BIJL 1:Kadernota 2026, incl. amendementen
Tekst van het document
2
Zaaknummer:
Behorend bij raadsbesluit nr:
Documentnummer:
19311584366
1624619
1608914
INHOUDSOPGAVE Kadernota 2026 ............................................................................................................................................. 1 Inhoudsopgave .............................................................................................................................................. 3 1. Inleiding ..................................................................................................................................................... 5 1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves ................................................................................ 7 1.2 Opbouw kadernota ..................................................................................................................... 8 2. Vertrekpunt meerjarenbegroting 2026-2029 ............................................................................................. 9 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2026 .................................................................................................. 9 2.2 Aanpassingen ........................................................................................................................... 10 2.3 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................
11 2.4 Risicobeheersing ...................................................................................................................... 13 3. Aanpassingen meerjarenbegroting 2025-2028 ....................................................................................... 15 3.1 Bestuur en ondersteuning ........................................................................................................ 15 3.2 Veiligheid .................................................................................................................................. 20 3.3 Verkeer, vervoer en waterstaat ................................................................................................ 22 3.4 Economie .................................................................................................................................. 25 3.5 Onderwijs, sport, cultuur en recreatie....................................................................................... 29 3.6 Sociaal domein ......................................................................................................................... 33 3.7 Volksgezondheid en milieu ....................................................................................................... 39 3.8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing ...................................................... 42 4.
Indeling begroting .................................................................................................................................... 46 4.1 Taakvelden ............................................................................................................................... 46 4.2 Paragrafen ................................................................................................................................ 46 5 Kaders voor de begroting 2026 ................................................................................................................ 48 5.1 Financieel toezicht .................................................................................................................... 48 5.2 Uitgaven ................................................................................................................................... 49 5.3 Inkomsten ................................................................................................................................. 49 5.4 Personele lasten ....................................................................................................................... 49 5.5 Investeringen ............................................................................................................................
51 5.6 Verbonden partijen ................................................................................................................... 53 5.7 Financiering .............................................................................................................................. 54 5.8 Subsidies .................................................................................................................................. 55 5.9 Omgevingswet .......................................................................................................................... 56 6. Lokale heffingen ...................................................................................................................................... 57 6.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) en overige ongebonden heffingen ................................. 57 6.2 Gebonden heffingen ................................................................................................................. 57 3
6.3 Ondernemersfondsen ............................................................................................................... 58 6.4 Overzicht lokale lastendruk ...................................................................................................... 59 7. Structureel sluitende begroting ................................................................................................................ 60 Bijlagen ........................................................................................................................................................ 61 Bijlage 1 - Toelichting op nieuw beleid ........................................................................................... 61 1.1 Exploitatie .................................................................................................................... 61 1.2 Investeringen ............................................................................................................... 68 Bijlage 2 - Nieuw beleid naar categorie .......................................................................................... 73
4
1. INLEIDING Conform onze Financiële verordening bieden wij u jaarlijks een kadernota aan met daarin een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het komende begrotingsjaar. Met het vaststellen van deze kadernota 2026 geeft u als gemeenteraad richting mee aan het college voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2026-2029. Grote financiële opgaven De Nederlandse gemeenten zijn voor hun inkomsten sterk afhankelijk van het Rijk. Op basis van onder andere gemeentewet is het uitgangspunt dat het Rijk in beginsel gemeenten compenseert voor de taken die zij uitvoert. Hierover schreef de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) al eens dat: “een consequente en eenduidige toepassing van het compensatiebeginsel helpt te voorkomen dat overheden in een permanente staat van onderhandeling met elkaar verkeren en financiële verhoudingen verworden tot machtsverhoudingen.” Helaas lijkt dit nu toch aan de orde van de dag en staan veel gemeenten aan de vooravond van grote bezuinigingsopgaven. Vanwege de verwachte bezuinigingen hebben gemeenten, via de VNG, de druk op het Rijk opgevoerd. Onder dreiging van het terugtrekken uit diverse akkoorden en een mogelijke rechtsgang is het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 gekomen met enkele handreikingen.
Financieringssystematiek Gemeentefonds Het vorige kabinet heeft een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds aangekondigd en vooruitlopend daarop een korting van € 2,4 miljard op het fonds doorgevoerd vanaf 2026. De nieuwe systematiek is er (nog) niet van gekomen, maar de korting is wel blijven staan. Dat betekent dat gemeenten vanaf 2026 minder geld krijgen, terwijl ze wel al hun taken moeten blijven uitvoeren. Hiervan is in de voorjaarsnota ongeveer € 400 miljoen gerepareerd en er ligt een toezegging vanuit het kabinet om verdere reparaties te onderzoeken. Verkeerde ramingen Een andere tegenvaller is dat gemeenten te weinig geld krijgen van het Rijk om de stijgende kosten door inflatie, vergrijzing en bevolkingsgroei op te vangen. Dat komt door een nieuw financieringssysteem voor inflatiecompensatie, dat gebaseerd is op ramingen van het Centraal Planbureau (CPB), dat de inflatie de afgelopen 7 jaar steeds te laag heeft ingeschat. Hierdoor krijgen gemeenten jaarlijks € 400 miljoen te weinig. Voor de Wmo is hierop al een correctie aangekondigd, maar ook op andere gebieden zullen we geconfronteerd worden met een grotere stijging van de kosten dan daarmee gepaard gaande BBP compensatie in het gemeentefonds. Jeugdzorg Gemeenten zijn wettelijk verplicht om zorgtaken uit te voeren, ook als ze daar onvoldoende geld voor krijgen van het Rijk.
Uiteraard proberen gemeenten zo efficiënt mogelijk te werk te gaan om kosten te besparen. De Hervormingsagenda Jeugd uit 2023 is daar een voorbeeld van; een ambitieus plan om de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Helaas gaat dat laatste niet lukken, constateert de onafhankelijke adviescommissie Van Ark eerder dit jaar in haar rapport “Groeipijn”. De commissie adviseert daarom om de besparingen voorlopig terug te draaien en gemeenten voldoende geld te geven om de jeugdzorgtaken gewoon uit te kunnen voeren. Zonder extra middelen loopt het tekort in 2028 op naar € 3,2 miljard. De VNG heeft zich op het standpunt gesteld dat het rapport van kaft tot kaft overgenomen moet worden. In de Voorjaarsnota heeft het Rijk een eerste aanzet gedaan om de aanbevelingen op te volgen. Voor 2026 en 2027 is het ingroeipad van de besparingen verzacht. Maar, vanaf 2028 komt dit voor gemeenten in volle omvang terug in afwachting van een in 2027 nieuw uit voeren onderzoek door een deskundigencommissie. Daarnaast is er door het Rijk een opmerkelijke actie uitgevoerd door vanaf 2028 het besparingspotentieel te indexeren voor inflatie. Des te opmerkelijker is dat dit voor de gecompenseerde tekorten uit het verleden niets is gedaan, maar deze plat doorgetrokken worden. Hierdoor wordt de opgave voor gemeenten niet verkleind, maar verder vergroot!
5
Voorjaarsnota 2025 Op basis van voorgaande kunnen we constateren dat het Rijk een poging heeft gedaan het ravijn enigszins te dempen. Maar, aangezien financiële impulsen vooral zijn gericht op 2026 en 2027, is het ravijn niet zozeer gedempt, maar eerder verschoven naar 2028. Voor de periode vanaf 2028 is de situatie nog steeds even zorgelijk als voor de Voorjaarsnota. Met daarbij de toevoeging dat de Voorjaarsnota zich alleen richt op tijdelijke financiële verlichting en niet op een structurele oplossing van de kloof tussen taken en middelen. De gevolgen van tekorten aan middelen vertalen zich breed naar alle taakvelden van de gemeentelijke begroting. Van minder woningbouw, ontoegankelijke zorg, afbrokkelende veiligheid, verschraling van voorzieningen, zoals infrastructuur, onderwijshuisvesting en sport- en culturele voorzieningen, en minder steun voor kwetsbare groepen tot verhoging van belastingen. Bezuinigingsmogelijkheden Om een structureel sluitende meerjarenbegroting 2026-2029 te kunnen presenteren ontkomt ook onze gemeente niet aan de inzet van diverse bezuinigingsmogelijkheden. Bij de kadernota 2025 werd dit al duidelijk en is het debat gevoerd over het al dan niet inzetten van bezuinigingen bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2025.
