Analyse oorzaken en maatregelen financieel tekort Participatiewet 2021
Tekst van het document
Analyse oorzaken en maatregelen financieel tekort Participatiewet 2021
ZK 839314/839317
Inhoud 1. Inleiding ...............................................................................................................................................2 2. Globale analyse van het tekort en mogelijke oorzaken ......................................................................3 2.1
Uitgaven en inkomsten BUIG-budget 2019-2021....................................................................3
2.2
Mogelijke oorzaken van het tekort.........................................................................................3
3. Maatregelen om het tekort op te heffen ............................................................................................5 3.1
Instroombeperkende maatregelen .........................................................................................5
3.2
Uitstroombevorderende maatregelen ....................................................................................6
3.3
Handhaving..............................................................................................................................7
4. Resultaten ingezette maatregelen 2021 en verwachte resultaten 2022 ............................................9 Afkortingen............................................................................................................................................10
Pagina 1 van 11
1. Inleiding Per kalenderjaar ontvangen gemeenten een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 69 van de Participatiewet, bekend als het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten). Dit budget is een niet geoormerkt bedrag, waarvan de kosten van algemene bijstand en de loonkosten van de loonkostensubsidies op grond van artikel 10d Participatiewet (PW) betaald moeten worden. Het macrobudget wordt vervolgens verdeeld op basis van zogenoemde objectieve factoren. Objectieve factoren zijn factoren die niet direct gerelateerd zijn aan de totale bijstandsuitgaven en die niet direct door gemeenten te beïnvloeden zijn. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal alleenstaande ouders, het aantal minderheden en het aantal corporatiewoningen in de gemeente. Gemeenten die tekorten hebben op hun BUIG-budget moeten dit in beginsel opvangen uit eigen middelen. Onder voorwaarden kunnen gemeenten een beroep doen op de Vangnetuitkering. De Vangnetuitkering wordt trapsgewijs opgebouwd, met voor elke trede een afzonderlijk risico. De eigen risicodrempel voor het vangnet over 2021 is 7,5%.
De getrapte vergoeding houdt in dat: • het tekort tussen 0% en 7,5% wordt niet vergoed en komt altijd voor rekening van de gemeente (trede 1); • het tekort tussen 7,5% en 12,5% wordt voor 50% vergoed vanuit het vangnet (trede 2); • het tekort vanaf 12,5% wordt 100% vergoed vanuit het vangnet (trede 3). Om met succes een beroep te kunnen doen op de Vangnetuitkering 2021, moet worden voldaan aan de volgende financiële en procedurele voorwaarden: a. over 2021 moet sprake zijn van een tekort dat meer bedraagt dan 7,5% van de definitief over dat jaar toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet; b. over 2019, 2020 en 2021 moet sprake zijn van een gecumuleerd tekort dat meer bedraagt dan 7,5%, berekend over alleen de definitief over 2021 toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet; c. het college moet in 2022 tijdig een verzoek indienen volgens het daartoe vastgestelde modelaanvraagformulier; d. bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft genomen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad; e.
bij een aanhoudend tekort – dat wil zeggen dat het college in een aaneengesloten periode van drie jaar meer dan één keer aanspraak wenst te maken op een vangnetuitkering – moet het college verklaren dat (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn genomen om tot verdere tekortreductie te komen. Inmiddels is gebleken dat de gemeente Krimpenerwaard in 2021 een tekort heeft van € 895.066,- op het BUIG-budget 2021 (tekort in 2019 was € 698.677,-, in 2020 was dat € 101.925,-). Als gevolg van deze aanhoudende tekorten wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder a en b. Het college van burgemeester en wethouders is voornemens om een Vangnetuitkering over 2021 aan te vragen. Deze aanvraag moet ingediend zijn voor 15 augustus 2022.
