CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL. 2 Stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan Molenpark

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Molenpark Bergambacht7.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Molenpark

Stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan

Bergambacht

PROJECT Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan Molenpark, Bergambacht Projectnummer: SR210111

INITIATIEFNEMER Adriaan van Erk Ontwikkeling BV

OPSTELLER Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T

030 - 267 91 98

E

utrecht@buro-sro.nl

DATUM | STATUS 28 november 2023 | concept

2

Inhoud 1

Inleiding5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Plangebied

5

1.3

Leeswijzer

5

2

Bestaande situatie

7

2.1

Ligging en begrenzing plangebied

7

2.2

Ruimtelijk-functioneel

7

3

Uitgangspunten

13

3.1

Ruimtelijk

13

3.2

Programma

13

3.3

Verkeer en parkeren 

15

3.4

Openbare ruimte 

15

3.5

Gezondheid, duurzaamheid en milieu

15

3.6

Participatie

15

4

Stedenbouwkundig plan

17

4.1

Hoofdopzet

17

4.2

Ontsluiting en parkeren

17

4.3

Groen

18

4.4

Oriëntatie en accenten

18

4.5

Bouwhoogte en programma

19

5

Beeldkwaliteit bebouwing

21

5.1

Ambitie en beoogde sfeer

21

5.2

Stedenbouwkundige richtlijnen per deelgebied 

21

6

Buitenruimte

35

6.1

Algemeen streefbeeld

35

6.2

Verharding

35

6.3

Beplanting

35

6.4

Spelen

37

6.5

Afval

39

6.6

Nutsvoorzieningen

39

6.7

Duurzaamheid

39

Bijlage42 3

Kadijkselaan

Provincialeweg

nlaan M ol e

Ligging en omvang plangebied 4

1 Inleiding 1.1 Het

Aanleiding plangebied,

tussen

de

Kadijkselaan,

invulling aan kunnen geven. De criteria zijn geen

Molenlaan en de provincialeweg (N207) in

blauwdruk, maar tippen principes (niet uitputtend)

Bergambacht, is momenteel in gebruik als

aan om tot de beoogde sfeer en ruimtelijke

agrarische grond (weiland). Adriaan van Erk

kwaliteit te komen. Indien met andere principes

Ontwikkeling

heeft het voornemen om hier

hetzelfde wordt bereikt dan is dit ‘in de geest van

woningbouw te ontwikkelen. Het gebied is door

deze beeldkwaliteitseisen’ en wordt daarmee

de gemeente Krimpenerwaard aangewezen als

ook voldaan. Een hoogwaardiger en sprekender

een locatie om op grotere schaal woningen te

architectonische uitwerking kan, ook als dit

ontwikkelen.

iets afwijkt van dit beeldkwaliteitsplan, mits de samenhang binnen het plan behouden blijft en

In nauwe samenspraak met Adriaan van Erk

volumes en kappen blijven, zoals geschetst.

Ontwikkeling en de gemeente Krimpenerwaard is dit stedenbouwkundig plan opgesteld met ruimte

1.2

voor 125 woningen. Het stedenbouwkundig

Het plangebied is gelegen aan de rand van de

plan gaat in op de verkaveling, de situering, de

bebouwde kom ten noorden van de kern van

typologie, de bouwmassa en de oriëntatie van de

Bergambacht. De gronden die in aanmerking

woningen. Ook gaat het in op de ontsluiting, het

komen voor herontwikkeling hebben in totaal een

parkeren en de groene ruimten.

omvang van circa 3,7 hectare.

Het stedenbouwkundig plan gaat echter niet

1.3

in op de beeldkwaliteit ten aanzien van de

Na deze inleiding volgt in hoofdstuk twee een

bebouwing en de openbare ruimte. Om die reden

beschrijving van de huidige situatie en in hoofdstuk

is dit beeldkwaliteitsplan opgesteld. Doel van

drie worden de uitgangspunten beschreven.

dit document is om binnen de kaders van het

Hoofdstuk vier geeft een beschrijving van het

bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan

stedenbouwkundig plan en hoofdstuk vijf gaat in

nadere beeldkwaliteitseisen voor de buitenruimte

op de beeldkwaliteitscriteria voor de bebouwing.

en de bebouwing te formuleren. Op deze wijze

De beeldkwaliteit voor de openbare ruimte wordt

wordt de kwaliteit van de verschijningsvorm

in hoofdstuk 6 toegelicht. Na een algemene

van de bebouwing en de inrichting van de

omschrijving van het streefbeeld komen daarna

buitenruimte

de specifieke onderdelen aan bod.

gewaarborgd

en

vormen

de

beeldkwaliteitseisen een aanvulling op de reeds geldende welstandscriteria. Deze beeldkwaliteitseisen zijn richtinggevend en geven de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar zijn dermate flexibel dat ontwerpers er een eigen

Plangebied

Leeswijzer

Referentiebeelden In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van referentiebeelden. Met deze beelden wordt een mogelijke uitwerking/sfeer weergegeven zonder dat dit een letterlijke uitwerking dient te zijn. 5

1880

1960

1900

1990

1940

2018

Historische ontwikkeling 6

2 Bestaande situatie 2.1

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd

Landbouw en veeteelt waren door de eeuwen heen

door weilanden die de overgang vormen met

de belangrijkste middelen van bestaan waarbij

het noordelijk gelegen bedrijfsterrein. Aan de

vanaf de 16e eeuw een bijzondere plaats was

oostzijde vormen bestaande watergang en

weggelegd voor de hennepteelt. De kern groeide

een smalle strook weiland de overgang met de

met name rondom de kern en langs het lint van de

bestaande achtertuinen van de woningen die

huidige Hoofdstraat. Rond het einde van de 19e

gelegen zijn aan de Kadijkselaan. Aan de zuidzijde

eeuw was dit lint van de huidige N210 tot aan de

wordt het plangebied begrensd door de aanwezige

Molenlaan bebouwd. In het begin van de 20e eeuw

watergang en ook hier vormt deze de overgang

werd begonnen met de aanleg van de tramlijn

met de bestaande woonpercelen. Een deel van

Gouda-Schoonhoven. De lijn werd geopend op 14

het plangebied reikt tot aan de Molenlaan. De

november 1914. Op last van de Duitse bezetter

westzijde van het plangebied grenst eveneens

werd het lijntje in 1942 opgebroken. Op de plek

aan een bestaande watergang en deels aan een

van de lijn werden provinciale wegen aangelegd,

bedrijfsgebouw- en terrein; De Stelling.

de N210 en de N207.

2.2

Na WOII groeit Bergambacht verder langs de

Ruimtelijk-functioneel

Historisch

Hoofdstraat en de Kadijkselaan en wordt de eerste

Het oorspronkelijke dorp Bergambacht werd

grote uitbreidingswijk gerealiseerd aan de oostzijde

gesticht op een zandheuvel die boven het

van de Hoofdstraat. Ook de bebouwing langs de

omringende veenpakket uitstak. Aan deze hoge

zuidelijk gelegen Dijklaan neemt gestaag toe. Het

ligging dankt het zijn naam. In de Krimpenerwaard

tracé van de N207 wordt bepaald aan de westzijde

komen diverse van dergelijke heuvels of “donken”

van de kern en de weg wordt aangelegd. De

voor. De grootschalige ontginning van de

eerste bedrijfsbebouwing ontstaat aan de Kadijk.

Krimpenerwaard begon in de 11e eeuw en vond

Rond 1990 is Bergambacht verder gegroeid naar

voornamelijk plaats vanaf de rivieroevers. De

het oosten en is diverse bedrijvigheid gevestigd

ontwikkeling van de gebieden meer landinwaarts

langs beide zijden van de Dijklaan en groeit het

kwam pas een eeuw later opgang.

bedrijfsterrein verder aan de Kadijk.

