CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl 2 - Wijzigingstabel verordening

Raadsvergadering 2 november 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Eerste wijziging Verordening Werk, Participatie en Inkomen6.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WIJZIGINGSTABEL VERORDENING – ter informatie

Huidige Verordening

Nieuwe Verordening

Toelichting

Hfst 3 – Werken en participatie 3.1 Doelgroep De gemeente helpt de volgende inwoners op weg naar werk: 1. inwoners met een gemeentelijke uitkering die niet op eigen kracht en met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunnen vinden. 2. inwoners die geen hulp kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per geval beoordeelt de gemeente of er hulp wordt gegeven. 3. jongeren tot 27 jaar die geen werk en geen havo­ of vwo­diploma of mbo­diploma vanaf niveau 2 hebben. De gemeente helpt hen een passende opleiding of algemeen geaccepteerde arbeid te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg. 4. Statushouders, in combinatie met een taaltraject.

3.1 Doelgroep Ongewijzigd

3.2 Samenwerking De gemeente werkt samen met UWV, regio­gemeenten en andere organisaties om inwoners te helpen algemeen geaccepteerde arbeid te vinden.

3.2 Samenwerking Ongewijzigd

1

De gemeente zorgt ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen, werk willen aanbieden. 3.3 Budget De gemeente kan voor de verschillende soorten voorzieningen budgetplafonds vaststellen. Een budgetplafond is het maximale bedrag dat de gemeente aan een bepaalde soort voorziening per kalenderjaar kan uitgeven. Als dit plafond bereikt is, verstrekt de gemeente in dat kalenderjaar geen voorziening meer waarvoor dit plafond geldt. Voor wettelijke loonkostensubsidie kan geen budgetplafond worden vastgesteld.

3.3 Budget

3.4 Geen verdringing Re-integratie en participatietrajecten mogen niet leiden tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

Schrappen en verplaatsen naar art 3.4 lid 7

Dit artikel wordt verplaatst naar het nieuwe artikel 3.4 lid 7: Algemeen (voorzieningen werk en participatie)

3.5 Voorzieningen – Werk en Participatie 1. De gemeente stemt de hulp aan de inwoner af op de positie op de arbeidsmarkt. Voor inwoners met een grote kans op betaald werk wordt andere hulp ingezet dan voor inwoners met een kleine kans op betaald werk. 2. De gemeente biedt hulp aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk. Voorzieningen die kunnen worden ingezet zijn: • detacheringsbaan • proefplaatsing • werkervaringsplaats

Artikel 3.4 Algemeen: voorzieningen werk en participatie 1. De gemeente stemt de hulp aan de inwoner af op de persoonlijke situatie en op de positie op de arbeidsmarkt. 2. De gemeente beoordeelt per inwoner of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit het geval is, beoordeelt de gemeente welke voorziening zij inzet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar een aantal factoren, zoals de omstandigheden van de inwoner, zijn eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget. 3. De gemeente biedt hulp aan in de vorm van voorzieningen, zoals diensten, geld of goederen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van werk. De gemeente kan nadere regels,

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan de modelverordening.

Ongewijzigd

Toelichting: Het huidige lid 4 wordt geschrapt: dit is inmiddels opgenomen in de wet inburgering.

2

• sociale activering • participatieplaats • beschut werk • hulp op de werkplek van een jobcoach • werkgeverspremie • loonkostensubsidie • uitsplitsing van taken • ondersteuning leer- werktraject • solliciteren • scholing • kinderopvang • andere voorzieningen en vergoedingen • uitstroompremie 3. De gemeente beoordeelt per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit het geval is, beoordeelt de gemeente welke voorziening zij inzet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar een aantal factoren, zoals de omstandigheden van de inwoner, zijn eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget. 4. De gemeente biedt de statushouders duale trajecten aan met een passende leerroute en een passende participatieroute.

