Bijl 1 Ontwerpbestemmingsplan West-Vlisterdijk t&r
Tekst van het document
West-Vlisterdijk 64, Vlist
33
over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Planspecifiek Via de digitale watertoets is Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard op de hoogte gebracht van onderhavig initiatief. Het resultaat hiervan is opgenomen in bijlage 6. Uit de watertoets blijkt dat nader overleg met het waterschap nodig is, omdat er sprake is van waterstaatkundige belangen. Het plangebied ligt binnen de beschermingszone van de waterkering van de Vlist. De woningen uit voorliggend plan liggen buiten de kering. Mogelijk vinden er wel beperkte werkzaamheden plaats binnen de kering als gevolg van de inrichting van het woonerf vooraan op het terrein. Ter bescherming van de kering worden daarom in dit plan de dubbelbestemming op de verbeelding en de bijbehorende regels overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ''Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist). Door de sloop van enkele opstallen (in totaal ca 3.300 m² ) en de aangrenzende erfverharding achter op het perceel neemt het verhard oppervlak aanzienlijk af. Dit heeft een positief effect op het waterbergend vermogen van het plangebied. Bij de verdere uitwerking zal een rioleringsplan worden opgesteld.
Gezien de positionering van het huidige drukrioolgemaal ten opzichte van de huidige en toekomstige bebouwing en woningen wordt geadviseerd om de twee woningen binnen de bestaande monumentale woonboerderij aan te sluiten op het bestaande drukrioolgemaal. De overige woningen kunnen worden aangesloten op een nieuw te plaatsen dubbelpomps drukrioolgemaal. Vanwege de invloed op de waterkwaliteit is het niet wenselijk om uitloogbare materialen te gebruiken. Hiermee is het initiatief uitvoerbaar vanuit het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.
Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven.
34
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek In het kader van de sloop- en verbouwwerkzaamheden is een quickscan Flora & Fauna uitgevoerd. Het rapport is toegevoegd als bijlage 5. In het vervolg van deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies opgenomen. Gebiedsbescherming Voorliggend initiatief leidt niet tot negatieve effecten op beschermde gebieden. Vanuit het deelaspect stikstofdepositie kan op voorhand worden aangenomen dat voorliggend initiatief geen toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j tot gevolg heeft. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op 5,6 km ten noordwesten van het plangebied (Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein) en 6,3 km ten zuidoosten van het plangebied (Uiterwaarden - Lek). Gelet op deze afstanden in relatie tot de beperkte bouwwerkzaamheden als gevolg van dit initiatief kunnen negatieve effecten, zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase, op voorhand worden uitgesloten. Het aanvragen van Wbv-vergunning is niet aan de orde.
Soortenbescherming Vanuit soortbescherming is er geen noodzaak voor het aanvragen van een ontheffing of nader onderzoek, mits aan mitigerende, compenserende voorwaarden en het in acht nemen van de Algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan. De volgende maatregelen worden geadviseerd: Binnen het plangebied zijn bomen en struiken aanwezig waarin algemene broedvogels kunnen gaan broeden. Indien deze vegetatie ten behoeve van de ontwikkeling verwijderd wordt, dan kan deze het beste verwijderd worden buiten het broedseizoen van vogels (grofweg van half maart tot half juli). Als er een vogel aan het broeden is, mag deze niet verstoord worden totdat de jongen uitgevlogen zijn; Verlichting tijdens de bouw moet tijdens de werkzaamheden worden beperkt; Het beperken van opslag van bouwmaterialen als hopen zand en grond tijdens de bouwperiode, ter voorkoming van de aantrekkende werking voor amfibieën. In de periode september - maart kan opgeslagen grond en zand in depot worden afgeschermd met een amfibieënraster. Geadviseerd wordt om bij de nieuwbouw vijf nestkommen voor de boerenzwaluwen te plaatsen om te voorkomen dat de landelijk geconstateerde matig sterke afname van de populatie boerenzwaluwen wordt vergroot. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie.
