CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 1 Plantoelichting en -regels Bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a Haastrecht - verbeelding pag. 14 (nr. 139) aangepast nav bespreking cie R&F

Raadsvergadering 31 januari 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a Haastrecht26.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. In de planregels zijn onder meer de toegestane hoogte van de hoofdgebouwen en de maximale inhoud van een hoofdgebouw vastgelegd. Met betrekking tot de situering van de hoofdgebouwen zijn op de plankaart bebouwingsvlakken ingetekend, waarin de hoofdgebouwen gesitueerd dienen te worden. Voor bijbehorende bouwwerken binnen de woonbestemming zoals aanbouwen, uitbouwen en overkappingen bij de woning is maximaal 50 m² per woning toegestaan. Bijgebouwen zijn niet toegestaan. Onder voorwaarden mogen bij woningen zwembaden worden gerealiseerd. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is bij recht de uitoefening van een beroep aan huis mogelijk, tot maximaal 40% van de oppervlakte van de bebouwing (woning, aan- en uitbouwen) tot een maximum van 50 m². Belangrijke voorwaarden zijn dat de activiteit moet worden uitgeoefend door de bewoner van de woning, er geen nadelige invloed mag ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte mag optreden. Via een afwijking onder voorwaarden is ook een bedrijf aan huis mogelijk tot een oppervlakte van maximaal 25% van de bebouwing tot een maximum van 30 m². De voorwaarden zijn gelijk aan die voor het uitoefenen van een beroep aan huis.

Leiding - Riool Artikel 5 Voor de in het gebied gelegen rioolpersleiding is de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen. Voor deze leiding is er een belemmeringszone (vrijwaringszone) ter weerszijden van de leiding opgenomen waarin in principe niet gebouwd mag worden. Wanneer een andere bestemming samenvalt met de dubbelbestemming, gaan de regels, die horen bij de dubbelbestemming, voor. Het betreft een persrioolleiding met een belemmeringszone van 1,5 meter aan weerszijden. Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie 2 De dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie 2’ biedt bescherming aan de beschermde dorpsgezichten van Haastrecht. De bescherming geschiedt via een bouwverbod en een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden en voor het slopen van een bouwwerk. Het bouwverbod houdt in dat het uitbreiden van bestaande gebouwen alsmede het oprichten van nieuwe gebouwen en andere bouwwerken niet is toegestaan. Eveneens mag de uitwendige hoofdvorm van de bestaande bebouwing niet worden gewijzigd. Indien de cultuurhistorische waarde van het beschermd dorpsgezicht niet onevenredig wordt aangetast, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van dit bouwverbod. Hiervoor is wel een advies van de monumentencommissie vereist.

Het omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden waarborgt dat bepaalde werken en werkzaamheden die schade zouden kunnen aanrichten aan het beschermd dorpsgezicht alleen kunnen worden uitgevoerd als een omgevingsvergunning verkregen is. Een dergelijke vergunning kan alleen worden verleend als de cultuurhistorische waarden van het beschermd dorpsgezicht niet onevenredig worden aangetast. Ook hiervoor is een advies van de

48

Toelichting

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

monumentencommissie benodigd. Voor het verrichten van sloopwerkzaamheden is ook een omgevingsvergunning vereist. Voor het verkrijgen van een dergelijke vergunning gelden dezelfde voorwaarden als voor een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden. Artikel 7 Waterstaat- Waterkering Voor het bebouwingslint langs de Provincialeweg Oost geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. Op deze gronden mogen geen nieuwe gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, tenzij advies is ingewonnen bij het hoogheemraadschap. 6.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 9 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders. Algemene gebruiksregels Artikel 10 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen.

Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Aan toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. Artikel 12 Overige regels In artikel 12.1 is een algemeen afwegingskader voor het toepassen van flexibiliteitsbepalingen en verlenen van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Hieraan dient getoetst te worden bij aanvragen om binnenplanse afwijkingen en aanvragen om omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. In artikel 12.2 zijn de regels over parkeren opgenomen met verwijzing naar de CROW-publicatie 381 (december 2018). Als regel wordt uitgegaan van de maximum parkeernorm. Voorts is in dit artikel een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te kunnen afwijken van de parkeernormen uit de CROW-publicatie 381. 6.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 13 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan.

Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 14 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel

Toelichting

49

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

6.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende k enbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijk e regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. Conclusie Het bestemmingsplan is zodanig opgesteld met toelichting, regels en verbeelding dat handhaving op naleving hiervan goed mogelijk is.

50

Toelichting

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid en resultaten overleg

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. Het betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten anterieure exploitatieovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen om een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de overeenkomst. De economische uitvoerbaarheid door initiatiefnemer is voorts voldoende aangetoond.

7.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan door middel van een E-formulier bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aangemeld. Voorts is het concept ontwerp toegezonden aan het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, Veiligheidsregio Hollands Midden en Omgevingsdienst Midden-Holland. Er is alleen een inhoudelijke reactie ontvangen van de Veiligheidsregio Hollands Midden. Deze wordt hierna behandeld. Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Hollands Midden a. Een offensieve bluswatervoorziening nabij de planlocatie is niet aanwezig. Geadviseerd wordt op basis van de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid om een brandkraan aan te leggen met een minimale opbrengst van 500 l/min. b. De benodigde defensieve bluswatervoorziening (open water) is in principe toereikend. Echter is open water pas als defensieve bluswatervoorziening te gebruiken, indien het voldoet aan de voorwaarden zoals beschreven in het advies. c. Vanuit de ingediende aanvraag wordt echter niet duidelijk of alle drie de woningen tot op 40 meter bereikbaar zijn door een brandweervoertuig.

Geadviseerd wordt om te voorzien in een opstelplaats tot op een afstand van 40 meter gemeten van de (brandweer)ingang, zodat voldaan wordt aan artikel 6.37 van het Bouwbesluit en daarmee een snelle inzet voor het beperken van schade en eventueel redden van personen mogelijk wordt gemaakt. d. Op de daken worden in het kader van de duurzaamheid zonnepanelen geplaatst. Met het plaatsen van zonnepanelen wordt echter extra kans op brand geïntroduceerd. Het treffen van (extra) veiligheidsmaatregelen kan escalatie van de brand verkleinen. Er wordt dan ook verwezen naar Handreiking advies veilige PV systemen van Brandweer Nederland, met daarin aandachtspunten, de toe te passen regelgeving en (brand)veiligheidsadviezen betreffende zonnepanelen op daken. e. Het plangebied ligt ten zuiden van de Provincialeweg N228 waarover (in beperkte mate) het transport van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt. Het gaat hierbij om brandbare vloeistoffen en brandbare gassen. Vanwege het kleine aantal vervoersbewegingen worden er geen extra (bouwkundige) maatregelen geadviseerd. Het afschakelen van de mechanische ventilatie is al in het bestemmingsplan geborgd. Reactie Wij hebben kennis genomen van de onder a tot en met e gemaakte opmerkingen. Hieronder geven wij onze reactie.

Ad a, b en c Deze opmerkingen hebben vooral betrekking op de uitvoeringsfase van het project en niet op de reikwijdte van het bestemmingsplan. Bij uitwerking van de plannen zal hiermee rekening worden gehouden. Over de situering van de brandkraan en bereikbaarheid van brandweervoertuigen zal tijdig overleg plaatsvinden met de Veiligheidsregio. Deze opmerkingen leiden niet tot aanpassing van het plan. Ad d

Toelichting

51

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Deze opmerking heeft vooral betrekking op de uitvoeringsfase van het project en niet op de reikwijdte van een bestemmingsplan. Hiermee zal rekening worden gehouden bij toetsing van de aanvragen omgevingsvergunning. Deze opmerking leidt niet tot aanpassing van het plan. Ad e Wij hebben kennis genomen van deze opmerking. Deze leidt niet tot aanpassing van het plan.