Uitkomst van dit debat was de destijds geïnventariseerde mogelijkheden nog niet in te zetten, maar een aantal opties op voorhand uit te sluiten en een aantal mogelijkheden toe te voegen richting de kadernota 2026. Hiermee zijn we samen met uw gemeenteraad aan de slag gegaan. Er is een breed palet aan bezuinigingsvoorstellen geïnventariseerd en uitgewerkt. Deze zijn uitgewerkt in het document Voorstel structureel sluitende begroting dat wij u bij deze kadernota aanbieden. Door middel van het document stellen wij u voor om een aantal van de mogelijkheden te verwerken bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2026. Dit alles met het doel om in straks in november een structureel sluitende begroting vast te kunnen stellen. Vertrekpunt en aanpassingen De basis voor deze kaders wordt gevormd door de op 12 november 2024 vastgestelde begroting 2025 met de meerjarenraming. Tegelijkertijd met de begroting 2025 is ook de eerste begrotingswijziging 2025 vastgesteld, waardoor deze begroting structureel sluitend is. Vanaf de jaarschijf 2026 is wel sprake is van een negatief saldo. Voor deze kadernota betekent dit dat alle jaarschijven een negatief saldo als vertrekpunt hebben. Vanuit dit vertrekpunt is geïnventariseerd op welke onderdelen bijstelling nodig is, waar we verwachten dat inkomsten en uitgaven gaan veranderen en welke investeringen op ons afkomen.
De aanvragen zijn ingedeeld in de volgende categorieën: 1. Collegeprogramma : betreft invulling en uitwerking van de beleidsspeerpunten uit het Collegeprogramma 2. Noodzakelijk : betreft aanpassingen op basis van wettelijke voorschriften, reeds aangegane verplichtingen en/of reeds genomen besluiten. Dit kan zowel bestaand als nieuw beleid betreffen. 3. Beleidskeuze : betreft aanvragen die niet onder de andere categorieën vallen. Door de hele kadernota heen zijn de aanvragen telkens met bovenstaande kleuren weergegeven, zodat duidelijk is tot welke categorie ze behoren. In bijlage 2is een overzicht van alle aanvragen per categorie opgenomen. Ook de investeringen voor de komende jaren zijn op basis van dezelfde hiervoor genoemde driedeling opgenomen in de kadernota. De hieruit voortvloeiende lasten in verband met rente en afschrijving (kapitaallasten) zijn ook verwerkt, voor zover deze van invloed zijn op het saldo van de exploitatie. Voor een aantal investeringen geldt dat het investeringen betreft die ten laste worden gebracht van voorzieningen of worden gedekt door tarieven. De structurele effecten vanuit de jaarrekening 2024 zijn, voor wat betreft de kapitaallasten (= rente en afschrijving), in lijn met voorgaande jaren, nu nog niet meegenomen.
Zodra de jaarrekening 2024 door uw raad is vastgesteld, worden de kapitaallasten geactualiseerd en rechtstreeks verwerkt in de 2e tussentijdse rapportage 2025. In 2026 worden gemeenteraadsverkiezingen gehouden. In verband met het aantreden van een nieuwe raad en een nieuw college zijn we terughoudend omgegaan met het opvoeren van nieuwe aanvragen en nieuw beleid. In de collegeplaten in de programma’s zijn wel inspanningen voor de jaren tot en met 2029
6
gepresenteerd. Dit betreft inspanningen die volgen uit eerder in deze raads- en collegeperiode ingezet structureel beleid. Om u zo goed mogelijk in staat te stellen om bij de kadernota afwegingen te maken en prioriteiten te stellen is het nodig dat de kadernota een zo reëel mogelijk financieel beeld geeft richting het opstellen van de begroting 2026. Daarom is, vooruitlopend op de nog te verschijnen meicirculaire 2025, ook een voorzichtige inschatting meegenomen van de gevolgen van deze circulaire. Zowel aan de baten- als aan de lastenkant. Dit is nader toegelicht in bijlage 1. Alle bouwstenen van deze kadernota tezamen leiden tot onderstaande meerjarige beeld. Hierin is te zien dat de financiële opgave voor de jaarschijf 2026 bijna € 3,8 miljoen bedraagt, aflopend naar ruim € 3,3 miljoen in 2029. Zoals hiervoor aangegeven doen we bij deze kadernota een voorstel met een aantal mogelijkheden om de voorziene tekorten, in de toekomst, op te kunnen lossen. De mogelijkheden zijn opgenomen in het document Voorstel structureel sluitende begroting.
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Structureel saldo meerjarenbegroting 2025
-7.283
-6.132
-5.469
-5.469
-193
-193
-117
-117
Structureel saldo meerjarenbegroting 2025 na wijzigingen
-7.476
-6.325
-5.586
-5.586
Structureel saldo 1e Tussentijdse rapportage 2025
1.007
856
623
2.262
Saldo meerjarenbegroting 2025 na 1e Tussentijdse rapportage
-6.469
-5.469
-4.963
-3.324
Begrotingswijzigingen 2025
Aanpassingen beleid: Collegeprogramma
-150
0
0
0
Noodzakelijk
3.443
3.096
955
616 -646
Beleidskeuze
-612
-805
-646
Totaal aanpassingen kadernota
2.681
2.291
309
-30
Structureel saldo kaders
-3.788
-3.178
-4.654
-3.354
Bedragen x € 1.000
Gezien het hiervoor genoemde geven de meerjarige saldi, zoals gepresenteerd in deze kadernota, een reële inschatting op basis van de op dit moment bekende gegevens. Maar, dit is uiteraard nog geen zekerheid ten aanzien van het uiteindelijke saldo van de meerjarenbegroting 2026-2029. Richting de begrotingsbehandeling in november worden de nu gepresenteerde saldi verder uitgewerkt en geactualiseerd.
1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves Eerder hebben wij op deze plek aangegeven dat de regelgeving ten aanzien van het omgaan met incidentele baten en lasten de laatste jaren wat genuanceerder is geworden dan enkele jaren terug. Niet de periode van ramen van de betreffende lasten of baten is leidend, maar de aard ervan. Dit betekent dat per betreffende last of baat een nadere analyse nodig is van de aard van de post om te bepalen of deze in de aard wel of niet incidenteel is. Om geen onterecht positief beeld te geven van het verwachte structurele saldo voor 2026 en verder onttrekken we daarom vooralsnog zo min mogelijk incidentele lasten aan een reserve, maar verwerken we deze zoveel als mogelijk als structurele last. Indien daar aanleiding toe is zullen we dit in de begroting alsnog aanpassen.
7
1.2 Opbouw kadernota Voor de opzet van de kadernota 2026 is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij voorgaande kadernota’s. Eerst laat hoofdstuk 2 de financiële opbouw van het saldo van deze kadernota zien. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de aanpassingen op de meerjarenbegroting en de gevolgen die deze hebben. Dit betreft zowel beleidsmatige als financiële aanpassingen. Hoofdstuk 4 gaat in op de indeling van de begroting. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de bij het opstellen van de meerjarenraming 2025 te hanteren kaders en aandachtspunten toegelicht. Deze vinden hun oorsprong zowel in door externe partijen opgelegde regels als in interne, door ons zelf opgelegde, criteria. Daarna behandelt hoofdstuk 6 de lokale heffingen. Tenslotte gaan we in hoofdstuk 7 in op het traject om te komen tot een structureel sluitende begroting. Daarna volgt nog een aantal bijlagen.
