Abc advies 22 092 kw d.d. 13 januari 2023
Tekst van het document
Stichting Abc Postbus 357 3440 AJ WOERDEN 06- 427 417 90 info@abcommissie.nl www.abcommissie.nl
uw email van: 12 december 2022 uw kenmerk: ons kenmerk: 22 092 kw betreft: transitie melkgeitenbedrijf MooiMekkerland aanvrager: VOF Verhoef: de heer G. Verhoef, mevrouw M. Verhoef-Könning, de heer H.D. Verhoef en mevrouw M.C. Verhoef-Booij locatie: Koolwijkseweg 6 te Stolwijk adviesaanvraag ontvangen: 12 december 2022
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard
Woerden, 13 januari 2023
Geacht college,
Aanvraag Uw adviesaanvraag betreft de transitie van een melkgeitenbedrijf op de locatie als hierboven is vermeld. U verzoekt ons advies over, samengevat, de vraag of met de voorliggende aanvraag sprake is van een doelmatige voortzetting en volwaardige agrarische bedrijfsvoering en de vraag of de bestaande bebouwing noodzakelijk daarvoor is. Leden van de Agrarische beoordelingscommissie hebben voornoemd bedrijf bezocht op 16 december 2022 en met de heren G. en H.D. Verhoef en hun adviseur, de heer A. Verstoep, de aanvraag en bedrijfssituatie besproken. Bestemmingsplan Het perceel ligt binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ (oorspronkelijk gemeente Vlist). Op het perceel rust de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. De als zodanig aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor: a. reële grondgebonden graasdierbedrijven en c. agrarisch aanverwant gebruik, zoals het beweiden van dieren, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering (artikel 3, lid 3.1.1, onder a. en c.). Binnen genoemde bestemming zijn gebouwen onder voorwaarden uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak (artikel 3, lid 3.2.1, onder a).
Agrarische bedrijfsgebouwen, waaronder mede begrepen bedrijfswoningen, mogen uitsluitend worden gebouwd indien de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering deze noodzakelijk maakt en de omvang ervan is afgestemd op de gewenste/noodzakelijke bedrijfsomvang, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voormalig agrarisch bedrijf' (artikel 3, lid 3.2.1, onder e). In de begrippen (artikel 1) worden de volgende voor de aanvraag relevante definities vermeld:
K.v.K. Woerden: nr. 41170098
BTW-id: NL806251165B01
Bankrekening: IBAN NL49 INGB 0006 3199 49
1.8 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarop een bedrijfsmatige, op de markt gerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage levert aan de inkomensvorming; met betrekking tot deze regels worden onder het begrip agrarisch bedrijf niet begrepen agrarische hulp- of nevenbedrijven en landelijke bedrijven. 1.36 graasdierbedrijf: een agrarisch bedrijf dat afhankelijk is van grasland vanwege het beweiden van dieren zoals rundvee, schapen, geiten of grasverkoop. 1.37 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.66 paardenhouderij: het houden van paarden en pony's ten behoeve van: a. het produceren van deze dieren, geschikt voor bepaalde taken zoals hengstenstations, opfokbedrijven, handelsstallen en africht- en trainingsstallen (productiegerichte paardenhouderij). b. het gebruiken van dieren, zoals ten behoeve van pensionstallen, verhuurbedrijven, rijscholen en maneges (gebruiksgerichte paardenhouderij).
1.74 reëel agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat, gelet op het aantal dieren, hoeveelheid grond en/of inrichting past bij ten minste een halve arbeidskracht. 1.90 volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarin, gelet op het aantal dieren, hoeveelheid grond en/of inrichting, een volwaardige arbeidskracht gedurende het hele jaar een volledige dagtaak vindt en dat voldoende bestaansmogelijkheden biedt om duurzaam bij wijze van hoofdberoep te worden geëxploiteerd. Huidige situatie De heer G. Verhoef (34 jaar), zijn echtgenote mevrouw M. Verhoef-Könning (34 jaar), zijn vader H.D. Verhoef (69 jaar) en diens echtgenote, mevrouw M.C. Verhoef-Booij (70 jaar), exploiteren als vennootschap onder firma een melkgeitenbedrijf onder de bedrijfsnaam ‘Melkgeitenbedrijf MooiMekkerland’. Het bedrijf is opgericht in 1999/2000 als geitenbedrijf met circa 600 melkgeiten en in navolgende jaren doorgegroeid tot een accommodatie voor circa 2.000 melkgeiten en 500 opfokgeiten. Naast de arbeid door genoemde ondernemers worden de werkzaamheden verricht door 2 vaste medewerkers voor in totaal 70 uren per week. Voor de bedrijfsvoering beschikt de firma volgens het ‘Formulier Bedrijfsgegevens Aanvrager’ over in totaal circa 56 hectare land. Daarvan is circa 44 hectare in eigendom en wordt circa 12 hectare los gehuurd.
