Afdoening T26-027 - Zienswijze VRHM Jaarrekening 2025 en Begroting 2027
Tekst van het document
Beantwoording vragen commissievergadering 13 mei – Afdoening T26-027 1. De heer Vis merkt in het kader van de overhead op dat het management in de begroting ongeveer 33% van de totale lasten voor zijn rekening neemt. Hij merkt op dat het totale programma ongeveer 58 miljoen kost en dat daarvan de helft wordt besteed aan het management van de uit te voeren activiteiten. Er is een behoefte aan een nadere duiding van deze verhoudingen. Het bedrag van € 28,8 miljoen (oftewel 33% van de totale lasten) onder 'management en ondersteuning' heeft betrekking op kosten die in de programmabegroting niet aan een programmataak toegedeeld worden. De onder 'management en ondersteuning' begrote lasten bestaan uit licentiekosten, abonnementen, kapitaallasten, onderhoudskosten aan gebouwen en personeelskosten van de afdelingen Bedrijfsvoering en Directie & Staf. De genoemde kosten onder 'management en ondersteuning' zijn essentiële kosten die gemaakt worden ter ondersteuning van de wettelijke taken en activiteiten van de veiligheidsregio. Het zijn geen managementkosten. Om een beter beeld te krijgen van de overheadkosten zijn de tabellen in paragraaf 2.9.5 en eventueel de tabel in hoofdstuk 4.2 te raadplegen. De overheadkosten worden op pagina 50 conform de BBV gespecificeerd. In het kalenderjaar 2027 zijn de overheadkosten 21,5% van de totale lasten.
Dat percentage zal in de meerjarenraming tevens afnemen. 2. Waarom wordt er afgeweken van het FKGR-advies, o.a. t.a.v. de gekozen indexatie van de verwachte loonontwikkeling? De FKGR baseert zijn advies op de groei van het BBP (2,53%) en rekent hier maximaal 2% bij (advies FKGR: 4,53%). De verwachte loonontwikkeling waar het CPB vanuit gaat is 6,3%. Met een begroting die uitgaat van 64,2% personeel en 35,8% materieel (waarvoor een inflatie van 2,6% wordt gerekend), komt dat op een gemiddelde inflatie van 4,98%. De VRHM kiest er dus voor om te rekenen met de CPB-verwachting, en niet met de BBP-verwachting + 2%. Volgens de VRHM zou het volgen van het FKGR-advies een extra bezuinigingsopgave van 700.000 euro betekenen. 3. Mede in het licht van het bovenstaande is er behoefte aan een nadere duiding over de ruime vulling van de reserves. Reserves worden alleen ingericht als er daadwerkelijk een reden voor is. Als de reserves voor weerbaarheid en bedrijfscontinuiteitsmanagement nu niet zouden worden ingericht, zou de VRHM hiervoor met een financieringsvraag langs alle gemeenten moeten. Het totale overzicht van de bestemmingsreserves is terug te vinden op pagina’s 56-58 van de voorlopige jaarstukken. Een samenvatting hiervan:
4. Is er nagedacht over plafonds van bestemmingsreserves en op basis van welke criteria vloeien de middelen terug naar de deelnemende gemeenten? (T26-027). Op dit moment is geen plafond ingesteld. Conform de financiële verordening van de VRHM worden er alleen plafonds ingesteld voor bestemmingsreserves voor investeringsvoornemen. Daarvan is nu geen sprake. Terugvloeiing van middelen vind plaats als er een resultaat is en de resultaatbestemming
daarover spreekt. Voor dit jaar is een terugvloeiing van 400.000 euro vanuit de Algemene Reserve voorzien, naast de terugvloeiing van 147.000 euro van het positieve jaarresultaat.