voorwaarden en verplichtingen verbinden aan de voorzieningen. 4. De gemeente kan een voorziening weigeren als: a. de inwoner aan wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de inwoner onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de inwoner een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 5. De gemeente kan een voorziening beëindigen als: a. de inwoner die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ niet nakomt; b. de inwoner niet meer behoort tot de doelgroep; c. de inwoner algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening die in deze verordening genoemd is. Inwoners die vallen onder artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Participatiewet zijn uitgezonderd. d. de voorziening niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening niet meer geschikt is voor de inwoner die gebruik maakt van de voorziening; f.

de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

3

6. De gemeente biedt de goedkoopst passende voorziening aan. Zij houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn. Zij stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de inwoner. De gemeente houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en legt dit vast in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet. 7. Re-integratie en participatietrajecten mogen niet leiden tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 3.8 Werkervaringsplaats 1. De gemeente kan een inwoner een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is om inwoners met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. 3. De werkervaringsplaats is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de werkzaamheden. 4. De werkgever zorgt ervoor dat de inwoner meer vaardigheden en/of kennis van het vakgebied opdoet. 5. De werkervaringsplaats duurt maximaal 6 maanden.

Artikel 3.5 Werkstage 1. De gemeente kan een inwoner een werkstage gericht op werk aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. De werkstage wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 4. In de overeenkomst wordt ook vastgelegd wat het doel is van de werkstage en op welke wijze de begeleiding plaatsvindt

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan de modelverordening.

3.9 Sociale activering

3.6 Sociale activering Ongewijzigd

Vernummeren

Toelichting: Dit artikel komt in de plaats van het huidige artikel 3.8 werkervaringsplaats. De werkstage is de nieuwe benaming De werkstage kan twee doelen hebben. Op de eerste plaats kan het gaan om het opdoen van specifieke werkervaring. Dit is vergelijkbaar met de zogenaamde ‘snuffelstage’, waarbij een persoon de gelegenheid krijgt om te bezien of het soort werk als passend kan worden beschouwd. Op de tweede plaats kan het gaan om het leren werken in een arbeidsrelatie. In de werkstage kan een persoon wennen aan aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met collega’s.

4

1. De gemeente kan een inwoner die een kleine kans heeft op werk zinvolle activiteiten aanbieden die de inwoner dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. 2. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. 3. De gemeente stemt de duur van de activiteiten af op de mogelijkheden van de inwoner. 3.6 Detacheringsbaan 1. De gemeente kan een inwoner via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de werkgever en de inlenende organisatie, en in een andere overeenkomst tussen de inlenende organisatie en de inwoner. 2. De duur van het dienstverband bedraagt maximaal 36 maanden. 3. Het doel van een detacheringsbaan is dat de inwoner na afloop in dienst komt van de werkgever.

3.7 Detacheringsbaan Ongewijzigd

Vernummeren

3.18 Scholing De gemeente kan een inwoner scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap te zetten naar passend werk voor een langere periode. De scholing kan niet voltijds zijn en duurt niet langer dan nodig is. De scholing wordt alleen aangeboden aan inwoners die geen recht (kunnen) hebben op een andere (voorliggende) voorziening, zoals studiefinanciering. De hoogte van de kosten van scholing moeten in verhouding te staan tot de kansen op het verkrijgen van werk. Dit wordt door de gemeente beoordeeld 3.10Participatieplaats

3.8 Scholing Ongewijzigd

Vernummeren

3.9 Participatieplaats Wijzigen lid 1:

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan de modelverordening

5

1. De gemeente kan een inwoner met een gemeentelijke uitkering die een kleine kans heeft op werk en voorlopig niet aan het werk kan, een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. 2.De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 3. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het gaat hierbij om additionele werkzaamheden. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht. 4. De inwoner kan na iedere zes maanden een premie van € 100,- ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De gemeente beoordeelt dit.

