CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2A Toelichting bestemmingsplan Dikke Boom

Raadsvergadering 12 maart 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan 'Dikke Boom, Ouderkerk aan den IJssel' en beeldkwaliteitsplan 'Dikke Boom. Ouderkerk aan den IJssel'18.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel

OPGESTELD DOOR: S TA N T E C B V

28-1-2026

Bestemmingsplan Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel

In opdracht van: C.G. Vis Beheersmaatschappij B.V.

Opgesteld door: ing. E. Kroes & ing. M. Kooijman

Projectnummer: 20090140-01

Versie

Vrijgegeven door

Datum

Toelichting VG

MK

28 januari 2026

Bezoekadres

KVK Haaglanden 27 18 43 23

Stadionstraat 6

BNP Paribas 022 77 40 432

4815 NG Breda

IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A

www.stantec.com/nl

Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd

Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen

Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

1 1 1 2 4

2.0 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

5 5 8

3.0 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 16 23

4.0 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Lucht 4.3 Geluid 4.4 Geur 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water 4.8 Ecologie 4.9 Stikstof 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Mer-beoordeling

29 29 32 34 35 37 38 40 47 52 53 61 61

5.0 Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Algemene toelichting verbeelding 5.3 Algemene toelichting planregels 5.4 Toelichting bestemmingen

63 63 63 63 64

6.0 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

66 66 66

Bijlagen Bijlage 1:

Beeldkwaliteitsplan ‘Locatie Dikke Boom | Ouderkerk a/d IJssel’, d.d. 1-07-2024, gewijzigd 19 augustus 2024, 2e wijziging 13-12-2024, 3e wijziging 17-07-2025 van Verstoep Bouwkundigen

Bijlage 2:

Bodemonderzoek incl. asbest IJsseldijk Noord 121 te Ouderkerk ad IJssel, d.d. 6 juni 2015 van Linge Milieu bv

Bijlage 3:

Actualisatie Bodemonderzoek incl. asbest IJsseldijk Noord 121 te Ouderkerk ad IJssel, d.d. 25 november 2020 van Linge Milieu bv

Bijlage 4:

Beoordeling Melding BUS sanering d.d. 9 april 20210 door ODMH

Bijlage 5:

Akoestiek onderzoek wegverkeerslawaai d.d. 11-07-2022 van AGEL adviseurs

Bijlage 6:

Quickscan Flora- en fauna IJsseldijk Noord te Ouderkerk aan den IJssel, Ekoza, d.d. 9 november 2020;

Bijlage 7:

Nader onderzoek vleermuis en huismuis Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, Ekoza, d.d. 9 januari 2023

Bijlage 8:

Nader onderzoek overige soorten Dikke Boom te Ouderkerk aan den IJssel, Ekoza, d.d. 24 oktober 2022

Bijlage 9:

Memo stikstof Dikke-Boom d.d. 16 januari 2026 van Stantec B.V.

Bijlage 10: Beoordeling Archeologie d.d. 18-08-2015 van ODBN Bijlage 11: Omgevingsdialoog Bijlage 12: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 13: Nota van beantwoording overlegreacties d.d. 8 maart 2023 van gemeente Krimpenerwaard Bijlage 14: Nota van beantwoording zienswijzen van gemeente Krimpenerwaard

1.0

INLEIDING

1.1

AANLEIDING

Aan de IJsseldijk Noord 111 te Ouderkerk aan den IJssel, in de gemeente Krimpenerwaard, is de initiatiefnemer voornemens om één bestaande woning te herbouwen en drie nieuwe vrijstaande woningen te realiseren. De realisatie van de woningen past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’. Om woningbouw te kunnen realiseren dient voor de locatie een nieuw ruimtelijk en functioneel kader te worden vastgelegd in de vorm van een nieuw bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan wordt de ‘Natuur’ bestemming gewijzigd in een woonbestemming. De juridische en planologische verankering van de planning is middels voorliggend bestemmingsplan gewaarborgd. Het plangebied bevindt zich aan een primaire waterkering in het buitendijks gebied, waardoor overleg is gevoerd met diverse instanties en overheden om zo de uitvoerbaarheid in relatie tot waterstaatkundige aspecten te beoordelen. Dit overleg heeft geresulteerd in een watervergunning voor de ontwikkeling van het plangebied. Aangezien het plan is gewijzigd ten opzichte van de watervergunning dient de watervergunning te worden geactualiseerd. De aanvraag is begin 2025 ingediend.

1.2

LIGGING PLANGEBIED

Het plangebied ligt ten noorden van de kern Ouderkerk aan den IJssel, in het buitendijkse gebied van de oostelijke oever van de Hollandsche IJssel. De volgende afbeelding toont de ligging van het plangebied. Zowel aan de noord- en westzijde ligt het plangebied direct aan het water van de Hollandsche IJssel. Aan de oostzijde grens het plangebied aan de primaire waterkering de IJsseldijk Noord. Deze dijk vormt ook een belangrijke ontsluitingsroute voor de verschillende bebouwingsclusters aan de dijk tussen Gouda en Krimpen aan den IJssel. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de bestaande (woon-)bebouwing ter hoogte van de IJsseldijk Noord 104. De bebouwing in de directe omgeving van het plangebied bestaat uit lintbebouwing aan de dijk, gelegen op diepe percelen te midden van het karakteristieke stagenlandschap. De bebouwing kent hoofdzakelijk een woonfunctie met enkele (agrarische) bedrijfspercelen.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 1

Het plangebied wordt gevormd door de percelen, kadastraal bekend als gemeente Ouderkerk aan den IJssel, sectie B, nummers 3459, 3460, 3440 en 3441. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 4.950 m2.

Figuur 1.1: Ligging plangebied ten opzichte van de kern Ouderkerk aan den IJssel

1.3

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’ dat op 13 december 2007 is vastgesteld door de gemeente Ouderkerk en onherroepelijk is geworden op 5 december 2008 met uitzondering van de delen waaraan Gedeputeerde Staten goedkeuring hebben onthouden. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van het plangebied.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 2

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan ‘IJsseldijk Noord 2005‘ met plangebied in rode omlijning

Het grootste gedeelte van het plangebied heeft de bestemming ‘Natuurgebied’. Ter plaatse van de bestemming natuurgebieden geldt dat de gronden zijn aangewezen voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van ecologische en landschappelijke waarden, extensief agrarisch gebruik ten dienste van het natuurgebied en extensief recreatief medegebruik. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘waterstaatdoeleinden buitendijks gebied’. Hiervoor geldt dat de gronden primair zijn bestemd voor werken ten behoeve van de waterkering, groenvoorziening en voorzieningen alsmede voor diverse groen, natuur-, woon- en bedrijfsdoeleinden. Voor wat betreft de bebouwing geldt dat Rijkswaterstaat advies dient uit te brengen over de bouwplannen en dat de belangen van de waterkering en/of de belangen van de geleiding van de het scheepvaartverkeer zich daartegen niet verzetten.

