BIJL 1e Bijlage toelichting ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Colofon Titel
Verkennend Ecologisch Onderzoek
Subtitel
IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Status rapport
Concept
Projectnummer
21A006
Datum uitgave
januari 2021
Samengesteld door
Heidi van der Welle, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Contactpersoon opdrachtgever
Dhr. W. Kaandorp (IntROview B.V.)
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................. 2
2
LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 4 2.1 2.2
3
Huidige situatie.............................................................................................4 Plannen .......................................................................................................4
TOETSINGSKADER ..................................................................................... 8 3.1 3.2
Europese richtlijnen .......................................................................................8 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................8
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .................................................................... 8 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................. 11 3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ..................................................................... 12
4
RESULTATEN ONDERZOEK ....................................................................... 15 4.1 4.2 4.3
Methode .................................................................................................... 15 Flora ......................................................................................................... 15 Fauna ....................................................................................................... 16
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 22 5.1 5.2
6
Vogels ............................................................................................................ 16 Vissen ............................................................................................................ 18 Amfibieën ....................................................................................................... 18 Reptielen......................................................................................................... 19 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................ 19 Vleermuizen .................................................................................................... 19 Overige soorten ............................................................................................... 21
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................ 22 Algemene Zorgplicht ................................................................................... 22
BRONNEN................................................................................................ 24
Watersnip Advies
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
1 Inleiding Aan de IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk aan den IJssel wordt de agrarische bestemming veranderd in ‘wonen’, met de aanduiding ‘voormalig agrarisch bedrijf’. De huidige boerderij wordt gesplitst in twee woningen en in de voormalige jongveestal komt een stalwoning. Daarnaast komt in één van de bijgebouwen een Bed & Breakfast. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming -Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.
Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In januari 2021 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied.
Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden.
Watersnip Advies
2
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Flora §4.2 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Vogels §4.3.1 Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3
Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7
Watersnip Advies
Gevolgen Er is geen sprake van stikstofemissie, omdat dit een functiewijziging betreft waarbij geen sprake is van bouwactiviteiten of meer verkeersaantrekkende werking (zoals omzetten bedrijfswoning in burgerwoning). Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Nee Voor de beschermde soorten, Bunzing, Egel, Hermelijn en Wezel, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee Nee Nee Nee
3
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
2 Locatiebeschrijving 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 104, 442. Het plangebied bestaat uit een voormalige agrarisch bedrijf dat in gebruik is als woning, een voormalige jongveestal (heden in gebruik als opslag) en een bijgebouw. Het plangebied bevindt zich aan de IJsseldijk Noord. Ten noordwesten van het plangebied is een brede groenstrook die overgaat in de oever van de Hollandsche IJssel. Ten zuidoosten van het plangebied is agrarisch landbouwgebied.
Figuur 1 Plangebied
Het voormalig agrarisch bedrijf is een karakteristiek pand met een rieten dak. Dit pand wordt bewoond. De voormalige jongveestal wordt eveneens als karakteristiek pand aangemerkt. Deze stal is opgebouwd uit baksteen en het dak is bedekt met metalen golfplaten. Dit pand wordt gebruikt als opslagplaats. Het bijgebouw is eveneens opgebouwd uit baksteen, het dak is bedekt met dakpanprofielplaten. Ook dit pand is in gebruik voor opslag. Achter de voormalige jongveestal en het bijgebouw bevindt zich nog een grote stal, die in gebruik is voor het hobbymatig houden van vee. 2.2 Plannen De opdrachtgever is voornemens een tweede woning te realiseren in het voormalig agrarisch bedrijf. Tevens wordt een woning mogelijk gemaakt in de voormalige jongveestal. In een bijgebouw zal een Bed&Breakfast gerealiseerd worden. Voor de realisatie dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd naar Wonen met aanduiding voormalig agrarisch bedrijf. De werkzaamheden zullen met name inpandig plaatsvinden. Voormalig agrarisch bedrijf Er zullen aan de buitenzijde van de gebouwen geen werkzaamheden en veranderingen plaatsvinden. Dit heeft ook te maken met de karakteristieke status van het plangebied. Bijgebouw
Voormalige jongveestal
Figuur 2 Luchtfoto plangebied (bron: maps.google.nl)
Watersnip Advies
4
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Bijgebouw (straks B&B)
Voormalige jongveestal (straks woning)
Voormalig agrarisch bedrijf (straks 2 woningen)
Figuur 3 Overzichtsfoto plangebied
Figuur 4 Voormalig agrarisch bedrijf, straks opgesplitst in 2 woningen
Watersnip Advies
5
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Figuur 5 Voormalige jongveestal, straks nieuwe woning
Figuur 6 Bijgebouw, straks B&B
Watersnip Advies
6
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Watersnip Advies
7
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura 2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. 3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura 2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura 2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura 2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden. In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig.