Nabij het dorp stond van oudsher een versterkt

In de jaren erna breidt de kern steeds verder uit

huis dat net als het dorp op een zandbult was

richting het oosten en wordt het gebied tussen

gelegen. Dit gebouw met bijbehorende landerijen

de Hoofdstraat en de N207 volgebouwd. Ook

vormde de heerlijkheid ‘s-Heeraartsberg. Het

het gebied ten zuiden van de N210 wordt door

e

“kasteel” werd in de 17 eeuw door een nieuw

bedrijvigheid en woningbouw in beslag genomen.

statig huis vervangen dat begin 20e eeuw is

Ook het bedrijfsterrein aan de Kadijk en aan de

gesloopt.

Molenlaan groeien tot de huidige omvang. 7

Ruimtelijke en functionele structuur 8

Ruimtelijk Het plangebied ligt op ca. 250 meter van het

Ten zuiden van de Molenlaan staat de molen de

centrum van Bergambacht en ligt als het ware

Den Arend (Molenlaan 14 te Bergambacht).

opgesloten tussen bebouwingslinten, de N207

De molenbiotoop van deze reikt tot in het

en bedrijfsterreinen. Het terrein resteert als

plangebied. Molenbiotopen zijn in artikel 6.25

agrarisch-landschappelijk gebied dat door de

van de Omgevingsverordening beschermd om

aanleg van het tramtracé en later de N207 is

voldoende windvang en zicht op de molen te

afgesneden van de landelijke inrichting aan de

waarborgen. Binnen een straal van 100 m tot

andere kant (westkant) van de provinciale weg.

400 m, gerekend vanuit het middelpunt van

Daarmee ligt het plangebied opgespannen tussen

de molen, gelden hoogtebeperkingen voor

de Kadijkselaan en de N207 aan respectievelijk

bebouwing en beplanting. Het gebied is gelegen

de oost- en westkant.

binnen

bestaand

stads-

en

dorpsgebied.

Daarmee bedraagt de maximale hoogte van Langs de zijde van de Kadijkselaan grenst het

bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste

plangebied aan achtertuinen van woningen die hier

van de afstand tussen bouwwerk en beplanting

zijn gesitueerd. De relatief smalle kavels hebben

en het middelpunt van de molen, gerekend met

een diepte van ca. 55 meter en beschikken over

de hoogtemaat van de onderste punt van de

royale groene achtertuinen. De bebouwing bestaat

verticaal staande wiek. Bij de planontwikkeling

over het algemeen uit vrijstaande en twee-onder-

dient hiermee rekening te worden gehouden.

één-kapwoningen bestaande uit één of twee lagen met een kap. De nok- richting staat over

Zowel

het algemeen haaks op de weg en alle woningen

plangebied als aan de noordzijde ligt een

zijn op de weg georiënteerd. Doorzichten naar het

bedrijfsterrein. De eerste is kleinschaliger

achtergelegen gebied zijn beperkt.

en bestaat uit een bedrijfsverzamelgebouw,

tegen

de

zuidwesthoek

van

het

georiënteerd op de N207, met een buitenterrein Het landelijke beeld wordt versterkt door de

dat wordt ontsloten op de Molenlaan. Aan de

aanwezigheid van de vele watergangen en

noordzijde ligt een groot bedrijfsterrein met

slootjes langs en tussen de (woon)percelen. Dit

diverse hallen, kantoren, productieruimten en

beeld wordt aan de zuidzijde van het plangebied

bedrijfswoningen. Tevens is een buitenterrein

doorgezet langs de Molenlaan. Hoewel dit lint een

aanwezig voor opslag, parkeren, etc. Het terrein

van oorsprong meer agrarisch karakter heeft.

is duidelijk georiënteerd op de N207, maar

Dit is duidelijk terug te zien in de kavelomvang,

wordt ontsloten op de Kadijk. Aan de oostzijde

bebouwingvorm- en structuur en het meer

is dit terrein afgezoomd met een groenstrook

organische karakter. De bebouwing staat hier

bestaande uit opgaande beplanting en bomen

over het algemeen verder uit elkaar en bestaat

om het zicht vanuit de naastgelegen woningen

uit één of twee lagen met een kap. Doorzichten

aantrekkelijk te houden. Beide bedrijfsterreinen

naar het achtergelegen gebied zijn hier goed

worden afgescheiden van het plangebied door

mogelijk door de aanwezige waterstructuur en

watergangen.

breedte van de kavels. 9

Oostzijde van het plangebied aan de N207

Beeld van de Molenlaan gelegen aan de zuidzijde

Kadijkselaan ten oosten van het plangebied

Het plangebied zelf bestaat gedeeltelijk uit een

Ten oosten van het plangebied is de Kadijkselaan

deel van het buitenterrein, van het aanwezige

gelegen. Deze weg heeft een breedte van ca. 5

bedrijfsterrein dat is gelegen aan de N207, en

meter en betreft eveneens een 30km/uur weg.

een drietal agrarische percelen welke onderling

Ook hier bevinden zich de fietsers op de rijbaan

worden gescheiden door watergangen. Deze

en is er geen trottoir aanwezig. Langs de weg

percelen hebben nog duidelijk de herkenbare

staat her en der een knotwilg in een groen talud.

structuur van het veenweidegebied.

Dit komt voor aan beide zijden van de weg.

Aan de zuidzijde grenst het plangebied direct

Voorzieningen

aan de Molenlaan. Ter plaatse ligt het perceel

Binnen een straal van ca. 1 kilometer van het

Molenlaan 3 dat tevens onderdeel uitmaakt

plangebied bevinden zich diverse voorzieningen.

van het plangebied.

Onder

andere

een

aantal

basisscholen,

kinderopvang en het centrum van Bergambacht,

Openbare ruimte

dat zich voornamelijk concentreert aan de

Het plangebied ligt vrij geïsoleerd en heeft geen

Hoofdstraat.

openbaar gebied. De N207, waar het gebied direct aan grenst, betreft een 60km/uur weg

Ten zuiden van de rotonde aan de N207

bestaande uit asfaltverharding. Langs de N207

bevinden zich bushaltes naar Gouda, Rotterdam

ligt een breed talud met boombeplanting en

en Schoonhoven. Deze bushaltes liggen op ca. 5

een watergang die de weg begeleiden. Aan de

minuten lopen van het plangebied.

westzijde van deze weg is een vrijliggend fietspad gelegen in twee richtingen. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de Molenlaan. Dit oorspronklijke lint heeft een directe aansluiting op de N207 door middel van een rotonde. Deze weg vormt één van de toegangen naar de kern en betreft een asfaltweg van ca. 6 meter breed waar 30 km/uur gereden mag worden. Fietsers bevinden zich op de rijbaan door middel van indicatiestroken. Aan de zuidzijde van de Molenlaan is een trottoir gelegen. Aan de noordzijde een groen talud met af en toe een knotwilg.