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Zoals opgenomen in het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard' hanteert de gemeente de verkeerscijfers van het CROW, waarbij voor de hele gemeente de gemiddelde norm en de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk' van toepassing is. Verkeersgeneratie Het plangebied wordt ontsloten op de West-Vlisterdijk. De West-Vlisterdijk is een 60 km-weg en een lokale verbindingsweg die de kern Vlist verbindt met Schoonhoven en Haastrecht. Op basis van het woningbouwprogramma van voorliggend initiatief kan de verkeersgeneratie worden berekend aan de hand van de volgende kengetallen: vrijstaande woningen: 8,2 verkeersbewegingen per dag per woning;
West-Vlisterdijk 64, Vlist
35
halfvrijstaande woningen: 7,8 verkeersbewegingen per dag per woning; tussenwoning: 7,4 verkeersbewegingen per dag per woning.
Op basis van het aantal woningen in het plan bedraagt het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie ca. 85 verkeersbewegingen per dag. De bestaande woning is hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat deze geen wijzigingen in het verkeer tot gevolg heeft. Tegenover deze toekomstige verkeersbewegingen staat het verdwijnen van de verkeersbewegingen van de paardenhouderij. Binnen de paardenstal zijn 16 paardenboxen gevestigd. Het CROW hanteert per paardenbox 4 verkeersbewegingen per dag, waarmee het totale aantal verkeersbewegingen van de paardenhouderij uitkomt op circa 64 per dag. Het toekomstig gebruik binnen het plangebied heeft op basis van deze normen een beperkte toename van het aantal dagelijkse verkeersbewegingen tot gevolg. Voor wat betreft de uitvoerbaarheid van het plan kan worden gesteld dat de West-Vlisterdijk en het aangrenzende wegennet deze beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen goed aan kunnen. Parkeren Het woningbouwprogramma resulteert in een totale parkeerbehoefte van 23 parkeerplaatsen: 3 vrijstaande woningen met een behoefte van 2,4 parkeerplaatsen per woning; 2 twee-onder-een-kap woningen met een behoefte van 2,2 parkeerplaatsen per woning, en 6 tussenwoningen met een behoefte van 1,9 parkeerplaatsen per woning.
Parkeren gebeurt in de toekomstige situatie grotendeels op het buitenterrein rondom de woningen en in enkele gevallen inpandig. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van voorliggend plan is geborgd dat binnen eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente.
36
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied ligt in het beschermd dorpsgezicht van Vlist. Het is een agrarisch erf met een aantal karakteristieke panden. Om de waarde van de panden te bepalen is een bouwhistorische verkenning uitgevoerd (zie bijlage 1). Met voorliggend plan blijft de waardevolle bebouwing zoveel mogelijk in stand, de woonfunctie betekent een duurzame invulling van de panden. Het plan draagt derhalve bij aan de instandhouding van de cultuurhistorische waarden. Hieronder komen de relevante beschermingsregelingen aan bod, die gelden ter plaatse van het plangebied ten aanzien van het aspect cultuurhistorie. In paragraaf 2.2 is toegelicht op welke wijze deze regelingen zijn geïntegreerd in de nadere uitwerking van het plan. Beschermd dorpsgezicht 'Vlist (inclusief Bonrepas)' Het bebouwingslint tegen de West-Vlisterdijk is aangewezen als beschermd dorpsgezicht 'Vlist (inclusief Bonrepas)'. Daartoe is in het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist') de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 1' opgenomen.
De bijbehorende regels voorzien in het beschermen van de cultuurhistorische waarden zoals deze zijn opgenomen in artikel 8 van de regels uit dit plan. Rijksmonument De oorspronkelijke boerderij is aangewezen als Rijksmonument. In het plan is daarvoor de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' opgenomen. De erachter gelegen paarden- en koeienstal zijn geen monument. Molen ''De Bachtenaar'' Op ca 200 m ten westen van het plangebied ligt molen 'De Bachtenaar' uit 1714. Het plangebied ligt binnen de molenbiotoop van deze molen. In het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' (voormalige gemeente Vlist) zijn regels opgenomen die voorzien in beperkingen van hoogtes van bebouwing en beplanting ter bescherming van de windvang en het aanzicht van de molen in het landschap. Het plan past hierbinnen. Archeologie Onderstaand is een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Krimpenerwaard weergegeven.