Aan de hand van het ‘Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie’ kan bepaald worden of de berekening voor het betreffende initiatief noodzakelijk is. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter
Watersnip Advies
8
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden.
Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 7). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.
Figuur 7: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)
Watersnip Advies
9
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht.
Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ en bevindt zich op 8,4 km afstand van het plangebied. Binnen een straal van 10 km bevindt zich verder het Natura 2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’ op 9 km afstand.
Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Bittervoorn, Kleine modderkruiper, Platte schijfhoren, Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’ zijn: Krakeend, Porseleinhoen, Purperreiger, Slobeend, Smient, Snor en Zwarte Stern. Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura 2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient en Krakeend foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura 2000-gebied. Het plangebied is echter niet geschikt voor deze soorten als foerageergebied vanwege het feit dat het plangebied geen wetlandkarakter heeft.
Watersnip Advies
10
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura 2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.
Figuur 8: Ligging Natura 2000-gebieden t.o.v. plangebied (rood) (bron: www.pzh.nl)
Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Stikstofdepositie Er is geen sprake van stikstofemissie, omdat dit een functiewijziging betreft waarbij geen sprake is van bouwactiviteiten of meer verkeersaantrekkende werking (zoals omzetten bedrijfswoning in burgerwoning). Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Krimpenerwaard. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee.
Watersnip Advies
11
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 9). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de wijziging van de bestemming en samenhangende inpandige verbouwing zullen vanwege de aard van de werkzaamheden en ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.
3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die in 2021 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.
GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig.
Watersnip Advies
12
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Toetsing Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig. Het dichtstbijzijnde belangrijk weidevogelgebied bevindt zich op 600 meter afstand van het plangebied. De ontwikkeling zal met name inpandig plaatsvinden, waardoor overlast door licht of geluid niet aan de orde is. Er zal geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.
Figuur 9 NNN-gebieden en belangrijk weidevogelgebied (bron: pzh.maps.arcgis.com)
Watersnip Advies
13
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Watersnip Advies
14
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
4 Resultaten onderzoek 4.1
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen worden in dit rapport behandeld. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op 6 januari 2021 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Er is als volgt te werk gegaan: a. Met behulp van een ladder is de dakconstructie van de gebouwen aan de binnen- en buitenzijde geïnspecteerd op eventueel aanwezige ruimtes. Hierbij zijn ook dakpannen gelicht. b. Met behulp van een schroevendraaier en koevoet zijn de aanwezige spleten/ruimten gecontroleerd op mogelijkheid als invliegopening voor vleermuizen. c. Er is gezocht op sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (bijv. uitwerpselen). 4.2
Flora
Het plangebied bevindt zich op een woonerf dat sterk is verhard met asfalt en grind. De dijkhelling is begroeid met gras. Op het woonerf is beplanting aangebracht in de vorm van Ligusterhagen, Leilindes en op verschillende plaatsen groeien uitheemse cactussen in betonnen bakken. Langs het bijgebouw is een gazon dat via een flauwe helling afloopt naar een brede sloot. Daardoor heeft deze oever een natuurvriendelijk karakter waar amfibieën gebruik van kunnen maken. Er zijn binnen het plangebied geen Figuur 10 Natuurvriendelijke oever beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.
