde aantal bezoeken is sterk afhankelijk van de verwachte soorten alsmede de omvang en overzichtelijkheid van het plangebied. De duur van dit nadere onderzoek loopt uiteen van ongeveer een week tot bijna een jaar. Bij aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen van Bijlage A-soorten is het soms mogelijk om werk uit te voeren conform een goedgekeurde gedragscode, zonder dat een ontheffing benodigd is. Welke werkzaamheden bij welke soorten uitgevoerd mogen worden, staat in de specifieke gedragscode vermeld. Voor het werken met een dergelijke gedragscode moet bekend zijn welke beschermde soorten aanwezig zijn.

Indien vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen van zwaarder beschermde soorten aanwezig zijn en deze beïnvloed worden door de werkzaamheden, of als de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden conform een goedgekeurde gedragscode, moet een ontheffing worden aangevraagd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de tijd die benodigd is voor het aanvragen van de ontheffing en de behandeltijd bij het bevoegd gezag (zie Factsheet Ontheffing).

8 Zie voor een overzicht van de beschikbare kennisdocumenten: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-

landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 25 van 31

Wanneer vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen worden aangetast in hun functionaliteit, dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. In de praktijk betekent dit vaak het realiseren van nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen voor de betreffende soorten. Bij compenserende maatregelen dient rekening te worden gehouden met een gewenningsperiode oplopend tot meer dan een half jaar, waarin dieren kunnen wennen aan de aangeboden verblijfplaatsen of essentiële leefomgeving. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient ook rekening te worden gehouden met de kwetsbare periodes voor de betreffende functie(s) van de verblijfplaats(en) en leefomgeving. Door tijdig onderzoek uit te (laten) voeren en op tijd te compenseren kunt u vertraging van de werkzaamheden door de aanwezigheid van beschermde zoogdieren voor zijn. De benodigde tijd vanaf de start van nader onderzoek tot de start van de werkzaamheden kan al snel oplopen tot meer dan anderhalf jaar, afhankelijk van de aangetroffen soorten en functies. KP Adviseurs BV kan nader ecologisch onderzoek naar zoogdieren, de eventuele ontheffingsaanvraag en indien nodig de compenserende maatregelen voor u coördineren.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 26 van 31

FACTSHEET SOORTGROEP VLEERMUIZEN In het plangebied zijn locaties aangetroffen die geschikt zijn als vaste verblijfplaats of essentiële leefomgeving (foerageerhabitat of vliegroute) voor vleermuizen. Alle vleermuizensoorten zijn als extra te beschermen opgenomen in Annex IV van de Habitatrichtlijn en daardoor ook in de Wet natuurbescherming. Het is daarmee verboden om de functionaliteit van vaste verblijfplaatsen of de essentiële leefomgeving aan te tasten. Hierbij valt te denken aan het vernietigen of beschadigen, maar ook aan het (tijdelijk) verstoren van deze plaatsen. Voordat de werkzaamheden in het plangebied uitgevoerd kunnen worden, dient duidelijk te zijn of (en welke) locaties als vaste verblijfplaats of essentiële leefomgeving gebruikt worden door vleermuizen. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar verschillende typen verblijven met elk hun eigen functie (zomerverblijven, winterverblijven, paarverblijven en kraamkolonies). Binnen een type verblijf gebruiken vleermuispopulaties een vaste cyclus van meerdere, dicht bij elkaar gelegen, verblijven waartussen ze regelmatig verhuizen. Vleermuizen zijn erg trouw aan verblijfplaatsen en gebruiken deze meestal ieder jaar opnieuw. Verder zijn vleermuizen afhankelijk van voldoende aanbod van foerageerhabitat in de (wijde) omgeving van de verblijfplaats.