Van de totale oppervlakte betreft circa 1 hectare bouwland, circa 48 hectare is in gebruik als grasland en circa 8 hectare betreft erf, paden en sloten. De veestapel in de nieuwe situatie en de aanwezige bebouwing en voorzieningen zijn in de volgende tabel weergegeven (waarbij de situatietekening SI-01 en de tekening ‘Verantwoording bebouwingen’ van Verstoep van 13 december 2022 als basis dienen):
Advies Abc 22 092 kw d.d. 13 januari 2023
2
Bebouwing / voorziening
Melkgeitenstal: Aa en B C: (buiten bouwvlak) Opfokstal en mechanisatie: DA: DA1: Db: F: (deels buiten bouwvlak) Loods en wagenberging: G:
Oppervlakte afgerond (voorzover bekend)
Aantal en soort dieren en/of functie
2.850 m2
812 geiten en 807 schapen Voerkeuken, voerbunkers en stro-opslag
400 m2 73 m2 600 m2 400 m2
werkplaats en dagbesteding zorg melkverwerking / kaasmakerij 55 zoogkoeien en jongvee opfokschapen voerkeuken
950 m2
95 opfokpaarden (25 volwassen dieren; 70 tot 3 jaar) machineberging Voerkeuken (buiten bouwvlak)
400 m2 Achterterrein: H2: Ha: Overige: L: M: N: O:
85 m2 46 m2 63 m2
P: Q: R: S: T:
25 m2 60 m2 25 m2 35 m2 23 m2
Sleufsilo (buiten bouwvlak) Opslag vaste mest (buiten bouwvlak) Bedrijfswoning Diverse bedrijfsopslag Priveberging bij bedrijfswoning Boerderijwinkel met bijruimten in aanbouw aan bedrijfswoning Paardenstal (hobby) Zoogkoeienstal Tunnelkas moestuin Opslag hooi en stro Mestopslag
De bedrijfswoning (gebouw L) wordt bewoond door de heer G. Verhoef en zijn gezin en zijn beide ouders. Aan de voorzijde op de eerste verdieping in geitenstal Aa is een appartement gesitueerd dat eerder door de heer G. Verhoef en zijn gezin werd bewoond, maar nu leeg staat. In de toekomst wil men dit leegstaande appartement verhuren voor gebruik als B&B, echter deze plannen zijn nog niet concreet. Reden van de aanvraag / plan / nieuwe situatie Directe reden voor de aanvraag is een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 april 2022 waarin eerdere gerechtelijke uitspraken worden bekrachtigd dat het maximumaantal te houden melkgeiten overeen dient te stemmen met het aantal waarvoor in 2001 vergunning is verleend, te weten 812 melkgeiten. Aanvrager heeft sedertdien zijn bedrijf vergund en onvergund uitgebreid om uiteindelijk circa 3.000 melkgeiten te kunnen houden. Door de zogeheten geitenstop van de provincie ZuidHolland in 2017 is dit aantal nooit gerealiseerd. Nu het aantal van 812 melkgeiten vastligt, is er ongebruikte bedrijfsbebouwing voorhanden. Deze bebouwing wil de firma gaan benutten door naast genoemd aantal geiten andere dieren te gaan houden, te weten 807
Advies Abc 22 092 kw d.d. 13 januari 2023
3
melkschapen, 95 opfokpaarden en 55 zoogkoeien. Op deze wijze willen de ondernemers de investeringen laten renderen en aldoende het bedrijf voortzetten. Gegevens De gegevens in dit advies zijn gebaseerd op het door de aanvrager ingevulde ‘Formulier Bedrijfsgegevens Aanvrager’, de ‘Aanmeldingsnotitie Vormvrije M.E.R. Beoordeling’ d.d. 0512-2022 van Verstoep en de memo ‘Transitie Mooi Mekkerland’ d.d. 05-12-2022 van Verstoep, beide met bijlagen, de Gecombineerde Opgave (GO1) 2022 en de informatie verkregen tijdens en (telefonisch en per email) na het bedrijfsbezoek. Adviesvraag / beoordeling Uw college verzoekt ons advies over de volgende 2 vragen: 1. Is met de aanvraag die nu voorligt sprake van een doelmatige voortzetting en volwaardige agrarische bedrijfsvoering voor nu en in de toekomst? en 2. Is de bestaande bebouwing zoals deze thans aanwezig is noodzakelijk voor de gevraagde bedrijfsvoering? 3. Hoe dienen opfokpaarden te worden geduid? Ad 1. Onze commissie merkt allereerst op dat de voorgestelde bedrijfsvoering duidelijk het karakter heeft van een ‘plan B’. Waar het bedrijf aanvankelijk qua veehouderij sterk gericht was op specialisatie in melkgeiten (wat ‘plan A’ mag heten), is er in vervolg op de gedwongen krimp ten gevolge van eerdergenoemde gerechtelijke uitspraak voor de overtollige gebouwen gezocht naar alternatieven.
