Aanvraagformulier VU 2021 Bijlage bij RV
Tekst van het document
ZK 839314/858361
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20211 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? In de aanvraag geeft het college inzicht in de maatregelen die zij heeft getroffen om het tekort te reduceren. Deze aanvraag beoogt, naast de gemeenteraad, ook andere gemeenten inzicht te geven in de maatregelen die het college heeft getroffen om het tekort te reduceren. Immers, de vangnetuitkering is gebaseerd op solidariteit tussen gemeenten: de vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget van twee jaar na het tekortjaar. Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Hieronder verklaart het college maatregelen te hebben getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. Het gaat hierbij dus om de informatiepositie van de gemeenteraad.
De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om te kunnen beoordelen of er een duidelijke inhoudelijke analyse is gegeven, die betrekking heeft op de gemeente, waaruit blijkt welke maatregelen moeten worden getroffen en wat hiervan het effect is op de reductie van het tekort. Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? •
•
Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort.
1 Versie aanvraagformulier d.d. 1 december 2020
1
ZK 839314/858361
• •
Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG2.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2022 hebben ontvangen. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college. Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2021
2 https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-2021-informatie-voor-raadsleden
2
ZK 839314/858361
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Uitgaven en inkomsten BUIG-budget 2019-2021 Hieronder wordt duidelijk gemaakt hoe de rijksbudgetten zich ten opzichte van de uitgaven hebben ontwikkeld in de afgelopen jaren. Over het jaar 2021 is er een tekort van ruim € 895.066 ontstaan ten opzichte van het ontvangen rijksbudget. Tabel 1: Ontwikkeling BUIG-budget 2019 9.135.696 9.839.920 698.677 0
Rijksbijdrage BUIG Uitgaven Tekort* Vangnetuitkering
2020 10.135.821 10.237.746 101.925 0
2021 9.777.634 10.672.700 895.066 80.871**
* Tekort wordt gefinancierd vanuit gemeentelijk budget. ** Verwachting voor 2021
Slechts een deel van dit tekort zal worden vergoed vanuit de Vangnetuitkering. Er is sprake van een getrapte vergoeding. Na aftrek van het debiteurensaldo en de financiële onzekerheden (die voor rekening van de gemeenten blijven), wordt het resterende tekort tussen 7,5% en 12,5% van het definitief toegekende rijksbudget voor de helft gecompenseerd. Het tekort boven de 12,5% van de definitief toegekende rijksbudget wordt volledig gecompenseerd. In de onderstaande tabel is aangegeven wat dit betekent voor Krimpenerwaard. Tabel 2: Verwachte hoogte vangnetuitkering 2021 2021 Tekort Tekort BUIG-budget
€ 895.066
Verwachte vangnetuitkering € 80.871
Tekortdeel < 7,5% Tekortdeel 7,5%-12,5% Tekortdeel > 12,5%
€ 733.323 € 161.742 € 0
€ 0 € 80.871 € 0
100% eigen risico 50% eigen risico 0% eigen risico
Mogelijke oorzaken van het tekort Als oorzaken van het tekort op het BUIG-budget zien wij de volgende punten: a. instroom en uitstroom; b. samenstelling van het klantenbestand.
3
ZK 839314/858361 a. Instroom en uitstroom Tabel 3: Ontwikkeling klantenbestand 2019-2021, peildatum 31 december 2019 2020 Aantal PW, IOAW, IOAZ uitkeringen 630 676 Aantal PW, IOAW, IOAZ -gerechtigden 756 804 incl. partners Tabel 4: Instroom en uitstroom bijstand 2019 Instroom bijstand 178 Uitstroom bijstand 230
2020 198 151
2021 647 771
2021 163 190
Per saldo is er sinds 2021 sprake van een daling van het netto-bestand. Tegelijkertijd zijn de uitkeringslasten niet gedaald. De oorzaken hiervan zijn: * Uitstroom leidt niet per definitie tot een besparing van € 14.000 (gemiddelde uitkeringslasten), doordat dit afhangt van het moment van uitstroom. Tot en met 3e kwartaal 2021 was er sprake van een toename van het bestand. Vanaf oktober 2021 begon de daling van het bestand in te zetten. Naarmate de uitstroom later in het jaar plaatsvindt, zijn de besparingen in dat jaar minder; * Onderdeel van het BUIG-budget is de verstrekking van loonkostensubsidies aan werkgevers die garantiebanen realiseren, als aanvulling op de feitelijke loonwaarde van mensen met een doelgroepverklaring. De huidige praktijk laat zien dat met name loonkostensubsidies worden verstrekt aan niet-uitkeringsgerechtigden met een doelgroep verklaring. Dit betekent dat de uitgaven op het BUIG-budget toenemen, terwijl het aantal uitkeringen niet afneemt. Momenteel wordt bijna 7,6% van het totale BUIG-budget besteed aan loonkostensubsidies. Ten opzichte van 2020 is er sprake van een stijging van 1,4% (2020; 6,4%). In 2020 werd € 411.374 verstrekt ten behoeve 47 garantiebanen per 31 december 2020. In 2021 ging het om een bedrag van € 495.207 ten behoeve van 54 banen per 31 december 2021.
