CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2 Bijlagen bij Toelichting IJsseldijk-Noord 148, Ouderkerk aan den IJssel

Oordeelsvorming R&F (RZ) 6 september 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 148, Ouderkerk aan den IJssel16.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uit het onderstaande fragment van de archeologische beleidskaart van de gemeente blijkt dat de bodemverstoringen als gevolg van de verlenging van de stal en de aanleg van enkele voeropslagen is gelegen binnen de zone WA-4 en WA-7.

Uitsnede Archeologische beleidskaart Bron: gemeente Krimpenerwaard 12

Voor WA-4 geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen dieper dan 0,3 meter en groter dan 1.000 m² Voor WA-7 geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen dieper dan 3 meter en groter dan 10.000 m². De ontwikkeling op de gronden met de aanduiding WA-4 bedragen respectievelijk 150 m² en 175 m². Daarmee blijven de bodemingrepen ruimschoots onder de 1.000 m². De ontwikkeling op gronden met de aanduiding WA-7 blijven ruimschoots onder de 10.000 m². Gelet op het bovenstaande vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

Landschappelijke waarde De locatie heeft een tweetal landschappelijk waarden op basis van de Cultuur historische atlas van de gemeente Zuid-Holland. De waardevolle historisch-landschappelijke vlakken betreffen delen van gekarteerde kenmerken (zie kaart 2.a Landschap, kenmerken). Afhankelijk van de score op de waardering is er een waarde toegekend, te weten: - zeer hoge waarde (rood) - hoge waarde (oranje) - redelijk hoge waarde (geel) De meeste landschapstypen in Zuid-Holland (bv. veenontginning, droogmakerij, zeekleipolder) zijn op provinciaal niveau - niet bijzonder zeldzaam. Ze scoren daardoor, bij voldoende gaafheid en samenhang, doorgaans niet hoger dan 'hoge waarde'. Onderdelen van landschappen kunnen - in gave staat - wel hoger scoren. Zo heeft het hart van het veenweidelandschap in de Krimpenerwaard een opvallend gave strokenverkaveling, met veenputten en eendenkooien. Dit gebied scoort daarom zeer hoog. Een enkel landschapstype is wel zeldzaam, zoals het strandwallen/-vlaktenlandschap dat alleen in de Duin- en Bollenstreek voorkomt. Dat kan bijdragen aan de waardering. Binnen dit gebied is het subtype zanderijlandschap als geheel weliswaar niet meer gaaf, maar vanwege de hoge zeldzaamheid plaatselijk toch weer hoog gewaardeerd.

Bij de waardering van landschappelijke vlakken is sterk gelet op de samenhang tussen de historischlandschappelijke eenheden (veelal polders) alsook daarbinnen (vooral de verkaveling). Wanneer gaafheid en samenhang bijvoorbeeld zijn aangetast door de aanleg van nieuwe wegen, industrieterreinen of woonwijken is hooguit de waarde 'redelijk hoog' toegekend.

Bestemmingsplan Voorliggend plan betreft een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "IJsseldijk Noord 2005" en het bestemmingsplan "Buitengebied Ouderkerk aan den IJssel 2013" van gemeente Krimpenerwaard ten behoeve van het uitbreiden van de melkveehouderij middels het vergroten van

13

de ligboxenstal, het realiseren van vier nieuwe voeropslagen en het oprichten van een kleine windmolen op de locatie IJsseldijk-Noord 148 te Ouderkerk aan den IJssel. Tevens wordt met voorliggend bestemmingsplan planologisch vastgelegd dat de bestaande jongveestal achter de bedrijfswoning binnen de planperiode buiten gebruik wordt gesteld, nadat de nieuwe stal is opgericht en volledig in gebruik is. De voorgenomen ontwikkeling is strijdig met de regels uit het vigerende bestemmingsplan. Echter, omdat het initiatief past op de locatie en gewenst is, wordt door de gemeente in principe medewerking verleend. De gemeente heeft hiervoor in 2015 reeds een principe uitspraak gedaan (brief datum 13 juni 2015) waarin zij bevestigen voornemens zijn om in principe medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Hiertoe dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien met een partiële herziening conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). DLV Advies heeft hiervoor een document opgesteld waarin op basis van onderzoeken gemotiveerd wordt waarom medewerking kan worden verleend en waarom dat kan in het kader van de Wro.

14

2

MER-(BEOORDELINGS)PLICHT

2.1

PROCEDURE MER TOETSING

In het Besluit milieueffectrapportage (hierna Besluit m.e.r.) is in onderdeel C van de bijlage onder categorie 14 opgenomen wanneer voor de activiteit het fokken, mesten of houden van dieren een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport geldt. Dit is het geval bij het oprichten en/of uitbreiden en/of wijzigen van een installatie met meer dan: ▪ 85.000 dierplaatsen voor mesthoenders. ▪ 60.000 dierplaatsen voor hennen. ▪ 3.000 dierplaatsen voor vleesvarkens. ▪ 900 dierplaatsen voor zeugen. Verder is in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. onder categorie 14 opgenomen dat, in de aangegeven situaties, een milieueffectrapport moet worden opgesteld wanneer de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit geldt voor het oprichten en/of uitbreiden en/of wijzigen van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren met meer dan: ▪ 40.000 dierplaatsen voor pluimvee. ▪ 2.000 dierplaatsen voor vleesvarkens. ▪ 750 dierplaatsen voor zeugen. ▪ 3.750 dierplaatsen voor gespeende biggen. ▪ 5.000 dierplaatsen voor pelsdieren. ▪ dierplaatsen voor voedsters. ▪ 6.000 dierplaatsen voor vlees- en opfokkonijnen. ▪ 200 dierplaatsen voor melk-, kalf- en zoogkoeien. ▪ 340 dierplaatsen voor vrouwelijk jongvee. ▪ 340 dierplaatsen voor melk-, kalf- en zoogkoeien en vrouwelijk jongvee. ▪ 1.200 dierplaatsen voor vleesrunderen.