7.3

Communicatie

Hier volgt een weergave van de momenten dat omwonenden ingelicht en betrokken zijn bij de planvorming en hoe de argumentatie zijn weerslag in het bestemmingsplan heeft gevonden. De aangepaste plannen zijn besproken met de omwonenden aan de Provincialeweg 1, 1a en 3. Zij hebben zeer positief gereageerd, omdat hiermee wordt tegemoet gekomen aan eerdere plannen om de drie woningen ten zuiden van hun percelen aan de Vlist te realiseren. Ook heeft overleg plaatsgevonden met de eigenaar/bewoner van de Provincialeweg 131. Zijn zorgpunten zijn in het overleg weggenomen.

7.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor onderhavig ontwerpbestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft daartoe vanaf 7 september 2022 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen mondelinge en/of schriftelijke zienswijzen ingediend.

52

Toelichting

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Regels

Regels

53

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP2105BG018-VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3 aan- en uitbouw Een gebouw dat aan het hoofdgebouw is aangebouwd, en daarmee in directe verbinding staat en welk gebouw door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarop een bedrijfsmatige, op de markt gerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage levert aan de inkomensvorming; met betrekking tot deze regels worden onder het begrip agrarisch bedrijf niet begrepen agrarische hulp- of nevenbedrijven en landelijke bedrijven. 1.7 ander bouwwerk Een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.8 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9 Bed & Breakfast Het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.10 bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieu planologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.11 beroepsmatige activiteiten aan huis Het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen terrein dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

54

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

1.12 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b. bij gebruik: het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.13 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.14 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15 bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.16 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.17 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand, gebouw, dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.18 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.20 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.22 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.23 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24 cultuurhistorische waarden Belang in geschiedkundig opzicht; onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het occupatiepatroon en de bebouwing.

Regels

55

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

1.25 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.26 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27 graasdierbedrijf Een agrarisch bedrijf dat afhankelijk is van grasland vanwege het beweiden van dieren zoals rundvee, schapen, geiten of grasverkoop. 1.28 grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.29 hoofdgebouw Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.30 huishouden Een of meer personen die een huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.

1.31 landschappelijke waarden De aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied. 1.32 onderkomen Een voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken. 1.33 peil a. voor gebouwen op of langs een dijk: 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de kruin van een dijk grenzen of waarvan de voorgevel binnen een afstand van 3 meter uit de kruin van de dijk is gelegen: de hoogte van de kruin van de dijk; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; b. voor gebouwen niet op of langs een dijk: 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de openbare weg grenzen: de hoogte van de kruin van die openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. voor andere bouwwerken: 1. de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

1.34 permanente bewoning Gebruik aan woonadres als bedoeld in de Wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (Wet GBA), waaronder wordt verstaan: het gebruik van het woonadres als hoofdverblijf, dat wil zeggen dat het adres het centrum vormt van de sociale en maatschappelijke activiteiten van de bewoner;

56

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

het in de periode van 180 dagen ten minste de helft van die tijd ter plaatse nachtverblijf houdt, terwijl betrokken niet elders daadwerkelijk over een woonadres beschikt. 1.35 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.36 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen. 1.37 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar; een escortbedrijf wordt niet onder seksinrichting verstaan. 1.38 vee Alle dieren die door de mens worden gehouden, vetgemest of gefokt en die worden gebruikt voor de productie van voedsel (met inbegrip van vlees, melk en eieren), wol, bont, veren, huiden of enig ander product van dierlijke oorsprong.

1.39 voldoende parkeergelegenheid Parkeergelegenheid voor auto's, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de gemiddelde parkeerkencijfers van CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger(s), dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren. 1.40 volwaardig agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarin, gelet op het aantal dieren, hoeveelheid grond en/of inrichting, een volwaardige arbeidskracht gedurende het hele jaar een volledige dagtaak vindt en dat voldoende bestaansmogelijkheden biedt om duurzaam bij wijze van hoofdberoep te worden geëxploiteerd. 1.41 voorgevel De naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.42 wonen Het houden van een verblijf of het gehuisvest zijn in een woning. 1.43 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Regels

57

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens De afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens. 2.2 de bebouwde oppervlakte Van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en boven peil, met dien verstande, dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken worden opgeteld. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 aanvullende regels voor de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde Bij de vaststelling van de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder buitenwerkse gevelvlakken en/of scheidingsmuren wordt de verticale projectie van het gehele bouwwerk, op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk gemeten.

