BIJL 1 BP IJsseldijk-Noord 407, toelichting, regels en bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan IJSSELDIJK-NOORD 407, OUDERKERK AAN DEN IJSSEL Gemeente Krimpenerwaard
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
28 september 2021
IMRO IDN:
NL.IMRO.1931.BP2008BG045-VG01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 18 december 2019 13 januari 2021 23 maart 2021 28 september 2021
VERSIE 1e versie 3e versie 2e versie 1e versie
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
4
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren
11 11 12 13
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie
15 15 16 22 24 26
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieu 4.2 Waterparagraaf 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Flora en fauna 4.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
29 29 36 40 43 45
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Regels 5.4 Handhaving bestemmingsplan
47 47 47 47 50
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51 51 51 51
Regels
53
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
54 54 58
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologie 2
59 59 61 65
Toelichting
5
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 7 Waterstaat - Waterkering
68 71 74
Hoofdstuk3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
76 76 77 79 80 81
Hoofdstuk4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
83 83 84
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Besluit hogere waarden Wet geluidhinder
Bijlage 3
Historischvooronderzoek bodem
Bijlage 4
Wateradvies
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Gebruik vrijkomende agrarische bebouwing
Bijlage 2
Te slopen/verwijderen elementen IJsseldijk Noord 407
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel IJsseldijk-Noord 407 in Ouderkerk aan den IJssel ligt een agrarisch bouwblok van een voormalig veehouderijbedrijf. Binnen het bouwvlak zijn grondgebonden agrarische bedrijven met een bedrijfswoning toegestaan. De woning is aangeduid als karakteristieke bebouwing. De huidige eigenaar is geen agrariër. Hij is voornemens om met toepassing 'Regeling Vernieuwend Ondernemen 2013' van de voormalige gemeente Ouderkerk de volgende vervolgfuncties mogelijk te maken: 1. het splitsen van de boerderij in twee wooneenheden en het oprichten van een stalwoning; 2. het oprichten van een Bed & Breakfast in het voormalige melklokaal; 3. het realiseren van een opslagruimte voor kleinschalige agrarische bedrijfsactiviteiten; 4. het herinrichten van het terrein, waaronder het verwijderen van een kapschuur, de paardenbak, een gebouwtje op wielen en een groentekas, alsmede het schrappen van een agrarisch bouwvlak achter de Bakwetering. Bij brief van 25 oktober 2018 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard de bereidheid uitgesproken hieraan medewerking te verlenen, zodat de weg vrij is voor het voorbereiden van het bestemmingsplan om de vervolgfuncties planologisch mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het bebouwingslint van de IJsseldijk-Noord in het veenweidegebied van de Krimpenerwaard. De ontsluiting op de IJsseldijk-Noord vindt plaats via inrit vanaf de rivierdijk. In het lint komen naast agrarische bedrijven ook woningen en niet agrarische functies voor. Aan weerszijde van het plangebied staan alleen maar woningen. Ten noorden van de weg ligt de uiterwaarde met aansluitend de Hollandsche IJssel. Het plangebied is gearceerd aangeduid in figuur 1.
Figuur 1: Situering omgeving plangebied (plangebied met rode lijn gearceerd aangeduid).
Toelichting
7
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen. Bestemmingsplan
Raadsbesluit
"IJsseldijk Noord 2005" "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"
13 december 2007 29 januari 2019
Gedeputeerde Staten 8 juli 2008 n.v.t.
Uitspraak Raad van State 18 november 2009 n.v.t.
In het bestemmingsplan 'IJsseldijk-Noord 2005' heeft het perceel de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarde' met een agrarisch bouwblok (AB). Het agrarisch bouwperceel heeft twee bouwvlakken die met een relatie aan elkaar zijn verbonden. Binnen het bouwvlak zijn grondgebonden agrarische bedrijven met een bedrijfswoning toegestaan. De woning is aangeduid als karakteristieke bebouwing. Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in figuur 2. Deze bestemmingen laten geen functiewijzigingen toe. Evenmin zijn hierin afwijkings- en/ of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om hieraan medewerking te kunnen verlenen. Mitsdien is een herziening van het bestemmingsplan nodig.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'IJsseldijk Noord 2005'. Plangebied gearceerd met rood gestreepte omlijning.