▪ 2.000 dierplaatsen voor schapen en geiten. ▪ 100 dierplaatsen voor volwassen paarden of pony's. ▪ 1.000 dierplaatsen voor struisvogels. Daarnaast is in het Besluit m.e.r. bepaald dat, wanneer de oprichting en/of uitbreiding en/of wijziging van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren niet leidt tot een overschrijding van de drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., ook moet worden vastgesteld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven omstandigheden. Indien uit deze afweging volgt dat er geen sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, dan moet het niet nodig zijn van een mer-beoordeling worden gemotiveerd in het moederbesluit (het besluit op de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit inrichting). Wanneer er wel sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu moet toch een milieueffectrapport worden opgesteld wanneer de voorgenomen activiteit daadwerkelijk leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

15

In de huidige aanvraag is sprake van het uitbreiden van een installatie, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., voor het huisvesten van 203 melkvee, 118 jongvee en 1 fokstier. In de aangevraagde situatie worden de, in de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r., genoemde dieraantallen niet overschreden Ook wordt voldaan aan de gewenste afstanden en de geurnormen van het activiteitenbesluit. Met betrekking tot fijnstof is er een beperlte toename die niet in betekende mate is. De uitbreiding van ammoniak is vergunningsvrij ingevolge de natuurbeschermingswet. Externe veiligheid levert geen beperkingen op. Er is geen cumulatie met andere projecten.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een activiteit die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een toetsing aan het Besluit m.e.r. is niet nodig.

16

3

WATER

3.1

WATERVERBRUIK

Hieronder een overzicht van het watergebruik: Soort water Schatting Globaal gebruiksdoel Leidingwater (incl. Drinkwater, 10.000 privé) inw.reiniging Grondwater Oppervlaktewater

Totaal

3.2

10.000 m3/jr

WATERBESPARENDE MAATREGELEN

▪ Inweken voor het schoonspuiten ▪ Gebruik hoge druk reiniger ▪ Hergebruik spoelwater

17

4

ENERGIE

4.1

ENERGIEVERBRUIK

Jaar

Elektriciteit (kWh)

Schatting huidig 55.000 verbruik Na realisatie 85.000 * graag keuzeveld van maken (of gas m3 of propaan ltr)

Energiebesparende maatregelen -

Warmteterugwinning Frequentieregelaar op vacuümpomp LED lampen Verlichtingen in groepen geschakeld Nachtverlichting Zonneboiler

18

5 5.1 Afvalstoffen

AFVALSTOFFEN NIET GEVAARLIJKE AFVALSTOFFEN Aard van het afval

Afvoerfrequentie

Hoeveelheid per jaar (kg, ton of stuks)

Wijze + plaats van Opslag

Maximale Opslag

Bedrijfsafval Bedrijfsmatig 1 x /mnd

3.000 kg

Container

140 liter

Erkend inzamelaar

Vrachtwagen

Landbouwplastic

Bedrijfsmatig 1 x 26 wkn

1.000 kg

Bundels

1.000 kg

Erkend inzamelaar

Vrachtwagen

Kadavers1

Bedrijfsmatig

Kadaverplaat

450 kg

Destructor Rendac

Vrachtwagen

Indien nodig

Inzamelaar/ Hoe afvoer Verwerker en bestemming

1

Binnen de inrichting vrijgekomen kadavers worden opgeslagen en aangeboden volgens de voorschriften genoemd in de Regeling dierlijke bijproducten 2008

5.2

GEVAARLIJKE AFVALSTOFFEN

Soort afval

Wijze van opslag

Max. opslag

Inzamelaar/ verwerker

1x/jaar

Hoeveelheid p. jaar (kg, ton of stuks 320 liter

Vat in lekbak

320 litr

Accu’s

1x/jaar

3x

In lekbak

-

Verfrestanten Rest. bestrijdingsmidd. Rest. geneesmiddelen

1x/jaar 1x / jaar 1x/jaar

4 blikken 10 kg 0,2 liter

Kast In afsluitbare kast Kast

35 kg -

TL buizen/spaarlamp

2 / jaar

20 / jaar

Doos

30

Mechanisatie bedrijf Mechanisatie bedrijf Milieustraat Erkend inzamelaar Dierenarts Milieustation / erkende inzamelaar

Afgewerkte olie

Afvoerfrequentie

Zoals uit de aanvraag blijkt, bedraagt hoeveelheid gevaarlijk afval minder dan 2,5 ton per jaar en de hoeveelheid bedrijfsafval minder dan 25 ton per jaar. Gelet op de soorten afvalstromen is er binnen het bedrijf geen preventiepotentieel aanwezig.

1

Binnen de inrichting vrijgekomen kadavers worden opgeslagen en aangeboden volgens de voorschriften genoemd in de Regeling dierlijke bijproducten 2008.