De gemeente kan een inwoner met een gemeentelijke uitkering die een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt en voorlopig niet aan het werk kan, een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. 2. Ongewijzigd 3. Ongewijzigd 4. Ongewijzigd Toevoegen 5.De duur van een participatieplaats bedraagt maximaal 24 maanden

Toelichting: Gewijzigd: lid 1 is aangepast aan de modelverordening: een grote afstand tot de arbeidsmarkt (i.p.v. een kleine kans op werk)

3.11 Beschut werk 1. De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als UWV heeft vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. De gemeente zet zich ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat de gemeente volgens het rijk jaarlijks moet realiseren, gerealiseerd wordt. 3. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden.

Artikel 3.10 Beschut werk 1. De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan als het UWV heeft geadviseerd vast te stellen dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan zijn mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd in artikel 10b. 2. De datum van het (positief) advies van het UWV, genoemd in lid 1, is bepalend voor de volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk. 3. De gemeente kan de volgende voorzieningen aanbieden: a. Fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. Uitsplitsing van taken, of;

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan de modelverordening.

1.

Toegevoegd: lid 5 met de maximum duur van een participatieplaats, conform regionale harmonisatie

Toelichting: Toegevoegd is het aantal extra plekken dat we faciliteren en de volgorde van plaatsing vanaf de wachtlijst

6

4. Indien de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt, kan de inwoner op een wachtlijst worden geplaatst. Deze inwoner krijgt in het volgende kalenderjaar met voorrang een beschutte werkplek. Zolang er in dat volgende jaar nog geen geschikte werkplek voor de inwoner beschikbaar is, is het mogelijk dat een andere persoon voorgaat. 5. De gemeente biedt de volgende voorzieningen aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 6. De gemeente kan inwoners die in aanmerking komen voor beschut werk voorzieningen aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maken. Het gaat om de volgende voorzieningen: a. sociale activering; b. arbeidsmatige dagbesteding; c. vrijwilligerswerk; d. scholing.

c. Aanpassingen in de wijze van de werkbegeleiding, het werktempo of de arbeidsduur. 4. De gemeente kan, aan inwoners van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, de volgende voorzieningen aanbieden tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst in gaat: a. Arbeidsmatige dagbesteding b. Sociale activering zoals bedoeld in artikel 3.6 c. Scholing zoals bedoeld in artikel 3.8 d. Persoonlijke ondersteuning zoals bedoeld in artikel 3.12 5. In aanvulling op het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet, worden ten hoogste 5 additionele plekken per jaar gerealiseerd. 6. In de additionele plekken wordt bij voorrang voorzien aan jongeren van 18 tot 27 jaar, op volgorde van het (positief) advies van het UWV. Voor eventueel resterende additionele plekken wordt voorzien in volgorde van het (positief) advies van het UWV.

3.16 Ondersteuning bij leer-werktraject De gemeente kan ondersteuning bieden aan een inwoner voor wie volgens de gemeente een leer-werktraject nodig is, de ondersteuning nodig is en het een inwoner betreft: a. van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van 18 tot 27 jaar die nog geen havo­ of vwo­diploma of mbo­diploma vanaf niveau 2 hebben behaald.

3.11 Ondersteuning bij leer-werktraject Ongewijzigd

Vernummeren

7

3.21 Uitstroompremie De inwoner van 27 jaar of ouder met een kleine kans op werk die betaald werk gaat verrichten, heeft eenmalig recht op een uitstroompremie onder de volgende voorwaarden: a. De inwoner heeft een gemeentelijke uitkering die wordt beëindigd vanwege werk, en b. de inwoner heeft minimaal 12 maanden ononderbroken een gemeentelijke uitkering ontvangen, en

Artikel 3.12 Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan inwoners behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in lid 1, wordt verstrekt overeenkomstig de voorzieningen in artikel 3.16 tot en met 3.29.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

Artikel 3.13 Loonkostensubsidie voor kwetsbare werknemers 1.De gemeente kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in artikel 3.16, verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer (niet zijnde een werknemer die is opgenomen in het doelgroepregister) een arbeidsovereenkomst 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, is maximaal 50% van de loonkosten gedurende maximaal 6 maanden. 3. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen die te maken hebben met de indiensttreding van de werknemer of als het duidelijk is dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

