CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 1 Plantoelichting BP Lekdijk-West 113, Bergambacht

Raadsvergadering 6 februari 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Lekdijk-West 113 Bergambacht18.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan LEKDIJK-WEST 113, BERGAMBACHT Gemeente Krimpenerwaard

STATUS:

VASTGESTELD

DATUM:

7 december 2023

IMRO IDN:

NL.IMRO.1931.BP2302BG065-VG01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER R. Rijntjes Lekdijk-West 113 2861 EV Bergambacht

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 25 oktober 2022 2 maart 2023 18 juli 2023 7 december 2023

VERSIE 2e versie 1e versie 2e versie 1e versie

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

4

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren

11 11 17 19

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

21 21 23 27

Hoofdstuk 4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 4.3 Waterparagraaf

31 31 31 32

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

35 35 44 46 49

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Verbeelding 6.3 Regels 6.4 Handhaving bestemmingsplan

51 51 51 51 54

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Communicatie 7.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

55 55 55 55 55

Toelichting

5

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

6

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Lekdijk-West 113 in Bergambacht staat natuurboerderij 'De Hoek'. Naast de woning staan er meerdere bedrijfsgebouwen. Om een duurzaam natuurbeheer van het natuurgebied (groot 3 ha) te kunnen voortzetten zijn enkele aanpassingen nodig binnen het bouwvlak, te weten: Het vernieuwen van een kantoor/administratie bij de woning waar tevens personen kunnen worden ontvangen ten behoeve van kennisdeling voor particulier natuurbeheer (oppervlakte 70 m²). Het handhaven/ renoveren van de bestaande winterstal voor Schotse hooglanders, opslag materieel voor natuurbeheer en hooiopslag (oppervlakte 240 m²). Het oprichten van een winterstal voor Soay schapen (oppervlakte 100 m²). Het oprichten van vijf trekkershutten voor recreatief nachtverblijf van elke 40 m² (deels binnen en deels buiten het bouwvlak). Deze ontwikkelingen zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', omdat de bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak niet ten dienste zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf. Evenmin zijn vijf trekkershutten voor recreatief nachtverblijf toegestaan. De hierachter gelegen weilanden zijn in het bestemmingsplan 'Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard' bestemd voor 'Natuur – Extensief agrarisch medegebruik'. Het voornemen is om in deze bestemming een zomerstal voor Soay schapen te plaatsen.

Deze schuilgelegenheid van 50 m² is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op deze percelen geen bouwaanduiding is opgenomen voor een vrijstaande schuur of stal. Vanuit planologische overwegingen bestaan tegen deze ontwikkelingen geen bezwaren, omdat hiermee een bijdrage wordt geleverd aan het duurzaam in stand houden van natuurboerderij 'De Hoek' en het natuurbeheer in dit deel van het veenweidegebied. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is een partiële herziening van voornoemde twee bestemmingsplannen nodig.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Lekdijk-West 113 in Bergambacht. Dit eenzijdige bebouwingslint ligt tussen de bebouwde kom van Bergambacht en Lekkerkerk. Het plangebied is aangeduid in figuur 1.

Toelichting

7

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Figuur 1: Situering omgeving plangebied (locatie met rode stippellijn aangeduid).

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Bestemmingsplan "Buitengebied 2011" Bestemmingsplan "Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard" "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"

Raadsbesluit 13 december 2012 5 maart 2019

Uitspraak Raad van State 3 april 2013 12 mei 2021

29 januari 2019

n.v.t.

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' Het agrarisch perceel Lekdijk-West 113 is in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' bestemd voor 'Agrarisch met waarden' met een bouwvlak. Het perceel heeft de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – voormalig agrarisch bedrijf'. Op dit complex staat natuurboerderij 'De Hoek'. Naast de woning staan er meerdere bijgebouwen. Het vernieuwen van een kantoor/administratie bij de woning, het handhaven/ renoveren van de bestaande winterstal voor Schotse Hooglanders en het oprichten van een winterstal voor Soay schapen is in strijd met dit bestemmingsplan, omdat de bedrijfsgebouwen niet worden gebruikt ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf. Het oprichten van vijf trekkershutten voor recreatief nachtverblijf (deels binnen en deels buiten het bouwvlak) is eveneens niet toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - voormalig agrarisch bedrijf" mag de bestaande oppervlakte aan bebouwing met maximaal 10% worden uitgebreid. De bestaande oppervlakte aan bijgebouwen is 300 m², zodat maximaal 330 m² is toegestaan, terwijl de oppervlakte in de nieuw gevraagde situatie 410 m² wordt.