Binnen het plangebied gelden de volgende archeologische waarden: Waarde - Archeologie 1: mede bestemd voor de bescherming van archeologische monumenten (AMKterreinen); Waarde - Archeologie 3: mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden van gronden met een (zeer) hoge archeologische verwachting in verband met ontginningsassen en dijk- en polderlinten (inclusief dijk/kade); Waarde - Archeologie 7: mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden van gronden met een lage archeologische verwachting.
West-Vlisterdijk 64, Vlist
37
Uitsnede van de archeologische beleidskaart Krimpenerwaard 2017
Op de beleidskaart is een deel van het plangebied aangegeven als 'Waarde - Archeologie 2'. Deze aanduiding is gebaseerd op waarnemingen van een verhoging, gedaan bij het opstellen van de bodemkaart in 1984. De begrenzing is echter dusdanig onnauwkeurig dat deze niet gebruikt dient te worden. In plaats daarvan is in voorliggend plan, in lijn met het advies van de ODMH, de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' opgenomen. In paragraaf 3.2 wordt vanuit het provinciaal beleid nader ingegaan op de (zeer) hoge archeologische waarden aan de oostkant van het plangebied. Voorliggend plan heeft bodemverstorende werkzaamheden tot gevolg die op basis van de regels uit de dubbelbestemmingen aanleiding geven tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek. Dit archeologische onderzoek zal op een later moment van de ontwikkeling, in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, worden uitgevoerd. Om te waarborgen dat de archeologische waarden ter plaatse van het plangebied ook bij toekomstige bodemverstorende werkzaamheden beschermd zijn, worden de archeologische waardenaanduidingen en bijbehorende regels in voorliggend plan overgenomen. Het initiatief is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect 'Cultuurhistorie & Archeologie'.
38
West-Vlisterdijk 64, Vlist
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
West-Vlisterdijk 64, Vlist
39
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voor de opzet van dit plan is aansluiting gezocht bij de regeling van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)' zoals dat voor het buitengebied van Vlist geldt. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Agrarisch met waarden' Deze bestemming blijft behouden voor de gronden achter op het perceel. Daarbinnen is o.a. agrarisch aanverwant gebruik toegestaan zoals het beweiden van dieren en het behoud en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - moestuin' is de aanleg en ingebruikname van een moestuin toegestaan. En ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - moestuin' zijn bijgebouwen bij de moestuin toegestaan zoals een kas, tuinschuur en dierenverblijf met een gezamenlijk oppervlak van maximaal 150 m². 'Wonen' Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van het te behouden bebouwingscluster vooraan op het perceel. Hoofdgebouwen zijn toegestaan binnen de daarvoor opgenomen bouwvlakken. Voor de bijgebouwen is in afwijking van de regeling uit het moederplan, waarin is bepaald dat per woning 100 m² aan bijgebouwen is
40
West-Vlisterdijk 64, Vlist
toegestaan, bepaald dat ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 1' gezamenlijk maximaal 50 m² bijgebouwen is toegestaan. Omdat daarmee een aanzienlijk deel van de bouwmogelijkheden voor bijgebouwen uit het vigerende bestemmingsplan onbenut blijft, worden de overgebleven bouwmogelijkheden ingezet om de bijgebouwen behorende bij de moestuin (max 150 m²), binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden', mogelijk te maken. De goot- en bouwhoogtes van de hoofd- en bijgebouwen zijn op elkaar afgestemd om vanuit architectonischen stedenbouwkundig oogpunt eenheid in de bebouwing te creëren. Verder zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 3', Waarde - Archeologie 7', 'Waarde - Cultuurhistorie 1', 'Waterstaat - Waterkering' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop' overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
West-Vlisterdijk 64, Vlist
41
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het plan is voorgelegd aan de provincie Zuid-Holland. De provincie heeft aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen het plan, mits er geen sprake is van sloop en herbouw, maar gebruik wordt gemaakt van de bestaande gebouwen (m.u.v. de manege). Over het plan vindt nog overleg plaats met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van de inspraak ex artikel 3.1.6 Bro opgenomen.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken, van woensdag 20 oktober 2021 tot en met woensdag 1 december 2021, voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen op het bestemmingsplan ingediend.
