5 - Raadsinformatiebrief van college over beroep tegen indeplaatsstelling (d.d. 23 april) [RIB26-052]
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W
de gemeenteraad
VOOR CC DATUM ONDERWERP
23 april 2026 beroep tegen indeplaatsstelling
Beste meneer, mevrouw, Voor de extra raadsvergadering op 23 april 2026 zijn door de griffie van tevoren vijf vragen gesteld. In deze RIB worden deze beantwoord. 1. Kan de gemeenteraad zelf beroep instellen tegen het besluit tot indeplaatsstelling van de provincie of een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de Raad van State? In artikel 160 gemeentewet staat het volgende: Het college is in ieder geval bevoegd: (…) e.te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; (…) Het college kan besluiten om namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren, dan wel handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten. De raad kan, ‘voor zover het de raad aangaat’, in voorkomende gevallen anders beslissen. Het is echter de vraag wanneer een rechtsgeding de raad aangaat. Dat is in ieder geval zo als het rechtsgedingen betreft over raadsbesluiten. De raad is dan bevoegd om bestuursrechtelijke procedures te voeren. Daarbuiten is het vaag. In dit geval is het besluit tot indeplaatsstelling gericht aan het college van B&W. Het college van B&W is in deze de belanghebbende.
Het besluit tot indeplaatsstelling zelf ziet op de uitvoering van de wettelijke taakstelling op grond van artikel 28 jo. 29 van de Huisvestingswet 2014 voor de huisvesting van vergunninghouders. De uitvoering van de wettelijke taakstelling is een collegebevoegdheid (in artikel 28 Huisvestingswet 2014 staat namelijk: “Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling.”). Aangezien het besluit tot indeplaatsstelling is gericht aan het college van B&W en ziet op collegebevoegdheden (de huisvesting van vergunninghouders) is het college van B&W het bevoegde orgaan om te besluiten over het al dan niet instellen van beroep.
1722169 / 1882189 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
2. Welke gronden – en onderbouwing van deze gronden – zou de gemeente kunnen aanvoeren in het beroep? De gemeente heeft niet aan haar wettelijke taakstelling op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 voldaan. Het college ziet juridisch geen redenen dat GS niet tot indeplaatsstelling zou mogen overgaan en acht de kans van slagen van beroep als gering in.
3. Het college heeft geen beroep ingesteld. Welke juridische en bestuurlijke afwegingen heeft het college hierbij gemaakt? Het college heeft inderdaad besloten om geen beroep in te stellen. Het college heeft de afgelopen periode maximaal ingezet op het uitgangspunt dat de gemeente - om te kunnen voldoen aan de taakstelling - ook ruimte moet krijgen om te bouwen. Hier is veel tijd en energie in gestopt, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Het college was en is van mening dat de provincie (te) weinig ruimte geeft voor woningbouw waardoor het verklaarbaar is dat we (wel willen, maar) niet kunnen voldoen aan de taakstelling. Toch heeft het college gemeend dat zij de wet moet uitvoeren en hebben wij ook gemeend om de verhoudingen met de provincie niet helemaal op scherp te zetten. Het college heeft dit gedaan via een huisvestingsplan. Hierin heeft het college als doel geformuleerd om de opgelopen achterstand zo snel als redelijkerwijs mag worden verwacht weg te werken. Los van de juridische werkelijkheid heeft het college zich daarmee ook bestuurlijk uitgesproken om, binnen redelijkheid, te willen voldoen. 4. De provincie heeft de gemeente met het indeplaatsstellingsbesluit tot 1 april 2027 de mogelijkheid gegeven om zelfstandig volledige uitvoering te geven aan de wettelijke taakstelling.
In hoeverre acht het college het haalbaar om hieraan te voldoen? In het huisvestingsplan zijn verschillende maatregelen opgenomen. Samen zorgt dit voor een realistische kans op het voldoen aan de taakstelling.
pag. 2/3
5. Als de gemeente beroep instelt, wat zouden de gevolgen kunnen zijn voor de bovengenoemde datum van 1 april 2027 en – in algemenere zin – de huisvestigingstaak van de gemeente betreffende statushouders? Een eventueel beroep schort de werking van het besluit niet op. De termijn van 1 april 2027 blijft daarom gehandhaafd. In het hypothetische geval dat bij een beroep het oorspronkelijke besluit vernietigd wordt, dan vervalt alleen de grondslag voor PZH om de regie over te nemen en de indeplaatsstelling uit te voeren na 1-4-2027. De wettelijke taakstelling blijft overeind.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 3/3