Tussen de vaste verblijfplaatsen en het foerageerhabitat gebruiken vleermuizen vaste vliegroutes. Zowel essentieel foerageerhabitat als belangrijke vliegroutes behoren tot de beschermde leefomgeving van vleermuizen. Een verblijfplaats functioneert alleen als foerageergebieden in de omgeving onder alle condities voldoende voedsel bieden. Hoe essentieel een foerageergebied is voor een bepaalde verblijfplaats, is afhankelijk van:

▪ het type verblijfplaats; ▪ het aantal dieren, het aantal kolonies, of het percentage van de kolonie (minimaal 5 tot 10%) dat afhankelijk is van het foerageergebied;

▪ de kwaliteit van het foerageergebied; ▪ de afstand tot de verblijfplaats. Per soort verschillen de eisen die aan een foerageergebied worden gesteld, zoals de afstand tussen de verblijfplaats en het foerageergebied: over het algemeen binnen 3 tot 5 km van de verblijfplaats, tot maximaal circa 10 km. Geadviseerd wordt om nader onderzoek naar vleermuizen uit te (laten) voeren conform de meest recente versie van het “Vleermuisprotocol” van het Netwerk Groene Bureaus in samenwerking met de Gegevensautoriteit Natuur en Zoogdiervereniging. Dit protocol vormt de basis voor de diverse kennisdocumenten voor vleermuissoorten9. Het protocol schrijft een minimaal aantal locatiebezoeken in een bepaalde periode voor om zo optimaal mogelijk het plangebied te kunnen onderzoeken op de functies die het kan hebben voor vleermuizen. In de meeste gevallen dient onderzoek te worden gedaan naar de functies zomer-, kraam- en paarverblijf, vaak in combinatie met vliegroutes en/of foerageergebied. Dergelijk onderzoek dient plaats te vinden middels minimaal vier locatiebezoeken verspreid over de periode april tot en met oktober. Het benodigde aantal bezoeken is sterk afhankelijk

9 Zie voor een overzicht van de beschikbare kennisdocumenten: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-

landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 27 van 31

van de verwachte soorten alsmede de omvang en overzichtelijkheid van het plangebied en is daardoor vaak hoger dan vier. Het is goed te beseffen dat een nader onderzoek naar vleermuizen dus minimaal zeven maanden tot wel meer dan twaalf maanden in beslag neemt. Dit is afhankelijk van wanneer het onderzoek gestart kan worden (bij voorkeur in april of begin mei) en van de te verwachten functies en soorten in het plangebied. Indien vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen van vleermuizen daadwerkelijk aangetroffen worden en beïnvloed worden door de werkzaamheden, moet een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de tijd die benodigd is voor het aanvragen van de ontheffing en de behandeltijd bij het bevoegd gezag (zie Factsheet Ontheffing). Wanneer vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen worden aangetast in hun functionaliteit, dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. In de praktijk betekent dit vaak het realiseren van nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen voor vleermuizen. De compensatie voor verblijfplaatsen en essentiële leefomgevingen van vleermuizen is per project maatwerk. Kort samengevat moet dit op basis van beschikbare kennisdocumenten voldoen aan de volgende vereisten:

▪ Voor elke verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige

dwergvleermuis en/of vergelijkbare soorten (zoals de laatvlieger) die zijn functionaliteit (tijdelijk) verliest, moeten minimaal vier alternatieve verblijfplaatsen worden aangeboden. Bij het aanbieden van vervangende verblijfplaatsen dient rekening te worden gehouden met een gewenningsperiode van één tot circa zes maanden (waarbij alleen de maanden van april tot en met oktober meetellen), afhankelijk van de vleermuissoort en het type verblijfplaats.

▪ Voor elke verblijfplaats van de rosse vleermuis, watervleermuis en/of vergelijkbare soorten die zijn functionaliteit (tijdelijk) verliest, moeten minimaal tien alternatieve verblijfplaatsen worden aangeboden. De gewenningsperiode is afhankelijk van het type verblijfplaats en kan oplopen tot zes maanden (indien juist gepland).

▪ Vervangende vliegroutes moeten nabij of parallel aan de originele vliegroute worden

aangeboden en minimaal drie (bij gebruik van schermen) of vijf (bij gebruik van bomen) meter hoog zijn waarbij bomen maximaal zeven meter van elkaar geplant mogen zijn. De gewenningsperiode is afhankelijk van het gebruik van bomen of schermen en kan oplopen tot drie jaar (in een uiterst geval zelfs tot vijf jaar).