42
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Bijlagen bij de toelichting
West-Vlisterdijk 64, Vlist
43
44
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Bijlage 1
Bouwhistorische quickscan
West-Vlisterdijk 64, Vlist
45
46
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
West-Vlisterdijk 64, Vlist
47
48
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Bijlage 3
Bodemonderzoek
West-Vlisterdijk 64, Vlist
49
50
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
West-Vlisterdijk 64, Vlist
51
52
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
West-Vlisterdijk 64, Vlist
53
54
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Bijlage 6
Watertoets
West-Vlisterdijk 64, Vlist
55
56
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Regels
West-Vlisterdijk 64, Vlist
57
58
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan West-Vlisterdijk 64, Vlist met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP2011BG011-VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aan- en uitbouw een gebouw dat aan het hoofdgebouw is aangebouwd, en daarmee in directe verbinding staat en welk gebouw door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 agrarisch aanverwant bedrijf een bedrijf, dat qua karakter thuishoort in het landelijk gebied, dan wel een functionele binding heeft met het landelijk gebied.
1.7 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarop een bedrijfsmatige, op de markt gerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage levert aan de inkomensvorming; met betrekking tot deze regels worden onder het begrip agrarisch bedrijf niet begrepen agrarische hulp- of nevenbedrijven en landelijke bedrijven. 1.8 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarden in verband met (de kennis en de studie van) de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. beroepsmatige activiteiten aan huis:
West-Vlisterdijk 64, Vlist
59
1.11 bedrijfsmatige activiteiten aan huis: het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.12 beroepsmatige activiteiten aan huis: het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen terrein dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.13 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b.
bij gebruik: het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand, gebouw, dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20 bouwperceelsgrens een grens van een bouwperceel.
60
West-Vlisterdijk 64, Vlist
1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.23 cultuurhistorische waarden belang in geschiedkundig opzicht; onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het occupatiepatroon en de bebouwing. 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.25 extensief recreatief medegebruik vormen van recreatief (mede)gebruik in een gebied, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën, paardrijden en natuurobservatie. 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27 graasdierbedrijf een agrarisch bedrijf dat afhankelijk is van grasland vanwege het beweiden van dieren zoals rundvee, schapen, geiten of grasverkoop.
1.28 grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.29 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.30 kwetsbaar object kwetsbaar object zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.31 landschappelijke waarden de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied. 1.32 moestuin een tuin waar groenten en andere (eetbare) planten worden verbouwd voor niet-commerciële doeleinden;
West-Vlisterdijk 64, Vlist
61
1.33 natuurwaarden de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied. 1.34 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van de onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Niet-grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt. 1.35 peil a. voor gebouwen op of langs een dijk: 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de kruin van een dijk grenzen of waarvan de voorgevel binnen een afstand van 3 meter uit de kruin van de dijk is gelegen: de hoogte van de kruin van de dijk; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; b. voor gebouwen niet op of langs een dijk: 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de openbare weg grenzen: de hoogte van de kruin van die openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. voor andere bouwwerken: 1. de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
1.36 reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat, gelet op het aantal dieren, hoeveelheid grond en/of inrichting past bij ten minste een halve arbeidskracht. 1.37 tuinbouw het telen van groenten, tuinvruchten en tuinbouwzaden. 1.38 voorgevel de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.39 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
62
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de inhoud van een bouwwerk Tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens Wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens. 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.7 aanvullende regels voor de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde Bij de vaststelling van de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder buitenwerkse gevelvlakken en/of scheidingsmuren wordt de verticale projectie van het gehele bouwwerk, op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk gemeten. 2.8 de bebouwde oppervlakte Van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en boven peil, met dien verstande, dat de oppervlakten van alle op het terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken worden opgeteld. 2.9 de bedrijfsvloeroppervlakte Wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten worden opgeteld. 2.10 de verkoopvloeroppervlakte Wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte van ruimten welke rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn worden opgeteld; kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen.