Ook de dubbelbestemming ‘waterkeringsdoeleinden’ is van toepassing op het plangebied. Hiervoor geldt dat slechts mag worden gebouwd als de dijkbeheerder advies heeft uitgebracht en de belangen van de waterkering niet worden verhinderd. In paragraaf 4.7 wordt hier verder op ingegaan.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 3

Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om middels een wijzigingsbevoegdheid (B) nieuwe woningen te bouwen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • •

Binnen het plangebied worden ten hoogste 3 nieuwe woningen gerealiseerd; Dagrecreatie voorzieningen zijn toegestaan; Het plangebied is goedgekeurd door de stuurgroep Hollandsche IJssel.

Het bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 2005 voorziet in een natuurbestemming voor de in onbruik geraakte zelling. Het bestemmingplan houdt wel al rekening met het omzetten van de natuurbestemming naar de bestemming ‘Wonen’, echter wel in combinatie kleinschalige recreatievoorzieningen. De natuurbestemming betreft dan ook een tijdelijke bestemming, in afwachting van de herontwikkeling van de zelling. Van een feitelijke inrichting als natuurgebied is geen sprake. Ter plaatse van het plangebied geldt ook het parapluplan ‘Parkeren Krimpenerwaard’, dat is vastgesteld op 29 januari 2019 en inmiddels onherroepelijk is. Als gevolg van het parapluplan kent het plangebied de gebiedsaanduiding ‘overige zone – parkeren’. Hiervoor geldt dat moet worden voldaan aan de eis dat voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd volgens de normering van de CROW-publicatie 317 (oktober 2012) en diens rechtsopvolger(s). De CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’ is de meest recente opvolger. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende planologische kader en past ook niet binnen de wijzigingsbevoegdheid, omdat er geen sprake is van voorzieningen voor dagrecreatie. Om de voorgestane ontwikkeling mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld, dat voorziet in een passende planologische regeling voor de realisatie van de woningen.

1.4

LEESWIJZER

Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving waarin de bestaande en toekomstige situatie wordt beschreven. Vervolgens zijn de beleidskaders van de diverse overheden uiteengezet in hoofdstuk 3. De omgevingsaspecten met betrekking tot de ontwikkeling worden in hoofdstuk 4 toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de systematiek van de planregels. In hoofdstuk 6 wordt tot slot aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke haalbaarheid van het plan.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 4

2.0

PLANBESCHRIJVING

Dit hoofdstuk vormt een beschrijving van de situatie ter plaatse van het plangebied en de bijbehorende omgeving. Vanuit de huidige situatie en ruimtelijke- en functionele structuur, wordt hierdoor inzicht verkregen in de kaders die aan de basis hebben gestaan van de planontwikkeling. Hierop wordt vervolgens op het onderdeel ‘toekomstige situatie’ ingegaan.

2.1

BESTAANDE SITUATIE

Het plangebied ligt direct ten oosten van de Hollandsche IJssel, circa 1 kilometer ten noorden van de kern Ouderkerk aan den IJsel. Ouderkerk aan den IJssel is een typisch ZuidHollands dijkdorp. Een langgerekt dorp, waarvan de vorm is bepaald door het verloop van de dijk samen met de rivier. Kenmerkend voor het landschap zijn de lange smalle stroken van ontgonnen land vanaf de dijkwoningen. Het plangebied ligt ter plaatse van een zogenaamde ‘zelling’. Een zelling is een ondiep stuk grond aan een rivier, die vroeger werd gebruikt om rivierklei te winnen voor een steenfabriek. Ook werd er elders afgegraven klei tijdelijk opgeslagen, in afwachting van latere bewerking. Deze zellingen hebben inmiddels hun functie verloren. Door het herbestemmen van de locatie kunnen deze cultuurhistorische elementen in het landschap worden behouden.

Figuur 2.1: Luchtfoto plangebied met plangebied in rode omlijning

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 5

Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd. De aanwezige bebouwing ligt op het zuidelijke deel van het plangebied en bestaat uit één vrijstaande woning met bijgebouw, acht aan één gebouwde arbeiderswoningen van vóór het jaar 1900 en een schuur. De aanwezige arbeiderswoningen verkeren in een slechte en vervallen staat. Het noordelijke deel van het plangebied is onbebouwd en wordt extensief beheerd als grasland. Aan de randen van het perceel zijn enkele bomen en struiken aanwezig.

Figuur 2.2: Vogelvlucht genomen vanaf het westen genomen met plangebied in zwarte omlijning

Figuur 2.3: Vogelvlucht genomen vanaf het oosten genomen met plangebied in zwarte omlijning

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 6

Direct ten noorden, westen en zuiden grenst het plangebied aan de rivier (Hollandsche IJsel). Het uiterste zuidelijke puntje van het plangebied grens eveneens aan een rij van vijf vrijstaande woningen. De woningen hebben karakteristieke elementen en kenmerken van de periode rond 1900 en bevinden zich in het buitendijks gebied. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de IJsseldijk Noord, een belangrijke structuurlijn in de omgeving. De IJsseldijk werd aangelegd om het lager liggende Krimpenerwaard te beschermen tegen overstroming van de Hollandsche IJssel. De dijk fungeert als belangrijkste verbindingsweg tussen Krimpen aan den IJssel en Gouda. De bebouwing aan beide zijden van de weg vormt een langgerekt bebouwingslint. Dit (veelal) binnendijkse bebouwingslint vormde vroeger de basis voor de ontginning van het achterliggende veenweidegebied van de Krimpenerwaard. De bebouwing staat overwegend haaks op de dijk en volgt de oorspronkelijke verkavelingsinrichting van het slagenlandschap. De bebouwing bestaat afwisselend uit grote boerderijcomplexen en kleine burgerwoningen. Ter hoogte van het plangebied liggen, in het binnendijks gebied, voornamelijk reguliere woningen. Ter plaatse van IJsseldijk-Noord 123 was een kleinschalige veehouderij gevestigd. Inmiddels is vergunning verleend voor het realiseren van een woonzorgcomplex: Wonen met Meer.

