4.1 Ter afweging individuele fracties - Gemeente Voorschoten, Financiële indexering Gemeenschappelijke Regelingen
Tekst van het document
29 Informatiebrief Zaaknummer:
Z/24/085805
Documentnummer:
395749
Datum:
dinsdag 7 mei 2024/verzonden 7 mei 2024
Onderwerp:
Opvolging Motie 323 indexering GR-en
Portefeuillehouder:
Wethouder Van der Elst
Bijlage(n):
Geen
Geachte Raad, In eerder memo en beantwoording op technische vragen is door ons aangegeven dat de gemeenten voor de extra prijsstijging van 2022 structureel niet door het rijk was gecompenseerd en dat er een gat zat van 2,2% tussen de ontvangen loon- en prijscompensatie van het rijk en het percentage in de brief van de FKGR. Dat blijkt nu onjuist. Daarom is het college niet voornemens opvolging te geven aan de aangenomen motie 323 aangaande de indexering van de gemeenschappelijke regelingen. Bij aangenomen motie werd het college verzocht: 1. de voorzitter van de bestuurlijke werkgroep FGKR schriftelijk te informeren over deze uitspraak van de raad en te verzoeken dit mee te nemen in de advisering voor 2026; 2. de wethouders van financiën van de gemeenten in Hollands Midden schriftelijk te informeren over deze uitspraak van de raad; 3. in bestuursvergaderingen van Gemeenschappelijke Regelingen over de begroting 2025 melding te maken van deze uitspraak. Er is een nieuwe situatie ontstaan door informatie die eind april 2024 van gemeente Leiden is ontvangen. Daarin werden wij erop gewezen dat de gemeenten bij de meicirculaire gemeentefonds van 2023 incidenteel toch structureel zijn gecompenseerd voor de extra prijsstijgingen die in 2022 zijn ontstaan door de Oekraïneoorlog.
(Zie onderstaande tekst op pagina 2 van de meicirculaire 2023: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-38fb2899778346ca8296f2956cd16cb24b73104f/pdf
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
De extra loon- en prijsindex voor 2022 die de FKGR heeft meegenomen in haar kaderbrief voor begroting 2025 is daarmee gelijk aan de extra compensatie die de gemeenten via het gemeentefonds hebben ontvangen. Daarmee komen de gepresenteerde indices voor loon- en prijsontwikkelingen die zijn gehanteerd door de FKGR voor 100% overeen met de percentages die zijn vergoed via het gemeentefonds. Met deze constatering lijkt de grondslag voor aangenomen motie niet langer aanwezigHet college zal de voorzitter van de bestuurlijke werkgroep FKGR noch de wethouders Financiën dan ook niet schriftelijk informeren over de aangenomen motie, of hiervan melding maken in de bestuursvergaderingen van de gemeenschappelijke regelingen. Wel zal het college bij de FKGR erop aandringen dat de indexering ook in de toekomst gekoppeld zal blijven aan de indexering van onze inkomsten uit het gemeentefonds. Daarnaast zal het college er in de bestuursvergaderingen van de gemeenschappelijke regelingen op toezien dat bij de conceptbegrotingen van 2025, overeenkomstig de oproep in de kaderbrief, een notitie met ombuigingsmogelijkheden is toegevoegd. Wij beschouwen hiermee de motie als afgedaan.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris
Pagina 2 van 3
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 3 van 3
Griffie Voorschoten Drs. B.J. Urban Postbus 393 2250 AJ Voorschoten griffie@voorschoten.nl Aan: gemeenteraden in de regio Hollands Midden, via griffiers Datum Uw kenmerk Ons zaaknummer
15 april 2024
Onderwerp
Financiële indexering Gemeenschappelijke Regelingen
Z/24/085805
Datum verzending Behandelaar Bijlagen
16 april 2024 Bert Jan Urban 3
Geachte gemeenteraad, In zijn vergadering van 11 april 2024 sprak de gemeenteraad van Voorschoten over de financiën van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands Midden. De raad heeft hierbij een raadsuitspraak gedaan en gevraagd deze uitspraak onder uw aandacht te brengen. U treft hierbij de motie aan (bijlage 1), samen met de onderliggende memo (bijlage 2). Bijlage 3 is de brief van de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) waar naar wordt verwezen. De uitspraak gaat over de indexering van de gemeenschappelijke regelingen. Aanleiding is een advies over de financiële kaderstelling van de GR-en voor 2025. Dit advies is opgesteld door de werkgroep FKGR van de