CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2 - Wijzigingsoverzicht Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 20242.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2. Wijzigingstabel Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024 (inhoudelijke wijzigingen) Artikel Artikel 1.5.4. Algemene gebruikelijke voorzieningen

Wijziging Toegevoegd zijn lid c en d: c. een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie, en; d. financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Hiervan is sprake als de inwoner in een periode van 36 maanden en met 5% van de bijstandsnorm de voorziening kan betalen. Er kan uitgegaan worden van tweedehands voorzieningen

Gevolg De toevoeging van lid c legt een relatie met de Wmo, en leidt niet tot een andere uitvoeringspraktijk. De toevoeging van lid d is opgenomen naar aanleiding van geldende jurisprudentie. Inwoners met een bijstandsuitkering worden geacht 5% van de norm te kunnen reserveren voor het aanschaffen van duurzame gebruiksgoederen, de rechtbank heeft de draagkracht hiervan afgeleid. Bij het criterium of een voorziening financieel draagbaar is met een minimuminkomen, mag de gemeente volgens jurisprudentie ook rekening houden met tweedehands aanbod.

1.6 Eigen kracht en gebruikelijke hulp, derde lid

De gemeente kan als het gaat om jeugdhulp ook hulp die niet gebruikelijk is zien als een oplossing die valt onder de eigen kracht van ouders, van ouders kan verwacht worden dat zij de hulp verstrekken die nodig is. De gemeente onderzoekt hierbij: • Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? • Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? • Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op? • Blijft de ouder de hulp zonder vergoeding bieden? En zo ja, komt de ouder daardoor niet in de problemen?

Gevolg van bovenstaande is dat inwoners geacht worden een voorziening aan te schaffen als deze niet duurder is dan de prijs volgens bovenstaande berekening. Dit geeft de uitvoering een richtlijn. Voor de Jeugdwet geldt dat het begrip gebruikelijke hulp niet in de wet voorkomt. De verordening is in lijn gebracht met de bepalingen van de Jeugdwet. Beoordeelt moet worden of er sprake is van eigen kracht van de ouders. Voor de vraag of dat zo is, moet het college de genoemde vragen onderzoeken: M.b.t. de laatste vraag: een financiële draagkrachtmeting is niet toegestaan. Als uit onderzoek naar deze factoren volgt dat de ouder(s) de benodigde hulp kunnen bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één van deze terreinen, dan kan 1

Artikel 2.1.2. Indienen aanvraag - Jeugdwet

In de huidige verordening is geregeld dat de aanvraagprocedure gelijk is aan de aanvraagprocedure van de Wmo. In deze verordening worden dit twee aparte procedures, waar de Wmo start met de melding om een hulpvraag start de Jeugdwet met een aanvraag.

de gemeente concluderen dat sprake is van voldoende eigen kracht. De aanvraagprocedure is bij de Wmo geregeld in de Wmo, bij de Jeugdwet geldt de Awb. Deze procedures zijn, door veel gemeenten landelijk, op elkaar afgestemd. Door de Centrale Raad van Beroep wordt hier steeds strenger naar gekeken, en worden gemeenten hierop teruggefloten. De nieuwe verordening beschrijft daarom de Wmo aanvraagprocedure en de Jeugdwet procedure apart.

2.3.4. Weigeringsgronden, tweede lid onder b

De gemeente kan de hulp-op-maat weigeren als: de inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft voordat de melding is gedaan of de aanvraag is ingediend. Als de inwoner de gevraagde hulp heeft ingeroepen of aanschaft tussen de datum van de melding en de aanvraag weigert de gemeente de hulp ook, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven of de noodzaak van de hulp alsnog kan vaststellen. Als die weigering betekent dat de inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente de hulp wel toekennen.