Daarbij speelt de multifunctionele inzetbaarheid van de gebouwen een grote rol. Het plan voorziet nu in een veehouderij met melkgeiten, melkschapen, opfokpaarden en zoogkoeien. Al deze dieren kunnen worden gehouden in gebouwen die voorzien zijn van een vlakke, verharde vloer, waarin de inrichting tot ingestrooide ruimtes of hokken, met hekwerk wordt gerealiseerd. Normaliter leidt specialisatie op 1 diersoort tot doelmatigheid en efficiency in de bedrijfsvoering. Hier gebeurt, noodgedwongen, het omgekeerde. Daarbij heeft o.a. het melken van 2 koppels dieren (de geiten en de schapen) in dezelfde melkstal alsmede het voeren van 4 verschillende diercategorieën veel invloed op de arbeidsorganisatie. Tevens speelt het volgende, praktische punt een rol. Melkgeiten zijn namelijk in feite geen echte graasdieren en worden in de praktijk overwegend binnen, in een stal gehouden. Daarentegen zijn schapen, opfokpaarden en zoogkoeien bij uitstek graasdieren waarvoor weidegang juist essentieel is. Dat zal leiden tot een zeer intensieve beweidingsdruk in het beschikbare land. Al met al is de voorgestelde bedrijfsvoering naar de mening van onze commissie wel mogelijk, maar is het zeker niet de meest doelmatige, ofwel een echt ‘plan B’. Over de vraag of met de aanvraag die nu voorligt ook sprake is van een volwaardige agrarische bedrijfsvoering voor nu en in de toekomst het volgende.
Voor de beantwoording van dit aspect van vraag 1 neemt onze commissie de begripsbepaling in artikel 1.90 als uitgangspunt. Een volwaardig agrarisch bedrijf is een 1
GO: Gecombineerde Opgave voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
4 Advies Abc 22 092 kw d.d. 13 januari 2023
agrarisch bedrijf waarin, gelet op het aantal dieren, hoeveelheid grond en/of inrichting, een volwaardige arbeidskracht (VAK) gedurende het hele jaar een volledige dagtaak vindt en dat voldoende bestaansmogelijkheden biedt om duurzaam bij wijze van hoofdberoep te worden geëxploiteerd. Onze commissie merkt op dat het bedrijf in de beoogde opzet zonder meer een dagtaak biedt aan meer dan 1 VAK, maar dat bij wat hierna volgt het zwaartepunt ligt op de woorden ‘voldoende bestaansmogelijkheden om duurzaam bij wijze van hoofdberoep te worden geëxploiteerd’. Puntsgewijs komt onze commissie na het afgelegde bedrijfsbezoek en daarna nog diverse malen telefonisch contact met aanvragers tot de volgende constateringen: - De bank heeft zich teruggetrokken als financier van het bedrijf en geeft tot 1 maart 2023 respijt aan het bedrijf om zaken te doen met een andere partij en om met een plan te komen omtrent de aflossing van een eventueel resterende bankschuld. - Het bedrijf heeft een voorstel ontvangen tot verkoop van zijn landbouwgrond onder beding van het terugnemen in erfpacht. Dit fungeert dan als alternatieve financieringsvorm. Het bedrijf geeft aan hier vooralsnog niet op in te gaan, maar bezig te zijn met het zoeken van andere financiers. Dit leidt weliswaar tot hogere rentelasten, maar dan behoudt het bedrijf de grond in eigendom.