▪ Vervangend foerageergebied moet nabij het originele foerageergebied worden gecreëerd en zijn afgestemd op de habitatkwaliteiten van het originele foerageergebied. Ook moet het foerageergebied via een (bestaande) vliegroute verbonden zijn met het netwerk aan verblijfplaatsen van de kolonie. De gewenningsperiode voor alternatief foerageergebied kan oplopen tot drie jaar.

▪ In alle gevallen dient bij uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de kwetsbare periodes voor de betreffende functie(s) van de verblijfplaats(en) en leefomgeving.

U kunt vertraging van de werkzaamheden door de aanwezigheid van vleermuizen voorkomen door tijdig onderzoek uit te (laten) voeren en op tijd te compenseren. De benodigde tijd vanaf de start van nader onderzoek tot de start van de werkzaamheden kan in het geval van aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen al snel oplopen tot meer dan twee jaar, afhankelijk van de aangetroffen functies. KP Adviseurs BV kan het nader vleermuisonderzoek, de eventuele ontheffingsaanvraag en indien nodig het aanbieden van tijdelijke verblijfplaatsen voor u coördineren.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 28 van 31

FACTSHEET SOORTGROEP VOGELS Tijdens het locatiebezoek voor de quickscan is vastgesteld dat potentiële jaarrond beschermde vogelnestlocaties aanwezig zijn. Alle vogelsoorten zijn beschermd middels de Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming, waardoor het verboden is om nesten die actief in gebruik zijn als broedlocatie te vernietigen of beschadigen. Van een aantal vogelsoorten is de nestlocatie jaarrond beschermd omdat de locatie het gehele jaar gebruikt wordt of dezelfde nestlocatie elk jaar opnieuw wordt gebruikt. De jaarrond beschermde soorten zijn in vijf verschillende categorieën ingedeeld: buiten het broedseizoen in gebruik (categorie 1), koloniebroeders (categorie 2), honkvast (categorie 3), jaarlijks hetzelfde nest (categorie 4) en indien ecologisch gezien noodzakelijk (categorie 5) 10. Ook de bij de nestlocatie behorende essentiële leefomgeving is beschermd. Om vast te stellen of en waar in het plangebied zich jaarrond beschermde nestlocaties bevinden en of deze locaties ook daadwerkelijk gebruikt worden, wordt geadviseerd nader onderzoek te doen naar jaarrond beschermde vogelnesten. De wijze waarop dit onderzoek dient plaats te vinden is afhankelijk van de vogelsoort(en) die verwacht wordt/worden en de soortspecifieke voorschriften die aan het onderzoek gesteld worden.

In het algemeen kan gesteld worden dat voor het bepalen van de aan- of afwezigheid van jaarrond beschermde nestlocaties minimaal twee (voor sommige soorten minimaal vier) locatiebezoeken nodig zijn in het broedseizoen van de betreffende vogelsoort. Hierdoor kan de duur van een nader onderzoek naar jaarrond beschermde vogelnesten uiteenlopen van enkele weken tot circa een jaar. Indien daadwerkelijk jaarrond beschermde vogelnesten worden aangetroffen die beïnvloed worden door de werkzaamheden, dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de tijd die benodigd is voor het aanvragen van de ontheffing en de behandeltijd bij het bevoegd gezag (zie Factsheet Ontheffing). Wanneer vaste verblijfplaatsen of essentiële leefomgevingen (tijdelijk) worden aangetast in hun functionaliteit, dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. In de praktijk betekent dit vaak het realiseren van nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen voor de aangetroffen vogelsoorten. De compensatie voor jaarrond beschermde vogelnesten is per project maatwerk. Ter indicatie worden de vereisten voor vervangende verblijfplaatsen voor enkele vaak aangetroffen soorten hier kort samengevat:

▪ Voor elke verblijfplaats van de gierzwaluw die zijn functionaliteit verliest, moeten minimaal vijf alternatieve verblijfplaatsen worden aangeboden. Deze verblijfplaatsen moeten voor het broedseizoen aanwezig zijn waarin de bestaande verblijfplaatsen niet meer beschikbaar zijn.

