BIJL 2 Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B( VG01) Toelichting
Tekst van het document
TOELICHTING PROJECT
Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B
STATUS
vastgesteld
PROJECTNUMMER
NL.IMRO.1931.BP2107BG031-VG01
DATUM
27 juni 2022
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer
info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B
Pagina | 2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
6 Aanleiding Uitgangspunten voor het plan Plangebied Leeswijzer
Planbeschrijving
12
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
12 12 12 13 16 22
Inleiding Ligging plangebied Ruimtelijke structuur Vigerend bestemmingsplan Nieuwe situatie Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan
Beleidskaders
23
3.1 3.2 3.3
23 25 32
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Omgevingsaspecten
38
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
38 40 41 42 43 44 48 50 52 53 54 57
Archeologie Cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Duurzaamheid Externe veiligheid Flora en Fauna Geluid Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Water M.e.r - beoordeling
Juridische planbeschrijving
59
5.1 5.2 5.3 5.4
59 59 60 61
Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels
Uitvoerbaarheid
62
6.1 6.2
62 62
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
6 6 10 11
Bodemonderzoek (perceel naast Tiendweg-West 8B)
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 3
Bijlage 2
Quickscan ecologie (perceel Tiendweg-West 30A)
Bijlage 3
Quickscan ecologie (perceel naast Tiendweg-West 8B)
Bijlage 4
Nader ecologisch onderzoek (perceel naast Tiendweg-West 8B)
Bijlage 5
AERIUS-berekening
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek (perceel naast Tiendweg-West 8B)
Bijlage 7
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 8
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 4
Toelichting
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaar van het agrarisch bedrijf aan de Tiendweg-West 30A in Lekkerkerk is voornemens om de agrarische bedrijfsactiviteiten te beëindigen en een groot deel van de agrarische opstallen te slopen. Het perceel Tiendweg-West 30A wordt heringericht. Door bedrijfsbeëindiging en sloop van de opstallen wordt het mogelijk een compensatiewoning te realiseren, deze is beoogd op het perceel naast Tiendweg-West 8B (kadastraal perceel LKK00 - D - 6851). Het initiatief maakt de beëindiging van de agrarische activiteiten, de herinrichting van het perceel Tiendweg-West 30A en de realisatie van een nieuwe woning op het perceel naast Tiendweg-West 8B mogelijk. In het geldende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Nederlek)', zoals vastgesteld op 14 juli 2020, hebben beide percelen aan de Tiendweg-West een agrarische bestemming. De beoogde herontwikkeling voorziet in het beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten en het mogelijk maken van een woonfunctie. Voorgenomen ontwikkeling kan derhalve niet gerealiseerd worden op basis van het vigerende bestemmingsplan. De gemeente Krimpenerwaard wil medewerking verlenen aan het beoogde plan. Om de herontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Uitgangspunten voor het plan
1.2.1 Doel Het doel is om de bedrijfsbeëindiging van het agrarisch bedrijf aan de Tiendweg-West 30A in Lekkerkerk mogelijk te maken, herinrichting op het perceel mogelijk te maken en een compensatiewoning te realiseren op het perceel naast Tiendweg-West 8B in Lekkerkerk. In dit kader wordt een deel van de bestaande bebouwing aan de Tiendeweg-West 30A gesloopt en vindt nieuwbouw plaats op het perceel naast Tiendweg-West 8B. Het voormalig agrarisch perceel wordt heringericht en het perceel van de compensatiewoning wordt landschappelijk ingepast. Ter plaatse van de locatie Tiendweg-West 30A wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Aangezien dit enkel een planologische wijziging betreft, wordt deze in voorliggende plantoelichting niet uitgebreid beschouwd. 1.2.2
Stedenbouwkundige inpassing
Tiendweg-West 30A In de huidige situatie is op de gronden aan de Tiendweg-West 30A stedenbouwkundig duidelijk onderscheid tussen een voor-, midden- en achtererf. Op het voorerf wordt gewoond en is de woning met een bijgebouw (schaapskooi) gesitueerd. Er is hier sprake van een landelijk woonkarakter. Op het middenerf bevindt zich de bedrijfsbebouwing en is het terrein ingericht ten behoeve van de agrarische activiteiten. Achter de bedrijfsbebouwing vindt onder andere de opslag van voer en mest plaats in een mest- en sleufsilo. Op grotere afstand wordt de locatie Tiendweg-West 30A als een ensemble in het open landschap ervaren. De erfbebouwing is in de richting van de strokenverkaveling gesitueerd.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 6
Figuur 1.1: Bestaande situatie Tiendweg-West 30A. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer Perceel naast Tiendweg-West 8B In de huidige situatie is op de gronden naast Tiendweg-West 8B geen bebouwing aanwezig. Het perceel wordt begrensd door een watergang en naastgelegen bebouwde percelen; Tiendweg-West 8B en Tiendweg-West 10. Op de genoemde locaties is een hoofdgebouw (woning) gesitueerd en enkele bijgebouwen. Ook ten zuiden van de gronden naast Tiendweg-West 8B bevinden zich woningen. Stedenbouwkundig gezien is het perceel derhalve onderdeel van het bebouwingslint van Lekkerkerk.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 7
Figuur 1.2: Bestaande situatie perceel naast Tiendweg-West 8B. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer In paragraaf 2.5.3 wordt het stedenbouwkundig plan voor de toekomstige situatie beschreven. 1.2.3 Landschappelijke inpassing Beide percelen liggen in het slagenlandschap. Dit landschap kenmerkt zich door een langwerpige strokenverkaveling met smalle percelen. Daarnaast is sprake van een open karakter met verre doorzichten. De Tiendweg-West, waar beide locaties (zowel het agrarisch perceel met nummer 30A als het perceel naast nummer 8B) aan gelegen zijn, is dwars op de richting van de strokenverkaveling gesitueerd.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 8
Figuur 1.3: Ligging beide percelen in het slagenlandschap. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer Tiendweg-West 30A Het agrarisch erf in het open gebied is met name op het voorerf voorzien van een bestaande landschappelijke inpassing. Tussen de Tiendweg-West en de woning is een boomgaard gesitueerd. Aan de westzijde hiervan, tussen de bestaande hoogspanningsmast en de woning, bevindt zich een elzensingel. Zie figuur 1.1. Perceel naast Tiendweg-West 8B In de huidige situatie bestaat het perceel naast Tiendweg-West 8B uit een agrarisch perceel met aan de straatzijde (zuidzijde) een solitaire boom. Van overig opgaand groen is op de locatie geen sprake. Omliggende percelen zijn met name aan de randen voorzien van een groene inpassing. Zie figuur 1.2. In paragraaf 2.5.4 wordt de landschappelijke inpassing in de toekomstige situatie beschreven.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 9
1.3
Plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties aan de Tiendweg-West in Lekkerkerk. De locatie Tiendweg-West 30A bevindt zich in het landelijk gebied van de gemeente Krimpenerwaard en is gesitueerd in het agrarisch gebied. Het perceel naast Tiendweg-West 8B ligt ook aan het dorpslint met een landelijk karakter, maar is gelegen nabij de kern van Lekkerkerk en valt daardoor in de randzone van de bebouwde kom. Door de ligging is de locatie zeer geschikt als woonlocatie.