8
2. VERTREKPUNT MEERJARENBEGROTING 2026-2029 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2026 De voorliggende Kadernota 2026 brengt in beeld welke ontwikkelingen en voorstellen van invloed zijn op de nog op te stellen begroting 2026-2029. Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2026 is de jaarschijf 2026 uit de meerjarenbegroting 2025. In deze jaarschijf is sprake van een nadelig saldo. Zoals eerder toegelicht, worden wij vanaf 2026, net als alle gemeenten, geconfronteerd met een forse daling van de uitkering uit het gemeentefonds. Vanaf dat moment is sprake van het spreekwoordelijke "ravijn" en laat de begroting een tekort zien. Daarnaast leiden meerdere grote opgaven en onzekerheden ertoe dat het meerjarige beeld de nodige financiële uitdagingen met zich meebrengt. Voor deze kadernota betekent dit dat alle jaarschijven een 2026 een negatief saldo als vertrekpunt hebben. Ten opzichte van de saldi uit de meerjarenbegroting 2025-2028 is er vervolgens een aantal mutaties die leiden tot een bijgesteld structureel saldo voor de jaren 2026-2029. Deze mutaties betreffen de structurele effecten uit de 1e Tussentijdse rapportage 2025. In onderstaand overzicht zijn deze mutaties en de structurele saldi weergegeven.
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Structurele ruimte
-7.283
-6.132
-5.469
-5.469
Begrotingswijzigingen 2025 Structureel saldo meerjarenbegroting 2025 na wijzigingen
-193
-193
-117
-117
-7.476
-6.325
-5.586
-5.586
1e Tussentijdse rapportage 2025 Saldo 1e Tussentijdse rapportage 2025
1.007
856
623
2.262
Structureel saldo begroting 2026 - 2029
-6.469
-5.469
-4.963
-3.324
Bedragen x € 1.000
2.1.1 Ontwikkeling prijzen De Nederlandse economie groeit in 2025 en 2026 met 1,5%. Maar wereldwijde geopolitieke spanningen zorgen voor veel onzekerheid en zijn in toenemende mate een bedreiging voor onze economie. De inflatie in Nederland is nog steeds te hoog. Die blijft de komende jaren rond 3%. Dat blijkt uit de najaarsraming van de DNB van december 2024. De inflatie blijft in Nederland hiermee de komende jaren hoger dan in het eurogebied. Het verschil komt vooral door binnenlandse factoren: hoge vraag, hoge loongroei en stijging van huren. Ook de verhoging van belastingen op bijvoorbeeld tabak en hotelovernachtingen dragen bij aan de inflatie in Nederland. Op basis van het het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 houden we voor de jaarschijf 2026 rekening met stijging van de prijzen met 2,7% ten opzichte van 2025. Loonontwikkeling In het algemeen worden werknemers gecompenseerd voor het verlies in koopkracht. Vakbonden zijn daarom hogere looneisen gaan stellen en er worden cao's afgesloten met hogere lonen. Ook de krapte op de arbeidsmarkt leidt tot stijgende lonen. Bij 5.4 Personele lasten is de verwachte cao-ontwikkeling vanaf 2025 opgenomen. Ontwikkeling rente Medio april 2025 is de rente door de Europese Centrale Bank (ECB) verlaagd naar 2,25%. Het is de zevende verlaging sinds juni vorig jaar. Toen stond de rente nog op 4%.
Met de renteverlaging wil de ECB de consumptie en de investeringen een impuls geven en voorkomen dat de inflatie dit jaar te ver onder het streefniveau van 2% zakt. Eerder verhoogde de ECB vanaf juli 2022 de rente in tien stappen naar 4%.
9
Doel was om de economie af te laten koelen en zo de torenhoge inflatie naar beneden te krijgen. Prijzen waren omhooggeschoten in de nasleep van de pandemie en de Russische inval in Oekraïne. Inflatie was ver boven het doel van 2% dat de ECB op middellange termijn nastreeft. In de meerjarenbegroting 2025-2028 is gerekend met een rente van 3,0% voor nieuw aan te trekken geldleningen. In deze kadernota continueren we dit vooralsnog. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2026 zullen we bezien of de ontwikkeling op de kapitaalmarkt aanleiding geeft om het gehanteerde percentage bij te stellen.
2.2 Aanpassingen Ten opzichte van de begroting 2025 is sprake van een aantal aanpassingen. Dit betreft zowel exploitatie als investeringen. In het onderstaande worden de totalen per jaarschijf gepresenteerd. Een nadere toelichting op de individuele posten is opgenomen in bijlage 1. 2.2.1 Exploitatie Onderstaand is eerst een totaaloverzicht opgenomen van de lasten en dekking per programma. 2026
2027
Lasten
2.571
2.211
269
-40
Bestuur en ondersteuning
3.611
2.747
-796
-958
Veiligheid
-175
-175
-175
-175
Verkeer, vervoer en waterstaat
-262
-167
-220
-225
Economie
-10
-10
-10
-10
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
2028
2029
30
162
936
782
Sociaal Domein
-500
-276
564
546
Volksgezondheid en milieu
-123
-70
-30
0
Dekking
110
80
40
10
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
10
10
10
10
Volksgezondheid en milieu Eindtotaal
100
70
30
0
2.681
2.291
308
-30
Bedragen x € 1.000
2.2.2 Investeringen Onderstaand is per programma een overzicht opgenomen van het totaal van de investeringen per programma. Het betreft zowel nieuwe als vervangingsinvesteringen. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten zijn, voor zover van toepassing, verwerkt binnen onderdeel 2.2.1. Exploitatie.
Investering
2025
2026
2027
2028
Bestuur en ondersteuning
-10.029
-2.128
-3.214
-1.619
-3.068
Verkeer, vervoer en waterstaat
-25.136
-6.234
-6.834
-6.034
-6.034
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
-71.959
-35.586
-9.751
-35
-26.587
Incidenteel
Volksgezondheid en milieu
-27.284
-6.821
-6.821
-6.821
-6.821
Eindtotaal
-134.408
-50.769
-26.620
-14.509
-42.510
Bedragen x € 1.000
10
2.3 Algemene dekkingsmiddelen Dekking van uitgaven kan op verschillende manieren plaatsvinden. Incidentele lasten kunnen incidenteel worden gedekt uit reserves of door incidentele baten. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten, tenzij expliciet anders vermeld. Voor uitgaven die betrekking hebben op periodiek onderhoud aan onze kapitaalgoederen (onder andere wegen, groen en gebouwen) wordt jaarlijks ‘gespaard’ door toevoeging van een bedrag aan de betreffende voorziening. In de begroting presenteren wij u een volledig overzicht van de uitgaven, inkomsten en dekking, waarbij wordt ingegaan op het structurele of incidentele karakter ervan. Het belangrijkste onderdeel van de dekking van de uitgaven zijn de algemene uitkering en de opbrengst van gemeentelijke belastingen. 2.3.1 Algemene uitkering Volgens de provinciale kaders moet in de begroting 2026 minimaal uitgegaan worden van de in de meicirculaire 2025 gepresenteerde gegevens. Deze circulaire verschijnt over het algemeen pas eind mei of begin juni, waardoor het niet meer mogelijk is om de hierin opgenomen gegevens nog in deze kadernota te kunnen presenteren. U wordt daarom afzonderlijk over de meerjarige gevolgen van deze circulaire geïnformeerd, zodat u deze wel kunt betrekken bij de beraadslagingen over deze kadernota. Uiteraard worden de uitkomsten wel meegenomen bij het opstellen van de begroting 2026.