▪ Voor elke verblijfplaats van de huismus die zijn functionaliteit verliest, moeten minimaal twee

alternatieve verblijfplaatsen worden aangeboden. Bij het aanbieden van vervangende verblijfplaatsen dient rekening te worden gehouden met een periode van minimaal drie maanden waarin de huismussen kunnen wennen aan de nieuwe verblijfplaatsen.

▪ In alle gevallen dient bij uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de kwetsbare periodes voor de betreffende functie(s) van de verblijfplaats(en) en leefomgeving.

KP Adviseurs BV kan het nader onderzoek naar de exacte locaties van verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogels voor u verzorgen. 10 http://www.vogelsendewet.nl/download/Bijlage_Aangepaste_lijst_jaarrond_beschermde_vogelnesten.pdf

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 29 van 31

FACTSHEET ONTHEFFING Na afronding van de nadere ecologische onderzoeken moet wellicht een ontheffing op de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. De aanvraag kan als zelfstandige aanvraag bij de provincie worden ingediend, of als onderdeel van een omgevingsvergunning. De doorlooptijd van de behandeling van een zelfstandige aanvraag varieert sterk per provincie en bedraagt circa 8 tot 26 weken. Bij een omgevingsvergunning geldt de uitgebreide toetsingsperiode van 26 weken. Om het ontheffingstraject te bespoedigen is het vaak mogelijk om vooroverleg plaats te laten vinden met de provincie. De mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing hangt sterk af van de aanwezige beschermde soorten. Voor enkele zwaar beschermde soorten (waaronder vleermuizen) wordt voor ruimtelijke ingrepen alleen een ontheffing verleend indien er geen alternatief beschikbaar is en een wettelijk belang uit de Habitatrichtlijn van toepassing is, zijnde:

▪ de bescherming van flora en fauna; ▪ de veiligheid van het luchtverkeer; ▪ de volksgezondheid of openbare veiligheid; ▪ dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 11

Indien alle bovenstaande wettelijke belangen afwezig zijn, is het niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor de betreffende soorten of jaarrond beschermde vogelnestlocaties. Indien wel een wettelijk belang van toepassing is, kan de procedure van het aanvragen van een ontheffing bespoedigd worden door (naast degelijk ecologisch onderzoek):

▪ een goede beschrijving van het wettelijk belang dat van toepassing is; ▪ een goede alternatievenafweging; ▪ waarborging van de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige beschermde soorten; ▪ behoud van functionaliteit van de verblijfplaats van de beschermde soorten. Het proces voorafgaande aan een aanvraag van een ontheffing is dus maatwerk, dat afhankelijk is van de beschermde soorten die worden aangetroffen tijdens de nadere ecologische onderzoeken en de functie die het plangebied heeft voor de betreffende soorten. Bij aanwezigheid van Bijlage A+B-soorten is het soms mogelijk om werk uit te voeren conform een goedgekeurde gedragscode, zonder dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming benodigd is. Welke werkzaamheden bij welke soorten uitgevoerd mogen worden, staat in de specifieke gedragscode vermeld. Voor het werken met een dergelijke gedragscode moet bekend zijn welke beschermde soorten aanwezig zijn.

11 Voor vogels kan conform de Vogelrichtlijn slechts ontheffing worden aangevraagd voor de drie eerstgenoemde

belangen.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 30 van 31

Zonder een ontheffing op de Wet natuurbescherming of goedgekeurde gedragscode kan alleen worden gewerkt indien de beschermde rust-, verblijf- of groeiplaatsen (en bijbehorende essentiële leefomgeving) onbeschadigd en bruikbaar blijven tijdens én na de werkzaamheden. Bij de werkzaamheden dient dan specifiek rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de beschermde soorten. De werkzaamheden dienen tevens in het voorstadium en bij de uitvoering te worden begeleid door een ecoloog. Nesten en verblijfplaatsen moeten hierbij gespaard blijven en de soorten mogen niet verstoord worden.

Ecologische quickscan Tiendweg-West 30a te Lekkerkerk Projectnummer 200582-E01

15 december 2020 pagina 31 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=1b17603a-7915-45c3-a64f-c59dc5aa22f1