Watersnip Advies
15
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
4.3
Fauna
4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Roodborst en Grote bonte specht (twee exemplaren). Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Het is aannemelijk dat Huismus en uilensoorten voorkomen in deze agrarische boerderijkstrook langs de IJsseldijk Noord. Van de Gierzwaluw is het bekend dat deze zich met name in oude dorpskernen broedt. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen aangetroffen. De bevindingen zullen afzonderlijk voor de drie panden worden beschreven. Voormalig agrarisch bedrijf Dit pand heeft een rieten dak dat in goede staat verkeert en geen spouwmuur. Er zijn geen gaten of kieren in het rieten dak waarin nesten gemaakt kunnen worden. Voor de Gierzwaluw is een rieten dak niet geschikt als nestlocatie. Ook voor de Huismus zijn er geen geschikte nestlocaties aangetroffen.
Figuur 11 Voormalig agrarisch bedrijf
Watersnip Advies
16
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Voormalige jongveestal Het dak van de voormalige jongveestal is bedekt met metalen golfplaten. Deze zijn niet geschikt als nestlocatie. Inpandig rust de dakconstructie op houten dakspanten. Er zijn geen (oude) nesten aangetroffen. Vanwege het ontbreken van dakpannen en beschutte plekjes is de voormalige jongveestal niet geschikt als nestlocatie voor Huismus en Gierzwaluw. Ook hier zullen de werkzaamheden alleen inpandig worden uitgevoerd.
Figuur 13 Dak jongveestal metalen golfplaten
Figuur 12 Binnenzijde dakconstructie
Bijgebouw Het dak van dit pand is bedekt met metalen dakpanprofielplaten. Dit zijn platen die lijken op dakpannen. Er zitten echter geen ruimtes tussen. Aan de binnenzijde rust de dakconstructie op houten dakspanten en is het dak bedekt met riet. Er zijn geen (oude) nesten aangetroffen. Ook hier zullen de werkzaamheden alleen inpandig worden uitgevoerd. Er zijn geen geschikte nestlocaties voor Huismus of Gierzwaluw aangetroffen.
Figuur 14 Dak bijgebouw (straks B&B)
Figuur 15 Binnenzijde dakconstructie bijgebouw
Koeienstal (buiten plangebied)
Watersnip Advies
17
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Buiten het plangebied, in de huidige koeienstal zijn enkele oude nesten aangetroffen van waarschijnlijk Huismus. Deze stal blijft ongemoeid en de werkzaamheden zullen geen effect hebben op de gunstige staat van instandhouding van de Huismus. Conclusie Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten van Huismus, Gierzwaluw en uilensoorten aangetroffen. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Grote modderkruiper (wnb-andere soorten / Rode lijst status ´kwetsbaar´) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Grote modderkruiper leeft in ondiepe wateren met een dikke modderlaag en veel waterplanten. De Grote modderkruiper verschuilt zich tijdens de dag en voedt zich tijdens de nacht met kleine ongewervelden zoals kreeftjes, muggenlarven, watervlooien, wormen en waterpissenbedden. Er is geen water aanwezig binnen het plangebied. De sloot direct naast het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor de Grote modderkruiper, door het ontbreken van waterplanten. De aanwezigheid van de Grote modderkruiper binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
Figuur 16 Sloot direct naast plangebied
Er worden binnen het plangebied geen andere beschermde vissoorten verwacht. 4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. De beschermde Rugstreeppad (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘gevoelig’) komt voor in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Ook overgangen in het landschap als dijktaluds en de grenzen tussen bovenland en droogmakerij vindt de Rugstreeppad aantrekkelijk als leefgebied. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. De directe omgeving rondom het plangebied is sterk verhard. Ook zijn er geen plassen, poelen of rommelhoekjes aanwezig. Het terrein is netjes strak onderhouden. Het plangebied heeft een geringe drooglegging van ongeveer 40 cm en is dus niet geschikt voor Rugstreeppadden om zich in te graven. De aanwezigheid van de Rugstreeppad binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Watersnip Advies
18
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen, wordt het gebied mogelijk wel aantrekkelijk als overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere (streng) beschermde amfibieën verwacht. 4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (Wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. Er bevindt zich geen water binnen het plangebied. De sloot direct naast het plangebied heeft geen rijk begroeide oevers. De aanwezigheid van de Ringslang binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht.