Onderstaand kort een toelichting op een aantal onderdelen die nader worden uitgewerkt in de komende circulaires. Gemeenten ontvangen ruim de helft van hun inkomsten via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Bij het opstellen van de begroting en hun meerjarenramingen voorzien de meeste gemeenten vanaf 2026 grote tekorten. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat met ingang van dat jaar de algemene uitkering terugloopt. Om dit deels te compenseren is in de meicirculaire 2024 de zogenoemde ‘oploop van de opschalingkorting’ geschrapt. Bij de Miljoenennota 2025 zijn voor het eerst de accressen van het gemeente- en provinciefonds geactualiseerd op basis van de nieuwe bbp-systematiek. Het uitgangspunt van deze bbp-systematiek is dat het gemeente- en provinciefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. Deze ontwikkeling is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Het prijsdeel bruto binnenlands product is op basis van het geraamde prijspeil bbp van het lopende jaar, zoals geraamd met het CEP (Centraal Economisch Plan) in het voorjaar. Gemeenten krijgen te weinig geld van het rijk om de stijgende kosten door inflatie, vergrijzing en bevolkingsgroei op te vangen.
Dat komt door een nieuw financieringssysteem voor inflatiecompensatie, dat gebaseerd is op ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). Het probleem? Het CPB heeft de inflatie de afgelopen 7 jaar steeds te laag ingeschat. Hierdoor krijgen gemeenten jaarlijks € 400 miljoen te weinig. Jeugdzorg Gemeenten zijn wettelijk verplicht om zorgtaken uit te voeren, ook als ze daar onvoldoende geld voor krijgen van het rijk. Uiteraard proberen gemeenten zo efficiënt mogelijk te werk gaan om kosten te besparen. De Hervormingsagenda Jeugd (2023) is daar een voorbeeld van, volgens VNG een ambitieus plan om de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Helaas gaat dat laatste niet lukken, constateert de onafhankelijke adviescommissie-Van Ark in januari 2025 in haar advies. De commissie Van Ark adviseert daarom om de besparingen voorlopig terug te draaien en gemeenten voldoende geld te geven om de jeugdzorgtaken gewoon uit te kunnen voeren. In november heeft het kabinet al gezegd dat ze dit advies heel serieus zouden nemen. In maart spreekt de VNG hierover met het kabinet en verwachten ze een duidelijk antwoord. Voorjaarsnota 2025 Op 18 april 2025 is de voorjaarsnota 2025 van het Rijk verschenen. De belangrijkste onderwerpen daarin voor gemeenten zijn de gedeeltelijke demping van het ravijn vanaf 2026 en de maatregelen in relatie tot de tekorten op de Jeugdzorg.
11
In de Voorjaarsnota is het accres voor het jaar 2025 en verder geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het CEP door het CPB. Het kabinet stelt extra geld beschikbaar om de daling van het gemeentefonds op te vangen. Daarnaast levert het Rijk een bijdrage om de huidige tekorten in de jeugdzorg te verlichten. Gemeenten hoeven pas vanaf 2028 financieel bij te dragen aan de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd. Daar staat tegenover dat de structurele bezuinigingstaak vanaf dat moment wordt verhoogd van € 1 miljard naar € 1,5 miljard. Dit betekent dat er in de eerste twee jaar sprake is van een verlichting van de financiële druk, maar dat bezuinigingen (op de langere termijn) onvermijdelijk blijven. Bovendien nemen de financiële uitdagingen na 2028 verder toe, vooral op het gebied van jeugdzorg. In 2021 werd besloten dat gemeenten € 1,8 miljard compensatie krijgen voor tekorten in de jeugdzorg. De geplande bezuiniging van € 1 miljard uit de Hervormingsagenda Jeugd wordt uitgesteld tot 2028 (in plaats van 2026). Daardoor hebben gemeenten in 2026 en 2027 tijdelijk minder financiële druk. De gemeenten krijgen hiermee twee jaar extra tijd om zich voor te bereiden op de hogere taakstelling.
Verder wordt er met ingang van 1 januari 2028 gerekend met het invoeren van een eigen bijdrage voor de mensen die jeugdzorg ontvangen en zijn er afspraken gemaakt over betere sturing op de trajectduur. Daarnaast is de besparingsopgave van de hervormingsagenda berekend op het prijs- en volumepeil 2019. Nu een groot deel van deze maatregelen in 2028 ingaan, gaat het Rijk uit van een groter besparingspotentieel. Voor al deze onderdelen wordt het gemeentefonds gekort. De voorjaarsnota laat nog een aantal andere (veelal kleinere) mutaties zien, die een beperkt effect zullen hebben op het financieel meerjarenbeeld van de gemeenten. Deze aanpassingen zullen worden meegenomen bij de verwerking van de meicirculaire 2025. Op basis van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk hebben we een inschatting gemaakt van de verwachte stijging (inclusief loon- en prijsstijgingen) voor de jaren 2025 tot en met 2029. Voor onze gemeente betekent dit een aanpassing in 2026 van ca. € 6,2 miljoen oplopend aflopend tot 3,4 miljoen in 2029. Vooruitlopend op de komende meicirculaire is deze aanpassing al meegenomen in deze kadernota. Ravijnjaar vanaf 2028 Op basis van de voorjaarsnota (b)lijkt het beeld van het "ravijnjaar" te verschuiven van 2026 naar 2028. De algemene uitkering uit het gemeentefonds laat in de jaren tot en met 2027 een flinke stijging zien ten opzichte van eerdere jaren.
Deze stijging is het gevolg van de stijgende rijksuitgaven in verband met de grote maatschappelijke opgaven en (gedeeltelijke) compensatie voor gestegen lonen en prijzen.
12
De bovenstaande grafiek laat het verschil zien van het meerjarige verloop op basis van de voorjaarsnota 2025 ten opzichte van de decembercirculaire 2024. BTW compensatiefonds Er is een directe financiële koppeling tussen het BCF en het Gemeentefonds. Het is aan de gemeenten zelf om een reële meerjarenraming voor het BCF op te nemen. Hierbij geldt dat de realisatie 2024 uitgangspunt is voor de raming. Voor alle genoemde onderwerpen geldt dat de financiële gevolgen voor onze gemeente pas verwerkt worden in de meicirculaire 2025. Zodra er meer duidelijkheid is, nemen we dit mee bij het opstellen van de P&C documenten.
2.4 Risicobeheersing In 2025 wordt de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen behandeld in de gemeenteraad. In deze nota is bepaald dat er twee keer per jaar een volledige actualisatie van de risico’s wordt gedaan. Bij deze inventarisatie worden risico’s in beeld gebracht en worden zo mogelijk beheersmaatregelen geïmplementeerd. Begin 2025 zijn alle risico's geactualiseerd. De uitkomsten zijn opgenomen in de jaarrekening 2024. Voor de begroting 2026 vindt opnieuw een actualisatie plaats. 2.4.1 Gevolgen opvang vluchtelingen De opvang van Oekraïense vluchtelingen in Nederland blijft een grote uitdaging. De instroom van vluchtelingen houdt aan, wat leidt tot een voortdurende druk op de opvangcapaciteit. In de opvanglocaties in Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek is sprake van structurele overbezetting, met nauwelijks doorstroommogelijkheden. Dit past binnen het landelijke beeld, waar de druk op opvanglocaties
13
onverminderd hoog blijft. Begin januari 2024 telden gemeenten in totaal 119.380 geregistreerde Oekraïense vluchtelingen. Voor deze groep zijn er 92.450 bedden beschikbaar in noodopvang, waarvan 92.100 in gebruik (stand per 17 januari 2024, rijksoverheid). De tijdelijke beschermingsmaatregel is verlengd tot 4 maart 2026. Door het gebrek aan perspectief en de bezetting neemt de leefbaarheid op de locaties af en de onveiligheid toe. De voorzieningen zijn niet gericht op langdurig verblijf. Dit leidt tot toenemende spanningen onder bewoners en personeel, met een stijging in het aantal incidenten als gevolg. Gezien het aanhoudende conflict in Oekraïne blijft opvang voorlopig noodzakelijk. Per 1 juli 2024 dient onze gemeente 30 extra opvangplekken te realiseren. Om de zelfredzaamheid van vluchtelingen te bevorderen, is per 1 juli 2024 een verplichte eigen bijdrage ingevoerd voor werkende Oekraïense vluchtelingen van 18 jaar en ouder. Zij moeten voortaan meebetalen aan de kosten van hun opvang in de gemeente. Gemeenten hebben de ruimte gekregen om deze maatregel gefaseerd in te voeren, met een uiterlijke implementatiedatum van 1 januari 2025. Tegelijkertijd zijn de financiële middelen voor gemeenten sinds 1 januari 2025 verder beperkt, doordat het normbedrag per bed is verlaagd van € 61 naar € 44.