Pagina 2 van 11
2. Globale analyse van het tekort en mogelijke oorzaken 2.1Uitgaven en inkomsten BUIG-budget 2019-2021 Hieronder wordt duidelijk gemaakt hoe de rijksbudgetten zich ten opzichte van de uitgaven hebben ontwikkeld in de afgelopen jaren. Over het jaar 2021 is er een tekort van ruim € 895.066 ontstaan ten opzichte van het ontvangen rijksbudget. Tabel 1: Ontwikkeling BUIG-budget 2019 9.135.696 9.839.920 698.677 0
Rijksbijdrage BUIG Uitgaven Tekort* Vangnetuitkering
2020 10.135.821 10.237.746 101.925 0
2021 9.777.634 10.672.700 895.066 80.871**
* Tekort wordt gefinancierd vanuit gemeentelijk budget. ** Verwachting voor 2021
Slechts een deel van dit tekort zal worden vergoed vanuit de Vangnetuitkering. Er is sprake van een getrapte vergoeding. Na aftrek van het debiteurensaldo en de financiële onzekerheden (die voor rekening van de gemeenten blijven), wordt het resterende tekort tussen 7,5% en 12,5% van het definitief toegekende rijksbudget voor de helft gecompenseerd. Het tekort boven de 12,5% van de definitief toegekende rijksbudget wordt volledig gecompenseerd. In de onderstaande tabel is aangegeven wat dit betekent voor Krimpenerwaard. Tabel 2: Verwachte hoogte vangnetuitkering 2021 2021 Tekort Tekort BUIG-budget
€ 895.066
Verwachte vangnetuitkering € 80.871
Tekortdeel < 7,5% Tekortdeel 7,5%-12,5% Tekortdeel > 12,5%
€ 733.323 € 161.742 € 0
€ 0 € 80.871 € 0
2.2
100% eigen risico 50% eigen risico 0% eigen risico
Mogelijke oorzaken van het tekort
Als oorzaken van het tekort op het BUIG-budget zien wij de volgende punten: a. instroom en uitstroom; b. samenstelling van het klantenbestand. a. Instroom en uitstroom Tabel 3: Ontwikkeling klantenbestand 2019-2021, peildatum 31 december 2019 2020 Aantal PW, IOAW, IOAZ uitkeringen 630 676 Aantal PW, IOAW, IOAZ -gerechtigden incl. 756 804 partners Tabel 4: Instroom en uitstroom bijstand 2019 Instroom bijstand 178 Uitstroom bijstand 230
2020 198 151
2021 647 771
2021 163 190
Per saldo is er sinds 2021 sprake van een daling van het netto-bestand. Tegelijkertijd zijn de uitkeringslasten niet gedaald. De oorzaken hiervan zijn:
Pagina 3 van 11
-
-
Uitstroom leidt niet per definitie tot een besparing van € 14.000 (gemiddelde uitkeringslasten), doordat dit afhangt van het moment van uitstroom. Tot en met 3e kwartaal 2021 was er sprake van een toename van het bestand. Vanaf oktober 2021 begon de daling van het bestand in te zetten. Naarmate de uitstroom later in het jaar plaatsvindt, zijn de besparingen in dat jaar minder; Onderdeel van het BUIG-budget is de verstrekking van loonkostensubsidies aan werkgevers die garantiebanen realiseren, als aanvulling op de feitelijke loonwaarde van mensen met een doelgroepverklaring. De huidige praktijk laat zien dat met name loonkostensubsidies worden verstrekt aan niet-uitkeringsgerechtigden met een doelgroep verklaring. Dit betekent dat de uitgaven op het BUIG-budget toenemen, terwijl het aantal uitkeringen niet afneemt. Momenteel wordt bijna 7,6% van het totale BUIG-budget besteed aan loonkostensubsidies. Ten opzichte van 2020 is er sprake van een stijging van 1,4% (2020; 6,4%). In 2020 werd € 411.374 verstrekt ten behoeve 47 garantiebanen per 31 december 2020. In 2021 ging het om een bedrag van € 495.207 ten behoeve van 54 banen per 31 december 2021. Het aantal nieuw beschutte werkplekken is met 22 (per 31 december 2021) gelijk gebleven. De verstrekte loonkostensubsidie voor deze banen bedraagt € 250.836 in 2021 (ten opzichte van € 232.992 in 2020).