Artikel 3.14 Uitstroompremie 1.De gemeente kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een inwoner die gedurende een aangesloten periode van 12 maanden of langer op een uitkering op grond van de wet was aangewezen en duurzaam is uitgestroomd naar algemeen geaccepteerde arbeid. 2. Onder duurzame uitstroom wordt verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van ten minste 6 maanden door

Gewijzigd

Toelichting Dit is een andere vorm van loonkostensubsidie dan die voor arbeidsbeperkten (beschut werk en garantiebaan). Het doel van de loonkostensubsidie uit art 3.13 is het bieden van compensatie voor het feit dat voor een persoon ten minste het wettelijk minimumloon moet worden betaald, terwijl de werkgever een persoon (nog) niet ten volle kan inzetten. De subsidie kan worden toegekend om tijdelijk het verschil in arbeidsproductiviteit te compenseren en zo de re-integratie van de bijstandsgerechtigde te bewerkstelligen

Toelichting De formulering is aangepast zodat ook uitstroom richting eigen bedrijf in aanmerking komt

8

c. de inwoner heeft een arbeidsovereenkomst getekend voor de duur van minimaal 6 maanden.

het uitvoeren van algemeen geaccepteerde arbeid, ook in eigen bedrijf of beroep. 3.De premie kan worden aangevraagd vanaf de 7e maand tot de 18e maand nadat de werkzaamheden zijn gestart. 4.De hoogte van de premie is vastgesteld in de beleidsregels.

3.7Proefplaatsing 1. De gemeente kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. 2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner voor het werk. De proefplaatsing kan worden gebruikt om de loonwaarde te bepalen. 3. Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk. 4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever de werkzoekende goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaatsing niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om de werknemer te begeleiden. 5. De proefplaatsing duurt maximaal 2 maanden. Als een langere periode nodig is kan de proefplaatsing maximaal 6 maanden duren. De noodzaak hiervan wordt door de gemeente beoordeeld. 6. De proefplaatsing wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de werkgever en de inwoner.

Artikel 3.15 Proefplaats 1. De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever onbetaalde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. Dit kan voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden. 2. Het doel van een proefplaats is het voor een korte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de inwoner, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op werk c. de werkzaamheden van de inwoner niet al eerder onbetaald door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en d. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de inwoner, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. De gemeente weigert de toestemming, bedoeld in lid 1, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de inwoner ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaats sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de Participatiewet. 5.

Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze ziekteperiode niet

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan de modelverordening. Proefplaats is de nieuwe terminologie en komt in de plaats van proefplaatsing Toelichting Volgens artikel 8a, tweede lid, onder d, van de Participatiewet moet de gemeente in de verordening de voorwaarden opnemen voor een proefplaats. De duur is 2 maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal 4 maanden. Het doel van deze verplichting is om meer harmonisatie tot stand te brengen. Voor de termijn is aangesloten bij de wetgeving die wordt uitgevoerd door het UWV en het door het UWV gevoerde beleid

9

meegenomen bij de berekening van de maximale periode genoemd in lid 1. 6. De gemeente kan de inwoner op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.16 tot en met 3.29 3.14Wettelijke loonkostensubsidie 1. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de inwoner wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. De gemeente stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), past de gemeente de methode toe die landelijk wordt voorgeschreven. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op de loonwaarde afgestemd. Het UWV adviseert de gemeente over of de inwoner behoort tot de doelgroep van de loonkostensubsidie. 4. De gemeente kan gebruik maken van de mogelijkheid tot het verstrekken van een forfaitaire loonkostensubsidie.

