6 RK Krw - Armoede eindrapportage DEF
Tekst van het document
•
Het Regionaal Plan Volwasseneducatie heeft als doel het aanpakken van laaggeletterdheid onder volwassenen door passend aanbod op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden. De deelnemers zijn gemeenten in Regio Midden-Holland.
•
De Lokaal Educatieve Agenda heeft als doel het optimaliseren van de samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en andere betrokkenen om kinderen en jongeren de kans te geven zich optimaal te ontwikkelen. De deelnemers zijn schoolbesturen binnen de gemeente Krimpenerwaard.
•
Het Programma Onderwijsachterstandenbeleid heeft als doel het beter voorbereiden van peuters met een (dreigende) leerachterstand en verkleinen van achterstand
van
kleuters
naar
groep
3.
De
deelnemers
zijn:
Kinderopvangorganisaties, het basisonderwijs, de Bibliotheek Krimpenerwaard, jeugdgezondheidszorg en de aanbieder van Alert4you (Enver)15. •
Het Uitvoeringsprogramma Cultuur heeft als doel het realiseren van de in de kadernota
opgenomen
doelstellingen
voor
cultuur
(cultuurparticipatie
bevorderen, identiteit van de kernen versterken en zichtbaar maken, verbinden van culturele initiatieven
en
cultureel
ondernemerschap versterken). De
gemeente werkt hiervoor samen met culturele organisaties en verenigingen. •
Project Kanswaard is bedoeld om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een zinvolle dagbesteding te verschaffen. De gemeente werkt hiervoor samen met NetWERK Krimpenerwaard, een organisatie die onder andere trainingen en vrijwilligersplekken aanbiedt. Het project Kanswaard is gestopt in 2022.
•
Minimaregelingen voor volwassenen en kinderen. Deze hebben als doel dat inwoners met een laag inkomen kunnen meedoen en daarmee uitsluiting op basis van financiële gronden te voorkomen. Paragraaf 3.4 licht dit verder toe.
Daarnaast voert de gemeente een actief beleid op het gebied van schuldhulpverlening. Bij de uitgangspunten van schulddienstverlening wordt speciale aandacht besteed aan kinderen die in armoede opgroeien, om hun kansen en welzijn te verbeteren.
Voor meer informatie over Alert4you, zie https://www.enver.nl/nieuwsbrief-enver-midden-holland-januari2023-alert4you/ 15
18
Verder vervult het Regionale Mobiliteitsteam (RMT) 16 een essentiële rol in de werknaar-werkdienstverlening. Het RMT begeleidt inwoners van de ene baan naar de andere, met als doel te voorkomen dat zij in een uitkeringssituatie belanden. Dit sluit aan bij de inzet van het hierboven genoemde regionale Werkgeversservicepunt Midden-Holland, dat zich richt op het matchen van werkzoekenden met vacatures binnen de regio. Het Werkcafé is een gezamenlijk initiatief van het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT), het WerkgeversServicepunt (WSP) en het Leerwerkloket (LWL). Het Werkcafé biedt mensen begeleiding bij het vinden van werk. Dit platform biedt niet alleen hulp bij het zoeken naar vacatures, maar ook bij het ontwikkelen van vaardigheden en het versterken van de positie op de arbeidsmarkt. In de toekomst: Integrale Toegang Tijdens dit onderzoek vernamen we dat de gemeente werkt aan het organiseren van een Integrale Toegang. De gemeente gaat met de partners van het Sociaal Preventieteam duurzaam samenwerken om de sociale basis te versterken en inwoners die een vraag hebben direct te kunnen helpen zonder door te moeten verwijzen. De kern van het idee van de Integrale Toegang is dat het niet meer uitmaakt waar een inwoner ‘binnenkomt’. Een toegangsteam, bestaande uit verschillende partners (waaronder de gemeente) zal met de inwoner in gesprek gaan om te komen tot een passende oplossing.
Op 27 februari 2024 is de gemeenteraad middels een presentatie geïnformeerd over deze plannen. 17 In maart 2024 is de volgende fasering gepubliceerd:18 •
Fase 1: voorwaardelijke fase voor start lerende werkpraktijk – maart/ april
•
Fase 2: borging lerende werkpraktijk d.m.v. ontwikkelteams – juni/ december
•
Fase 3: voorwaardelijke fase voor implementatie geheel Krimpenerwaard – september/ december
• 3.3
Fase 4: Evaluatie participatietraject – maart 2025 Doelstellingen
3. Welke doelen zijn er gesteld ten aanzien van het voorkomen en verminderen van armoede? De beleidsknop Sociaal Economische Status uit het IBK beschrijft de volgende doelen: 1. Meer inwoners kunnen zich naar wens en vermogen ontplooien; 2. Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of participeren naar vermogen; 3. Minder mensen ervaren financiële belemmeringen om mee te doen in de samenleving; 4. Meer
inwoners
beheersen
basisvaardigheden
en
hebben
kennis
van
de
Nederlandse samenleving; https://rmtmiddenholland.nl/ Gemeente Krimpenerwaard, Lokale Integrale Toegang, 27 februari 2024. 18 Gemeente Krimpenerwaard, Participatieplan Integrale Toegang, 26 maart 2024. 16 17
19
5. Meer mensen maken gebruik van de minimaregelingen waar ze recht op hebben.19 De subdoelen die daarbij horen zijn: •
Meer nieuwkomers gaan binnen 4 jaar aan het werk;
•
Minder huishoudens moeten rondkomen van een laag (minima)inkomen;
Uitwerking doelen in Planning & Control-documenten In de jaarrekeningen van 2021 en 2022 zijn geen specifieke doelen of indicatoren benoemd voor armoede en/of Sociaal Economische Status. Er worden wel twee doelen beschreven voor het Sociaal Domein in het algemeen: •
Effectievere ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben
•
Meer inwoners participeren naar vermogen in de samenleving
Het tweede doel lijkt daarbij op het beleidsdoel “Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of participeren naar vermogen” vanuit Sociaal Economische Status. Dit tweede doel wordt in de jaarrekening uitgewerkt in twee SMART-doelen, te weten: •
In 2022 scoren inwoners op tenminste 3 van de 6 indicatoren voor individueel welzijn 5% hoger dan in 2015;
•
In 2022 heeft tenminste 25% van het aantal mensen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt een zinvolle dagbesteding (eigen data).
Deze SMART-doelen hebben elk een bijbehorende indicator. Bovendien staat opgesomd welke resultaten en inspanning erbij horen. Ook de Kadernota 2024 en de Programmabegroting 2024-2027 bevatten geen specifieke doelen of indicatoren voor armoede en/of Sociaal Economische Status. Onder het algemene doel “Meer inwoners doen mee naar vermogen” zijn de volgende twee subdoelen opgenomen: •
Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of doen mee naar vermogen
•
Meer inwoners met een laag inkomen hebben bestaanszekerheid
Alleen het eerst beschreven subdoel is vrijwel consistent met doel 1 uit het IBK. De overige doelen uit het IBK zijn niet benoemd. Er worden geen indicatoren beschreven hoe elk van de twee subdoelen gemeten wordt. Wel worden er zes overall indicatoren genoemd (niet gekoppeld aan een specifiek doel, bijvoorbeeld: Percentage inwoners dat door een traject meer kans op een baan krijgt (bron: cliëntervaringsonderzoek).
19
Dit doel is via een aangenomen amendement van de gemeenteraad toegevoegd.
20
Uitwerking doelen in de kwaliteitsmonitor In 2021 is een kwaliteitsmonitor aan de raad aangeboden 20 waarin per beleidsknop de vier doelen en twee subdoelen zijn opgenomen.21 Onder de noemer “Sociaal Economische Status” zijn de volgende vijf indicatoren opgenomen (overall, niet per doel en niet nader toegelicht): •
Percentage ernstige financiële belemmering
•
Percentage laaggeletterdheid
•
Slagingspercentage inburgeringsplichtigen
•
Aantal gerealiseerde garantiebanen
•
Aantal gerealiseerde beschutte werkplekken
In de Kwaliteitsmonitor 2021 in onder “Zorggebruik” een aantal indicatoren opgenomen met betrekking tot armoede en schulden (net als bij Sociaal Economische Status zijn deze indicatoren overall en niet per doel): •
Saldo in- en uitstroompercentage bijstand
•
Aantal personen in schuldhulpverlening (per 10.000 inwoners)
•
Percentage door traject meer kans op baan
•
Aantal toegewezen aanvragen minimaregelingen
De Kwaliteitsmonitor 2021 diende als nulmeting. Het doel is om deze monitor tweejaarlijks op te stellen. In het vierde kwartaal van 2024 zal de monitor over de jaren 2022 en 2023 uitgebracht worden. 3.4
Regelingen 4. Wat zijn de uit beleid voortvloeiende regelingen van de gemeente om armoede te voorkomen en te verminderen?
