CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Afdoening T24-060 - Beantwoording inspreekvragen OV-commissie

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Locatiekeuze De Kromme Draai - voorbereidingskrediet784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO MEMO AAN MEMO VAN TEAM

Gemeenteraad Krimpenerwaard Andre Stuit / Jeroen v.d. Spek Team Projecten

CC DATUM ONDERWERP

22 mei 2024 beantwoording vragen insprekers De Kromme Draai

Vraag 1. hoe zit het met het geuronderzoek van de rioolzuivering? Is dit wel over langere tijd gemeten en bij welke omstandigheden? Het geuronderzoek is door onafhankelijk onderzoeksbureau Olfasense uitgevoerd (nov. 2020). De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de emissiefactoren en gegevens die zijn verstrekt door de beheerder van de rioolwaterzuivering, het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De invloed van de geuremissie op de omgeving is berekend met het Nieuw Nationaal Model en getoetst aan de geurnormen die op de rioolzuivering van toepassing zijn. Het Nieuw Nationaal Model beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer op basis van het Gaussich pluimmodel. Dit is een lange termijnberekening en de beschouwde periode betreft minimaal een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens bestaan uit uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, windsnelheid, zonne-instraling en temperatuur. Het model berekent op verschillende punten de emissiewaarde voor elk afzonderlijk uur van de beschouwde periode. Hieruit wordt berekend gedurende welk percentage van de jaarlijkse uren (de overschrijdingsfrequentie) een bepaalde uurgemiddelde immissieconcentratie wordt overschreden. Dit wordt weergegeven als ‘geurcontour’.

De geurcontour waarbuiten de nieuwe school gebouwd zou worden, laat zien dat het aspect geur geen enkele belemmering vormt. Vraag 2. is er contact geweest met de rioolzuivering / Hoogheemraadschap over hun plannen op de langere termijn? Nee. Als er op het voetbalveld een ontwikkeling volgt, dan is het juist aan rioolzuivering en hoogheemraadschap om bij hun toekomstige ontwikkelingen hiermee rekening te houden. Vraag 3. Is er meer inzage in de verdieping van scenario 3? De inpassingsstudie van ICS? De stedenbouwkundige schets voor inpassing op ASV-locatie kan gedeeld worden. (zit al bij stukken van de raad) Vraag 4. Is de (eerste) businesscase studie van ICS beschikbaar voor inzage? Eerste rapport ICS kan gedeeld worden. (Is al eerder met raad gedeeld) Vraag 5. welke normen worden gehanteerd voor de renovatievariant, scenario 1? Worden daarbij dezelfde kengetallen gebruikt als bij nieuwbouw, scenario 3? Het doel is om vergelijkbare kwaliteit te realiseren. Dus vernieuwbouw, scenario 1, moet zoveel als mogelijk resulteren in nieuwbouwkwaliteit. Frisse Scholen Klasse B is daarbij een belangrijk eisenpakket, waarbij moet worden voldaan aan de gestelde eisen m.b.t. ventilatie, daglicht, temperatuur en andere comforteisen. Als gevolg daarvan zijn ook grondige ingrepen noodzakelijk om bv. de isolatiewaarde van het dak, vloer en gevel sterk te vergroten.

676341 / 1370316 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

Vraag 6. Is de school feitelijk en gericht onderzocht bij het verdiepingsonderzoek, scenario 1 Ja. Zo degelijk mogelijk als maar kan bij een school die in gebruik is. De school is daarbij technisch geschouwd. Vraag 7. Wie gaat de samenwerking met de verenigingen betalen? Samenwerking an sich kost geen geld. Alle partijen zijn verantwoordelijk voor hun eigen inzet bij samenwerking. Vraag 8. Wat gaat het plan (scenario 3) voor het dorp opleveren? Meerwaarde voor de school, kinderopvang, bibliotheek, ijsclub en ASV omdat zo’n cluster van voorzieningen elkaar versterkt (inhoudelijk samenwerking / delen van voorzieningen). Daarnaast ontstaat een gunstige achterblijflocatie voor het realiseren van een verder uit te werken woningbouwplan. Vraag 9. Wat gebeurt er met de achterblijflocatie? Wat zijn de plannen? Blijft dit voldoende groen en ruimtelijk? Er zijn nog geen plannen voor de achterblijflocatie, behalve dat het logisch lijkt hier een woonfunctie aan te geven. Planvorming start pas na een besluit over verhuizing van de school. Bij planvorming voor een concrete locatie speelt participatie een rol. Dat groen en spelen op die locatie mogelijk moeten blijven, dat is ook vanuit de gemeente een wens. Vraag 10. Hoe wordt het parkeren opgelost bij de sportvelden als de school er komt? Moet nog verder uitgewerkt worden.

De eerste verkennende inpassingsstudie door Rho adviseurs uit Rotterdam laat zien dat parkeren goed kan worden ingepast en dat een soepele verkeersafhandeling mogelijk is, inclusief de inpassing van een Kiss&Ride zone. Vraag 11. Moet het plan niet integraler worden bekeken? Dus ook met woningbouw, inclusief het financiële plaatje? De afweging voor scenario 1 en 3 is integraal op hoofdlijnen, waarbij ook fictieve woningbouwplannen en globale berekeningen zijn meegenomen. Het detailniveau van deze verkenning past bij de fase waarin we nu zitten. Het verder en concreter uitwerken van een woningbouwplan kan pas bij de feitelijke aanwijzing van een locatie en de randvoorwaarden die daarbij aan de orde zullen zijn. Vraag 12. Hoeveel woningen zijn er mogelijk op de achterblijflocatie? Dit is nu slechts fictief en bij benadering uitgewerkt en daarom nog niet representatief. Dat kunnen we pas doen als de locatie is aangewezen en de randvoorwaarden en een beoogd woningbouwprogramma zijn gedefinieerd.

pag. 2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=af8a4c65-d813-43ea-95cf-fc65ca6c43fb