Artikel 3.16 Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. De gemeente verstrekt ambtshalve of op aanvraag loonkostensubsidie aan de werkgever die het voornemen heeft een baan aan te bieden aan een inwoner die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Als er een aanvraag is dan zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. De gemeente bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de inwoner, aan de werkgever en de inwoner. 3. Indien nodig, wordt vastgesteld of de inwoner behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking, wordt de vaststelling of de inwoner behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4. De gemeente stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever artikel 10d, vijfde lid, van de Participatiewet van toepassing is. 5.Bij het verstrekken van de loonkostensubsidie houdt de gemeente zich aan het preferente werkproces voor loonkostensubsidie

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan modelverordening

Artikel 3.17 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

Toelichting Dit artikel is een uitwerking van de wettelijke verplichting voor gemeenten om bij verordening te bepalen hoe het administratief proces met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie is vormgegeven (artikel 8a, eerste lid en tweede lid, onder c, van de Participatiewet). Door in de verordening naar het werkproces te verwijzen beoogt de wetgever ervoor te zorgen dat werkgevers, in het kader van transparantie, beter weten waar zij aan toe zijn. Met het preferente werkproces in lid 5 wordt gedoeld op het proces zoals dat landelijk is ontwikkeld. Doel hiervan is om de lasten voor werkgevers als gevolg van verschillende werkwijzen door gemeenten te verminderen, door het creëren van één administratief uitvoeringsproces voor het verstrekken van loonkostensubsidie. Door hierbij aan te sluiten en het makkelijker te maken voor werkgevers wordt beoogd dat meer personen met een loonkostensubsidie aan het werk kunnen komen

10

1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen geven aan een inwoner met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: a. de inwoner behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft gevolgd; b. de inwoner kan zonder deze vorm van ondersteuning niet werken. c. de werkgever biedt een baan aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. er is geen sprake van een voorliggende voorziening via de zorgverzekeraar, UWV, Wsw, WMO of een andere regeling; e. het gaat niet om een Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; f. het gaat niet om een meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; g. er is naar het oordeel van de gemeente geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en h. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van de gemeente proportioneel.

Toelichting Dit artikel bevat een aantal voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen aan personen met een arbeidsbeperking. Het betreft een aantal specifieke voorwaarden die verband houden met de aard van deze voorzieningen. Het artikel vormt daarmee een aanvulling op de in artikel 3.4 opgenomen algemene voorwaarden om in aanmerking te komen voor een reintegratievoorziening.

3.18 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij de gemeente worden ingediend door de inwoner of zijn werkgever. 2. De gemeente bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. De gemeente onderzoekt, zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de inwoner. 4. De gemeente kan een deskundig oordeel en advies vragen, als dit nodig is bij de beoordeling van de aanvraag.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening Toelichting Dit artikel regelt de aanvraagprocedure voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen. Uiteraard is de aanvraagmogelijkheid geen verplichting. In de praktijk zal veelal sprake zijn van een ambtshalve beoordeling.

11

5. De gemeente bepaalt na overleg met de inwoner, en zo nodig met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6. De gemeente onderzoekt, voor zover dat nodig is, de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening. Dit met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de Participatiewet. 3.19 Wat moet er in de beschikking staan 1. De gemeente geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt gegeven; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de toekenning afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van de afwijking; en f.

voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening nodig is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de inwoner integraal kan worden ondersteund. Artikel 3.20 Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening Toelichting Een beschikking dient te voldoen aan de eisen die de Algemene wet bestuursrecht en de Participatiewet daaraan stellen. In dit artikel is bepaald welke concrete informatie minimaal in een beschikking moet worden opgenomen. Het betreft een nadere uitwerking van de wettelijke eisen, die niet afdoet aan de plicht om aan de eisen die rechtstreeks voortvloeien uit de Algemene wet bestuursrecht en de Participatiewet te voldoen.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

12

3.12 Hulp op de werkplek van een jobcoach 1. De gemeente kan een inwoner een jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Dit kan ook werk zijn bij een proefplaatsing of werkervaringsplaats. 2. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen. 3. De gemeente spreekt met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en legt dit vast in een overeenkomst met de werkgever.

opdracht van de gemeente of bij een partij waar de gemeente de jobcoaching heeft ingekocht. 2. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.

