BIJL 2B - Regels bestemmingsplan Dikke Boom
Tekst van het document
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
2
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
6 6 11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie
12 12 13 16 19 21
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
22 22 23 24 25
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
26 26 27
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
3
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
4
Regels
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP2008BG046-VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand met de bijbehorende regels. 1.3
Aan- of uitbouw
Een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van een woning. 1.4
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
Aaneengebouwd
Blokken van meer dan twee aaneengebouwde woningen. 1.7
Aan-huis-verbonden beroep
een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kunstzinnig, ICT (internetverkoop) of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, dat in een woning (inclusief aan- en uitbouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, waarbij in ieder geval niet zijn begrepen reclame-uitingen. 1.8
Achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
6
1.9
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10
Begrenzingslijn van de rijksvaarweg
de snijlijn van het maaiveld met het talud van een watergang of met de damwand-constructie. 1.11
Bestaand
Ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.12
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.13
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14
Bevoegd gezag
Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.15
Bijbehorend bouwwerk
de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.17
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.18
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
7
1.20
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.21
Detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.22
Eblijn
de lijn gelegen binnen de bestemming 'Waterstaatsdoeleinden rivier' (bestemmingsplan IJsseldijk Noord 2005'), op 0,3 m onder N.A.P. 1.23
Erf
Al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat, blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst. 1.24
Extensieve recreatie
Recreatie, waarbij relatief weinig mensen aanwezig zijn per oppervlakte-eenheid of per tijdseenheid en sprake is van weinig dynamiek en weinig drukuitoefening op de omgeving. 1.25
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26
Gebruiken
Gebruiken, doen gebruiken of laten gebruiken. 1.27
Hoofdgebouw
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.28
Kleinschalige bedrijvigheid aan huis
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten –geen detailhandelsbedrijf zijnde- en de ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de direct omgeving. 1.29
NEN
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
8
1.30
Nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.31
Oeverlijn:
denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn waar een vaarweg plaatselijk is verbreed, bijvoorbeeld ter plaatse van een insteekhaven. 1.32
Overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.33
Peil
1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg, ter plaatse van het vloerpeil van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: het vloerpeil minimaal 15 en maximaal 30 cm boven de as van de weg; 3. het Nieuw Amsterdams Peil (NAP) indien het gebouw of het bouwwerk, geen gebouw zijnde, is gelegen in of op de grens van het water. 1.34
Recreatief medegebruik
Vorm van recreatie waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is, doch kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals wegbewijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes. 1.35
Seksinrichting
De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.36
Stedenbouwkundige
Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake stedenbouw. 1.37
Straatmeubilair
Bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals draagconstructies voor reclame, voorwerpen van beeldende kunst, vitrines, zitbanken, bloemen- of plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting of bewegwijzering; verkooppunten voor motorbrandstoffen worden niet begrepen onder straatmeubilair.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
9
1.38
Vloerpeil
De hoogte van de onderkant van de afgewerkte begane grondvloer van de woning. 1.39
Voldoende parkeergelegenheid
Parkeergelegenheid voor auto's, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de gemiddelde parkeerkencijfers van CROW-publicatie 744 (juni 2024) en diens rechtsopvolger(s), dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren. 1.40
Vooroeverconstructie
Een door middel van een constructie tot iets boven het ebniveau gecreëerde zone waar door middel van biezen en riet invulling wordt gegeven aan een landschappelijk waardevolle inrichting van de oever. 1.41
Voorgevel
De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.42
Vrijstaand
Een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning. 1.43
Woning
een gebouw inclusief aan- en uitgebouwde bijbehorende bouwwerken, dat bedoeld is voor de huisvesting van één huishouden. 1.44
Zijerf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
10
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
De afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens
Vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de perceelsgrens. 2.2
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
De oppervlakte van een bouwwerk
de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen,
met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleidng, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 meter bedragen; 2. de bouwhoogte van straatverlichting mag niet meer dan 12 m bedragen.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
12
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijvigheid aan huis volgens 4.4.1; c. bed & breakfast; d. al dan niet in combinatie met inwoning/mantelzorg volgens een algemene afwijking in Artikel 10; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1
Hoofdgebouwen
a. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; c. per bouwvlak is één woning toegestaan, dan wel het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; d. de inhoud van een woning, inclusief aan- en uitbouwen en exclusief bijgebouwen en ondergrondse kelders (met uitzondering van ruimten aanwezig tussen de begane grondvloer en het aansluitend afgewerkt terrein) bedraagt ten hoogste 715 m³; e. de afstand tussen de voorgevel van hoofdgebouwen en de voorste grens van het bouwvlak bedraagt ten hoogste 3 m; f. de afstand tussen zijgevels van hoofdgebouwen en de zijerfgrens bedraagt ten minste 3 m; g. de maximale goothoogte en maximale bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte(m)' aangegeven hoogte; h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m meer dan de goothoogte. 4.2.2
Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken worden tenminste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 15 meter uit de begrenzingslijn van de rijksvaarweg gebouwd te worden; c. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de woning bedraagt ten hoogste de oppervlakte zoals in de onderstaande tabel is weergegeven: Grootte achtererf gebied <500 m² 500m² - 750 m² >750 m²
Maximum gezamenlijke oppervlakte 50 m² 75 m² 100 m²
d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 6 m;
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
13
f.