gemeenten in Hollands Midden. De raad heeft geconstateerd dat de werkgroep in haar advies afwijkt van de eerder gebruikelijke methodiek, waardoor een afwijking ontstaat van de compensatie die gemeentes zelf via het Gemeentefonds krijgen. Op basis daarvan heeft de raad unaniem uitspraken gedaan die u in bijgaande motie kunt lezen. Alle bijbehorende stukken zijn te vinden bij de raadsvergadering van 11 april, agendapunt 10. Link: Agenda voorschoten - Gemeenteraad Voorschoten donderdag 11 april 2024 20:00 - 23:00 - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) De gemeenteraad heeft aangegeven een reactie van uw kant zeer op prijs te stellen. Met vriendelijke groet,
Drs. B.J. Urban Griffier gemeenteraad Voorschoten
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Motie 323
Agendapunt: Indexering gemeenschappelijke regelingen De raad van de gemeente Voorschoten in vergadering bijeen d.d. 11 april 2024, gehoord de beraadslaging, constaterende dat a. de bestuurlijke werkgroep FKGR van de gemeenten in Hollands Midden op 1 november 2023 de Gemeenschappelijke Regelingen adviseert in hun begrotingen 2025 ter compensatie van loon- en prijsstijgingen uit te gaan van een indexatie van 11.1% voor beloning werknemers en 3.7% voor netto materieel (prijzen). Het gewogen gemiddelde bedraagt 9.25%; b. de ervaring leert dat de Gemeenschappelijke Regelingen dit advies overnemen en verwerken in hun ontwerp-begroting die jaarlijks in het voorjaar ter zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd. voorts constaterende dat c. de werkgroep FKGR in haar advies afwijkt van de methodiek die al jaar en dag wordt toegepast bij de bepaling van de indexatie (zie het antwoord van het college op vraag 4 van de PvdA van 6 maart 2024); d. door deze afwijking in het gewogen gemiddelde van 9.25%, een compensatie van 2.2% is opgenomen die gemeentes zelf nooit hebben ontvangen via het gemeentefonds; e. dit onderdeel van het advies daarom strijdig is met het uitgangspunt dat de definitieve compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen die Gemeenschappelijke Regelingen ontvangen, dezelfde is als de definitieve compensatie die gemeentes via het gemeentefonds krijgen; f.
de gemeente Voorschoten hierdoor in de meerjarenbegroting structureel €106.000 extra moet vrijmaken hetgeen overeenkomt met een investeringsruimte van m€4.24 bij een afschrijvingstermijn van 40 jaar.
Spreekt uit 1. dat de compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen die Gemeenschappelijke Regelingen ontvangen dezelfde dient te zijn als die de gemeentes via het gemeentefonds krijgen; 2. dat zuiverheid gebiedt dat een technische berekening die ten grondslag ligt aan de compensatie voor loon- en prijsstijgingen onderscheiden moet zijn van eventuele taken – middelendiscussies in de aanloop op het zg. ‘ravijnjaar;
Motie 323
3. bij zienswijzen over de hoogte van de indexering voor 2025 rekening te houden met het stadium van begrotingsvoorbereiding
bij de Gemeenschappelijke Regelingen
(behoorlijk bestuur); 4. uitsluitend voor het begrotingsjaar 2025 in te stemmen met de extra compensatie van 2.2% als onderdeel van het gewogen gemiddelde van 9.25%; 5. dat initiatieven moeten worden genomen om structurele doorwerking van genoemde 2.2% naar de begrotingsjaren 2026 en verder te voorkomen verzoekt het college 6. de voorzitter van de bestuurlijke werkgroep FKGR schriftelijk te informeren over deze uitspraak van de raad en te verzoeken dit mee te nemen in de advisering voor 2026; 7. de wethouders van financiën van de gemeenten in Hollands Midden schriftelijk te informeren over deze uitspraak van de raad; 8. in bestuursvergaderingen van Gemeenschappelijke Regelingen over de begroting 2025 melding te maken van deze uitspraak. verzoekt de griffie 9. de gemeenteraden van Hollands Midden schriftelijk te informeren over deze motie en daarbij te vermelden dat de gemeenteraad van Voorschoten een reactie op prijs zou stellen. en gaat over tot de orde van de dag. Ondertekening en naam: Arnold Posthuma, PvdA Bram Reinke, VVD Albert Deuzeman, GroenLinks Esther Mieremet, D66 Patricia Kortekaas, CDA Wouter van Duivendijk, Voorschoten Lokaal Erik Maassen, SP Aantekening griffier: unaniem aangenomen.