Ruim de helft van de verstrekte loonkostensubsidie wordt gedaan ten behoeve van nietuitkeringsgerechtigden.
b. samenstelling van het klantenbestand Kenmerken van het bestand: • 27% is 55 jaar en ouder; • 16% is jonger dan 27 jaar, waarvan bijna de helft een arbeidsbeperking heeft; • Van het totale jongerenbestand is 57% niet uitkeringsgerechtigd, maar doet vanwege hun arbeidsbeperking een beroep op gemeentelijke ondersteuning; • 16% is statushouder; • 40% heeft langer dan 5 jaar een uitkering; • 16% heeft korter dan 1 jaar bijstand op het moment dat men uitstroomt. De uitstroom werd met name gerealiseerd binnen de groep die net was ingestroomd tot en met de groep die ongeveer één jaar bijstand ontvangt. De samenstelling van het klantenbestand maakt dat de omvang van het bestand in de komende jaren naar verwachting langzaam zal afnemen. De begeleiding van deze doelgroepen zal steeds intensiever en langduriger worden om succesvolle uitstroom naar de arbeidsmarkt te kunnen realiseren. Tegelijkertijd moet ook vastgesteld worden dat een deel van het bestand niet meer aan het werk zal komen. Voor deze groep moeten andere vormen van zinvolle dagbesteding worden gevonden. Uitstroom naar betaald arbeid is in toenemende mate complex van aard. Dit komt doordat er een relatief eenzijdige behoefte van arbeidspotentieel op de lokale arbeidsmarkt is en doordat er vanuit het klantenbestand het aanbod steeds meer laag gekwalificeerd is.
Daarbij is ook zichtbaar dat er sprake is van klanten met meervoudige problematiek. Deze groep komt alleen succesvol aan het werk als er sprake is van intensieve begeleiding. De Krimpenerwaard heeft te maken met een relatief hoog aandeel statushouders in de bijstand als gevolg van de taakstelling. Op peildatum 31 december 2021 maken 123 statushouders (uitkeringsgerechtigden inclusief partners) deel uit van het uitkeringsbestand (16%).Ten aanzien van de doelgroep statushouders geldt dat rekening moet worden gehouden met in ieder geval 2 jaar uitkeringsafhankelijkheid.
Pagina 4 van 11
3. Maatregelen om het tekort op te heffen 3.1Instroombeperkende maatregelen In 2021 konden bepaalde activiteiten door Covid-19 maatregelen niet of nauwelijks uitgevoerd worden. In 2022 vindt extra inzet plaats waarbij de klantcontacten intensiever opgepakt worden. Maatregelen: Aanpak 27- door inzet jongerenconsulent De jongerenconsulent heeft een gerichte aanpak en kan maatwerk bieden aan jongeren. Uitgangspunt in de aanpak is dat van jongeren die nog onderwijs kunnen volgen, wordt verwacht dat ze via een opleiding hun kans op werk vergroten. Het behalen van de startkwalificatie is het minimumvereiste. Wij zetten in op het behalen van een beroepskwalificatie, zolang er nog recht op studiefinanciering bestaat. Hierdoor wordt instroom voorkomen. Hiernaast richten we ons op jongeren die afkomstig zijn van de praktijkschool (pro-onderwijs) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Samen met de praktijkschool wordt gezorgd dat deze leerlingen na de praktijkschool verder begeleid worden naar een (garantie)baan, waarmee voorkomen wordt dat ze een uitkering aanvragen. Aanpak 27+ in de Poort Iedereen die een uitkering aanvraagt, krijgt een individueel gesprek waarin rechten en plichten worden uiteengezet. Dit gebeurt in onderlinge afstemming met de re-integratieconsulent.
