CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

3.8 Bijlage - 201101 Zienswijze Chw bestemmingsplan binnenstad Schoonhoven.pdf

Raadsvergadering 2 juni 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Stukken waarvan de voorzitter voorstelt ze ter afhandeling in handen van het college te stellen2.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Historische Vereniging Schoonhoven Postbus 47 2870 AA Schoonhoven

www.historischeverenigingschoonhoven.nl info@historischeverenigingschoonhoven.nl

College van B&W Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB STOLWIJK Betreft: zienswijze Pilot ‘Chw bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven’ Schoonhoven, 1 november 2020 Geacht College, Hierbij doe wij u de zienswijze van de Historische Vereniging Schoonhoven (HVS) op het door u ter inzage gelegde ‘Chw bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven’. Voordat wij een aantal onderwerpen aan de orde stellen wil ik eerst aan de behandelend ambtenaar, Jos Lansbergen en de auteur van het document, Rob Schram, onze dank uitspreken voor de uitgebreide toelichting én mogelijkheden tot discussie met betrekking tot dit dossier. Weliswaar waren we het niet altijd eens maar de gesprekken hebben wij ervaren als open, transparant en plezierig. Daarmee ligt er een coherent en degelijk bestemmingsplan dat in veel gevallen uitstekend zal functioneren. Er wordt ontzettend ingezet op onderling vertrouwen en samen met elkaar oplossen, hetgeen veel van initiatiefnemers en beoordelaars zal vragen. Een nobel steven maar in de huidige wereld enigszins ‘naïef’ denken wij. En daarin ligt onze grootste zorg. Het is de vraag of betrokkenen allemaal in staat zijn om op een keurige en gemotiveerde wijze om te gaan met elkaars belangen. Onze ervaring is dat cultuurhistorie in dat geweld vaak als onderschikt wordt gezien.

De beschermende maatregelen van een bestemmingsplan zijn dan vaak meer dan welkom om partijen tot aandacht voor dat onderwerp te bewegen, de gemeente daarop niet uitgezonderd. Al eerder spraken wij uit het best bijzonder te vinden een experiment (pilot) aan te gaan met één van de kroonjuwelen uit de gemeente Krimpenerwaard. Overigens bleek tijdens een eerste inspraaksessie over deze pilot in de Ark op 7 februari 2019 dat deze zorgen door veel inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden gedeeld werden en was de afsluitende bijna eensluidende conclusie dat iedereen behoefte had aan concretere afwegingskaders. In hoeverre dit plan tegemoet komt aan de wensen en behoeften van de inwoners is dus maar de vraag. De op dit moment actuele gang van zaken rondom de vergunningsverlening voor de uitbreiding van de Waag sterkt ons in onze bezorgdheid. Er ligt een heel mooi en krachtig stuk gereedschap, maar wie kan de weelde dragen om het juist en rechtvaardig te gebruiken ?

Historische Vereniging Schoonhoven Postbus 47 2870 AA Schoonhoven

www.historischeverenigingschoonhoven.nl info@historischeverenigingschoonhoven.nl

Wij pleiten er dan ook voor om het plan in ieder geval op een aantal punten aan te passen. Daarmee blijven de mooie uitgangspunten overeind maar zijn we iets beter gewapend tegen onzorgvuldige en/of ongewenste initiatieven. Deze aanpassingen vallen in een zestal onderwerpen uiteen; 1. Paraplubestemmingsplan en ontbreken van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2. Subjectiviteit van de toetsing 3. Wijze van Participatie en de beoordeling daarvan 4. Rol van de CRK bij het beoordelen van plannen 5. Deelplannen DIKA en Spoorzone relatief beperkte kaders 6. Kleine op- en aanmerkingen Wij zullen deze onderwerpen hieronder puntsgewijs behandelen. 1. Paraplubestemmingsplan en ontbreken van de Cultuurhistorische Waardenkaart Op het plangebied is nu nog het ‘Parapluplan Cultuurhistorie en Archeologie’ van toepassing. Dat plan komt, naar aanleiding van het nieuwe bestemmingsplan, voor dit gebied te vervallen. In het plan is uitgebreid opgenomen hoe om te gaan met Cultuurhistorische en Archeologische waarden. In dat plan zijn ook kaarten opgenomen waarop genoemde waarden aangegeven staan met een verwijzing naar de inventarisatie van cultuurhistorische waarden. Met de name de archeologische waarden en de archeologische waardenkaart zijn bijna letterlijk opgenomen in dit bestemmingsplan. Daar zijn wij tevreden over.