Figuur 1.4: Luchtfoto plangebied Tiendweg-West 30A, plangebied bij benadering rood omlijnd. Bron: QGIS, eigen bewerking.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 10
Figuur 1.5: Luchtfoto plangebied perceel naast Tiendweg-West 8B, plangebied bij benadering rood omlijnd. Bron: QGIS, eigen bewerking.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 vormt de inleiding op het plan. Vervolgens is in hoofdstuk 2 de huidige situatie nader toegelicht. In hoofdstuk 3 komen het beleid en algemene regels van het rijk, de provincie, de regio en de gemeente aan de orde. In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan verschillende omgevingsaspecten, zoals archeologie en cultuurhistorie, ecologie, water en milieu. Per aspect zijn de van toepassing zijnde regelgeving en het beleid genoemd. Vervolgens zijn de onderzoeken beschreven en conclusies getrokken. Hoofdstuk 5 behelst de juridische opzet en in hoofdstuk 6 wordt de financiële haalbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie ter plaatse van het plangebied beschreven. Ook wordt een planbeschrijving gegeven van de beoogde ontwikkeling. Naast de ligging, kenmerken van de omgeving en de ruimtelijke structuur wordt ingegaan op het vigerende bestemmingsplan. Onderdeel van de planbeschrijving zijn eveneens een beschrijving van de uitgangspunten.
2.2
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties gemeente Krimpenerwaard. Beide locaties liggen aan de Tiendweg-West. De locatie Tiendweg-West 30A is gesitueerd in het agrarisch gebied en is kadastraal bekend als (delen van) de volgende percelen: gemeente Lekkerkerk, sectie D, nummers 6525, 6532, 6967, 6968 en 7099. Niet alle genoemde kadastrale percelen zijn geheel onderdeel van het plangebied. Het op figuur 1.4 aangegeven gebied heeft een oppervlakte van ca. 16.000 m². Het perceel naast Tiendweg-West 8B ligt nabij de kern van Lekkerkerk en is kadastraal bekend als een deel van het volgende kadastrale perceel: gemeente Lekkerkerk, sectie D, nummer 6851. De locatie heeft een oppervlakte van ca. 2.450 m². De begrenzing van deze locatie is aangegeven in figuur 1.5. Het plangebied ligt ten noorden van de Lek. Het perceel aan de Tiendweg-West 30A ligt tussen Krimpen aan de Lek en Lekkerkerk. Binnen een afstand van ca. 1,4 km vanaf de locatie wordt de bebouwde kom van Lekkerkerk bereikt. Circa 200 meter daarvoor ligt, aan de noordzijde van de Tiendweg-West, het perceel naast Tiendweg-West 8B. Doordat aan beide zijden van dit perceel sprake is van bebouwde percelen en aan de zuidzijde van de Tiendweg-West eveneens bestaande woningen aanwezig zijn, is dit perceel onderdeel van het bebouwingslint langs de Tiendweg-West.
2.3
Ruimtelijke structuur
Tiendweg-West 30A De gronden aan de Tiendweg-West 30A liggen in het landelijk gebied van de gemeente Krimpenerwaard. Het slagenlandschap is er goed bewaard gebleven. De strokenverdeling in een regelmatig patroon met sloten is goed herkenbaar. De hoofdactiviteit in dit gebied zijn de grondgebonden agrarische activiteiten. Hoewel op de planlocatie een intensieve veehouderij is geëxploiteerd, zorgen de omliggende functies en het grondgebruik ervoor dat de agrarische activiteiten passen in de ruimtelijke structuur van het gebied. Rondom de planlocatie liggen veelal agrarische gronden, maar ook enkele burgerwoningen. Op de planlocatie zelf bestaat de huidige ruimtelijke structuur uit meerdere grotere bouwvolumes. De bouwvolumes hebben verschillende verschijningsvormen, maar volgen allen de richting van het slagenlandschap. De bouwvolumes hebben een duidelijk onderscheid in bebouwing ten behoeve van de woonfunctie en van de agrarische functie. Door het staken van het agrarisch gebruik is een deel van de bebouwing buiten gebruik geraakt en behoeft de bebouwing onderhoud. Ruimtelijk vormt de bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning één ensemble in het open landschap. Perceel naast Tiendweg-West 8B Het perceel naast Tiendweg-West 8B ligt eveneens in het landelijk gebied van de gemeente Krimpenerwaard.