Bestemmingsplan 'Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard' De hierachter gelegen weilanden zijn in het bestemmingsplan 'Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard' bestemd voor 'Natuur – Extensief agrarisch medegebruik' met dien verstande dat een

8

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

gedeelte grenzend aan het bouwvlak van het agrarisch bouwperceel aan de Lekdijk-West 113 is bestemd voor 'Agrarisch met waarden'. Het oprichten van een schuilgelegenheid voor Soay schapen is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op deze percelen geen bouwaanduiding is opgenomen voor een vrijstaande schuur of stal. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Om medewerking aan de planontwikkelingen te verlenen is een herziening van de twee bestemmingsplannen nodig.

Figuur 2: Uitsnede plankaarten bestemmingsplannen 'Buitengebied 2011' en 'Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard'. Plangebied rood gestippeld omkaderd.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijke beleid beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt de Waterparagraaf beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

9

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

10

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie plangebied en omgeving

2.1.1 Bestaande situatie omgeving Veenweide Het grondgebied ligt in de Krimpenerwaard en bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de kleinschalige linten met bruggetjes en knotwilgen en die van de ruimte met sloten en weilanden daarachter. De meeste beplanting is te vinden in de dorpen, rondom de boerenerven, langs dijkwegen, langs de Lek, langs de kavelgrenzen en de tiendwegen. Samen met de bebouwing zorgen deze voor langgerekte verdichte zones die de openheid van het gebied onderbreken. Gebied ten westen van planlocatie.

Oostelijk gelegen aannemingsbedrijf.

Voorzijde bouwvlak met hierachter natuurgebied.

Gedeelte natuurgebied.

Bebouwingslinten De bebouwing in het buitengebied bevindt zich in een aantal bebouwingslinten die over het gehele grondgebied te vinden zijn en die min of meer buurtschappen vormen. De bebouwingslinten kennen een zeer divers gebruik: agrarische bedrijven, woningen en niet agrarische bedrijven liggen naast elkaar. Kenmerkend zijn de doorzichten van de kleinschalige bebouwingslinten naar het open veenweidegebied. Het plangebied ligt tussen de kernen Bergambacht en Lekkerkerk achter het dijklichaam van de Lek.

Toelichting

11

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

2.1.2

Bestaande situatie plangebied

2.1.2.1 Visie Initiatiefnemer beheert als natuurboerderij 3 hectare natuurgebied in de Krimpenerwaard. Deze gronden maken deel uit van het' 'natuurgebied Veenweide Krimpenerwaard', waar hij als eerste particuliere natuurbeheerder in 2010 de stap heeft gemaakt om de agrarische gronden om te zetten naar natuur. Sindsdien zijn er veel ervaringen opgedaan en is geleerd hoe om te gaan met de vaak natte gronden in de Krimpenerwaard. Een balans is gevonden tussen het nastreven van de geprojecteerde natuurdoeltypen, de daarvan soms afwijkende natuurlijke natuurontwikkeling en het beheer daarvan met twee Schotse Hooglanders en circa 24 Soay schapen. Insteek is een cyclisch beheer zonder aanvoer/afvoer van grondstoffen van buitenaf. Niet het vee in de winter op stal en in de zomer hooien met de daarbij behorende uitstoot en dieselgebruik van tractoren, maar het gebied laten begrazen door wat verwilderde dieren die zomer en winter buiten kunnen blijven. Het vee is het hele jaar op het land, waarbij het gras aan eind van de winter op moet zijn en het vee wat inteert op de opgebouwde reserves. De ervaring leert dat deze visie in de natte Krimpenerwaard niet op elk perceel kan. De zware Hooglanders worden nu in de winter enkel op de hogere en drogere delen gehouden om het vertrappen van het land te voorkomen.

