3.7 Bijlage - Potentiële inbreng agrarische sector RES Midden Holland (2).pdf
Tekst van het document
Potentiële inbreng agrarische sector RES Midden Holland Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de CO2-uitstoot moet sterk verminderen, deze moet in 2030 de helft minder zijn dan in 1990. In 30 energieregio’s worden volop regionale energie strategieën uitgewerkt om 35 TWh aan duurzame opwek van zon- en windenergie op land te realiseren. De agrarische sectoren liggen op schema om – op basis van vrijwilligheid – de energiedoelstellingen welke afgesproken zijn in het Convenant Schone en Zuinige Agrosectoren te halen. De sector heeft al laten zien zelf aan de slag te willen met het verduurzamen van het energieverbruik en de overstap te maken naar nettoleverancier van duurzame energie. Bestaande instrumenten, waaronder de SDE+ subsidie en de salderingsregeling, stimuleren deze ontwikkeling. LTO Noord ziet kansen en biedt een helpende hand om de potentie van de agrarische sector voor deze transitie verder vorm te geven. Agrarische ondernemers hebben daken om zonnepanelen op te leggen en ruimte op het bouwblok om kleinschalige windmolens te realiseren. Deze vormen van duurzame energieproductie hebben de interesse van de ondernemer omdat het naast verduurzaming ook (nog) een goed verdienmodel heeft.
Het realiseren van maatschappelijk gewenste energietoepassingen in het landelijk gebied, veelal met een kleinere bijdrage per realisatie aan de totale doelstelling, kost meer inzet dan het realiseren van grote energietoepassingen met te verwachten maatschappelijke weerstand. LTO Noord werkt actief aan de realisatie van veel meer (kleinere) bijdragen die meer inzet kosten maar op meer draagvlak en steun vanuit de eigen sectoren en directe omgeving kunnen rekenen. Om de energietransitie in het landelijk gebied te versnellen is het noodzakelijk om de komende jaren concrete stappen te zetten. Hierbij moet een samenwerking ontstaan tussen lokale overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties én de agrarische sectoren. LTO Noord ziet dat grootschalige opwek van duurzame energie mogelijk is mits: -
-
-
per gebied, regio of gemeente gerichte investeringen in de energie-infrastructuur worden gedaan, zodat de sector de energiepotentie op eigen dak/erf volledig kan benutten. LTO Noord heeft ervaring met verschillende gebiedsaanpakken voor het realiseren van zonnedaken en boerderijmolens. aanpassing van ruimtelijk beleid vorm krijgt zodat boerderijmolens mogelijk worden. Afstemming tussen gemeenten en provincies is hiervoor noodzakelijk om eenduidig beleid te voeren om boerderijmolens in het landelijk gebied mogelijk te maken. Doordat de energieinfrastructuur is ingericht om de pieken van zonneenergieinstallaties aan te kunnen, is veel netcapaciteit in tijden van weinig zon onbenut. Windmolens kunnen deze geïnvesteerde netuitbreiding benutten en zorgen voor een stabiele opwek van duurzame energie. er ruimte en ondersteuning wordt geboden aan pilots die worden ontwikkeld om energieproductie door zon/wind tijdelijk op te slaan. Opslag van energie in het landelijk gebied is noodzakelijk daar waar verbruik en opwek veel tussenafstand kennen en de energie wordt opgewekt in de haarvaten van het net. overheden een open oog houden voor (ingepaste) plaatsing van opwek van zonne- en windenergie in natuurontwikkelingsgebieden (tenminste een even open houding als ten opzichte van plaatsing in agrarisch productiegebied).
Agrarische productie en geaccepteeerde vormen van duurzame energieopwek zijn één pijler maar de energietransitie kan niet rusten op slechts enkele schouders. Om kosten voor onderhoud van natuur te dekken en een bijdrage te leveren aan deze transitie, is het noodzakelijk dat natuurorganisaties ook gebieden ter beschikking stellen. opnieuw de regeling voor vervanging van asbest op dak door zonnepanelen wordt ingevoerd. Hiermee wordt versnelling van duurzame opwek door zonnedaken gefaciliteerd. Het is tevens belangrijk dat de agrarische daken worden aangepakt om achteruitgang van het aanzicht van het gebied te voorkomen en daarmee misdaad en ondermijning te minimaliseren.
Deze wensen van de agrarische sectoren resulteren in een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. In onderstaande tabel is aangegeven wat de sector de komende jaren zou kunnen realiseren, gestreefd wordt naar netto-energieleverantie in 2030. Maatschappelijke investeringen in netinfrastructuur leiden dan tot een hogere opwek van duurzame energie door een mix van toepassingen in balans met de omgeving.
1
Tabel Midden Holland Berekende gerealiseerde Aantal Gemeente zonne-energie bedrijven opwekking (MWh) Bodegraven-Reeuwijk 167 6677 Krimpenerwaard 269 10756 Waddinxveen 46 1839 Zuidplas 119 4758 Totaal 601 24.030
Berekend onbenutte potentie zonne-energie (MWh)
Berekende onbenutte potentie kleine molens (MWh)
Totale energieproductie (MWh)
19306 31098 5318 13757 69.479
5010 8070 1380 3570 18.030
30993 49923 8537 22085 111.538
- Voor sommige gemeenten beschikt LTO Noord over onvoldoende cijfers vanuit de ledenraadpleging, vandaar dat deze niet zijn meegenomen. De potentie van de bedrijven in deze gemeenten is daarom ook niet meegenomen. - Realisatie van windturbines is niet meegenomen, al is de wens in de sectoren aanwezig om ook met deze energietoepassing aan de slag te gaan. - Omdat gebruik is gemaakt van CBS-cijfers uit het jaar 2018 (het verschil met 2019 is verwaarloosbaar), kunnen aan deze cijfers geen rechten worden ontleend.