8
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de omgevingsaspecten, waaronder de Waterparagraaf. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Plangebied vanaf de IJsseldijk-Noord.
Toelichting
9
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
10
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie plangebied en omgeving
Veenweide Het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard ligt in het geheel in de Krimpenerwaard en bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandse IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de dijklinten c.q. kleinschalige linten in het veenweidegebied met bruggetjes en knotwilgen met daarachter de ruimte met sloten en weilanden. Dijklint De bebouwing in het buitengebied bevindt zich achter het dijklint van de IJsseldijk-Noord ten noorden van het buurtschap Lageweg. Het bebouwingslint achter het dijklichaam van de Hollandsche IJssel kent een zeer divers gebruik: agrarische bedrijven, woningen en niet agrarische bedrijven liggen naast elkaar. Kenmerkend zijn de doorzichten van de bebouwingslinten naar het open veenweidegebied. Het plangebied ligt achter het dijklichaam met een agrarisch bouwvlak. Via de inrit vanaf de dijk staat de karakteristieke boerderij met hierachter het voormalige melklokaal met aansluitend een veestal. Tegenover de boerderij staan enkele schuren met een grote kapschuur.
Ten oosten van de Bakwetering bevindt zich ook een bouwvlak. De vroegere bebouwing ten behoeve van een veehouderijbedrijf is inmiddels verwijderd. Dit deelgebied is in gebruik als weidegebied. Aan weerzijde van het agrarische bouwperceel staan woningen. Ten westen van de IJsseldijk-Noord ligt de uiterwaarde met aansluitend de Hollandsche IJssel. De bestaande situatie is weergegeven in figuur 3.
Figuur 3: Situatietekening bestaande toestand.
Toelichting
11
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
De karakteristieke boerderij.
Voormalige schuur met hierachter de hooischuur.
Het voormalige melklokaal.
Aansluitend de veestal.
2.2
Nieuwe situatie
De inrichting van het plangebied wijzigt ten opzichte van de bestaande situatie nagenoeg niet. De karakteristieke boerderij wordt gesplitst in twee wooneenheden met een voor- en achterhuis. Het melklokaal wordt verbouwd tot een Bed & Breakfast met 2 kamers. De veestal blijft behouden voor het hobbymatig houden van maximaal 10 koeien. De bestaande schuur tegenover de boerderij wordt gewijzigd in een wooneenheid waarbij de karakteristieke en cultuurhistorische waarde van de bebouwing wordt hersteld. Door sloop van de aangebouwde kas en het respecteren van de gevelopening kan hierin een karakteristieke schuurwoning worden gerealiseerd. De hierachter gelegen hoge hooischuur wordt verwijderd. Deze dissonant maakt plaats voor een tuin met gebiedseigen beplanting met een hoogstamboomgaard en aanvullend knotwilgen. De tuin kan tevens worden gebruikt door gasten van de Bed & Breakfast. Verder zal er een paardenbak worden verwijderd wat zal bijdragen aan een betere ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. Het bouwvlak ten oosten van de Bakwetering wordt geschrapt. Dit perceel wordt uitsluitend gebruikt voor het weiden van dieren. In figuur 4 is een tekening opgenomen van de nieuwe situatie.
12
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Figuur 4: Nieuwe situatie.
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied ligt aan de IJsseldijk-Noord. De IJsseldijk-Noord is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom tussen Gouderak en Ouderkerk aan den IJssel. Op deze weg is de maximum snelheid 60 km/uur. Deze ontwikkeling zal ten opzichte van de bestaande planologische situatie geen extra verkeer aantrekken. De IJsseldijk-Noord heeft voldoende capaciteit om deze planontwikkeling op te vangen. De woningen worden ontsloten via de aanwezige uitrit vanaf het dijklichaam. Gelet op het feit dat er sprake is van een bestaande uitrit en de intensiteit minimaal is, bestaan er geen verkeerskundige bezwaren tegen deze vervolgfuncties.