Helaas wordt voor de bescherming van cultuurhistorische waarden vooral teruggevallen op het begrip ‘beschermd stadsgezicht’ in combinatie met de (subjectieve) doelstelling in artikel 4, met name 4.2.1. Dat is wat ons betreft te mager. Op zijn minst zouden hier de cultuurhistorische waardenkaart en inventarisatie aan toegevoegd moeten worden zodat eigenaren reeds bij raadpleging van het bestemmingsplan al kunnen zien wat voor historische waarde hun object nu al heeft en rekening kunnen houden met die historische waarden in hun initiatieven. Toevoeging van deze informatie aan artikel 4 is ons door de behandelend ambtenaar reeds toegezegd. 2. Subjectiviteit van de doelstellingen In artikel 3. en 4. worden een reeks doelstellingen benoemd behorend bij het bestemmingsplan. Vervolgens wordt in het plan veelvuldig aan die doelstellingen gerefereerd als ‘kaders’ waaraan een initiatief zou moeten voldoen. Wij begrijpen de wens om op deze wijze ruimte creëren voor toekomstige (nog onbekende) ontwikkelingen en daarbij minder gebonden te zijn aan de restrictieve kaders van een ‘standaard’ bestemmingsplan.

Historische Vereniging Schoonhoven Postbus 47 2870 AA Schoonhoven

www.historischeverenigingschoonhoven.nl info@historischeverenigingschoonhoven.nl

Onvermijdelijk daarbij is een toename van discussie. De kaders zijn immers niet meer zwart-wit toetsbaar, dit plan gaat voor grijs. En dat vraagt nog al wat van de onderliggende besluitmotivaties willen die ook de toetsing in bezwaarprocedures kunnen doorstaan. Verwijzend naar onze inleiding betwijfelen wij of initiatiefnemers, maar zeker ook beoordelaars en beslissers, voldoende gesteld staan en voldoende deskundig en onafhankelijk zijn om dit soort onderbouwingen op een duidelijke, volledige, transparante en integere wijze op te stellen of te beoordelen. Dergelijke motivaties worden in de regel beschreven in een ‘Ruimtelijke Onderbouwing’ of ‘Ruimtelijke Motivatie’ waarvan iedereen weet dat de opstellers daarvan betaald worden door de initiatiefnemer en vooral een advies zullen schijven dat aansluit bij de wensen van de initiatiefnemer. Het is dan aan de behandelend ambtenaar om dat stuk te beoordelen en het college te adviseren. Hetgeen nu meestal al niet verder lijkt te komen dan een ‘vinkje’ of het stuk er is. Nooit lezen wij in een vergunning opmerkingen van de ambtenaar op dit soort stukken, hetgeen je redelijkerwijs ook niet van een ambtenaar kan verwachten.

Maar wie gaat die beoordeling dan doen ? Ons advies is dan ook om de kaders van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) uit te breiden met mogelijkheden en middelen om ook de door initiatiefnemer aangeleverde stukken ter onderbouwing van het voldoen van het initiatief aan de artikelen 3. en 4. onafhankelijk te toetsen en daarnaast de CRK de bevoegdheid te geven aanvullende inhoudelijke en/of procedurele eisen te stellen. Een van die aanvullende eisen zou bijvoorbeeld kunnen zijn een hoorzitting met belanghebbenden waarbij discussie gevoerd kan worden over de (mate) van invulling aan doelstellingen in artikelen 3. en 4. Een hoorzitting zou kunnen voorkomen dat dergelijke discussies zich steeds achteraf, eerst middels inspraak eerst in raads- of commissievergaderingen en daarna, in de rechtbank gaan voltrekken. 3. Wijze van Participatie en de beoordeling daarvan Het plan geeft middels artikel 5 duidelijke instructies voor de door initiatiefnemer te organiseren ‘participatie’. Allereerst merken wij op dat conform artikel 5.1.a. middels participatie alleen de ‘eigenaren en gebruikers van de aanliggende percelen geconsulteerd dienen te worden’. Die scope is veel te beperkt en niet in overeenstemming met de toelichting.