Ook op deze locatie is het slagenlandschap goed bewaard gebleven, maar Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 12
de agrarische functie is er meer verweven geraakt met andere functies zoals wonen. Ten zuiden van de planlocatie liggen eveneens woningen maar op iets grotere afstand bevinden zich de voetbalvelden. Verder bevinden zich in de directe omgeving van de locatie ook een maatschappelijke functie en een niet-agrarisch bedrijf. Door de ligging op korte afstand van de kern van Lekkerkerk is er rondom de planlocatie een grotere verscheidenheid aan functies in het landelijk gebied ontstaan. Op de planlocatie zelf is sprake van agrarisch grondgebruik zonder bebouwing (weidegrond). De aangrenzende percelen (Tiendweg-West 8B en Tiendweg-West 10) betreffen beide woonpercelen. De bestaande omliggende bebouwing is veelal gesitueerd parallel aan de strokenverkaveling.
2.4
Vigerend bestemmingsplan
Voor beide locaties in het plangebied vigeren op dit moment de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Nederlek)', vastgesteld op 14 juli 2020; parapluplan 'Parkeren Krimpenerwaard', vastgesteld op 29 januari 2019. 2.4.1
Bestemmingsplan 'Landelijk Gebied'
Tiendweg-West 30A Binnen het plangebied aan de Tiendweg-West 30A vigeren uit het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' en de dubbelbestemmingen 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' en (voor een groot deel van het plangebied) 'Waarde Archeologie'. Gekoppeld aan de dubbelbestemming voor archeologie is de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw5' opgenomen. Daarnaast geldt in het gehele plangebied de functieaanduiding 'landschapswaarden'. Verder is op het plangebied een ruim bouwvlak begrensd en geldt binnen een deel van dit bouwvlak de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Het plangebied is tevens gelegen in enkele gebiedsaanduidingen, namelijk 'milieuzone - boringsvrije zone', 'milieuzone - stiltegebied' en 'overige zone beschermingszone eendenkooi'.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 13
Figuur 2.1: Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplannen Tiendweg-West 30A. Bron: QGIS, eigen bewerking. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven. Binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt bebouwing toegestaan voor het agrarisch bedrijf. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', zoals voor een deel van het plangebied van toepassing is, een intensieve veehouderijbedrijf toegestaan. Doordat de aanduiding 'landschapswaarden' is opgenomen, zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke waarden. De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding. Bebouwing ten dienste van de hoogspanningsverbinding is toegestaan, alsmede bestaande bebouwing op grond van de andere voorkomende bestemming(en). Het toestaan van nieuwe gevoelige bestemmingen waarbij kinderen langdurig verblijven, is binnen deze bestemming niet toegestaan. In gevolge van de dubbelbestemming voor archeologie en de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw5' geldt een verbod voor het verstoren van het maaiveld indien de verstoring dieper dan 4 meter beneden het maaiveld én over een groter gebied dan 1.000 m² plaatsvindt.
Ter plaatse van de boringsvrije zone is sprake van het grondwaterbeschermingsgebied en het waterwingebied. De grond is bestemd voor de bescherming van de afdekkende laag van het waterdoorvoerende pakket en mag niet dieper dan 2,5 meter onder het maaiveld worden geroerd. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - stiltegebied' zijn de gronden bestemd voor het voorkomen en beperken van geluidhinder. De ligging binnen de beschermingszone van de eendenkooi heeft tot gevolg dat bij de in bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden alsmede bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden rekening dient te Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 14
worden gehouden met het afpalingsrecht als bedoeld in de Flora- en faunawet. De Flora en faunawet is per 1 januari 2017 opgenomen in de Wet Natuurbescherming. Perceel naast Tiendweg-West 8B Binnen het plangebied op het perceel naast Tiendweg-West 8B vigeren, uit het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied', de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' en (voor een groot deel van het plangebied) de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Gekoppeld aan de dubbelbestemming voor archeologie is de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw4' opgenomen. Daarnaast geldt in het gehele plangebied de functieaanduiding 'landschapswaarden' en de gebiedsaanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone'. Op de verbeelding bij het bestemmingsplan is geen bouwvlak opgenomen binnen dit plangebied.
Figuur 2.2: Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplannen perceel naast Tiendweg-West 8B. Bron: QGIS, eigen bewerking. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, maar door het ontbreken van een bouwvlak is geen (bedrijfs)bebouwing toegestaan. Doordat de aanduiding 'landschapswaarden' is opgenomen, zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke waarden. In gevolge van de dubbelbestemming voor archeologie en de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - vaw4' geldt een verbod voor het verstoren van het maaiveld indien de verstoring dieper dan 2 meter beneden het maaiveld én over een groter gebied dan 2.500 m² plaatsvindt. Ter plaatse van de boringsvrije zone is sprake van het grondwaterbeschermingsgebied en het waterwingebied. De grond is bestemd voor de bescherming van de afdekkende laag van het waterdoorvoerende pakket en mag niet dieper dan 2,5 meter onder het maaiveld worden geroerd.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 15
2.4.2 Parapluplan 'Parkeren Krimpenerwaard' Voor beide plangebieden aan de Tiendweg-West geldt het parapluplan 'Parkeren Krimpenerwaard'. In dit parapluplan is opgenomen dat voor wat betreft het aspect parkeren een plan dient te worden getoetst aan de richtlijnen uit de CROW-publicatie 317, dan wel naar later vast te stellen beleidsregels voor parkeernormen. In de regels van het parapluplan is tevens voorzien in een afwijkingsmogelijkheid. In paragraaf 4.10 van deze toelichting wordt het voorgenomen plan getoetst aan de regels uit het parapluplan.