De IJsseldijk-Noord.
De inrit naar het woonperceel.
Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW
Toelichting
13
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 13.3, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. Bij uitwerking van nieuwe bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. De parkeerkencijfers voor vrijstaande woningen zijn opgenomen in tabel 2.1. Een Bed & Breakfastvoorziening is niet opgenomen in de CROW 2018. In dit geval kan aansluiting worden gezocht bij de parkeerkencijfers voor een één-sterren hotel, zijnde een hotel dat slechts basisvoorzieningen biedt (vergelijkbaar met een Bed & Breakfast). Voor deze voorziening gelden de volgende parkeerkencijfers per 10 kamers: gemiddeld 4,5 pp in matig stedelijk gebied/ buitengebied. Omgerekend is dat 0,45 pp per kamer. Voor 2 kamers betekent dit dat afgerond 1 parkeerplaats aanwezig dient te zijn. Tabel 2.1: Parkeerkencijfers. Categorie matig stedelijk/ buitengebied koop vrijstaand 1* hotel
parkeerkencijfer
aandeel bezoekers
2,4 (gemiddeld) 4,5 (gemiddeld) per 10 kamers
0,3 pp per woning (incl.)
De parkeerbehoefte kan volledig op eigen terrein worden gerealiseerd, omdat voldoende ruimte op het erf aanwezig is. Hierbij wordt rekening gehouden met de minimale maatvoering wat nodig is om gebruik van parkeerruimte mogelijk te maken. Bij uitwerking van de bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In artikel 13.3 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
14
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Ruimte heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de SVIR ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies.
Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Met dit bestemmingsplan zijn geen nationale belangen gemoeid. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toelichting
15
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Dit betekent voor alle ruimtelijke plannen: 1. eerst kijken of er een regionale vraag is naar een bepaalde ontwikkeling; 2. vervolgens kijken of het bestaand stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt; 3. mocht nieuwbouw nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt betreft een hergebruik van (voormalige) agrarische bebouwing in nieuwe vervolgfuncties. De invulling van het plangebied met twee extra woningen voor de doelgroep doorstromers sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie voor hergebruik van voormalige agrarische bebouwing. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte.
Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Ladder, zodat een toetsing achterwege kan blijven. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De twee extra woningen zijn in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit
16
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.
De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. De IJsseldijk-Noord ligt in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop ingegaan. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op de Laag van de Ondergrond (eerste laag) ligt het plangebied in komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland. Deze zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/ drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap.
Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand houden. Het gebied achter de Bakwetering wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil herkenbaar houden tussen komgronden en oeverwallen. In de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen maakt het gebied onderdeel van het veen(weide) landschap (figuur 5). De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen rekening houden met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Voorts dragen ontwikkelingen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. Daarnaast ligt het plangebied aan een rivierdijk van een dijklint. De rivierdijken zijn lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water.
De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is er sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk. Richtpunten zijn: Het behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders. Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet
Toelichting
17
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. Op kaart zijn zowel de linten buiten als binnen het stedelijk gebied aangegeven. Het plangebied ligt aan een dijklint: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit maken een verdere onderverdeling in linten en bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse. Richtpunten zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie is het plangebied niet specifiek benoemd. Het noordelijk gelegen bedrijventerrein is onderdeel van het bestaand stads- en dorpsgebied (figuur 5) In de Laag van beleving is het plan ook niet specifiek genoemd. De tegenover de IJsseldijk-Noord gelegen Uiterwaarden maken onderdeel uit van bestaand natuurgebied.