58

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch aanverwant gebruik, zoals het beweiden van dieren, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering; b. water; c. kleinschalige landschapselementen; d. behoud en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden, waaronder begrepen ecologische oevers; e. extensief recreatief medegebruik; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals erven, tuinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, perceelsontsluitingen, (ontsluitings)wegen en paden. 3.2 Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 1 m. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, graven en vergraven van watergangen, hieronder het aanleggen van dammen en bruggen mede begrepen; b.

het benutten van gronden ten behoeve van de teelt van ruwvoedergewassen; c. het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden; d. het aanleggen van waterbassins en mestbassins; e. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; f. het scheuren van grasland ten behoeve van de permanente omzetting in bouwland. 3.3.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 3.3.1 is niet van toepassing voor werken en/of werkzaamheden die: a. tot het normale onderhoud en beheer worden gerekend; b. op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan in uitvoering waren of waarvoor op dat tijdstip reeds een vergunning was verleend. 3.3.3 Voorwaarden van een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de werken en werkzaamheden noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuur, landschaps- en cultuurhistorische waarden, waaronder met name begrepen de openheid en doorzichten, dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden. 3.3.4 Advies landschapsdesk undige Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 3.3.1 advies inwinnen bij een landschapsdeskundige.

Regels

59

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

3.3.5 Advies waterbeheerder Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 3.3.1 onder a advies inwinnen bij de waterbeheerder.

60

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. erven, tuinen, water en groenvoorzieningen; c. beroepsmatige activiteiten aan huis; d. parkeervoorzieningen. 4.1.2 Ontsluiting Ter plaatse van de aanduiding 'weg' zijn de in lid 4.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor de ontsluiting van woonpercelen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen als genoemd in 4.1 gelden de volgende regels: a. binnen een bouwvlak is één vrijstaande woning toegestaan; b. indien binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak aanwezig is, mag een woning uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. in geval van herbouw van een woning mag de voorgevel van de nieuwe woning niet dichter naar de weg worden gebouwd dan voorgevel van de te slopen woning; d. in geval van herbouw van een woning mag de situering niet zodanig worden gewijzigd dat deze negatieve gevolgen heeft voor nabij gelegen agrarische bedrijven; e. de inhoud van een woning bedraagt maximaal 700 m³; f. voor zover de inhoud van de onder e bedoelde woning ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan reeds meer bedroeg, geldt de bestaande inhoud als maximum; g. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 m; h. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 9 m. 4.2.2 Bijbehorende bouwwerk en Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bij iedere woning zijn bijbehorende bouwwerken, zoals aanbouwen, uitbouwen en overkappingen toegestaan, waarbij: 1. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 50 m² mag bedragen; 2. de bij de woning behorende gronden voor niet meer dan 50% bebouwd zijn; 3.

aanbouwen en overkappingen minimaal 3 m achter het verlengde van de voorgevel zijn gelegen; 4. de goothoogte van aanbouwen en uitbouwen niet meer bedraagt dan 0,25 m boven de eerste verdiepingsvloer, met een maximum van 4 m; 5. de goothoogte van overkappingen niet meer bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat voor aangebouwde bijgebouwen een maximum goothoogte als genoemd in 4.2.1 onder g is toegestaan, voor zover gelegen binnen het bouwvlak; 6. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m, met dien verstande dat voor aangebouwde bijgebouwen een maximum bouwhoogte als genoemd in 4.2.1 onder h is toegestaan, voor zover gelegen binnen het bouwvlak; 7. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan. b. Bijbehorende bouwwerken dienen in het hoofdvolume te worden opgenomen; c. In afwijking van het bepaalde onder a sub 3, mogen aanbouwen voor de voorgevel, waaronder begrepen erkers en ingangspartijen, worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de breedte niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel; 2. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 m, gerekend vanaf de voorgevel van de woning; 3. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5 m²;