2.5
Nieuwe situatie
Door middel van voorliggend bestemmingsplan wordt de bedrijfsbeëindiging van het agrarisch bedrijf aan de Tiendweg-West 30A in Lekkerkerk mogelijk gemaakt. Tevens wordt dit perceel heringericht en wordt een deel van de bestaande bebouwing gesloopt. In dit kader wordt een compensatiewoning gerealiseerd op het perceel naast Tiendweg-West 8B in Lekkerkerk. Compensatiewoningen onder de ruimte-voor-ruimteregeling worden doorgaans op het eigen perceel gebouwd. In dit bestemmingsplan is de compensatiewoning voorzien op een ander perceel. De beoogde locatie van deze compensatiewoning is in het principebesluit reeds door het bevoegd gezag als passend beoordeeld. Dit in verband met de beperkingen hiervoor op het perceel Tiendweg-West 30A. Het toevoegen van woningen nabij een hoogspanningsmast, die aan de zuidwestzijde van het perceel 30A is gesitueerd, is ongewenst. Dit wordt afgeraden in verband met gezondheidsoverwegingen. Bovendien is op het perceel een stiltegebied van toepassing en voor een groot deel ook een beschermingszone eendenkooi. Daarbij zijn aan de noord/oostzijde van het perceel niet voldoende mogelijkheden om een compensatiewoning ruimtelijk in te passen en toch voldoende ruimtelijke kwaliteit te creëren. De huidige beoogde herinrichting van het perceel Tiendweg-West 30A en het perceel naast 8B draagt bij tot een stedenbouwkundige en landschappelijk kwaliteitsslag.
Het perceel naast 8B is geen onderdeel van het stiltegebied, ligt op voldoende afstand van de eendenkooi en ligt in een bestaand bebouwingslint, aansluitend op de kern. 2.5.1
Ruimtelijke uitgangspunten
Tiendweg-West 30A Door het beëindigen van de agrarische activiteiten heeft een groot deel van de bestaande bebouwing zijn gebruik verloren. Het oppervlak aan bebouwing wordt teruggedrongen door sloop. De bestaande loods en garage blijven behouden en worden gebruikt ten behoeve van activiteiten. Bovendien worden op de omliggende agrarische gronden activiteiten toegestaan, zoals het gebruik als pluktuin. Er blijft hierdoor onderscheid bestaan tussen de woonfunctie en overige activiteiten op het perceel. Het saneren van de vrijgekomen agrarische bebouwing zorgt voor een kwaliteitswinst en voorkomt verder verval van leegstaande opstallen. Perceel naast Tiendweg-West 8B Op het perceel naast Tiendweg-West 8B wordt de woonfunctie mogelijk gemaakt. Dit perceel is onderdeel van het bebouwingslint langs de Tiendweg-West en de nieuw te realiseren woning sluit hier qua verschijningsvorm op aan. De situering van de woning is afgestemd op het slagenlandschap en de omliggende bestaande bebouwing en de bestaande groen- en waterstructuur.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 16
2.5.2
Functionele uitgangspunten
Tiendweg-West 30A De planlocatie betreft een bestaand agrarisch bedrijf (intensieve veehouderij) dat niet meer als zodanig in gebruik is. Door herontwikkeling wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet tot een burgerwoning. De gronden (inclusief de te behouden loods en garage) krijgen een nieuw gebruik door hier diverse activiteiten toe te staan. Omdat de definitieve invulling van deze activiteiten nog nader bepaald dient te worden, is enige flexibiliteit gewenst. Het bestemmingsplan staat dan ook een variatie aan activiteiten toe. Functioneel voorziet de wijziging derhalve in het beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten en het opnemen van de burgerwoonfunctie en activiteiten. Perceel naast Tiendweg-West 8B Op het perceel naast Tiendweg-West 8B wordt de woonfunctie gerealiseerd. Het bestemmingsplan maakt een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mogelijk. Het agrarisch grondgebruik ter plaatse van het plangebied wordt beëindigd, maar de nieuw toe te voegen bebouwing wordt landschappelijk ingepast. De gronden rondom de woning zullen worden ingericht als siertuin en voorzien van een boomgaard. Bovendien is een nieuwe kavelsloot met natuurvriendelijke oever voorzien. In paragraaf 2.5.4 wordt hier nader op ingegaan. 2.5.3
Stedenbouwkundig plan
Tiendweg-West 30A In de toekomstige situatie worden de agrarische activiteiten beëindigd, waardoor een groot deel van de bestaande bebouwing kan worden gesloopt en de verharding op het erf kan worden teruggedrongen. Op onderstaande figuur is de te slopen bebouwing rood gearceerd.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 17
Figuur 2.3: Te slopen bebouwing Tiendweg-West 30A. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer Het verhard oppervlak neemt in de nieuwe situatie af met ruim 2.100 m². Op het voorerf staat in de huidige situatie de bedrijfswoning. Deze woning blijft behouden, evenals de ten noordwesten daarvan gelegen garage. Deze garage is in de bestaande situatie nog onderdeel van een groter bouwwerk. Van de voormalig agrarische opstallen resteert in de toekomstige situatie bovendien de grote loods. Op deze loods zijn reeds zonnepanelen geplaatst. Stedenbouwkundig blijft er een onderscheid bestaan tussen het voor- en achtererf.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 18
Figuur 2.4: Voorlopige impressie nieuwe situatie perceel Tiendweg-West 30A. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer Perceel naast Tiendweg-West 8B In de toekomstige situatie wordt op het perceel naast Tiendweg-West 8B een woning gerealiseerd. De situering van de woning is afgestemd op het kenmerkende landschap en zal qua verschijningsvorm aansluiten op het karakter in het omliggende gebied. Tevens wordt bij de nadere uitwerking van het plan rekening gehouden met de bestaande omliggende woningen. Aan de noordrand wordt een kavelsloot met natuurvriendelijke oever gegraven. Deze ligt in het verlengde van de bestaande kavelsloot ter hoogte van het ten oosten gelegen kavel (het perceel met huishummer 8B). De nieuw te realiseren kavelsloot kan worden voorzien van een dam (met duiker), om de toegang tot het achtergelegen weiland te waarborgen. Het landschappelijk inpassingsplan (zie paragraaf 2.5.4) heeft tot gevolg dat de nieuwe ontwikkeling op het perceel goed ingepast wordt in de omgeving.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 19