Het aantal nieuw beschutte werkplekken is met 22 (per 31 december 2021) gelijk gebleven. De verstrekte loonkostensubsidie voor deze banen bedraagt € 250.836 in 2021 (ten opzichte van € 232.992 in 2020). Ruim de helft van de verstrekte loonkostensubsidie wordt gedaan ten behoeve van niet-uitkeringsgerechtigden.
b. Samenstelling van het klantenbestand Kenmerken van het bestand: • 27% is 55 jaar en ouder; • 16% is jonger dan 27 jaar, waarvan bijna de helft een arbeidsbeperking heeft; • Van het totale jongerenbestand is 57% niet uitkeringsgerechtigd, maar doet vanwege hun arbeidsbeperking een beroep op gemeentelijke ondersteuning; • 16% is statushouder; • 40% heeft langer dan 5 jaar een uitkering; • 16% heeft korter dan 1 jaar bijstand op het moment dat men uitstroomt. De uitstroom werd met name gerealiseerd binnen de groep die net was ingestroomd tot en met de groep die ongeveer één jaar bijstand ontvangt. De samenstelling van het klantenbestand maakt dat de omvang van het bestand in de komende jaren naar verwachting langzaam zal afnemen. De begeleiding van deze doelgroepen zal steeds intensiever en langduriger worden om succesvolle uitstroom naar de arbeidsmarkt te kunnen realiseren. Tegelijkertijd moet ook vastgesteld worden dat een deel van het bestand niet meer aan het werk zal komen. Voor deze groep moeten andere vormen van zinvolle dagbesteding worden gevonden. 4
ZK 839314/858361 Uitstroom naar betaald arbeid is in toenemende mate complex van aard. Dit komt doordat er een relatief eenzijdige behoefte van arbeidspotentieel op de lokale arbeidsmarkt is en doordat er vanuit het klantenbestand het aanbod steeds meer laag gekwalificeerd is. Daarbij is ook zichtbaar dat er sprake is van klanten met meervoudige problematiek. Deze groep komt alleen succesvol aan het werk als er sprake is van intensieve begeleiding. De Krimpenerwaard heeft te maken met een relatief hoog aandeel statushouders in de bijstand als gevolg van de taakstelling. Op peildatum 31 december 2021 maken 123 statushouders (uitkeringsgerechtigden inclusief partners) deel uit van het uitkeringsbestand (16%).Ten aanzien van de doelgroep statushouders geldt dat rekening moet worden gehouden met in ieder geval 2 jaar uitkeringsafhankelijkheid.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Instroombeperkende maatregelen In 2021 konden bepaalde activiteiten door Covid-19 maatregelen niet of nauwelijks uitgevoerd worden. In 2022 vindt extra inzet plaats waarbij de klantcontacten intensiever opgepakt worden. Maatregelen: Aanpak 27- door inzet jongerenconsulent De jongerenconsulent heeft een gerichte aanpak en kan maatwerk bieden aan jongeren. Uitgangspunt in de aanpak is dat van jongeren die nog onderwijs kunnen volgen, wordt verwacht dat ze via een opleiding hun kans op werk vergroten. Het behalen van de startkwalificatie is het minimumvereiste. Wij zetten in op het behalen van een beroepskwalificatie, zolang er nog recht op studiefinanciering bestaat. Hierdoor wordt instroom voorkomen. Hiernaast richten we ons op jongeren die afkomstig zijn van de praktijkschool (pro-onderwijs) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Samen met de praktijkschool wordt gezorgd dat deze leerlingen na de praktijkschool verder begeleid worden naar een (garantie)baan, waarmee voorkomen wordt dat ze een uitkering aanvragen. Aanpak 27+ in de Poort Iedereen die een uitkering aanvraagt, krijgt een individueel gesprek waarin rechten en plichten worden uiteengezet. Dit gebeurt in onderlinge afstemming met de re-integratieconsulent.