19

6

AANWEZIGE STOFFEN

6.1 6.1.1

6.1.2

6.1.3

OPSLAG GEVAARLIJKE STOFFEN OPSLAG IN KAST Soort

Hoeveelheid/ max. opslag

ADR klasse

Bestrijdingsmiddelen

20 liter

3, 6,

Reinigingsmiddelen

80 liter

Diergeneesmiddelen

2 kg

INPANDIGE OPSLAG < 10 TON Soort

Hoeveelheid/ max. opslag

ADR klasse

Smeerolie

320 liter

3, 9, 6,

Afgewerkte olie

60 liter

3, 9, 6

VLOEISTOF IN TANK

Naam + nr van de tank

Naam vloeistof

Soort opslag boven/ ondergronds

Dieselolie

Dieselolie

Bovengronds

6.1.4

6.2

Hoeveelheid/ max. opslag 2000 liter

Vast of mobiel

Materiaal

Enkel- of dubbelwandig

Tank in lekbak

Nieuw of bestaand

Bestaand

COMPRESSOR Naam

Aandrijving

Inhoud drukvat

Nominale druk

Olie uitscheiden uit persluchtcondensaat

Compressor

Elektrisch

liter

10 millibar

Nee

OPSLAG OVERIGE STOFFEN

Soort product

Max. opslag hoeveelheid Wijze van opslag en (ton of m3) plaats

Nr. op tekening

Kunstmest

10 ton

Silo

1

Bijprodukten

300 m3

Sleufsilo

-

Mengvoeder

37ton

Silo’s bij bedrijfsgebouwen 2, 3, 4,

Maïs/gras/kuilvoer

1900 m3

Drijfmest

3.900 m3

Mestekelder onder stallen

In stallen 2, 8 en 93,

Vaste mest

160 m3

Betonplaat

Zie tekening

20

6.3

OVERZICHT CFK-KCFK EN HFK Naam + nr van de installatie

Naam koudemiddel

Nummer Inhoud in kg Logboek koudemiddel Ja – nee

Binnen 6 mnd actie om koudemiddel te vervangen door alternatief

Koeltank

R404

R404

Nee

8,5

Ja

21

7 7.1

EXTERNE VEILIGHEID OMSCHRIJVING EXTERNE VEILIGHEID

Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid rondom opslag, gebruik, productie en transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's dienen aanvaardbaar te blijven. Het externe veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. In de wet is geregeld wanneer de verantwoordingsplicht van toepassing is. Omdat de wettelijke basis per risicobron verschilt, verschillen per risicobron ook de voorwaarden die verantwoording wel of niet verplicht stellen. Zoals te zien in onderstaande figuur bevindt zich binnen 780 meter rondom de planlocatie een inrichting met opslag van propaan (2000 liter). De minimale afstand is 20 meter, hier wordt ruimschoots aan voldaan. Alleen voor bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geldt de verantwoordingsplicht wanneer binnen het invloedsgebied een ruimtelijk besluit genomen wordt. Onderhavige inrichting is eveneens geen risicovolle inrichting. Figuur 3: Risicokaart

22

8

LUCHT

8.1

FIJNSTOF

Onderhavige aanvraag blijft onder de genoemde dieraantallen in artikel 1.19 van het Besluit Algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. In onderhavige situatie worden nl. minder dan 500 overige landbouwhuisdieren. Wel kan worden aangetoond dat in onderhavig geval sprake is van Niet In Betekende Mate. Op de volgende pagina’s kunt u de onderbouwing van onderstaande conclusie terugvinden. De fijnstofbelasting in de aanvraag door het bedrijf op de omgeving is 13.372 gram per jaar, de fijnstofbelasting conform de huidige vergunning is 28.608 gram per jaar. De fijnstofbelasting stijgt in de slechtste situatie met 15.236 gram per jaar. Bestaand

# dierplaatsen # dieren

13372

O u g fijnstof / e dier / jaar

totaal fijnstof (gr/jaar)

35

35

118

4130

59

59

118

6962

60

60

38

2280

Beoogd

gde vergunning:

Bedrijfstotaal k diercategorie

# dierplaatsen # dieren

28608

g g fijnstof / N dier / jaar

totaal fijnstof (gr/jaar)

Melkkoeien

45

45

118

5310

Melkkoeien

158

158

118

18644

Jongvee

118

118

38

4484

fokstieren en overig rundvee

1

1

170

170

Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht (NIBM), hoeft een project niet langer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekende mate bijdragen. Na inwerkingtreding van het NSL op 1 augustus 2009, is de definitie van NIBM 3% van de grenswaarde, dat is 1,2 µg/m³ (artikel 2, lid 1, Besluit NIBM in samenhang met Bijlage 1A van de Regeling NIBM).

23

De onderstaande tabel is als hulpmiddel opgesteld ter motivering van het aantonen van het NIBM zijn van de uitbreiding of oprichting en gebaseerd op de 3% definitie.

De fijnstofbelasting van het totale bedrijf is maximaal 28.608 gram per jaar. De emissie is daarmee lager als de maximale emissie die geldt als grenswaarde voor de status NIBM. De fijnstofbelasting van het gehele bedrijf geeft een bijdrage die beoordeeld mag worden als Niet In Betekende Mate. De fijnstofbelasting van het gehele bedrijf neemt ook veel minder toe als de 324.000 gram die bij een afstand van 70 m als NIBM wordt beoordeeld. Ook om deze reden kan de bijdrage beoordeeld worden als Niet in Betekende Mate.

24

9

GELUID Omschrijving (belangrijkste) geluid-/trillingsbronnen binnen de inrichting Aantal uren in bedrijf tussen Geluid/trillingenbron

Aantal

07:00 – 19:00

19:00 – 23:00

Tractor

4

0,5

0,25

Verreiker

1

1

0,5

23:00 – 07:00

Bronvermogen Lw (dBA) 107

Verkeersbewegingen van en naar de inrichting Maximaal aantal per Dag Personenauto’s

Week

4

Aantal aan- en afvoer bewegingen tussen: Maand

07:00 – 19:00

19:00 – 23:00

23:00 – 07:00

8

Bestelauto’s

1

2

Vrachtauto’s

3

4

2

Door de verandering van de inrichting wijzigt het aantal vervoersbewegingen niet of nauwelijks omdat gebruik wordt gemaakt van grotere vrachten.