De Soay schapen worden in de winter dichter bij huis gehouden om vluchten over het ijs te voorkomen. De geleerde lessen hebben geleid tot een bepaalde manier van het natuurbeheer, geënt op de lokale situatie met natte veen en rivierkleigronden 2.1.2.2 Natuurboerderij 'De Hoek', Lekdijk-West 113 In dit plandeel staat het voormalig agrarisch bedrijf. Achter en naast de boerderij staan een voormalige koeienstal en diverse overige schuren. De bestaande oppervlakte aan voormalige agrarische bebouwing is 330 m². Dit is de maximum toegestane oppervlakte inclusief 10% overeenkomstig de Algemene afwijkingsregels. Buiten het bouwvlak staat geen bebouwing. Een situatietekening van de bestaande situatie is opgenomen in figuur 3.

12

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Figuur 3: Situatietekening bestaande toestand.

Toelichting

13

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

De woonboerderij.

Het te vernieuwen kantoor/administratie.

Te handhaven/ renoveren winterstal voor Schotse Hooglanders.

Locatie winterstal voor Soay schapen binnen het bouwvlak.

2.1.2.3 Natuurgebied Achter en naast het bouwvlak liggen weilanden ter grootte van 3 hectare waar Schotse Hooglanders en Soay schapen grazen. Dit deelgebied ligt ten oosten van een belangrijk weidevogelgebied en kruiden- en faunarijk grasland in Den Hoek (58 ha) van NNN. De natuurgronden binnen het plangebied hebben de bestemming 'Natuur - Extensief agrarisch medegebruik' met twee natuurdoeltypen: 0,75 hectare Vochtig Schraalland (pakket 7402) en 2,25 hectare Kruiden- en fauna rijk grasland (pakket 7422). 2.1.2.4 Visie op beheer Natuurboerderij 'De Hoek' streeft een natuurlijke natuurontwikkeling na. Hierbij is de bedrijfsvoering en het beheer dienend aan de natuurontwikkeling. Een natuurlijke natuurontwikkeling staat hierbij dus nog boven de provinciaal opgelegde natuurdoeltypen N10.02 en N12.02. Kenmerken per beheerperceel A - Vochtig Hooiland Dit perceel is niet het gehele jaar toegankelijk voor vee. Op de groene stippellijn in figuur 4 is een verhoogd tractorpad aangebracht. Overige delen liggen net boven de waterlijn. Er zijn bosschages aanwezig om vogels, ganzen en fazanten een veilig broedgebied te bieden om de hooivelden heen. Inheemse soorten als Schietwilg, Meidoorn, Sleedoorn, Vuilboom en Vogelkers worden elke 8 jaar (roulerend) afgezet.

14

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Figuur 4: Links natuurgebied en rechts uitsnede beheerperceel A in noordelijk deel van natuurgebied. Perceel B - Kruiden- en faunarijk grasland Dit deel van het perceel is gefaseerd het gehele jaar toegankelijk voor vee. In figuur 5 is dit deelgebied opgenomen. Het waterpeil schommelt met de neerslagintensiteit met een duidelijk grotere drooglegging dan perceel A. Door het vee het perceel gefaseerd te laten begrazen krijgt de natuurontwikkeling ook kansen. Daarnaast is een zomer- en een winterbegrazing ingevoerd om vluchten van de dieren over het ijs te voorkomen. Fasering van de te begrazen delen over het jaar heen worden hierna weergegeven. De lagere, meer veenachtige percelen worden in de winter gemeden om niet kapot getrapt te worden door de zware Hooglanders. De schapen worden dan dichter bij huis gehouden, buiten de natuurbegrenzing. Er is een aantal rietoevers aangeplant (en afgezet met schrikdraad tegen vraat door het vee) voor beschutting en als veilige tussenhavens voor vogels en andere dieren. In het voorjaar wordt hier minimaal ruige eigen stalmest uitgereden om verzuring tegen te gaan.