11

Afsprakenkader 12

3 Uitgangspunten Op

basis

van

voorgaande

analyse

zijn

▪ Het huidige profiel en (historische) karakter

uitgangspunten geformuleerd. Ook heeft de

van de Molenlaan en Kadijkselaan dienen

gemeenteraad van Krimpenerwaard ruimtelijke

gerespecteerd te worden;

uitgangspunten meegegeven (zie bijlage), waarmee

▪ De bestaande watergangen worden zoveel als

beleidsmatig en (milieu)planologisch rekening dient

mogelijk gehandhaafd en waar nodig verbreed;

te worden gehouden dan wel ruimtelijk - functioneel

▪ Er dient rekening te worden gehouden met

van belang zijn.

geluidhinder van de naastgelegen bedrijven; ▪ Er dient rekening te worden gehouden met

Naast deze uitgangspunten heeft er in een eerder

eventuele aanwezige kabels en leidingen

stadium overleg plaatsgevonden met bewoners van

binnen het plangebied;

de Kadijkselaan. Dit in verband met de uitbreiding

▪ De nieuwe bebouwing dient in massa, omvang,

van het bedrijf aan de Kadijk 4a en de toekomstige

verschijningsvorm

woningbouwontwikkeling. Hierover zijn met de

uitstraling aan te sluiten op het agrarische,

bewoners afspraken gemaakt en vastgelegd in

landelijke karakter van de omgeving en de

een afsprakenkader (zie kaart hiernaast). Deze zijn

omliggende bebouwing;

tevens van belang als vertrekpunt voor het opstellen van het stedenbouwkundige plan.

en

architectonische

▪ Kapvormen zijn het primaire uitgangspunt voor de nieuwe bebouwing (i.v.m. BENG mogelijk deels plat);

3.1

Ruimtelijk

▪ De openbare ruimte dient aantrekkelijk te zijn

▪ De ontwikkeling van het plangebied gaat uit van alleen woningbouw;

ingericht met een robuuste groenstructuur, waarbij het parkeren zoveel mogelijk uit het

▪ Een bebouwingsdichtheid passend bij de

zicht plaatsvindt.

context van de locatie en directe omgeving; ▪ Een in de omgeving passend plan, dat stedenbouwkundig en landschappelijk goed aansluit op de aanpalende gebieden; nieuwe

bebouwing

Programma

▪ Een optimale ontwikkeling met een haalbare mix van woningbouw in zowel het goedkope,

▪ Een groene en waterrijke overgang tussen de

3.2

en

de

de

Molenlaan,

▪ Er wordt een mix van woningen gerealiseerd:

Kadijkselaan en het bedrijventerrein aan de

waarvan 25% dient te bestaan uit sociale

noordzijde;

huurwoningen en middendure huurwoningen;

bebouwingslinten

▪ Een

robuuste

van

groenstructuur

huidige

middeldure als dure segment en voor de

dient

gewenste doelgroepen;

▪ De overige 75% dient te voorzien in 12

onderdeel te zijn van de stedenbouwkundige

koopwoningen

tot

de

NHG-grens

hoofdstructuur;

koopwiningen in de categorie duur.

en

▪ Er dient ruimteliijk ingespeeld te worden op de ligging aan de N207;

13

Uitgangspunten 14

3.3

Verkeer en parkeren

wateroppervlakte conform de eisen van het

▪ De hoofdontsluitingen van het plangebied worden voorgesteld op de Molenlaan. Deze wordt op een verkeersveilige wijze ingepast;

Hoogheemraadschap; ▪ Watergangen

zijn

kindvriendelijk

(om

verdrinkingsgevaar te voorkomen) en worden

▪ In verband met calamiteiten dient het plangebied vanaf twee richtingen bereikbaar te zijn;

voorzien van groene oevers dan wel (onderwater) beschoeiing;

▪ Het inrichtingsprincipe voor de wegen is

▪ Watergangen

dienen

zoveel

mogelijk

‘Duurzaam Veilig’. Voor de buurtontsluitingswegen

doorspuibaar dan wel onderdeel te zijn van een

geldt een regime van 30 km/uur.

watercircuit en goed bereikbaar voor onderhoud;

▪ Er

Molenlaan

▪ Binnen de planontwikkeling dient ruimte te zijn

langzaamverkeerverbindingen (voet en fiets)

voor spelen, bewegen en sociale contacten. De

gemaakt in aansluiting op bestaande structuren;

openbare ruimte moet hiertoe uitnodigen;

▪ Voor

worden

de

via

de

parkeernormen

dienen

de

▪ Er dienen voldoende huisvuilinzamelingsplekken

geldende parkeernormen van de gemeente

te worden gerealiseerd conform de eisen van de

Krimpenerwaard te worden gehanteerd;

gemeente.

▪ Parkeren zoveel als mogelijk op eigen terrein dan wel zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken om

3.5

kwalitatief aantrekkelijk woonstraten te krijgen; ▪ Er dient voldoende ruimte te zijn voor het plaatsen van fietsen met name bij appartementen;

Gezondheid, duurzaamheid en milieu

▪ Inzetten op een duurzame en gezonde woonwijk;

▪ Voor het openbaar vervoer wordt gebruik

▪ De aanwezigheid van groen en aanleidingen

gemaakt van bestaande haltes in de directe

om te bewegen dienen onderdeel te zijn van

omgeving.

Hiernaartoe

dienen

goede

de planontwikkeling. Dit geldt tevens voor de

te

worden

mogelijkheid van ontmoetingsplekken zoals

langzaamverkeerverbindingen gemaakt.

bijvoorbeeld een collectieve moestuin; ▪ Het

3.4

Openbare ruimte

verkeerlawaai

dat

het

plangebied

binnenkomt dient zo dicht mogelijk bij de

▪ De openbare ruimte wordt op een zo duurzaam

bron ‘geweerd’ te worden. Voor de N207 kan

mogelijke wijze ontworpen en gerealiseerd.

hierin worden voorzien door middel van een

Daarbij is er o.a. aandacht voor klimaatadaptie,

gekluidwal, geluidwalwoningen, e.d. Daarmee

hittestress,

wordt bereikt dat het achtergelegen gebied

waterberging,

biodiversiteit,

natuurvriendelijke verlichting, etc.;

minder geluidsoverlast ondervindt van de

▪ De hoofdgroenstructuur van het plan dient zoveel

provinciale weg.

als mogelijk (duurzame) groene verbindingen te

3.6

maken met de directe omgeving; ▪ Nieuwe beplanting dient gebiedseigen te zijn en te voorzien in voldoende gelaagdheid; te

krijgen

en

▪ Er dient te worden geparticipeerd met omwonenden en belangstellenden over het

▪ Het nieuwe woongebied dient voldoende drooglegging

Participatie

ruimtelijk initiatief Molenpark.

voldoende 15

16

Stedenbouwkundig plan

4 Stedenbouwkundig plan 4.1

Hoofdopzet

4.2

Ontsluiting en parkeren

De uitgangspunten van hoofdstuk 3 zijn verwerkt

De entreeweg ontsluit het plangebied vanaf de

tot het stedenbouwkundig plan, zoals op pagina 16

Molenlaan. Hierop takt een woonstraat in oost-

afgebeeld.

en westelijke richting af en omringd het centrale woonveld. De centrale rondgang, welke door groen

De hoofdopzet van het plan is geënt op het

wordt ondersteund, ontsluit de woonvelden. Aan

onderliggende polderlandschap. De drie ‘slagen’

de zuidwestzijde wordt de calamiteitenontsluiting

in het plan zijn herkenbaar door de lange noord-

gerealiseerd voor nood- en hulpdiensten.

zuidlijnen gevormd door water en/of openbare ruimte. Een zorgvuldige gevormde entree door

Het parkeren voor bezoekers gebeurt op de

middel van een brug vanaf de Molenlaan zorgt voor

tussengelegen dwarsverbinding en niet langs

de ontsluiting van het plangebied. Het lint wordt

de entreeweg of centrale rondgang. Bewoners

hier ter plaatse aangeheeld met nieuwe vrijstaande

van de appartementen, in het centrale woonveld,

woningen die een klein buurtschapje vormen en de

parkeren in de halfverdiepte parkeergarages.

entree begeleiden.