Over het resultaat van deze zoekactie is thans nog geen duidelijkheid/zekerheid. - Het bedrijf heeft met het oog op de voorgenomen bedrijfsvoering aan onze commissie een financiële prognose overhandigd. Deze is nog gebaseerd op de genoemde erfpachtconstructie, maar behoeft een bijstelling in het saldo van de zoogkoeienhouderij omdat die nog gebaseerd was op volledige eigen huisverkoop van vlees. Hiermee rekening houdend leidt de uitkomst van deze prognose tot het beeld dat er vanuit de voorgestelde bedrijfsvoering nauwelijks beloning resteert voor de eigen arbeid van de heer G. Verhoef en zijn partner en zijn vader en moeder. Deze uitkomst is naar de mening van onze commissie het gevolg van een suboptimale bedrijfsvoering (‘plan B’ na de inkrimping van het aantal geiten) in combinatie met een (te) zware financiering. Daarbij refereren wij aan hetgeen we schreven in ons vorige advies (18 042 kw d.d. 28 juni 2018) op pagina 5 onder 2) “Dit tezamen met de huidige financieringsstructuur leidt ertoe dat onze commissie van mening is dat de levensvatbaarheid van dit bedrijf, ook met 2.000 melkgeiten, niet op voorhand verzekerd is” - Uit de thans aangeleverde gegevens constateert onze commissie dat de financieringslasten na de transitie circa 25 % stijgen t.o.v. de begroting voor 2.000 geiten die in 2018 werd gepresenteerd.
Al met al moet onze commissie concluderen dat naar haar mening met de beoogde bedrijfsvoering niet wordt voldaan aan het aspect: ‘een agrarisch bedrijf dat voldoende bestaansmogelijkheden biedt om duurzaam bij wijze van hoofdberoep te worden geëxploiteerd’. De commissie is dan ook van mening dat de continuïteit van het bedrijf op dit moment en op basis van het aangereikte materiaal niet verzekerd is. Daarmee komt onze commissie tot de conclusie dat op basis van onvoldoende perspectief op voldoende inkomen en dus het ontbreken van continuïteit van het bedrijf nu en in de
Advies Abc 22 092 kw d.d. 13 januari 2023
5
toekomst niet voldoet aan een belangrijk deel van de criteria van een volwaardig agrarisch bedrijf. Ad 2. Wat betreft de noodzakelijkheid van de thans aanwezige bebouwing voor de voorgestelde bedrijfsvoering, legt onze commissie ‘noodzakelijkheid’ uit als dat de oppervlakte van de bestaande bebouwing passend is voor de beoogde veestapel. Onze commissie constateert dat dit het geval is, temeer daar de genoemde diersoorten gehuisvest worden in groepen in ingestrooide ruimtes. Dat geeft in de praktijk enige elasticiteit omtrent de aantallen dieren en de te benutten vierkante meters bebouwing. Daarbij gaat onze commissie ervan uit dat het deel van de gebouwen dat aan de achterkant buiten het bouwvlak is gerealiseerd en thans als voerkeuken in gebruik is, niet valt onder de werking van artikel 3.3.2 ‘Voer- en mestopslagvoorzieningen’ van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’. Deze ruimte is namelijk niet in gebruik en ook niet bedoeld voor de opslag van voer maar in gebruik voor de voerinstallatie die gericht is op het mengen en doseren van voer, mede door middel van een systeem van voerbanden in de stal. Deze ruimte is dan, net zoals bijvoorbeeld bij een melkstal die ruimte geeft aan de melkinstallatie, ook te beschouwen als een onderdeel van de stal.
Bij de opfokpaarden, melkschapen en -geiten en opfokschapen is de aanwezige oppervlakte bebouwing in verhouding tot het opgegeven aantal dieren dat het bedrijf voornemens is te gaan houden. Bij de zoogkoeien zijn voor 55 volwassen koeien doorgaans 15 pinken en 15 kalveren aanwezig om de veestapel op peil te houden. Daarnaast zijn er tijdens de zoogperiode ook nog stierkalveren aanwezig welke na het spenen verkocht worden. Voor dit aantal dieren is de beoogde oppervlakte van 600 m2 aan de krappe kant. In de praktijk zal het mogelijk zijn om ook gebruik te maken van de ruimte voor de opfokschapen. Deze zullen in de praktijk namelijk niet jaarrond op stal staan. Ad 3. Onze commissie merkt op dat wat betreft de categorieën te houden dieren volgens de redactie van de begripsbepaling 1.66, onder a. opfokpaarden gerekend worden tot de productiegerichte paardenhouderij en daarmee gezien kunnen worden als een agrarische activiteit. Hoogachtend, Stichting Agrarische Beoordelingscommissie Namens deze,
ing. T.J.M. Broers, secretaris
Advies Abc 22 092 kw d.d. 13 januari 2023
6