Het gaat hierbij om een gemengde woonvorm voor jongeren en ouderen met ondersteuning op maat, ontmoetingsruimten en een kinderdagverblijf. De realisatie is in volle gang. Onderstaande afbeeldingen tonen een impressie van de omliggende bebouwing aan de dijk.

Figuur 2.4: Impressie woningen, aan de zuidzijde van het plangebied

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 7

Figuur 2.5: Impressie bebouwing overzijde, aan de zuidzijde van het plangebied

2.2

TOEKOMSTIGE SITUATIE

De toekomstige woningen zijn zorgvuldig ingepast binnen de bestaande bebouwingstructuur. Bij de verkaveling is aangesloten op het regime van lichtversprongen rooilijnen. Als gevolg van de beschermingszone rond dijklichamen en de beoogde hoogte van het vloerpeil van de woningen, dient de uiterste voorgevelrooilijn op een afstand van minstens 7 meter uit de kant van de weg komen te liggen. De afstand tot de weg ten opzichte van de bestaande bebouwing neemt iets toe, maar dit doet niets af aan het algehele straatbeeld. Door de woningen op een iets grotere afstand van de weg te situeren, kan het vloerpeil op de begane grond worden verlaagd tot circa 25 cm boven het niveau van de weg. Hierdoor wordt aangesloten op het bestaande straatbeeld ten opzichte van het niveau van de entree en de voortuin. Onderstaande afbeelding toont een indicatie van het stedenbouwkundig ontwerp ten opzichte van de bestaande situatie.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 8

Figuur 2.7: Indicatief stedenbouwkundig ontwerp

De nieuwe woningen worden gebouwd met een maximale inhoud van 715 m3, zoals gebruikelijk in het buitengebied van Ouderkerk aan den IJssel. Door de vrijstaande woningen op enige afstand vanuit de perceelsgrens te realiseren, ontstaat een passende mate van openheid in de bebouwingstructuur langs de dijk. Door de onbebouwde ruimte worden tussen de woningen doorzichten op de rivier gecreëerd.

2.2.1 Programma Het voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van vier nieuwe vrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken. Alle woningen worden voorzien van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Ten behoeve van deze nieuwe woningen wordt het plangebied grotendeels bestemd tot wonen. De bestemming voorziet in meerdere bouwvlakken, waarbinnen in totaal maximaal vier vrijstaande woningen zijn toegestaan. Binnen het bouwvlak zijn hoofdgebouwen toegestaan met een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 9 meter. De woningen kennen een maximale inhoudsmaat van 715 m3. Aan de straatkant worden zeven openbare (langs)parkeerplaatsen gerealiseerd.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 9

2.2.2 Verkeer en parkeren De woningen zijn direct ontsloten op de IJsseldijk Noord, waarbij ieder perceel wordt voorzien van een eigen inrit. De IJsseldijk Noord heeft al een functie als ontsluitingsweg voor de aanliggende woningen en bedrijven. Op basis van de CROW 744 geldt per woning een dagelijkse verkeersgeneratie van 8,6 motorvoertuigbewegingen. Dit zorgt voor een beperkte toename van 25,8 motorvoertuigbewegingen (enkel voor de nieuw te bouwen woningen). Deze verkeerstoename gaat in op het heersende verkeersbeeld van de IJsseldijk Noord en omliggende wegen. Gezien de beperkte aard en omvang van de ontwikkeling geldt dat deze geen invloed heeft op de bestaande verkeerstructuur ter plaatse. De ontwikkeling voorziet in haar eigen parkeerbehoefte. Per woning worden tenminste twee parkeerplaatsen op eigen perceel gerealiseerd. Daarnaast voorziet het plan in zeven openbare parkeerplaatsen, die zijn bestemd voor passanten en bezoekers van omwonenden. In de huidige situatie wordt veelvuldig aan de doorgaande route van de IJsseldijk Noord geparkeerd. Om deze reden zijn binnen het plangebied extra parkeerplaatsen gerealiseerd om de parkeerdruk in de directe omgeving terug te dringen.

Volgens het ‘Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard’ dient bij nieuwe ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden gerealiseerd, overeenkomstig het bepaalde in de CROW-publicatie 317 (oktober 2012) en diens rechtsopvolger(s). Op basis van de CROW-publicatie 744 is de parkeernorm, voor een vrijstaande woning in een niet stedelijk buitengebied, 2,8 parkeerplaatsen (inclusief bezoekers) per woning. Voor 4 woningen dienen 11,2 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Binnen de ontwikkeling is rekening gehouden met de realisatie van minimaal 15 parkeerplaatsen (8 op eigen terrein en 7 openbare toegankelijk) gerealiseerd, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. Daarnaast is ter plaatse van het plangebied een ‘erfdienstbaarheid van weg’ gevestigd ten behoeve van de ontsluiting van het perceel IJsseldijk 123. De erfdienstbaarheid is gericht op een strook grond direct tegen over de, bij dit perceel behorende, uitrit aan de IJsseldijk Noord. De betreffende strook grond heeft een breedte van 1,5 meter en een lengte van 7,5 meter. De hier geldende erfdienstbaarheid is opgenomen om een draaicirkel mogelijk te maken bij het in- en uitrijden van de dijk. Het profiel van de dijk is immers relatief smal.

De beschreven erfdienstbaarheid is opgenomen in de koopakte van het betreffende perceel (sectie B 3340) en kadastraal opgenomen onder deel 710, nummer 3551 alsmede 9501, nummer 40. De onderstaande afbeelding geeft een indicatief beeld van het deel waarop de erfdienstbaarheid berust.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 10

Figuur: 2.8 Indicatie locatie strook erfdienstbaarheid

Op basis van de watervergunning geldt dat binnen een strook van 5 meter uit de kant van de weg (IJsseldijk-Noord) geen bouwwerken mogen worden opgericht. In de regels van het bestemmingsplan is dit vertaald in een bouwverbod tot 5 meter uit de voorste perceelgrens. Verder is de strook opgenomen binnen de bestemming ‘Verkeer’ en vormt straks onderdeel van de woonpercelen maar blijven wel openbaar toegankelijk. Het voorliggend bestemmingsplan staat voortzetting van deze erfdienstbaarheid niet in de weg. 2.2.3 Beeldkwaliteit Ten behoeve van de in dit plan beschreven woningbouwontwikkeling, is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan is als bijlage toegevoegd aan het voorliggende bestemmingsplan. Het beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan geactualiseerd vastgesteld en in de plaats gesteld van het eerder vastgestelde beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. De uitgangspunten met betrekking tot de beeldkwaliteit zijn onverminderd van toepassing en als toetsingskader geldend bij de verdere uitwerking van de bouwplannen (omgevingsvergunning). In het beeldkwaliteitsplan is aangegeven dat de nieuwe woningen als vrijstaande woningen dienen te worden opgericht en zich voegen binnen het bestaande straatbeeld van het veelal oorspronkelijke dijkbebouwingslint.

