AANGEPAST - BIJL3: BP Provincialeweg Oost 34a-36, Haastrecht, toelichting en regels, versie 02-03-2026
Tekst van het document
Bestemmingsplan PROVINCIALEWEG OOST 34A/36, HAASTRECHT Gemeente Krimpenerwaard
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
2 maart 2026
IMRO IDN:
NL.IMRO.1931.BP2105BG024-VG02
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A. Provincialeweg Oost 34a 2851 AE Haastrecht
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 20 juni 2022 14 februari 2023 10 oktober 2023 2 maart 2026
VERSIE 1e versie 2e versie 2e versie 4e versie
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
4
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren
9 9 11 15
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 25
Hoofdstuk4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden 4.3 Waterparagraaf
27 27 27 28
Hoofdstuk5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
31 31 39 42 44
Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Verbeelding 6.3 Regels 6.4 Handhaving bestemmingsplan
45 45 45 45 47
Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Communicatie 7.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49 49 49 49 49
Regels
51
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
52 52 56
Hoofdstuk2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden
57 57
Toelichting
5
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bedrijf Groen Waterstaat - Waterkering
59 62 63
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
65 65 66 67 68 69
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
70 70 71
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan en landschappelijke inpassing
Bijlage 2
Bezonningsstudie
Bijlage 3
Watervergunning 22 augustus 2024
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5
Uitgangspunten stikstofberekeningen aanlegfase
Bijlage 6
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 7
Flora- en faunaonderzoek
Bijlage 8
Verslag informatiebijeenkomst 29 augustus 2022
Bijlage 9
Verslagen inloopbijeenkomsten 26 en 28 juni 2023
Bijlage 10
Participatieverslag
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Beplantingsplan
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Provincialeweg Oost 36 in Haastrecht is mengvoederproductie van Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A. gevestigd met daarnaast op nummer 34a een landbouwwinkel onder de naam Welkoop, die gedreven wordt door ABZ De Samenwerking. Initiatiefnemer is voornemens om de fabriek voor mengvoeders aan te passen vanwege aanpassingen van de productieprocessen (zonder de productie te verhogen). Daarbij worden de productiegebouwen aangepast en vergroot. Hiervoor dient de 'maatvoering' op de verbeelding van de bestemming 'Bedrijf' gedeeltelijk te worden aangepast om voor een groter gedeelte een bouwhoogte mogelijk te maken van 30, 35 tot 40 meter (in plaats van nu 29 meter). Verder dient in de nieuwe situatie de functieaanduiding 'detailhandel' te worden aangevuld met een bouwvlak om een nieuwe entree van de Welkoop mogelijk te maken aan de Provincialeweg Oost 34a met circa 230 m² en een bouwhoogte van 6 meter. Om de planontwikkelingen mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Provincialeweg Oost 34a/36 in Haastrecht tussen de Hollandsche IJssel en de N228. Dit (agrarisch) bebouwingslint ligt tussen de bebouwde kom van Haastrecht en Oudewater. Het plangebied is aangeduid in figuur 1.
Figuur 1: Situering omgeving plangebied (locatie met rode stippellijn aangeduid).