West-Vlisterdijk 64, Vlist
63
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden
3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch aanverwant gebruik, zoals het beweiden van dieren, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering; b. water; c. kleinschalige landschapselementen; d. behoud en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden, waaronder begrepen ecologische oevers; e. extensief recreatief medegebruik; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals erven, tuinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, perceelsontsluitingen, (ontsluitings)wegen en paden. 3.1.2 Moestuin Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - moestuin' zijn de in lid 3.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een moestuin. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding moestuin' bijgebouwen bij de moestuin toegestaan zoals een tuinschuur, kas en dierenverblijf met een gezamenlijk oppervlak van maximaal 150 m²; c. de goothoogte van onder b toegestane bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de bouwhoogte van onder b toegestane bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m. 3.2.2 Andere bouwwerken Andere bouwwerken zijn buiten een bouwvlak toegestaan met dien verstande dat: a.
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; b. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5 m², met dien verstande dat deze oppervlakte niet geldt voor bruggen; c. erf- en terreinafscheidingen open en transparant dienen te worden uitgevoerd. 3.3 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) 3.3.1 Verbod Het is verboden buiten het bouwvlak de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. het dempen, graven en vergraven van watergangen, hieronder het aanleggen van dammen en bruggen mede begrepen; b. het benutten van gronden ten behoeve van de teelt van ruwvoedergewassen. c. het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden;
64
West-Vlisterdijk 64, Vlist
d. e. f.
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 200 m² per bijbehorend bouwvlak; het aanleggen van waterbassins en mestbassins; het scheuren van grasland ten behoeve van de permanente omzetting in bouwland;
3.3.2 Uitzonderingen Het in lid 3.3.1 genoemde verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. tot het normale onderhoud en beheer worden gerekend; b. op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan in uitvoering waren of waarvoor op dat tijdstip reeds een vergunning was verleend. 3.3.3 Toetsingscriteria De werken en werkzaamheden als bedoeld in: a. lid 3.3.1 onder b zijn uitsluitend toelaatbaar ten behoeve van de teelt van ruwvoedergewassen, anders dan gras, waarbij maximaal 20% van het bedrijfsoppervlak voor die doeleinden mag worden gebruikt; door de teelt mag geen onevenredige schade worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarde van de gronden, waaronder met name begrepen de openheid en doorzichten; b. lid 3.3.1 onder a tot en met f zijn slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werken en werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden, waaronder begrepen de natuurlijke waarden van het weidevogelgebied ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - weidevogelgebied'. 3.3.4 Advies landschapsdeskundige Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 3.3.1 advies inwinnen bij een landschapsdeskundige.
3.3.5 Advies waterbeheerder Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 3.3.1 onder a advies inwinnen bij de waterbeheerder.
West-Vlisterdijk 64, Vlist
65
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen b. erven, tuinen, water en groenvoorzieningen; c. beroepsmatige activiteiten aan huis; d. parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: 4.2.1 Woning a. woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen ten hoogste het aangegeven aantal bedragen; c. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen uitsluitend twee halfvrijstaande woningen worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen uitsluitend aaneengebouwde woningen worden gebouwd; f. de goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; daar waar geen aanduiding is opgenomen, geldt de bestaande goothoogte; g. de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; daar waar geen aanduiding is opgenomen, geldt de bestaande bouwhoogte; h.