Figuur 2.5: Mogelijke invulling nieuwe situatie perceel naast Tiendweg-West 8B. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer 2.5.4
Landschappelijke inpassing
Tiendweg-West 30A In gevolge van het saneren van een groot deel van de voormalig agrarische opstallen ontstaat op de locatie ruimte voor een kwalitatief hoogwaardige landschappelijke inpassing. Langs de sloten, zoals kenmerkend in het slagenlandschap, is de aanplant van knotwilgen passend. Hierdoor blijven doorzichten naar de bebouwing bestaan, maar wordt de overgang van het open landschap naar het bebouwde erf verzacht. Tussen de bestaande woning en de hoogspanningsmast wordt de bestaande elzensingel behouden. Diverse andere bestaande beplanting, waaronder de coniferenhaag aan de westzijde en treurwilg aan de zuidzijde van het perceel, blijven conform het landschappelijke inpassingsplan behouden. Verder worden de gronden langs de oostzijde van het perceel voorzien van een kruiden- en bloemenrijk mengsel. Gecombineerd met enkele heesters en solitaire bomen (inheemse soorten) zorgt dit voor een aantrekkelijk gebied voor onder andere vogels en insecten. Mogelijk wordt dit in de toekomst verder uitgebreid met een zogenaamde pluktuin (openbare moestuin). In figuur 2.5 is een vogelvlucht ingevoegd van de toekomstige situatie.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 20
Figuur 2.6: Vogelvlucht mogelijke invulling van de nieuwe situatie perceel Tiendweg-West 30A. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer Perceel naast Tiendweg-West 8B Ter plaatse van het perceel naast Tiendweg-West 8B worden in de huidige situatie grote doorzichten naar het open gebied beperkt door bestaande opgaande beplanting. De nieuw te realiseren woning op de locatie wordt voorzien van een landschappelijke inpassing met onder andere een boomgaard aan de noordoostzijde van de woning. De aan te brengen erfverharding, in de vorm van onder andere een in-/uitrit en terras, zal beperkt zijn. Aan de noordzijde wordt het nieuwe woonerf begrensd door een nieuw aan te leggen watergang (kavelsloot), voorzien van een natuurvriendelijke oever. Het achterliggende weideperceel blijft behouden en kan in de toekomstige situatie onder meer bereikbaar worden gemaakt via een toegangsdam over de kavelsloot. De locatie van de mogelijke toegangsdam is op het landschappelijk inpassingsplan indicatief weergegeven.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 21
Figuur 2.7: Visualisatie van de mogelijke nieuwe situatie perceel naast Tiendweg-West 8B. Bron: inrichtingsplan initiatiefnemer
2.6
Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan
Voor het plangebied vigeren op dit moment het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Nederlek)' en het parapluplan 'Parkeren Krimpenerwaard'. Binnen de plangebieden aan de Tiendweg-West 30A en het perceel naast Tiendweg-West 8B vigeert de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden'. De voorgenomen herontwikkeling is strijdig met onder andere de enkelbestemming uit dit bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Nederlek)' doordat er een woningbouwontwikkeling mogelijk wordt gemaakt en de agrarische bedrijfsactiviteiten worden beëindigd. Om dit plan mogelijk te maken is ervoor gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 22
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (2020) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
Figuur 3.1: Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 23
sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' zijn een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief". Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied van de gemeente Krimpenerwaard en ligt in het kenmerkende slagenlandschap. Het doel is om de kwaliteit van het landschap te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het staken van de agrarische bedrijfsactiviteiten, de herinrichting van dit perceel en de bouw van een nieuwe woning nabij de kern van Lekkerkerk.
De ontwikkeling op het agrarisch erf geeft een impuls aan de kwaliteit in het buitengebied onder andere door het beëindigen van de intensieve veehouderij en de sloop van vrijgekomen agrarische opstallen. De nieuw te bouwen woning wordt op een locatie nabij de kern opgericht en is onderdeel van het bestaande bebouwingslint aan de Tiendweg-West. Het behoud van de landschappelijke waarden wordt tevens gegarandeerd door de landschappelijke inpassingsplannen voor beide locaties. Conclusie De Nationale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het Barro is op 1 januari 2017 geconsolideerd. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.
Ook de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale structuurvisie en verordening. Relatie tot het bestemmingsplan Met het opstellen van dit bestemmingsplan is het Barro als uitgangspunt genomen. Het initiatief ter plaatse van Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B speelt zich af op lokaal niveau en conflicteert niet met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. Conclusie Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 24
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Relatie tot het bestemmingsplan Op basis van artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik.