Wij vinden dat hier moet staan ‘belanghebbenden’ waarmee met een verwijzing naar de toelichting bij het omgevingsplan voldoende handvaten geboden worden om die belanghebbenden te inventariseren. Hiermee kan ook 5.1.d. vervallen. Daarnaast valt op dat de initiatiefnemer conform artikel 5.1.b. een verslag dient te overleggen ‘waaruit blijkt dat invulling is gegeven aan het bepaalde onder a. (raadplegen belanghebbenden) en waaruit blijkt wat er is gedaan om eventuele bezwaren weg te nemen.’ Wij vinden het heel waardevol dat initiatiefnemer gedwongen wordt om met belanghebbenden in gesprek te gaan en zijn plan daar mogelijk vrijwillig al op aan past.

Historische Vereniging Schoonhoven Postbus 47 2870 AA Schoonhoven

www.historischeverenigingschoonhoven.nl info@historischeverenigingschoonhoven.nl

Wat hier echter nog ontbreekt is een duidelijk vervolg. Naar aanleiding van zo’n participatiegesprek schrijft initiatiefnemer een verslag, voegt dat bij de vergunning en ‘betrekt bevoegd gezag dat in de besluitvorming’. Pas na vergunningsverlening, in de bezwaarprocedure, zal voor belanghebbenden duidelijk worden wat initiatiefnemer in het verslag heeft opgenomen met betrekking tot hun participatie. Dan is het kwaad al geschiedt, de vergunning al verleend, en rest slechts een bezwaar. Wij adviseren dan ook de initiatiefnemer aantoonbaar het participatieverslag te laten delen met de belanghebbenden die dan alsnog, in de lopende procedure, het bevoegd gezag kunnen wijzen op onjuistheden op dat verslag. Na verloop van tijd zal dat er toe gaan leiden dat partijen elkaar echt gaan opzoeken om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Voor wat betreft artikel 5.1.c. ‘het bevoegd gezag’ betrekt de uitkomsten van de participatie in haar besluitvorming is volledig onduidelijk hoe dat ‘betrekken’ plaats gaat vinden. Hier zijn geen kaders bij gesteld. Moet de ambtenaar nu straks met op basis van een door de initiatiefnemer zelf geschreven stuk over wat de buren vinden van het plan iets op gaan schrijven om te ‘betrekken’ in de besluitvorming ? Klinkt allemaal heel vaag en moeten we niet willen vinden wij. Juist het tegenovergestelde van de bedoelde transparantie wordt hier bereikt.

Omschrijf duidelijk hoe beoordeling gaat plaatsvinden en door wie, op welk moment en welke adviseurs daarbij betrokken worden. Ons advies is om de participatieprocedure op genoemde punten aan te passen. Daarnaast vragen wij ons af wat er met de suggestie (inspraaksessie, 7 februari 2019) voor de aanwijzing van een participatiemanager is gedaan. 4. Rol Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) bij het beoordelen van plannen Zoals in eerdere punten 2. en 3. zullen er door initiatiefnemers allerlei subjectieve stukken aan bevoegd gezag voorgelegd worden. De beoordeling van die stukken is in het plan niet duidelijk toegewezen maar zal veelal bij het college liggen die zich op eigen verzoek kan laten adviseren. Wij denken dat dit plan er toe gaat leiden dat in veel gevallen het advies van de CRK doorslaggevend gaat zijn. Waar vroeger nog een absolute eis in het bestemmingsplan vermeld stond waaraan een ieder kon toetsen wordt er nu meer vrijgelaten ter onderbouwing door de initiatiefnemer. De behandelend ambtenaar kan dat onvoldoende toetsen waarmee de beoordeling of iets toelaatbaar is steeds meer bij de CRK komt te liggen. De CRK zal nog meer als nu het middelpunt worden van discussies en het advies van de CRK zal ook steeds meer onderwerp zijn van juridische procedures.

Waar nu een advies van vaak nog niet eens één A4-tje (eigenlijk al niet) volstaat is in de toekomst een nog veel sterker onderbouwde motivatie noodzakelijk. Dat wordt nog versterkt indien onze adviezen opgevolgd worden om ook ‘ruimtelijke onderbouwingen of motivaties’ cq. de toetsing aan de subjectieve bestemmingsplandoelstellingen aan hen toe te wijzen. Wij kunnen ons zelfs voorstellen dat ook de participatie inbreng voor hen van belang is en/of door hen zelfs door hen getoetst kan worden.

