Afdoening T23-185, 186, 187, 188, 190 en 191 APV krimpenerwaard 2023
Tekst van het document
Afdoening T23-185, 186, 187, 188, 190 en 191 Wijzigingen Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Krimpenerwaard 2023 Wethouder van der Hek zegt toe voor de toekomst de mogelijkheden te willen onderzoeken om met een APV in begrijpelijke taal te komen, in navolging van de voorbeelden van de gemeente de Bilt en Roosendaal en de raad hierover te informeren. (T23-185)
Ondanks dat de APV op een aantal punten is aangepast om de leesbaarheid te verbeteren, kan dit op sommige punten nog scherper. Zo ook bijvoorbeeld door een begeleidend document met uitleg over de APV in begrijpelijke taal.
Wethouder van der Hek zegt toe na te gaan of er een inhoudsopgave toegevoegd kan worden aan de APV om deze leesbaarder te maken. (T23-186)
Bij publicatie van de APV wordt automatisch een inhoudsopgave aangemaakt. Zie Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard 2018 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) de publicatie op overheid.nl. De meeste gemeenten, waaronder wij in het verleden, hebben ervoor gekozen om deze ook als vaste inhoudsopgave te gebruiken omdat dit de gebruikelijke manier is om de APV te raadplegen.
Wethouder van der Hek zal de vraag van de PK, of artikelen die nu overbodig lijken te zijn verwijderd kunnen worden zodat deleesbaarheid verbetert (zoals die waar staat ‘vervallen’ of ‘gereserveerd’), schriftelijkbeantwoorden. (T23-187)
Bij het maken van deze APV is gebruik gemaakt van het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Niet alle artikelen hiervan zijn overgenomen. Daarom staat bij die artikelen ‘niet opgenomen’, ‘vervallen’ of ‘gereserveerd’ geschreven. Dit heeft tot voordeel dat wanneer de gemeenteraad in de toekomst besluit die artikelen toch op te nemen, deze tekst zonder problemen kan worden ingevoegd.
Wethouder van der Hek komt met eenschriftelijke reactie op de vraag van de fractie van LK, waarom op zoveel plaatsen expliciet afgeweken wordt van de hoofdregel vanpositieve fictieve beschikking bij niet tijdigbeslissen. (T23-188)
Regel is enkel opgenomen waar de VNG dit adviseert en waar dus een reden moet zijn om hiervan af te wijken.
Het opstellen van een begeleidend stuk zoals de Gemeente Roosendaal heeft gedaan is een optie die op relatief korte termijn gerealiseerd kan worden. Dit gaat om een korte uitleg, als ware een leeswijzer, voor de APV. Dit kan worden toegevoegd aan het stuk over de APV op de gemeentesite waardoor het eenvoudig vindbaar is voor bewoners.
Voor het uitvoeren van sommige activiteiten is toestemming nodig. Dat gaat in de vorm van een vergunning of een ontheffing. Hiervoor moet eerst een aanvraag worden gedaan. De hoofdregel is dat de gemeente maximaal 8
weken de tijd hebben om op een aanvraag te beslissen. Als er niet op tijd is beslist op een aanvraag, heeft u in sommige situaties automatisch toestemming. In juridische taal heet dat een positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen, ook wel ‘lex silencio positivo’ (LSP) genoemd.
