CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies tiny house Zuidbroek 138.pdf

Oordeelsvorming R&F (RZ) 7 december 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Vragenhalfuur (30 min)2.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard

Advies bestemd voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard

Betreft:

Het bezwaarschrift van de heer M. Gilberts, mevrouw I. van Vliet en mevrouw A.C.M. van Royen, wonende te Bergambacht, gedateerd op 14 mei 2021 en gericht tegen de besluiten van het college d.d. 29 april 2021, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd die strekt tot het verwijderen van het tiny house op het perceel Zuidbroek 138-138b te Bergambacht

Datum:

2 september 2021

Partijen:

de heer M. Gilberts, mevrouw I. van Vliet en mevrouw A.C.M. van Royen (hierna: bezwaarmakers) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard, vertegenwoordigd door mevrouw mr. K.J.L. van Welzen

Samenstelling commissie:

De heer mr. R. Brandwijk, voorzitter De heer drs. H. van Dijk, lid De heer mr. J.M. Smits, lid Mevrouw mr. H.J.C.M. Kosman, secretaris

De Commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard (hierna: Commissie), belast met de advisering over de beslissing op bezwaar als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), heeft de op het geschil betrekking hebbende stukken, zoals deze voor belanghebbenden ter inzage hebben gelegen, bestudeerd en is tot het volgende advies gekomen: I De feiten - Op 3 september 2020 wordt formeel vastgesteld dat achter de woning Zuidbroek 138 in Bergambacht op een locatie met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ een tiny house is geplaatst. - Bij brief van 8 september 2020 meldt het college aan de heer Gilberts en mevrouw Van Vliet als bewoners van het tiny house en mevrouw Van Royen als perceeleigenaar dat het tiny house zonder de vereiste omgevingsvergunning is geplaatst en verzoekt het tiny house te verwijderen. - Op 5 november 2020 wordt geconstateerd dat het tiny house niet is verwijderd. - Bij brief van 8 december 2020 bericht het college bezwaarmakers voornemens te zijn een last onder dwangsom op te leggen strekkende tot verwijdering van het tiny house. - Bij brief van 21 december 2020 maken bezwaarmakers hun zienswijze kenbaar over het voornemen een last onder dwangsom op te leggen. - Op 24 februari 2021 wordt geconstateerd dat het tiny house niet is verwijderd.

- Bij brief van 29 april 2021 legt het college in twee afzonderlijke besluiten een last onder dwangsom op aan de heer Gilberts en mevrouw Van Vliet enerzijds en mevrouw Van Royen anderzijds, welke last is gericht op verwijdering van het tiny house. - Bij brief van 14 mei 2021 maken bezwaarmakers gezamenlijk bezwaar tegen beide besluiten. - Bij brief van 21 mei 2021 vragen bezwaarmakers het college de last onder dwangsom op te schorten totdat een besluit op hun bezwaar is genomen. - Bij besluit van 28 mei 2021 verlengt het college de begunstigingstermijn tot zes weken na het besluit op bezwaar. 1

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard -

Na de hoorzitting op 2 september 2021 heeft de Commissie enkele aanvullende vragen gesteld aan het college. Op 7 september 2021 heeft het college per e-mail gereageerd op de vragen van de Commissie. Tevens heeft het college desgevraagd stukken toegestuurd over het handhavingsverzoek dat over het tiny house is ingediend. De reactie van het college en de (geanonimiseerde versie van de) stukken over het handhavingsverzoek heeft de Commissie naar bezwaarmakers gezonden. Op 13 september 2021 hebben bezwaarmakers hierop gereageerd.

II De bezwaren In het bezwaar wordt, kort samengevat, het volgende aangevoerd: 1. Door de ambivalente houding van de gemeente is onduidelijk wat het standpunt van het college over het tiny house van bezwaarmakers is. 2. De beleidsregels voor het tijdelijk plaatsen van tiny houses in Krimpenerwaard zijn tegenstrijdig. 3. De door de gemeente aangeboden alternatieve locaties zijn niet passend. Een tijdelijke vergunning voor de huidige locatie is, ook gezien de unaniem aangenomen raadsmotie, daarom het meest reëel. 4. Bezwaarmakers kennen het handhavingsverzoek dat over het tiny house is ingediend niet en weten daarom niet of degene die een verzoek om handhaving heeft ingediend belanghebbende is en een actueel belang heeft. III Verweer college In reactie op het bezwaar heeft het college, kort samengevat, het volgende aangevoerd. Ad 1: Het tiny house van bezwaarmakers is nooit gedoogd. Er is ook niet de indruk gewekt dat het bouwwerk hier kan blijven staan. In eerste instantie stond het tiny house in de voortuin. Op verzoek van de wethouder is het naar de achterzijde verplaatst. Anders dan de wethouder verzocht is het tiny house niet direct achter de woning binnen de bestemming ‘Wonen’, maar verder op het perceel op een locatie met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ geplaatst.