Historische Vereniging Schoonhoven Postbus 47 2870 AA Schoonhoven

www.historischeverenigingschoonhoven.nl info@historischeverenigingschoonhoven.nl

Wij adviseren dan ook om de commissie uit te breiden en te voorzien van de daartoe benodigde middelen, expertise en beoordelingskaders teneinde deze verzwaarde taak goed en onafhankelijk uit te kunnen voeren. Daarbij valt te denken aan juridische ondersteuning maar wellicht ook het toevoegen van meer lokale maar wel deskundige kennis (anders dan burgerlid) die op gelijk niveau met de overige leden plannen kan beoordelen. Wij kunnen ons zelfs voorstellen dat er voor de oude binnensteden van Ouderkerk a.d. IJssel , Haastrecht en Schoonhoven een separate gespecialiseerde CRK wordt ingezet of dat er weer een separate ‘Monumentencommissie’ komt. Tevens zal er voor gewaakt moeten worden dat de CRK slechts een toetsende rol mag vervullen. Het geven van adviezen en daarmee betrokken raken bij initiatieven om ze ‘acceptabel’ te maken gaat daarmee niet samen. Slechts weinigen zijn in staat om een initiatief, na aanpassing op eerder gegeven adviezen, alsnog af te keuren. Dat moet je dus ook niet van hen verlangen. 5. Deelplannen DIKA en SPOORZONE relatief beperkte kaders DIKA In artikel 26 ‘Gemengd – Transformatiegebied Dika-terrein’ worden de specifieke kaders benoemd voor de invulling van dit gebied. Op de plankaart valt direct op dat er geen enkele invulling gegeven wordt voor stedenbouwkundige inpassing met toegestane bouwmassa’s, functies en kaders.

De invulling van het gebied wordt (ook stedenbouwkundig) overgelaten aan de initiatiefnemer met slechts zeer beperkte restricties. Opvallend hierbij is de toegestane bouwhoogte van 27 meter waarmee een gebouw hoger dan bijvoorbeeld de pasteurflat op deze locatie mogelijk wordt. Weliswaar ligt het gebied niet in het beschermde stadsgezicht maar een dergelijke bouwhoogte gaat wel concurreren met dat beschermde stadsgezicht. Bouwhoogtes van 15 meter of incidenteel 18 meter zoals voorgesteld in de Spoorzone zouden hier beter in het stadsbeeld passen. Er zijn in dit gebied sowieso veel betere (creatieve) mogelijkheden om tot een acceptabel plan met een behoorlijk bouwvolume te komen, zeker als ook grondruil met de naastgelegen parkeerplaats P2 in het plan betrokken kan worden. Daarmee zou ook de monumentale schoorsteen veel beter in te passen zijn. Wij stellen dan ook voor om voor dit gebied een (onafhankelijke) stedenbouwkundige aan te wijzen die samen met belanghebbenden inventariseert wat er mogelijk is en die kaders in het bestemmingsplan op te nemen. SPOORZONE In artikel 27 ‘Gemengd – Transformatiegebied Spoorzone’ worden de specifieke kaders benoemd voor de invulling van dit gebied. Op de plankaart valt direct op dat er geen enkele invulling gegeven wordt voor stedenbouwkundige inpassing met toegestane bouwmassa’s, functies en kaders.

De invulling van het gebied wordt (ook stedenbouwkundig) overgelaten aan de initiatiefnemer met slechts zeer beperkte restricties.

Historische Vereniging Schoonhoven Postbus 47 2870 AA Schoonhoven

www.historischeverenigingschoonhoven.nl info@historischeverenigingschoonhoven.nl

Inmiddels zijn de plannen voor dit gebied al in een vergevorderd stadium en hebben wij er voor het eerst inhoudelijke kennis van genomen op een informatiemiddag afgelopen september. Het lijkt erop dat die plannen binnen de kaders van het voorliggende bestemmingsplan gerealiseerd kunnen worden, met andere woorden, als de gemeenteraad goedkeuring verleend op het bestemmingsplan doet ze dat indirect ook op het plan Spoorzone. Vandaar dat wij hier ook onze mening over het plan Spoorzone beknopt weergeven. Wij willen met betrekking tot dat plan Spoorzone in ieder geval benoemen dat; -