Het westelijke woonveld parkeert direct naast het appartementengebouw op het naastgelegen

Bebouwing begeleid voor een groot deel de openbare

parkeerveld. Tussen de rijwoningen en beneden-

ruimte en is hierop georiënteerd. Een tweetal

bovenwoningen is een (semi-)openbaar parkeerhof,

accenten, welke op een groene voet staan, draagt bij

deze parkeerplekken worden samen met de woningen

aan de herkenbaarheid van de buurt. Één nabij de

uitgegeven. Autoverkeer kan via één entree bij deze

entree en één zorgt voor de overgang, samen met

parkeerplaatsen komen. De vrijstaande- en twee-

een aantrekkelijke groene en waterrijke ruimte, naar

onder-één-kapwoningen parkeren op eigen terrein.

het noordelijke gelegen bedrijventerrein. Aan de westzijde van het plan draagt een langgerekt woongebouw bij aan de afscherming van de N207, waarmee er een geluidluw achtergebied ontstaat. Dit in plaats van bijvoorbeeld een geluidwal. Aan de binnenzijde van het plan is binnen het groene carré een woonveld voorgesteld waar aan de binnenzijde en uit het zicht wordt geparkeerd. Aan de oostzijde van het plan wordt een meer open bebouwingsrand voorgesteld in de overgang naar het bestaande lint aan de Kadijkselaan.

Ontsluiting en parkeren

17

4.3

Groen

4.4

Oriëntatie en accenten

Het groene carré vormt de hoofdstructuur van het plan

De oriëntatie van de woningen is gericht op de

en de verbinding met de groene- en waterrijke randen.

aanliggende openbare ruimte, de entreeweg of de

Dit wordt versterkt door boombeplanting, waarmee

woonstraat. Daarmee krijgen alle grondgebonden

een meer formeel beeld ontstaat. De randen aan de

woningen hun entree aan de woonstraat.

buitenzijde krijgen een meer informeel beeld bestaande uit groene oevers, al dan niet met lage beschoeiing

De

appartementengebouwen

zijn

alzijdig

aansluitend bij het heersende beeld, enkele solitaire

georiënteerd. In de uitwerking van de architectuur

bomen, knotwilgen, acers of (resistente) essen.

dient dit nadrukkelijk naar voren te komen.

Aan de oostzijde vormt de bestaande watergang met weiland en enkele bomen de overgang met de

Alle woningen en appartementen krijgen een

achtertuinen van de woningen aan de Kadijkselaan. Aan

groene voorruimte/tuin om zo het dorpse karakter

de noordzijde wordt een natuurcompenstatiegebied

van Bergambacht te benadrukken.

gerealiseerd met een natuurspeelplaats. De woningen in het lint van de Molenlaan zijn op De openbare parkeerstroken worden voorzien van

de entreeweg georiënteerd. De woning op de hoek

hagen en beëindigd met een boomvak. Parkeerplaatsen

van de Molenlaan en de entreeweg is tweezijdig

krijgen een zo ‘groen’ mogelijke inrichting bijv. voorzien

georiënteerd.

van grasbetonstenen. Extra aandacht dient uit te gaan naar de afscherming van het parkeerterrein aan de noordzijde. Dit in verband met het uitzicht vanaf de appartementen.

Groenstructuur

18

Oriëntatie en accenten

4.5

Bouwhoogte en programma

In totaal worden er 125 nieuwe woningen

kap (afhankelijk van BENG). Aan de zuidzijde staat

gerealiseerd, waarvan 43 grondgebonden woningen

een woongebouw met 14 appartementen. Dit

en 82 appartementen.

gebouw bestaat uit 4 bouwlagen met in principe een kap (afhankelijk van BENG). Tussen de

De entreeweg wordt begeleid door 5 vrijstaande

appartementengebouwen opgespannen staan

schuurwoningen met een passende korrelgrootte

twee blokken met 22 rijwoningen en 16 bebo-

in het lint van de Molenlaan. Deze lintwoningen

woningen. Het woonprogramma bestaat uit:

bestaan uit één of anderhalve laag met een kap.

22 rijwoningen - dure koop;

Aan de oostzijde begeleiden twee vrijstaande

16 bebo’s

- 7 sociale huur;

en 7 tweekappers de woonstraat en maken de

- 9 middendure huur;

overgang naar de woningen aan de Kadijkselaan.

14 tweekap

- dure koop;

Deze woningen bestaan uit twee lagen met een kap.

2 vrijst. won.

- dure koop;

5 lintwoningen - dure koop; Aan de westzijde begeleid een lang bouwvolume,

14 app. zuid

- vrije sector;

in 3 bouwlagen met een kap (afh. van BENG), de

17 app. noord - vrije sector;

provinciale weg met hierin 35 appartementen.

35 app. west

- 7 vrije sector

Centraal in het plangebied staat aan de noordzijde

- 6 middendure huur

een woongebouw met daarin 17 appartementen

- 13 middendure koop (onder NHG)

en bestaat uit 3 bouwlagen met in principe een

- 9 sociale huur

Bouwhoogte en woonprogramma

19

20

5 Beeldkwaliteit bebouwing 5.1

Ambitie en beoogde sfeer

Het beoogde woonmilieu is een gevarieerde buurt

▪

Lint Molenlaan:

met een dorpse schaal, afgestemd op de ligging

▪ Ligging aan Molenlaan en oorspronkelijk agrarisch lint;

aan het open agrarische landschap enerzijds en

▪ Klein buurtschapje;

het lint van de Molenlaan en de provincialeweg

▪ Afgestemd op lintbebouwing Molenlaan;

N207

▪ Architectuur met een informeel agrarisch karakter.

anderzijds.

Een

afwisseling

in

een

traditionele eigentijdse Hollandse architectuur is daarbij passend. Daarbij wordt gerefereerd aan

▪

Polderslag west:

het agrarische karakter van het gebied met een

▪ Ligging aan de provincialeweg N207;

moderne twist en een informeel karakter. Dit kan

▪ Architectuur afgestemt op ‘Stelling’ (massa + kap);

worden gekenmerkt door onder andere:

▪ Agrarische /industrieel karakter;

▪

Heldere massa’s;

▪ Architectonische samenhang met Polderslag met

▪

Bakstenen en/of houten architectuur;

▪

Royale gevelopeningen;

▪

Toepassen van kappen;

▪

Dakoverstekken;

▪ Ligging in open polderlandschap;

▪

Dakkapellen;

▪ Architectuur met een infromeel agrarische karakter;

▪

Keramische pannen.

▪ Architectonische samenhang met Polderslag Oost

Oost en Midden.

▪

Polderslag midden:

en West.

5.2

Stedenbouwkundige richtlijnen per deelgebied

▪

Polderslag oost.

Het plangebied is te verdelen in een viertal

▪ Ligging aan open agrarische landschap;

deelgebieden die ieder hun eigen beeldkwaliteit

▪ Afgestemd op lintbebouwing Kadijkselaan;

meekrijgt. Zo kan optimaal worden aangesloten

▪ Architectuur met een informeel agrarische karakter;

bij de ligging en context van de deelgebieden. De

▪ Architectonische samenhang met Polderslag Midden

volgende deelgebieden zijn te onderscheiden:

en West.