Ook dient overprogrammering te worden voorkomen. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is hiervoor het uitgangspunt. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een ruimtelijk plan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt (bron: uitspraak 201608869/1/R3, kenmerk: ECLI:NL:RVS:2017:1724). De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is hiervoor het uitgangspunt. Onderhavig bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van een agrarisch bedrijf (intensieve veehouderij) tot een burgerwoning met activiteiten én een compensatiewoning nabij de kern van Lekkerkerk mogelijk. De ontwikkeling kan hierdoor niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling conform het Bro. Wel bestaat de algemen verplichting tot het aantonen van de nut en noodzaak van het plan. In de opvolgende paragrafen wordt zowel de regionale als de lokale nut en noodzaak van het plan aangetoond. Conclusie Het Besluit ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. 2. 3. 4.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 25
5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder.
Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. 1. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten.
Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat.
Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 26
Figuur 3.2: Soorten ontwikkeling (bron: Provinciale omgevingsvisie) De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Relatie tot het bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling kan worden toebedeeld aan het type ontwikkeling 'inpassing' (zie figuur 3.2), want het voornemen sluit aan bij de gebiedsidentiteit en voegt zich in de bestaande structuur. De herontwikkeling van een agrarisch bedrijf (intensieve veehouderij) tot woningbouwontwikkeling, waarbij aangesloten wordt bij de ruimte-voor-ruimte regeling, kan worden beschouwd als een gebiedseigen ontwikkeling. Om te beoordelen of de ruimtelijke kwaliteit passend is, is de herontwikkeling getoetst aan de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Gekeken is welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op de projectlocatie en welke richtlijnen hierbij horen.
In figuur 3.3 is zichtbaar dat beide locaties gelegen zijn binnen "rivierdeltacomplex - rivierklei/ veen" (kaart: laag van de ondergrond). Het richtpunt voor het rivierdeltacomplex - rivierklei en veen is: Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 27
Figuur 3.3: Uitsnede kwaliteitskaart 'Laag van de ondergrond'. Rode ster ter plaatse van Tiendweg-West 30A, oranje ster ter plaatse van het perceel naast Tiendweg-West 8B (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Op de kwaliteitskaart 'Laag van de cultuur- en natuurlandschappen' (geen uitsnede van de kaart) zijn de beide locaties aangemerkt als onderdeel van het veen(weide)landschap. De richtpunten in het veen(weide)landschap zijn: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. In figuur 3.4 is zichtbaar dat het plangebied naast Tiendweg-West 8B is gelegen binnen "stads- en dorpsrand (200 meter)" (kaart: laag van de stedelijke occupatie).
Het richtpunt voor de stads- en dorpsrand is: Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 28
Figuur 3.4: Uitsnede kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie'. Rode ster ter plaatse van Tiendweg-West 30A, oranje ster ter plaatse van het perceel naast Tiendweg-West 8B (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Op de kwaliteitskaart 'Laag van de beleving' (geen uitsnede van de kaart) is de locatie Tiendweg-West 30A aangemerkt als onderdeel van het stiltegebied. De richtpunten in het stiltegebied zijn: In de stiltegebieden is alleen ruimte voor "gebiedseigen" geluid. Dit bestemmingsplan heeft geen effect op het richtpunt zoals voortgekomen uit de 'Laag van de ondergrond'. De herontwikkeling heeft niet tot gevolg dat het verschil tussen komgronden en oeverwallen wordt beïnvloed. Het voorgenomen plan sluit goed aan bij de richtpunten die volgen uit de kaart 'Laag van de cultuur- en natuurlandschappen', zo blijft de bestaande kavelstructuur van sloten behouden, worden kenmerkende landschapselementen versterkt en wordt de nieuwe woning geplaatst in het bestaande bebouwingslint aan de Tiendweg-West. In de open polder neemt de hoeveelheid bebouwing juist af. Ook sluit de ontwikkeling aan bij het richtpunt zoals voortgekomen uit de 'Laag van de stedelijke occupatie'. Zowel stedenbouwkundig als landschappelijk is aandacht besteed aan de overgangskwaliteit bij de te realiseren woning op het perceel naast Tiendweg-West 8B.
Als laatst is de ontwikkeling ook in overeenstemming met het richtpunt zoals voortgekomen uit de 'Laag van de beleving', dit doordat op de locatie aan de Tiendweg-West 30A de bedrijfsactiviteiten worden beëindigd en er uitsluitend een woning en diverse toegestane activiteiten resteert. Geconcludeerd wordt dat bij de voorgenomen ontwikkeling aan de van toepassing zijnde relevante richtpunten wordt voldaan. Doordat sprake is van het type ontwikkeling 'inpassing' heeft het plan weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten. Hierdoor ontstaat geen strijdigheid met het provinciaal beleid en past het plan binnen de provinciale Omgevingsvisie. Conclusie De provinciale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 29
3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en de ladder voor duurzame verstedelijking. Regels voor ruimtelijke kwaliteit Voor toetsing aan de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is vooral de ruimtelijke impact van een ontwikkeling van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging.
In artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. In geval van het type ontwikkeling 'inpassing' (zie ook paragraaf 3.2.1) speelt de ontwikkeling zich af op het niveau van een kavel. Bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks en er wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaarten. Ladder voor duurzame verstedelijking Indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient eveneens te worden voldaan aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen van de Omgevingsverordening. Bij een stedelijke ontwikkeling in het bestaand stads- en dorpsgebied dient in de toelichting van het bestemmingsplan ingegaan te worden op de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking kan verwezen worden naar een regionale visie waar de behoefte van de stedelijke ontwikkeling al is gemotiveerd. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstelijking, zoals opgenomen in het Bro, ook opgenomen in de verordening om het provinciaal belang bij de toepassing van de ladder te benadrukken. Indien de ontwikkeling niet binnen bestaand stads- of dorpsgezicht kan worden voorzien kan gebruik worden gemaakt van de aangewezen locaties in het Programma ruimte.