Indien men op basis van het oordeel van de consulent kan werken, worden direct met de re-integratieconsulent de mogelijkheden besproken of er wordt direct gematcht op een openstaande vacature. Inzet project School@Work Project van MBO Rijnland en de Sociale Werkvoorziening Promen, waarbij voortijdige schoolverlaters in een leerwerktraject geplaatst worden om alsnog een startkwalificatie dan wel deelcertificaten te halen. Na het behalen hiervan kunnen deze leerlingen veelal bij een werkgever geplaatst worden. Deze aanpak voorkomt instroom in de bijstand. Externe maatregelen: Regionale Mobiliteitsteam (RMT) Het kabinet investeert via de Tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening Covid-19 in Regionale Mobiliteitsteams (RMT) voor aanvullende werk-naar-werkdienstverlening om zoveel mogelijk mensen te begeleiden van de ene naar de andere baan, zonder in een uitkeringssituatie te belanden. Het doel van deze RMT’s is om mensen die als gevolg van Covid-19 in onzekerheid verkeren en hun baan of onderneming dreigen te verliezen of recent hebben verloren, zoveel mogelijk te ondersteunen naar een nieuwe plek op de arbeidsmarkt. Hiermee wordt werkloosheid voorkomen en duurt een eventuele uitkeringsafhankelijkheid zo kort mogelijk. In de arbeidsmarktregio MiddenHolland is het RMT medio 2021 gestart.
Het belangrijkste uitgangspunt voor dit RMT is dat de bestaande mogelijkheden en dienstverlening optimaal benut worden, er maatwerk geboden wordt, en de werkwijze binnen het werkgeversservicepunt, leerwerkloket en het werkbedrijf geborgd is. De verwachting is dat deze aanpak ter voorkoming van werkloosheid op de langere termijn bijdraagt aan de structuurversterking van de arbeidsmarktregio Midden-Holland en de samenwerking van de partners verder intensiveert. In 2022 voert het ministerie een evaluatie uit op basis waarvan de RMT-aanpak zal worden voortgezet of afgeschaald. Samenwerkingsafspraken met praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs voor de doelgroep ‘jongeren met indicatie banenafspraak’ De jongerenconsulent heeft overleg met de onderwijsinstellingen in de regio over de ‘warme’ overdracht van jongeren en het voorkomen van instroom in de bijstand. De realisatie van stageplekken, die op termijn kunnen worden omgezet in betaalde werkplekken, is hierbij van belang. Pagina 5 van 11
Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard Het Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard is een samenwerkingsverband dat zich richt op lokale ondernemers, lokale en regionale onderwijsinstellingen voor voortgezet en beroepsonderwijs, met als doel de aansluiting en samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te versterken. In deze samenwerking is er oog voor het verbeteren van de kansen en mogelijkheden van jongeren, zijinstromers en uitkeringsgerechtigden op instroom/doorstroom op de lokale en regionale arbeidsmarkt.
3.2Uitstroombevorderende maatregelen In 2021 konden bepaalde activiteiten door Covid-19 maatregelen niet of nauwelijks uitgevoerd worden. In 2022 vindt extra inzet plaats waarbij de klantcontacten intensiever opgepakt worden. Maatregelen: Klant leren kennen Er vinden op structurele basis klantgesprekken plaats. Het participatiebudget wordt ingezet voor de kwalificering voor klanten en om de afstand van klanten tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Consulenten worden verder geprofessionaliseerd door interne workshops, intervisie en casuïstiekbesprekingen met als doel een steeds hoogwaardige kwalitatieve (maatwerk)benadering naar de klant. Interne begeleidingsmethodiek Werken aan Werk Hierin worden klanten na een uitvoerige screening geplaatst in een ‘niveaugroep’. Dit geldt voor zowel bestaande als nieuwe klanten. Deze aanpak is succesvol omdat de intensiteit van het klantcontact toeneemt. De consulent leert de klant echt kennen op zijn mogelijkheden. In de Werken aan Werkmethode is een trainingscomponent verweven. Deze bestaat uit een empowerment-gedeelte waardoor deelnemers meer zelfkennis, zelfregie en zelfvertrouwen krijgen. En er is een gedeelte voor het ontwikkelen van sollicitatievaardigheden waarin deelnemers een CV maken, sollicitatiegesprekken oefenen, gebruik leren maken van het netwerk en zichzelf kunnen presenteren.