Gemeente Krimpenerwaard heeft een reeks regelingen die in 2023 zijn herzien in de Herijking Minimabeleid 2024. 22 De gemeenteraad heeft daarbij gekozen voor het volgende scenario: “De regelingen ‘Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ worden samengevoegd in een nieuwe ‘Meedoenregeling'. De inkomensgrens blijft gelijk, namelijk 120% van het wettelijk sociaal minimum. De vergoeding voor deze regeling bedraagt
€
300,-
per
jaar.
Daarnaast
worden
de
inkomensgrenzen
voor
de
kindregelingen opgehoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum.” De regelingen zien er daarom per 1 maart 2024 uit zoals opgenomen in tabel 3.1. De tabel laat de inkomensgrenzen zien, hoewel iedere voorziening speciale voorwaarden en
Gemeente Krimpenerwaard, Leren en verbeteren in het sociaal domein, 11 oktober 2022 Het vijfde doel, dat in het IBK toegevoegd werd door een amendement, is hierin niet opgenomen 22 Gemeente Krimpenerwaard, Notitie Scenario’s Herijking Minimabeleid 2024, 1 oktober 2023. 20 21
21
regels kent. Voorbeelden daarvan zijn: een laag besteedbaar inkomen vanwege schulden of het bezit van weinig vermogen.
Tabel 3.1. Inkomensgrenzen gemeentelijke regelingen bij een laag inkomen. 23 Hoogte inkomen (wettelijk sociaal minimum) Minimaregeling
100%
110%
120%
130%
140%
150%
Individuele inkomenstoeslag Bijzondere bijstand24 Collectieve zorgverzekering Jeugdfonds Sport en Cultuur en zwemles Schoolspullen, computer en fiets* Fonds Kinderhulp Volwassenenfonds Sport en Cultuur* Meedoenregeling* Gratis openbaar vervoer* Meerkosten voor chronisch zieken* Stichting Babyspullen* Stichting Jarige Job * De regeling heeft aanvullende voorwaarden naast de algemene inkomensgrens
De meeste regelingen zijn bedoeld voor mensen met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Alle kindregelingen gaan tot 130% en zijn dus ruimhartiger. Een aantal regelingen heeft geen algemene inkomensgrens, maar is afhankelijk van de persoonlijke en financiële situatie. Dit zijn: •
Kwijtschelding van de gemeentebelastingen;
•
Studietoeslag (deze werkt met andere voorwaarden - de financiële situatie van en ondersteuning aan studenten is dan ook anders);
•
Bonnen voor levensmiddelen via Stichting BlijeGift (voor inwoners die niet in aanmerking komen voor de Voedselbank)
De regelingen zijn opgesomd op https://www.krimpenerwaard.nl/regelingen-bij-eenlaag-inkomen. De regelingen van de gemeente zelf staan hier allemaal op, net als enkele voorzieningen die worden aangeboden door particuliere stichtingen, zoals hulp bij het vieren van de verjaardag, babyspullen en Stichting Blije Gift. Het overzicht is echter niet compleet: het aanbod van bijvoorbeeld de Voedselbank en SUN (Stichting Urgente Noden) is niet in deze lijst opgenomen. Deze organisaties zijn,
Gemeente Krimpenerwaard, website, bekeken op 14 april 2024. Van 120% tot 150% van de bijstandsnorm zijn draagkrachtregels (met een staffelmethode) van toepassing. 23 24
22
tezamen met andere instanties, wel te vinden op https://www.krimpenerwaard.nl/hulpbij-geldzorgen. Figuur
3.2
laat
van
een
aantal
regelingen
de
inkomensgrenzen
zien
die
benchmarkgemeenten in de Divosa Benchmark hanteren. 25 De blauwe bolletjes geven aan welke grenzen de gemeente Krimpenerwaard hanteert. Figuur 3.2. Inkomensgrenzen gemeentelijke regelingen in vergelijking met Divosa Benchmarkgemeenten (procentueel). Getoond: het aantal gemeentes met gehanteerde inkomensgrenzen t.o.v. het sociaal minimum; de inkomensgrens die Krimpenerwaard hanteert is weergegeven met een blauw bolletje.
Figuur 3.2 laat zien dat de gemeente Krimpenerwaard (blauwe bolletje) vaak minder hoge inkomensgrenzen hanteert dan andere gemeenten met dezelfde regeling. Bij veel van de regelingen hanteren de meeste benchmarkgemeenten een inkomensgrens van 135% of hoger, terwijl Krimpenerwaard 120% of 130% hanteert. Een voorbeeld is de maatschappelijke participatieregelingen voor volwassenen (18+), waarbij meer dan de helft van de gemeenten met dezelfde regelingen een hogere inkomensgrens hanteert dan de gemeente Krimpenerwaard. 3.5
Doorloopsnelheid 5. Wat is de doorloopsnelheid van procedures?
Gemeente Krimpenerwaard heeft in 2022 een gemiddelde wachttijd voor een gesprek voor schuldhulpverlening van korter dan 3 dagen. Twee procent van de aanvragers moet langer dan vier weken wachten, dit was in 2021 drie procent. 26 Dat deze groep langer moet wachten heeft vaak te maken met een complexe situatie, geeft de gemeente aan. De gemeente geeft aan dat er bij een nieuwe aanvraag van een minimaregeling gestreefd wordt om binnen enkele dagen (het liefst een werkweek) de aanvraag te bekijken en te reageren naar de cliënt. Er zijn echter weinig aanvragen in één keer compleet (zo’n
Divosa, Benchmarkrapportage 2022. De bolletjes bij de stadspassen voor Krimpenerwaard zijn gebaseerd op de fondsen voor Sport en Cultuur en de Meedoenregeling, die in essentie hetzelfde beogen als een stadspas. 26 Gemeente Krimpenerwaard, export t.b.v. Divosa benchmark, 2 april 2024. 25
23
10%), hetgeen snel handelen en extra werk vergt van consulenten. Consulenten bellen en zoeken contact met de cliënt om ontbrekende informatie op te vragen en aanvullende vragen te stellen. Dit draagt eraan bij dat de wettelijke termijnen gehaald worden in 97% van de gevallen in 2023. De doorloopsnelheid van de aanvragen is doorgaans hoog. Dit heeft als positieve uitkomst dat mensen sneller het geld ontvangen waar zij recht op hebben en behoefte aan hebben, óf sneller uitsluitsel krijgen dat de aanvraag is afgekeurd. Zeker bij schuldhulptrajecten is de korte doorlooptijd van groot belang zodat schulden niet verder oplopen. Er zijn uit het onderzoek geen signalen gekomen dat de wachttijd bij de gemeente bijdraagt aan oplopende schulden, hetgeen aansluit bij een wachttijd van 3 dagen voor de schuldhulpverlening. Er zijn ook geen signalen dat er soortgelijke wachttijden zijn voor inwoners die andere hulp vragen bij de gemeente, zoals inwoners die voorzieningen aanvragen. Bij statushouders is de snelheid van handelen extra belangrijk, omdat deze groep in korte tijd veel nodig heeft van (onder meer) de gemeente. De gemeente is hier alert op en is zich bewust van de risico’s voor statushouders wanneer er niet snel geacteerd wordt. 3.6
Drempels bij aanvragen 6. Welke drempels ervaren inwoners bij het doen van aanvragen?