Uiteraard dienen de deelgebieden samenhang te Polderslag midden

vertonen zonder een projectmatige uitstraling. Dit

Polderslag oost

kan door eenzelfde beeldentaal of afstemming in

Polderslag west

het materiaal- en/of kleurgebruik. Lint Molenlaan

Deelgebieden beeldkwaliteit

21

Referentiebeelden deelgebied lint Molenlaan

Woningen van anderhalve laag met verplichte kap

Woningen uitgevoerd als schuurvolume

Gevels zijn van baksteen, hout of een combinatie

Woningen uitgevoerd als schuurvolume verbonden door bijgebouw opgelost onder de kap

Kopgevels zijn representatief, voorzien van baksteen, hout of een combinatie

Gevels zijn van baksteen, hout of een combinatie

22

Verbinding tussen volumes opgelost

Deelgebied lint Molenlaan Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 2 meter van de kant van de entreeweg; ▪ Alle woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte waaraan ze grenzen. Daarbij dient nadrukkelijk onderscheid gemaakt te worden tussen Molenlaan en entreeweg; Lint-woningen anderhalve bouwlaag met kap vormgegeven als een schuurvolume

▪ Kopgevels van de woningen grenzend aan openbaar gebied dienen representatief te worden uitgevoerd; ▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan.

Bouwmassa ▪ De grondgebonden woningen zijn maximaal anderhalve bouwlaag hoog met een verplichte kap; ▪ De nokrichting is evenwijdig aan de entreeweg of haaks op de Molenlaan; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) zijn dakkapellen Kopgevels aan openbaar gebied representatief

meeontworpen en ondergeschikt aan de hoofdmassa; ▪ Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn en zijn onderdeel van de hoofdmassa. Kleur- en materiaalgebruik ▪ De woningen kennen een terughoudend kleurgebruik, met een warme uitstraling passend bij het agrarische karakter; ▪ Onderscheid in de voorste en achterste woningen waarbij de voorste als ‘hoofdhuis’ en de achterste als

Bijgebouwen tussen volumes plat en teruggelegen of opgelost in de hoofdmassa

schuurvolumes worden uitgevoerd; ▪ Gevels zijn van baksteen of hout of een combinatie; ▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt; ▪ Kappen zijn voorzien van keramische, zwarte/ antraciete pannen of een ‘groen’ dak; ▪ Eventuele zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig op het dakvlak ingepast.

Gevels zijn van baksteen, hout of een combinatie met eenvoudige detailering

23

Referentiebeelden deelgebied polderslag west

Volume bestaat uit drie bouwlagen met kap aan zijde N207

Toepassen van verschillende materialen

Gevels kunnen worden uitgevoerd met hout, steen of dakpan

Woongebouw met een kap

Gevel met uitkragende balkons aan binnenzijde afgestemd op grondgebonden woningen

Dakpan als gevelmateriaal gebruiken

24

Volume uitvoeren met mansardekap, risaliet toepassen bij entrees

Deelgebied polderslag west Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van het gebouw (oostzijde) ligt op minimaal 10 meter van de kant van de woonstraat; ▪ De entreezijde van het gebouw (westzijde) ligt aan de zijde van de N207. De representatieve zijde met buitenruimtes aan de andere (oost)zijde; ▪ Het woongebouw alzijdig ontwerpen; Appartementenblok bestaat uit drie bouwlagen met een kap (asymmetrisch, mansarde of vergelijkbaar)

▪ De kopgevels van het woongebouw grenzend aan openbaar gebied dienen representatief te worden uitgevoerd.

Bouwmassa ▪ Het woongebouw is maximaal 3 lagen met een kap (asymmetrisch, mansarde of vergelijkbaar) afhankelijk van BENG. Daarbij dient de naastgelegen ‘Stelling’ als referentie; ▪ De nokrichting evenwijdig aan de N207. Om een aantrekkelijk en afwisselend beeld te krijgen vormt de Lengte opbreken door toepassen risaliet en/of entree benadrukken aan zijde Provincialeweg

entree een onderbreking van de hoofdmassa. Dit kan bv. door middel van een risaliet aan de zijde van de N207; ▪ De andere zijde van het woongebouw, vormt een aantrekkelijk samenspel van buitenruimtes en gevelopeningen, afgestemd op de aangrenzende woningen; ▪ Eventuele dakkapellen of dakdoorbrekingen dienen ondergeschikt te zijn aan de hoofdmassa; ▪ Bergingen inpandig oplossen. De begane grond dient zo representatief mogelijk te zijn. Een gesloten plint dient

Dakpannen als gevelmateriaal subtiel toepassen

voorkomen te worden. Kleur- en materiaalgebruik ▪ Het woongebouw kent een terughoudend kleurgebruik, passend bij het agrarische karakter; ▪ Gevels zijn van baksteen mogelijk in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare materialen; ▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt; ▪ Kappen voorzien van keramische, zwarte/antraciete pannen; ▪ Eventuele zonnepanelen en technische installaties

Kopgevels mee-ontwerpen

zorgvuldig op het dakvlak ingepast; ▪ Galerijen en balkons zijn onderdeel van de architectuur.

25

Referentiebeelden deelgebied polderslag midden - Rijwoningen en bebo’s

Woningen goriënteerd op de straat

Nokverdraaiing met gedetailleerde afwerking

Gevels met houten geveldetaillering

26

Traditionele vormgeving geënt op agrarisch karakter

Zijgevels ook voorzien van dezelfde detaillering en materialen

Beneden- en bovenwoningen vormgegeven met een agrarisch karakter

Deelgebied polderslag midden Rijwoningen en bebo’s Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 1,5 meter vanaf het trottoir; ▪ Woningen oriënteren op de straat waaraan ze liggen; ▪ Kopgevels van de woningen, grenzend aan openbaar gebied, representatief uitvoeren; Rijwoningen bestaan uit twee bouwlagen met kap

▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan.

Bouwmassa ▪ De grondgebonden woningen zijn maximaal twee bouwlagen hoog met een verplichte kap; ▪ De nokrichting evenwijdig aan de straat. Waar stedenbouwkundig gewenst een nokverdraaiing toepassen; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) zijn dakkapellen meeontworpen en ondergeschikt aan de hoofdmassa; Nokverdraaiing op hoekwoningen en/of eventueel uit de hoeken

▪ Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht; ▪ De woningen krijgen een traditionele moderne vormgeving geïnspireerd op het agrarische karakter en zijn duidelijk familie van de appartementen; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Galerijen en balkons zijn onderdeel van de architectuur.

Kleur- en materiaalgebruik ▪ Alle

gebouwen

kennen

een

licht,

terughoudend

kleurgebruik, met een warme uitstraling. Topgevels eventueel benadrukken door gevel verspringing

▪ Gevels zijn van baksteen, mogelijk in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare materialen; ▪ De

variatie

in

kleurgebruik

is

beperkt.

De

woongebouwen zijn duidelijk familie van elkaar en in samenhang vormgegeven; ▪ Kappen voorzien van keramische of zwarte/antraciete pannen. Bergingen voorzien van een ‘groen’ (sedum)dak; ▪ Eventuele

zonnepanelen

worden

evenwichtig

en

zorgvuldig binnen het dakvlak ingepast; ▪ Balkons en galerijen worden afgeschermd door Passende detaillering bijvoorbeeld makelaar, smetlaag, goten, entrees etc.

hekwerken en/of glas en worden mee-ontworpen. 27

Referentiebeelden deelgebied polderslag midden - Appartementen noord

Het woongebouw bestaat uit drie bouwlagen met kap

Kapvorm die de massa verzacht

Passende materialisatie en detaillering

Woongebouw met doorgetrokken kap

Uitkragende balkons met hoogwaardige afwerking

Uitkragende balkons in stijl bij het gebouw

28

Oriëntatie op de straat

Deelgebied polderslag midden Appartementen noord Positie en oriëntatie ▪ Het woongebouw centraal in de groene ruimte plaatsen; ▪ Het woongebouw oriënteren op de straat. Aan deze zijde bevinden zich gevelopeningen met daarachter een representatief woonprogramma; ▪ Het woongebouw alzijdig ontwerpen; Het woongebouw bestaat uit drie bouwlagen met kap

▪ Bergingen inpandig oplossen, waarbij de begane grond zo representatief mogelijk dient te zijn.