het bouwen van bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten'.
4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor (het verlengde) van de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte voor overkappingen en pergola's bedraagt ten hoogste 3 meter; d. de hoogte van damwanden en overige grondkerende constructies op de grens met het water van de Hollandsche IJssel, en op de grens van de oeverlijn binnen een afstand van 15 meter vanaf de Hollandsche IJssel, bedragen maximaal 3.00 m +NAP; e. de hoogte van damwanden en overige grondkerende constructies op de grens van de oeverlijn op een afstand van meer dan 15 meter vanaf de Hollandsche IJssel bedragen maximaal 3.90 m +NAP; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. 4.2.4
Voorwaardelijke verplichting
a. De omgevingsvergunning voor een woning kan pas worden verleend, indien wordt aangetoond dat tenminste 2 parkeerplaatsen per woning binnen de bestemming Wonen en 2 langsparkeerplaatsen voor algemeen gebruik binnen de bestemming Verkeer worden gerealiseerd met uitzondering van het meest zuidelijke woonperceel waar volstaan kan worden met 1 langsparkeerplaats voor algemeen gebruik binnen de bestemming Verkeer. Voor de genoemde parkeerplaatsen geldt dat deze duurzaam in stand moeten worden gehouden. b. Het gebruik van geluidgevoelige objecten is uitsluitend toegestaan indien de gevel aan de zijde van de aangrenzende weg en de helft van gevel loodrecht op de aangrenzende weg wordt uitgevoerd als dove gevel, zoals benoemd in Bijlage 2. De dove gevel dient duurzaam in stand te worden gehouden; c. Het gebruik van de geluidsgevoelige objecten is uitsluitend toegestaan als de wegverharding van de IJsseldijk van dicht asfaltbeton is vervangen door een geluidsarmer type, met een geluidsemissie die hoogstens gelijk is aan de geluidsemissie van dunne deklagen B. d. Het gebruik van de geluidsgevoelige objecten is uitsluitend toegestaan als schanskorven zijn aangebracht aan de bestaande en nieuwe damwanden langs de zuidelijke, westelijke en noordelijke waterrand van het plangebied; e. De in lid 4.2.4 sub d genoemde schanskorven dienen duurzaan in stand te worden gehouden; f.