Toelichting Persoonlijke ondersteuning bij werk omvat zowel jobcoaching als interne werkbegeleiding. Deze twee vormen van persoonlijke ondersteuning worden beide benoemd. De gemeente kan een eigen jobcoach inzetten, of een jobcoach inhuren en die aan een werkgever toekennen. Ook is mogelijk dat een werkgever zelf een eigen jobcoach in dienst heeft (interne jobcoach) of een jobcoach inhuurt (externe jobcoach). De werkgever kan ook een collega van de werknemer inzetten om hem te begeleiden (interne werkbegeleider). In het artikel worden de verschillende mogelijkheden benoemd.

3.21 Speciale voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 4 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen. Dit hoeft niet als voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. De gemeente besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

3.22 Kwaliteit Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt, moet gecertificeerd zijn en voldoen aan de kwaliteitseisen die in de Beleidsregel Erkennings- en Intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV worden gehanteerd. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV, waarbij de daarin vermelde tarieven als maximum gelden. 3. De gemeente kan in het individuele geval bij dringende redenen afwijken van lid 2.

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan de modelverordening Toelichting Dit artikel is een uitwerking van artikel 8a, tweede lid, onder e, van de Participatiewet, waarin de opdracht is neergelegd om in de verordening aan te geven welke kwaliteitseisen aan de jobcoach worden gesteld en hoe deze eisen worden gewaarborgd. Dit is relevant omdat kwaliteit, en kwaliteitseisen, een waarborg (kunnen) zijn voor een goede inzet van de jobcoach. Het bepalen van de duur en de intensiteit van de

13

4. Een jobcoach kan maximaal 2 jaar worden ingezet. Als de gemeente oordeelt dat dit nodig is kan deze periode met 1 jaar worden verlengd.

jobcoaching is maatwerk.

3.23 Jobcoaching in natura 1. De gemeente kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag zijn de artikelen 3.17 tot en met 3.22 van toepassing.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

3.24 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. De gemeente kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, gelet op de artikelen 3.17 tot en met 3.22, worden verleend als: a. de jobcoaching wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de inwoner voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. De gemeente hanteert voor jobcoaching een maximumtarief per uur dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, conform de Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV, waarbij de daarin vermelde tarieven als maximum gelden.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

3.25 Interne werkbegeleiding 1. Als een inwoner uit de doelgroep extra begeleiding nodig heeft bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden, kan de gemeente een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne extra werkbegeleiding.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

14

2. De gemeente kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan inwoners behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden. 3.20 Andere voorzieningen en vergoedingen 1. De gemeente kan andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. 2. De gemeente kan de kosten vergoeden die de inwoner moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. 3. Onder de voorzieningen als bedoeld in het eerste en tweede lid vallen in ieder geval de vervoerskosten, reiskosten en de meeneembare voorzieningen in het kader van arbeidsinschakeling. 4. Een vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt alleen verstrekt als er geen andere (voorliggende) voorzieningen zijn die in de kosten voorzien.

3.26 Speciale voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. De gemeente kan een vervoersvoorziening toekennen aan een inwoner die behoort tot de doelgroep, die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding worden verstrekt. 2. De gemeente biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de inwoner kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. De gemeente brengt een eventuele vergoeding van reiskosten van de werkgever aan de inwoner in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.

Gewijzigd Dit artikel is aangepast aan de modelverordening

3.27 Voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap De gemeente kan, tot aan de inwerkingtreding de Wet intermediaire voorziening en visuele handicap, een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

3.28

Toegevoegd

Speciale voorwaarden meeneembare voorzieningen

Tussenzin is extra toegevoegd ivm wetswijziging 1 januari 2024

15

1. De gemeente kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de inwoner om te kunnen werken. 2. Elk product wordt als een meeneembare voorziening beschouwd, als de noodzaak en meerwaarde in de werkomgeving aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan de gemeente besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken.

3.29 Speciale voorwaarden werkplekaanpassingen De gemeente kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een inwoner, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. Een product of aanpassing kan als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.