De woningen dienen op minimaal 5 meter vanaf de zijkant vanaf de rand van het wegdek te worden geplaatst, waarbij tevens rekening wordt gehouden met een vrijwaringszone van 15 meter vanaf de bestaande waterkant. De nieuwe woningen krijgen een ‘eenvoudige’ bouwmassa van één bouwlaag met herkenbare (eenduidige) kapvormen, waarbij de voorkeur uitgaat naar een zadelkap. Om aan te sluiten bij de bestaande bebouwingskenmerken dient een divers beeld in kaprichtingen te ontstaan, waarbij het van belang is dat minimaal één, liefst twee woningen een nokrichting haaks op de dijk heeft.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 11

In het beeld van vier vrijstaande woningen zullen twee woningen qua materialisering en geveluitwerking extra aandacht krijgen, als het ware de ‘hoofdwoningen’ op dit terrein. Het beeld van een (bedrijfs-/ ‘steenplaats’) woning met ‘bijgebouwen‘ kan hier als thema worden gezien. De twee ‘hoofdwoningen’ krijgen bij voorkeur een meer traditioneel uiterlijk met gemetselde gevels met rode of rood/gele baksteen. Het terrein krijgt hiermee een zekere ordening. De andere twee woningen zullen qua geveluitwerking en –bekleding een meer eigentijdse uitstraling krijgen, binnen het kader van eenvoudige massa’s met herkenbare (zadel)kap. Hierbij is een strakke detaillering mogelijk, toepassing van zwarte houten delen enzovoorts. De bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en ondergeschikt aan de hoofdmassa. Uitbreidingen van de hoofdmassa met aanbouwen en dakkapellen is toegestaan, mits ze worden vormgegeven als ondergeschikt element of ze worden opgenomen in de hoofdmassa. Het is niet toegestaan om meerdere hoofdmassa’s samen te voegen door het toepassen van luifels of andere geveltoevoegingen.

Referentiebeeld traditionele uitstraling

Referentiebeeld traditionele uitstraling

Referentiebeeld moderne woning

Referentiebeeld moderne woning

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 12

2.2.4 Duurzaamheid Binnen de bouwsector liggen vergaande ambities om enerzijds de bouwelementen te ‘verduurzamen’ en anderzijds om middelen/maatregelen aan te bieden om het energieverbruik van de bebouwing en de toekomstige bewoners terug te dringen. Door middel van een aantal concrete maatregelen wordt invulling gegeven aan de verbetering van een aantal in het gebied voorkomende kwaliteiten. In het plan worden onder andere de volgende concrete maatregelen genomen: 

      

Er is ruimte om de dakvlakken op de zon te oriënteren. De meest optimale oriëntatie voor de zonnepanelen is een dakvlak naar het zuiden, maar bij een dakhelling van 40 graden gericht op het westen of oosten is nog steeds een opbrengst van 80% ten opzichte van de maximale opbrengst van een dak gericht op het zuiden te behalen. De nieuwe woningen zijn gasloos. Voor de energievoorziening van de woning wordt geheel of gedeeltelijk gebruik gemaakt van zonnepanelen. Bij het ontwerpen van de woning wordt een gezond binnen klimaat gecreëerd door optimale ventilatie. Bij bouwmaterialen wordt aandacht besteed aan het toepassen bouwmaterialen die minder milieubelastend zijn. Het bouwafval wordt zoveel mogelijk beperkt en gescheiden ingezameld. De tuin wordt niet volledig verhard. Voor de daken wordt naast het toepassen van zonnepanelen gekeken naar de mogelijkheid tot de aanleg van groene daken. De drempel van de woningen worden voldoende hoog aangelegd om wateroverlast te voorkomen.

Voorliggend bestemmingsplan biedt voldoende flexibiliteit en kansen om de diverse bestaande en toekomstige duurzame technologieën toe te kunnen passen.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 13

3.0

BELEID

Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de verschillende overheden voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben opgesteld. Ten eerste het rijksbeleid, vervolgens het provinciale beleid en tot slot het gemeentelijke beleid. De relevante beleidsstukken zijn beschreven, waarna is toegelicht in hoeverre onderdelen hiervan betrekking heeft op voorliggende ontwikkeling.

3.1

RIJKSBELEID

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen, geeft richting op vier prioriteiten en maakt keuzes. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten:    

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonden steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)

Toetsingskader Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 14

In het Barro zijn onder meer rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, buisleidingen, primaire waterkeringen, erfgoederen, kustfundamenten en diverse concrete nationale ruimtelijke projecten zoals het Project Mainportontwikkeling Rotterdam, aangewezen als nationaal belang. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Beoordeling en conclusie De Hollandsche IJssel wordt aangemerkt als een rijksvaarweg met classificatie CEMT-klasseVa, waardoor ter hoogte van het plangebied op grond van het Barro een ‘vrijwaringszone’ geldt. In paragraaf 4.7s nader toegelicht hoe in het voorliggende bestemmingsplan is geanticipeerd op deze en andere verplichtingen in relatie tot de waterwegen.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)

Toetsingskader Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet aan de volgende voorwaarden voldoen: a. De toelichting bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; b. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet het plan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt gezien het bepaalde in artikel 1.1.1 Besluit ruimtelijke ordening: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Onder het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ vallen onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport, leisure en accommodaties voor recreatie. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 15

Beoordeling en conclusie Het is van belang om bij de vaststelling van bestemmingsplannen e.d. de ladder voor duurzame verstedelijking juist toe te passen. Maar voordat daaraan wordt toegekomen, moet worden bezien of de ladder wel van toepassing is. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinschalige ontwikkelingen. De grens van een stedelijke ontwikkeling is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3.) Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van vier woningen. Dit is geen stedelijke ontwikkeling, zoals benoemd in de eerste stap van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Verdere toetsing aan de ladder duurzame verstedelijking is daarom achterwege gelaten.