Ad 2: Sinds 27 maart 2021 gelden de Beleidsregels tijdelijke tiny houses Krimpenerwaard 2021 (hierna: beleidsregels). De locatie van het tiny house voldoet niet aan de beleidsregels. De bepalingen in de beleidsregels waarnaar bezwaarmakers verwijzen zijn beide van toepassing en niet tegenstrijdig. Ad 3: Zoals in een motie door de gemeenteraad is gevraagd, heeft het college alternatieve locaties gezocht. Er zijn twee locaties voorgesteld aan bezwaarmakers, maar zij hebben hier niet mee ingestemd. In het bezwaarschrift wordt voor het eerst een (summiere) reden opgegeven waarom deze locaties niet geschikt zouden zijn. Bezwaarmakers lijken alleen de huidige locatie geschikt te vinden. Het college wil geen tijdelijke vergunning verlenen voor deze locatie, omdat een extra woning op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ onwenselijk is. De recent vastgestelde beleidsregels bieden ook niet de mogelijkheid om voor deze locatie een vergunning te verlenen. Ad 4: De indiener van het handhavingsverzoek heeft gevraagd om anonimiteit. Het college heeft dit verzoek gerespecteerd. Het handhavingsverzoek voldoet aan de wettelijke criteria. Het handhavingsverzoek is niet het startpunt geweest van het handelen van het college. Het college wist al van de aanwezigheid van het tiny house.

Het college heeft een beginselplicht tot handhaving en ziet geen reden om in dit geval af te zien van handhaving.

2

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard IV Toepasselijke regelgeving  Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo)  Beleidsregels tijdelijke tiny houses Krimpenerwaard 2021 (Beleidsregels) V De ontvankelijkheid De bestreden besluiten zijn besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het belang van bezwaarmakers is rechtstreeks bij de bestreden besluiten betrokken. De bestreden besluiten zijn bekendgemaakt op 29 april 2021. De bezwaren zijn ingekomen op 14 mei 2021 en zijn dan ook binnen de in artikel 6:7 van de Awb genoemde termijn van zes weken ingediend. Het bezwaarschrift voldoet aan de eisen van artikel 6:5 van de Awb. De Commissie is van oordeel dat bezwaarmakers in hun bezwaar kunnen worden ontvangen. VI Inhoudelijke beoordeling De Commissie heeft het bezwaar behandeld in een openbare zitting op 2 september 2021. Van deze zitting is een digitale geluidsopname gemaakt, die dient als verslag. Schriftelijke verslaglegging van de hoorzitting blijft in beginsel achterwege. De Commissie ziet zich voor de vraag gesteld of het college terecht en op goede gronden over heeft kunnen gaan tot de besluiten van 29 april 2021, waarbij is besloten tot het opleggen van een last onder dwangsom strekkende tot het verwijderen van het tiny house.

Op basis van het dossier en het besprokene ter zitting overweegt de Commissie het volgende. Niet in geschil is dat sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c van de Wabo. Het tiny house is zonder de vereiste omgevingsvergunning geplaatst. Het tiny house is in strijd met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ die ter plaatse geldt op grond van het bestemmingsplan Buitengebied 2011 dat op 13 december 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Bergambacht. Een tiny house is volgens de doeleindenomschrijving (artikel 3.1.1 van de planregels) niet toegestaan. Een dergelijk bouwwerk is bovendien in strijd met de bouwregels (artikel 3.2) van het bestemmingsplan. Gelet op het algemene belang dat is gediend met handhaving is het college in geval van een overtreding van een wettelijk voorschrift verplicht daartegen handhavend op te treden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Bijzondere omstandigheden die leiden tot uitzonderingen op de beginselplicht tot handhaving zijn met name:  Er is concreet zicht op legalisatie: de verboden activiteit wordt binnenkort legaal.  Handhaving is onevenredig in verhouding tot het daarmee te dienen doel.  Handhaving is in strijd met (andere) algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.

Er is in dit geval geen concreet zicht op legalisatie. De recent vastgestelde beleidsregels staan een legalisering in de weg. Er is geen sprake van een overtreding van geringe aard en ernst. Ook anderszins is er naar het oordeel van de Commissie geen reden om aan te nemen dat handhaving in dit geval onevenredig is. De Commissie acht handhaving niet in strijd met het vertrouwensbeginsel. Uit het dossier is de Commissie niet gebleken dat een onvoorwaardelijke toezegging is gedaan, met de strekking dat het tiny house op de huidige locatie mag blijven staan. Wel blijkt uit de reactie op de ingediende zienswijze in de bestreden besluiten dat het tiny house direct achter de woning geplaatst dient te worden binnen de bestemming ‘Wonen’. Door het tiny house achter op het perceel te plaatsen in de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is niet gehandeld naar het voorstel van het college, maar wel in strijd met het bestemmingsplan.