Bouwmassa ▪ De vormgeving is traditioneel modern en duidelijk familie van de grondgebonden woningen; ▪ Het woongebouw is maximaal drie lagen met (in principe) een kap om het agrarische karakter te versterken en de massa te verzachten; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale Bijzondere kapvorm bijvoorbeeld een mansardekap

gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ De rand van de halfverdiepte parkeerkelder meeontworpen met het woongebouw. Een gesloten plint dient voorkomen te worden; ▪ Galerijen en balkons zijn onderdeel van de architectuur.

Kleur- en materiaalgebruik ▪ Het gebouw kent een licht, terughoudend kleurgebruik, met een warme uitstraling. ▪ Gevels zijn van baksteen, mogelijk in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare materialen; Uitkragende balkons in stijl bij hoofdvolume

▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt; ▪ Kappen voorzien van keramische, zwarte/antraciete pannen. Platte daken voorzien van een ‘groen’ (sedum) dak; ▪ Eventuele zonnepanelen en technische installaties worden evenwichtig en zorgvuldig op het dakvlak ingepast.

Passende materialisatie en detaillering, bijvoorbeeld smetlaag, goot, dakkappelen, makelaar, entree, etc.

29

Referentiebeelden deelgebied polderslag midden - Appartementen zuid

Woongebouw met een alzijdig ontwerp

Passende hoogwaardig afgewerkte entree parkeergarage

Gevarieerd gevelbeeld met passende detaillering

Balkons en dakoverstekken in passende stijl bij het hoofdvolume

Samengestelde kapvormen in Hollandse architectuur

Uitkragende balkons met hoogwaardige afwerking in stijl bij het gebouw

Agrarisch karakter met passende detaillering

Verspringing in gevelbeeld

30

Deelgebied polderslag midden Appartementen zuid Positie en oriëntatie ▪ Het woongebouw centraal in de groene ruimte plaatsen in het verlengde van de entreeweg; ▪ Het woongebouw is alzijdig georiënteerd en wordt omringd door groen;

Het woongebouw bestaat uit vier bouwlagen met kap

Bouwmassa ▪ Het woongebouw is maximaal vier lagen met in principe een kap; ▪ Het woongebouw krijgt een traditionele moderne vormgeving en is duidelijk familie van de grondgebonden woningen; ▪ Het woongebouw alzijdig ontwerpen; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Het dak van het woongebouw in principe uitvoeren met een

Het woongebouw alzijdig ontwerpen en staat op een groene voet

kap om het agrarische karakter te versterken en de massa te verzachten; ▪ De rand van de halfverdiepte parkeerkelder meeontwerpen met het woongebouw. Een gesloten plint dient voorkomen te worden; ▪ Galerijen en balkons zijn onderdeel van de architectuur. ▪ Bergingen worden inpandig opgelost, waarbij de begane grond zo representatief mogelijk dient te zijn.

Kleur- en materiaalgebruik ▪ Het Meerdere kaprichtingen vormen samen een kap maken, toepassen van topgevels en doortrekken kap

woongebouw

kent

een

licht,

terughoudend

kleurgebruik, met een warme uitstraling. ▪ Gevels zijn van baksteen, mogelijk in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare materialen; ▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt; ▪ Kappen voorzien van keramische, zwarte/antraciete pannen of een ‘groen’ dak; ▪ Eventuele zonnepanelen en technische installaties worden evenwichtig en zorgvuldig op het dakvlak ingepast.

Passende detaillering

31

Referentiebeelden deelgebied polderslag oost - Vrijstaand en tweekappers

Tweekappers kunnen worden voorzien van topgevel

Eventuele erkers zijn in passend stijl

Detaillering d.m.v. dakoverstek en makelaar

Woningen van twee lagen met een kap

Materialen baksteen, hout en dakpannen

Informeel karakter door variatie

32

Deelgebied polderslag oost Vrijstaand en tweekappers Positie en oriëntatie ▪ De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 3,5 meter vanaf de kant van de weg; ▪ Woningen oriënteren op de woonstraat; ▪ Kopgevels van de woningen, grenzend aan openbaar gebied, representatief uitvoeren; Tweekappers en vrijstaande woningen twee bouwlagen met kap

▪ Blinde kopgevels zijn niet toegestaan.

Bouwmassa ▪ De woningen zijn maximaal twee bouwlagen hoog met een verplichte kap; ▪ De nokrichting is evenwijdig aan de woonstraat. Waar stedenbouwkundig gewenst wordt een nokverdraaiing toegepast en t.b.v. een voldoende gevarieerd straatbeeld; ▪ Aan de voorzijde (straatzijde) dakkapellen mee-ontwerpen en zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa; Nokverdraaiing toepassen op prominente plekken

▪ De woningen krijgen een traditionele moderne vormgeving geïnspireerd op het agrarische karakter en zijn duidelijk familie van de andere grondgebonden woningen; ▪ Voldoende variatie in straatbeeld om projectmatig karakter te voorkomen; ▪ De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; ▪ Garages worden mee-ontwerpen en maken onderdeel uit van de architectuur.

Gevels zijn van baksteen in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare (plaat)materialen

Kleur- en materiaalgebruik ▪ Alle gebouwen kennen een licht, terughoudend kleurgebruik, met een warme uitstraling. ▪ Gevels zijn van baksteen, mogelijk in combinatie met hout, dakpan of vergelijkbare materialen; ▪ De variatie in kleurgebruik is beperkt. De woningen zijn duidelijk familie van elkaar en in samenhang vormgegeven; ▪ Kappen voorzien van keramische, zwarte/antraciete pannen of ‘groen’dak. Platte daken voorzien van een ‘groen’ (sedum)dak; ▪ Eventuele

Passende materialisatie en detaillering, bijvoorbeeld smetlaag, goot, dakkappelen, makelaar, entree etc.

zonnepanelen

worden

evenwichtig

en

zorgvuldig op het dakvlak ingepast. 33

Referentiebeelden buitenruimte

Natuurspeelplaats

Natuurvriendelijke oevers

Natuurspeelplaats als onderdeel van natuurcompensatie

Robuust groen als onderdeel van de woonstraten

34

Entreebrug Molenlaan aansluitend op taluds met hekwerk landelijke uitstraling

Parkeren omgeven door groen

Hekwerk brug met landelijke uitstraling

Woonstraat met informele trottoirs

6 Buitenruimte 6.1

Algemeen streefbeeld

Parkeren

Het gehele terrein wordt als eenheid ingericht,

In het plangebied worden parkeerplaatsen

waarbij het carré een verzorgde en groene

gerealiseerd in openbaar gebied en op privégrond

uitstraling krijgt. Het toegepaste groen is

(oprit of halfverdiept parkeren). Parkeren nabij

streekeigen (inheemse bomen en struiken die

de hoofdentree dient nadrukkelijk vermeden

van nature in dit gebied voorkomen) en robuust.

te worden. De inrichting voorziet hierin. De plaatsen in het openbaar gebied worden

De

verharding

met

uitgevoerd als haaksparkeervakken en worden

betonstraatstenen met een kleurechte kwaliteit

ingericht door middel van grasbetonstenen.

in

subtiele

Daar, waar mogelijk, voorzien van een groene

kleurverschillen. Het geheel moet een ‘dorpse’

haag om het beeld op ‘blik’ ten ontnemen. Bij

uitstraling krijgen.

groene parkeerplaatsen wordt de maatvoering

een

wordt

neutrale

uitgevoerd

uitstraling

met

aangepast aan de materiaalkeuze. Inrichtingselementen

als

verlichtingsmasten,

afvalbakken, speelgelegenheden en hekwerken

6.3

Beplanting

krijgen over het gehele gebied een uniforme

De groeninrichting van de openbare ruimte

vormgeving en uitstraling, conform de eisen van

draagt in belangrijke mate bij aan de sfeer en

de gemeente Krimpenerwaard. Uitgangspunt is

leefbaarheid van de buurt. Belangrijk is om de

een rustig, neutraal en eigentijds beeld, waarbij

beplanting zo te kiezen dat het enerzijds een

deze elementen zich onopvallend schikken in

robuuste (groene) sfeer uitstraalt en anderzijds

hun groene en bebouwde context.

zoveel mogelijk aansluit bij het bestaande groen van de omgeving. Uitgangspunten voor de

6.2

Verharding

beplantingskeuze zijn:

Trottoirs en rijbanen

▪

ecologische waarden;

Voor de materialisering van rijbanen, trottoirs en

▪

voorkeur voor inheems;

parkeervakken is een rustig en eenduidig beeld het

▪

drachtplant en/of vruchtdragend;

streven. Uitgangspunt is een hoogwaardige kleurvaste

▪

onderhoudsvriendelijk;

betonstraatsteen in warme zand- en grijstinten.