25

10 GEUR 10.1 AFSTANDEN TOT GEVOELIGE OBJECTEN De afstand tussen het emissiepunt van het bedrijf en de dichtstbijzijnde woning binnen de bebouwde kom dient minimaal 100 meter te zijn. De dichtstbijzijnde woning binnen de bebouwde kom is Burgemeester Neetstraat 57, de afstand bedraagt 1500 meter. De afstand tussen het emissiepunt van het bedrijf en de dichtstbijzijnde woning buiten de bebouwde kom dient minimaal 50 meter te zijn. De dichtstbijzijnde woning buiten de bebouwde kom is IJsseldijkNoord 136, de afstand bedraagt 80 meter. De afstand tussen de gevel van de stal en de dichtstbijzijnde woning buiten de bebouwde kom dient minimaal 25 meter te zijn De dichtstbijzijnde woning buiten de bebouwde kom is IJsseldijk Noord 136, de afstand bedraagt 80 meter.

26

11 HOUDEN VAN DIEREN 11.1 LEAFLETS EMISSIEARME SYSTEMEN BWL 2010.35.V8

27

Nummer systeem

BWL 2010.35.V8

Naam systeem

Ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif

Diercategorie

Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Rav-code

A 1.14

Systeembeschrijving van

Mei 2021

Vervangt

BWL 2010.35.V7 van april 2019

Werkingsprincipe

Ammoniakemissiebeperking is gebaseerd op versnelde afvoer van urine door de aanwezigheid van hellende sleuven, waarna via de gleuven tussen de vloerplaten de urine in de mestkelder komt. Daarnaast vindt ammoniakemissiebeperking plaats door beperking van de uitstoot van kelderlucht door het afsluiten van de gleuven tussen de vloerplaten door middel van afdichtflappen.

DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM 1a

Onderdeel

Uitvoeringseis

Vloer

Uitvoering 1: - Loopgedeelte en doorlooppaden worden uitgevoerd met vlakke betonnen vloerplaten (120 cm breed; variabele lengte) voorzien van langs- en dwarssleuven die haaks op elkaar liggen en een tegelprofiel vormen. - De vloerplaten worden met zelfdichtend beton (ZVB) gestort en verhard in een mal, waardoor het oppervlak van de langs- en dwarssleuven zeer glad is. Daardoor wordt het aankoeken van de mest verminderd en de afvoer van de urine verbeterd. - De langs- en dwarssleuven zijn hellend uitgevoerd en zijn onderin smaller dan bovenin. Het loopvlak is licht geprofileerd voor een betere beloopbaarheid. - De langssleuven (evenwijdig aan de loopgang) zijn uitgevoerd met een 1% hellend afschot vanuit het midden naar beide zijden toe. In het midden van de plaat is de diepte 8 mm. Naast de gleuven tussen de vloerplaten is de diepte 14 mm. Tevens zijn de langssleuven bij de gleuven enkele mm’s breder dan in het midden van de vloerplaat. De langssleuven liggen op een onderlinge afstand van 50 mm. - De afstand tussen de dwarssleuven is 90 mm. Uitvoering 2: - Loopgedeelte en doorlooppaden worden uitgevoerd met vlakke betonnen vloerplaten met een breedte van 113 cm (117 cm werkende breedte) en een variabele lengte, voorzien van langs- en dwarssleuven die haaks op elkaar liggen en een tegelprofiel vormen.

- De vloerplaten worden machinaal vervaardigd waardoor het oppervlak stroef en daardoor goed beloopbaar is. - De langs- en dwarssleuven zijn hellend uitgevoerd en zijn onderin smaller dan bovenin. De tegeltjes zijn voorzien van een profiel (groeven van 5 mm breed en 2 mm diep), ter vergroting van de grip en de beloopbaarheid. - De langssleuven (evenwijdig aan de loopgang) zijn uitgevoerd met een 1% hellend afschot vanuit het midden naar beide zijden toe. In het midden van de plaat is de diepte 4 mm. Naast de gleuf tussen de vloerplaten is de diepte 10 mm. Tevens zijn de langssleuven bij de gleuven enkele mm’s breder dan in het midden van de vloerplaat. De langssleuven liggen op een onderlinge afstand van 95 mm. De afstand tussen de dwarssleuven is 95 mm.

- De vloerplaten zijn eenzijdig (bij de gleuf tussen de vloerplaten) voorzien van een prefab aangebrachte kunststof glijstrook die ervoor zorgt dat de mest in de mestspleet niet aankoekt en daardoor een snelle en continue afvoer van de mest en urine naar de kelder bewerkstelligt. Uitgezonderd van deze eisen zijn de doorsteken, de wachtruimte en de doorlopen; deze hoeven niet te worden voorzien van boven beschreven systeem. Deze ruimten moeten echter wel emissiearm worden uitgevoerd door gebruik te maken van een in de Rav opgenomen emissiearm systeem dan wel een dichte vloer. In deze ruimtes mag de breedte van de vloerplaten afwijken van de maat die voor het betreffende emissiearme systeem is vereist, mits dit de emissiereducerende werking niet nadelig beïnvloedt.

1b

2a

Mestkelder en mestafvoer

2b

Onder het gehele oppervlak van de loopgangen met vloerplaten en mestafstorten is een mestkelder aanwezig. De afvoer van mest en urine vindt plaats via regelmatige gleuven van 35 tot 40 mm breed. Deze gleuven bevinden zich tussen twee vloerdelen en zijn voorzien van sluitende, flexibele flappen of kleppen, waardoor mest en urine naar de kelder worden afgevoerd, maar emissie vanuit de kelder naar de stal zoveel mogelijk wordt voorkomen. Bij uitvoering 1 worden pvc-flappen toegepast. Bij uitvoering 2 worden flexibele kunststof flappen toegepast.

2c

Indien aan één of beide uiteinden van de loopgangen in de vloer een afstort gemaakt voor de afvoer van de mest, zijn deze afstorten voorzien van een zogenaamde brievenbusafsluiting, rubberen flappen of andere voorziening die emissie vanuit de mestkelder zoveel mogelijk voorkomt.