Deze verlaging in combinatie met de toenemende taakstelling en de leefbaarheid is voor veel gemeenten een puzzel. Overige vluchtelingen Naast de opvang van Oekraïense vluchtelingen speelt ook de spreidingswet een grote rol in de gemeente. Voor deze gemeente is het verdeel besluit uitgekomen op in totaal 296 opvangplaatsen, waarvan 80 voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV). Op dit moment worden 80 Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV-ers) opgevangen in het klooster in Haastrecht. Deze 80 plaatsen tellen mee voor de spreidingswet. De opvanglocatie blijft operationeel tot medio 2026. De regionale opgave voor AMV-ers valt aanzienlijk hoger uit dan aanvankelijk verwacht. De aangekondigde intrekking van de spreidingswet en de verwachte asielwetgeving zorgt voor onzekerheid in dit dossier. De opvang van AMV-ers brengt extra verantwoordelijkheden met zich mee, zoals het leveren van specifieke zorg vanuit de Jeugdwet en het organiseren van onderwijshuisvesting. Dit zorgt voor een zware financiële en organisatorische belasting. In 2024 bedroegen de kosten voor jeugdzorg bijna twintig keer de vergoeding die het Rijk beschikbaar stelde, wat neerkomt op slechts € 8.566 voor dat jaar. De verhoogde regionale opgave zet bovendien nog meer druk op de beperkte onderwijscapaciteit van de enige Internationale Schakelklas (ISK) in de regio, gevestigd in Gouda.
14
3. AANPASSINGEN MEERJARENBEGROTING 2025-2028 In dit hoofdstuk worden per begrotingsprogramma de cijfermatige aanpassingen voor de jaarschijven 2026-2029 weergegeven. Voor ieder programma geldt dat in wordt gegaan op de volgende onderdelen. Eerst is er een korte beschrijving van de inhoud van het programma, conform de voorgaande begrotingen. Daaronder worden per programma kort de voorziene ontwikkelingen voor de komende periode weergegeven. Deze leiden in enkele gevallen nu al tot nieuwe aanvragen en/of bijstelling van beleid. Vervolgens is er per programma een overzicht opgenomen met daarin de financiële meerjarige gevolgen voor de exploitatie, inclusief kapitaallasten en, indien van toepassing, een overzicht met de meerjarige investeringen. Bij de gevolgen voor de exploitatie is een onderscheid gemaakt tussen lasten en dekking en tussen incidenteel en structureel. Tevens zijn de lasten, zoals reeds toegelicht in de inleiding, ingedeeld in 2 categorieën: noodzakelijk en beleidskeuze. Een nadere toelichting op de afzonderlijke posten is opgenomen in bijlage 1.
3.1 Bestuur en ondersteuning Dit programma behandelt de overkoepelende taakvelden van het bestuur, de ondersteuning daarvan door de gemeentelijke organisatie en de relatie tussen de burger en het bestuur van de gemeente Krimpenerwaard. Betrokken en betrouwbaar in dienstverlening staat hierin centraal. De gemeente Krimpenerwaard staat voor een inwonergedreven dienstverlening. Speerpunten zijn: de vraag van de inwoner is leidend, snel, digitaal waar het kan en op maat waar nodig of gewenst. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor burgerzaken, dienstverlening, bestuurlijke samenwerking en ondersteuning van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Ontwikkelingen Bestuur en ondersteuning 2026 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen : Gemeenten zijn voor het grootste deel van hun inkomsten afhankelijk van het rijk. Als dat minder wordt, merken gemeenten dat meteen. Er is een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds aangekondigd en vooruitlopend daarop een korting vanaf 2026 op het gemeentefonds doorgevoerd. Tot een nieuwe systematiek is het nog niet gekomen waardoor er landelijk sprake is van het zogenaamde ravijnjaar 2026. In 2024 heeft het wetsvoorstel voor aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): de Wet versterking waarborgfunctie Awb, voor consultatie voorgelegen.
Het wetsvoorstel moet het wetgevingstraject nog verder doorlopen. De verwachting zal dit wetsvoorstel in 2026 in werking zal treden. De VNG voorziet dat de bijkomende kosten voor de uitvoering van deze wet hoger zullen zijn dan de mogelijke besparingen, wat resulteert in hogere structurele uitvoeringskosten. In de tweede helft van 2025 zullen naar verwachting de Cyberbeveiligingswet (cbw) en het daarmee samenhangende Cyberbeveiligingsbesluit (cbb) en wijzigingen in de BIO (BIO2.0) worden vastgesteld. De implementatie van deze wet en bijbehorend besluit zullen inspanningen vragen van zowel bestuur als ook de organisatie waarbij naast capaciteit en tijd ook financiële investeringen naar verwachting noodzakelijk zullen zijn om aan de nieuw gestelde eisen in de wet te kunnen voldoen. De komende periode zullen de mogelijke implicaties in kaart worden gebracht. Tot dusver is wel gebleken dat er vanuit de Rijksoverheid geen bewegingen zijn om gemeenten voor de implementatie van de wet te compenseren via het gemeentefonds. Zodra er meer duidelijkheid is over de financiële impact komen wij hier zo spoedig mogelijk bij uw raad op terug.
15
Lokale ontwikkelingen : Om de financiële uitdagingen voor de komende jaren het hoofd te kunnen bieden, en daarmee ook uitvoering te geven aan een eerder door de gemeenteraad aangenomen motie (M22-057), is een traject gestart om voldoende mogelijkheden te inventariseren om het jaar 2026 en verder structureel in evenwicht te brengen. Afhankelijk van door uw gemeenteraad hierin te maken keuzes lopen uitwerking hiervan en de gevolgen ook door in komende jaren. Om dienstverlening te verbeteren is er een tweetal ontwikkelingen die we in onze gemeente kunnen gebruiken en onderzoeken. Naast de algemene burgerpeiling en enquêtes kan de klanttevredenheid ook gemeten worden nadat er een klantcontact is geweest: de direct-klantcontact meting. Op enkele onderdelen passen we dit al toe. Uit deze metingen komt gerichtere (verbeter) informatie. Daarnaast is proactieve dienstverlening een ontwikkeling waarop we ons kunnen oriënteren. Bij proactieve dienstverlening wacht de gemeente niet tot de inwoner iets (aan)vraagt, maar neemt zij zelf het initiatief om iets te doen/ toe te kennen. Dit op basis van de informatie waarover wij al beschikken. Bij deze ontwikkeling zijn we afhankelijk van andere overheidsinstanties en ICT-oplossingen die landelijk gecoördineerd worden. Dienstverlening: Inwoner centraal AMBITIE
Het is onze ambitie dat inwoners, ondernemingen en organisaties ook echt een verschil gaan merken in onze dienstverlening. We denken vanuit onze inwoners en streven naar meer nabijheid. We richten ons met name op zoveel mogelijk persoonlijk contact tussen bestuur, inwoners, organisaties en ondernemers. We zetten in op het eenvoudiger en sneller aanvragen van (digitale) producten en diensten.