Inwoners kunnen drempels ervaren bij het vragen van (financiële) hulp. Drempels zijn in te delen in drempels bij de inwoner zelf (interne drempels) en drempels die bijvoorbeeld in het aanvraagproces zitten (externe drempels). Drempels met een asterisk* zijn nader toegelicht na de opsomming. Interne drempels •
Taboe op armoede, schaamte, mensen die hun hand niet willen ophouden, bijvoorbeeld onder ZZP’ers. Zij willen niet afhankelijk zijn van de gemeente en komen pas als ze (forse) schulden hebben (benoemd door maatschappelijke organisaties, gemeente).*
•
Angst om te moeten terugbetalen. Maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen merken dat inwoners bang zijn fouten te maken bij aanvragen. Dit komt onder andere door de Toeslagenaffaire (benoemd door de gemeente). Dit leidt ertoe dat mensen hulp vragen bij zelfs eenvoudige formulieren, zoals een ervaringsdeskundige anekdotisch aangaf. De gemeente zelf geeft aan dat zij vergevingsgezind acteert, maar realiseert zich niet dat inwoners dit niet altijd weten. Een deel van de inwoners gaat juist van het
24
omgekeerde uit, namelijk dat de gemeente niet vergevingsgezind is, maar streng en willekeurig. Deze mismatch tussen hoe de gemeente denkt dat zij overkomt en het beeld bij inwoners hindert de overbrugging van de bijbehorende drempels. •
Ouders die niet willen inzien dat er een probleem is bij hun kinderen (benoemd door maatschappelijke organisaties).
Interne / externe drempel •
Website en brieven zijn te complex voor mensen die laaggeletterd zijn of weinig Nederlandse taalvaardigheid hebben (benoemd door gemeente, maatschappelijke organisaties, ervaringsdeskundige (d.w.z.: inwoner)). *
Externe drempels •
Het is ingewikkeld en vergt veel papierwerk om een aanvraag te doen, met name als je nog geen cliënt bent bij de gemeente. Dit is nog meer werk voor ZZP’ers, want zij hebben geen loonstrook dus de check op rechtmatigheid is ingewikkelder (benoemd door gemeente).*
•
Onbekendheid met het aanbod van de gemeente (benoemd door gemeente, maatschappelijke organisatie).*
•
Website gemeente is lastig te navigeren, moeilijk om de juiste informatie te vinden en zoekfunctie slecht (benoemd door maatschappelijke organisatie).
•
Mismatch tijdens gesprek hulpverleners met inwoners; informatie en proces zijn te ingewikkeld en er is onvoldoende controle of de informatie goed ontvangen wordt (benoemd door maatschappelijke organisatie).
•
Het aanbod is versnipperd, er is niet één plek met aanbod gemeente en maatschappelijke organisaties. Ook de informatie over regelingen en aanbod is versnipperd, er is niet één plaats waar het aanbod is opgesomd (benoemd door maatschappelijke organisatie).
•
Bijkomende kosten zoals reiskosten, instrumenthuur of sportkleding vormen soms een onoverkomelijke kostenpost. Een tweedehands fiets of laptop heeft een eigen bijdrage en verzendkosten (tot €75) (benoemd door maatschappelijke organisatie, ervaringsdeskundigen).
•
Intermediairs en gemeente selecteren te streng aan de poort, kennen niet alle regels of beoordelen aanvragen verschillend (benoemd door maatschappelijke organisatie, ervaringsdeskundigen).
Een aantal drempels wordt hieronder nader toegelicht. Interne drempel: taboe, schaamte, de eigen broek ophouden In Krimpenerwaard heerst sterk het gevoel dat men de eigen broek moet kunnen ophouden, wat vaak gepaard gaat met schaamte binnen de eigen kring. Volgens
25
maatschappelijke organisaties vinden mensen, vooral ouderen, dat ze altijd alles zelf hebben kunnen redden en dat dit zo moet blijven. Deze ideeën over schaamte en zelfredzaamheid worden in gesprekken vaak benoemd als de ‘cultuur’ van Krimpenerwaard. Dit wordt deels verklaard door de kerkelijke achtergrond van veel inwoners en deels door de plattelandscultuur. Vertegenwoordigers van een lokale kerk wijzen erop dat schaamte mogelijk meer te maken heeft met de plattelandscultuur dan met religie, aangezien schaamte volgens hen in kerken in grote steden een minder grote rol speelt. Interne / externe drempel: complexe brieven en website bij laaggeletterdheid Uit gesprekken met de gemeente, maatschappelijke organisaties en inwoners blijkt dat de communicatie van de gemeente met de doelgroep verbeterd kan worden. Dit blijkt onder andere uit een door meerdere gesprekspartners aangehaalde brief die in 2023 is verzonden aan cliënten met wie de gemeente al enige tijd geen contact had gehad. Deze brief was bedoeld als open uitnodiging om met elkaar in gesprek te gaan en om informatie en ondersteuning aan te bieden. Een deel van de ontvangers kreeg echter angstige gevoelens na ontvangst, doordat hen niet goed duidelijk was wat de bedoeling van de uitnodiging. Daardoor ontstond bij hen onbedoeld stress. Vooralsnog lijkt dit een incidenteel voorval te zijn geweest.
Zowel de gemeente als de Cliëntenraad erkenden dit probleem en de gemeente herschreef de brief volgens adviezen van de Cliëntenraad. Niet bekend is hoe hierop werd gereageerd. Ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties melden dat veel mensen moeite hebben om zelf aanvragen te doen voor gemeentelijke diensten vanwege lage taalvaardigheid en angst om fouten te maken waardoor ze geen hulp zouden krijgen of zelfs terug moeten betalen. Externe drempel: aanvraag is ingewikkeld en vergt veel papierwerk Het invullen van formulieren en aanvragen is vaak ingewikkeld, vooral voor inwoners die niet eerder bij de gemeente aanklopten. Zij moeten documenten overleggen zoals identiteitspapieren en inkomensbewijzen. De gemeente schat dat 90% van de aanvragen voor ondersteuning niet direct compleet is of aanvullende informatie nodig heeft. Externe drempel: onbekendheid met het aanbod van de gemeente Ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties melden dat er ruimte is voor verbetering
in
de
ervaringsdeskundigen
communicatie
over
het
aanbod.
Tijdens
gesprekken
met
bleek dat veel inwoners niet op de hoogte waren van
gemeentelijke regelingen waar ze recht op hadden. Zo ontdekten sommige inwoners pas tijdens deze gesprekken de aangepaste OV-regeling en vroegen deze meteen aan. Ervaringsdeskundigen lazen de lokale krant Het Kontakt niet allemaal, waardoor veel inwoners pas via bekenden of toevallig over regelingen hoorden.
26
Een begrijpelijk en compleet overzicht van regelingen, zowel van de gemeente als gesubsidieerde organisaties, is cruciaal. Herhaalde actieve informatie naar bestaande cliënten kan helpen. De gemeente heeft een ‘bewaarkaart hulp bij geldzorgen’. In gesprekken met ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties wordt deze bewaarkaart een enkele keer genoemd, maar deze is niet bekend bij allen. Een verklaring hiervoor is de ‘knip’ tussen de uitvoering van kindgerelateerde minimaregelingen en de gemeentelijke uitvoering van alle andere minimaregelingen. De kindregelingen worden uitgevoerd door Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur, die geen informatie uitwisselen over cliënten met de gemeente en die geen bewaarkaart aan hun cliënten geven. Daarnaast veranderen de voorwaarden van regelingen in de loop der jaren zodat een dergelijk overzicht verouderd raakt. Ervaringsdeskundigen over drempels Uit gesprekken met de ervaringsdeskundigen blijkt dat zij soms willekeur ervaren. “Ik kom vaak de verkeerde mensen aan de telefoon tegen, of medewerkers zijn niet in de juiste stemming, waardoor ik soms herhaaldelijk terug moet bellen om het juiste antwoord te krijgen.” Een ander: “De hulp en snelheid van hulp afhankelijk is van de aangewezen medewerker vanuit de gemeente.
Over het algemeen zou ik de gemeente een score van 8+ geven, maar de duidelijkheid en volledigheid van de verstrekte informatie is sterk afhankelijk van de medewerker die je helpt.” Deze ervaringsdeskundige laat weten bepaalde hulp te laten liggen, al heeft zij wettelijk recht op toekenning en weet zij dit. Zij verwacht eerst afgewezen te worden en te moeten vechten voor haar recht, want het soort uitzonderingsregels die voor haar gelden, zijn in haar ervaring niet bij alle consulenten bekend. Een maatschappelijke organisatie had een voorbeeld waarbij hernieuwde aanvraag tot toekenning o.b.v. maatwerk leidde. Dat betekent dat de aanvraag al in eerste instantie had
moeten
worden
goedgekeurd,
zonder
hernieuwde
tussenkomst
van
de
maatschappelijke organisatie. 3.7
Flankerend beleid om drempels te verlagen 7. In hoeverre is er flankerend beleid om drempels bij aanvragen te verlagen?