Toelichting

15

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Figuur 5: Beheerperceel B. 2.1.2.5 Winter en zomer beweiding (roulatie natuurbeheer) Om de balans te vinden tussen natuurontwikkeling en het natuurlijk beheer met grote en kleine grazers is er door ervaring een roulatiesysteem ontstaan. In de koudste drie maanden van het jaar worden de Soay schapen dichtbij huis gehouden. De reden is dat bij ijsvorming er een risico op vluchten ontstaat. De winterweides zijn bij de waterlijn afgezoomd met schrikdraad. Hiermee wordt dus vluchten voorkomen en is er vanuit huis zicht op de dieren. In deze periode verblijven de dieren dus ook buiten de gronden van het natuurgebied, hetgeen een rustperiode betekent voor de natuur. In deze periode is dient voor de Soay schapen een winterstal te worden gerealiseerd. Een winterverblijf om ze eventueel bij te voederen en te vangen als nodig is onontbeerlijk. De gewenste afmeting is ongeveer 10 x 10 meter (100 m² binnen het bouwvlak van het voormalig agrarisch bedrijf). In de zomerperiode weiden de Soay schapen in het natuurgebied. Ook in deze periode hebben de dieren een schuilplek nodig in perceel A. Hiervoor is een schuilgelegenheid van 50 m² gewenst. In figuur 4 is deze indicatief met een zwarte rechthoek aangeduid. De Schotse Hooglanders verblijven in de winter op de hoogst gelegen gronden in het natuurgebied. Het zijn zware dieren en anders zouden ze de natuurgronden teveel kapot trappen.

Om ze te kunnen bijvoederen (overdekt wenselijk in verband met regen) en een schuilplek te geven is er een stalruimte nabij de woning. Deze stal is sterk verouderd en dient te worden gerenoveerd. Tevens kan hier opslag van materieel voor natuurbeheer en hooiopslag plaatsvinden met een gewenste oppervlakte 240 m²

16

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

binnen het bouwvlak van het voormalig agrarisch bedrijf.

2.2

Nieuwe situatie

Vanuit het gewenste natuurbeheer is een aanpassing van de erfindeling nodig met bijbehorende, voor de natuur-bedrijfsvoering noodzakelijke, opstallen. Deze zijn gebaseerd op het "vee-beheer" ten behoeve van het natuurbeheer zoals toegelicht in paragraaf 2.1.2. Om een duurzaam natuurbeheer te kunnen voortzetten worden binnen het agrarisch bouwvlak de volgende aanpassingen voorgestaan: het vernieuwen van een kantoor/administratie bij de woning (70 m²); het renoveren van de bestaande winterstal voor Schotse Hooglanders en stalling materieel (240 m²); het oprichten van winterstalling voor Soay schapen (100 m²). De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen komt hiermee op 410 m² binnen het bouwvlak in plaats van de nu toegestane 330 m² aan bijgebouwen. De nieuwe bedrijfsgebouwen worden landschappelijk ingepast met een hierbij passende op het agrarisch gebied afgestemde architectuur. De goothoogte is maximaal 6 meter met een bouwhoogte van 12 meter. Het erf rondom de boerderij blijft in stand. De ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied worden hierdoor niet aangetast. Het inrichtingsvoorstel van het te renoveren kantoor, winterstal voor Schotse Hooglanders met opslagruimte voor materieel en winterstalling voor Soay schapen is opgenomen in figuur 6.

Figuur 6: Inrichtingsvoorstel te renoveren kantoor, winterstal voor Schotse Hooglanders en winterstalling voor schapen. In hierachter gelegen weilanden van het natuurgebied wordt ter uitvoering van het agrarisch natuurbeheer een schuilgelegenheid voor Soay schapen mogelijk gemaakt van maximaal 50 m² met een bouwhoogte van maximaal 6 meter. In figuur 7 is het inrichtingsvoorstel van de schuilgelegenheid voor schapen opgenomen.