3.2

PROVINCIAAL BELEID

Toetsingskader Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn per 1 april 2019 in werking getreden. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft de provincie richting door het maken van samenhangede beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. De provincie heeft twaalf provinciale opgaven voor de omgevingskwaliteit geformuleerd namelijk: 1. 2. 3.

4. 5.

6.

Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteiten van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; Het zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijke en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier kunnen recreëren; Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond;

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 16

7. 8. 9. 10. 11. 12.

Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken; Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; Versterken van vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorzieningen me een minimale uitstoot van broeikasgassen.

De provincie voorziet op regionaal niveau in voldoende en passende woningen voor verschillende doelgroepen. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebieden. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stad- en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid expliciet mee te wegen. Echter hoeft en kan niet alle vraag naar wonen en werken worden opgevangen binnen bestaand stad- en dorpsgebied (BSD). Een randvoorwaarde bij beter benutten van de leefomgeving is dat de kwaliteit in de bebouwde ruimte behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt. Ook de kwaliteit van de groene ruimte kan aanleiding zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren door middel van het toevoegen van stedelijke functies. Kleinschalige stedelijke ontwikkelingen kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaandstads- en dorpsgebieden of bebouwingslinten. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaat robuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatveranderingen en bodemdaling.

De provincie zet erop in dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitskaart toont in vier lagen de gebiedskenmerken en kwaliteiten die de provincie belangrijk vindt. Het beleid gaat ervan uit dat ruimtelijke ontwikkelingen in zowel het stedelijk als landelijk gebied mogelijk zijn, mits sprake is van behouden of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 17

Op basis van de kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als veen(weide)landschap, de linten en rivierdijken (rivierdeltalandschap). Afbeelding 3.1 toont een uitsnede van de kwaliteitskaart met het plangebied.

Figuur 3.1: Uitsnede kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland met ligging plangebied in het rood

De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde wateringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap tussen deze structuren is weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn smalle kavels, vele sloten met hoogwater peil en overwegend grasland als bodemgebruik. Agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen het (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kaders en dijken en de zichtbaarheid van het water in de vorm van sloten, weteringen en boezem. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoort daarbij tot de mogelijkheid. De provincie heeft wat betreft de veengebieden een aantal richtpunten opgesteld namelijk: 

Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden;

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 18

   

Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van de kenmerkende landschapselementen; Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en liggen op ruimte afstand van elkaar.

De linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Er kunnen verschillende typen linten onderscheiden worden namelijk: dijklint, polderlint en boerenervenlint. De provincie hanteert de volgende richtpunten:  

Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvormen in het gebied; Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkeling blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint houdt zijn eigen gezicht.

Kenmerken voor de rivierdijken zijn de lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water. De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpelijk houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing afwisselend open-dicht ect. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Concreet gelden de volgende drie richtpunten: 

Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweide polders; Behouden van doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap; Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 19

Ontwikkelingen dragen bij aan het behouden en herstel van de openbaarheid van oevers;

Beoordeling Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft. Met het initiatief wordt een kleinschalige ontwikkeling aan het bebouwingslint aan de IJsseldijk-Noord mogelijk gemaakt. De ontwikkeling draagt bij aan de realisatie van een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig ensemble van bebouwing, die aansluit op het bestaande bebouwingslint (zie ook paragraaf 2.2 toekomstige situatie). De ontwikkeling bestaat uit het herbouwen van één bestaande woning en de realisatie van drie nieuwe vrijstaande woningen. In de planregels is geborgd dat een minimale afstand van het hoofdgebouw tot de perceelsgrens 3 meter bedraagt. Hiermee zit minimaal 6 meter tussen de hoofdgebouwen. Bovendien is de bouw van het hoofdgebouw uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, waardoor op sommige locaties nog meer tussenruimte ontstaat. Daarnaast is met een aanduiding opgenomen dat tussen de bouwvlakken het bouwen van bijgebouwen niet is toegestaan. Hierdoor blijft altijd een gedeelte van de grond onbebouwd en blijven de opendoorzichten vanaf de dijk gehandhaafd. Met betrekking tot de openbaarheid van de oevers, geldt dat in de bestaande situatie geen sprake is van openbaarheid.

De gronden zijn al jaren in eigendom van de initiatiefnemer, waarbij een gedeelte van het terrein tijdelijk in gebruik is genomen als parkeervoorziening. Met de ontwikkeling is wel rekening gehouden met de beleefbaarheid van het water met doorzichten. Om het initiatief mogelijk te maken worden damwanden voorgestaan om het hoogteverschil op een goede manier te kunnen overbruggen. Bovendien moet de constructie grond kerend werken, waardoor de toepassing van een natuurlijke oever niet voldoende uitkomst biedt. In de bestaande situatie is tevens sprake van de toepassing van damwanden. In 2018 is voor het plaatsen van de wanden een vergunning aangevraagd bij het waterschap en deze is ook verleend. In 2021 is artikel 6.35a risico’s van klimaatverandering toegevoegd aan de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Op basis van dit artikel dient in een bestemmingsplan rekening te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. Dit gaat met name om wateroverlast door overvloedig neerslag, overstroming, hitte, droogte en bodemdaling. Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 20

Wateroverlast Wateroverlast is de overlast optreedt als gevolg van (extreme) neerslag. Er zijn meerdere factoren die samen kunnen zorgen voor deze wateroverlast. Het samenspel van voornamelijk deze factoren bepaalt in hoeverre een omgeving klimaatbestendig is. Door de provincie Zuid-Holland is in de klimaat-atlas met een rekenmodel een extreme bui gesimuleerd. Uit het rekenmodel blijkt dat op veel plekken in Ouderkerk aan den IJssel tijdens zo’n extreme bui water blijft staan op de straten en panden. Dit komt met name ook voor in het centrumgebied. Voor het plangebied geldt dat geen sprake is van overlast bij een dergelijke bui. In de toekomst wordt het regenwater direct afgevoerd naar de nabij gelegen Hollandse IJssel. Dit verlaagt de druk op het gemeentelijk waterstelsel en heeft een positief effect op de grondwaterstand. Met voorgenomen ontwikkeling is hiermee rekening gehouden. Er wordt groen en water aan het plangebied toegevoegd. De groene tuinen hebben als eigenschappen het bufferen en vertragend afvoeren van hemelwater, bevorderen de verdamping en draagt bij aan biodiversiteit en zuiveren de lucht (omzetten van CO2 en binden fijn stof). Verder wordt verharding bij de parkeerplaatsen beperkt door het toepassen van waterdoorlaatbare verharding. Overstroming Overstroming zorgt ervoor dat water op plekken staat die gewoonlijk niet onder water staan.