Integratie statushouders Wij investeren in de activering van statushouders vanaf de dag dat hij of zij zich vestigt binnen onze gemeente. Dit doen we door statushouders zo spoedig mogelijk te laten participeren in de samenleving. Actieve werkgeversbenadering De accountmanagers en jobhunters leggen lokale werkgeverscontacten. Deze activiteiten zijn nodig om een goede werkgeversrelatie te hebben. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de bedrijfscontactfunctionarissen Economische Zaken en worden bedrijfsbezoeken afgelegd met de wethouder Economische Zaken. Faciliteren van parttime werk Er is een verkorte aanvraagprocedure voor bijstand geïntroduceerd als er sprake is van tijdelijke terugval naar de bijstand vanuit een werksituatie. Inzet Social Return on Investment (SROI) Bij elke aanbesteding (werken, levering en diensten) wordt minimaal 1% en maximaal 5 % van de opdrachtwaarde exclusief btw ingezet wordt ten behoeve van SROI. Dit geldt bij aanbestedingen van € 200.000,- en meer. De SROI-middelen zijn onder andere ingezet om tijdelijke betaalde arbeid te financieren en het in bruikleen geven van een 14-tal computersystemen aan deelnemers aan de Werken aan Werk-trainingen.
Pagina 6 van 11
Stimuleren zelfstandig ondernemerschap Klanten met ondernemerstalenten worden gestimuleerd om via de Startersregeling, te onderzoeken of het ondernemerschap iets voor hen is. Na een grondige onderzoeksfase, onder begeleiding van een coach, kan de klant zich aanmelden voor een Bbz-traject. De uitvoering van de Startersregeling en de begeleiding vindt plaats door het Regionaal Bureau Zelfstandigen in Rotterdam. Project Kanswaard Keukentafelgesprekken met zorgklanten van Werk en Inkomen samen met de consulenten van de WMO en Jeugd, waardoor een bredere uitvraag plaatsvindt en passender dienstverlening kan worden aangeboden. Het doel van deze dienstverlening is om klanten weer te activeren en hen weer te laten meedoen door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Externe maatregelen: Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard Het Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard richt zich op lokale ondernemers, lokale en regionale onderwijsinstellingen voor voortgezet en beroepsonderwijs, met als doel de aansluiting en samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te versterken. In deze samenwerking is er oog voor het verbeteren van de kansen en mogelijkheden van jongeren, zij-instromers en uitkeringsgerechtigden op instroom/doorstroom op de lokale en regionale arbeidsmarkt. Beweegprogramma: Bureau BewegenWerkt voert een beweegprogramma uit voor mensen met een grote afstand richting werk/participatie.
Het bureau richt zich onder andere op het activeren van mensen door middel van het Beweegprogramma ‘Bewegen werkt’. Werkgevers Servicepunt (WSP) Midden-Holland De wet SUWI verplicht gemeenten en UWV om de werkgeversdienstverlening gezamenlijk uit te voeren en te werken vanuit één uitvoeringsplan. De inhoud van het uitvoeringsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Gezien de huidige situatie op de arbeidsmarkt is het van belang om flexibel te blijven. De gemeenschappelijke marktbewerking en dienstverlening heeft als doel om één gezicht te vormen naar de werkgevers in de regio en vertegenwoordigd daarmee een breed palet aan dienstverlening. Hiermee wordt de dienstverlening aan werkgevers geoptimaliseerd en wordt de kans op een baan voor een werkzoekende groter. UWV heeft een landelijk overzicht gemaakt van kansrijke beroepen. Deze bevinden zich met name in de sectoren waar voor de Covid-19 crisis al sprake was van krapte. Het WSP richt zich via branchegerichte opleidingen en leerlijnen op kansrijke sectoren. Voor werkzoekenden die onvoldoende gekwalificeerd zijn worden diverse laagdrempelige vakinhoudelijke leerlijnen ingezet die zijn ontworpen in overleg met werkgevers en gericht zijn op praktijkleren. Vanuit het regionaal offensief garantiebanen wordt speciale focus gelegd op inwoners met een arbeidsbeperking. Daarnaast is er een regionaal programma jeugdwerkloosheid.
Door het WSP worden banenmarkten en speedmeets georganiseerd evenals het regionale event Binnenkijken bij Bedrijven. De werkgeversadviseurs van het WSP voeren een actieve werkgeversbenadering uit, hebben intensieve werkgeverscontacten en bemiddelen werkzoekenden naar werk.