3.13Werkgeverspremie 1. De gemeente kan een werkgever die een kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemer in dienst neemt een tijdelijke werkgeverspremie geven. 2. Het doel van deze premie is om werkgevers te stimuleren om kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers in dienst te nemen en extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. 3. De gemeente kan een werkgever die een inwoner die geen of een kleine afstand tot de arbeidsmarkt heeft een tijdelijke werkgeverspremie verstrekken als de

Schrappen

Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening Toelichting Hiervoor is geen limitatieve lijst. Gedacht kan worden aan een aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon, enzovoort. Wat een passende voorziening is, is sterk afhankelijk van de individuele behoefte van de persoon. Dit vraagt om maatwerk. Het uitgangspunt is dat de voorzieningen in bruikleen beschikbaar worden gesteld en dus weer worden ingeleverd op het moment dat deze niet langer nodig zijn Toegevoegd Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening

Schrappen Toelichting: De werkgeverspremie wordt als instrument niet meer opgenomen in de verordening omdat door de nieuwe maatregelen vanuit het breed offensief er voldoende en andere instrumenten zijn om werkgevers te ondersteunen bij het in dienst nemen van personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Waaronder artikel 3.12 Loonkostensubsidie voor kwetsbare werknemers

16

inwoner geplaatst wordt in een niet direct passende functie.

3.15 Uitsplitsing van taken 1. De gemeente kan een inwoner met een lichamelijke, verstandelijke, of psychische beperking aanbieden om met een werkgever de mogelijkheden van een nieuwe functie door uitsplitsing van taken te onderzoeken. 2. Doel van uitsplitsing van taken is dat door het bundelen van eenvoudige taken in nieuwe functies, waardoor lager geschoold personeel of deelnemers uit het doelgroepenregister in staat zijn om de functie uit te voeren.

Artikel 3.30 Ongewijzigd

Vernummeren

3.17 Solliciteren De gemeente organiseert diverse trainingen en activiteiten om sollicitatievaardigheden te verbeteren.

Artikel 3.31 Solliciteren Ongewijzigd

Vernummeren

3.19 Kinderopvang 1. De gemeente zorgt voor passende ondersteuning bij kinderopvang indien dit nodig is en: a. als de inwoner meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en b. opvang niet mogelijk is binnen het sociale netwerk van de inwoner. 2. De inwoner die kinderopvangtoeslag ontvangt, kan voor de kosten van kinderopvang die voor zijn rekening blijven, van de gemeente een bijdrage krijgen, als hij voldoet aan de volgende voorwaarden: a. De inwoner heeft een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering en de kinderopvang is nodig om mee

Artikel 3.32 Kinderopvang Ongewijzigd

Vernummeren

17

te kunnen doen aan een activiteit van de gemeente die de inwoner dichter bij werk brengt (een voorziening), of b. de inwoner volgt voltijds HBO, MBO (BOL)- of universitair onderwijs, voortgezet onderwijs of vavoonderwijs, en c. de kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een (gecertificeerd) gastouderbureau.

Hfst 8 – Begrippen

- doelgroep: inwoners met een uitkering op grond van de wet

die niet op eigen kracht de weg naar werk kunnen vinden, alsmede inwoners die geen uitkering ontvangen en die niet op eigen kracht de weg naar werk kunnen vinden; - doelgroep breed offensief: inwoners met een arbeidsbeperking (conform wetswijziging Participatiewet 1 juli 2023) - grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; - interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; - jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; - korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de Participatiewet; - persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de

Aangepast De definities zijn aangepast aan de modelverordening

18

Participatiewet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10a van de Participatiewet; - praktijkroute: het proces om de inwoner, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te geven op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; - voorziening: een voorziening die door de gemeente als noodzakelijk wordt gezien en die gericht is op arbeidsinschakeling. Hiermee wordt ook persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken bedoeld; - werknemer: iemand die op basis van een arbeidsovereenkomst werk verricht bij de werkgever, ook iemand zoals bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de Participatiewet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; - kwetsbare werknemer: een persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste 12 maanden werkzoekend is geweest; - uiterst kwetsbare werknemer: een persoon - die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste 24 maanden werkzoekend is geweest;

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=c198796e-ae92-4007-833d-66c167983591