In de tabel is per RES-gebied, onderverdeeld naar gemeente, de potentie opgenomen voor beide energietoepassingen. De potentie voor zonne-energie is bepaald aan de hand van de resultaten van de ledenraadpleging die LTO Noord in 2018 heeft uitgevoerd. Respondenten is gevraagd aan te geven of het dak is belegd met panelen, hoeveel panelen dit zijn en of de intentie is om het dak (of de rest van het dak) komende jaren te gaan benutten. Hierbij een korte toelichting per kolom: - Aantal bedrijven: per gemeente is opgezocht hoeveel agrarische bedrijven er gevestigd zijn met utizondering van glastuinbouwbedrijven, gebaseerd op de CBS-cijfers uit 2018. - Berekende gerealiseerde zonne-energie opwekking: op basis van de ledenraadpleging is een doorvertaling gemaakt naar alle agrarische bedrijven in een gemeente. In de ledenraadpleging is berekend hoeveel panelen er op een gemiddeld agrarisch dak zijn gelegd in West-Nederland. - Berekend onbenutte potentie zonne-energie: op basis van de ledenraadpleging is berekend hoeveel dak een gemiddeld agrarisch bedrijf heeft, waarbij de oppervlakte die al benut is, is verrekend. - Berekende onbenutte potentie kleine molens: voor elk agrarisch bedrijf is berekend dat in potentie één boerderijmolen wordt geplaatst. Er is per gebied een inschatting gemaakt van de gemiddelde opbrengst per molen.
De bruto-opbrengsten per molen zijn bepaald aan de hand van het marktonderzoek dat LTO Noord in 2020 heeft afgerond. In de tabel is de optelling gemaakt van de totale potentie van de agrarische sectoren op basis van maatschappelijk gewenste energietoepassingen. Er is (nog) geen beeld gegeven van de potentie voor ontwikkeling van windturbines. Daar waar voldoende draagvlak bestaat middels burgerparticipatie ziet LTO Noord kansen om windturbines in het landelijk gebied in te passen. Hierbij wordt een schappelijke vergoeding voor de grondeigenaar en omliggende grondeigenaren vastgesteld. De grondeigenaren rond de turbine kunnen het eigen verbruik verduurzamen en de resterende productie aan burgers aanbieden. Ongewenst effect Met het opstellen van de eerste versies van de RES-plannen is duidelijk geworden dat agrarische ondernemers en sectoren niet altijd baat hebben bij de opwek van duurzame energie. Een aantal toepassingen wordt gezien als bedreiging voor het voortbestaan van de sectoren. In veel RES-plannen worden grootschalige toepassingen van grondgebonden zonnepanelen in agrarisch productiegebied ingetekend, terwijl maatschappelijk gewenste andere opties nog niet volledig benut zijn. Er is onvoldoende maatschappelijk draagvlak voor het realiseren van deze toepassingen en ontwikkelingsruimte voor de landbouw wordt afgenomen.
Agrarische gronden zijn van noodzakelijk belang vanwege verschillende doelstellingen waaronder extensiveren van bouwplannen, toepassen van weidegang en verminderen van bodemgebonden emissies.
2
Investeringen in de energieinfrastructuur die alleen worden gedaan om grootschalige zonnevelden mogelijk te maken zijn, zolang de bedrijven in de sector nog knel lopen bij de eigen opwek van zon op dak, niet uit te leggen aan de omgeving. Ook de opwek van windenergie door plaatsing van windturbines wordt veelvuldig ingezet in de RES-plannen. De interesse vanuit agrarische sectoren om te investeren in realisatie van windturbines wordt onvoldoende gehoord. Regionale LTO Noord-afdelingen kennen de gebieden en kunnen fungeren als smeermiddel bij de totstandkoming van participatie vanuit de omgeving. Draagvlak LTO Noord pleit voor een eerlijke verdeling van lasten en lusten. Alle partijen in Nederland en afzonderlijke RESregio’s hebben een inzet te leveren. De land- en tuinbouwsectoren zetten gezamenlijk in op het beleggen van daken met panelen (mits er een interessante SDE+ regeling blijft en bij behoud van de bestaande salderingsregeling) en het plaatsen van boerderijmolens met een ashoogte van maximaal 35 meter. Daarmee leveren agrarische sectoren een bijdrage in deze transitie. LTO Noord verwacht dat andere sectoren ook een eigen bijdrage leveren. Indien alle vrijwillige bijdragen van de partijen in de RES onvoldoende perspectief bieden ten aanzien van de landelijke doelstelling (35 TWh op land uit zon en wind) kan deze herverdeeld worden op basis van vrijwilligheid.
De sectoren of partijen die een extra inzet en bijdrage willen leveren zouden daarvoor beloond moeten worden. In de basis is het van belang dat alle partijen eerst verantwoordelijkheid dragen voor het leveren van een bijdrage zonder dat partijen voor elkaar een inkleuring maken. Toekomst De energietransitie vraagt regionale samenwerkingen om nieuwe ontwerpen van de energieinfrastructuur uit te werken. LTO Noord ziet kansen om agrarische bedrijven te laten fungeren als regionale hub van opslag en conversie van energie. In de proeftuin ‘Ontwerp aanpak Flexibele Energiesystemen’ zijn regionale pilotprojecten opgenomen. Gemeenten kunnen participeren in deze proeftuin of projecten aanmelden voor mogelijke ondersteuning.
3