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende, door de gemeenteraad van Krimpenerwaard vastgestelde, bestemmingsplannen:
Toelichting
7
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Bestemmingsplan Bestemmingsplan "Landelijk Gebied" (voormalige gemeente Vlist) "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"
Raadsbesluit 15 december 2015 29 januari 2019
Het perceel is bestemd voor 'Bedrijf' met een bouwvlak en de functieaanduidingen 'detailhandel' en 'bedrijfswoning'. Binnen het bouwvlak zijn bedrijfsgebouwen en twee bedrijfswoningen toegestaan. Aan de Provincialeweg Oost 36 is een mengvoederbedrijf toegestaan in milieucategorie 4.1. Ter plaatse van het perceel Provincialeweg Oost 34a is uitsluitend perifere detailhandel toegestaan tot een maximale netto-verkoopvloeroppervlakte van 1.000 m². Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Om medewerking aan de planontwikkelingen te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan nodig.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)'.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijke beleid beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt de Waterparagraaf beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie plangebied en omgeving
Veenweide Het grondgebied van Haastrecht ligt in de Krimpenerwaard en bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de kleinschalige linten met bruggetjes en knotwilgen en die van de ruimte met sloten en weilanden daarachter. De meeste beplanting is te vinden in de dorpen, rondom de boerenerven, langs dijkwegen, langs de Lek, langs de kavelgrenzen en de tiendwegen. Samen met de bebouwing zorgen deze voor langgerekte verdichte zones die de openheid van het gebied onderbreken. Bebouwingslinten De bebouwing in het buitengebied bevindt zich in een aantal bebouwingslinten die over het gehele grondgebied te vinden zijn en die min of meer buurtschappen vormen. De bebouwingslinten kennen een zeer divers gebruik: agrarische bedrijven, woningen en niet agrarische bedrijven liggen naast elkaar. Kenmerkend zijn de doorzichten van de kleinschalige bebouwingslinten naar het open veenweidegebied. Het plangebied ligt ten zuiden van de Hollandsche IJssel tussen de kernen Haastrecht en Oudewater.
Op voorgrond woning aan Provincialeweg Oost 34.
Tegenover gelegen boerderij.
Boomgaard aan westzijde plangebied.
De Hollandsche IJssel.
Planspecifiek Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A. In het plangebied is Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A. gevestigd. Dit diervoederbedrijf zorgt al meer dan honderd jaar voor levering van diervoeders, ruwvoerders, mineralen, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, zaaizaden en andere boerenartikelen aan agrarische bedrijven in de regio. Het bedrijf ligt aan de Hollandsche IJssel van waaruit bevoorrading met vrachtschepen kan plaatsvinden. Vanuit de fabriek vindt aflevering met vrachtwagens plaats naar agrarische klanten in de
Toelichting
9
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
regio. De bouwhoogte van de bedrijfsbebouwing is maximaal 29 meter. Een situatietekening van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 3. Bedrijfsterrein Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A.
Aanlegsteiger voor lossen van schepen.
De bestaande silo's van 29 meter hoog.
Plangebied vanaf Wilhelmina van Pruisenbrug.
Welkoop In het plangebied is landbouwwinkel Welkoop (via franchise gedreven door ABZ De Samenwerking) aan de oostzijde van het plangebied gevestigd met daarbij een parkeerplaats die zowel door bezoekers van Welkoop als ook door medewerkers van ABZ De Samenwerking worden gebruikt.
10
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Ingang naar Welkoop winkel.
Kantoor en vestiging Welkoop vanaf de N228.
2.2
Kantoor van Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A.
Entree Welkoop.
Nieuwe situatie
Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A. Als gevolg van noodzakelijke aanpassing van werkprocessen is voor een gedeelte van het bedrijfsgebouw een hogere bouwhoogte nodig van 30 tot 40 meter (in plaats van nu 29 meter). De reden hiervoor is om meer opslagcapaciteit per m³ te realiseren voor onder andere de maal-menglijn. Daarnaast is door de voortschrijdende techniek meer ruimte nodig om een machinetoren te vullen. Hierbij is het van belang om zo min mogelijk producten verticaal omhoog te transporteren, omdat dit teveel energie kost. De productiehoeveelheid per jaar gaat niet omhoog, maar de productieprocessen worden wel energiezuiniger en arbeidsvriendelijker. Voor het overige behouden de bedrijfsgebouwen de bestaande bouwhoogten van 7,5 m en 9 meter. Een gedeeltelijke verhoging van het bedrijfsgebouw tot respectievelijk 20, 30, 35 en 40 meter is vanuit stedenbouwkundig aanvaardbaar, omdat er sprake is van zuinig ruimtegebruik. Dit sluit aan bij het gemeentelijk en provinciaal beleid in het buitengebied. In de gezamenlijke bouwdelen die hoger dan 28 m zijn, zal een open ruimte worden aangehouden die in noord-zuid richting zichtbaar vanuit richting Provincialeweg Oost met een opening van tenminste 18 m breed en tenminste 3,4 m hoog. Een impressietekening hiervan is opgenomen in figuur 3.