memo Aan:
Fractievoorzitters gemeenteraad Voorschoten en leden commissie B&B
Van:
PvdA-fractie
CC:
Griffie
Datum: 30-3-2024 Betreft: Agendapunt 5 B&B, Financiële indexatie gemeenschappelijke regelingen
Aanleiding 1. Naar aanleiding van de ‘motie Oegstgeest’ is in de commissie P&C van 25 januari 2024 gesproken over de indexatie van gemeenschappelijke regelingen. Aan het slot van deze bespreking is ambtelijk de bereidheid uitgesproken om resterende vragen apart te beantwoorden. De PvdA heeft hiervan gebruik gemaakt en dit gesprek was de aanleiding tot het stellen van enkele series van schriftelijke, technische vragen. Doel hiervan was om, vanuit de controlerende functie van de raad, helder inzicht te krijgen in de totstandkoming van de indexering. Zie alle bijlagen horende bij dit agendapunt. 2. Wij hebben ons gerealiseerd dat onze vragen een behoorlijke inzet van gemeentelijke zijde heeft gevraagd. Een politiek debat over de vraag of al dan niet kan worden ingestemd met de hoogte van de indexering vereist echter duidelijkheid over context en gevoerde methodiek. Wat ons betreft hebben de antwoorden op de gestelde schriftelijke vragen, plus een laatste beroep op ambtelijke bijstand om onze uiteindelijke interpretatie te verifiëren, die duidelijkheid gegeven. De PvdA wil ambtenaren en college daarom ook hartelijk danken voor de precieze beantwoording van onze vragen. Waar gaat het om? 3. De gemeente ontvangt jaarlijks een bepaald bedrag uit het gemeentefonds.
De hoogte van dit bedrag hangt met allerlei factoren samen, maar één hiervan betreft de jaarlijkse indexering als compensatie voor loon- en prijsstijgingen. In het jaar t-1 worden gemeentes geïnformeerd over de hoogte van deze indexering. Dit is een voorlopig percentage dat in de septembercirculaire van het jaar t definitief wordt vastgesteld. Het ligt voor de hand dat de geraamde
indexering in t-1 altijd in die septembercirculaire van het jaar -t- naar boven of naar beneden moet worden bijgesteld. 4. De gemeenschappelijke regelingen leggen hun begrotingen voor het jaar t in het voorjaar van het jaar t-1 ter zienswijze voor aan de gemeenteraden. Binnenkort zal de raad weer de eerste concept- begrotingen van de verschillende GR’en van een zienswijze moeten voorzien. De raming van de hierin opgenomen indexeringen voor loon- en prijsstijgingen is gebaseerd op gegevens van het jaar t-2. 5. Een bestuurlijke werkgroep kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (WKGR) adviseert de GR’en over de hoogte van de indexering. Dit advies is gebaseerd op een beschikbare raming van loon- en prijsstijgingen (de MEV) uit het jaar t-2 voor de jaren t-1 en t. Omdat ramingen nooit helemaal uitkomen, wordt het uiteindelijke indexeringspercentage voor het jaar -t- aangevuld met een nacalculatie over de periode hiervoor. 6. Over het algemeen wordt het advies van de WKGR overgenomen door de afzonderlijke Gemeenschappelijke Regelingen. Dit advies komt neer op een gewogen index van 9.25% zoals ook vermeld in de ‘motie Oegstgeest’. Is er een ‘issue’? 7. De vragen van de PvdA kwamen voort uit verbazing over de hoogte van het indexpercentage van 9.25%.