Wethouder van der Hek zal de vraag waarom in artikel 4.3 lid 6 het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting verhoogd is van 55 dB(A) naar 70 dB (A) en 85 dB(C),schriftelijk beantwoorden. (T23-190)
In het verleden was de LSP een voordeel voor de burger en een gegeven voor de gemeente. Daar is in maart 2009 een verandering gekomen middels de Dienstenwet waarin toentertijd is vastgelegd (Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3) dat de LSP een officieel juridische mogelijkheid is die gemeentes wordt geboden ten behoeve van het verminderen van de regeldruk. De LSP is niet meer alleen een gegeven voor de burger. De gemeente zelf kan in het kader van de regeldrukvermindering er bewust voor kiezen om aanvragen te laten verlopen waardoor de vergunning van rechtswege is (of wordt) verleend. Hier mag van de Gemeentewet alleen bewust door gemeentes voor worden gekozen als het vergunningverlening betreft die binnen de reikwijdte valt die in de Dienstenwet is aangegeven. Het gaat dan om eenvoudige vergunningen. De verhoging naar 70 dB(A) is bedoeld voor de festiviteiten die buiten plaatsvinden en niet de festiviteiten die binnen plaatsvinden. Dat het geluidsniveau verhoogd is van 55 dB(A) naar 70 dB(A) heeft te maken met de mogelijkheid om ook festiviteiten buiten het gebouw te laten toestaan. De toevoeging van het geluidsniveau in dB(C) is om te voorkomen dat de hoeveelheid lage bassen in de muziek te veel wordt. Dit is na overleg met de ODMH op deze manier nog duidelijker vormgegeven in artikel 4.3: Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1.
Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden, waarvan maximaal 6 maal (ook) in de buitenruimte, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. De equivalente geluidsniveaus LAeq en LCeq veroorzaakt door de inrichting bedragen niet meer dan 55 dB(A) en 70 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. Bij incidentele festiviteiten in de buitenruimte bedragen de equivalente geluidsniveaus LAeq en LCeq veroorzaakt door de inrichting niet meer dan 70 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 8.
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde, zevende en negende lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) muziektoeslag. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 9. In geval er aanpandige woningen zijn, mag het equivalente geluidsniveau LaeqT, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 40 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning. 10. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.
11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid, indien het gaat om festiviteiten die in de binnenruimte plaatsvinden, blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Met een splitsing voor activiteiten binnen/ buiten is het onderscheid duidelijker. De normen zijn zo dus enkel scherper geworden (toevoeging dB(C)) en voor activiteiten in de buitenruimte is inderdaad een noodzakelijke andere norm. Wethouder van der Hek zegt toe de technische vragen die niet beantwoord zijn schriftelijk te zullen beantwoorden voor de behandeling in de raad van 9 januari 2024. (T23-191)
Bestaan afdeling 2. Vergunning seksbedrijf In de huidige situatie is het prostitutiebeleid in Nederland gedecentraliseerd. Op basis van de artikelen 149 (zie noot 20) en 151a (zie noot 21) van de Gemeentewet kunnen vormen van (exploitatie van) prostitutie door middel van gemeentelijke vergunningen worden gereguleerd. Gemeenten kunnen desgewenst een restrictief beleid voeren. Zij kunnen bijvoorbeeld een maximumbeleid voeren en bestemmingsplannen gebruiken om de vestiging van seksinrichtingen te reguleren. Hoewel gemeenten thans niet de mogelijkheid hebben om alle prostitutie in hun gemeente te verbieden, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag is, zijn er gemeenten zijn waar feitelijk sprake is van een nulbeleid. Dat betekent dat de gemeente zodanige voorwaarden hanteert dat vestiging van een prostitutiebedrijf in de praktijk niet mogelijk is. Dit is precies zoals het nu opgenomen is in de APV. Het is verplicht om een vorm zoals deze te hanteren, ook is dit onderdeel van de Beleidsregels Wet Bibob Krimpenerwaard 2022. Schrappen artikel over verboden lachgasgebruik (artikel 2:48a). Sinds 1 januari 2023 is lachgas een softdrug. Gebruik van lachgas valt voortaan onder artikel 2:78a Openlijk drugsgebruik. Omdat dit wetgeving is die boven de lokale APV staat moet dit eruit omdat de landelijke wetgeving leidend is. Opnemen maximaal aantal kleine objecten.
Dit is losgelaten in de modelverordening omdat kleine objecten beperkte hinder/ onveiligheid
opleveren. Maar dit kan ook blijven zoals het was, dus met de max van 2 vergunningsvrij. Vergunningsverleners zijn ook akkoord dat dit blijft zoals het was. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a APV onverbindend. Artikel staat nu op gereserveerd, wat als voordeel heeft dat bij mogelijke ontwikkelingen in de toekomst, denk aan een andere uitspraak van de hoge raad o.i.d. het artikel weer eenvoudig opgenomen kan worden.