BIJL 2: Wijzigingstabel - Tweede wijziging Verordening
Tekst van het document
Wijzigingstabel - Tweede wijziging Verordening Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2022 Artikel
Oud
Nieuw
Toelichting
Nr.
Omschrijving
1.
Hoofdstuk 1, Inleiding
Geen wijzigingen.
2.
Hoofdstuk 2, Melding en Aanvraag
Inleidende alinea: Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop een inwoner aan de gemeente hulp kan vragen als het gaat om één of meer onderwerpen uit deze verordening. Aanvragen voor een IOAZ- of Bbz- uitkering kunnen inwoners indienen bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen in Rotterdam. De inwoner maakt een hulpvraag kenbaar met een melding. Met een aanvraag wordt een voorziening aangevraagd.
Inleidende alinea: Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop een inwoner aan de gemeente hulp kan vragen als het gaat om één of meer onderwerpen uit deze verordening. Aanvragen voor een IOAZof Bbz- uitkering kunnen inwoners indienen bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen in Rotterdam. De inwoner maakt een hulpvraag kenbaar met een melding. Met een aanvraag wordt een voorziening aangevraagd. In die gevallen waarin het indienen van een aanvraag niet noodzakelijk is voor de toekenning van een voorziening, wordt dit uitdrukkelijk vermeld.
De laatste zin is toegevoegd om het minimabeleid laagdrempelig in te kunnen zetten en daardoor de toegankelijkheid van regelingen te vergroten.
2.4.1
2.4.1 Aanvraag PW | IOAW | Wgs | Gemeentewet | Awb 1. De inwoner kan een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. Deze regels staan beschreven op de gemeentelijke website. De aanvraag kan schriftelijk of digitaal worden ingediend. Het doel
2.4.1 Aanvraag PW | IOAW | Wgs | Gemeentewet | Awb 1. De inwoner kan een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. Deze regels staan beschreven op de gemeentelijke website. De aanvraag kan schriftelijk of digitaal worden ingediend. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente
Het derde lid is toegevoegd, zodat het college via vast te stellen beleidsregels kan bepalen, dat er onder vast te stellen voorwaarden voor specifieke voorzieningen aan (een deel van de) uitkeringsgerechtigden automatisch uitgekeerd kan worden. Dus zonder
van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp gaat verlenen en welke vorm die hulp dan heeft. 2. De gemeente kan besluiten dat de inwoner voor sommige vormen van hulp direct (zonder eerst een melding te hoeven doen) een aanvraag kan indienen. De inwoner dient een aanvraag in met een aanvraagformulier van de gemeente.
3.
Hoofdstuk 3, Werk en Participatie
Geen wijzigingen.
4.
Hoofdstuk 4, Tegenprestatie
Geen wijzigingen.
5.
Hoofdstuk 5, Inkomen, armoede en schulden 5.2.1.2.
5.2.1.2 Doelgroep PW | Gemeentewet De bijzondere bijstand is bedoeld als financieel vangnet voor inwoners die geen financiële buffer hebben en geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen maar wel extra noodzakelijke uitgaven hebben. Als het inkomen van de inwoner hoger is dan wordt gekeken naar wat de inwoner zelf kan bijdragen
hulp gaat verlenen en welke vorm die hulp dan heeft. 2. De gemeente kan besluiten dat de inwoner voor sommige vormen van hulp direct (zonder eerst een melding te hoeven doen) een aanvraag kan indienen. De inwoner dient een aanvraag in met een aanvraagformulier van de gemeente. 3. Het college kan bepalen dat en onder welke voorwaarden voor specifieke voorzieningen het indienen van een aanvraag achterwege gelaten kan worden.
dat er ieder jaar een nieuwe aanvraag ingediend hoeft te worden.