Zoals in voorgaande paragraaf beschreven zijn er de volgende drempels: •
Taboe/schaamte
27
•
Angst om te moeten terugbetalen
•
Ouders die hun ogen sluiten
•
Taalgebruik website en brieven te complex voor laaggeletterden
•
Aanvraag ingewikkeld met veel papierwerk
•
Onbekendheid aanbod gemeente
•
Website lastig te navigeren
•
Mismatch tijdens gesprek hulpverleners met inwoners
•
Versnipperd aanbod
•
Bijkomende kosten
•
Te strenge selectie aan de poort
Hieronder wordt beschreven in hoeverre de gemeente omgaat met (een deel van) deze drempels. Wat doet de gemeente voor inwoners met schaamte? De gemeente hanteert ‘normaliseren’ als uitgangspunt in contact met inwoners, om schaamte te verminderen. Dit betekent dat men laat zien dat veel mensen dezelfde problemen hebben. Dit beleid lijkt effectief, zoals te zien bij de energietoeslag, waarbij honderden nieuwe aanmeldingen kwamen van inwoners die voorheen niet bekend waren bij de gemeente. Deze aanmeldingen kwamen mede doordat mensen in de media en hun omgeving zagen dat de energiecrisis wijdverspreid was en dus geen reden voor schaamte. Hierdoor voelden deze inwoners zich minder beschaamd om hulp te vragen, wat ook leidde tot een stijging in aanvragen voor andere voorzieningen. Wat doet de gemeente voor inwoners met laaggeletterdheid? De drie laagste taalniveaus zijn A1, A2 en B1. A1 betekent dat een inwoner alleen korte simpele zinnen begrijpt, A2 dat een inwoner korte simpele teksten begrijpt. B1-niveau betekent dat inwoners de belangrijkste punten uit een brief begrijpen als er voornamelijk veelgebruikte woorden in staan. Een aantal jaar geleden bleek dat 15% van de inwoners in Krimpenerwaard laaggeletterd is (taalniveau A2 of A1). 27 De gemeente Krimpenerwaard streeft ernaar om teksten begrijpelijk te maken voor zoveel mogelijk inwoners.
Daarom schrijft de gemeente informatie op B1-niveau. Dit betekent dat voor minimaal 5% van de inwoners het lezen van brieven onmogelijk is en voor 10% wel mogelijk maar zeer uitdagend. De Cliëntenraad heeft geadviseerd en geholpen bij het herschrijven van de eerder genoemde brief uit 2023 met de onduidelijk geformuleerde uitnodiging. De gemeente staat open voor structurele samenwerking met adviesorganen om de communicatie te verbeteren en bespreekt in het vervolg brieven met hen voordat deze worden verstuurd. 27
Taalpact Krimpenerwaard, De weg naar een sluitende aanpak van laaggeletterdheid 2019-2021
28
Wat doet de gemeente voor inwoners voor wie het systeem te complex is? De gemeente Krimpenerwaard heeft de energietoeslag zoveel mogelijk automatisch toegekend, gebaseerd op beschikbare informatie. Momenteel werkt de gemeente aan stroomlijning van aanvragen, zodat regelingen gelijktijdig worden afgehandeld en inwoners slechts één keer formulieren hoeven in te vullen. Formulieren zijn zowel op papier als digitaal beschikbaar. Digitale formulieren hebben een automatische routering die alleen relevante vragen toont. Een ervaringsdeskundige merkte op dat digitale fouten ertoe kunnen leiden dat vervolgvragen niet verschijnen, wat tot afwijzingen kan leiden. Papieren formulieren tonen alle vragen, waardoor een consulent fouten makkelijker kan corrigeren. De gemeente heeft subsidierelaties met maatschappelijke organisaties zoals WelZijn Krimpenerwaard, die als toegangspoort naar de gemeente dienen. WelZijn biedt inloopspreekuren in elke kern. Kwadraad, MEE en gro-up hebben ook een signalerende en adviserende rol. Zij kunnen inwoners informatie verstrekken en doorwijzen. Samen vormen ze het Sociaal Preventieteam (SPT), dat in 2023 het zogeheten Geldpunt heeft opgezet. Hier kunnen inwoners terecht met geldvragen en hulp bij eenvoudige aanvragen voor gemeentelijke ondersteuning. Zo kunnen inwoners laagdrempelig en in hun eigen kern hulp krijgen.
Inmiddels zijn er Geldpunten in drie kernen (Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk en Schoonhoven) en dit wordt uitgebreid. Wat doet de gemeente om bekendheid van het aanbod te vergroten? De gemeente Krimpenerwaard informeert inwoners actief over regelingen via de lokale krant Het Kontakt en voert incidenteel campagnes. Consulenten informeren inwoners ook over andere regelingen wanneer ze hen al spreken. Een campagne was gericht op ZZP’ers om hen bewust te maken dat ze bij financiële problemen bij de gemeente terecht kunnen. Ondanks deze inspanningen leverde de campagne geen nieuwe aanmeldingen op. Inwoners die werken of bijvoorbeeld AOW of WIA ontvangen, hebben doorgaans geen contact met de gemeente, waardoor het moeilijk is deze groepen te bereiken. 3.8
Benadering verschillende doelgroepen 8. Hoe worden verschillende groepen inwoners in armoede benaderd (bijvoorbeeld dak- en thuislozen, kinderen, mensen met een wisselend inkomen, langdurige minima, andere groepen die zich nu melden)?
Dak- en thuislozen De gemeente heeft geen separaat beleid beschreven voor dak- en thuislozen. In het IBK wordt alleen de urgentie van huisvesting voor kwetsbare groepen genoemd, waaronder
29
inwoners die door scheiding of baanverlies dakloos zijn geworden. In de beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen 2024 wordt vermeld dat de bijstandsnorm wordt verlaagd voor inwoners zonder woonlasten; een daklozenuitkering. 28 Dit is ook in andere gemeenten een gebruikelijke procedure. Daarnaast vermelden de beleidsregels dat bijzondere bijstand ingezet kan worden als overbruggingsuitkering voor noodzakelijke kosten van het bestaan na het verlaten van opvang, zoals een asielzoekerscentrum of na langdurige detentie. Wanneer daklozen via het Leger des Heils aan onderdak komen, is er een procedure zodat de daklozenuitkering wordt omgezet naar een bijstandsuitkering. De gemeente sluit aan bij de regionale aanpak Van Dak naar Dak Midden-Holland. Kinderen Er is specifiek beleid voor kinderen en de consulenten communiceren naar ouders over het bestaan van deze regelingen wanneer zij hen spreken. De uitvoering van de kindregelingen ligt echter extern, want de Stichting Leergeld voert deze uit voor de gemeente. Het Jeugdfonds doet dit specifiek op het gebied van sport en cultuur. Dat maakt dat de gemeente zelf geen zicht heeft op welke cliënten deze regelingen gebruiken. Het gebrek aan uitwisseling van cliëntinformatie is een voortvloeisel uit de privacywetgeving.
Het gevolg is dat de gemeente niet rechtstreeks contact kan zoeken met de groep die al eerder kindregelingen heeft gebruikt, om hen bijvoorbeeld te wijzen op andere kindregelingen of andere minimaregelingen. De stichting Leergeld zelf heeft een systeem waar inwoners een account aanmaken en vrij eenvoudig jaarlijks een herhaalde aanvraag kunnen doen. Op de optie van een nieuwe aanvraag worden zij niet actief gewezen door de Stichting Leergeld, geeft een ervaringsdeskundige aan. Mensen met een wisselend inkomen Het IBK benadrukt dat de bestaanszekerheid van de inwoners niet in het geding mag komen en dat negatieve effecten van armoede en schulden zoveel mogelijk worden beperkt. Dit omvat ook ondersteuning van mensen met wisselende inkomens. Bij het vaststellen van het inkomen en vermogen (ten behoeve van de aanvraag van minimaregelingen) wordt uitgegaan van de maand voorafgaand aan de maand van de aanvraag. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de inkomsten van de laatste drie maanden voorafgaand aan de maand van de aanvraag. Wanneer iemands inkomen boven de bijstandsnorm komt, wordt de bijstandsuitkering normaliter stopgezet. Bij een eenmalig of wisselend inkomen wordt de uitkering niet onmiddellijk stopgezet, maar maximaal 2 maanden voortgezet om te zien of het hogere inkomen stabiel blijft of weer daalt.
De gemeente wil de inwoner de kans geven om zich aan te passen en te voorkomen dat ze direct zonder ondersteuning komen te zitten door
28
Gemeente Krimpenerwaard, Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2024, art. 5.2.