Wij wilden a) meer inzicht in hoe zo’n percentage nu tot stand komt en welke methodiek hieraan ten grondslag ligt en, b) weten of dit percentage wel gerechtvaardigd is. 8. Vragen en antwoorden hebben ons geholpen om helder inzicht te krijgen in ‘hoe het werkt’. En zoals zo vaak, als je het eenmaal door hebt, is het duidelijk. De indexering is gebaseerd op cijfers en documenten die ook voor de indexering in het gemeentefonds worden gebruikt. Belangrijk is ook dat er een systeem van ‘nacalculatie’ is dat leidt tot opwaartse of neerwaartse bijstelling van het indexpercentage omdat de werkelijkheid nu eenmaal altijd zal afwijken van de raming. 9. Van grote betekenis is daarbij dat uiteindelijk de GR’en dezelfde compensatie voor loon- en prijsstijgingen krijgen als de gemeentes zelf! 10. Maar…..is het percentage van 9.25% wel gerechtvaardigd? Volgens het (bij de vergaderstukken gevoegde) ambtelijk memo van 10 januari 2024 is het gerechtvaardigd, want “dit indexpercentage is conform de bestendige methodiek bepaald”. 11. Echter, deze uitspraak wordt in antwoord op onze vragen gecorrigeerd. De WKGR heeft namelijk als onderdeel van de 9.25% een extra 2.2% geclaimd voor de hoge inflatie in 2022. Het gaat om een bedrag van structureel €106.000 in de jaren 2025 en verder. 12. Opvallend is de minimale argumentatie van de WKGR.
Tussen neus en lippen staat in de laatste zin van de eerste alinea onder punt 1: ”De correctie voor 2022 (T-3) is een uitzondering door de hoge inflatie dat jaar”. Niet opgemerkt wordt dat het Rijk de gemeentes zelf niet heeft gecorrigeerd voor die 2.2% en dat het
2
advies van de WKGR een extra bezuiniging betekent van €106.000 op de begroting van de gemeente. Is er een probleem? 13. Het ontstaan van GR’en ligt in enkele gevallen in beleid en regelgeving van het Rijk. Daarnaast is er een vrijwillig samengaan vanuit de grondgedachte dat gemeentelijke taken beter via een gezamenlijk optreden op sommige terreinen kunnen worden uitgevoerd. GR’en zijn dus een soort ‘buitendienst’ van de gemeente. Beter gezegd een gemeenschappelijke buitendienst van en voor meerdere gemeentes. 14. Volgens de PvdA is het uitgangspunt dan ook dat de compensatie voor loon- en prijsstijgingen van het Rijk aan gemeentes dezelfde dienen te zijn voor de GR’en. Wanneer dit uitgangspunt wordt gedeeld, dan is er dus sprake van een probleem. Als dit uitgangspunt niet wordt onderschreven, dan is er dus geen probleem. 15. Het is belangrijk om vast te stellen dat het niet gaat om een simpele bezuiniging of taakstelling van de gemeente op de GR’en. Het gaat om een min of meer geruisloze uitzondering van de WKGR op een overeengekomen methodiek die leidt tot verdere erosie van het budget voor gemeentelijke taken die de gemeente zelf uitvoert. 16. Volgens de PvdA is er dus een ‘probleem’. Gaan we fluitend aan het probleem voorbij, of niet? 17. Zoals gezegd gaat het om €106.000 structureel geld.