2d

Wanneer tussentijdse mestafstorten worden gebruikt, bijvoorbeeld indien de schuifuitvoering dat noodzakelijk maakt of wanneer deze als noodvoorziening wordt geïnstalleerd, moeten deze afstorten worden voorzien van een zogenaamde brievenbussluiting, rubberen flappen, of een andere voorziening die de emissie vanuit de mestkelder zoveel mogelijk voorkomt. Bij een vaste mestschuif moet de mestafstort tenminste de lengte hebben van de naar voren gerichte mestgeleiders.

2e

Indien in de doorsteken, de wachtruimte en de doorlopen een ander emissiearm systeem wordt toegepast en daardoor extra emissie vanuit de kelder daaronder kan optreden (schoorsteeneffect), dient bij elke overgang van vloersysteem in de mestkelder een stankafsluitende voorziening te worden aangebracht.

3a

Mestschuif

Voor afvoer van de mest moet een mestschuif zijn aangebracht. Dit kan zijn: - een vaste opstelling van mestschuif, voorzien van een aandrijfmechanisme en een tijdschakeling, of; - een mestrobot voorzien van een tijdschakeling. Het schuifblad is zodanig uitgevoerd dat het loopoppervlak goed wordt gereinigd.

4a

4b

Emitterend vloeroppervlak

Het met mest besmeurd vloeroppervlak per dierplaats is maximaal 5,5 m 2. Dit oppervlak omvat de loopgangen, doorsteken, wachtruimte en doorlopen. Niet inbegrepen is het vloeroppervlak van de melkstal en de voerstoep (indien aanwezig). Voor de wachtruimte geldt dat deze niet meetelt bij het bepalen van het met mest besmeurd oppervlak, wanneer deze met een dichte vloer is uitgevoerd. Wanneer de wachtruimte op een andere wijze is uitgevoerd, telt het oppervlak wel mee bij het bepalen van het met mest besmeurd oppervlak per dierplaats.

5

Registratieapparatuur

- Voor het registreren van het aantal schuifbewegingen dient een verzegelde bedrijfsurenteller aanwezig te zijn. - Voor de waarborging van de schuiffrequentie dient een tijdklok aanwezig te zijn. Deze tijdklok dient daartoe de aansturing van de mestschuif te verzorgen.

HET GEBRUIK VAN HET SYSTEEM a1

Onderdeel

Gebruikseis

Schuiffrequentie

De mest dient tenminste iedere 2 uur van de vloer te worden verwijderd met de mestschuif. Bij het gebruik van een mestrobot is dit gemiddeld iedere twee uur.

a2 b1

Het met mestbesmeurde vloeroppervlak waar de mestschuif niet kan komen, dient minimaal twee keer per dag handmatig te worden gereinigd. Wachtruimte

b2

De gebruiksduur van de wachtruimte beperkt zich tot de melktijden. Buiten de melktijden worden in de wachtruimte geen dieren gehouden. Wanneer de wachtruimte buiten de melktijden wel beschikbaar is voor de dieren maakt deze deel uit van de loopruimte. In dat geval moet de wachtruimte wel worden meegeteld als onderdeel van het mest besmeurd vloeroppervlak. Na elk gebruik moet de wachtruimte direct worden gereinigd waarbij alle mest en urineplassen worden afgevoerd naar de mestkelder. Deze eis geldt niet indien de wachtruimte buiten de melktijden toegankelijk is voor de melkkoeien.

c

Onderhoud

De mestschuif, de afdichtflappen in de gleuven tussen de vloerplaten en de afdichtvoorzieningen in de mestafstorten dienen tenminste eenmaal per twee maanden te worden gecontroleerd op beschadigingen en indien nodig te worden onderhouden. Aanbevolen wordt hiertoe een onderhoudscontract met de leverancier van de mestschuif en de afdichtflappen of een andere deskundige partij af te sluiten.

d1

Controle en registratie

Om het gebruik van het systeem te controleren dient: - op de bedieningscomputer een terugleesoptie aanwezig te zijn waarmee de werking van de mestschuif gedurende de laatste drie maanden inzichtelijk kan worden gemaakt, of; - een verzegelde draaiurenteller te zijn geplaatst voor continue registratie van de bedrijfsuren van de aandrijfmotor van de mestschuif. De bedrijfsuren dienen maandelijks te worden afgelezen en geregistreerd zodat de schuiffrequentie terug te rekenen is. - de mestrobot te zijn voorzien van een tijdregistratiesysteem waaruit blijkt hoeveel uur deze per dag in werking is. Indien een mestrobot wordt toegepast mag deze ’s nachts maximaal 6 uur stil staan om de accu volledig op te laden.

d2

Er moet een logboek worden bijgehouden waarin wordt aangetekend wanneer en door wie de controle en het onderhoud van de mestschuif, de afdichtflappen in de gleuven tussen de vloerplaten en de afdichtvoorzieningen in de mestafstorten heeft plaatsgevonden.

Emissiefactor

7 kg NH3 per dierplaats per jaar

Verwijzing meetrapport

-

R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Dingstee met W4 vloer van HCI Beton, Barneveld Pro Monitoring B.V. R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Reijers met W4 vloer van HCI Beton, Barneveld Pro Monitoring B.V. R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Terlouw met C6 vloer van Concrelit, Barneveld Pro

-

Monitoring B.V. R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Withaar met C6 vloer van Concrelit, Barneveld Pro Monitoring B.V.