Regels

61

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

4. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag tot een maximum van 3 m. 4.2.3 Bouwwerk en, geen gebouwen zijnde, en overige bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. paardenbakken zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan: 1. op de gronden voor de voorgevel: 1 m; 2. voor het overige: 2 m; c. zwembaden en tennisbanen mogen uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de woning worden gebouwd; d. bij zwembaden en tennisbanen is geen verlichting toegestaan; e. de bouwhoogte van zwembaden mag niet meer bedragen dan 0,35 m; f. de oppervlakte van zwembaden mag niet meer bedragen dan 100 m²; g. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt niet meer dan 1,5 m. 4.2.4 Ondergrondse bebouwing Ondergrondse bebouwing is uitsluitend toegestaan onder bovengrondse bebouwing en onder de voorwaarde dat deze uitsluitend vanuit de bovengrondse bebouwing bereikbaar is. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Situering woning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder b ten behoeve van een andere situering van de woning op het perceel indien zulks vanuit stedenbouwkundig of milieuhygiënisch oogpunt of om redenen van algemeen belang gewenst of toelaatbaar is en geen afbreuk wordt gedaan aan de gebiedseigen waarden en de stedenbouwkundige structuur in de directe omgeving en de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven in de directe omgeving. Het bevoegd gezag vraagt in het kader van de beoordeling van een afwijkingsverzoek advies bij een ter zake deskundige. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Per woning maximaal één wooneenheid a. Per woning is maximaal één wooneenheid toegestaan. 4.4.2 Beroepsmatige activiteiten aan huis Binnen de bestemming is de uitoefening van beroepsmatige activiteiten in de woning en in aanbouwen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende regels van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 50 m²; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. detailhandel is niet toegestaan; d. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 4.4.3 Bed & Break fast Binnen de bestemming is de uitoefening van een Bed & Breakfast in de woning en in aanbouwen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende regels van toepassing zijn: a. het aantal kamers mag maximaal 4 bedragen; b. het aantal personen dat gelijktijdig gebruik maakt van de bed & breakfast mag maximaal 8 bedragen; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en op

62

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. de Bed & Breakfast wordt uitgeoefend door de bewoner. 4.4.4 Ontsluiting Ter plaatse van de aanduiding 'weg' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor ontsluiting van bouwpercelen. 4.4.5 Voorwaardelijk e verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik van de gronden voor nieuwe woningen zoals opgenomen in lid 4.1.1 is enkel toegestaan onder de voorwaarde dat er binnen een termijn van maximaal 1 jaar na verlening omgevingsvergunning uitvoering is gegeven aan het landschappelijke inrichtingsplan conform Bijlage 1 en deze vervolgens in stand wordt gehouden. 4.4.6 Afsluiten mechanische ventilatie De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor wonen indien ventilatieopeningen, ventilatiesystemen en luchtbehandelingsinstallaties in nieuwe woningen door bewoners kunnen worden afgesloten en uitgeschakeld bij calamiteiten. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1 Bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.4.2 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning voor bedrijfsmatige activiteiten in de woning als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende regels van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m²; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; d. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.

Regels

63

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 5

Leiding - Riool

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een rioolpersleiding met de daarbij behorende beschermingszone, waarbij de bestemming 'Leiding - Riool' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. 5.2 Bouwregels Op de in lid 5.1 bestemde gronden gelden de volgende bouwregels. 5.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Leiding - Riool' mede bestemde gronden. 5.2.2 Uitzonderingen Het in lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op andere bouwwerken ten behoeve van de rioolpersleiding met een bouwhoogte van maximaal 3 meter. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits de bouw verenigbaar is met de belangen van de rioolpersleiding en de leidingbeheerder daarover heeft geadviseerd.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Riool zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen of bomen; b. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het verrichten van grondroeractiviteiten (b.v. het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. diepploegen; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 5.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 5.4.1 niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden; b. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding en/of onderhoud aan de leiding; c.

noodzakelijk zijn voor de realisering van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan of waarvoor op dat tijdstip reeds een vergunning was verleend; e. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

64

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

5.4.3 Voorwaarden en advies De in 5.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien de werken en/of werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van de rioolpersleiding en de leidingbeheerder daarover heeft geadviseerd.