30
een tijdelijke verhoging in hun inkomen. In individuele gevallen kan hiervan worden afgeweken. Dat betekent dat de gemeente naar de specifieke omstandigheden van de persoon kan kijken en als dat nodig is een andere beslissing kan nemen. Langdurige bijstandsgerechtigden Er is geen specifieke aanpak van langdurig bijstandsgerechtigden. De gemeente heeft recentelijk 2,5 fte aan consulenten (tijdelijk) aangenomen. Dit om weer in contact te komen, mensen te keuren waar nodig en mogelijkheden voor participatie/re-integratie te bespreken. Het resultaat hiervan is onbekend. Statushouders en nareizigers Statushouders zijn te verdelen in twee groepen die speciale aandacht vergen. •
Eerste groep: Statushouders met eerste woning Deze groep heeft een eerste woning toegewezen gekregen in Krimpenerwaard. Statushouders hebben bij aanmelding in de gemeente een Burgerservicenummer (BSN).
Deze
nieuwe
inwoners
krijgen
twee
jaar
ondersteuning
van
VluchtelingenWerk, een jaar langer dan waarvoor de gemeente rijksfondsen ontvangt, een bewuste beleidskeuze. VluchtelingenWerk helpt met de aanvraag van bijstand en andere voorzieningen. Als het papierwerk in orde is, verstrekt de gemeente binnen vijf dagen een eerste voorschot, omdat statushouders binnen twee weken na woningtoewijzing uit het asielzoekerscentrum moeten vertrekken. •
Tweede groep: Nareizigers Nareizigers zijn nieuwe Nederlanders van wie al familie in Krimpenerwaard woont en die het recht hebben om, vanwege gezinshereniging, bij dat familielid te komen wonen. Nareizigers hebben recht op Nederlands burgerschap en komen vanuit het buitenland bij een familielid in Krimpenerwaard wonen. Ze moeten zich binnen drie dagen na aankomst melden bij de IND 29 en moeten vervolgens een BSN-nummer verkrijgen. Dit proces stelt hen in staat bijstand en andere hulp aan te vragen.
De gemeente heeft een inkooprelatie met VluchtelingenWerk. De samenwerking tussen de gemeente en VluchtelingenWerk verloopt goed, geven beide partijen aan. Vluchtelingenwerk zet zich in om de administratieve uitdagingen te overzien en werkt samen met Stichting Urgente Noden (SUN) voor financiële noodhulp. De gemeente heeft afspraken gemaakt met VluchtelingenWerk voor korte doorlooptijden bij aanvragen van deze groepen en dit draagt bij aan het voorkomen van financiële problemen. Ondanks deze inspanningen riskeren statushouders en nareizigers hun tijd in Nederland te beginnen met schuldopbouw. Een onbekend deel van hen maakt informele (nietgeregistreerde) schulden om naar Nederland te reizen.
29 Immigratie- en Naturalisatiedienst
31
Er bestaat op dit moment een wachttijd bij de IND die maakt dat nareizigers ongeveer drie
maanden
moeten
wachten
voordat
zij
een
BSN-nummer
krijgen.
In
de
tussenliggende periode moeten gezinnen rondkomen van voorzieningen bedoeld voor een alleenstaande. Dit verschil kan ruim €500 bedragen. Kindgebonden uitkeringen en zorgtoeslagen kunnen ook niet meteen worden uitgekeerd. Dit leidt geregeld tot tekorten in dagelijkse uitgaven en incidentele kosten voor zaken zoals reiskosten naar de IND en voor het verkrijgen van het BSN-nummer, woninginrichting en kleding. Deze situatie kan leiden tot achterstallige betalingen en bijkomende kosten zoals boetes. De gemeente heeft casuïstiek overleg over inburgering met alle betrokken ketenpartners. Andere groepen De energietoeslag heeft nieuwe inwoners met armoedeproblemen bij de gemeente gebracht, waaronder ZZP’ers en werkenden met een laag inkomen. Deze toeslag maakte verborgen armoede zichtbaar en de gemeente heeft van de kans gebruikgemaakt om contact te leggen met deze inwoners. De toeslag heeft geholpen om meer kwetsbare groepen in beeld te krijgen, wat belangrijk is voor verdere ondersteuning. Recent nodigde de gemeente cliënten uit die ze lang niet heeft gesproken om te zien wat er veranderd is en hoe zij verder kunnen helpen. De gemeente had vanwege Covid-19 met een deel van de cliënten al langere tijd niet gesproken. De gemeente geeft ook aan dat er personeelswisselingen geweest zijn, hetgeen ervoor zorgde dat cliënten niet altijd bekend waren met hun klantmanager.
Een deel had ook geen vaste klantmanager. In de uitvoering wordt echter weer toegewerkt naar een vaste klantmanager voor alle cliënten. Door contact te zoeken met de cliënten, kunnen zij geïnformeerd worden wie de vaste klantmanager is. 3.9
Samenvattend
•
De gemeente Krimpenerwaard hanteert geen concrete definitie van armoede.
•
De gemeente Krimpenerwaard heeft een actueel beleidskader met een integrale visie die gebaseerd is op de beleidstheorie van positieve gezondheid. Daarop zijn, via de beleidsknop Sociaal Economische Status, doelen geformuleerd die raken aan armoede.
▪
De doelen zijn niet of nauwelijks uitgewerkt in de Planning- en Control stukken. De kwaliteitsmonitor dateert van 2021 en de kwaliteitsmonitor over 2023 is nog niet beschikbaar.
▪
De gemeente probeert in de uitvoering de menselijke maat te hanteren. De gemeente kiest voor maatwerk en kijkt bewust waar het verschil kan worden gemaakt in een bepaalde situatie. Dit kan goed uitpakken voor kwetsbare inwoners, maar heeft als
32
risico ongelijke behandeling, waardoor de collegiale toetsing die consulenten doen, belangrijk is. ▪
De gemeente werkt aan het organiseren van een uniforme, Integrale Toegang. De gemeente gaat samen met de partners van het Sociaal Preventieteam duurzaam samenwerken om de sociale basis te versterken en inwoners die een vraag hebben direct te kunnen helpen zonder door te moeten verwijzen..
▪
De gemeente heeft maatregelen die veelal tot 120% en in het geval van kindregelingen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum gaan. De Divosa Benchmark laat zien dat de gemeente daar iets minder ruimhartig is in vergelijking met andere gemeenten.
▪
De doorlooptijden van aanvragen zijn over het algemeen kort. De gemiddelde wachttijd voor een gesprek voor schuldhulpverlening was in 2022 korter dan 3 dagen. De gemeente voldeed in 2023 in 97% van gevallen aan de wettelijke doorlooptijden bij aanvragen.
▪
Inwoners ervaren interne drempels (schaamte, angst om terug te moeten betalen, laaggeletterdheid
e.d.)
en
externe
drempels
(complexe
brieven
en
aanvraagprocedures, onbekendheid van het aanbod, bijkomende kosten e.d.). ▪
De gemeente onderkent een aantal drempels en zet stappen om de drempels te verlagen, zoals dat er de afgelopen tijd meer gebruik wordt gemaakt van de expertise van de Cliëntenraad om brieven te schrijven die aansluiten bij het taalniveau van inwoners. De gemeente lijkt tegelijk niet in staat een aantal drempels te herkennen of deze structureel te verlagen: de angst om fouten te maken en de spanning die een aanvraag teweeg kan brengen; complexe aanvraagprocedures en communicatie, onbekendheid met een versnipperd aanbod, en tenslotte de afhankelijkheidspositie van inwoners. Tezamen zorgen drempels ervoor dat inwoners, soms willens en wetens en soms door gebrek aan kennis of onvermogen, hun rechten laten liggen.
▪
De gemeente probeert specifieke groepen inwoners te benaderen om hen attent te maken op regelingen: zzp’ers, ouders, langdurige minima. De gemeente heeft geen specifiek beleid voor dak- en thuislozen.
33
4.