Bijlage: detailtekeningen en afbeeldingen vloerdelen Uitvoering 1- W4:

Afdichtflappen uitvoering 1:

Uitvoering 2 - C6:

NAAM: Ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif

NUMMER: BWL 2010.35.V8 SYSTEEMBESCHRIJVING: mei 2021

12 NATUUR 12.1 AERIUS BEREKENING Er is een AERIUS verschilberekening gemaakt van de referentiesituatie (NB besluit 2 december 2015) met de beoogde situatie. AERIUS resultaat Uit de AERIUS verschilberekening is gebleken dat er geen resultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar is op Natura 2000 gebieden. Daarmee kan worden geconcludeerd dat dit project vergunbaar is en er geen negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zijn door toepassing van dit project.

28

Gegenereerd op: 10-09-2015 met AAgro-Stacks Versie 1.0

Naam van de berekening: 150910 Verkaik, aanvraag 2015 Gemaakt op: 10-09-2015 13:27:30 Zwaartepunt X: 103,800 Y: 440,500 Cluster naam: Veehouderij Verkaik, aanvraag 2015 Berekende ruwheid: 0,37 m

Emissie Punten: Volgnr.

BronID

X-coord.

Y-coord.

Hoogte

Gem.geb. hoogte

Diam.

Uittr. snelheid

Emissie

1

Stal 1

103 868

440 450

1,5

1,5

0,5

0,40

2 600

2

Stal 2

103 753

440 541

1,5

1,5

0,5

0,40

616

Gevoelige locaties: Volgnummer

Naam

X coordinaat

Y coordinaat

Depositie

1

Boezems Kinderdijk

104 655

433 471

0,42

2

Donkse Laagten

110 362

432 760

0,27

3

Oude Maas

97 318

427 148

0,17

4

Biesbosch ZH

110 745

425 235

0,13

5

Biesbosch NB

112 442

422 702

0,09

6

Uiterwaarden Lek UT

121 713

439 422

0,14

7

Uiterwaarden Lek ZH

123 783

441 000

0,12

8

Broekvelden

111 313

447 563

0,51

9

Nieuwkoopse Plassen

110 897

457 968

0,20

10

Hyus ten Donck

100 674

433 700

0,42

Gegenereerd op: 10-09-2015 met AAgro-Stacks Versie 1.0

Details van Emissie Punt: Stal 1 (1054) Volgnr.

Code

Type

Aantal

Emissie Totaal

1

A1.100.1

Melkkoeien

200

13

2600

Details van Emissie Punt: Stal 2 (1055) Volgnr.

Code

Type

Aantal

Emissie Totaal

1

A3.100

Jongvee

140

4.4

616

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Veehouderij Verkaik IJsseldijk Noord 147-148, 2935 BL Ouderkerk aan den IJsse; Verschilberekening Verschilberekening: NB vergund (200 melkvee A1.100 en 140 jongvee) - Beoogd (158 melkvee A1.14, 45 melkvee A1.100, 1 stier en 108 jongvee.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RRRKH2XfVXx7 16 februari 2022, 16:24 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2021 2021

NB 2015 - Referentie beoogd 2021 - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 3,1 ton/j 2,1 ton/j

Hoogste depositie Hexagon NB 2015 - Referentie 2.232,35 mol/ha/j 3460682 beoogd 2021 - Beoogd 2.232,31 mol/ha/j 3460682 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 146,82 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,04 mol/ha/j

RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

Emissie NOx Gebied Biesbosch Biesbosch

2/9

Projectberekening

beoogd 2021 (Beoogd), rekenjaar 2021 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | Rundvee/Jongveestal 2021

Emissie NH3 Emissie NOx 0,8 ton/j -

2 Landbouw | Stalemissies | Jongveestal 2021

0,2 ton/j

-

3 Landbouw | Stalemissies | Rundveestal

1,1 ton/j

-

RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

3/9

Projectberekening

NB 2015 (Referentie), rekenjaar 2021 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | Ligboxenstal NB 2015 2 Landbouw | Stalemissies | Jongveestal NB 2015

RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx 2,5 ton/j 0,6 ton/j

-

4/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

10 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

5/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "beoogd 2021" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal Per gebied

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

146,82

Nieuwkoopse Plassen & De 102,54 Haeck (103) Biesbosch 26,67 (112) Uiterwaarden 15,78 Lek (82) Zouweboezem 1,83 (105)

RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

2.232,21

0,00

0,00

146,82

0,04

2.212,23

0,00

0,00

102,54

0,04

2.232,21

0,00

0,00

26,67

0,04

1.978,90

0,00

0,00

15,78

0,03

1.485,01

0,00

0,00

1,83

0,02

6/9

Projectberekening

beoogd 2021, Rekenjaar 2021 1 Landbouw | Stalemissies Naam Rundvee/JongveestalUittreedhoogte 2021 Warmteinhoud Locatie 103868, 440450 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee;  melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) PAS2015.08-01 A3.100 - overige  huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)

6,6 m 0,000 MW

NH3

0,8 ton/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

Overig 45 NH3 13

-

0,6 ton/j

-

-

5%

0,6 ton/j

Overig 63 NH3 4,4

-

0,3 ton/j

-

-

2 Landbouw | Stalemissies Naam Jongveestal 2021 Uittreedhoogte Locatie 103753, 440541 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

5,6 m 0,000 MW

NH3

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

A3.100 - overige  huisvestingssystemen (Rundvee; Overig 55 NH3 4,4 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) A7.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee;  fokstieren en overig rundvee ouder Overig 1 NH3 6,2 dan 2 jaar )

RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

0,2 ton/j

-

0,2 ton/j

-

< 0,1 ton/j

7/9

Projectberekening

3 Landbouw | Stalemissies Naam Rundveestal Uittreedhoogte Locatie 103899, 440417 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

8,9 m 0,000 MW

BWL-code

NH3

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

A1.14 - ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige  mestafstorten voorzien van BWL2010.35 158 NH3 7 afdichtflappen, met mestschuif (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) PAS2015.08-01 - - -

RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

1,1 ton/j

-

1,1 ton/j

5%

1,1 ton/j

8/9

Projectberekening

NB 2015, Rekenjaar 2021 1 Landbouw | Stalemissies Naam Ligboxenstal NB Uittreedhoogte 2015 Warmteinhoud Locatie 103868, 440450 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee;  melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) PAS2015.08-01

6,6 m 0,000 MW

NH3

2,5 ton/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

Overig 200 NH3 13

-

2,6 ton/j

-

-

5%

2,5 ton/j

NH3

0,6 ton/j

-

-

2 Landbouw | Stalemissies Naam Jongveestal NB Uittreedhoogte 2015 Warmteinhoud Locatie 103753, 440541 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

A3.100 - overige  huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)

5,6 m 0,000 MW

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

Overig 140 NH3 4,4

-

0,6 ton/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RRRKH2XfVXx7 (16 februari 2022)

9/9

Gebouwnr.