ER-DOEL
We werken proactief aan een dienstverlening die meer op de vraag gericht is.
WE METEN
De klanttevredenheid via KlantinFocus. Algemene indicator is de driejaarlijkse burgerpeiling.
INSPANNINGEN 2026
We meten de klanttevredenheid van enkele diensten direct na de uitvoering en verstrekking van onze diensten en producten. De uitkomsten worden verwerkt in het verbeteren van onze werkprocessen.
INSPANNINGEN 2026 - 2029
Als de vraag naar onze dagelijkse dienstverlening toeneemt, zetten we meer mensen in op de uitvoering. Datagedreven dienstverlening wordt al op kleine schaal toegepast. We meten dan direct na uitvoering van onze diensten, producten en klantcontact de klanttevredenheid. In 2026 breiden we de pilots uit naar de organisatieonderdelen waar dat van toegevoegde waarde is.
MIDDELEN 2026
-
Burger- en overheidsparticipatie AMBITIE
Betere en meer gedragen besluitvorming door burger- en overheidsparticipatie.
ER-DOEL
We betrekken inwoners en ondernemers meer en beter bij initiatieven.
WE METEN
Het al dan niet realiseren van het digitaal participatieplatform. Het aantal ontwikkelde participatie-instrumenten. Het aantal burger- en overheidsparticipatietrajecten per jaar via het platform.
INSPANNINGEN 2026
De beleidswijzigingen na de evaluatie uit 2025 verwerken we in onze werkprocessen en trainingen.
INSPANNINGEN 2026 2029
We organiseren burger- en overheidsparticipatie als vast onderdeel van beleid, initiatieven en projecten.
MIDDELEN 2026
-
16
Realisatie nieuw gemeentekantoor AMBITIE
Het realiseren van een nieuwe huisvesting voor de gemeentelijke organisatie, gunstig gelegen en goed bereikbaar voor alle inwoners van de Krimpenerwaard.
ER-DOEL
We starten uiterlijk 2024 (onder voorbehoud van bezwaar en beroep) met de bouw van een ‘Huis voor de gemeente’ als centrale werk- en ontmoetingsplek.
WE METEN
De realisatie van de nieuwe huisvesting waarbij we rekening houden met de vastgestelde uitgangspunten.
INSPANNINGEN 2026
Afronden bouw, de oplevering en het in gebruik nemen van de nieuwe huisvesting.
MIDDELEN 2026
-
Structureel sluitende begroting AMBITIE
We maken continu de afweging tussen inzet om onze ambities te bereiken, uitvoering van wettelijke taken, redelijke lasten voor onze inwoners en een gezonde financiële positie. Bij eventuele bezuinigingsscenario’s zijn participatie en draagvlak van belang.
ER-DOEL
We blijven een financieel stabiele en gezonde gemeente.
WE METEN
Structurele exploitatieruimte >=0% Netto schuldquote <=100%
INSPANNINGEN 2026 2029
We werken de geïnventariseerde mogelijkheden om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting uit.
MIDDELEN 2026
-
Samenwerking met andere overheden AMBITIE
De gemeente Krimpenerwaard werkt positief, vanuit een zelfbewustzijn en met oog voor eigen ambities, samen met andere overheden. Om zo doelen op het gebied van woningbouw en werkgebieden, de toekomst van het landelijk gebied, bereikbaarheid en gezamenlijke taken op het gebied van het sociaal domein dichterbij te brengen.
ER-DOEL
We bereiken meer samen met andere overheden.
WE METEN
-
INSPANNINGEN 2026
In 2025 wordt het plan uitgewerkt voor de versterking van de regio. Dit plan gaat over de inhoud/programma, de governance en organisatiestructuur. Na afronding en besluitvorming over dit plan en waar nodig de aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling gaat de uitvoering van start. In 2026 krijgt de uitvoering van het plan en dan afgesproken programma dan verder vorm.
INSPANNINGEN 2026 2029
We (blijven) participeren in regionale samenwerking, lobbyen en proactief samen optrekken met andere overheden om voor nu en in de toekomst Krimpenerwaard vitaal te houden. We versterken de uitvoeringskracht in de regio.
MIDDELEN 2026
17
-
Aantrekkelijk werkgeverschap AMBITIE
Door zich te profileren als een aantrekkelijk werkgever wil de gemeente Krimpenerwaard nu en in de toekomst goed personeel behouden en werven.
ER-DOEL
We zijn een aantrekkelijker werkgever.
WE METEN
De instroom, doorstroom en uitstroom van personeel. Medewerkerstevredenheid.
INSPANNINGEN 2026 2029
Verdere uitrol van alle onderdelen van het strategisch P&O plan die een bijdrage leveren aan het aantrekkelijk werkgeverschap.
MIDDELEN 2026
-
18
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Incidenteel
-119
-159
0
0
Gastvrouw/gastheer
-119
-159
0
0
Structureel
3.730
2.906
-796
-958
Beleidskeuze
-295
-295
-295
-295
Catering nieuw gemeentehuis
-45
-45
-45
-45
Dubbele formatie bij vertrek om in te werken
-250
-250
-250
-250
Noodzakelijk
4.025
3.201
-501
-663
Algemene uitkering
6.240
6.453
2.966
3.445
Bijdrage gemeenschappelijke regelingen
-319
-313
-309
-309
Gevolgen CAO
-1.639
-2.365
-2.365
-2.365
Indexering baten
900
900
900
900
Indexering lasten
-2.500
-2.500
-2.500
-2.500
Indexering voorziening Gebouwenbeheer Rentelasten
-49
-49
-49
-49
1.543
1.251
1.157
527
Vervanging materieel 2026-2029 (afschrijving)
0
-5
-18
-25
Vervanging wagenpark 2026-2029 (afschrijving)
0
18
-106
-169
Wachtgeld
-151
-189
-177
-118
Eindtotaal
3.611
2.747
-796
-958
INVESTERINGEN (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Incidenteel
-3.352
-2.771
-2.888
-1.340
Noodzakelijk
-3.352
-2.771
-2.888
-1.340
Groot onderhoud gemeentelijk vastgoed 2026
-1.476
-1.058
-1.963
-963
MJOP ICT 2026-2029
-211
-603
-375
-192
Vervanging materieel 2026-2029
-145
-170
-70
-85
Vervanging wagenpark 2026-2029
-1.520
-940
-480
-100
Eindtotaal
-3.352
-2.771
-2.888
-1.340
Bedragen x € 1.000
19
3.2 Veiligheid Binnen dit programma staat de gemeente Krimpenerwaard samen met bewoners, bedrijven en partners voor een gemeente die veilig is en voelt op het gebied van wonen, werken en leven. In het veiligheidsdomein heeft de gemeente vooral een regierol; de gemeente kan het echter niet alleen. Naast de hulpverleningsorganisaties, zoals politie en brandweer, hebben bedrijven en inwoners ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor onder andere het organiseren van de crisisbeheersing. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor onder andere onze deelname aan de Veiligheidsregio Hollands Midden, handhaving APV en crisisbeheersing.
Ontwikkelingen Veiligheid 2026 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen : De wereld om ons heen is aan het veranderen, dat geeft onzekerheid, het blijft afwachten wat dat voor veiligheid gaat betekenen. Uiteraard blijven wij dat ook monitoren. Het boa bestel blijft landelijk aandacht vragen. Hierbij is er aandacht voor zowel de huidige organisatievorm als voor de inhoud van het werk. Het projectmatig, kerngericht werken blijft in onze gemeente voorop staan. In de Krimpenerwaard krijgt waterveiligheid meer aandacht. Het is belangrijk Inwoners bewust te maken over overstromingen door hoog water en langdurige stroom uitval. Lokale ontwikkelingen : In 2026 lopen enkele grote beleidsdocumenten af, o.a. het Integraal Veiligheidsbeleid, evenementenbeleid en het uitvoeringsplan boa's. Begin 2026 gaan wij starten met het proces om te komen tot nieuw beleid. De aanpak van ondermijning blijft hoog op de agenda staan.