Indien men op basis van het oordeel van de consulent kan werken, worden direct met de re-integratieconsulent de mogelijkheden besproken of er wordt direct gematcht op een openstaande vacature. Inzet project School@Work Project van MBO Rijnland en de Sociale Werkvoorziening Promen, waarbij voortijdige schoolverlaters in een leerwerktraject geplaatst worden om alsnog een startkwalificatie dan wel deelcertificaten te halen. Na het behalen hiervan kunnen deze leerlingen veelal bij een werkgever geplaatst worden. Deze aanpak voorkomt instroom in de bijstand. Externe maatregelen: Regionale Mobiliteitsteam (RMT) Het kabinet investeert via de Tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening Covid-19 in Regionale Mobiliteitsteams (RMT) voor aanvullende werk-naar-werkdienstverlening om zoveel mogelijk mensen te begeleiden van de ene naar de andere baan, zonder in een uitkeringssituatie te belanden. Het doel van deze RMT’s is om mensen die als gevolg van Covid-19 in onzekerheid verkeren en hun baan of onderneming dreigen te verliezen of recent hebben verloren, zoveel mogelijk te ondersteunen naar een nieuwe plek op de arbeidsmarkt. Hiermee wordt werkloosheid voorkomen en duurt een eventuele uitkeringsafhankelijkheid zo kort mogelijk. In de arbeidsmarktregio MiddenHolland is het RMT medio 2021 gestart. 5
ZK 839314/858361 Het belangrijkste uitgangspunt voor dit RMT is dat de bestaande mogelijkheden en dienstverlening optimaal benut worden, er maatwerk geboden wordt, en de werkwijze binnen het werkgeversservicepunt, leerwerkloket en het werkbedrijf geborgd is. De verwachting is dat deze aanpak ter voorkoming van werkloosheid op de langere termijn bijdraagt aan de structuurversterking van de arbeidsmarktregio Midden-Holland en de samenwerking van de partners verder intensiveert. In 2022 voert het ministerie een evaluatie uit op basis waarvan de RMT-aanpak zal worden voortgezet of afgeschaald. Samenwerkingsafspraken met praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs voor de doelgroep ‘jongeren met indicatie banenafspraak’ De jongerenconsulent heeft overleg met de onderwijsinstellingen in de regio over de ‘warme’ overdracht van jongeren en het voorkomen van instroom in de bijstand. De realisatie van stageplekken, die op termijn kunnen worden omgezet in betaalde werkplekken, is hierbij van belang. Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard Het Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard is een samenwerkingsverband dat zich richt op lokale ondernemers, lokale en regionale onderwijsinstellingen voor voortgezet en beroepsonderwijs, met als doel de aansluiting en samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te versterken.
In deze samenwerking is er oog voor het verbeteren van de kansen en mogelijkheden van jongeren, zijinstromers en uitkeringsgerechtigden op instroom/doorstroom op de lokale en regionale arbeidsmarkt. Uitstroombevorderende maatregelen In 2021 konden bepaalde activiteiten door Covid-19 maatregelen niet of nauwelijks uitgevoerd worden. In 2022 vindt extra inzet plaats waarbij de klantcontacten intensiever opgepakt worden. Maatregelen: Klant leren kennen Er vinden op structurele basis klantgesprekken plaats. Het participatiebudget wordt ingezet voor de kwalificering voor klanten en om de afstand van klanten tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Consulenten worden verder geprofessionaliseerd door interne workshops, intervisie en casuïstiekbesprekingen met als doel een steeds hoogwaardige kwalitatieve (maatwerk)benadering naar de klant. Interne begeleidingsmethodiek Werken aan Werk Hierin worden klanten na een uitvoerige screening geplaatst in een ‘niveaugroep’. Dit geldt voor zowel bestaande als nieuwe klanten. Deze aanpak is succesvol omdat de intensiteit van het klantcontact toeneemt. De consulent leert de klant echt kennen op zijn mogelijkheden. In de Werken aan Werkmethode is een trainingscomponent verweven. Deze bestaat uit een empowerment-gedeelte waardoor deelnemers meer zelfkennis, zelfregie en zelfvertrouwen krijgen.