Met zo’n bedrag kan bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in een schoolgebouw van 4 miljoen met een afschrijvingstermijn van 40 jaar. Het kan ook een fiks deel van de jaarlijkse kapitaallast van een nieuw cultuurhuis in de Kruispuntkerk dekken. Kortom, op een begroting van meer dan €80 miljoen is het misschien niet zo veel (en dus geen groot ‘probleem’, maar een belangrijk deel van die €80 miljoen van onze begroting betreft uitgaven die nauwelijks te beïnvloeden zijn. 18. In een periode dat Voorschoten aan de vooravond staat van tal van investeringsbeslissingen (gemeentehuis/bibliotheek, schoolgebouwen, cultuurhuis, sportvoorzieningen) is een investeringsruimte van 4 miljoen weliswaar een klein onderdeel van het totaal, maar zeker niet verwaarloosbaar. 19. Tenslotte zijn er de donkere wolken van het rampjaar 2026/2027, de herverdeling van het gemeentefonds. Naar verluidt zou dit voor Voorschoten kunnen leiden tot een korting van € 3.5 miljoen. Voorschoten behoort daarbij tot 12 van de 18 gemeentes in de regio waarop wordt gekort. De discussie hierover zal ongetwijfeld in het verband van de Kadernota 2025 onze gemeenteraad terugkomen. 20. Tegen de achtergrond van €3.5 miljoen is €0.106 miljoen een beperkt bedrag. Wellicht zeggen sommigen dat we ons daarom niet te druk moeten maken om die ton aan euro’s. De PvdA vindt echter dat we niet zouden moeten instemmen
3
met de ten onrechte door de WKGR geclaimde compensatie van 2.2% en dat we dus niet fluitend aan die €106.000 voorbij mogen gaan. Het gaat bijvoorbeeld toch om een schoolgebouw. Wat te doen? 21. Inden de commissie deze mening deelt dan is de vraag welke vervolgstappen wenselijk dan wel noodzakelijk zijn. Duidelijk zal zijn dat een alinea in elk van onze zienswijzen bij conceptbegrotingen van GR’en waarin staat dat we niet kunnen instemmen met die 2.2% als onderdeel van de 9.25%, weinig effect zal hebben. Een bredere aanpak is noodzakelijk, een aanpak die voortvarend moet worden opgepakt. 22. Gedacht kan worden aan1 a) een motie met het standpunt van de raad die aan de andere raden wordt gestuurd; b) een motie van de raad waarin het college wordt verzocht de andere colleges te informeren over het standpunt van onze raad; c) een actieve benadering vanuit afzonderlijke fracties naar partijgenoten in andere raden; d) een brief van de voorzitter van de gemeenteraad aan de voorzitter van de WKGR waarin betrokkene wordt geïnformeerd over het standpunt van de raad; e) een brief van de voorzitter van de gemeenteraad aan de besturen van de GR’en waarin zij worden geïnformeerd over het standpunt van de raad; f) ons ‘verhaal’ behoort daarbij in communicatieve zin duidelijk te zijn , met aansprekende voorbeelden.
Zo lopen Leiderdorp en Oegstgeest ook 4 miljoen aan investeringsruimte mis en bij Leiden gaat het misschien wel om 20 miljoen. 23. De commissie wordt uitgenodigd over de te volgen aanpak van gedachtes te wisselen, suggesties te doen etc. We zijn zeer geïnteresseerd in de standpunten van alle politieke partijen in onze gemeenteraad in deze kwestie. 24. De invloed van een gemeenteraad op het reilen en zeilen van gemeenschappelijke regelingen is beperkt. Succes is dus geenszins verzekerd. Maar Voorschoten zal baat hebben met een duidelijke positiebepaling bij discussies over de herverdeling van het gemeentefonds, de eventuele gevolgen hiervan voor de verdeling van de financiering van de GR’en over de gemeentes tegen de achtergrond van twaalf gemeentes die er soms fiks op achteruit gaan, en zes gemeentes die erop vooruitgaan. Het blijft belangrijk om te benadrukken dat dit een politieke aangelegenheid betreft. Om die reden kan deze kwestie niet louter technisch worden afgedaan, maar moet het behandeld worden in het hoogste orgaan van het bestuur van ons dorp: de gemeenteraad. 1
Het gaat hierbij niet om het een of het ander, maar om een combinatie van .. 4
5