Toelichting

17

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Figuur 7: Inrichtingsvoorstel schuilgelegenheid voor schapen (indicatief). 2.2.1 Vijf trekkershutten voor recreatief nachtverblijf Initiatiefnemer wil een kleinschalige natuurcamping mogelijk te maken door middel van het oprichten van een kampeerveld met vijf Tiny kampeer-/trekkershutjes van maximaal 40 m² per unit. De goot- en bouwhoogte is respectievelijk maximaal 3 en 6 meter. Hiermee wordt ingespeeld op de toename van toerisme en recreanten om één nacht of langer te verblijven in een houten huisje. De Trekkershutten bieden plaats aan circa 4 personen en worden uitgerust met een douche, een toilet, een keuken met stromend water en verwarming. De plek voor de natuurcamping bevindt zich deels binnen en buiten het bouwvlak in het noordelijke deel hiervan. Dit deelgebied leent zich bij uitstek hiervoor met open weides tussen bestaande bomen en bosschages. In figuur 8 is het deelgebied aangeduid met enkele voorbeelden van trekkershutjes. De recreatieve voorziening sluit aan bij een speerpunt uit de Omgevingsvisie om ruimte te geven aan de ontwikkeling van toeristische en recreatieve voorzieningen in aansluiting op de lokale identiteit met meer recreatieve overnachtingen in de Krimpenerwaard. Deze verblijfsrecreatieve functie in het buitengebied draagt hieraan bij. Vanuit deze locatie kan de Krimpenerwaard en omgeving door recreanten worden ontdekt.

18

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Figuur 8: Deelgebied natuurcamping (groen omlijnd) en enkele referentiebeelden van een trekkershut.

2.3

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied ligt aan de Lekdijk-West in Bergambacht. Deze gebiedsontsluitingsweg is tevens een recreatieve verbindingsroute voor langzaam verkeer tussen Schoonhoven en Krimpen aan de Lek. De maximum snelheid is 60 km/uur. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de verkeersintensiteit. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats vanaf de bestaande verharde ontsluiting.

Toelichting

19

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

De Lekdijk-West

Uitrit Natuurboerderij 'De Hoek' Lekdijk-West 113.

Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). De parkeerkencijfers voor kantoor in het buitengebied (matig stedelijk) is 2,8 pp per 100 m² bvo. Voor het kantoor met 70 m² zijn afgerond 2 parkeerplaatsen nodig. Voor de vijf trekkershutten wordt rekening gehouden met één parkeerplaats per trekkershut. De parkeerbehoefte kan volledig op eigen terrein worden gerealiseerd, omdat op het bouwperceel voldoende ruimte aanwezig is voor stalling van auto's (ook voor de bestaande woonboerderij). Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In artikel 13.2 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

20

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.

Toelichting

21

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Naast de beleidskeuze is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. Deze kleinschalige ontwikkeling bij een voormalig agrarisch bedrijf draagt bij aan het duurzaam in stand houden van het veenweidegebied. De landschappelijke waarden worden niet aangetast. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang (thans 14 nationale belangen) uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond.

In dit bestemmingsplan wordt het renoveren van een kantoor (70 m²) en de winterstal (240 m²) mogelijk gemaakt, alsmede het realiseren van een schuilgelegenheid voor schapen in de zomerperiode (50 m²) en een winterstal (100 m²). Daarnaast worden vijf trekkershutten mogelijk gemaakt. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

22

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. 3.2.2 Omgevingsverordening Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Bestemmingsplannen dienen rekening te houden met de hierin opgenomen regels. Voor dit bestemmingsplan betreft dit een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Omgevingsverordening.

Toelichting

23

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

3.2.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een herontwikkeling van een voormalig agrarisch bouwperceel mogelijk om een kantoor/administratie bij de woning te vernieuwen (70 m²), een bestaande winterstal te renoveren (240 m²) en een schuilgelegenheid in de zomerperiode voor schapen (50 m²) en winterstalling voor schapen (100 m²) op te richten, alsmede het oprichten van vijf trekkershutten. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang.

Op basis van jurisprudentie kan worden gesteld dat deze ontwikkelingen te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de Ladder is niet nodig. 3.2.2.2 Ruimtelijke kwaliteit Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. De Lekdijk-West ligt in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop ingegaan. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op de Laag van de Ondergrond ligt het plangebied binnen de aanduiding 'Rivierdeltacomplex - rivierklei/ veen'. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie.

Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar houden. Voorts ligt het gebied gedeeltelijk in oude stroomgordels en geulafzettingen van veen. In de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen maakt het gebied onderdeel van het veen(weide) landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen rekening houden met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Voorts dragen ontwikkelingen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. Het plangebied ligt voorts aan een dijklint van een rivierdijk: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit maken een verdere onderverdeling in linten en bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse. Op de Laag van de stedelijke occupatie is het plangebied niet specifiek aangeduid. Op de Laag van beleving is het plangebied gedeeltelijk gelegen in de aanduiding Natuur. Natuurgebieden in Zuid-Holland zijn te onderscheiden naar hun ligging in het landschap. Het betreft een samenhangend netwerk van unieke natuurlandschappen dat toegankelijk en beleefbaar is in evenwicht met de ecologische

24

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

draagkracht ter plaatse. In figuur 9 is een uitsnede van de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en Laag van de beleving opgenomen.