3.3Handhaving Er is de afgelopen jaren ingezet op handhaving en fraudebestrijding. In 2021 konden bepaalde activiteiten door Covid-19 maatregelen niet of nauwelijks uitgevoerd worden. In 2022 vindt extra inzet plaats waarbij de klantcontacten intensiever opgepakt worden.
Pagina 7 van 11
Maatregelen: Handhavingsonderzoeken: Er zijn in 2021 een 4-tal handhavingsonderzoeken afgerond. Drie onderzoeken hebben geleid tot een intrekking/beëindiging van de bijstandsuitkering en, waar van toepassing, terugvordering van onterecht verstrekte bijstand. Er zijn daarnaast ook rechtmatigheidsonderzoeken verricht. Externe fraudemeldingen zijn geanalyseerd en incidenteel zijn er waarnemingen verricht en is er geassisteerd bij afgelegde huisbezoeken van consulenten. Inzet terugvordering en verhaal: De resultaten met betrekking tot terugvordering en verhaal laten goede resultaten zien. Het aantal ontvangen vorderingen nam toe in 2021. De incassoratio (de verhouding tussen het teruggevorderde bedrag en de openstaande vorderingen) heeft zich als gevolg hiervan positief ontwikkeld. In 2021 ligt dat op 26%. Onderzoek naar verzwegen inkomen en vermogen: In 2019 is in samenwerking met het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF), dat onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een pilot onderzoek verzwegen inkomen en vermogen gestart. Over de te onderzoeken dossiers is in 2021 nog regelmatig contact onderhouden met UWV-collega’s over de stand van zaken van de onderzoeken.
Pagina 8 van 11
4. Resultaten ingezette maatregelen 2021 en verwachte resultaten 2022 Het resultaat van deze maatregelen omvat niet alleen volledige uitstroom uit de uitkering, ook is er sprake partiële uitstroom uit de uitkering en is er sprake van opwaartse dynamiek binnen het huidige klantenbestand, dat zich niet direct vertaalt in uitstroom, maar wel in arbeidsfit raken en klaar om te kunnen uitstromen. Uitvoering en beleid trekken gezamenlijk op bij het monitoren of maatregelen werken. Tabel 5: Resultaten van de ingezette maatregelen 2021
Maatregelen Instroombeperkende maatregelen Uitstroombevorderende maatregelen
Handhaving
Resultaten - Een deel van de jongeren tot 27 jaar stroomt direct door naar een garantiebaan of naar onderwijs i.p.v. naar de bijstand. - Behaald uitstroomresultaat van 190. Het uitkeringsbestand is afgenomen. - Het aantal uitkeringsgerechtigden dat parttime werkte is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2020. - Toename loonkostensubsidies ten opzichte van 2020. Voor het deel dat betrekking heeft op uitkeringsgerechtigden betekent dat een besparing op de uitkeringslasten, omdat loonkostensubsidie minder kost dan een uitkering. - Er is bespaard door duurzaam ingetrokken/beëindigde uitkeringen over 2021. Let op: de ingangsdatum kan in de loop van 2021 liggen, waardoor deze besparing niet persé een besparing over een jaar is.
Tabel 6: Verwachte resultaten 2022
Maatregelen (Aanvullende en externe) maatregelen
Verwachte resultaten Besparing van 2% op het begrote uitkeringsbudget 2022
Pagina 9 van 11
Afkortingen Bbz 2004 BUIG IOAW IOAZ Min SZW PW RBZ RISR SCP SROI UWV VNG Wajong Wsw WW WWB WWZ ZZP
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Participatiewet Regionaal Bureau Zelfstandigen Rotterdam Regionaal Instituut Sociaal Recherche Sociaal en Cultureel Planbureau Social Return on Investment Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen Vereniging Nederlandse Gemeenten Wet werk en arbeidsondersteuning jong gehandicapten Wet sociale werkvoorziening Werkloosheid Wet Wet werk en Bijstand Wet werk en zekerheid Zelfstandige zonder personeel
Pagina 10 van 11