daar waar de aanduiding 'maximum volume' is opgenomen geldt dat de inhoud van een woning, exclusief aan- en uitbouwen, niet meer mag bedragen dan het aangegeven volume. 4.2.2 Erfbebouwing bij de woning a. Bij de woningen zijn bijgebouwen en overkappingen toegestaan, waarbij: 1. bijgebouwen alleen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding bijgebouwen 1'; 2. het gezamenlijke oppervlak van bijgebouwen binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bijgebouwen 1' niet meer mag bedragen dan 50 m²; 3. de bij de woning behorende gronden voor niet meer dan 50% bebouwd zijn; 4. bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en overkappingen minimaal 3 m achter het verlengde van de voorgevel zijn gelegen; 5. de goothoogte van aanbouwen en uitbouwen niet meer bedraagt dan 0,25 m boven de eerste verdiepingsvloer, met een maximum van 4 m; 6. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 3 m; 7. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; 8. dakkapellen en dakopbouwen niet zijn toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a sub 4, mogen aanbouwen voor de voorgevel, waaronder begrepen erkers en ingangspartijen, worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de breedte niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel; 2. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 m, gerekend vanaf de voorgevel van de woning;
66
West-Vlisterdijk 64, Vlist
3. 4.
de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5 m²; de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag tot een maximum van 3 m.
4.2.3 Andere bouwwerken a. Andere bouwwerken zijn toegestaan met dien verstande dat: 1. paardenbakken niet zijn toegestaan; 2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1 m: 3. zwembaden en tennisbanen uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de woning mogen worden gebouwd; 4. bij zwembaden en tennisbanen geen verlichting is toegestaan; 5. de bouwhoogte van zwembaden niet meer mag bedragen dan 0,35 m; 6. de oppervlakte van zwembaden niet meer mag bedragen dan 100 m2; 7. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer bedraagt dan 1,5 m. 4.2.4 Ondergrondse bebouwing Ondergrondse bebouwing is uitsluitend toegestaan onder bovengrondse bebouwing en onder de voorwaarde dat deze uitsluitend vanuit de bovengrondse bebouwing bereikbaar is. 4.2.5 Voorwaardelijke verplichting sloop Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen mag pas worden verleend als de op de sloopkaart uit bijlage 2 met rood omlijnde bouwwerken aan de West-Vlisterdijk 64 zijn gesloopt. 4.2.6 Voorwaardelijke verplichting inrichtingsplan a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt pas verleend als het bouwplan past binnen de inrichtingstekening zoals opgenomen in bijlage 3; b.
Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken indien een gewijzigde inrichtingstekening wordt voorgelegd aan en goedgekeurd door het bevoegd gezag, het bevoegd gezag kan daarbij advies inwinnen van een deskundige. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.3 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak voor een hobbymatige paardenhouderij bij een woning onder de voorwaarden dat: a. maximaal 1 paardenbak per woning is toegestaan; b. de paardenbak als volgt wordt gesitueerd: 1. achter de hoofdgebouwen; 2. tenminste 20 m uit de rand van de weg; 3. tenminste 1,5 m uit de slootranden; 4. maximaal 50 m achter de bestaande bebouwing; 5. minimaal 30 m van woningen van derden; c. de omvang van de paardenbak niet meer bedraagt dan 20 m bij 40 m; d. de bouwhoogte van een hek rondom een paardenbak niet meer bedraagt dan 1,50 m; e. indien de paardenbak vanaf de weg zichtbaar is, afschermende gebiedseigen beplanting wordt aangebracht, mits hierdoor geen doorbreking plaatsvindt van bestaande zichtlijnen op het open weidegebied; f. de paardenbak wordt voorzien van waterdoorlatend bodemmateriaal; g. er geen verlichting wordt gerealiseerd bij de paardenbak;
West-Vlisterdijk 64, Vlist
67
h.
er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en woonkwaliteit van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt.