Regels

65

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 6

Waarde - Cultuurhistorie 2

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voorde bescherming van 'dorpsgezicht Haastrecht' in verband met de volgende waarden: a. de unieke combinatie van een drietal op zichzelf waardevolle structuren: 1. de dorpskern, die een goed voorbeeld is van een dijk- en damnederzetting die tijdens de ontginning van het veenweidegebied in de Middeleeuwen tot stand is gekomen en daarna in haar ontwikkeling stagneerde; 2. de in oorsprong 15e-eeuwse, maar in de 19e eeuw ingrijpend gewijzigde boezemsystemen aan weerszijden van de kern, met inbegrip van de gemalen en uitwateringen in de kern, die de vroegste voorbeelden van een getrapte waterlossing representeren; b. de lineaire structuur van een dijk- en damnederzetting aan een rivier, met een knooppuntfunctie op de plaats waar de Vlist uitmondt in de IJssel; c. de relicten van de beide boezemsystemen die Haastrecht omarmen, respectievelijk die van de Hooge Boezem aan de oostzijde van Haastrecht, waaronder de gave structuur van het eerste getrapte boezemsysteem in Nederland, met inbegrip van relicten als een molen en restanten van molens en het S.I. van Nooten-gemaal. De bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 2' heeft voorrang op de andere daar voorkomende bestemming(en).

6.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. uitbreiding van gebouwen en andere bouwwerken alsmede het oprichten van nieuwe gebouwen en andere bouwwerken is niet toegestaan; b. de uitwendige hoofdvorm van bestaande bebouwing, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling en gevelindeling, zoals deze was op het moment van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, dient gehandhaafd te worden. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1 Afwijk en Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 onder a en onder b, voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen, indien de in lid 6.1 genoemde waarden niet onevenredig worden aangetast. 6.3.2 Advies Alvorens toepassing te geven aan het bepaalde in lid 6.3.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de Monumentencommissie. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden om ter plaatse van de gronden als bedoeld in 6.1 de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag: a. het afgraven, verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, greppels en andere wateren; c. het vellen/rooien van hoogopgaande bomen en/of beplanting; d. het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden.

66

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

6.4.2 Uitzonderingen Het in lid 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn, indien door het bevoegde gezag schriftelijk is medegedeeld dat daarvoor geen vergunning is vereist; b. voortvloeien uit het normale onderhoud; c. ter voldoening van een aanschrijving of besluit van het bevoegde gezag zijn; d. ingevolge het bepaalde in de Erfgoedwet reeds een vergunning is vereist. 6.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wordt slechts verleend indien door de uit te voeren werken en werkzaamheden de in lid 6.1 genoemde waarden niet onevenredig worden aangetast. 6.4.4 Beperk ingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 onder beperkingen verlenen en voorschriften aan de vergunning verbinden ter bescherming van de in 6.1 genoemde waarden. 6.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wint zij schriftelijk advies in bij de Monumentencommissie. 6.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

6.5.1 Verbod Het is verboden om ter plaatse van de gronden als bedoeld in 6.1 sloopwerken en/of sloopwerkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag. 6.5.2 Uitzonderingen Het in lid 6.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. voortvloeien uit het normale onderhoud; b. ter voldoening van een aanschrijving of besluit van het bevoegde gezag zijn; c. ingevolge het bepaalde in de Erfgoedwet reeds een vergunning is vereist. 6.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 wordt slechts verleend indien door de uit te voeren werkzaamheden de in lid 6.1 genoemde waarden niet onevenredig worden aangetast. 6.5.4 Beperk ingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 onder beperkingen verlenen en voorschriften aan de vergunning verbinden ter bescherming van de in 6.1 genoemde waarden. 6.5.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 wint zij schriftelijk advies in bij de Monumentencommissie.