Toelichting
11
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Figuur 3: Impressietekening nieuwe situatie. De uitbreiding wordt voorzien van dezelfde kleurstelling en materiaalgebruik als van het bestaande bedrijfsgebouw. De ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied blijft ongewijzigd. Een situatietekening bestaand en nieuw is opgenomen in figuur 4. Figuur 4: Situatietekening bestaand.
Situatietekening nieuw.
Uitbreiding Welkoop De winkel wordt aangevuld met een nieuwe 6 meter hoge entree (figuur 3). Deze overkapping van 230 m² is nodig voor het droog kunnen stallen van winkelwagens (die nu buiten staan) en andere zaken ten dienste van de winkel. De overkapping maakt geen onderdeel uit van de netto-verkoopvloeroppervlakte.
12
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Dit blijft overeenkomstig de bestaande situatie maximaal 1.000 m². 2.2.1 Beeldkwaliteitsparagraaf Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Beeldkwaliteitsplan Bureau Maris heeft een beeldkwaliteitsplan en landschapsinpassingsplan opgesteld in verband met de beoogde uitbreiding van coöperatie ABZ Diervoeders, waarbinnen bebouwing kan plaatsvinden. Dit biedt ruimte aan een getrapte toename in bouwhoogte tot een maximum van 40 meter. Omdat de huidige bebouwing maximaal 26 meter hoog is, zal het complex vanaf grotere afstand zichtbaar zijn. Het doel is daarbij een goede ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en het omringende terrein te realiseren. Daarbij is van belang voor de aanstaande uitbreiding en eventuele toekomstige vernieuwingen of wijzigingen een kader vast te leggen. Dit biedt zekerheid aan de gemeente, omwonenden en andere betrokken partijen over de beoogde ruimtelijke kwaliteit.
De uitgangspunten en randvoorwaarden zijn ondermeer gebaseerd op hetgeen is vastgelegd in het Krimpenerwaards Kookboek en komen tegemoet aan de eerder gemaakte opmerkingen van de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit Krimpenerwaard (GAOK). De in het rapport opgenomen referentiebeelden en renders dienen ter inspiratie. Het beeldkwaliteitsplan van 24 februari 2026 is opgenomen in Bijlage 1 Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad apart van het bestemmingsplan vastgesteld als beleid in de zin van artikel 4.19 Omgevingswet. Landschappelijke inpassing Huidige landschap ABZ Diervoeding ligt in het hoger gelegen gebied tussen de dijken van de Hollandsche IJssel. Het contrast tussen deze dijkzone en het zuidelijk gelegen veenweidegebied is groot. De rivierzone is kleinschalig en verdicht met boomgaarden en andere boombeplanting, terwijl het veenweidegebied grootschalig en zeer open is. Het huidige terrein van ABZ Diervoeding heeft, mede door regels rondom hygiëne en de bedrijfsvoering, een open karakter. Alleen aan delen van de west- en noordzijde van het terrein staan bomenrijen. Ook staat er op de dijk, ten noorden van de parkeerplaats van de Welkoop, een grote en karakteristieke notenboom. Landschappelijke inpassing Hoge bebouwing zoals de fabriek van ABZ Diervoeding valt op in het landschap. Dit zicht op de bebouwing is niet volledig weg te nemen.