Toetsing aan kwaliteitskaarten Dit bestemmingsplan maakt vervolgfuncties mogelijk van een agrarisch bedrijf naar Wonen met de 'specifieke bouwaanduiding - voormalige agrarische bebouwing' waarbij de bestaande bebouwing een passende vervolgfunctie krijgt zonder dat er nieuwe bebouwing wordt toegevoegd. Sprake is van een gebiedseigen ontwikkeling. Dergelijke vervolgfuncties zijn al eerder mogelijk gemaakt in het buitengebied van de Krimpenerwaard. Dit bestemmingsplan tast de richtpunten niet aan. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De omzetting van agrarische- naar woondoeleinden van een voormalig agrarisch bouwperceel met behoud van de karakteristieke en cultuurhistorisch waardevolle boerderij is in overeenstemming met de uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid. De richtpunten uit het provinciale omgevingsbeleid worden niet aangetast.
Figuur 5: Links uitsnede Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en rechts Laag van de stedelijke occupatie. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een
18
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een vervolgfuncties mogelijk van een agrarisch bouwperceel naar wonen met de 'specifieke bouwaanduiding - voormalige agrarische bebouwing' zonder dat er nieuwe bebouwing wordt toegevoegd. Voor wat betreft het toevoegen van twee woningen wordt het volgende opgemerkt. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang.
Twee (extra) woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is deze functiewijziging overigens goed inpasbaar, omdat verrommeling wordt tegengegaan en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing blijft behouden met passende vervolgfuncties. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1.
zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'veen(weide)gebied'. Er vindt alleen een bestemmingswijziging plaats naar passende vervolgfuncties zonder dat er bebouwing en bouwwerken worden toegevoegd binnen bestaande structuren/ linten. Het lint blijft in stand. Bestaande doorzichten blijven behouden.
De richtpunten zijn niet in het geding. Op kaart 14 (Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën) van de Omgevingsverordening ligt het plangebied ten zuiden van het Natuurnetwerk Nederland (figuur 6). Op de kaart 7 (Natuurnetwerk
Toelichting
19
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Nederland, bestaande en nieuwe natuur) van de Omgevingsverordening ligt dat gebied in het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied zelf ligt hierbuiten. Onderhavige ontwikkeling voorziet alleen in een functiewijziging van agrarische- naar woondoeleinden zonder dat bebouwing wordt toegevoegd. Het agrarische bouwvlak ten oosten van de Bakwetering wordt geschrapt, zodat hier geen bebouwing meer mogelijk is. Bestaande zichtlijnen worden hierdoor behouden c.q. hersteld. Gesteld kan worden dat deze planontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit past. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan.
Figuur 6: Links uitsnede Kaart 16 NNN en strategische reservering natuur (Omgevingsvisie) en rechts Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën (Omgevingsverordening). Conclusie De ruimtelijke- en beeldkwaliteit blijven ongewijzigd bij een omzetting van een agrarisch bouwperceel naar wonen met ondergeschikte nevenfuncties in de bestaande voormalige agrarische bebouwing. De provinciale belangen zijn niet in het geding. De kavelstructuur en het slotenpatroon worden niet aangetast. Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen), lid 2 en lid 4 van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 3.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld dat zelfbindend is. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied.
Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard. De rand langs de Hollandsche IJssel heeft een diepe opstrekkende verkaveling vanaf de rivierdijk, maar de openheid is meer onderverdeeld dan langs de Lek. Blokboezems haaks op de rivier zorgen samen met beplante tiendwegen en kades voor een karakteristiek patroon in het landschap. De hoofdambities zijn uitgewerkt in gebiedsprofielkaarten waarin kort de karakteristiek, toekomstige ontwikkelingen en de in de Kwaliteitskaart vastgestelde ambities zijn genoemd.
Aansluitend volgt een beschrijving van de karakteristiek en de aanvullende ambities per legenda-eenheid.