Regels

67

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 7

Waterstaat - Waterkering

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangeduide gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de waterkering; b. waterhuishouding en waterstaat, waarbij de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 7.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels. 7.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waterstaat - Waterkering' mede bestemde gronden. 7.2.2 Uitzonderingen Het in lid 7.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming 'Waterstaat - Waterkering', met een maximale bouwhoogte van 10 meter. 7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b. het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad; c. vooraf een positief schriftelijk advies wordt verkregen bij de beheerder van de betreffende waterkering.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waterstaat - Waterkering zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het aanbrengen (planten en verwijderen) van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 7.4.1 niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 7.4.3 Advies De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering/het waterstaatsbelang;

68

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

b. vooraf een positief schriftelijk advies wordt verkregen bij de betreffende beheerder van de waterkering.

Regels

69

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

70

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 9 9.1

Algemene bouwregels

Overschrijding bouwgrenzen

9.1.1 Bouwregels De in deze regels opgenomen bepalingen ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 50 cm bedraagt; c. gevel en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, erkers, balkons, galerijen en luifels, mits zij de bouwgrens met niet meer dan 50 cm overschrijden; d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; e. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de bouwgrens met meer dan 1 m overschrijden. 9.1.2 Afwijk en van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen en een overschrijding toestaan van ten hoogste 1,5 m, indien het betreft: a. overbouwingen ten dienste van de verbinding van twee gebouwen; b. toegangen van bouwwerken; c. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen; d. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; e. erkers, balkons en galerijen; f.

luifels, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; g. hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen; h. kelderingangen en kelderkoekoeken i. of daarmee gelijk te stellen ondergeschikte bouwwerken. 9.2

Bestaande bebouwing

9.2.1 Positieve bestemming Voor zover in dit plan de bestaande bebouwing qua hoogte of situering afwijkt van de planregels, geldt deze afwijkende maatvoering als maximale maatvoering. 9.2.2 Uitzondering Het bepaalde in 9.2.1 is niet van toepassing op situaties die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 9.3

Nadere eisen

9.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening, bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen, na afweging van de in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen: a. planologisch-stedenbouwkundige belangen; b. landschappelijke belangen, met name het belang van behoud van het karakteristieke veenweidegebied; c. verkeersbelangen, waaronder de verkeersaantrekkende werking; d. cultuurhistorische belangen, mede ter voorkoming van een mogelijke aantasting van cultuurhistorisch waardevol geachte bebouwing (waar onder het beschermd dorpsgezicht) en/of

Regels

71

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

archeologisch waardevolle elementen; e. overige ruimtelijke belangen, in verband met een onevenredige beperking van bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; f. de gewenste functionele en ruimtelijke structuur. 9.3.2 Onderwerpen Indien het stellen van nadere eisen redelijk, gewenst of noodzakelijk wordt geacht, mede ter ondersteuning van de gewenste ruimtelijke kwaliteit en/ of belevingswaarde, gelden deze voor de volgende onderwerpen: a. de situering van woningen op een bouwperceel, waarbij geëist kan worden dat: 1. de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrenzen dan wel de insteek van een gemeenschappelijke sloot ten minste 5 m bedraagt; 2. de woning bij algehele herbouw wordt gesitueerd op maximaal 10 meter afstand van de te vervangen woning.

72

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Strijdig gebruik a. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken in strijd met de bestemming. b. Als gebruik in strijd met dit bestemmingsplan worden in ieder geval aangemerkt: 1. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; 2. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 4. het gebruik van bouwwerken voor een seksinrichting en voor detailhandel, voor zover zulks niet expliciet is toegestaan ingevolge de bestemmingsomschrijving; 5. of het doen of laten uitvoeren van vorenstaande activiteiten. 10.2 Uitzonderingen strijdig gebruik Het bepaalde in 10.1 onder b, is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; b. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; c. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen.