▪

ziekteresistent;

Molgoten zijn in hetzelfde materiaal uitgevoerd en

▪

jaarrond aantrekkelijk.

hoeven zich niet in kleur te onderscheiden.

Binnen

het

plangebied

zijn

verschillende

groenstructuren te onderscheiden: De straten worden geflankeerd door informele trottoirs op hetzelfde niveau als de rijbaan. Hier

Representatief groen

wordt een zelfde kleurvaste betonsteen gebruikt

Rondom het zuidelijke appartementenblok, aan

als de rijloper met een ander legverband en/of

het einde van de entreeweg, is ruimte voor extra

een passende kleurnuance.

groen rondom het appartementenblok.

35

Nabij de natuurcompensatie is ruimte voor een natuurlijke

speelvoorziening

met

kleinschalige

speelelementen en om even te zitten. De beplanting bestaat uit gezonde vaste planten in combinatie met lage heesters. Op speelse wijze kunnen er diverse bomen geplant worden die een hoge esthetische waarde hebben met bijvoorbeeld, bloemen, bessen en/of een fraaie herfstverkleuring.

Vlonders als overgang van tuin naar water

Boomsoorten waaraan gedacht kan worden zijn: knotwilg, esdoorn, els, treurwilg, etc.

Groen in straten De entreeweg wordt gekenmerkt door een voetpad aan de oostzijde en wordt afgeschermd met lage hagen aan de zijde van de woonkavels. Aan de andere zijde, langs de watergang komt een groene oever met knotwilgen of (resistente) essen met passende onderbeplanting van b.v. Grauwe wilg, Meidoorn, Gelderse roos en

Begroeid hekwerk als overgang naar achterpaden

Bruidsbloem. Dit om het geheel landschappelijke in te passen, binnen het beeld van het lint en naastgelegen kavel voldoende privacy te geven. Deze bomen staan op een zodanige afstand, dat parkeren in de berm wordt voorkomen. Aan de binnenzijden van de woonstraat ligt tussen het voetpad een groenstrook tot aan de rijbaan. Hierin krijgen bomen een plek en tussen de haaksparkeerplaatsen staan op enige afstand

Hoogwaardige erfafscheiding op hoeken

enkele bomen om het beeld van de parkeerstroken te onderbreken. Voortuinen of openbare ruimtes in deze straten dienen een groene uitstraling te krijgen. Dit wordt voorzien door hier passende beplanting toe te passen en op de erfgrens van de tuin een haag te planten.

36

Lage groene erfafscheiding aan voorzijde

Oevers en brug

Voor het hele plangebied worden twee hoogtes

Rondom het plangebied lopen diverse sloten.

van erfafscheidingen toegepast. De vormgeving

Deze

van

van deze erfafscheidingen verschillen per locatie.

natuurvriendelijke oevers of een lage (onderwater)

De voorzijde van de grondgebonden woningen

beschoeiing (evt. met faunatrappetjes). Het groen

krijgt een lage erfafscheidingen om de overgang

langs deze oevers krijgt een natuurlijke, open

van openbaar en privé een eenduidige groene

uitstraling. Hier wordt inheems plantmateriaal

uitstraling te geven. Deze haag wordt ca. 0,8m

gebruikt, met name planten en grassen.

hoog en ca. 0,5m breed.

watergangen

worden

voorzien

Extra aandacht dient uit te gaan naar de De oevers aan de oost- en zuidzijde zijn

koppen van de woningen die aan de openbare

grotendeels onderdeel van de percelen van

ruimten grenzen. Bij deze koppen loopt de lage

de tweekappers en vrijstaande woningen. Als

erfafscheiding de hoek om, waarna deze 1

beëindiging van het perceel wordt per kavel

meter achter de voorgevel over gaat in een hoge

een houten vlonder toegepast. Deze vlonders

erfafscheiding.

zijn maximaal 1 meter breed en 5 meter lang en mogen maximaal 1 meter over het water

Bij de overige ruimtes, waarbij de privéruimtes

uitsteken. Vlonders worden mee-ontworpen en

aansluiten op het openbaar gebied of de

dienen zoveel als mogelijk in het midden van de

achterpaden, is het belangrijk om één soort

kavel te worden gepositioneerd. Hiermee wordt

erfafscheiding toe te passen, zodat de ruimtes

de groene tussenruimte zo groot mogelijk.

een rustige uitstraling krijgen. De hoge erfafscheiding wordt eenduidig uitgevoerd.

Ter hoogte van de entree vanaf de Molenlaan

Daar waar hoge erfafscheidingen direct aan het

wordt een brug voorgesteld. In beeld dient dit een

openbaar gebied grenzen en in het zicht liggen

eenvoudige betonnen (prefab) brug te zijn, zonder

wordt een gebouwde erfafscheiding /(gemengde)

gemetselde landhoofden, aansluitend op de groene

haag van maximaal 1,80 meter hoog voorgesteld.

taluds. De brug wordt voorzien van een hekwerk

In alle overige situaties wordt een dubbel

met een landelijke uitstraling in kleur en uitstraling

staafmathekwerk in donkere kleur van 1.80 meter

passend bij het overige straatmeubilair. De duiker,

hoog, begroeid met Hedera voorgesteld.

gelegen aan het einde van de entreeweg, wordt in het talud met natuurvriendelijke oevers opgenomen

Extra aandacht dient uit te gaan naar de

en voorzien van een vergelijkbaar hekwerk.

afscherming van het parkeerterrein aan de noordzijde. Dit in verband met het uitzicht vanaf

Erfafscheidingen

de appartementen. Bergingen en erfafscheiding

Erfafscheidingen vormen de overgang tussen de

dienen hier een maximale groene uitstraling

kavel en de private of openbare buitenruimte en zijn

te krijgen door middel van groene daken en

een belangrijke beeldbepaler in het straatbeeld. In

begroeide hekwerken.

het plan is ruimte voor lage (gemengde) hagen en hoge hagen of begroeide hekwerken.

37

38

6.4

Spelen

In het plan is ruimte voor één kleine natuurspeelplek. Hier wordt gedacht aan een stapstenen pad of klauterpalen in het gras voor de doelgroep van 2 - 10 jaar. De speelplek kan gecombineerd worden met zitbankjes in het groen. De speelplek moet voldoen aan de eisen van de gemeente Krimpernerwaard. Nabij het entreegebouw kan eveneens een plek Toepassen van natuurvriendelijke oevers

worden ingericht waar men kan zitten.

6.5

Afval

Het afval wordt gescheiden opgehaald en verzameld

in

diverse

(semi-)ondergrondse

afvalcontainers. Hiervoor is ruimte voorzien die goed toegankelijk is voor vuilniswagens.