20
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaarten 'Onderscheidend rivierengebied', 'Dorpen en linten' en 'Kwaliteit in stads- en dorpsgebied'. Deze worden hieronder beschreven. Deelgebied 'Onderscheidend rivierengebied' Het plangebied bevindt zich achter de rivierdijk in het deelgebied 'Onderscheidend rivierengebied'. Het rivierenlandschap staat in Zuid-Holland onder grote invloed van de getijden van de zee, maar ligt voor een deel ook in het veenlandschap. De veenweide loopt tot aan de dijken. De dijken met dichte lintbebouwing vormen een sterke ruimtelijke begrenzing en een groot contrast met het open veenweidegebied. Langs de Hollandsche IJssel liggen buitendijkse gebieden op de plekken van voormalige kleiwinningen, zogenoemde zellingen. Naast natuurgebieden zijn er ook opgehoogde terreinen met (bedrijfs) bebouwing in het buitendijkse gebied. Ambities voor de rivierdijken zijn onder andere: Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de rivierdijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het rivierengebied. Versterken van het doorgaand profiel van de dijk. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc.
kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Behoud van belangrijke doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende (veenweide)landschap. De dijk van de Hollandsche IJssel heeft een smalle verschijningsvorm met steile taluds en veel bochten. Over de gehele lengte ligt de weg boven op de dijk, aan de kant van de Krimpenerwaard gevolgd door een doorgaand bebouwingslint aan de voet van de dijk. Door opeenvolgende, deels zeer recente, dijkversterkingen zijn dijk en aangrenzende bebouwing steeds meer met elkaar vervlochten geraakt. Er is beperkte ruimte voor verdere noodzakelijke dijkversterking. Aanvullende ambitie zijn onder andere: Bij nieuwbouw of herontwikkeling langs de dijk rekening houden met de ruimtelijke impact aan de overkant en vanaf het water. Herkenbaar houden karakteristiek dwarsprofiel van de dijk en aanhechting bebouwing aan de dijk. Op- en afritten zijn ondergeschikt aan de continuïteit van de dijk. Dijklint met bakwetering Langs grote delen van het dijklint van de Hollandsche IJssel ligt vlak achter de bebouwing een wetering. Deze bakwetering vormde oorspronkelijk de begrenzing tussen dijklint en achterliggende veenweidegebied. Op de smalle strook tussen dijk en wetering staat de bebouwing dicht tegen de dijk aan en vlak naast elkaar.
De poldersloten eindigen aan de achterweteringen. Recente bedrijfsuitbreidingen zijn over de wetering ‘gesprongen’, daardoor is er een overgangszone tussen lint en veenweide ontstaan. Aanvullende ambities zijn: Contrast van het doorgaande dijklint en open veenweidegebied beleefbaar houden. Herkenbaar houden van de karakteristieke opeenvolging van dijk, bebouwing tegen de dijk aan en de bakwetering op enige afstand. Behoud van smalle doorzichten naar het achterland. Nieuwe uitbreiding over de bakwetering vormt ruimtelijk geen onderdeel van het dijklint: voldoende afstand tot het lint en wetering zichtbaar houden. Spiegeling planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De bestaande bebouwing ligt tussen de rivierdijk en Bakwetering aan een aaneengesloten lint langs de dijk. Een overbodig geworden hooischuur wordt gesloopt. De overige bebouwing blijft in stand met deels nieuwe functies in de bestaande bebouwing. Het bouwvlak achter de Bakwetering verdwijnt. Hierdoor krijgt dit deelgebied een ruimtelijke kwaliteitsimpuls. Het contrast tussen het verdichte dijklint en open veenweidegebied blijft beleefbaar, omdat er geen uitbreiding van de bedrijfsbebouwing plaatsvindt. Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de dijk blijven hierdoor behouden. De bebouwing staat met ‘het gezicht’ naar de dijk, waarbij de bijgebouwen achter de woningen staan.