4.4 Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende gebruiksregels: 4.4.1 Algemeen a. per woning is maximaal één wooneenheid toegestaan; b. binnen de bestemming is de uitoefening van beroepsmatige activiteiten aan huis in de woning alsmede in aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 50 m2; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. detailhandel is niet toegestaan; 4. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. c. binnen de bestemming is de uitoefening van een bed & breakfast in de woning alsmede in aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. het aantal kamers mag maximaal 4 bedragen; 2. het aantal personen dat gelijktijdig gebruik maakt van de bed & breakfast mag maximaal 8 bedragen; 3. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en op eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 4.
de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de bewoner. 4.4.2 Bijgebouwen Onverminderd het bepaalde in lid 4.1 is het gebruik van bijgebouwen voor bewoning in strijd met het plan. 4.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bebouwing ten behoeve van functies als bedoeld in artikel 4.1, indien niet binnen 24 maanden nadat het plan onherroepelijk is geworden de landschapselementen uit de inrichtingstekening zoals opgenomen in bijlage 3 van deze regels, zijn aangelegd en in stand worden gehouden. b. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a en goedkeuring geven aan een gewijzigde inrichtingstekening, het bevoegd gezag kan daarbij advies inwinnen van een deskundige; c. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde onder a en een langere termijn aanhouden waarop de inrichting moet zijn uitgevoerd, mits dit niet langer is dan 4 jaar.
68
West-Vlisterdijk 64, Vlist
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning alsmede aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen voor bedrijfsmatige activiteiten aan huis als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; d. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
West-Vlisterdijk 64, Vlist
69
Artikel 5
Waarde - Archeologie 1
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische monumenten (AMK-terreinen), waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 5.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 1' mede bestemde gronden. 5.2.2 Uitzonderingen Het in lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; c. bebouwing waarvoor bodemingrepen plaatsvinden die een diepte hebben van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; d. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid.
5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 5.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 5.3.2 aan de vergunning. 5.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
70
West-Vlisterdijk 64, Vlist
5.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.4 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 5.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen; c. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. het aanleggen van drainage; f. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het aanbrengen van diepwortelende bomen en/of beplanting; h.
het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; i. het verlagen van het grondwaterpeil; j. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden. 5.4.2 Uitzonderingen Het in lid 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. het archeologisch onderzoek betreffen, of; c. een diepte hebben van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, of; d. het normale onderhoud en beheer betreffen, of; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; f. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 5.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden als gevolg van de werken of werkzaamheden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 5.4.4 aan de vergunning. 5.4.4
Beperkingen
West-Vlisterdijk 64, Vlist
71
Aan de vergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 kunnen in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
72
West-Vlisterdijk 64, Vlist
Artikel 6
Waarde - Archeologie 3
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden van gronden met een (zeer) hoge archeologische verwachting in verband met ontginningsassen en dijk- en polderlinten (inclusief dijk/kade), waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 6.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 3' mede bestemde gronden. 6.2.2 Uitzonderingen Het in lid 6.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; c. bebouwing waarvoor bodemingrepen plaatsvinden die een diepte hebben van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; d.
bebouwing waarvoor bodemingrepen plaatsvinden die een gezamenlijke oppervlakte hebben van niet meer dan 100 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; e. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 6.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 6.3.2 aan de vergunning. 6.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b.
de verplichting tot het doen van opgravingen;
West-Vlisterdijk 64, Vlist
73
c.
de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
6.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 6.4 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 6.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen; c. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. het aanleggen van drainage; f. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het aanbrengen van diepwortelende bomen en/of beplanting; h.
het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; i. het verlagen van het grondwaterpeil; j. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden. 6.4.2 Uitzonderingen Het in lid 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. het archeologisch onderzoek betreffen, of; c. een diepte hebben van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, of; d. een gezamenlijke oppervlakte hebben van niet meer dan 100 m², of; e. het normale onderhoud en beheer betreffen, of; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; g. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
74
West-Vlisterdijk 64, Vlist
6.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden als gevolg van de werken of werkzaamheden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 6.4.4 aan de vergunning. 6.4.4 Beperkingen Aan de vergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 kunnen in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.