Ondermijning AMBITIE
Wij borgen de structurele aanpak van ondermijnende criminaliteit.
ER-DOEL
We pakken ondermijning structureel beter aan.
WE METEN
Het percentage bestuurlijke rapportages, afkomstig van de politie, dat in behandeling wordt genomen.
INSPANNINGEN 2026 - We nemen 100% van de bestuurlijke rapportages van de politie in behandeling. 2029 We brengen Meld Misdaad Anoniem meer onder de aandacht bij inwoners en bedrijven. We geven voorlichting aan onze collega’s over de verschillende onderwerpen op het gebied van ondermijning. Jaarlijks organiseren wij diverse bijeenkomsten om extern de bewustwording rondom ondermijning onder de aandacht te brengen. We organiseren jaarlijks integrale controles op o.a. bedrijventerreinen. MIDDELEN 2026
20
-
Betrekken van inwoners en bedrijven bij veiligheid AMBITIE
Samen werken aan veiligheid met inwoners, bedrijven, organisaties en partners, waarbij de boa’s het visitekaartje zijn van de gemeente op het gebied van schoon, heel en veilig.
ER-DOEL
We nemen gezamenlijk meer verantwoordelijkheid voor veiligheid.
WE METEN
Groei aantal werkgroepen Samen Veilig Ondernemen (voorheen Keurmerk Veilig Ondernemen). Het aantal WhatsApp groepen Het aantal deelnemers aan burgernet
INSPANNINGEN 2026 2029
De boa’s werken projectmatig en kerngericht. Ook brengen zij veiligheid onder de aandacht op sociale media. Om te komen tot een nieuw uitvoeringsplan voor onze boa's worden in 2026 de eerste stappen gezet. We vragen blijvend aandacht voor WhatsAppbuurtpreventie, Burgernet, Meld Misdaad Anoniem en andere burgerparticipatiemogelijkheden op het gebied van veiligheid. We gebruiken daarvoor onze sociale media kanalen actiever. We gaan starten met het proces om te komen tot een nieuw integraal veiligheidsbeleid vanaf 2027.
MIDDELEN 2026
-
Digitale veiligheid AMBITIE
Vergroten van de bewustwording en weerbaarheid op het gebied van digitale veiligheid.
ER-DOEL
We vergroten de bewustwording en weerbaarheid op het gebied van digitale veiligheid.
WE METEN
Het aantal deelnemers aan het online spel HackShield.
INSPANNINGEN 2026 - 2029
We hebben jaarlijks minimaal 3 activiteiten op het gebied van digitale veiligheid. Wij gaan door met het aanbieden van HackShield. We vragen op onze sociale media aandacht voor de verschillende onderwerpen op het gebied van digitale veiligheid, waaronder HackShield. Ook is digitale veiligheid een onderwerp bij de werkgroepen Samen Veilig Ondernemen. We gaan de doelgroep ouderen en andere kwetsbare volwassen inwoners effectief voorlichten over digitale veiligheid.
MIDDELEN 2026
-
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Structureel
-175
-175
-175
-175
Beleidskeuze
-175
-175
-175
-175
Beheerskosten Maatwerkwonen
-175
-175
-175
-175
Eindtotaal
-175
-175
-175
-175
INVESTERINGEN Voor dit programma zijn geen aanvullende investeringen opgenomen.
21
3.3 Verkeer, vervoer en waterstaat Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard samen met inwoners en bedrijven aan een zo goed mogelijk bereikbare en verkeersveilige gemeente voor alle vormen van vervoer. Door het versterken van het netwerk, beter benutten van de bestaande infrastructuur met aandacht voor de verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit wordt een balans gevormd tussen bereikbaarheid en omgevingskwaliteit en duurzame mobiliteit in een gastvrije Krimpenerwaard. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van het verkeersbeleid en het onderhouden en in stand houden van de wegen, parkeervoorzieningen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en de havens. Ontwikkelingen Verkeer, vervoer en waterstaat 2026 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen : Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol in het bereikbaar houden van Zuid- Holland. Behoeften en wensen van reizigers sluiten nog niet altijd aan bij het aanbod van OV en vragen om meer flexibiliteit. Tegelijkertijd groeit het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in de provincie. De beschikbare ruimte, verkeersveiligheid en leefbaarheid in stedelijk gebied staan steeds meer onder druk en vragen een OVsysteem dat veilig, efficiënt en duurzaam is. De provincie Zuid-Holland heeft daarom de wens om samen met haar partners een toegankelijk en breed gedragen OV-visie op te stellen.
In de visie zullen onder andere de ontwikkelingen en gewenste beleidsrichtingen in de wereld van mobiliteit, openbaar vervoer en daarvoor relevante maatschappelijke ontwikkelingen worden geschetst. Het doel is om de uitgangspunten van deze visie te gebruiken als input voor OV-ontwikkelingen van nu en in de toekomst, zodat een aantrekkelijk OV-systeem ontstaat dat goed past bij de maatschappelijke opgaven. De provincie ZuidHolland werkt momenteel ook aan een herzien fietsplan vanaf 2026 die aansluiten op de fietsambities in het gebied. De Algerabrug (N210) tussen Krimpen aan den IJssel en Capelle aan den IJssel wordt vanaf augustus 2026 meerdere weken afgesloten in verband met groot onderhoud. Als gevolg van de afsluiting wordt ook op het omliggend wegennet in de regio tijdelijk extra verkeersdrukte verwacht. Lokale ontwikkelingen : Op 4 juli 2023 is de nieuwe woonvisie van de gemeente Krimpenerwaard vastgesteld. De Krimpenerwaard zet in op de bouw van 4.000 woningen in de periode 2023-2040. Hierbij streeft de gemeente ernaar om de komende jaren in alle kernen woningen te bouwen. In 2026 worden de uitbreidingslocaties verder uitgewerkt en zijn het bereikbaar en verkeersveilig houden van de bestaande als wel de nieuwe woonomgevingen aandachtspunten. De dijk langs de Hollandsche IJssel moet van Krimpen aan den IJssel tot Gouderak versterkt worden.
Ook moeten de kabels en leidingen in de dijk vernieuwd worden. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de nutspartijen (Stedin, Oasen, gemeente Krimpenerwaard en Glasdraad) werken samen aan dit project.
22
Bereikbaarheid AMBITIE
Voor de vitaliteit van het gebied, voor bewoners en voor ondernemers, is een betere doorstroming van de ontsluitingen richting Gouda en Rotterdam belangrijk. We zetten in op een duurzame en complete aanpak van de mobiliteitsvraag. We hebben speciale aandacht voor specifieke en kwetsbare groepen in het kader van toegankelijkheid van het openbaar vervoer.
ER-DOEL
We versterken onze samenwerking om bereikbaarheid in brede zin te verbeteren.
WE METEN
Veranderingen in het aanbod van de wegcapaciteit van de auto en veranderingen in het aanbod van capaciteit van de alternatieven voor de auto.