Per saldo is er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het contrast tussen het verdichte dijklint en het open veenweidegebied blijft hierdoor beleefbaar. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel
Toelichting
21
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Het tegengaan van verrommeling heeft hier prioriteit. Conclusie De vervolgfuncties zijn in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidegebied.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Structuurvisie K5 Op 2 juli 2009 is de Structuurvisie K5 vastgesteld. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de K5 tot 2020 met een doorkijk naar de lange termijn (2030). De centrale opgave voor de K5 is het voeren van een evenwichtige koers in het spanningsveld tussen behoud van de grote omgevingskwaliteiten van de Krimpenerwaard en het waarborgen van een vitale en leefbare regio. De visie op hoofdlijnen luidt als volgt: 'Belangrijke structuurdragers voor de ruimtelijke ontwikkeling zijn de bodemsamenstelling, het watersysteem, het landschap, de infrastructuur en het kernenpatroon. Deze vormen samen het ruimtelijk raamwerk voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied: ruimtebeslag voor stedelijke functies, landbouw, recreatie, natuurontwikkeling, wateropgaven en wegenaanleg.' De belangrijkste gehanteerde uitgangspunten voor wat betreft de vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied zijn: Het behouden en versterken van de sociaaleconomische vitaliteit. Het waarborgen van de cultuurhistorische, natuur- en landschapskwaliteiten: vooral het patroon van dijken en linten en het karakteristieke waterrijke slagenlandschap nemen daarin een belangrijke plaats in. Voor de agrarische sector als economische pijler en vernieuwend ondernemerschap is het volgende relevante uitgangspunt van toepassing.
Ruimte bieden voor verbrede landbouw en vernieuwend ondernemerschap, waarbij in beginsel gebruik wordt gemaakt van bestaande opstallen. Voor de instandhouding ruimtelijke kwaliteit dijken en linten geldt dat de ruimtelijke kwaliteiten van dijken en linten, de aanwezige karakteristieke bebouwing en de doorzichten op het landschap worden gewaarborgd. Bestaande opstallen kunnen onder bepaalde voorwaarden en in voorkomende gevallen worden gebruikt en/of verbouwd voor vernieuwend ondernemerschap en/of een woonfunctie. Als voorwaarden gelden: geen onevenredige belasting van de verkeersafwikkeling; geen belemmeringen voor de agrarische bedrijfsuitoefening; waarborgen van monumentale en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Conclusie In het Ruimtelijk Ontwikkelingsbeeld ligt het plangebied in het 'Agrarisch gebied met behoud van landschaps- en natuurwaarden' (figuur 7). De planontwikkeling is hiermee in overeenstemming, omdat initiatiefnemer door vernieuwend ondernemerschap alleen gebruik maakt van vervolgfuncties in bestaande voormalige agrarische bebouwing zonder dat uitbreiding hiervan plaatsvindt. Ook is er geen sprake van onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen. De karakteristieke boerderij blijft behouden. In de directe nabijheid liggen verder geen agrarische bedrijven die door deze vervolgfuncties worden beperkt.
Bovendien wordt het agrarisch bouwvlak achter de Bakwetering geschrapt. Hierdoor blijft de landschapskarakteristiek behouden. De openheid, het kavel- en slotenpatroon worden voorts niet aangetast.
22
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Figuur 7: Uitsnede ruimtelijk ontwikkelingsbeeld. 3.3.2 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
Toelichting
23
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Krimpenerwaard De Krimpenerwaard ligt tussen de Hollandse IJssel en de Lek en is op een aantal punten fysiek bereikbaar vanuit de omliggende gemeenten in Midden-Holland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. Het heeft een groen karakter en wordt gekenmerkt door een vooral dorps en landelijk woonmilieu. Conclusie Er worden twee woningen toegevoegd in de dure koopsector. Dit levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in de gemeente Krimpenerwaard. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (twee woningen) niet te worden afgestemd met de regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie 'Ouderkerk 2030' De gemeenteraad van de voormalige gemeente Ouderkerk heeft op 25 oktober 2012 de structuurvisie “Ouderkerk 2030” vastgesteld. De structuurvisie speelt in op visies van onder meer rijk, provincie, Hoogheemraadschap, Zuid-Hollands landschap en de K5-gemeenten. Alle instanties streven naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van Ouderkerk. De 'Dorpsvisie Ouderkerk aan den IJssel en Lageweg' (2007) en de dorpsvisie “Gouderak” vormen het fundament voor deze visie. De structuurvisie is leidend voor het eigen beleid en vormt het toetsingskader voor ontwikkelingen. De structuurvisie is in essentie een ruimtelijk plan, maar geeft de samenhang met economisch, ecologisch of sociaal-maatschappelijk beleid aan. De structuurvisie schetst vanuit deze brede invalshoek het beeld van hoe Ouderkerk er op lange termijn, in 2030, uitziet. De gemeente streeft de volgende zeven doelen na: a. behoud en versterking van het karakter van Groene Hartgemeente; b. bijdragen in de ontwikkeling van Krimpenerwaard tot vitale regio. Verwezenlijken projecten die van betekenis zijn voor de gehele regio en daarmee ook een gemeentegrens overstijgend karakter hebben; c. zorgdragen voor economische en maatschappelijke vitaliteit van de dorpen mede als gevolg en ter compensatie van transformaties van het landelijk gebied; d.