Samenwerking
In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderzoeksvraag: 9. In hoeverre werkt de gemeente op het gebied van armoede samen met andere instanties? De volgende samenwerkingsverbanden komen aan bod:
4.1
•
Het sociaal preventieteam
•
WelZijn Krimpenerwaard en de Geldpunten
•
Team Sportservice
•
Brugfunctionaris
•
Dorps- en cultuurhuizen en bibliotheken
•
VluchtelingenWerk en Stichting Krimpenerwaard Intercultureel (KIC)
•
GGD Het sociaal preventieteam
Het Sociaal Preventieteam (SPT) is een samenwerking tussen WelZijn Krimpenerwaard, Kwadraad, gro-up en MEE Plus. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het bieden van passende ondersteuning aan alle inwoners, het versterken van de sociale cohesie en samenwerking. Hierbij ligt de focus op normaliseren, preventie en collectiveren. Wekelijks
vindt
er
casuïstiekoverleg
plaats
met
de
verschillende
partners
én
gemeentelijke consulenten. Hierbij wordt gezocht naar oplossingen op casusniveau, maar ook van en met elkaar geleerd. Het SPT wil zicht krijgen op trends en ontwikkelingen binnen het sociaal domein en welke kansen zich voordoen voor collectiveren van aanbod. Het SPT werkt nauw samen met andere maatschappelijke partners binnen het sociaal domein. Eén van de voorbeelden van het collectiveren van aanbod is het opzetten van de – al eerder genoemde – Geldpunten. Hier kunnen inwoners terecht voor alle vragen over financiële zaken. Er vindt eens in de zes weken op de maandagochtend een fysiek overleg plaats tussen de samenwerkende partners van Geldpunt: Kwadraad, Humanitas Thuisadministratie, Stichting Budgethulp Krimpenerwaard (en Schuldhulpmaatje), Group en WelZijn Krimpenerwaard. Daar sluit de gemeente ook bij aan. Er bestaan ook samenwerkingen op het gebied van gezondheid, zoals de zogenaamde ‘welzijnspunten’,
die
(onder
andere)
plaatsvinden
bij
huisartsenpraktijken
in
verschillende kernen. Er is ook een sportactiviteit ‘lopen op recept’ in Haastrecht onder leiding van huisartsen en fysiotherapeuten.30 Huisartsen worden in de gemeente ook
30
WelZijn Krimpenerwaard, Welzijnskalender Diensten & Activiteiten, januari t/m juni 2024.
34
weleens gebruikt om inwoners te bereiken door daar flyers achter te laten, vertelt de gemeente. 4.2
Team Sportservice
De gemeente streeft naar een complementair en compleet aanbod van voorzieningen en besteedt hierbij veel aandacht aan sport en cultuur.31 Er zijn bijvoorbeeld de ‘buurtsportcoaches’, die verbindingen leggen tussen de inwoners, sportaanbieders en de maatschappelijke organisaties op het gebied van zorg, welzijn, onderwijs, participatie en het bedrijfsleven. Dit gaat via Team Sportservice Krimpenerwaard, het sport- en cultuurloket voor de gemeente.32 Hier kunnen inwoners ook terecht met vragen over en aanvragen voor het Jeugd- & Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Hiermee hebben kinderen, jongeren en volwassenen die geen geld hebben om te sporten/ iets cultureels te doen toch de mogelijkheid om iets dergelijks te ondernemen. Team Sportservice heeft hiervoor intermediairs (twee contactpersonen), waar een inwoner een aanvraag kan doen. De website van het fonds maakt duidelijk dat het ook via andere organisaties mogelijk is een aanvraag te doen, zoals via WelZijn Krimpenerwaard, Gro-Up Buurtwerk en via VluchtelingenWerk Krimpenerwaard en Stichting Krimpenerwaard Intercultureel (KIC) voor statushouders. Het is ook mogelijk zelf een intermediair te zoeken. Dit kan bijvoorbeeld zijn een leerkracht, huisarts of maatschappelijk werk. Zij kunnen zich als intermediair aanmelden op de website. 33 4.3
Brugfunctionaris
De functie van brugfunctionaris bestaat sinds november 2023 in de gemeente Krimpenerwaard. Een nieuwe functie in de gemeente, maar landelijk al langer bekend. 34 Formeel is de brugfunctionaris in dienst bij de Brede School Gouda 35, op verzoek van de gemeente. De functie heeft uiteindelijk als doel om kansengelijkheid voor kinderen te bevorderen, evenals een educatief partnerschap tussen de ouders en de school. De brugfunctionaris is actief op de basisscholen om zo een makkelijk aanspreekpunt te zijn voor ouders die hulp nodig hebben. Door op de basisscholen te werken staat de brugfunctionaris dichtbij de inwoner. Dat creëert vertrouwen. De brugfunctionaris is een verbindende factor tussen het gezin thuis, het kind op school en waar nodig met professionals. De brugfunctionaris kan zo ook vroegtijdig problemen in de thuissituaties signaleren. De brugfunctionaris is elke week een dag aanwezig op drie van de vijf scholen in Schoonhoven en bij de andere twee scholen op oproepbasis. Er is momenteel één brugfunctionaris, die zo’n 24 gezinnen ondersteunt. De brugfunctionaris ondersteunt
Gemeente Krimpenerwaard, Van ambities naar Uitvoering, 20 april 2021. Gemeente Krimpenerwaard, Team Sportservice, bekeken op 22 april 2024. 33 Jeugdfonds Sport & Cultuur Zuid-Holland, Jeugdfonds, bekeken op 22 april 2024. 34 Gelijke Kansen Alliantie, Brugfunctionaris, bekeken op 22 april 2024. 35 Brede School Gouda, website, bekeken op 23 april 2024. 31 32
35
gezinnen waarbij zij betrokken is zo breed als nodig. Het vertrouwen, gevormd door hulp bij de eerste hulpvraag, kan dan leiden tot vragen op andere domeinen. De brugfunctionaris is bijvoorbeeld toeleider naar het Jeugd- en Volwassenenfonds Sport en Cultuur en ondersteunt mensen die te maken hebben met een taalbarrière of problemen op het gebied van geestelijke gezondheid. De brugfunctionaris is dan een verbindende factor. Dit vergt veel moeite, want men leert alle mogelijkheden voor hulp in de gemeente niet zomaar kennen. Het is voor iemand, zo geven ook ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties aan, niet in één oogopslag duidelijk waar iemand allemaal terecht kan (en hoe). De brugfunctionaris heeft er enige tijd over gedaan om het complete aanbod in de gemeente te leren kennen doordat de informatie en het aanbod zo versnipperd waren (zie drempels, hoofdstuk 3). 4.4
Dorps- en cultuurhuizen en bibliotheken
De dorps- en cultuurhuizen zijn een verbindende factor in de gemeente. Voorbeelden zijn het Cultuurhuis (Krimpen aan de Lek) en Stichting ’t Huis van Noord (Schoonhoven). Op deze
locaties
worden
inloopmomenten
en
activiteiten
georganiseerd
en
promotiemateriaal achtergelaten. In ’t Huis van Noord is bijvoorbeeld een wekelijkse koffiemiddag georganiseerd door de organisatie Kwintes, die zich inzet voor mensen met psychosociale problemen/ psychiatrische kwetsbaarheid. In het activiteitenplan van 2024 van deze stichting is zichtbaar dat er ook samengewerkt gaat worden met WelZijn Krimpenerwaard. Samen organiseren ze een ‘welzijnsspreekuur’ in ’t Huis van Noord waar zij inwoners adviseren bij vragen over ondersteuning, hulp, regelingen, diensten en activiteiten in de buurt. De begeleider van dit spreekuur heeft ook nauw contact met de hulpverleners in Krimpenerwaard, zoals huisartsen. ‘t Huis van Noord beschrijft dat hun doel is om in te spelen op veranderingen en nieuwe gasten, vrijwilligers, buurtbewoners en om de gemeente nadrukkelijker te betrekken bij de plannen. ‘t Huis van Noord wil wel duidelijker weten wat de gemeente van hen verwacht.36 Bibliotheek Krimpenerwaard is actief met allerlei cursussen en activiteiten en werkt daarbij samen met andere organisaties.37 Een voorbeeld daarvan waren de gratis cursussen ‘Digivitaler’ voor hulp bij digitaal contact met bijvoorbeeld een huisarts en ‘Slim en gezond koken’. De laatstgenoemde cursus was onderdeel van het Taalhuis van de bibliotheek, vanuit waar er activiteiten en spreekuren worden georganiseerd om Nederlands te leren.