Naam

Wanden

Dak

Vloer

Mestopslag

Ventilatie

Diercategorie

RAV-code

Leefoppervlakte

Ventilatiesysteem

Stalsysteem

Aantal plaatsen

Aantal dieren

Symbool

Gebouw

Aantal

Omschrijving

Vermogen kW p/st.

Inhoud

1. GRONDSTOFFEN EN PRODUKTEN

Subtotaal

1.2 Milieugevaarlijke stoffen

Subtotaal

1.3 Koeling

Subtotaal

1.4 Andere stoffen of produkten

Subtotaal

2. ENERGIE

Subtotaal

2.2 Verbrandingsmotoren

Subtotaal

2.3 Verwarmingsinstallaties

Subtotaal

2.4 Overig opgesteld vermogen

Subtotaal

2.5 Energiezuinige maatregelen

Subtotaal

3. AFVALSTOFFEN

Subtotaal

3.1 Gevaarlijke stoffen

Subtotaal

4. OVERIG

Subtotaal

4.1 Brandveiligheid

Subtotaal

Totaal

Gemeente Sectie Nummer Schaal

De aanvrager: d.d.:

Benaming:

Inrichtingstekening

Schaal:

Formaat:

Omgevingsvergunning: activiteit milieu Plattegrond, doorsneden en situatie

1:200

A1

Opdrachtgever:

Datum:

Veehouderij Verkaik IJsseldijk-Noord 148 2935 BL Ouderkerk aan den IJssel Telefoon: 0182 - 372140 Mobiel: E-mail: martjanverkaik@gmail.com

DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden

Bouwlocatie:

Projectleider:

IJsseldijk-Noord 148 - 147 2935 BL Ouderkerk aan den IJssel

Telefoon:

Telefoon:

12-03-2015 24-06-2015 24-07-2015 C 01-10-2015 D 06-02-2017

RvdB HvB RD RD

Klantnummer:

Werknummer:

A

0413-336800

E-mail:

E-mail:

HvB

Wijzigingen:

Ing. C. de Ruijter 06-53169175 C.deruijter@dlvadvies.nl

B

285393

E F G H

B130805-61

Blad:

M10

Vermogen Totaal kW

Bijlage 4

Resultaten berekening Aerius Calculator

84

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening NB 2015 en beoogd 2021 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 1/25

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Veehouderij Verkaik

IJsseldijk Noord 147-148, 2935 BL Ouderkerk aan den IJsse;

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Verschilberekening

RzGiGK4f8iL2

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

22 februari 2021, 14:36

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

-

-

-

NH3

3.086,00 kg/j

2.131,85 kg/j

-954,15 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Resultaten

Verschilberekening: NB vergund (200 melkvee A1.100 en 140 jongvee) - Beoogd (158 melkvee A1.14, 45 melkvee A1.100, 1 stier en 108 jongvee.

NB 2015 beoogd 2021

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 2/25

Resultaten

Locatie NB 2015

Emissie NB 2015

Resultaten

Bron Sector

NB 2015 beoogd 2021

Emissie NH3

Emissie NOx

Ligboxenstal NB 2015 Landbouw | Stalemissies

2.470,00 kg/j

-

Jongveestal NB 2015 Landbouw | Stalemissies

616,00 kg/j

-

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 3/25

Resultaten

Locatie beoogd 2021

Emissie beoogd 2021

Resultaten

Bron Sector

NB 2015 beoogd 2021

Emissie NH3

Emissie NOx

Rundvee/Jongveestal 2021 Landbouw | Stalemissies

832,95 kg/j

-

Jongveestal 2021 Landbouw | Stalemissies

248,20 kg/j

-

Rundveestal Landbouw | Stalemissies

1.050,70 kg/j

-

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 4/25

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Sallandse Heuvelrug

0,01

0,00

0,00

Fochteloërveen

0,01

0,00

0,00

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

0,01

0,00

0,00

Duinen en Lage Land Texel

0,01

0,00

0,00

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,01

0,00

0,00

Weerribben

0,01

0,00

0,00

Maasduinen

0,01

0,00

0,00

De Wieden

0,01

0,00

0,00

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

0,01

0,00

0,00

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

0,01

0,00

0,00

Groote Peel

0,01

0,00

0,00

Dwingelderveld

0,01

0,00

0,00

Wierdense Veld

0,01

0,00

0,00

Korenburgerveen

0,01

0,00

0,00

Duinen Den Helder-Callantsoog

0,01

0,00

0,00

Kop van Schouwen

0,01

0,00

0,00

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

0,01

0,00

0,00

Engbertsdijksvenen

0,01

0,00

0,00

Manteling van Walcheren

0,01

0,00

0,00

Zwanenwater & Pettemerduinen

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

Resultaten

NB 2015 beoogd 2021

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 5/25

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Vecht- en Beneden-Reggegebied