zo lang mogelijk behoud van het inwonertal 8.150 inwoners (januari 2010). Krimp van de omvang van de bevolking zal op lange termijn optreden. Het gemeentelijk beleid kan de effecten van krimp ondervangen door op korte en middellange termijn de aanwezige ontwikkelingspotenties te benutten; e. verbetering van de externe bereikbaarheid van Gouderak, voorkomen van mogelijke extra verkeersoverlast op dijken in Ouderkerk als gevolg van de openstelling van de Zuidwestelijke Randweg van Gouda en het opheffen van verkeersconflicten in en rond Ouderkerk a/d IJssel; f. de ontwikkelingspotenties dienen mede te worden ingezet om noodzakelijke en/of wenselijke structurele verbeteringsmaatregelen financieel en praktisch te kunnen uitvoeren; g. geen vergaande verdichting van de dorpen, waardoor kwaliteit van het bestaande woon- en leefmilieu onder druk komt te staan. Vrijkomende agrarische bebouwing Bij hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing wordt behoud van de economische functie van het buitengebied nagestreefd. Het beleid richt zich op: versterken van de leefbaarheid; behoud van cultuurhistorische waarden; voorkomen van kapitaalvernietiging. De omgevingskwaliteit vormt de basis voor de afweging om activiteiten wel of niet toe te staan.
In eerste instantie gaat de voorkeur voor hergebruik uit naar aan het buitengebied gebonden functies èn functies die bijdragen aan de economische draagkracht en de leefbaarheid van het buitengebied. Als laatste
24
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
wordt gestreefd naar het toelaten van gebiedsvreemde functies. Conclusie In de verouderde bedrijfsbebouwing was een veehouderij gevestigd. Het hergebruik ten behoeve van vervolgfuncties in de vorm van een extra wooneenheid in de karakteristieke boerderij, een Bed & Breakfast in het voormalige melklokaal, het hobbymatige houden van enkele koeien in de veestal en een woning in een voormalige schuur is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Structuurvisie, omdat sprake is van plattelandsvernieuwing, waarbij de leefbaarheid en vitaliteit worden hersteld. Voorts blijven de cultuurhistorische waarden behouden. Daarbij komt dat kapitaalvernietiging wordt tegengegaan, omdat gebruik wordt gemaakt van de bestaande gebouwen. De vervolgfuncties zijn in overeenstemming met de hiervoor genoemde beleidsopgaven van de structuurvisie. 3.4.2 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen.
Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart. De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. De IJsseldijk-Noord maakt in de Nota onderdeel uit van een bijzonder niveau. Dit betreft gebieden waar het uiterlijk van de bebouwing van aanzienlijk belang is voor de identiteit van de Krimpenerwaard. In deze gebieden is inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. De nota ruimtelijke kwaliteit bevat voor gebieden met een bijzonder niveau een uitgebreide set criteria, die in woordkeuze en bandbreedte aanstuurt op een zorgvuldige inpassing van bouwplannen in het gebied.
Een plan moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld. Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Hollandsche IJssel (gebied 2B). Hiervoor zijn gebiedsgerichte criteria aangegeven. Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van twee woningen mogelijk in bestaande bebouwing. Conclusie Bij uitwerking van bouwplannen wordt rekening gehouden met de in de Nota vastgelegde gebiedsgerichte criteria. Aanvragen omgevingsvergunning zullen te zijner tijd om advies worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal worden voldaan.