De bibliotheek heeft via het taalhuis ook een focus op inburgering. 4.5
VluchtelingenWerk
VluchtelingenWerk Nederland (hierna: Vluchtelingenwerk) staat statushouders in de gemeente Krimpenerwaard twee jaar lang bij op maatschappelijk gebied. Dit is een jaar 36 37
Stichting ’t Huis van Noord, Activiteitenplan Wijkcentrum ’t Huis van Noord 2024, 7 december 2023 Bibliotheek Krimpenerwaard, website, bekeken op 18 april 2024
36
meer dan het aanbod in veel gemeenten: het tweede jaar is een keuze van de gemeente uit eigen middelen. De gemeente Krimpenerwaard heeft afspraken gemaakt met VluchtelingenWerk vanuit de inkooprelatie. Zowel de gemeente als VluchtelingenWerk beschrijven korte lijnen en een open en eerlijke communicatie. 4.6
Stichting Krimpenerwaard Intercultureel (KIC)
KIC richt zich vooral op maatschappelijke informatie en verbinding. KIC is, net als VluchtelingenWerk, een toeleider naar het Jeugd- & Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Verder is KIC een doorverwijzer naar Voedselbank IJssel en Lek en intermediair voor Stichting Babyspullen, Stichting Kinderhulp en Stichting Leergeld. KIC werkt samen met VluchtelingenWerk, Stichting Leergeld en de gemeente. KIC organiseert onder andere activiteiten op het gebied van gezondheid en sport, zoals ‘wandelen en babbelen’, een manier om tegelijkertijd te wandelen en Nederlands te leren, en zwemlessen voor vrouwen. KIC
organiseert
voorlichtingen
over
diverse
onderwerpen
zoals
de
Jeugdgezondheidszorg. KIC heeft de gemeente benaderd om een presentatie te geven over de minimaregelingen, welke ook gegeven is. De door KIC (in samenwerking) georganiseerde activiteiten worden gefaciliteerd door wijkcentra zoals Stichting ‘t Huis van Noord en diverse kerken. Er zijn structurele overleggen met de gemeente rondom inburgering. Bij specifieke crisissen werkt KIC ook weleens samen met de GGD.38 4.7
GGD
De GGD Hollands Midden (hierna: GGD) is op verschillende plekken betrokken: in het beleid, in het Sociaal Preventieteam, in overleggen en in de toekomstige ‘integrale toegang’ en werkt ook samen met organisaties zoals het KIC. De GGD hecht waarde aan de relatie tussen gezondheid en armoede en schulden. De GGD Gezondheidsmonitor bevat indicatoren die zijn ingedeeld op basis van de verschillende dimensies van positieve gezondheid. Onder de dimensie ‘kwaliteit van leven’ is ‘rondkomen en schulden’ ook een indicator.39 Tevens ontwierp de GGD het radermodel over positieve gezondheid dat laat zien dat iemands sociaaleconomische status invloed kan hebben op het zorggebruik. Dit radarmodel is ook terug te zien in de Kwaliteitsmonitor en de Maatschappelijke Agenda van de gemeente.
38
Stichting Krimpenerwaard Intercultureel, Jaarverslag 2022, 23 mei 2023.
39 GGD Hollands Midden, website, bekeken op 22 april 2024.
37
4.8
Beelden vanuit de samenwerkingen
Er is een uitgebreid aanbod aan voorzieningen en ondersteuning in de gemeente Krimpenerwaard. Hierbij maakt de gemeente veel gebruik van maatschappelijke organisaties. Deze paragraaf beschrijft welke beelden in de interviews naar voren kwamen over de samenwerking. Beelden over specifieke organisaties •
De
functie
van
brugfunctionaris
is
nog
nieuw,
maar
is
volgens
de
gesprekspartners essentieel in het doorverwijzen naar de hulp die gezinnen nodig hebben. •
Een
wijkcentrum
zoals ’t
Huis
van
Noord
faciliteert
voor
verschillende
organisaties, maar ziet een sterkere samenwerking met de gemeente voor zich. •
De
samenwerkingen
met
de
eerstelijnszorg
(zoals
huisartsen
en
fysiotherapeuten) zijn terug te zien in een aantal concrete activiteiten van maatschappelijke organisaties. De gemeente zelf geeft aan dat er al wel door wordt verwezen, maar dat er meer geïnvesteerd zou kunnen worden in scholen, huisartsen en het netwerk daaromheen. Gezondheid is één van de problemen die zich bij kwetsbare inwoners kunnen opstapelen, naast bijvoorbeeld slechte huisvesting, schulden en een beperkt sociaal netwerk. Desondanks is het niet de taak
van
de
gemeente
om
inwoners
te
adviseren
over
hun
fysieke
gezondheid(szorg). Beelden over de samenwerking in het algemeen Een netwerk functioneert het beste wanneer de verschillende onderdelen allemaal waar nodig naar elkaar doorverwijzen en inzicht hebben in het aanbod van de anderen. Er zijn nu veel plekken waar mensen binnen kunnen lopen voor informatie, hulp en aanspraak in de kernen. Tegelijkertijd is er geen overzicht van waar inwoners precies terecht kunnen en hoe en waarvoor welke maatschappelijke organisaties samenwerken. Juist omdat de gemeente van maatschappelijke organisaties gebruik maakt om de inwoners in hun eigen kern te bereiken, is een overzicht van het gehele netwerk belangrijk. Dit helpt maatschappelijke organisaties die graag een verbindende rol aannemen, maar het helpt de gemeentelijke consulenten ook om door te verwijzen. Door websites en activiteitenagenda’s te lezen van verschillende organisaties is na te gaan welke samenwerkingen er zijn, maar het is niet bekend hoe de doorverwijzingen en samenwerkingen werken, behalve wanneer de organisatie (bijvoorbeeld) een duidelijke intermediaire rol heeft. Het is moeilijk te zeggen in hoeverre wat er wordt aangeboden in de gemeente complementair aan elkaar is of juist overlapt. De gemeente komt hier wel aan tegemoet door zelf ook een doorverwijzende, verbindende rol op zich te nemen.
38
De gemeente wil ook de afstand tussen de organisaties verkleinen, door gesubsidieerde organisaties te vragen dat ze elkaar noemen op de websites en naar mogelijkheden moeten
kijken
voor
onderlinge
samenwerkingen,
verbindingen
en
afspraken.
Vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties laten echter blijken dat zij alleen naar specifieke andere organisaties doorverwijzen en andere mogelijkheden onbenut laten. Op deze wijze ontstaan ‘deelnetwerken’. De subsidie- en inkooprelaties en bijbehorende accountgesprekken (om over afspraken, voortgang en doelen te spreken) zijn de manier voor de gemeente om het netwerk en de onderlinge verbindingen te stimuleren. 4.9 •
Samenvattend Diverse instanties zijn zichtbaar in het netwerk van samenwerkingen in de gemeente Krimpenerwaard, zoals het sociaal preventieteam.
•
Er is een aantal concrete verbinders tussen het thema armoedebestrijding en positieve gezondheid, zoals het Team Sportservice, de brugfunctionaris, dorps- en cultuurhuizen en de bibliotheken. Met en via deze verbinders worden mensen geholpen vanuit een breder perspectief dan alleen armoede, eenzaamheid, laaggeletterdheid et cetera. Daarmee vervullen ze een spilrol in de praktijk rond positieve gezondheid.
•
VluchtelingenWerk en KIC vervullen een meer praktische rol voor statushouders, maar met name bij KIC is de link met gezondheid zichtbaar in georganiseerde activiteiten zoals ‘wandelen en babbelen’ en zwemles voor vrouwen.
•
Er is een aantal goede deelnetwerken die zich sterk maken voor groepen kwetsbare inwoners.
Voorbeelden
zijn
het
netwerk
rond
statushouders
en
rond
schuldhulpverlening. •
Het onderzoek laat echter ook signalen zien dat organisaties niet (goed) op de hoogte zijn van de activiteiten van andere organisaties. Hoe de samenwerkingen precies in zijn werk gaan is niet altijd duidelijk. Het netwerk is niet compleet, in de zin dat nog niet alle maatschappelijke organisaties inzicht hebben in elkaars aanbod en naar elkaar doorverwijzen.
39
5.