De in lid 4.2.4 sub b en c genoemde voorwaardelijke verplichting is niet van toepassing voor de herbouw van een bestaande woning; g. De in lid 4.2.4 sub b en c genoemde voorwaardelijke verplichting is niet langer van toepassing indien, uit een nader akoestisch onderzoek, blijkt dat de maatregel niet langer noodzakelijk is. 4.3
Nadere eisen
a. Bij het bouwen van de hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken geldt het vergunde vloerpeil voor de woning, zoals is opgenomen in de bijbehorende watervergunning, als maximaal toelaatbaar vloerpeil; b. Bij het toepassen van een mechanisch ventilatiessysteem in de woningen dient een voorziening te worden aangebracht, waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
14
4.4
Specifieke gebruiksregels
Voor het gebruik van de gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: 4.4.1
Aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijvigheid aan huis
Een woning met bijgebouwen mag worden gebruikt voor de uitoefening van een beroep of kleinschalige bedrijvigheid aan huis, mits: a. niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning en bijgebouwen daarvoor wordt aangewend met een maximum van 50 m²; b. het aan-huis-verbonden beroep of of kleinschalige bedrijvigheid aan huis door de bewoner zelf wordt uitgeoefend; c. het gebruik geen invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaakt; d. uitsluitend bedrijfsactiviteiten worden toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten in Bijlage 1; e. er geen detailhandel plaatsvindt; f. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; g. er geen buitenopslag plaatsvindt. 4.4.2
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 4.4.1 ten behoeve van uitvoeren van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis, met dien verstande dat: a. de woonfunctie de primaire functie blijft; b. de totale oppervlakte voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten ten hoogste 50 m² bedraagt; c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten behoren tot milieucategorie 1 of 2 van de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (2009); d. voor het toestaan van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis die niet zij genoemd in de bij deze planregels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis, maar dat naar aard en invloed op de omgeving kan worden geacht te behoren tot een groep van rechtstreeks toegelaten gelijkwaardige bedrijfsactiviteiten aan huis; e. de activiteit geen onevenredige verkeeraantrekkende werking heeft; f. op eigen terrein in de benodigde parkeerruimte wordt voorzien; g. extra parkeergelegenheid landschappelijk dient te worden ingepast; h. de bedrijfsmatige activiteiten door de bewoner(s) van het pand wordt uitgeoefend; i. detailhandel is uitgesloten.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
15
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte waarden, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2
Bouwregels
5.2.1
Verbod
Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 2' mede bestemde gronden. 5.2.2
Uitzonderingen
Het onder 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; b. bebouwing waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 30 centimeter en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; c. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; 3. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijken
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 5.2.1 , voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften aan de afwijking. 5.3.2
Beperkingen
Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
16
bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.3.3
Advies
Alvorens het bevoegd gezag besluit om af te wijken met een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.3.1 kunnen zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Verbod
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; c. de aanleg of uitbreiding van oppervlakteverhardingen met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 50 m² zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; f. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; g. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting; h. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld. 5.4.2
Uitzonderingen
Het onder 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen, of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of die het archeologisch onderzoek betreffen. 5.4.3
Toetsingscriteria
De vergunning wordt verleend, indien de in 5.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag om een vergunning dient te overleggen.
Het overleggen van een dergelijk rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
17
5.4.4
Voorwaarden
Het bevoegd gezag kan de vergunning als bedoeld in 5.4.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.4.5
Advies
Alvorens het bevoegd gezag besluit om af te wijken met een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.4.1 kunnen zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
18
Artikel 6 6.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor dijken en kaden met een waterkerende functie, waarbij de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 6.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: 6.2.1
Verbod
Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waterstaat - Waterkering' mede bestemde gronden. 6.2.2
Uitzonderingen
Het onder 6.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de waterstaat en/of waterkering, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 6.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits de bouw verenigbaar is met de belangen van de waterstaat en/of waterkering en de beheerder van de waterkering daarover heeft geadviseerd. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Verbod
Het is verboden om op de voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag : a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het aanbrengen/rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; e. het permanent opslaan van goederen; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen van een vooroeverconstructie; h. aanleggen van onder- en/of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en de daarmee verband houdende constructies en/of installaties. Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
19
6.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. werken en/of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan in uitvoering zijn; c. werken en/of werkzaamheden die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 6.4.3
Toetsingscriteria
De in 6.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien: a. de werken en/of werkzaamheden nodig zijn voor de realisering of handhaving van de aan de gronden gegeven bestemming, functies of waarden; b. de werken en/of werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van de waterstaat en/of de waterkering en de beheerder van de waterkering daarover heeft geadviseerd.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
20
Artikel 7 7.1
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b. c. d.