5.2.1.2 Doelgroep PW | Gemeentewet De bijzondere bijstand is bedoeld als financieel vangnet voor inwoners die geen financiële buffer hebben en geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen maar wel extra noodzakelijke uitgaven hebben. Als het inkomen van de inwoner hoger is dan 110% van de bijstandsnorm wordt gekeken naar wat de inwoner zelf kan
In overeenstemming brengen met de praktijk. In de oude bepaling werden studenten uitgesloten van bijzondere bijstand. Dit is niet correct. Ook gaf de bepaling over draagkracht ‘hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen dat overblijft bij een schuldregeling’ ruimte voor verkeerde interpretatie. Dit is aangepast naar:
5.2.2.2
(draagkracht). Hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen dat overblijft bij een schuldregeling. Door de PW zijn bepaalde inwoners uitgesloten van het recht op bijzondere bijstand. Voorbeelden hiervan zijn, de inwoner die: • gedetineerd is; • niet als Nederlander wordt aangemerkt, tenzij er sprake is van een uitzondering zoals bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid van de PW; • 18 jaar of ouder is en onderwijs volgt of kan volgen waarvoor recht is op studiefinanciering, tenzij aangetoond kan worden dat geen onderwijs gevolgd kan worden; • 18 jaar of ouder is en in een inrichting verblijft zoals bedoeld in de Wet op de langdurige zorg. 5.2.2.2 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag PW 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar (bedragen per 1 januari 2021): a. € 437,- voor een alleenstaande; b. € 546,- voor een alleenstaande ouder; c. € 656,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. Deze bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het
bijdragen (draagkracht). De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht. Door de PW zijn bepaalde inwoners uitgesloten van het recht op bijzondere bijstand. Voorbeelden hiervan zijn, de inwoner die: - gedetineerd is; - niet als Nederlander wordt aangemerkt, tenzij er sprake is van een uitzondering zoals bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid van de PW; - 18 jaar of ouder is en in een inrichting verblijft zoals bedoeld in de Wet op de langdurige zorg.
‘Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht.’
5.2.2.2 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 500,- voor een alleenstaande; b. € 625,- voor een alleenstaande ouder; c. € 750,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder
Volgens de oude bepaling worden de bedragen van de individuele inkomenstoeslag jaarlijks geïndexeerd. Indexatie op indexatie zorgt voor een sneeuwbaleffect en jaarlijks wisselende bedragen: Bedragen 2021: Alleenstaanden: € 437,Eenoudergezin: € 546,Gehuwden/samenwonenden: € 656,Bedragen: 2023: Alleenstaanden: € 492,Eenoudergezin: € 614,Gehuwden/samenwonenden: € 738,-
Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. 3. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. De situatie op de aan vraagdatum is leidend.
krijgt. De situatie op de aanvraagdatum is leidend.
5.3
5.3 Armoede Deze paragraaf beschrijft waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan.
5.3.1.1
5.3.1.1 Doelgroep Gemeentewet Het kindpakket is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen goede financiële buffer hebben en moeten rondkomen van een besteedbaar inkomen dat niet hoger is van 120% van de bijstandsnorm of een laag besteedbaar inkomen vanwege schulden. Er geldt een andere inkomensgrens voor
5.3 Armoede Deze paragraaf beschrijft waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan. Voor de regelingen genoemd in deze paragraaf wordt uitsluitend het vermogen meegenomen waar de inwoner direct over kan beschikken. Dit is het saldo op bank- en spaarrekening. 5.3.1.1 Doelgroep Gemeentewet Het kindpakket is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen goede financiële buffer hebben en moeten rondkomen van een inkomen dat niet hoger is van 130% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijkeof minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen
De bedragen in de Krimpenerwaard zijn, vergeleken met andere gemeenten, al behoorlijk hoog. Daarom wordt ervoor gekozen de jaarlijks indexatie te beëindigen en een vast en afgerond bedrag in te voeren. Dit draagt ook bij aan de bekendheid/duidelijkheid van de regeling. Het minimabeleid, en hiermee ook de bedragen van de individuele inkomenstoeslag worden iedere 4 jaar geëvalueerd. De aanvulling [Voor de regelingen...… en spaarrekening] is verplaatst van de beleidsregels naar de verordening.
De inkomensgrens is aangepast naar 130% conform herijking minimabeleid. Ook hierbij is de bepaling over draagkracht [hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen dat overblijft bij een schuldregeling] aangepast naar: [Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar
diplomazwemmen voor kinderen, namelijk 130% van de bijstandsnorm. Hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen dat overblijft bij een schuldregeling. De doelgroep is voor het overige gelijk aan de doelgroep van bijzondere bijstand 5.3.2 Regeling participatie en werk Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele, religieuze en andere maatschappelijke activiteiten. Ook abonnementen op kranten of tijdschriften kunnen worden vergoed. De activiteiten dienen direct of indirect bij te dragen aan participatie en/of werk. 5.3.2.1 Doelgroep Gemeentewet Inwoners van 21 jaar of ouder tot de pensioengerechtigde leeftijd: - die geen goede financiële buffer hebben en een besteedbaar inkomen hebben dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm. Hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen dat overblijft bij een schuldregeling. De kostendelersnorm wordt niet toegepast;
waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht.
beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht.]
5.3.2 Meedoenregeling Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vaste bijdrage krijgen. Deze bijdrage is bijvoorbeeld bestemd voor de aanschaf van een Rotterdampas of bibliotheekabonnement, of het volgen van een cursus of workshop.
Naam van de regeling is aangepast.