6.6

Nutsvoorzieningen

In het plan zijn nutsvoorzieningen voorzien. Deze dienen op een evenwichtige wijze ingepast te Vergroenen van parkeerplaatsen

worden en het beeld van de openbare ruimte zo min mogelijk aan te tasten. Nutsgebouwen worden in materialisatie afgestemd op de directe omgeving of van een donkere eenduidige kleurstelling voorzien.

6.7

Duurzaamheid

Vanuit het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan

wordt

ingezet

op

een

duurzame ontwikkeling van Molenpark. Dit moet Openbare ruimte zo groen als mogelijk en nodigt uit om te bewegen

ook bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Daarbij gaat het om diverse maatregelen waarop ingezet kan worden. Te denken valt aan onder andere maatregelen op gebouwniveau en maatregelen die toegepast kunnen worden bij de inrichting van de (openbare) buitenruimte. Dit om in te zetten op minder en andere vormen van energiegebruik, het tegengaan van hittestress, het

voorkomen

van

wateroverlast,

het

bevorderen van de biodiversiteit, het stimuleren Voorzien van nestgelegenheden in gevels

39

2,5

9,2 8,5

5

6

3,6

2

Doorsnede D

40

9,6

haaksparkeren

1,5 2,5 rijbaan

4,5 0,75 3

groen voetpad tuin

5

2

3,2

5,5

4

2 3

2 1,5

5

6

5

3,2 11,3

10,7

5,3 haaksparkeren

tuin

groen

4,2

rijbaan

tuin

groen

watergang

perceelgrens

tuin

tuin

tuin

voetpad

15

tuin

voetpad

2

groen

10 tuin

Doorsnede C 3

voetpad

9,6

groen

tuin

rijbaan

2

rijbaan

groen

perceelgrens

watergang

5,5

haaksparkeren

rijbaan

3

tuin

tuin

haaksparkeren

Doorsnede A

19,5

Doorsnede B

10,2

2,5 1,5

van bewegen en ontmoeten. Hierna worden deze voor de inrichting van de (openbare) buitenruimte en op gebouwniveau beknopt aangegeven.

Inrichting (openbare) buitenruimte C

B

▪

Inrichting van de (openbare) buitenruimte dient zo groen mogelijk te zijn om hittestress tegen te gaan, bij te dragen aan het zo lang mogelijk

D

vasthouden van water en de biodiversiteit te vergroten; A

▪

(Binnen)tuinen en tussenruimten dienen een zo groen mogelijk inrichting te krijgen, waar tevens ruimte is voor activiteiten en ontmoeten;

▪

De openbare ruimte nodigt uit om te bewegen, waarbij ingezet wordt om een ‘ommetje’ te

^ Locatie principeprofielen

kunnen maken. Gebouwniveau ▪

Gebouwen worden zo duurzaam mogelijk gemaakt. Daarbij wordt onder andere gekeken naar mogelijkheden van nieuwe energievormen en het toepassen van groene daken en gevels;

▪

Gebouwen worden zo mogelijk voorzien van maatregelen om zo de biodiversiteit te stimuleren en nestgelegenheid/onderkomen te bieden. Daarbij kan worden gedacht aan onder andere nestkastjes, vegetatiedaken, etc.

< Belangrijkste principeprofielen

41

Bijlage

Onderwerp:

De ruimtelijke uitgangspunten voor het plangebied Molenpark te Bergambacht Behorende bij raadsvoorstel nr. 1931107972/712590

Datum:

11 januari 2022

1.

De ruimtelijke uitgangspunten voor het plangebied Molenpark in Bergambacht vast te stellen, te weten: a. De keuze voor een aanpak die ruimte biedt voor een algehele integrale planontwikkeling van het plangebied Molenpark, waarbij in een later stadium het realiseren van circa 100125 woningen middels een juridisch-planologische procedure mogelijk wordt gemaakt; b. Een divers woningbouwprogramma waarvan minimaal 25% dient te bestaan uit huurwoningen in de categorie sociaal en huurwoningen in de categorie midden; c. De overige 75% van het woningbouwprogramma dient te voorzien in (minimaal 12) koopwoningen tot de NHG-grens en koopwoningen in de categorie duur. Het betreft een combinatie van grondgebonden woningen en appartementen. Hierdoor is een deel van het woningbouwprogramma gericht op doorstromers, waardoor elders woningen vrijkomen voor jonge gezinnen en starters; d. De nieuwe bebouwing dient in massa, omvang, verschijningsvorm en architectonische uitstraling aan te sluiten op het agrarische, landelijke karakter van de omgeving en de omliggende bebouwing. Kapvormen zijn het uitgangspunt voor de nieuwe bebouwing; e. De nieuwe bebouwing langs de N207 dient in architectonische uitstraling aan te sluiten op het naastgelegen (agrarisch schuurvormige) bedrijfsgebouw ‘de Stelling’, daarnaast dient het een geluidswerende functie te krijgen voor het plangebied.

Er moet rekening worden gehouden met de betreffende milieu- en geluidzones van de bedrijvigheid en het verkeer in de directe omgeving; f. Er dient een groene en waterrijke overgang aanwezig te zijn tussen de nieuwe bebouwing en de huidige bebouwingslinten van de Molenlaan, de Kadijkselaan en het bedrijventerrein aan de noordzijde; g. Binnen het plangebied dient een robuuste groenstructuur onderdeel te zijn van de stedenbouwkundige hoofdstructuur. Te denken valt aan een ‘groene rondgang’; h. De openbare ruimte dient een groene en waterrijke inrichting te krijgen. Er moet maximaal worden ingezet op duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Te denken valt aan natuurvriendelijke oevers, extra waterberging, groene parkeerplaatsen, streekeigen en diervriendelijke beplanting, nestgevelkasten, groene erfafscheidingen, kwalitatief houten speeltoestellen etc; i. Er dient kwalitatieve openbare ruimte in het plangebied aanwezig te zijn ten behoeve van de sociale interactie, te denken valt aan ontmoetings- en speelgelegenheden in het groen; j. Een goede en verkeersveilige ontsluiting van het plangebied voor alle weggebruikers. Er dient een extra noodontsluiting voor de toegang van hulpdiensten (ambulance, brandweer en politie) tot het plangebied aanwezig te zijn. Het gehele plangebied dient een uniform wegbeeld te krijgen en te worden ingericht als 30 km/uur gebied; k.

Het parkeren dient te voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid zoals omschreven in het parapluplan. De parkeerplaatsen dienen zoveel als mogelijk uit het straatbeeld te worden gehaald ten behoeve van de robuuste groenstructuur; l. De 3 appartementengebouwen in het plangebied dienen te voldoen aan de wettelijke eis Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). De ambitie voor de overige bebouwing in het plangebied is hoger, namelijk Energie Neutrale Gebouwen (ENG). Het plangebied bevindt zich in een boringvrije zone, hierdoor kan er geen gebruik gemaakt worden van bodemwarmte. Dit heeft als gevolg dat er rekening gehouden moet worden met

42

1931107972 / 721087

721087

721087

voldoende dakoppervlak, meer benodigde ruimte voor zonnepanelen, warmtepompen en een zuid-west oriëntatie; m. Er dient te worden geparticipeerd met omwonenden en belangstellenden over het ruimtelijk initiatief Molenpark. Onderdeel van de stedenbouwkundige hoofdstructuur is een groene overgangszone, waarvoor draagvlak is bij ontwikkelaar en omwonenden, aan de oostzijde van het plangebied.

43

buro-sro.nl

stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=b87fc5b5-b146-4bb0-b875-19b3057199f6