een overkoepelende stedenbouwkundige visie vanuit de gemeente ontbreekt, alle invulling wordt aan de initiatiefnemer en omwonenden overgelaten hetgeen binnen de oude stadsgrenzen tot een weinig samenhangend geheel gaat leiden, zeker in combinatie met toekomstige naastgelegen plannen. de bebouwing qua type (bijv. twee-onder-een-kap met garage) niet aansluit bij de kleinstedelijke omgeving. er onvoldoende aandacht is voor cultuurhistorische waarden en het zoeken van aansluiting daarbij, zowel in het gebied als in de verbinding naar het stadcentrum. er vooral ingezet wordt op woonfuncties hetgeen de levendigheid en aantrekkelijkheid van het oude ‘stationsgebied’ zal doen afnemen. een kans gemist wordt om bij te dragen aan doelstelling 3.2.3 van het bestemmingsplan, ‘voldoende parkeergelegenheid’. Door hier ondergrondse parkeermogelijkheden te realiseren ontstaan er elders in de binnenstad meer mogelijkheden om mooie initiatieven te ontplooien (bijv. autoluwheid) die bijdragen aan de leefbaarheid en beleefbaarheid van de stad. Nu het gebied onbebouwd beschikbaar komt ligt hier nu een kostenaantrekkelijke mogelijkheid die je later nooit meer zo netjes ingevuld krijgt.

Wij adviseren u het plan Spoorzone op bovenstaande punten nog eens kritisch te (laten) beoordelen en het bestemmingsplan daarop aan te passen. Wat ons betreft is een dichter bebouwingspercentage met lagere gebouwen die beter aansluiten op de vestigingstructuren en beter passen bij het karakter van de Spoorstraat een reële optie. Wellicht is een beoordeling en advisering door van bureau van Roosmalen en van Gessel een optie ? Zij zijn al eerder door u ingezet ter ontwikkeling van een (aanzet tot) een stedenbouwkundige visie. 7. Kleine op- en aanmerkingen 7.1 – Artikel 4.2.1.a. Hier wordt het aanwijzingsbesluit ‘beschermd stadsgezicht’ aangehaald. In de eerdere besprekingen was er sprake van de definitie ‘beschermd stadsgezicht’ in dit bestemmingsplan uit te breiden zodat ook het westelijk deel van de oude stad er onder valt. Waar is dat nu geborgd in het bestemmingsplan ? 7.2 - Artikel 4.2.1.b. ‘Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ter bescherming van en versterking van de cultuurhistorische waarden, het kan dan gaan om;’ Enige duidelijkheid over in welke gevallen men die eisen stelt ontbreekt. In de historische binnenstad zou eerder van toepassing zijn ‘het bevoegd gezag zal nadere eisen

Historische Vereniging Schoonhoven Postbus 47 2870 AA Schoonhoven

www.historischeverenigingschoonhoven.nl info@historischeverenigingschoonhoven.nl

stellen ….’, hetgeen inhoudelijk per geval door de CRK kan worden ingevuld. 7.3 – Artikel 6 en 7. Hier worden aanvullende doelstellingen op die in artikel 3. en 4. Benoemd maar wel met een lagere status (7.1.2). Leg dit beter uit aan de lezer of neem ze op bij / in de buurt van artikel 3. en 4. 7.4 – Artikel 14.3 ‘…. Van functies zoals bedoeld in 14.2 onder 2 zijn …’, hier wordt bedoeld ’14.2 onder b. zijn ..’. 7.5- artikel 19.2.2. Rijks- en gemeentelijke monumenten hiervan uitzonderen. Voor wijzigingen aan hoofgebouwen en oprichten / wijzigen van bijgebouwen is bij dergelijke monumenten een uitgebreide procedure de zorgvuldige weg. In algemene zin zouden wij u adviseren om gezamenlijk met een aantal belanghebbenden, CRK, ambtenaren en raadsleden eens een aantal vingeroefeningen te doen van mogelijke initiatieven en op welke wijze deze dan met dit nieuwe bestemmingsplan behandeld zouden worden. Wellicht is het daarbij zinvol nog wat voorbeelden van onderliggende stukken toe te voegen. Dergelijke voorbeelden geven ook initiatiefnemers een duidelijk beeld van wat er van hen verwacht wordt. Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende inzicht te geven in onze visie op het door u voorgelegde ontwerpbestemmingsplan en vernemen graag uw vervolgstappen naar aanleiding van onze inbreng. Indien gewenst lichten wij de punten graag mondeling verder aan u en/of andere betrokken toe.

Met vriendelijke groet,

Jeroen Patijn, Voorzitter Historische Vereniging Schoonhoven

Beoordeelde versie: NL.IMRO.1931.BP1909DK019-ON01 dd. 18-8-2020 + bijlagen & toelichtingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=617ecfb2-b3a6-4343-bcbe-4f300a1c48da