Relatie tot het bestemmingsplan Uit artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland volgt dat een ruimtelijke ontwikkeling moet passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit en de ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot een wijziging op structuurniveau indien sprake is van een inpassing. Bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks en er wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaarten, zie ook paragraaf 3.2.1. Verder is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zie paragraaf 3.1.3. Derhalve behoeft de ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen te worden. Echter dient conform de algemene verplichting de nut en noodzaak van het plan aangetoond te worden, dit wordt gedaan in de opvolgende beleidsparagrafen. Conclusie De provinciale Omgevingsverordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 30
3.2.3 Programma Ruimte Het Programma Ruimte (20 februari 2019) is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het gaat dan bijvoorbeeld om een locatiespecifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Ook kan het gaan om taken en bevoegdheden van Gedeputeerde Staten. Relatie tot het bestemmingsplan Eén van de doelen opgenomen in het Programma Ruimte is het transformeren van gebieden naar een andere functie, daar waar die functie meer passend is. Zowel vanuit kwalitatief oogpunt als vanuit de behoefte. Hoewel het plangebied in het programma niet is opgenomen als belangrijk trransformatiegebied, is wel sprake van een transformatie voor wat betreft de intensieve veehouderij. Op het bedrijfsperceel worden de agrarische bedrijfsactiviteiten beëindigd en resteren de voormalige bedrijfswoning en een loods. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning en in de loods wordt een nader te bepalen nevenactiviteit ontplooid. Ter compensatie van de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt een nieuwe woning gerealiseerd op het perceel naast Tiendweg-West 8B. Op deze gronden wordt derhalve de agrarische functie gewijzigd naar een woonfunctie.
Uit de toetsing aan de provinciale Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening is naar voren gekomen dat de beoogde woonfunctie op beide locaties passend is (zie ook paragraaf 3.2.1 en 3.2.2). Gemeente Krimpenerwaard is gelegen binnen de regio Midden-Holland. In 2019 is de meest recente Woningbehoefteraming (WBR) gemaakt door de provincie Zuid-Holland. Volgens de WBR 2019 is woningbehoefte groot. In de gemeente Krimpenerwaard is voor de periode 2020-2025 een gewenste woningvoorraadtoename van 1.460 woningen opgenomen. Dit betekent dat er vanuit de provincie in zijn algemeenheid geen beperkingen worden opgelegd aan het toevoegen van de extra woning in het plangebied. De ontwikkeling is daarmee in lijn met het Programma Ruimte. Conclusie Het Programma Ruimte staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 3.2.4 Provinciale Milieuverordening 2021 Drinkwater is van essentieel belang daarom stelt de provincie regels om de kwaliteit van de drinkwaterwinning in Zuid-Holland te beschermen. Deze regels zijn vastgelegd in de Provinciale Milieuverordening (Pmv). De Pmv 2021 behelst een wijziging van de vigerende regels voor de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning. De Pmv 2021 heeft een tijdelijk karakter en zal met de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgaan in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOv).
Een ontwerp van de ZHOv heeft, in de afgelopen periode voor inspraak ter inzage gelegen. Inwerkingtreding van ZHOv is op dit moment voorzien in 2022. Relatie tot het plangebied In het plangebied zijn milieubeschermingsgebieden van toepassing, zoals de boringsvrijezone en het stiltegebied. Boringsvrije zones zijn gelegen als een schil om grondwaterbeschermingszones of om waterwingebieden. In onderhavig bestemmingsplan zijn hiertoe gebiedsaanduidingen opgenomen, waarmee de milieubescherming voldoende gewaarborgd wordt. Bij uitwerking van de plannen dient rekening gehouden te worden met de vigerende regels vanuit de Pmv. Conclusie De Provinciale Milieuverordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 31
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Krimpenerwaard De gemeente vindt het van belang om richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen. Daarom is voor het hele grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard een Omgevingsvisie opgesteld (vastgesteld op 14 juni 2021). Het opstellen van een Omgevingsvisie wordt bovendien verplicht als de Omgevingswet van kracht wordt (naar verwachting in 2022). De Omgevingsvisie geeft in hoofdlijnen aan hoe de gemeente in samenspraak met de gemeenschap de toekomst van de gemeente Krimpenerwaard ziet. Bij nieuwe initiatieven, nieuwe ontwikkelingen of nieuw beleid worden, conform de Omgevingsvisie, twee vragen gesteld: 1. Past het bij de Krimpener-waarden? 2. Past het bij de hoofdlijnen van de visie en de speerpunten? Krimpener-waarden De waarden van de Krimpenerwaard gaan over de identiteit en kwaliteit van de leefomgeving. De “Krimpener-waarden” zijn als volgt opgedeeld: Waarden van heel de Krimpenerwaard; Waarden per gebied; Waarden van de Kernen Visie en speerpunten In de Richting- en Ruimte-kaart geeft de gemeente richting aan gebieden en kernen. Ze geven aan wat belangrijk is voor de toekomst. De gebieden op de Richting- en Ruimte-kaart komen niet overeen met de gebieden op de Identiteits- en Waarden-kaart. Op de identiteitskaart staat de huidige situatie; deze kaart is opgebouwd vanuit historisch perspectief.