Wel is het mogelijk om, met goede plaatsing van bomen, het zicht op de bebouwing te filteren. Het zicht op de fabriek kan met name gefilterd worden aan de oostzijde van het plangebied. De wegbeplanting langs de Provincialeweg Oost neemt het zicht op de hogere delen van de fabriek al enigszins weg. Door op de oostgrens van de locatie, haaks op de wegbeplanting, een bomenrij toe te voegen, wordt dit zicht verder gefilterd. Geschikte boomsoorten voor een dergelijke bomenrij zijn es, els of eik. Daarnaast kan de boombeplanting langs de Provincialeweg Oost verder uitgebreid worden ter hoogte van de entree van het terrein. De zichtbaarheid van ABZ Diervoeding en de Welkoop blijft bestaan, doordat je onder de boomkronen doorkijkt. De hoge bebouwing wordt echter gedeeltelijk aan het zicht onttrokken, door diezelfde boomkronen. Naast de entree wordt de parkeerplaats aan het zicht onttrokken met een haag. De entree zelf blijft meer open, om de veiligheid van het in- en uitrijden van het terrein te waarborgen. Geschikte boomsoorten voor het uitbreiden van de wegbeplanting zijn es, els of eik. Het parkeerterrein van de Welkoop kan met de uitbreiding geoptimaliseerd worden. Daarbij zou het goed zijn om, gezien het groene karakter van de winkelketen, het parkeerterrein groener in te richten. Dit past goed bij het type bedrijf en zorgt voor een aangenamer klimaat op warme dagen.
Dit kan bereikt worden door het toepassen van grasstenen en door bomen toe te voegen. Deze bomen zorgen voor schaduw op verharding en op de auto's. Deze bomen kunnen een knipoog zijn naar de veelvoorkomende boomgaarden in de omgeving. Parkeren onder fruitbomen is ongewenst, vanwege vallend fruit, maar door bijvoorbeeld te kiezen voor sierkers als boomsoort, krijgt de parkeerplaats wel de uitstraling van een boomgaard. Een vereenvoudigde versie van het landschapsinpassingsplan is opgenomen in figuur 5.
Toelichting
13
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Figuur 5: Landschapsinrichtingsplan. Beplantingsplan Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het groen aan de oostzijde van het plangebied is een beplantingsplan opgesteld. De aanleg en instandhouding hiervan wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd in de specifieke gebruiksregels (artikel 5.3.1 van de bestemming 'Groen'. 2.2.2 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 4 verschillende data (21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december) zijn steeds 6 tijdstippen gekozen: 09:00 uur, 11:00 uur, 13:00 uur, 15:00 uur, 17:00 uur en 19:00 uur. Uit de bezonningsstudie van blijkt dat alleen tijdens de winterperiode de schaduwen zich uitstrekken tot aan de woningen langs de Hekendorpse Buurt, wat overeenkomt met de situatie in de bestaande omstandigheden. In de nieuwe situatie vertoont het patroon van schaduwvorming enige variatie met een licht gewijzigde schaduwcontour en een ietwat verhoogde hoeveelheid schaduw. In de resultaten zijn enkele momenten waarbij de schaduw de woningen raakt aan de overkant van de IJssel, maar deze woningen hebben meer dan 3 uur zon waardoor wordt voldaan aan de TNO norm. Voor het overige blijkt uit de vergelijking dat er nagenoeg geen schaduwwerking is. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 2.
Conclusie Gelet op de ligging van de planlocatie in binnenstedelijk gebied is vermindering van bezonning en privacy ten opzichte van de huidige situatie niet onaanvaardbaar. De belangen van omwonenden worden hierdoor niet onevenredig geschaad.
14
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied ligt aan de Provincialeweg Oost (N228) in Haastrecht. Deze gebiedsontsluitingsweg is tevens een recreatieve verbindingsroute voor langzaam verkeer tussen Gouda en Oudewater. De maximum snelheid is 60 km/uur. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de verkeersintensiteit. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats vanaf de bestaande verharde ontsluiting. De Provincialeweg Oost met afslag naar plangebied.
Inrit naar 'De Samenwerking' en Welkoop.
Toegangsweg naar Welkoop.
Parkeerterrein Welkoopwinkel.
Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan deze parkeerregeling. Tabel 3.1: Parkeerkencijfers in verband met aanpassingen diervoedergebouw en winkel Functies Per 100 m² Oppervlakte Bedrijven weinig stedelijk/ buitengebied Bedrijf, arbeidsextensief/ bezoekersextensief min. 0,8 Geen uitbreiding t.o.v. (loods, opslag, transportbedrijf) max. 1,3 bestaande bebouwing Bedrijf, arbeidsintensief/ bezoekersextensief min. 2,1 Geen uitbreiding t.o.v. (industrie, laboratorium, werkplaats) max. 2,6 bestaande bebouwing Tuincentrum weinig stedelijk/ buitengebied
Toelichting
Aantal pp
15
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Tuincentrum
min. 2,6 max. 3,1
Bestaand: 1.000 m² uitbreiding: 230 m²
31,0 pp 7,1 pp
Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A. De vergroting van het bedrijfsgebouw van Coöperatie ABZ De Samenwerking U.A. gaat vindt nageoeg plaats binnen het bestaande bouwvlak. Er wordt een verhoging van een gedeelte van de bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt voor opslag van dier- en ruwvoeders. Deze uitbreiding heeft geen consequenties voor het aantal verkeersbewegingen. De parkeerbehoefte wijzigt niet. Welkoop In de bestaande situatie is een winkel van 1.000 m² toegestaan. De uitbreiding c.q. overkapping van de entree met 230 m² dient voornamelijk voor stalling van winkelwagens en overdekte opslag (van goederen die nu onbeschut buiten liggen). Op basis van de parkeerkencijfers zouden in de nieuwe situatie afgerond 38 parkeerplaatsen nodig zijn, hoewel de uitbreiding van de entree in werkelijkheid niet zal leiden tot meer bezoekers. Op het parkeerterrein is ruimte voor 51 auto's, zodat wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 11.2 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
16
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd. Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap.
Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet alleen in een herontwikkeling van een bestaand bedrijfsterrein met een verhoudingsgewijs beperkte bouwkundige
Toelichting
17
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
vergroting van de bedrijfsgebouwen van ABZ De Samenwerking en met een verhoudingswijs beperkte bouwkundige vergroting van een weidewinkel in het buitengebied met een overdekte entree. De rijksbelangen zijn niet in het geding. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening genoemde rijksbelangen zijn niet in het geding. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op.
Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie.
Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In dit bestemmingsplan wordt een geringe uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw en een winkel (met overdekte entree) mogelijk gemaakt. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit wordt toegelicht in paragraaf 3.2.2.1. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.
18
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. 3.2.2 Omgevingsverordening Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening in werking getreden. Bestemmingsplannen dienen rekening te houden met de hierin opgenomen regels. Voor dit bestemmingsplan betreft dit een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Omgevingsverordening.
Toelichting
19
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
3.2.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. Hierin zijn bijbehorende tabellen met een overzicht opgenomen van de namen en de oppervlaktes van de locaties. Als een locatie is opgenomen op de '3 ha kaart' betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het bestemmingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit.
Uitgangspunt voor het opnemen van een locatie op de '3 ha kaart' is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Binnen een periode van ten hoogste 10 jaar moet er voldoende behoefte bestaan voor ontwikkeling van de locatie. De regionale visies voor wonen en bedrijventerreinen vormen belangrijke input voor de '3 ha kaart'. Het is daarom wenselijk om al voordat een nieuwe buitenstedelijke locatie wordt opgenomen in de regionale visie in overleg te treden met de provincie over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die locatie. In lid 4 is bepaald dat Gedeputeerde staten een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen kunnen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied is op kaart 14 (Bedrijventerrein) van de Omgevingsvisie aangeduid als 'concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen' (figuur 6). Dit bestemmingsplan maakt een geringe verhoging van bedrijfsgebouwen van een bestaand mengvoederbedrijf mogelijk zonder dat de bebouwingsoppervlakte toeneemt. Een gedeelte van de bedrijfsbebouwing wordt alleen verhoogd van 29 meter naar 35 tot 40 meter. Verder wordt een geringe uitbreiding van de Welkoop mogelijk gemaakt met 230 m² voor overdekking van de entree.
Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen (o.a. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 april 2014, zaaknummer 201306183/1). Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. 3.2.2.2 Ruimtelijke kwaliteit Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. De Provincialeweg Oost ligt in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop ingegaan. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op de Laag van de Ondergrond ligt het plangebied binnen de aanduiding 'Rivierdeltacomplex - rivierklei/ veen'.