Figuur 9: links uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de cultuur- en natuurlandschappen' en rechts 'Laag van de Beleving'. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wanneer aan de in dit artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'veen(weide)gebied' aan een dijklint: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Om het lint transparant te houden, dienen doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap intact te blijven. Respect voor historische gaafheid van het lint tenslotte, houdt in dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel, als van de individuele bebouwing.

Bij het voormalig agrarisch bedrijf wordt het vernieuwen van een kantoor/administratie bij de woning (70 m²), het renoveren van een bestaande winterstal (240 m²), nieuwbouw van een schuilgelegenheid voor schapen in de zomerperiode (50 m²) en winterstalling voor schapen (100 m²) mogelijk gemaakt, alsmede het oprichten van vijf trekkershutten. De vervanging van twee bestaande bedrijfsgebouwen wordt landschappelijk ingepast in het groen. De landschappelijke kwaliteiten worden hierdoor niet aangetast. Zichtlijnen naar het veenweidegebied blijven behouden. De kavelstructuur en het slotenpatroon worden niet aangetast, terwijl de vijf trekkershutten in het bestaande groen worden ingepast. Gesteld kan worden dat deze kleinschalige ontwikkelingen voldoen aan de provinciale belangen met betrekking tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9, lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.

3.2.2.3 Natuurnetwerk Nederland In artikel 6.9e lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het Natuurnetwerk' Nederland (NNN), onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Toetsing aan Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen bestaande en nieuwe natuur van NNN, zoals op kaart 7 van de

Toelichting

25

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Omgevingsverordening aangegeven. De begrenzing van het NNN blijft in stand. Ook de functionaliteit van het NNN blijft onaangetast. Er wordt alleen een kleine schuilgelegenheid voor schapen mogelijk gemaakt. Deze ontwikkeling leidt niet tot een aantasting van het NNN-gebied. Conclusie Onderhavige planontwikkeling maakt enkele kleinschalige ontwikkelingen mogelijk bij een voormalig agrarisch bedrijf. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit worden niet aangetast. De provinciale belangen zoals verwoord in de Omgevingsverordening zijn niet in het geding. 3.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken.

Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Landschappelijke eenheden Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard. Het middendeel van de Krimpenerwaard heeft een gevarieerd en kleinschalig landschapsbeeld door de aanwezigheid van linten met wegbeplantingen, eendenkooien en pestbosjes. Het plangebied ligt aan een hoofdweg op een dijk. Ambitiebeeld Ambitiebeeld is het koesteren van het uitgestrekte veenweidegebied en de relatieve openheid met het eeuwenoude kavelpatroon in landbouw- en natuurgebied. Ook behoud en versterken van het contrast tussen onbebouwde wegen en verdichte oost-west georiënteerde linten en de verschillen in symmetrie respectievelijk asymmetrie tussen de linten onderling maken hiervan onderdeel uit. De hoofdambities zijn uitgewerkt in gebiedsprofielkaarten waarin kort de karakteristiek, toekomstige ontwikkelingen en de in de Kwaliteitskaart vastgestelde ambities zijn genoemd.

Aansluitend volgt een beschrijving van de karakteristiek en de aanvullende ambities per legenda-eenheid. Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaart 'Linten blijven linten'. Deze wordt hieronder beschreven. Linten blijven linten De bebouwing van het landelijke gebied is geconcentreerd in de linten. Door de ontginning vanuit de rivieren hebben de linten een oost-west oriëntatie. De linten zorgen voor een geleding van het landschap in noord-zuid richting en lange open ruimtes in oost-west richting. De linten in het gebied zijn in twee categorieën te onderscheiden: dijklinten en veenlinten. Binnen deze twee categorieën wordt verder gedifferentieerd. Als ambitie wordt aangehouden: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat er op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. De Lekdijk-West ligt aan een ingesloten dijklint. De dijklinten lopen door tot in de dorpen.