Toelichting
25
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
3.4.3 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. In de waterparagraaf (paragraaf 4.2) wordt hierop ingegaan. Tevens zal hierin aandacht worden besteed aan waterhuishoudelijke aspecten. Duurzame gemeente In de door de gemeenteraad van Krimpenerwaard op 9 mei 2017 vastgestelde 'Woonvisie gemeente Krimpenerwaard; kerngericht!' is tevens aandacht besteed aan duurzaamheid. Als gemeente wil zij de lat van verduurzamen hoog leggen. Als landelijke gemeente gaat zij een stevige bijdrage leveren aan een verstandig klimaatbeleid.
De gemeente beseft dat rond 2050 het aardgas zo'n beetje op zal zijn en dat zij daarom vanaf heden moet toewerken naar een energieneutrale woningvoorraad die niet langer met aardgas verwarmd hoeft te worden. Zij wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door ook in te zetten op energiezuinige woningen en energiebesparing. Specifiek De nieuwe stalwoning wordt bijna energieneutraal gebouwd. Zo krijgt de woning geen aardgasaansluiting. Voorts wordt onderzocht om zonnecollectoren op het dak te plaatsen. Bovendien wordt beoogd een tal van duurzame maatregelen op te nemen om het milieu te ontlasten, zoals beperking van watergebruik en toepassing van circulair materiaalgebruik. Ook is er aandacht voor de gezondheid door onder andere geluidwering, luchtkwaliteit en thermisch comfort. Bij uitwerking van het bouwplan tot splitsing van de bestaande woonboerderij in twee wooneenheden zal in de bouwaanvraag worden opgenomen welke maatregelen op het gebied van duurzaamheid worden uitgevoerd. Conclusie De nieuwe stalwoning wordt duurzaam gebouwd. De woning wordt bijna energienetraal gebouwd. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.
3.5
Conclusie
Dit bestemmingsplan voldoet aan het geschetste rijksbeleid, omdat de mogelijkheden worden benut om de kwaliteit en vitaliteit van de groene ruimte te verbeteren. Ten behoeve hiervan heeft het rijk eerder aan de provincies gevraagd om een planologisch kader op te stellen voor het thema bebouwing in het buitengebied. Dit provinciale kader moet vastleggen welke randvoorwaarden den provincie hanteert inzake: de mogelijkheden voor hergebruik van bestaande vrijkomende bebouwing; de mogelijkheden om bestaande onbruikbare of niet-waardevolle bebouwing te saneren met behulp van nieuwbouw van woningen (ruimte-voor-ruimte) en; de mogelijkheden voor nieuwbouw gekoppeld aan een substantiële kwaliteitsverbetering van het veenweidegebied, water, landschap en/of recreatie. Met deze planontwikkeling zijn verder geen rijksbelangen gemoeid. In de provinciale Omgevingsvisie ligt het plangebied in het buitengebied. In dit bestemmingsplan wordt een vervolgfunctie naar wonen met ondergeschikte nevenactiviteiten mogelijk gemaakt zonder dat de bebouwing toeneemt. Bovendien wordt een deel van het agrarisch bouwvlak geschrapt. Hiermee wordt verrommeling tegengegaan. De woonbebouwing blijft binnen het bestaande bouwperceel en past qua aard en schaal bij wat er al is op de locatie. De ruimtelijke kwaliteit in het veenweidegebied blijft dan ook tenminste gelijk.
Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan en een functiewijziging mogelijk is op grond van het bepaalde in artikel 6.9, lid 1 (ruimtelijke kwaliteit) van de
26
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
Omgevingsverordening. Mitsdien is dit bestemmingsplan in overeenstemming met de provinciale belangen. De vervolgfunctie past op onderhavige locatie past voorts binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, zoals dat is vastgelegd in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.
Toelichting
27
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel
28
Toelichting
bestemmingsplan IJsseldijk-Noord 407, Ouderkerk aan den IJssel