De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar houden. Voorts ligt het gebied gedeeltelijk in oude stroomgordels en geulafzettingen van veen. In de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen maakt het gebied onderdeel van het veen(weide)
20
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen rekening houden met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Voorts dragen ontwikkelingen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. Het plangebied ligt voorts aan een dijklint van een rivierdijk: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit maken een verdere onderverdeling in linten en bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse. Op de Laag van de stedelijke occupatie is het plangebied aangeduid als watergebonden bedrijventerrein (figuur 6). De kleinere natte bedrijventerreinen zijn gekoppeld aan binnenvaartwater (rijks- en provinciale vaarwegen).
Hier is het industriële en logistieke karakter en de relatie land-water bepalend voor de karakteristiek, alleen aanmerkelijk kleinschaliger dan bij de mainport. De relatie tussen functie en vorm is duidelijk zichtbaar. Bij ontwikkelingen wordt gezorgd voor een versterking van de relatie tussen vaarwegen en watergebonden werkgebieden. Er wordt gewerkt aan een gepaste overgang tussen terrein en omgeving en het benutten van de milieuruimte zonder hinder voor de omgeving. Richtpunten zijn o.a. dat ontwikkelingen op en rond natte bedrijventerreinen aansluiten bij het industriële en logistieke land-waterkarakter en bijdragen aan een gepaste overgang tussen terrein en omgeving. Het benutten van de milieuruimte dient zonder hinder voor de omgeving plaats te vinden. Op de Laag van de beleving is de Provincialeweg N228 opgenomen als Provincialeweg en als fiets- en wandelroute. In artikel 6.9, lid 8 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, ontwikkelingen mogelijk kan maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a.
In dit artikel (Beschermingscategorie 3 Buitengebied) is bepaald dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wanneer aan de in dit artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'lint' in het 'veen(weide)landschap'. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Voor een dijklint geldt dat de bebouwing op één niveau ligt met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.
De landschappelijke kwaliteiten worden niet aangetast, omdat alleen de bouwhoogte van mengvoederfabriek 'De Samenwerking' gedeeltelijk wordt aangepast van 29 meter naar 35 tot 40 meter waar nu al een bedrijf is toegestaan. Verder wordt een bouwkundige vergroting van de Welkoop mogelijk gemaakt met een 230 m² overdekte entree. Bij deze herontwikkeling wordt rekening gehouden met de symmetrie van het lint en diepte van de huidige kavel. Aansluiting wordt gezocht bij de huidige korrel van de bestaande bebouwing. Gesteld kan worden dat de uitbreiding past binnen de aard en schaal van het bebouwingslint, zodat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
Toelichting
21
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Figuur 6: links uitsnede Kaart 14 (bedrijventerreinen) Omgevingsvisie en rechts uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie'. 3.2.2.3 Bedrijven In artikel 6.12 van de Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van Bedrijven opgenomen. Als een bestemmingsplan betrekking heeft op een bedrijventerrein is het volgende van belang. Artikel 6.12 Bedrijven In lid 1 van dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan bedrijven toelaat in een hoge milieucategorie die passend zijn in de omgeving van het bedrijventerrein. Hierbij dient rekening te worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. Toetsing aan Bedrijven Op kaart 20 van van de Omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als 'bedrijventerrein' die de vitaliteit van het bedrijfsleven versterkt. De hoogst toegestane milieucategorie op dit gedeelte van het bedrijfsperceel blijft categorie 4.1. Bedrijven uit deze categorie passen op het bedrijfsperceel in relatie tot de omgeving. 3.2.2.4 Detailhandel In artikel 6.13 van de Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van Detailhandel opgenomen. Als een bestemmingsplan betrekking heeft op detailhandel is het volgende van belang.