De bebouwing staat op de dijk of, door eerdere dijkverhogingen, net onder het huidige dijkniveau. Het karakter van het dijklint is stenig zonder beplanting. Waar dichte bebouwingswanden ontstaan zijn, verdwijnt de visuele relatie vanaf de weg naar het water. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Aanvullende ambities zijn:

26

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Continuïteit van het dijklint binnen en buiten het dorp beleefbaar houden. Herkenbaar houden van het lint waarlangs het dorp gegroeid is. Asymmetrisch profiel handhaven: buitendijks op dijkniveau, binnendijks vaak lager. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard Het plangebied ligt ten noorden van de Lekdijk-West aan een ingesloten dijklint. De landschappelijke dynamiek wordt niet aangetast, omdat alleen een bestaand kantoor en winterstal worden vernieuwd/ gerenoveerd. De schuilgelegenheid ligt verderop in het weiland. Deze is vanaf de Lekdijk-West niet zichtbaar. Het open polderlandschap wordt hierdoor niet aangetast. De bestaande sloten blijven behouden. Het contrast tussen het dijklint en het open veenweidegebied blijft hierdoor beleefbaar. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Het tegengaan en saneren van verrommeling heeft hier prioriteit. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidegebied.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Gebiedsovereenkomst De provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) en de voormalige gemeenten Bergambacht, Ouderkerk, Nederlek, Schoonhoven en Vlist hebben in 2014 de Gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard 2014-2021 afgesloten als opvolger van het eerder gesloten Veenweidepact. Vanwege de wijziging van het natuurbeleid in 2010 was het nodig om de afspraken uit het verleden te herzien. De gebiedsovereenkomst gaat in op drie opgaven voor de Krimpenerwaard: natuur, landbouw en recreatie en toerisme. Daarnaast bestaat er ook een belangrijke wateropgave. Het thema water is verweven met deze opgaven. De overeenkomst is een uitwerking van het gebiedsvoorstel EHS Krimpenerwaard dat door de partijen uit het gebied was opgesteld en door de provincie is overgenomen. De gebiedsovereenkomst richt zich primair op de opgave natuur. Op grond van de overeenkomst is de provincie opdrachtgever en zijn de gemeente Krimpenerwaard en HHSK opdrachtnemer voor de realisatie van de opgave natuur. In 2015 is als uitwerking van en aanvulling op de gebiedsovereenkomst door de provincie, de gemeente Krimpenerwaard en HHSK de Uitvoeringsovereenkomst Krimpenerwaard 2015-2021 afgesloten.

In de gebieds- en uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat de natuuropgave bestaat uit de realisatie van circa 2.250 ha natuur van het NNN, gecombineerd met een bijpassend robuust en duurzaam watersysteem in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het tegengaan van bodemdaling. Hierbij betreft het tegengaan van bodemdaling een meekoppelend belang, het halen van de doelstellingen in het kader van het NNN en de KRW heeft prioriteit. Voor de natuuropgave worden grote zelfstandig functionerende leefgebieden voor (weide)vogels en kwetsbare soorten (flora en fauna) die thuishoren in het veenweidelandschap ontwikkeld. Er worden watermaatregelen getroffen die noodzakelijk zijn voor het behalen van de natuurdoelen en de KRW-doelstellingen. De natuuropgave is inmiddels deels gerealiseerd door natuurontwikkeling in de deelgebieden Berkenwoudse Driehoek, De Nesse en het zuidelijk deel van Oudeland. Conclusie Met voorliggende bestemmingsplan wordt de bestaande bestemming Natuur gehandhaafd in NNN. Er wordt alleen een schuilgelegenheid voor schapen mogelijk gemaakt van 50 m². De realisatie hiervan tast de opgaven van NNN niet aan. 3.3.2 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt.

Toelichting

27

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijk e opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid. De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes mak en De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst.

Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. Lekstreek De Lekstreek bestaat uit de Lek en de zone van bebouwing en bedrijvigheid op de oeverwal langs de dijk. Dit deelgebied strekt zich uit van Schoonhoven tot en met Krimpen aan de Lek. Ook de kernen Ammerstol, Bergambacht en Lekkerkerk liggen in deze zone. Waarden Lekstreek zijn onder andere één lang bebouwingslint langs de Lekdijk en zicht vanaf de dijk op het landschap. Kansen zijn onder andere het behouden van het uitzicht op het landschap vanaf de wegen op de dijken. Krachtig buitengebied: Dynamiek langs de rivieren Langs de rivieren is altijd al veel dynamiek en ontwikkeling geweest. De bodem is hier door de rivierklei en de zeeklei steviger dan in het midden van de Krimpenerwaard. Dit is gunstig voor landbouw, infrastructuur en bebouwing. Bovendien zijn veel plekken relatief goed bereikbaar. Dit biedt kansen aan ontwikkelingen voor bijvoorbeeld bedrijven. Hierbij houdt de gemeente rekening met infrastructuur, leefbaarheid, waterveiligheid, drinkwatervoorzieningen en landschappelijke kwaliteiten.

Speerpunt: toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen De gemeente geeft ruimte aan ontwikkeling van toeristische en recreatieve voorzieningen in aansluiting op de lokale identiteit. Ontwikkeling van toerisme en recreatie draagt bij aan werkgelegenheid, levendigheid en behoud van waardevolle elementen (voorzieningen, landschap, beleefbaarheid en historie). De gemeente zet op het volgende in: De gemeente benut de kracht van de Krimpenerwaard. 1. Inwoners en bedrijven als ambassadeurs van de Krimpenerwaard. Bewustzijn en kennis bij inwoners over identiteit, historie en recreatieve voorzieningen helpt hierbij; 2. Toeristische voorzieningen die aansluiten bij de gebiedsidentiteit; 3. Benutten van de centrale ligging in de Randstad nabij Rotterdam, Gouda, Utrecht en Kinderdijk. Hierbij samenwerken met andere gebieden. Meer recreatieve overnachtingen in de Krimpenerwaard. Extra verblijfs-recreatieve functies dragen hier aan bij, bijvoorbeeld een landschappelijk park met vakantiewoningen, recreatiewoningen, camperplaatsen of (ouderen/zorg) hotel in het buitengebied; Recreatieve voorzieningen hebben een meerwaarde voor het gebied en de kernen. Het oprichten van vijf trekkershutten speelt in op de behoefte aan recreatiemogelijkheden en toename van toerisme en recreanten.

Conclusie De Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Dit bestemmingsplan maakt het duurzaam in stand houden van een natuurboerderij en het veenweidegebied en het oprichten van vijf trekkershutten voor recreatieve overnachting mogelijk. De

28

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

ontwikkelingen zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.3.3 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart.

De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. De Lekdijk-West maakt in de Nota onderdeel uit van een bijzonder niveau. Dit betreft gebieden waar het uiterlijk van de bebouwing van aanzienlijk belang is voor de identiteit van de Krimpenerwaard. In deze gebieden is inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. De nota ruimtelijke kwaliteit bevat voor gebieden met een bijzonder niveau een uitgebreide set criteria, die in woordkeuze en bandbreedte aanstuurt op een zorgvuldige inpassing van bouwplannen in het gebied. Een plan moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld. Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied Lek (gebied 2C). Hiervoor zijn gebiedsgerichte criteria aangegeven.

Dit bestemmingsplan maakt de vernieuwing van een kantoor en renovatie van een winterstal mogelijk, alsmede het oprichten van een schuilgelegenheid voor schapen achter het bebouwingslint. Conclusie Bij uitwerking van bouwplannen wordt rekening gehouden met in de Nota vastgelegde gebiedsgerichte criteria. De aanvragen omgevingsvergunning zullen om advies worden voorgelegd aan de commissie Ruimtelijke kwaliteit. Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal kunnen worden voldaan.

Toelichting

29

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

30

Toelichting

bestemmingsplan Lekdijk-West 113, Bergambacht

Hoofdstuk 4 4.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

4.2

Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie www.hhsk.nl/diensten/publicaties). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap haar visie en ambities voor het waterbeheer voor de komende jaren. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren.

Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Waar nodig zullen ook dijken versterkt moeten worden. 2. Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie. Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=e35cf54e-bbb6-4c9b-9bed-6326ecd416ec