3

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard Over de vraag of het gelijkheidsbeginsel een belemmering vormt om te handhaven overweegt de Commissie het volgende. Uit het dossier blijkt dat er in de gemeente Krimpenerwaard andere tiny houses zijn waarin (mogelijk) wordt gewoond, namelijk in Krimpen aan de Lek en in Ouderkerk aan den IJssel. Desgevraagd heeft het college aangegeven dat voor het tiny house in Krimpen aan de Lek een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend, omdat de bewoners mantelzorg verlenen. Over het tiny house in Ouderkerk aan den IJssel heeft het college aangegeven dat dit niet bekend is bij de gemeente en dat er ook geen melding of klacht over is ingediend. In deze reactie ziet de Commissie een aanwijzing dat de reden om handhavend op te treden tegen het tiny house van bezwaarmakers is dat daartegen een handhavingsverzoek is ingediend. Daarbij heeft de Commissie in aanmerking genomen dat op internet informatie te vinden is over het tiny house in Ouderkerk aan den IJssel, waaronder de situering ervan. Uit de door het college overgelegde stukken blijkt dat het handhavingsverzoek op 17 juli 2020 is ingekomen.

Op 8 september 2020 is het handhavingstraject gestart met een brief van het college, waarin bezwaarmakers worden gewezen op het feit dat het tiny house zonder de vereiste omgevingsvergunning is geplaatst en verzocht wordt het tiny house te verwijderen. Ook deze volgorde wijst erop dat het handhavingsverzoek de reden is waarom het college handhavend optreedt tegen het tiny house van bezwaarmakers. Op grond van het voorgaande concludeert de Commissie dat geen sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel, nu er voor het tiny house van bezwaarmakers een handhavingsverzoek is ingediend en niet is gebleken dat dat voor andere tiny houses in de gemeente Krimpenerwaard ook het geval is. Wel ziet de Commissie hierin aanleiding het handhavingsverzoek nader te beschouwen. Degene die heeft verzocht handhavend op te treden tegen het tiny house van bezwaarmakers heeft het college gevraagd diens identiteit niet bekend te maken. Daarom heeft alleen de Commissie integraal kennisgenomen van de overgelegde stukken over het handhavingsverzoek. Bezwaarmakers hebben de geanonimiseerde versie van deze stukken gekregen. Op basis van deze stukken overweegt de Commissie dat - voor zover degene die om handhaving verzoekt als belanghebbende kan worden aangemerkt - deze persoon een beperkt belang bij handhaving heeft.

De afstand tussen het tiny house en de woning van de verzoeker om handhaving bedraagt circa 280 meter. De aanwezige begroeiing beperkt het zicht op de achtertuin van de verzoeker om handhaving. Van een aantasting van de privacy kan daarom naar het oordeel van de Commissie niet of nauwelijks sprake zijn. Het college heeft dan ook niet zonder nadere motivering kunnen besluiten handhavend op te treden tegen het tiny house. Het college dient inzichtelijk te maken hoe het algemeen belang dat is gediend met handhaving en de belangen van bezwaarmakers worden gewogen en welk gewicht het college aan welk belang van verzoeker om handhaving toekent. Ten overvloede merkt de Commissie op dat er veel ruis is ontstaan in het voortraject. Door een duidelijkere communicatie in het voortraject over de status en voorwaarden van een pilot had het college handhaving mogelijk kunnen voorkomen. Ook roept de gang van zaken vragen op over hoe het college mede in het licht van het vastgestelde beleid omgaat en om wil gaan met andere tiny houses binnen de gemeentegrenzen, zeker nu uit de stukken blijkt dat deze (mede) worden gebruikt voor verblijfsrecreatie. VII Conclusie De Commissie concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De Commissie acht het bezwaar deels gegrond.

4

Onafhankelijke Commissie voor de Bezwaarschriften van de gemeente Krimpenerwaard VIII Advies De Commissie adviseert: 1. bezwaarmakers in hun bezwaar te ontvangen; 2. het bezwaar deels gegrond te verklaren; 3. het bestreden besluit te heroverwegen met inachtneming van dit advies. Schoonhoven, 12 oktober 2021 De Commissie bezwaarschriften Krimpenerwaard, De secretaris,

De voorzitter,

Mw. mr. H.J.C.M. Kosman

Dhr. mr. R. Brandwijk

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=066b8131-604c-4af1-8588-8e5c5b2cbdce