En er is een gedeelte voor het ontwikkelen van sollicitatievaardigheden waarin deelnemers een CV maken, sollicitatiegesprekken oefenen, gebruik leren maken van het netwerk en zichzelf kunnen presenteren. Integratie statushouders Wij investeren in de activering van statushouders vanaf de dag dat hij of zij zich vestigt binnen onze gemeente. Dit doen we door statushouders zo spoedig mogelijk te laten participeren in de samenleving. Actieve werkgeversbenadering De accountmanagers en jobhunters leggen lokale werkgeverscontacten. Deze activiteiten zijn nodig om een goede werkgeversrelatie te hebben. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de bedrijfscontactfunctionarissen Economische Zaken en worden bedrijfsbezoeken afgelegd met de wethouder Economische Zaken.
6
ZK 839314/858361 Faciliteren van parttime werk Er is een verkorte aanvraagprocedure voor bijstand geïntroduceerd als er sprake is van tijdelijke terugval naar de bijstand vanuit een werksituatie. Inzet Social Return on Investment (SROI) Bij elke aanbesteding (werken, levering en diensten) wordt minimaal 1% en maximaal 5 % van de opdrachtwaarde exclusief btw ingezet wordt ten behoeve van SROI. Dit geldt bij aanbestedingen van € 200.000,- en meer. De SROI-middelen zijn onder andere ingezet om tijdelijke betaalde arbeid te financieren en het in bruikleen geven van een 14-tal computersystemen aan deelnemers aan de Werken aan Werk-trainingen. Stimuleren zelfstandig ondernemerschap Klanten met ondernemerstalenten worden gestimuleerd om via de Startersregeling, te onderzoeken of het ondernemerschap iets voor hen is. Na een grondige onderzoeksfase, onder begeleiding van een coach, kan de klant zich aanmelden voor een Bbz-traject. De uitvoering van de Startersregeling en de begeleiding vindt plaats door het Regionaal Bureau Zelfstandigen in Rotterdam. Project Kanswaard Keukentafelgesprekken met zorgklanten van Werk en Inkomen samen met de consulenten van de WMO en Jeugd, waardoor een bredere uitvraag plaatsvindt en passender dienstverlening kan worden aangeboden.
Het doel van deze dienstverlening is om klanten weer te activeren en hen weer te laten meedoen door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Externe maatregelen: Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard Het Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard richt zich op lokale ondernemers, lokale en regionale onderwijsinstellingen voor voortgezet en beroepsonderwijs, met als doel de aansluiting en samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te versterken. In deze samenwerking is er oog voor het verbeteren van de kansen en mogelijkheden van jongeren, zij-instromers en uitkeringsgerechtigden op instroom/doorstroom op de lokale en regionale arbeidsmarkt. Beweegprogramma: Bureau BewegenWerkt voert een beweegprogramma uit voor mensen met een grote afstand richting werk/participatie. Het bureau richt zich onder andere op het activeren van mensen door middel van het Beweegprogramma ‘Bewegen werkt’. Werkgevers Servicepunt (WSP) Midden-Holland De wet SUWI verplicht gemeenten en UWV om de werkgeversdienstverlening gezamenlijk uit te voeren en te werken vanuit één uitvoeringsplan. De inhoud van het uitvoeringsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Gezien de huidige situatie op de arbeidsmarkt is het van belang om flexibel te blijven. De gemeenschappelijke marktbewerking en dienstverlening heeft als doel om één gezicht te vormen naar de werkgevers in de regio en vertegenwoordigd daarmee een breed palet aan dienstverlening.