0,01

0,00

0,00

Strabrechtse Heide & Beuven

0,01

0,00

0,00

Rottige Meenthe & Brandemeer

0,01

0,00

0,00

Duinen Vlieland

0,01

0,00

0,00

Bekendelle

0,01

0,00

0,00

Holtingerveld

0,01

0,00

0,00

Schoorlse Duinen

0,01

0,00

0,00

Mantingerzand

0,01

0,00

0,00

Brabantse Wal

0,01

0,00

0,00

Oosterschelde

0,01

0,00

0,00

Alde Feanen

0,01

0,00

0,00

Westerschelde & Saeftinghe

0,01

0,00

0,00

Lonnekermeer

0,01

0,00

0,00

Olde Maten & Veerslootslanden

0,01

0,00

0,00

Buurserzand & Haaksbergerveen

0,01

0,00

0,00

Grevelingen

0,01

0,00

0,00

Stelkampsveld

0,01

0,00

0,00

Borkeld

0,01

0,00

0,00

Yerseke en Kapelse Moer

0,01

0,00

0,00

Boschhuizerbergen

0,01

0,00

0,00

NB 2015 beoogd 2021

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 6/25

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Springendal & Dal van de Mosbeek

0,01

0,00

0,00

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

0,01

0,00

0,00

Duinen Goeree & Kwade Hoek

0,01

0,00

0,00

Elperstroomgebied

0,01

0,00

0,00

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

0,01

0,00

0,00

Noordhollands Duinreservaat

0,01

0,00

0,00

Boetelerveld

0,01

0,00

0,00

Voordelta

0,01

0,00

0,00

Rijntakken

0,01

0,00

0,00

Mantingerbos

0,01

0,00

0,00

Zeldersche Driessen

0,01

0,00

0,00

Voornes Duin

0,01

0,00

0,00

Waddenzee

0,01

0,00

0,00

-

Zwarte Meer

0,01

0,00

0,00

-

Kempenland-West

0,01

0,00

0,00

Oeffelter Meent

0,01

0,00

0,00

De Bruuk

0,01

0,00

0,00

Veluwe

0,01

0,00

0,00

Landgoederen Brummen

0,01

0,00

0,00

Sint Jansberg

0,01

0,00

0,00

NB 2015 beoogd 2021

-

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 7/25

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Kennemerland-Zuid

0,01

0,00

0,00

Kampina & Oisterwijkse Vennen

0,01

0,01

0,00

Krammer-Volkerak

0,01

0,01

0,00

Solleveld & Kapittelduinen

0,01

0,01

0,00

Eilandspolder

0,01

0,01

0,00

Regte Heide & Riels Laag

0,01

0,01

0,00

Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

0,01

0,01

0,00

Polder Westzaan

0,01

0,01

0,00

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

0,01

0,01

0,00

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

0,01

0,01

0,00

Westduinpark & Wapendal

0,01

0,01

0,00

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

0,01

0,01

0,00

Binnenveld

0,01

0,01

0,00

Meijendel & Berkheide

0,01

0,01

0,00

Coepelduynen

0,01

0,01

0,00

Ulvenhoutse Bos

0,02

0,01

- 0,01

Langstraat

0,02

0,01

- 0,01

Kolland & Overlangbroek

0,02

0,01

- 0,01

Naardermeer

0,02

0,02

- 0,01

Biesbosch

0,02

0,02

- 0,01

NB 2015 beoogd 2021

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-0,01

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 8/25

Resultaten

Natuurgebied

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

0,03

0,02

- 0,01

Oostelijke Vechtplassen

0,03

0,02

- 0,01

Botshol

0,03

0,02

- 0,01

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

0,03

0,02

- 0,01

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

0,06

0,04

- 0,02

Zouweboezem

0,06

0,04

- 0,02

Uiterwaarden Lek

0,06

0,04

- 0,02

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

NB 2015 beoogd 2021

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 9/25

Resultaten

Resultaten per habitattype

Sallandse Heuvelrug Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H5130 Jeneverbesstruwelen

0,01

0,00

0,00

H6230 Heischrale graslanden

0,01

0,00

0,00

H9999:42 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H3160;H6230).

0,01

0,00

0,00

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,00

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Fochteloërveen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

NB 2015 beoogd 2021

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 10/25

Resultaten

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

L4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg09 Droog struisgrasland

0,01

0,00

0,00

ZGH91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

NB 2015 beoogd 2021

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 11/25

Resultaten

Duinen en Lage Land Texel Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

0,00

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

0,00

H2150 Duinheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

0,00

H2140B Duinheiden met kraaihei (droog)

0,01

0,00

0,00

ZGH2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

ZGH2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

0,00

H9999:2 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H2130B;H2130C).

0,01

0,00

0,00

ZGH2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

0,00

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Deurnsche Peel & Mariapeel Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

Lg04 Zuur ven

0,01

0,00

0,00

NB 2015 beoogd 2021

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 12/25

Resultaten

Weerribben Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

0,00

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,01

0,00

0,00

Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei

0,01

0,00

0,00

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,01

0,00

0,00

ZGH3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,01

0,00

0,00

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

0,00

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,01

0,00

0,00

H7210 Galigaanmoerassen

0,01

0,00

0,00

H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,01

0,00

0,00

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,00

0,00

ZGH91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,01

0,00

0,00

H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, 0,01 buiten afgesloten zeearmen

0,00

0,00

ZGH7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

0,00

H3140 Kranswierwateren

0,01

0,00

0,00

ZGH7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,01

0,00

0,00

H9999:34 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7140B).

0,01

0,00

0,00

NB 2015 beoogd 2021

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 13/25

Resultaten

Weerribben Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

ZGH3140 Kranswierwateren

0,01

0,00

0,00

ZGH4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,01

0,00

0,00

NB 2015 beoogd 2021

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RzGiGK4f8iL2 (22 februari 2021) pagina 14/25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=73264db2-be5d-45e2-898d-24a95ba48599