Het verschil zit met name in de start van het proces. De Jeugdwet kent geen melding, maar start met een aanvraag. Bij de Wmo komt de aanvraag nadat het onderzoek heeft plaatsgevonden. Voor de Jeugdwet vindt het onderzoek plaats in de afhandelingstermijn van de aanvraag. Voor de inwoner zal dit verschil in procedure geen consequenties hebben. In dit lid wordt geregeld hoe wordt omgegaan met aanvragen die zijn ingediend voor of tijdens het aanvraagproces, maar voordat er een besluit is genomen. De bepalingen zijn volgens jurisprudentie en huidige uitvoeringspraktijk

2

2.3.4. Weigeringsgronden, tweede lid onder c

De gemeente kan de hulp-op-maat weigeren als: de voorziening niet langer dan zes maanden noodzakelijk is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om de hulp-op-maat op korte termijn vast te stellen.

2.3.4. Weigeringsgronden, tweede lid onder d

De gemeente kan de hulp-op-maat weigeren als:

2.7 Versnelde aanvraag

uit wetenschappelijk onderzoek onvoldoende de toegevoegde waarde blijkt van de hulp in het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. De gemeente kan deze hulp wel toekennen wanneer deze in de persoonlijke situatie als meest passend worden gevonden. 1. De gemeente kan beslissen dat voor inwoners die voldoende bekend zijn bij de gemeente een telefonische aanvraag wordt toegestaan. Er is dan sprake van een versnelde aanvraag. Een versnelde aanvraag is in ieder geval mogelijk in de volgende gevallen: a. de aanvraag is een herindicatie voor hulp bij het huishouden; b. de aanvraag gaat over een bestaande voorziening die al is toegekend en het laatste ondersteuningsverslag is niet ouder dan 12 maanden; c. de inwoner heeft een lopende Wlz indicatie. De inwoner vraagt een vervoers-, woon-, of rolstoelvoorziening aan. Verder staat de inwoner open voor hulp en zijn er geen zorgen over de veiligheid van de inwoner. d. als het gaat om hulp die wordt aangevraagd ter overbrugging van de aanvraag voor een Wlz-indicatie; e. de voorziening of hulp die is toegekend niet meer voldoet

Inwoners die voor een korte tijdsduur (minder dan 6 maanden) hulp nodig hebben vanuit de Wmo, komen hier niet voor in aanmerking. Dit is volgens jurisprudentie. Mocht een voorziening voor korte termijn toch wél noodzakelijk zijn, kan een uitzondering worden gemaakt. Bij hulp wordt beoordeeld of het gaat om een soort van behandeling waarvan de werking bewezen is. Als dit bewijs er niet is, maar de hulp is het meest passend voor de inwoner, kan de hulp alsnog worden ingezet. Deze bepaling sluit aan bij jurisprudentie en uitvoeringspraktijk. In dit artikel is de mogelijkheid opgenomen om gebruik te maken van een versnelde aanvraagprocedure. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners onnodig opnieuw een lange procedure moeten doorlopen. De aanvraagprocedure sluit aan bij de huidige uitvoeringspraktijk.

3

4.1 Zelfstandig en veilig wonen

Artikel 4.1.1. Geschikte woning, tweede lid

en volgens de gemeente kan zonder nieuw uitgebreid onderzoek een indicatie worden gegeven. 2. Een versnelde aanvraag is ook mogelijk als de inwoner bemoeizorg heeft ontvangen en het noodzakelijk is dat de hulp snel kan worden ingezet. 3. Een versnelde aanvraag is niet mogelijk als: a. de inwoner en de gemeente het niet eens zijn over de in te zetten hulp; b. de aanvraag om een pgb gaat; c. als het om een complexe situatie gaat; d. als een kind betrokken is bij de hulpvraag; e. de inwoner behoefte heeft aan een gewone aanvraag, bijvoorbeeld omdat de versnelde aanvraag te ingewikkeld is, en een verslag wenst; f. als het om omvangrijke hulp gaat; g. als het om hulp gaat voor de overbrugging van een Wlzindicatie waarvan de aanvraag is ingediend; h. als het om te bereiken doelen gaat waar de inwoner mee moet instemmen (bij begeleiding). 4. De gemeente kan altijd besluiten om in een andere situatie toch akkoord te gaan met een versnelde aanvraag, maar kan ook altijd besluiten om af te zien van een versnelde aanvraag. Ook moet die hulp-op-maat minimaal zes maanden nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente beoordeelt of een woningaanpassing of een verhuizing de goedkoopste adequate oplossing is. Hierbij spelen de volgende factoren een rol:

Zie gevolg bij wijziging 2.3.4. Weigeringsgronden, tweede lid onder c

In de huidige verordening is opgenomen dat het primaat van verhuizen wordt toegepast als de kosten meer bedragen dan € 7.000 en als er geen

4

Artikel 4.2.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering, vierde lid

4.4 Dagbesteding, derde tot en met het vijfde lid

a. zijn er aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen? b. de kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen. Als de woningaanpassing meer gaat kosten dan € 7.000,00 wordt verhuizen als de goedkoopste adequate oplossing gezien; c. volkshuisvestelijke afwegingen; d. de woning moet binnen een medisch aanvaardbare termijn beschikbaar zijn; e. sociale omstandigheden; f. afstemming met andere voorzieningen; g. werksituatie; h. verandering in woonlasten; i. wooncomfort; j. is de inwoner huurder of eigenaar van de woning; k. de wil van de inwoner om te verhuizen; l. overige specifieke omstandigheden. 4.De mantelzorger kan slechts één mantelzorgwaardering per jaar ontvangen.

3. De dagbesteding wordt voor maximaal 9 dagdelen per week toegekend. Het maximale aantal van 9 dagdelen wordt alleen toegekend als er sprake van ernstige omstandigheden of overbelasting van de mantelzorger. 4. Bij de toekenning van dagbesteding wordt rekening gehouden met de volgende factoren: a. welk resultaat behaald dient te worden en wat het te

argumenten zijn die tegen verhuizen pleiten. Factoren die een rol kunnen spelen bij de belangenafweging zijn onder andere: sociale omstandigheden, werksituatie, verandering in woonlasten. Bij de belangenafweging spelen echter meerdere factoren een rol, deze zijn nu opgenomen. De uitvoeringspraktijk is dat al rekening gehouden wordt met de genoemde nieuwe factoren.

In de huidige regeling is opgenomen dat per zorgbehoevende maximaal 2 mantelzorgers een mantelzorgwaardering aanvragen. Dit is gewijzigd: de mantelzorger kan per jaar 1x voor de mantelzorgwaardering in aanmerking komen. In het eerste lid is bepaald dat ook de inwoner die hulp ontvangt de mantelzorgwaardering kan aanvragen voor zijn mantelzorger. De toegevoegde artikelen sluiten aan bij de uitvoeringspraktijk, zijn nu opgenomen in de verordening. Aan deze voorwaarden wordt al getoetst.

5

5.3.1. Voorwaarden Pgb budget, vierde lid

5.3.4. Hoogte Pgb, derde lid onder a

verwachten ontwikkelingsperspectief is; b. welke omvang en duur noodzakelijk is, rekening houdend met: • hoe vaak de ondersteuning noodzakelijk is (aantal dagdelen per week); • wat verwacht mag worden, wat is gebruikelijk in de maatschappij; • voor dagbesteding bij jeugd geldt dat een kind ook “gewoon” thuis moet kunnen en mogen zijn. Het aantal dagdelen, zoals bij 3 beschreven, geldt voor kinderen niet. Voor schoolgaande kinderen geldt als norm een maximum van 6 dagdelen per week. 5. De inwoner die in aanmerking wil komen voor dagbesteding moet het volgende kunnen: • mee kunnen doen in een dagelijkse structuur; • kunnen functioneren in een groep; • uitvoeren van (arbeidsmatige) vaardigheden; • aangaan van sociale (werk)relaties; • opvolgen van instructies. De gemeente vindt de inwoner of zijn vertegenwoordiger in ieder geval niet in staat om aan pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als er sprake is van: a. problematische schuldenproblematiek; j. als er sprake is van een indicatie voor ondersteuning bij financiën of administratie; de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden zoals is opgenomen in de CAO VVT (specifiek voor hulp bij huishouden gecreëerde salarisschaal), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

De genoemde voorwaarden zijn toegevoegd. In deze situaties kan het verantwoord pgb beheer in gevaar komen.

Naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB op 16 augustus 2023 is het Pgb tarief voor het informele netwerk voor HBH gewijzigd van het minimumloon in hoogste periodiek voor hulp in het huishouden zoals is opgenomen in de CAO VVT (specifiek voor hulp bij huishouden gecreëerde salarisschaal), rekening houdend

6

met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Dit betekent dat het uurtarief voor het Pgb stijgt.

5.3.4. Hoogte Pgb, vijfde lid onder a

Paragraaf 6.1 Hoe gaan we met elkaar om

Artikel 6.3.1. Controle

De persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor ondersteunende begeleiding zoals is opgenomen in de CAO VVT (FWG 30), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren als het gaat om Wmo-begeleiding.

Betreffen artikelen over hoe gemeente en inwoner met elkaar omgaan. In deze artikelen wordt in gegaan op wat de inwoner van de gemeente kan verwachten en andersom. 1. De gemeente kan controleren of de inwoner recht heeft op een voorziening en of hij de juiste voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. Bij de controle worden de methodes van controle zorgvuldig toegepast en de gemeente gaat zorgvuldig om met de informatie van de inwoner. Voor de controle kan de gemeente gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties,

Naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB op 16 augustus 2023 is het Pgb tarief voor het informele netwerk voor begeleiding Wmo gewijzigd van het minimumloon in hoogste periodiek voor ondersteunende begeleiding zoals is opgenomen in de CAO VVT (FWG 30), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Dit betekent dat het uurtarief voor het Pgb stijgt. Bevordert transparante overheid en tevens medewerking van inwoners.

In de huidige verordening wordt ook aangegeven dat er controles plaatsvinden. Daarbij ging het vooral om de controles op het Pgb. In dit artikel wordt aangegeven dat de gemeente kan controleren op het recht van een voorziening en van welke onderzoeksmethoden dan gebruik gemaakt kan worden.

7

Artikel 6.3.4. Toezichthouders, tweede lid

Artikel 6.3.5. Beleidsplan

Hoofdstuk 7 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

zoals bij het UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; c. signalen en tips van organisaties of particulieren; d. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij beëindiging van de voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. 1. De Wmo-toezichthouder kan op basis van eigen en onafhankelijk inzicht een werkprogramma opstellen. 1.De gemeente stelt een regionaal beleidsplan toezicht vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2.In het beleidsplan staat in ieder geval: a.wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt; b.wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c.welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d.hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. Algemene kwaliteitseisen

Het oude artikel 10.1.1. zesde lid van de huidige verordening is niet langer opgenomen.

Is opgenomen in verband met toekomstige wetswijziging waarbij het verplicht wordt om deze bepaling in de verordening op te nemen. Dit sluit aan bij de verplichting vanuit de wet en bij de regionale ontwikkelingen waar gewerkt wordt aan een gezamenlijk beleidsplan.

Deze kwaliteitseisen worden al toegepast, en worden nu in de verordening beschreven. Dit artikel betreft de beoordeling van de financiële zelfredzaamheid bij de aanvragen voor hulp bij het huishouden. Hierbij werd rekening gehouden met een inkomensgrens. 8

Naar aanleiding van ingediende bezwaarschriften is deze bepaling komen te vervallen, omdat de bepalingen juridisch onhoudbaar bleken.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=ee725a10-52e4-43cc-a119-bd72ef93d48e