Het gaat hierbij om overstroming vanuit rivieren, meren of zeeën. De kans op en de gevolgen van een overstroming variëren sterk per plek en daarom is er sprake van maatwerk. Voor de locatie geldt dat deze in de klimaateffect-atlas van de provincie ZuidHolland is aangemerkt als licht kwetsbaar tot 0,2. Op deze kaart geldt voor de bestaande bebouwing dat ervan is uitgegaan dan bij overstroming waarschijnlijk sprake is van één droge verdieping. De gevolgen van een eventuele overstroming blijven hierdoor beperkt. Bovendien wordt de bestaande waterkering verbreed en een groot deel van het plangebied wordt opgehoogd tot het peilniveau van de dijk. Dit is in de planregels via een voorwaardelijke verplichting ook geborgd. Hitte Het thema hittestress gaat om de (nadelige) gevolgen door toegenomen hitte en speelt met name in stedelijk gebied. Het plangebied ligt buiten het stedelijk gebied tegen het water. Dit water heeft een verkoelend effect op omgeving. Daarnaast zorgt het openlandschap ervoor dat koele lucht zich in het plangebied kan verspreiden. Aanvullend geldt dat bomen, door het geven van volop schaduw, ook voor koelte zorgen en bij kunnen dragen aan het voorkomen van extreme hitte.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 21

Door bomen voor bebouwing te plaatsen wordt voorkomen dat zonlicht de bebouwing bereikt. De stenen van bebouwing warmen immers sneller op en de warmte blijkt ook makkelijker hangen. Door koelere lucht te verspreiden (ventileren) en verkoeling te bieden door groen en stromend water wordt de kans op hittestress verminderd. Bomen en vegetaties op het vooren achtererf (binnentuin) koelen de lucht door het leveren van schaduw en door verdamping van water via de bladeren. Het vastgehouden water wordt geleidelijk aan de atmosfeer afgestaan wat een gunstig effect heeft op temperatuurschommelingen, hierdoor vermindert de hittestress of het ‘hitte-eiland’-effect in het gebied. Droogte Als er meer water verdampt dan dat er bijkomt, ontstaat droogte. Het berekenen van de droogte gaat op basis van de hoeveelheid regen die valt min de verdamping hiervan. verhoogde watervraag en toenemende watertekorten. Dit heeft een langdurig effect op grond- en oppervlaktewaterstanden. In stedelijke gebieden kan dit leiden onder andere leiden tot schade aan funderingen, verdroging van groen, een slechtere oppervlaktewaterkwaliteit, versnelde bodemdaling en hittestress. Naar verwachting zullen tot 2050 steeds vaker droge perioden voorkomen en langer duren. Vooral in de zomer kan de grondwaterstand lokaal dalen.

De mate en duur van lage grondwaterstanden is sterk afhankelijk van bodemtype, grondgebruik en de afstand tot de dichtstbijzijnde (peilgereguleerde) waterloop. Het plangebied ligt binnen het zogenaamde ‘slagenlandschap’. Dit landschap wordt gekenmerkt door een (zeer) hoge grondwaterstand. De beperkte toename van het verharde oppervlak heeft geen invloed op de grondwaterstand. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden voor de afvoer van water direct naar het oppervlaktewater. Het beoogde hoogteverschil op de percelen zorgt ervoor dat het hemelwater direct afstroomt richting het oppervlaktewater. Voor het verhogen van de grondwaterstand, c.q. minimaal gelijk houden, behoren ook lokale oplossingen door middel van het infiltreren en/of bufferen van regenwater door groen. De ontwikkeling is echter zo kleinschalig dat geen nader specifieke bijdrage kan worden geleverd aan het verhogen van de grondwaterstand. Met het toepassen van onder andere waterbesparende douches wordt wel een bijdrage geleverd aan waterbesparing.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 22

Bodemdaling Onder bodemdaling wordt de continue bodemdaling verstaan, die wordt veroorzaakt door oxidatie van veen, klink en, geologische processen in de diepere ondergrond. Ook de het proces waar grond onder invloed van een belasting, zoals ophoging en waterstandsdaling, wordt samengedrukt waardoor de bodem daalt valt hieronder. Op basis van de klimaateffect atlas geldt voor de locatie dat een beperkte bodemdaling van maximaal 3 tot 10 cm na 40 jaar wordt verwacht (voor beide scenario’s). Dit is een minimaal te verwachten bodemdaling. Ook de gevolgen van zetting lijken beperkt te blijven. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.

3.3

GEMEENTELIJK BELEID

3.3.1

Omgevingsvisie Krimpenerwaard

Toetsingskader De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard er uitziet. De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en een blijvend vitaal buitengebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerder en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid. De omgevingsvisie nodigt uit om samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard: waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Van 2 december 2020 tot en met 19 januari 2021 heeft de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegen. De Omgevingsvisie Krimpenerwaard is op 14 juli 2021 vastgesteld. Om de omgevings- en ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Krimpenerwaard ook voor de toekomst te borgen heeft de gemeente in de visie aangegeven wat binnen de Krimpenerwaard wordt gezien als de belangrijkste waarden. Deze waarden zijn op te delen in drie soorten waarden namelijk: waarden van heel de Krimpenerwaard, waarden per gebied en waarden van de kernen. De waarden van heel de Krimpenerwaard is op het gebied van wonen, werken en leven, gezondheid en veiligheid en landschap, cultuurhistorie en natuur.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 23

Op het gebied van wonen werken en leven gelden voor heel de Krimpenerwaard de volgende uitgangspunten:     

Rustig landelijk woonklimaat vlakbij steden; Krachtige lokale samenleving; Ondernemend karakter; Karakteristiek agrarisch zuivelgebied; Ontspannende recreatiemogelijkheden.

Op het gebied van gezondheid en veiligheid gelden de volgende uitgangspunten:    

Hechte veilige gemeenschappen; Robuuste dijken; Schone gezonde leefomgeving; Sport en beweging.

Voor wat betreft de waarden van landschap en cultuurhistorie en natuur gelden de volgende twee uitgangspunten:  

Veenweidepolder met herkenbare en waardevolle ontstaansgeschiedenis; Natuurfunctie.