Artikel 6.13 Detailhandel In lid 1 van dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden voorziet binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken. In deze situatie is evenwel sprake van een bestaande winkel, waarvan de bestaande bebouwing en het bestaand gebruik van grond ingevolge het op het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingsverordening geldende bestemmingsplan rechtmatig aanwezig is (artikel 6.8, Bestaand en nieuw) van de Omgevingsverordening. Toetsing aan Detailhandel In onderhavige situatie is sprake van een bestaande winkel overeenkomstig het geldende bestemmingsplan. De uitbreiding betreft alleen een overkapping van 230 m². Deze geringe uitbreiding is passend binnen de regels van de Omgevingsverordening.
22
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
3.2.2.5 Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 3.3.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie.
Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het plan is in overeenstemming met artikel 6.12 van de Omgevingsverordening (Bedrijven), omdat een geringe uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw mogelijk wordt gemaakt, passend bij de omgeving van het bedrijfsperceel; het plan is in overeenstemming met artikel 6.8 en 6.13 van de Omgevingsverordening (Detailhandel), omdat er sprake is van bestaande detailhandel met een kleine uitbreiding met een overdekte entree. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 3.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen.
Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Landschappelijke eenheden Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard. Het middendeel van de Krimpenerwaard heeft een gevarieerd en kleinschalig landschapsbeeld door de aanwezigheid van linten met wegbeplantingen, eendenkooien en pestbosjes. Het plangebied ligt aan een hoofdweg op een dijk. Ambitiebeeld Ambitiebeeld is het koesteren van het uitgestrekte veenweidegebied en de relatieve openheid met het eeuwenoude kavelpatroon in landbouw- en natuurgebied. Ook behoud en versterken van het contrast tussen onbebouwde wegen en verdichte oost-west georiënteerde linten en de verschillen in symmetrie respectievelijk asymmetrie tussen de linten onderling maken hiervan onderdeel uit.
De hoofdambities zijn uitgewerkt in gebiedsprofielkaarten waarin kort de karakteristiek, toekomstige ontwikkelingen en de in de Kwaliteitskaart vastgestelde ambities zijn genoemd. Aansluitend volgt een beschrijving van de karakteristiek en de aanvullende ambities per legenda-eenheid. Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaart 'Linten blijven linten'. Deze wordt hieronder beschreven.
Toelichting
23
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Linten blijven linten De bebouwing van het landelijke gebied is geconcentreerd in de linten. Door de ontginning vanuit de rivieren hebben de linten een oost-west oriëntatie. De linten zorgen voor een geleding van het landschap in noord-zuid richting en lange open ruimtes in oost-west richting. De linten in het gebied zijn in twee categorieën te onderscheiden: dijklinten en veenlinten. Binnen deze twee categorieën wordt verder gedifferentieerd. Als ambitie wordt aangehouden: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat er op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. De Provincialeweg Oost ligt aan een ingesloten dijklint. De dijklinten lopen door tot in de dorpen. De bebouwing staat op de dijk of, door eerdere dijkverhogingen, net onder het huidige dijkniveau. Het karakter van het dijklint is stenig zonder beplanting. Waar dichte bebouwingswanden ontstaan zijn, verdwijnt de visuele relatie vanaf de weg naar het water. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing.
Aanvullende ambities zijn: Continuïteit van het dijklint binnen en buiten het dorp beleefbaar houden. Herkenbaar houden van het lint waarlangs het dorp gegroeid is. Asymmetrisch profiel handhaven: buitendijks op dijkniveau, binnendijks vaak lager. Werkgebieden met karakter Historische werkgebieden langs de rivieren hebben slechts voor een klein deel nog een binding aan het water. Nieuwe werkgebieden zijn aan stads- en dorpsranden in de nabijheid van provinciale wegen aangelegd. Ambities uit de kwaliteitskaart zijn dat watergebonden werkgebieden (natte bedrijventerreinen) werkgebieden zijn gekoppeld aan binnenvaartwater. Er is ruimte voor overslag en opslag. De relatie tussen functie en vorm is duidelijk zichtbaar. Bij ontwikkelingen wordt gezorgd voor een gepaste overgang tussen terrein en omgeving en het benutten van de milieuruimte zonder hinder voor de omgeving. Er wordt respectvol omgegaan met aanwezig cultuurhistorisch erfgoed. Werkgebied aan het water In het buitendijkse gebied langs Hollandsche IJssel ligt een aantal werkgebieden. De bedrijven staan tussen de weg op de dijk en het water. Slechts enkele daarvan zijn daadwerkelijk afhankelijk van het water als aan- en afvoerroutes. Daarom zijn de meeste bedrijven ook op de weg georiënteerd en keren de rivier haar rug toe.