Lokaal toegespitst beleid
In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderzoeksvraag: 10. Sluit het beleid aan bij het eigene van Krimpenerwaard? Er is al een aantal eigenschappen van de gemeente benoemd die de gemeente Krimpenerwaard uniek maken (zie hoofdstuk 2): 1. Grote (reis)afstanden 2. Grote sociale samenhang in de gemeente 3. Hulp van de kerken/ sociale verbanden in kerkgemeenschappen 4. Relatief veel minderjarige kinderen wonen in huishoudens met een laag inkomen (waarbij veel van hen wonen in een huurwoning zonder huurtoeslag) 5. Relatief veel personen met een overdrachtsinkomen (een uitkering voor werkeloosheid, bijstand, e.d.). Hier bespreken we deze punten in de context van de vraag hoe de gemeente er in het beleid en in de uitvoering rekening mee houdt. 5.1
Grote (reis)afstanden
Vervoersarmoede kan een belangrijke belemmering zijn om mee te doen in de samenleving, iets waar de gemeente juist naar streeft. 40 Vervoersarmoede betekent dat een mens niet op de plek kan komen waar hij moet zijn voor een activiteit, werk, sociale contacten en dergelijke. Vervoersarmoede is één van de uitdagingen van de gemeente Krimpenerwaard. Niet alle activiteiten zijn in alle kernen te vinden, vertellen maatschappelijke organisaties. Als men ver moet reizen om mee te doen aan een sportactiviteit (bijvoorbeeld via het Volwassenfonds Sport & Cultuur) is er dus een bijkomende drempel. Momenteel zit de locatie van de gemeente voor het sociaal domein in Bergambacht. De gemeente heeft bewust gekozen voor deze locatie, omdat deze het beste bereikbaar is vanuit de hele gemeente, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer. Bergambacht is ook de enige locatie voor gesprekken. Beleid in relatie tot grote (reis)afstanden De gemeente komt tegemoet aan de ‘vervoersarmoede’. Iedereen met een laag inkomen (lager dan 120% van sociaal minimum) kan een gratis OV-pas aanvragen die geldt in het weekend en op werkdagen in de daluren. Deze OV-pas kunnen inwoners online aanvragen. Als ze er niet uitkomen verwijst de gemeente ze door naar
de
41
eerdergenoemde Geldpunten.
40 41
Gemeente Krimpenerwaard, Vooruitgang door Verbinding, 20 april 2021. Gemeente Krimpenerwaard, gratis openbaar vervoer, bekeken op 23 april 2024.
40
Ervaringsdeskundigen over de OV-regeling Problemen met bereikbaarheid en vervoer is iets wat ervaringsdeskundigen ook ervaren, zeker degenen die in de kleine(re) kernen van de gemeente wonen. De OVpas is dan ook een welkome regeling, al is het aanvragen niet voor iedere ervaringsdeskundige even makkelijk. Tevens is de bekendheid van de OV-pas nog niet wijdverbreid. Een bredere promotie van de regeling kan wenselijk zijn. 5.2
Sociale samenhang in de kernen
In de (kleinere) kernen is er sprake van een grote sociale samenhang en toezicht. Inwoners zijn betrokken en actief in de eigen kern. Gemeentebreed is er een grote bereidheid om elkaar te helpen, wat kenmerkend is voor een plattelandsgemeente. Inwoners vragen pas hulp als ze er zelf niet meer uitkomen. Vooral ouderen en mensen met schulden ervaren schaamte en sociale controle. Er is ook schaamte in kleine kernen over hulpbehoeften zoals taalles, die vaak liever in anonimiteit wordt gevolgd. Hulp vragen wordt vaak als persoonlijk beschouwd, vooral bij armoede. Beleid in relatie tot sociale samenhang In het gemeentelijk beleid probeert Krimpenerwaard aan te sluiten bij de sociale samenhang in de gemeente en in de kernen, zo blijkt onder meer uit het IBK. Daar schrijft de gemeente: “We vinden het belangrijk dat onze inwoners zich verbonden voelen met elkaar. Daarvoor moeten mensen elkaar kunnen ontmoeten. Hiervoor hebben we maatschappelijke voorzieningen die verbinding en contact bevorderen.
Ontmoeting draagt bij aan bestrijding van eenzaamheid, het opbouwen of in stand houden van een eigen netwerk, integratie en re-integratie.” In de Maatschappelijke Agenda wordt dit concreter gemaakt: ”Het gaat daarbij om ondersteuning van initiatieven van burgers, vrijwilligerswerk, mantelzorg en een breed palet aan laagdrempelige (preventieve) voorzieningen voor alle leeftijden, bijvoorbeeld op het gebied van sport en cultuur, die eraan bijdragen dat inwoners, van jong tot oud, gezond blijven en elkaar kunnen ontmoeten. We verwachten dat organisaties in staat zijn om buurtprojecten, groepsondersteuning aan kwetsbare burgers en het bevorderen van de sociale samenhang te realiseren.” In de praktijk zien we in de gemeente Krimpenerwaard een veelheid aan locaties waar sociale
activiteiten
worden
georganiseerd
door
de
samenwerkingspartners
(gesubsidieerd door de gemeente). Daarbij wordt ingespeeld op de behoefte van inwoners om elkaar te ontmoeten. Een
aandachtspunt,
benoemd
door
een
maatschappelijke
organisatie,
is
dat
Krimpenerwaard veel (kleine) kernen heeft. Inwoners willen graag vrijwilligerswerk doen
41
en bijeenkomen in de eigen kern. Dit maakt het soms iets ingewikkelder om vrijwilligers te vinden. WelZijn Krimpenerwaard stelt vrijwilligersbeleid op en geeft hier uitvoering aan namens de gemeente Krimpenerwaard. De wens van een deel van de inwoners om actief te willen zijn in de eigen kern is bij hen bekend en wordt gerespecteerd. 5.3
Kerkelijke aanwezigheid
Kerken kunnen vanuit de diaconie tijdelijke hulp bieden aan kerkleden, bijvoorbeeld door een
financiële
bijdrage. Kerkgemeenschappen
zetten
zich
actief
in
voor
de
gemeenteleden en daarbuiten (door bijvoorbeeld collectes voor de Voedselbank). De kerkelijke gemeenschappen zijn ook actief in vrijwilligerswerk, onder andere bij vluchtelingen uit Oekraïne en bij organisaties zoals Stichting Urgente Noden (SUN), opgericht vanuit een samenwerking tussen de lokale overheid, fondsen/ kerken en hulpen dienstverleningsorganisaties. Een kerk kan iemand doorverwijzen naar SUN. Bovendien kan SUN door de ‘afstand’ voor een kerkelijke inwoner veilig voelen, juist als het binnen de kerk lastig voelt om aan te geven dat er hulp nodig is, schetsen maatschappelijke organisaties. Een kerkgemeenschap uit één van de kernen van de gemeente Krimpenerwaard geeft aan een rol te hebben in het kader van armoedebestrijding. Deze vertelt hoe het onderwerp armoede binnen de gemeenschap besproken wordt en dat men ook zoekt naar mensen binnen de gemeenschap die hulp nodig zouden kunnen hebben (dit noemt deze kerk vroegsignalering). Financiële hulp biedt deze kerkgemeenschap ongeveer 5 tot 10 keer per jaar. De samenwerking met de gemeente is minimaal, er is weinig contact. Bovendien heeft de kerk weinig kennis over het armoedebeleid en de mogelijkheden. De kerkgemeenschap staat daarom meer op zichzelf dan dat het een ‘partner’ van de gemeente is zoals eerder besproken maatschappelijke organisaties dat zijn.
Het kan zelfs makkelijker zijn voor iemand om bij de gemeente hulp te vragen dan bij de diaconie van de kerk, geeft een vertegenwoordiger van een kerkgemeenschap aan, juist door de grotere gevoelsmatige afstand tot de gemeente. Beleid in relatie tot kerkelijke aanwezigheid Een
beleidsmedewerker
van
de
gemeente
houdt
contact
met
de
grotere
kerkgemeenschappen in de gemeente. Het beeld bij de gemeente is dat kerken het goed doen op financieel gebied en zodoende de mogelijkheid hebben financiële ondersteuning aan te bieden. De samenwerking tussen de kerken en de gemeente is een aandachtspunt. In ieder geval voor de kerkgemeenschappen zelf. Deze willen graag meer kennis hebben van het gemeentelijke aanbod en werken graag met de gemeente samen om hun kerkleden de best mogelijke hulp te bieden. De kerk benoemt als mogelijkheden: (periodiek)
42
samenzitten om het onderwerp armoede te bespreken en de diaconie te informeren over de gemeentelijke doelstellingen, het armoedebeleid en de mogelijkheden voor hulp in de gemeente. Zo denkt de diaconie dat zij beter in staat is om de eigen gemeenschap te helpen, wanneer er hulpvragen komen. 5.4
Relatief veel minderjarige kinderen