De Krimpenerwaard ligt tussen drie rivieren, dicht bij stedelijke gebieden en is onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. Het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard is op de ene plek agrarisch, op de andere meer natuur en op een ander deel is er veel bedrijvigheid en toerisme. Er is goed onderscheid te maken tussen de verschillende deelgebieden met elk hun eigen waarden. Nieuwe ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten op de waarden in het gebied en deze waar mogelijk te versterken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de Lekstreek, Het land van Linten en het middengebied, de Waterlinie en de IJsselstreek. Beoordeling Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied ‘de IJsselstreek’ en kenmerkt zich als traditioneel, agrarisch en saamhorig. De volgende waarden zijn voor dit gebied van toepassing:   

Eén lang woon- en werklint langs de IJssel met lange, smalle kavels vanaf de rivierdijk; Kleinschalige, slingerende rivier met hechte gemeenschappen; Vanaf de dijk uitzicht over het landschap. Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 24

De gemeente heeft bijpassend aan deze waarden de volgende kansen geformuleerd:  

    

Maak bij ontwikkeling gebruik van het lokale erfgoed en de lokale geschiedenis; Benut gebieden zoals Veerstalblok, met een goede ontsluiting nabij provinciale wegen, voor ontwikkeling van werkgebieden. Dit geeft ruimte om bestaande bedrijvigheid op slecht ontsloten locaties te verplaatsen; Sluit aan op het landelijk en kleinschalige karakter van het bebouwingslint; Het karakter van de Hollandsche IJsel als dynamische getijdenrivier beleefbaar maken en versterken; Herkenbaar houden van het verschil tussen het binnendijkse en het buitendijkse landschap; Combineer mogelijkheid voor recreatie met het karakteristieke landschap; Het bebouwinglint benutten als bijzonder woonmilieu.

Conclusie Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een kleinschalige ontwikkeling die past bij het landelijke karakter van het bebouwingslint. Daarnaast wordt door de vrijstaande woningen op enige afstand vanuit de perceelsgrens te realiseren een passende openheid gecreëerd met doorzichten op de rivier, waardoor het landschap beleefbaar wordt gemaakt. De ontwikkeling is in lijn met de omgevingsvisie.

3.3.2

Nota ruimtelijke kwaliteit

Toetsingskader Op 1 januari 2015 zijn de gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist samengevoegd tot de gemeente Krimpenerwaard. Het welstandsbeleid van de voormalige gemeenten is met de nota ruimtelijke kwaliteit geïntegreerd en waar nodig geactualiseerd. Het doel van de toets op de ruimtelijke kwaliteit is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger en ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat het een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Daarbij is het van belang dat aanvrager door middel van de nota ruimtelijke kwaliteit van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de boordeling en bespreking van plannen. Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 25

Het beleid geeft gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische waarden een rol te geven bij ontwikkelingen.

Beoordeling Het plangebied is aangeduid als ‘bijzonder niveau’ op de niveaukaart Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard. Voor deze gebieden geldt dat het uiterlijk van de bebouwing belangrijk is voor de identiteit van de Krimpenerwaard. Dit zijn onder meer beschermde gezichten, de dorpskernen, diverse polderlinten en delen van de ijklinten langs IJsel en Lek. In deze gebieden is inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van kwaliteit gewenst. Ter ondersteuning van de van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden ter onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Voor het plangebied geldt dat deze is aangeduid als ‘ontwikkelingskader’ gelegen in het gebied ‘Hollandsche IJssel’. Ontwikkelingskaders zijn locaties waar een beeldkwaliteitsplan geldt. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de gebiedenkaart.

Figuur 3.1: Uitsnede Gebiedenkaart Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard met plangebied in rode omlijning

De linten langs de Hollandsche IJssel hebben een bijzonder welstandsniveau. De waarde is in ieder geval gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lint- en dijkbebouwing. Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 26

Tijdens de ontwikkeling van het plangebied zijn de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan aanvullend van toepassing op de gebiedsbeschrijving en criteria. Na oplevering vervalt het beeldkwaliteitsplan en worden de relevante criteria uit de nota ruimtelijke kwaliteit van toepassing. De nota beschrijft het plangebied als ‘Dikke Boom Ouderkerk aan den IJssel’: een braakliggend buitendijks terrein dat wordt ingevuld met vier vrijstaande woningen die in massa en uitwerking aansluiten op de kenmerken van het dijklint. In de uitwerking wordt aangesloten op de in de omgeving gangbare ordening van een hoofdgebouw met een bijgebouw. De twee hoofdwoningen krijgen een traditionele uitstraling, terwijl de overige woningen worden uitgewerkt als bijgebouw in de vorm van eenvoudige schuurvormige hoofdmassa’s en met een meer eigentijdse strakke uitwerking. Conclusie Voor het initiatief geldt dat deze zorgvuldig is in gepast in de omgeving en een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit, waarbij het karakter van de lintbebouwing wordt behouden. Daarnaast zijn de uitgangspunten van het bijbehorende beeldkwaliteitsplan van toepassing. In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is nader toegelicht hoe het plan wordt ingepast in de omgeving en de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan. Het initiatief is hiermee in lijn met de nota Ruimtelijke kwaliteit.

3.3.3

Woonvisie Krimpenerwaard; Kerngericht!

Toetsingskader De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid in de gemeente Krimpenerwaard. De trends en ontwikkelingen vragen een heldere strategische koers op het gebied van wonen in de Krimpenerwaard. De koers is uitgewerkt in vijf thema’s namelijk: 

  

De Krimpenerwaard gaat voor een uitstekende en onderscheidend woon, leef- en vestigingsklimaat voor bestaande en nieuwe inwoners en bedrijven. Daarbij is aandacht voor verbetering van de bereikbaarheid van de Krimpenerwaard; Voldoende beschikbare en betaalbare woningen met een kwaliteitsniveau dat voldoet aan de wensen van de huidige bewoners en de potentiële instromers; Terugdringen van het energieverbruik en energielasten in de Krimpenerwaard en ook inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving; De Krimpenerwaard biedt inwoners met zorgbehoefte en kwetsbare inwoners een passende woonplek in een geschikte woonomgeving met de gewenste bijbehorende ondersteuning; Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 27

De kernen vormen in hun onderlinge samenhang de ‘verschillende gezichten van de Krimpenerwaard’. Profilering en ontwikkeling van de kernen krijgt invulling op basis van kwaliteiten van kernen, waarbij de huidige inwoners als primair belanghebbende de hoofdrol spelen.