4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in en rond het plangebied, zoals Bunzing, Egel, Hermelijn en Wezel (allen Wnb-andere soorten) (0-1km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Bever (Wnb-hrl, Rode lijst status ‘Thans niet bedreigd’). De Bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water, o.a. in moerassen, langs beken, en rustige rivieren en meren. Langs het water moeten bossen aanwezig zijn, waar voldoende hout aanwezig is wat de Bever kan gebruiken om dammen van te maken. Er is geen water aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van de Bever kan worden uitgesloten. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht. 4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl).
Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger (0-1 km), Gewone/Grijze grootoorvleermuis, Gewone/Klein/Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Tweekleurige vleermuis (1-5 km). Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Watersnip Advies
19
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. In het kader van het vleermuisprotocol is een bouwkundige inspectie uitgevoerd. De betreffende panden hebben geen spouwmuur. Het zijn karakteristieke panden met een eensteensmuur. Ook de dakbedekking van respectievelijk riet, metalen golfplaten en dakpanprofielplaten biedt geen invliegmogelijkheden en toegang tot verblijfsruimtes voor vleermuizen. In de voormalige jongveestal leiden de openingen direct naar de binnenruimte van de schuur. Deze openingen zorgen voor veel tocht, wind en licht. Daardoor is er geen geschikt microklimaat aanwezig. Met behulp van een schroevendraaier zijn zichtbare spleten onderzocht en is met name gekeken of deze leidden naar een gesloten, beschutte ruimte. Dit was op geen enkele plek het geval.
Figuur 18 Zolder voormalige jongveestal
Figuur 19 Tochtgaten voormalige jongveestal
Watersnip Advies
Figuur 17 Begane grond voormalige jongveestal
Figuur 20 Dakconstructie binnenzijde bijgebouw
20
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Figuur 22 Geen ruimte houten gevelbekleding
Figuur 21 Detail dak bijgebouw
4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Groene glazenmaker (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘bedreigd’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de waterplant Krabbenscheer. Er is binnen het plangebied geen Krabbenscheer aangetroffen, ook in de sloot direct naast het plangebied groeit geen Krabbenscheer. De aanwezigheid van de Groene glazenmaker kan worden uitgesloten. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.
Watersnip Advies
21
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. 5.1
Conclusies en aanbevelingen
Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Flora §4.2 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Vogels §4.3.1 Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3
Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7
5.2
Gevolgen Er is geen sprake van stikstofemissie, omdat dit een functiewijziging betreft waarbij geen sprake is van bouwactiviteiten of meer verkeersaantrekkende werking (zoals omzetten bedrijfswoning in burgerwoning). Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Nee Voor de beschermde soorten, Bunzing, Egel, Hermelijn en Wezel, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee Nee Nee Nee
Algemene Zorgplicht
Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.
Natuur-inclusief bouwen Watersnip Advies
22
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
Het is gewenst een aantal gewenste voorzieningen aan te brengen voor vleermuizen. Zo kunnen er op een aantal plekken vleermuiskasten worden bevestigd. De eigenaar staat hiervoor open.
Figuur 23 Vleermuiskast (bron: vivara.nl)
Watersnip Advies
23
21A006 VEO IJsseldijk Noord 407 te Ouderkerk a/d IJssel
6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen 6. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 7. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, gewijzigd ontwerp, 22 januari 2019 8. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 22 februari 2019 9. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 tot 1 april 2019 10. '© NDFF - quickscanhulp.nl 04 januari 2021’
Geraadpleegde internetsites: 11. www.rijksoverheid.nl 12. www.bij12.nl 13. www.rvo.nl 14. www.regelink.net 15. www.ravon.nl 16. www.vleermuis.net 17. www.zuid-holland.nl 18. www.zoogdiervereniging.nl 19. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 20. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 21. www.waarneming.nl
Watersnip Advies
24
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info 1