Regels

73

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels voor: a. een geringe overschrijding van de bestemmings- en/of bouwgrenzen en/of aanduidingsgrenzen, indien een onnauwkeurigheid of de feitelijke toestand van het terrein daartoe aanleiding geeft, of indien een rationele verkaveling van de gronden een geringe overschrijding vergt, mits de grens of grenzen met niet meer dan 5 meter worden overschreden; b. een geringe overschrijding van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages, mits deze voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met niet meer dan 10% worden overschreden; c. de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut, waarbij de inhoud ten hoogste 75 m³ en de goothoogte ten hoogste 3 m mag bedragen, gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd; d. de bouw van antennemasten voor communicatiedoeleinden, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 45 m mag bedragen en waarbij het beleid gericht is op het combineren van deze voorzieningen, op een koppeling van voorzieningen met bebouwing en op een dusdanige situering dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit van het plangebied; e. de bouw van andere bouwwerken zoals een vlaggenmast, een artistiek kunstwerk, antennes en dergelijke tot een bouwhoogte van 15 m.

74

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 12

Overige regels

12.1 Algemeen afwegingskader flexibiliteitsbepalingen en omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.1.1 Beleid met betrek k ing tot flexibiliteitsbepalingen Aan ontwikkelingen in het kader van de in het plan opgenomen flexibiliteitsbepalingen kan het bevoegd gezag medewerking verlenen, na afweging van de in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen: a. planologisch-stedenbouwkundige belangen; b. landschappelijke belangen, met name het belang van behoud van het karakteristieke veenweidegebied; c. verkeersbelangen, waaronder de verkeersaantrekkende werking; d. cultuurhistorische belangen, mede ter voorkoming van een mogelijke aantasting van cultuurhistorisch waardevol geachte bebouwing (waaronder de beschermd dorpsgezichten) en/of archeologisch waardevolle elementen; e. overige ruimtelijke belangen, in verband met een onevenredige beperking van bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; f. de gewenste functionele en ruimtelijke structuur. In zijn algemeenheid geldt dat de activiteiten in het plangebied er niet toe mogen leiden dat de doelstellingen van de betrokken bestemming onevenredige schade zullen oplopen. 12.2

Parkeren

12.2.1 Algemeen a. Indien de omvang of de functie van een gebouw, een bouwwerk of een terrein daartoe aanleiding geeft, moet voldaan worden aan voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig het bepaalde in de CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger(s); b. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig het bepaalde in de CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger(s); c. De onder b genoemde bepalingen zijn alleen van toepassing voor aanvragen omgevingsvergunning waarvan het aannemelijk is dat deze een parkeervraag genereren. 12.2.2 Afwijk en Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.1 indien: a. aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden verlangd; b. op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen; c. uit parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet toeneemt.

12.2.3 Advies Een afwijking als genoemd in 12.2.2 wordt pas verleend, nadat een advies is verkregen van een verkeerskundige.

Regels

75

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 13.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1 sub a met maximaal 10%. c. 13.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 13.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. 13.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

76

Regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht van de gemeente Krimpenerwaard.

Regels

77

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Bijlage bij regels

Bijlage bij regels

3

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

4

Bijlage bij regels

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Inhoudsopgave Bijlage bij regels

3

Bijlage 1

6

Bijlage bij regels

Landschapsinrichtingstekening

5

bestemmingsplan Provincialeweg Oost 131a, Haastrecht

Bijlage 1 Landschapsinrichtingstekening

6

Bijlage bij regels

Mogelijke nieuwe rotonde Bestaande woning Streekeigen erfbeplanting / geriefhout

Nieuwe schuurwoning passend in ensemble 139

t s gOo we e l a i c n i v o Pr

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f009c206-3196-432e-b8b0-7ab5e00b4fe0