Om in te kunnen spelen op de opgaven voor de toekomst is een andere gebiedsindeling nodig, zoals verbeeld in de Richting- en Ruimte-kaart. Op de Richting- en Ruimte-kaart is de Krimpenerwaard verdeeld in een aantal gebieden en zijn de kernen aangegeven. Hierdoor kunnen we per gebied of kern richting meegeven door middel van speerpunten. We onderscheiden de Vitale Kernen (waaronder Lekkerkerk) en een Krachtig buitengebied met daarin verschillende kernen en gebieden. Relatie tot het plangebied Krimpener-waarden De waarden van heel de Krimpenerwaard zijn gericht op: Wonen, werken en leven; Gezond en veilig; Landschap, cultuurhistorie en natuur. Met betrekking tot de Krimpenerwaarden per gebied is het plangebied voornamelijk gelegen in "Het land van linten en het middengebied". Dit is het centrale veenweidegebied tussen de rivieren van de Krimpenerwaard. Waarden van dit gebied zijn: Agrarisch karakter; Oorspronkelijk, middeleeuws landschap; Karakteristiek middengebied; Lange bebouwingslinten; Openheid met ruimte voor weidevogels en natuurwaarden; Waterrijk gebied met hoge grondwaterstand; Fiets- en wandelrecreatie en recreatiegebieden; Kleinschalige bedrijvigheid.
Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 32
Visie en speerpunten De visie en speerpunten voor de kern Lekkerkerk zijn in onderhavig geval eveneens relevant, met name voor het perceel naast Tiendweg-West 8B, welke binnen de bebouwde kom gelegen is. Daarnaast kan gesteld worden dat het plangebied (deels) is gelegen in het krachtig buitengebied, aangewezen als "Dynamiek langs de rivieren". Langs de rivieren is altijd al veel dynamiek en ontwikkeling geweest. De bodem is hier steviger dan in het midden van de Krimpenerwaard. Dit is gunstig voor landbouw, infrastructuur en bebouwing. Bovendien zijn veel plekken relatief goed bereikbaar. Dit biedt kansen aan ontwikkelingen voor bijvoorbeeld bedrijven. Hierbij houden we rekening met infrastructuur, leefbaarheid, waterveiligheid, drinkwatervoorzieningen en landschappelijke kwaliteiten. De beoogde ontwikkeling tot nieuwbouw van een woning bij een Vitale Kern, sluit goed aan bij de speerpunten voor de kernen, waaronder: toename woningen in relatie tot behoefte; een diverser woningaanbod; gezond en veilig woon- en leefklimaat. Met de beoogde ontwikkeling worden de bedrijfsactiviteiten tot intensieve veehouderij gestaakt, in het gebied dat wordt gekarakteriseerd als 'dynamiek langs de rivieren'. In plaats van van intensieve veeteeltactiviteiten, wordt een ecologische waardevolle nieuwe invulling gegeven, met typerende landschappelijke beplantingen en bloem- en kruidenrijke weiden.
De locatie krijgt hierbij een betere en meer aantrekkelijke inpassing in het huidige landschap en biedt daarbij tevens leefruimte voor insecten en schuil- en nestelplaatsen voor diverse vogelsoorten. Daarnaast kunnen de bloemen- en kruidenrijke weiden voor recreatieve doeleinden gebruikt worden in de vorm van een pluktuin. De beoogde activiteiten kunnen bijdragen aan een toekomstbestendige, leefbare, waterveilige omgeving met landschappelijke kwaliteiten. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Krimpenerwaard. Er wordt aansluiting gevonden bij de waarden, visie en speerpunten voor het plangebied. 3.3.2 Woonvisie Sinds 1 januari 2015 vormen de voormalige gemeenten Bergambacht, Ouderkerk, Nederlek, Schoonhoven en Vlist samen de gemeente Krimpenerwaard. Gemeente Krimpenerwaard heeft haar visie op het terrein van wonen verwoord in de "Woonvisie Krimpenerwaard: Kerngericht!" (mei 2017). De ambitie van de Krimpenerwaard is om organische groei te faciliteren waarbij recht wordt gedaan aan de toenemende en veranderende woonbehoefte, versterking van de fysiek-ruimtelijke structuur en het bouwen aan de vitaliteit van de kernen. Vijf inhoudelijke thema's vormen de opgaven op het terrein van het wonen in de Krimpenerwaard. De ontwikkelingen op het terrein van wonen zijn dynamisch. Dat geldt ook voor de thema's.
Meebewegen op de huidige en toekomstige dynamiek van de regionale woningmarkt en tegelijkertijd de eigen identiteit, kracht en vitaliteit behouden is zonder twijfel de belangrijkste inspanning voor de vijf opgaven en de grote uitdaging in Krimpenerwaard. De vijf thema's die de gemeente daarbij onderscheidt zijn de volgende: 1. Positionering in de regio: De Krimpenerwaard gaat voor een uitstekend en onderscheidend woon, leef- en vestigingsklimaat voor bestaande en nieuwe inwoners en bedrijven. Daarbij is ook aandacht voor verbetering van de bereikbaarheid van de Krimpenerwaard. 2. Betaalbaar & beschikbaar: Voldoende beschikbare en betaalbare woningen met een kwaliteitsniveau dat voldoet aan de wensen van de huidige bewoners en de potentiële instromers. 3. Duurzame gebouwde omgeving: Terugdringen van het energieverbruik en energielasten in de Krimpenerwaard en tevens inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving. 4. Wonen-welzijn-zorg: De Krimpenerwaard biedt inwoners met zorgbehoefte en kwetsbare inwoners een Mees Ruimte & Milieu | Tiendweg-West 30A en perceel naast Tiendweg-West 8B Pagina | 33