Beoordeling en conclusie Om meer woningen beschikbaar te krijgen wil de gemeente de doorstroming bevorderen. Er dient te worden gezorgd voor een blijvende dynamiek op de woningmarkt om doorstroming in stand te houden en door te blijven investeren. Dit wil de gemeente doen door het toevoegen van aantrekkelijke woningen en het verleiden van inwoners. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van vier vrijstaande woningen van het hogere segment, waardoor het bijdraagt aan de doorstroming op de woningmarkt.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 28

4.0

OMGEVINGSASPECTEN

Voor het ontwikkelen en in stand houden van een leefbare en duurzame gemeentes dient bij ruimtelijke planvorming rekening te worden gehouden met de milieu- en omgevingsaspecten die door het plangebied en of de omgeving hiervan worden opgelegd. Door rekening te houden met deze aspecten kan een goed leefklimaat worden ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het plangebied nader toegelicht.

4.1

BODEM

Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ontwikkelingen de bodemkwaliteit te worden beschouwd. Bij ruimtelijke plannen met een functiewijziging dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie die ter plaatse wordt beoogd. Middels een verkennend bodemonderzoek wordt inzicht verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling Verkennend bodemonderzoek Door Linge milieu bv is een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest (2015) uitgevoerd om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Naar aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is een actualisatie-bodemonderzoek inclusief asbest (2020) uitgevoerd. De rapporten zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoeken wordt het volgende geconcludeerd: -

De bodem van met name het noordelijk deel van het terrein bestaat tot 0.5 á 1.5 mmv uit puin of puin houdende grond. Daar bevindt zich vanaf 0.5 á 1.5 m-mv klei, mogelijk de oorspronkelijke bodem. Op het zuidelijk deel van het schiereiland is de bodem zandig. Er is visueel nergens asbest gevonden in of op de bodem.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 29

-

In twee bovengrond-mengmonsters van boringen op het noordelijk deel van het terrein zijn zink en PCB's boven de interventiewaarde verhoogd. De sterk puin houdende bovengrond van het noordelijk deel van het terrein is bij het onderzoek van 2015 niet geanalyseerd. Het gehalte aan puin in de toen bemonsterde bovengrond is vastgesteld op meer dan 50% bodemvreemd. In de boringen van onderhavig onderzoek is dat geschat op 50% of minder. Conclusie van het onderzoek is dat de bovenlaag van het noordelijk terrein puin houdend is met delen (ruim) boven de 50% en plaatselijk minder dan 50%.

Ernst en omvang verontreiniging zink en PCB's Bij het onderzoek van 2015 lag het hoogst gemeten zinkgehalte in de bovengrond boven de tussenwaarde. Voor Pcb’s zijn destijds geen tussenwaarden overschreden. Toen is geconcludeerd dat er geen sprake is van een ernstig geval van verontreiniging. Het criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigd grond van tenminste 25 m³. Over de ernst en omvang van de verontreiniging kan het volgende worden opgemerkt. I.

II. III.

Gezien de aanwezigheid van twee interventiewaarde-overschrijdingen voor zink wordt aangenomen dat de sterk puin houdende bovengrond heterogeen verontreinigd is met het metaal. In deze laag kunnen ook PCB's sterk verhoogd zijn. Deze verontreiniging is geheel gerelateerd aan het puin. Het volume aan sterk verontreinigde bovenlaag is vermoedelijk groter dan 25 m³, al dan niet aaneengesloten. In de Circulaire bodemsanering is opgenomen dat grond met meer dan 50% verontreiniging niet meer als bodem moet worden beschouwd. De toetsingscriteria achtergrond- en interventiewaarde zijn dan ook niet meer van toepassing. Het gehalte aan bodemvreemd in de (boven)grond van het noordelijk deel van het schiereiland varieert van 10 tot 100%. De kwalificatie van de verontreiniging met zink en PCB's als ernstig geval is daarom discutabel.

Zuidelijk terrein Er staan 6 boringen op het zuidelijk terrein. Bij het onderzoek in 2015 en 2020 worden daar in de bovengrond geen interventiewaarden overschreden. PFAS PFAS- componenten zijn wel meetbaar verhoogd in de bovengrond, maar er worden voor deze stoffen geen Achtergrondwaarden overschreden. Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 30

Asbest Asbest is zowel visueel als analytisch niet aangetroffen. Bij het onderzoek in 2015 is op één locatie asbest boven de interventiewaarde van 100 mg/kg ds aangetoond, halverwege het terrein. De conclusies van het onderzoek van 2015 hoeven op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek niet gewijzigd te worden. Conclusie, aanbevelingen Het hele terrein gaat voor de ontwikkeling met woningen tenminste 1.5 meter wordt opgehoogd. Het vaststellen van de exacte omvang van de verontreiniging met PCB's en zink in de bovengrond van puin of puin houdende grond is daarmee wat minder van belang. Door de lokale overschrijding van de interventiewaarde is het wel aanbevelenswaardig voor de ontwikkeling, het opbrengen van (schone) grond, een BUS-melding te verrichten. Dit bij wijze van worst case-benadering. Door Linge Milieu bv is een BUS-melding bij de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) ingediend voor het plangebied. Per brief van 9 april 2021 heeft de ODMH aangegeven dat een BUS-melding niet noodzakelijk is en derhalve niet in behandeling is genomen. In juli 2021 is de asbesthoudende half-verharding ter hoogte van de IJsseldijk Noord 121 gesaneerd.

Het verdachte puin is direct afgevoerd, er is geen tijdelijk depot gecreëerd. De ontgraving is aangevuld met schone grond.

Stantec | Bestemmingsplan Dikke Boom 31

4.2

LUCHT

4.2.1

NIMB

Toetsingskader Luchtkwaliteit is geregeld in de Wet milieubeheer. Een specifiek onderdeel van deze wet is de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Hierin is bepaald wanneer de mate van de bijdrage aan de luchtverontreiniging verwaarloosbaar klein is. In zo'n geval hoeft een project niet langer meer getoetst te worden, ongeacht of in de huidige situatie al sprake is van een overschrijding van grenswaarden. Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. De NIBM-regeling van 3% is gekoppeld aan de vaststelling van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) omdat in dit programma hiervoor maatregelen tegenover staan die het tijdig behalen van de grenswaarden waarborgen. Beoordeling Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over, bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=9d3f1958-18bd-4c5a-a291-10a05be9e648