Belangrijk bij watergebonden werkgebieden is dat ook de landzijdige ontsluiting over de weg geschikt voor vrachtverkeer is. Aanvullende ambities zijn Werkgebieden aan het water hebben een eigen buitendijks karakter (groen of industrieel). Ontwikkelingen houden rekening met de ruimtelijke impact aan de overkant en vanaf het water. Werkgebieden aan het water worden bij voorkeur door watergebonden bedrijven gebruikt. Toekomstige ontwikkelingen houden rekening met de ontsluiting over de weg. Hollandsche IJssel: Grote bedrijven bij voorkeur op de zellingen vestigen en niet in het lint (in verband met hun karakter en korrelgrootte). Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard Het plangebied ligt tussen de Hollandsche IJssel en de Provincialeweg Oost aan een ingesloten dijklint. De landschappelijke dynamiek wijzigt nagenoeg niet. Er wordt alleen voor een klein gedeelte hogere bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt van een bestaand watergebonden bedrijf dat nog gebruik maakt van aanvoer over het water. De uitbreiding van een bestaande winkel met een vergrote entree van circa 230 m² is zodanig gekozen dat zichtlijnen vanaf de Provincialeweg Oost nagenoeg niet worden aangetast. Bestaande sloten blijven behouden. Per saldo blijft de ruimtelijke kwaliteit tenminste gelijk. Het contrast tussen het dijklint en de omgeving blijft beleefbaar.
Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie De verhoging van het bedrijfsgebouw van het mengvoederbedrijf en de vergroting van de winkel met een overkapte entree is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard.
24
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.
De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. 3.3.2 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017 De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit.
Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart. De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. De Provincialeweg Oost maakt in de Nota onderdeel uit van een bijzonder niveau. Dit betreft gebieden waar het uiterlijk van de bebouwing van aanzienlijk belang is voor de identiteit van de Krimpenerwaard. In deze gebieden is inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. De nota ruimtelijke kwaliteit bevat voor gebieden met een bijzonder niveau een uitgebreide set criteria, die in woordkeuze en bandbreedte aanstuurt op een zorgvuldige inpassing van bouwplannen in het gebied. Een plan moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld.
Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten
Toelichting
25
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied Hollandsche IJssel (gebied 2B). Hiervoor zijn gebiedsgerichte criteria aangegeven. Dit bestemmingsplan maakt een uitbreiding van een mengvoederfabriek en winkel mogelijk. Conclusie De uitbreidingsplannen zullen rekening houden voldoen met de in de Nota vastgelegde gebiedsgerichte criteria. De aanvragen omgevingsvergunning zullen om advies worden voorgelegd aan de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAOK). Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal kunnen worden voldaan. 3.3.3 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen.
Dit is van belang voor de waterkwaliteit. In de waterparagraaf 4.3 wordt hierop ingegaan. Tevens zal hierin aandacht worden besteed aan waterhuishoudelijke aspecten. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van de provincie Zuid-Holland. Wateroverlast door overvloedige neerslag In het plangebied is er op de Kaart Wateroverlast geen knelpunt voor wateroverlast. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Overstroming In het plangebied is er op de Kaart Overstromingsbeeld geen knelpunt voor overstroming. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan.
Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. In het plangebied is er op de Kaart Hittestress geen knelpunt voor hittestress. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Conclusie Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen en klimaatadaptatie.
26
Toelichting
bestemmingsplan Provincialeweg Oost 34a/36, Haastrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.