5.3.2.1 Doelgroep Inwoners van 18 jaar of ouder: - die geen goede financiële buffer en een inkomen hebben dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht; - die geen recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
De leeftijd is aangepast van 21 jaar naar 18 jaar + studenten uitgesloten.
Sporten is uit de regeling gehaald, vanwege het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. De verdere uitwerking, waaronder het bedrag, wordt opgenomen in de Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen 2024.
Ook hierbij is de bepaling over draagkracht [hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen dat overblijft bij een schuldregeling] aangepast naar: [Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht.]
- die werken of actief op zoek zijn naar werk; - voor wie werken (nog) niet mogelijk is, maar die (tijdelijk) op een andere wijze bijdragen aan of actief zijn in de maatschappij. Voor het overige is de doelgroep gelijk aan de doelgroep van bijzondere bijstand. -
-
-
studiefinanciering 2000 of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
5.3.3 Regeling Sport en cultuur voor volwassenen Alle inwoners moeten kunnen deelnemen aan sport- of culturele activiteiten. Hieraan zijn kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen daarom hiervoor een bijdrage ontvangen van het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. 5.3.3.1 Doelgroep Inwoners van 18 jaar of ouder: - die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijkeof minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht. Er vindt geen vermogenstoets plaats. - die geen recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. 5.3.4 Regeling Gratis openbaar vervoer
Deze regeling was nog niet opgenomen in de verordening.
Deze regeling was nog niet opgenomen in de verordening.
Deze regeling was nog niet opgenomen in de verordening.
-
Om actief deel te nemen aan de samenleving en ervoor te zorgen dat voorzieningen, uitstapjes en werkgelegenheid bereikbaar zijn, is het belangrijk dat alle inwoners gebruik kunnen maken van het Openbaar Vervoer. Hieraan zijn kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen daarom een gratis OV-pas krijgen. Met deze pas kunnen zij in de daluren gratis gebruik maken van het Openbaar Vervoer dat door de plaatselijke vervoerder wordt aangeboden binnen de regio Zuid-Holland-Noord. 5.3.4.1 Doelgroep Gemeentewet Inwoners (inclusief kinderen waar kinderbijslag voor wordt ontvangen): - die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijkeof minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht. Er vindt geen vermogenstoets plaats; - die geen recht hebben op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Deze regeling was nog niet opgenomen in de verordening.
5.3.4 Zorgkosten PW | Wmo Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. Een collectieve zorgverzekering. De gemeente biedt samen met een of meerdere zorgverzekeraars een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. b. Een bijdrage voor meerkosten die chronisch zieken en inwoners met een beperking hebben. De mogelijkheid tot het verstrekken van deze bijdrage is in de Wmoverordening vastgelegd. -
5.3.5 Zorgkosten PW | Wmo Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. Een collectieve zorgverzekering. De gemeente biedt samen met een of meerdere zorgverzekeraars een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. b. Een bijdrage voor meerkosten die chronisch zieken en inwoners met een beperking hebben. De mogelijkheid tot het verstrekken van deze bijdrage is in de Wmo-verordening vastgelegd.
Tekstueel geen aanpassingen. Alleen een andere vernummering.
5.3.5.1 Collectieve zorgverzekering PW De collectieve zorgverzekering bestaat uit een basisverzekering en een aanvullende verzekering en biedt inwoners een tegemoetkoming voor de zorgkosten. Voor inwoners met hoge zorgkosten is een uitgebreid aanvullend pakket beschikbaar. De gemeente heeft hiervoor een overeenkomst afgesloten met zorgverzekeraars.
Nieuw. Dit artikel is verplaatst van de beleidsregels naar de verordening. Tekstueel geen wijzigingen.
-
5.3.5.2 Doelgroep PW 1. Inwoners van 18 jaar of ouder die geen goede financiële buffer hebben en een inkomen hebben dat niet hoger is dan
Nieuw. Dit artikel is verplaatst van de beleidsregels naar de verordening. Tekstueel geen wijzigingen.
120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht. Kinderen jonger dan 18 jaar zijn gratis meeverzekerd. 2. De doelgroep is voor het overige gelijk aan de doelgroep van de bijzondere bijstand. -
6.
Hoofdstuk 6, Afspraken tussen inwoner en gemeente
Geen wijzigingen.
7.
Hoofdstuk 7, Van oud naar nieuw
Geen wijzigingen.
8.
Hoofdstuk 8, Begrippen
Geen wijzigingen
Artikel II 1. Deze wijziging treedt, na publicatie in het gemeenteblad, in werking met ingang van 1 maart 2024. 2. Aanvragen ingediend tot 1 maart 2024, worden volgens de Verordening zoals deze geldt tot 1 maart 2024, beoordeeld en afgehandeld.
-