INSPANNINGEN 2026
Er wordt verdere uitwerking gegeven aan de acties en projecten voortkomend uit het Omgevingsprogramma Mobiliteit. Vanuit Verkeer leveren we een actieve bijdrage in de vorm van advisering bij de uitbreidingslocaties en tegelijkertijd zetten we in op de bereikbaarheid van de Krimpenerwaard. Dit doen we onder andere op basis van de uitkomsten van het gemeentebrede verkeersonderzoek. We gaan in gesprek met de provincie om OV-knooppunten te verbeteren en de busverbindingen sterker te maken. De verbetering van de toegankelijkheid van de bushaltes is een belangrijke actie voor de gemeente, we werken hiervoor samen met de provincie. In 2026 staat er een tijdelijke afsluiting van de Algerabrug op de planning en is dijkversterkingsproject KIJK bezig. Beide werkzaamheden zijn van grote invloed op de bereikbaarheid van de gemeente. Wij blijven in 2026 actief betrokken in de verschillende werkgroepen om de bereikbaarheid van de gemeente Krimpenerwaard zoveel mogelijk te waarborgen in samenwerking met andere overheden en partijen.
INSPANNINGEN 2026 2029
We brengen bij ieder jaarplan van de concessiehouder openbaar vervoer de belangen van de Krimpenerwaard in en proberen daarmee zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op de kwaliteit van het openbaar vervoer in de gemeente Krimpenerwaard. Dit doen we in regionaal verband (Midden Holland). De komende jaren wordt er ook verdere uitwerking gegeven aan de acties en projecten voortkomend uit het Omgevingsprogramma Mobiliteit.
MIDDELEN 2026
23
-
Verkeersveiligheid AMBITIE
We hechten veel waarde aan de verkeersveiligheid van onze gemeente. We zetten daarom in op veilige schoolfietsroutes, een adequate aanpak van onveilige situaties en het vergroten van het bewustzijn onder inwoners.
ER-DOEL
We willen de verkeersveiligheid in de Krimpenerwaard gericht verbeteren.
WE METEN
Ongevallendata (op basis van politieregistratie, gericht op wat er fout is gegaan). Risicobenadering verkeersveiligheid (op basis van studie adviesbureau DTV, gericht op wat er fout kan gaan).
INSPANNINGEN 2026
Uitvoering geven aan de verkeersveiligheidsambities uit het Omgevingsprogramma Mobiliteit (OPM). We werken aan een uniforme inrichting van de schoolomgevingen om de verkeersveiligheid te blijven verbeteren. Door een uniforme aanpak wordt de verkeersveiligheid rondom scholen verhoogd. De gemeente streeft ernaar om 2 - 3 basisschoolomgevingen aan te pakken. We streven ernaar om als gemeente een snelheidsregime van 30 km/h te hebben op de gebiedsontsluitingswegen als op de erftoegangswegen binnen de bebouwde kom. In 2026 willen we laten onderzoeken op welke wegen we het snelheidsregime omlaag willen brengen en welke infrastructurele aanpassingen ervoor nodig zijn volgens de uitgangspunten van het wegcategorisering in het OPM.
INSPANNINGEN 2026 2029
We geven uitvoering aan de verkeersveiligheidsambities uit het Omgevingsprogramma Mobiliteit.
MIDDELEN 2026
Incidenteel: €25.000,- onderzoeks- en advieskosten voor onderzoek naar 30 km/h inrichting
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Incidenteel
-75
0
0
0
Noodzakelijk
-75
0
0
0
Areaalpeiling en update beheerplan baggeren
-75
0
0
0
Structureel
-187
-167
-220
-225
Noodzakelijk
-187
-167
-220
-225
0
-5
-10
-15
Dijkversterking Project KIJK vervangen OVL 2026-2028 (afschrijving) Groot onderhoud / vervangingen OVL 2026-2029 (afschrijving)
0
0
1
1
-187
-187
-187
-187
Verkeersveilige maatregelen Veerweg (afschrijving)
0
25
0
0
Vervangen vijf verkeersbruggen (afschrijving)
0
0
-23
-23
Indexering voorziening IBOR
Vervangingen CV 2026-2029 (afschrijving) Eindtotaal
24
0
0
-1
-1
-262
-167
-220
-225
INVESTERINGEN (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Incidenteel
-8.194
-6.994
-6.194
-6.194
Noodzakelijk
-8.194
-6.994
-6.194
-6.194
-160
-160
-160
-160
Dijkversterking Project KIJK vervangen OVL 2026-2028 Groot onderhoud / vervangingen OVL 2026-2029 IBOR 2026-2029 Verkeersveilige maatregelen Veerweg
-430
-430
-430
-430
-5.204
-5.204
-5.204
-5.204 0
-200
-800
0
Vervangen vijf verkeersbruggen
-1.800
0
0
0
Vervangingen CV 2026-2029
-400
-400
-400
-400
-8.194
-6.994
-6.194
-6.194
Eindtotaal
3.4 Economie Met dit programma stimuleert de gemeente het ondernemers- en vestigingsklimaat. In dit programma staan ook activiteiten gericht op het "op de kaart zetten" van de gemeente. Dit doen we samen met ondernemers, organisaties, provincie en andere gemeenten. In dit programma zijn middelen opgenomen voor de dienstverlening aan ondernemers, (samenwerkings-) projecten van arbeidsmarkt en onderwijs, de herstructurering van bedrijfslocaties, investeringen in winkelgebieden, het stimuleren van snel internet en de transitie naar een toekomstbestendige landbouw. Ontwikkelingen Economie 2026 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen : De verwachting is dat onze economie landelijk dit jaar en 2026 met 1,5 % zal groeien vooral door de binnenlandse vraag. De wereldwijde geopolitieke spanningen beïnvloeden dit en geven veel onzekerheid. De inflatie in Nederland blijft hoog. De verwachting is dat deze in 2026 licht zal afnemen. In 2026 zullen naar verwachting 457.000 vacatures zijn voor gediplomeerde MBO schoolverlaters. De vergrijzing remt de groei van de werkgelegenheid. Er blijven vooral knelpunten in de sectoren onderwijs, techniek, ICT, zorg, veiligheid en openbaar bestuur. Lokale ontwikkelingen : Na jaren van overschot aan kantoorruimte in de regio/lokaal lijkt er een kentering te zijn. De verwachting is dat er weer meer vraag ontstaat naar kantoorruimte.
Ruimte voor de lokaal gewortelde bedrijven vraagt een noodzakelijke aanpak. De focus ligt niet alleen op een verkenning naar nieuwe bedrijventerreinen maar ook om aanpak van bestaande terreinen (revitalisering en beter benutten). De winkelgebieden staan wat onder druk met name in de sectoren kleding, media, sport en speelgoed. De huurprijzen in de winkelgebieden lijken te gaan dalen om leegstand tegen te gaan en startende ondernemers te faciliteren. Online aankopen dalen niet en tegelijkertijd zien we de grotere webshops steeds meer fysieke winkels openen. Ook de horeca staat onder druk.
25
Onderwijs en arbeidsmarkt AMBITIE
Wij blijven samen met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven sterk inzetten op een goede afstemming tussen het onderwijs, het beschikbare arbeidspotentieel en de lokale werkgevers.
ER-DOEL
We willen de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt verbeteren. Dit doen wij samen met onderwijsinstellingen en ondernemersorganisaties.
WE METEN
De resultaten van het gezamenlijke werkprogramma van de 3 O’s: overheid, onderwijs, ondernemingen.
INSPANNINGEN 2026
We bouwen samen met de betrokkenen doorlopende leerlijnen in het beroepsonderwijs uit. Waar nodig vullen we dit aan met andere scholings- en opleidingsmogelijkheden.
INSPANNINGEN 2026 2029
We faciliteren Krimpenerwaard Werkt als platform voor onderwijs en ondernemers om de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren.
MIDDELEN 2026
-
Agrarische sector AMBITIE
We denken mee over de versterking van het verdienmodel van de agrarische sector. Dit doen we samen met de agrarische ondernemers uit het gebied zelf. We werken hierbij intensief samen met provincie en waterschap. We werken samen aan de ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw, met minder uitstoot van broeikasgassen en stikstof, hogere waterkwaliteit en met aandacht voor biodiversiteit.