Hiermee wordt de dienstverlening aan werkgevers geoptimaliseerd en wordt de kans op een baan voor een werkzoekende groter. UWV heeft een landelijk overzicht gemaakt van kansrijke beroepen. Deze bevinden zich met name in de sectoren waar voor de Covid-19 crisis al sprake was van krapte. Het WSP richt zich via branchegerichte opleidingen en leerlijnen op kansrijke sectoren. Voor werkzoekenden die onvoldoende gekwalificeerd zijn worden diverse laagdrempelige vakinhoudelijke leerlijnen ingezet die zijn ontworpen in overleg met werkgevers en gericht zijn op praktijkleren. Vanuit het regionaal offensief garantiebanen wordt speciale focus gelegd op inwoners met een arbeidsbeperking. Daarnaast is er een regionaal programma jeugdwerkloosheid. Door het WSP worden banenmarkten en speedmeets georganiseerd evenals het regionale event Binnenkijken bij Bedrijven. De werkgeversadviseurs van het WSP voeren een actieve werkgeversbenadering uit, hebben intensieve werkgeverscontacten en bemiddelen werkzoekenden naar werk. 7
ZK 839314/858361 Handhaving Er is de afgelopen jaren ingezet op handhaving en fraudebestrijding. In 2021 konden bepaalde activiteiten door Covid-19 maatregelen niet of nauwelijks uitgevoerd worden. In 2022 vindt extra inzet plaats waarbij de klantcontacten intensiever opgepakt worden. Maatregelen: Handhavingsonderzoeken: Er zijn in 2021 een 4-tal handhavingsonderzoeken afgerond. Drie onderzoeken hebben geleid tot een intrekking/beëindiging van de bijstandsuitkering en, waar van toepassing, terugvordering van onterecht verstrekte bijstand. Er zijn daarnaast ook rechtmatigheidsonderzoeken verricht. Externe fraudemeldingen zijn geanalyseerd en incidenteel zijn er waarnemingen verricht en is er geassisteerd bij afgelegde huisbezoeken van consulenten. Inzet terugvordering en verhaal: De resultaten met betrekking tot terugvordering en verhaal laten goede resultaten zien. Het aantal ontvangen vorderingen nam toe in 2021. De incassoratio (de verhouding tussen het teruggevorderde bedrag en de openstaande vorderingen) heeft zich als gevolg hiervan positief ontwikkeld. In 2021 ligt dat op 26%. Onderzoek naar verzwegen inkomen en vermogen: In 2019 is in samenwerking met het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF), dat onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een pilot onderzoek verzwegen inkomen en vermogen gestart.
Over de te onderzoeken dossiers is in 2021 nog regelmatig contact onderhouden met UWV-collega’s over de stand van zaken van de onderzoeken.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Het resultaat van deze maatregelen omvat niet alleen volledige uitstroom uit de uitkering, ook is er sprake partiële uitstroom uit de uitkering en is er sprake van opwaartse dynamiek binnen het huidige klantenbestand, dat zich niet direct vertaalt in uitstroom, maar wel in arbeidsfit raken en klaar om te kunnen uitstromen. Uitvoering en beleid trekken gezamenlijk op bij het monitoren of maatregelen werken. Tabel 5: Resultaten van de ingezette maatregelen 2021
Maatregelen Instroombeperkende maatregelen Uitstroombevorderende maatregelen
Handhaving
Resultaten - Een deel van de jongeren tot 27 jaar stroomt direct door naar een garantiebaan of naar onderwijs i.p.v. naar de bijstand. - Behaald uitstroomresultaat van 190. Het uitkeringsbestand is afgenomen. - Het aantal uitkeringsgerechtigden dat parttime werkte is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2020. - Toename loonkostensubsidies ten opzichte van 2020. Voor het deel dat betrekking heeft op uitkeringsgerechtigden betekent dat een besparing op de uitkeringslasten, omdat loonkostensubsidie minder kost dan een uitkering. - Er is bespaard door duurzaam ingetrokken/beëindigde uitkeringen over 2021. Let op: de ingangsdatum kan in de loop van 2021 liggen, waardoor deze besparing niet persé een besparing over een jaar is.
8
ZK 839314/858361
Tabel 6: Verwachte resultaten 2022
Maatregelen (Aanvullende en externe) maatregelen
Verwachte resultaten Besparing van 2% op het begrote uitkeringsbudget 2022
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard verklaart dat het voor 15 augustus 2022 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: 6 juli 2022 De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: J. Hennip De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: P.L. Paans
9
ZK 839314/858361
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. Met de instemming van de gemeenteraad stelt de gemeenteraad vast dat het college inzicht heeft gegeven in de oorzaken van het tekort, de getroffen maatregelen en het beoogde effect van deze maatregelen, om het tekort te reduceren. De instemming heeft geen betrekking op het inhoudelijk oordeel dat de gemeenteraad eventueel over de maatregelen van het college heeft uitgesproken. Het is geen vereiste dat de gemeenteraad het eens is met de getroffen maatregelen. De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient uiterlijk voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven, uiterlijk 15 augustus 2022. De gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard stemt in met de onder 1. afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet.