7.2
waterafvoergebied en waterberging; sloten, watergangen, waterpartijen en oeverstroken; waterhuishoudkundige voorzieningen; gebouwen en bouwwerken, zoals uitstroomhoofden, krooshekreinigers, bruggen, duikers, stuwen, keerwanden en andere werken. Bouwregels
Op de gronden als bedoeld in lid 7.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. 7.3
de grondoppervlakte van een gebouw ten hoogste 10 m² mag bedragen; de goothoogte van een gebouw ten hoogste 3,5 m mag bedragen; de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 4,5 m mag bedragen; de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten hoogste 5,5 m mag bedragen; de hoogte van erfafscheidingen ten hoogste 2 m mag bedragen. Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de in lid 7.1 bedoelde andere door voorkomende bestemming(en), indien daardoor de waterstaatkundige belangen niet worden geschaad en ter zake vooraf advies van de waterbeheerder is ingewonnen.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
21
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
22
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen verbod op strijdig gebruik
Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de bestemming. 9.2
Bijzonder gebruiksverbod
Het is in ieder geval verboden bouwwerken en gronden te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken: a. als seksinrichting; b. als standplaats voor onderkomens, alsmede wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van detailhandel; c. als kampeerterrein, caravanterrein en dagcamping; d. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; e. als opslagplaats van hout en aannemersmaterialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; f. als terrein voor het al dan niet ten verkoop opslaan en opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, danwel geheel of ten dele uit gebruikte onderdelen samengestelde motorvoertuigen of aanhangwagens c.q. onderdelen daarvan, welke bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn; g. voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport, alsmede voor het crossen met motorvoertuigen en bromfietsen; h. voor (mest)bassins; i. voor bewoning ter plaatse van vrijstaande bijgebouwen; behoudens voor zover anders is bepaald in de specifieke gebruiksregels zoals opgenomen in de artikelen in hoofdstuk 2. 9.3
Uitzonderingen bijzonder gebruiksverbod
Het in het artikel 9.2 bepaalde is niet van toepassing op het (tijdelijke) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; 9.4
Algemene afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder artikel 9.1 indien strikte toepassing van die bepalingen zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
23
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels of de aanwijzingen op de verbeelding voor: a. voor afwijkingen ten aanzien van de voorgeschreven maten en afstanden, mits de afwijkingen niet meer dan 10% bedraagt van de voorgeschreven maten en afstanden, mits de maximale toegestane inhoud van de woningen niet wordt vergroot; b. ten aanzien van de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de bestemmings- en/of bouwgrenzen worden overschreden met ten hoogste 2 meter, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. ten aanzien van het bepaalde over het bouwen van (hoofd-)gebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak en/of de bestemmingsgrens naar de buitenzijde worden overschreden door bouwwerken zoals, (hoek-)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwgrens en/of bestemmingsgrens met niet meer dan 1,50 meter wordt overschreden; d. voor het inrichten en gebruik van de woning voor inwoning/mantelzorg, mits 1. de woning daarvoor niet wordt vergroot boven de maximaal toelaatbare omvang van deze woning volgens de geldende bestemming; 2. de woning niet wordt opgesplitst in twee zelfstandige woningen of zodanig wordt ingericht dat opsplitsing mogelijk is met een simpele ingreep; 3.
de woning niet meer dan één hoofdingang heeft; 4. de bovenverdieping met hooguit 1 vaste trapopgang bereikbaar is en in zijn geheel bestemd is voor één gezin. 10.2
Toetsingscriteria
Een afwijking als bedoeld in 10.1 kan niet worden verleend indien enig aangrenzend terrein of gebouw in een toestand wordt gebracht, die strijdig is met de regels van het plan en/of de verwezenlijking van de bestemming volgens het plan of de handhaving van de verwerkelijkte bestemming overeenkomstig het plan onmogelijk maakt en dit niet door het stellen van voorschriften aan de afwijking kan worden voorkomen.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
24
Artikel 11 11.1
Overige regels
Parkeren
11.1.1 Algemeen a. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig het bepaalde in de CROW-publicatie 744 (juni 2024) en diens rechtsopvolger(s); b. De onder b genoemde bepalingen zijn alleen van toepassing voor aanvragen omgevingsvergunning waarvan het aannemelijk is dat deze een parkeervraag genereren. 11.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1.1 indien: a. aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden verlangd; b. op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen; c. uit parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet onvenredig toeneemt. 11.1.3 Advies Een afwijking als genoemd in 11.1.2 wordt pas verleend, nadat een advies is verkregen van een verkeerskundige.
11.1.4 Beleidsregels Het bevoegd gezag past artikel 11.1.1 toe met inachtneming van de CROW-publicatie 744 (juni 2024) en diens rechtsopvolger(s) of door haar nadien vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
25
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
26
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel' van de gemeente Krimpenerwaard.
Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, vastgesteld
27