Datum: 6 juli 2022
Ondertekening De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: P.L. Paans De griffier,
Naam van de ondertekenaar: dr. M-L. van Muijen
10
ZK 839314/858361
Toelichting op het aanvraagformulier bij het basis verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s aanpast. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2021 dient uiterlijk op 15 augustus 2022 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken die na 15 augustus 2022 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. U vindt onderaan dit formulier meer achtergrondinformatie over de aanvraagprocedure, de wet- en regelgeving, de relatie met jaarcijfers (SiSa verantwoording) en de ondersteuning vanuit Divosa. Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de aanvraagprocedure en de deadline voor het indienen van een complete aanvraag. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •
indien uw gemeente zowel over 2019 als over 2020 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
•
indien uw gemeente over 2019 en/of over 2020 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.
De verklaring van het college verschilt tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’. Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.
11
ZK 839314/858361
Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht. Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2021 wordt een en ander eveneens toegelicht.
Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.
Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven. Onder een analyse van de oorzaken van het tekort wordt verstaan: ‘de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Een algemene analyse, die niet ingaat op de situatie in de eigen gemeente of arbeidsmarktregio, volstaat niet als analyse van de oorzaken van het tekort. Suggesties bij de beantwoording van A • • •
• •
Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat een tekort zal ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 2021i en/of de Benchmark van Divosaii. U kunt in de analyse ook beschrijven wat het effect is van getroffen maatregelen in voorgaande jaren.
12
ZK 839314/858361
Onderdeel B De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk de datum van indiening van het verzoek. Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘het treffen van maatregelen’. •
•
•
Wat wordt verstaan onder een maatregel? o Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. Wat wordt verstaan onder het treffen van maatregelen. o Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen door het college en waarvan de uitvoering in gang is gezet voor het tijdstip van indiening van de aanvraag. Moet het steeds een nieuwe (aanvullende) maatregel zijn? o Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of, in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen ten einde het tekort verder te reduceren. Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven.
Suggesties bij de beantwoording van B • • •
• •
Geef waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen. U kunt in uw antwoord verwijzen naar eerder genomen maatregelen. Indien mogelijk kunt u de effecten van eerder genomen maatregelen betrekken bij de maatregelen die u nu treft. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO o de benchmark Divosa o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt in uw antwoord bij voorkeur onderscheid maken tussen eerder getroffen maatregelen (voorafgaande jaren) en nieuwe (nog te treffen, lopende het jaar tot indiening). U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. 13
ZK 839314/858361
•
U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten in het sociale domein benoemen.
Onderdeel C De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen. Bij deze vraag wordt verwacht dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan een reductie van het tekort.
Suggesties bij de beantwoording van C •
• •
U kunt een inschatting van het beoogde effect kwantitatief uitdrukken en als dat niet mogelijk is kunt u het beoogde effect kwalitatief uitdrukken. Onder kwantificering wordt verstaan: de beoogde opbrengst in minder uitkeringen respectievelijk in het beoogde besparingsbedrag. U kunt de beoogde effecten presenteren per maatregel of als dat niet mogelijk is voor meerdere maatregelen gezamenlijk. U kunt aangeven op welke wijze het college de effecten van de maatregelen monitort.
14
ZK 839314/858361
Achtergrondinformatie bij dit formulier Wet- en regelgeving In het BPw is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering kan indienen, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. De verklaring van het college voor een basisverzoek kunt u vinden in het BPw, artikel 10, eerste lid, onder d. De verklaring van het college voor een uitgebreid verzoek kunt u vinden in het BPw artikel 10, eerste lid, onder d, jo. artikel 10, tweede lid. In het BPw staat dat de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier (BPw, artikel 10, onderdeel e). Aanvraagprocedure De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen.
Verdere toelichting op de aanvraagprocedure en de vangnetuitkering 2021 kunt u vinden op: www.toetsingscommissievp.nl Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie –mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren. Ondersteuning Divosa Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het Sociaal Domein, zal periodiek bijeenkomsten organiseren waarbij wordt ingegaan op de vangnetuitkering. Daarnaast wordt de Benchmark door Divosa ondersteund en heeft Divosa een factsheet maatregelen uitgegeven. Ook heeft Divosa bijgedragen aan het beschikbaar komen van een tool waarin de aanvragen van de afgelopen drie jaar zijn verwerkt. De tool en aanvragen worden per VU-jaar op de website van de Toetsingscommissie gepubliceerd. Zie hiervoor de rubriek: informatie over eerdere aanvragen.
ihttps://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/10/15/rekentool-participatiewet-2021 iiwww.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark
15